Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 92

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    In vitro studie naar de invloed van intrinsiek en microbieel fytase op de afbraak van fytinezuur in biologische geteelde grondstoffen voor de dierhouderij : Een verkennende studie
    Jonge, L.H. ; Wikselaar, P.G. van; Bikker, P. ; Krimpen, M.M. van - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1006) - 25
    fytase - fytinezuur - biologische landbouw - veevoeder - voer - varkenshouderij - pluimveehouderij - ruwe grondstoffen - fosfaat - phytase - phytic acid - organic farming - fodder - feeds - pig farming - poultry farming - raw materials - phosphate
    In this study, the usefulness of intrinsic phytase of plant ingredients for degrading phytate was investigated. The enzymatic conversion from phytate to soluble inorganic phosphate was determined in vitro with and without addition of microbial phytase. Phytate degradation was measured in mixtures in which ingredients with a high intrinsic phytase activity and ingredients with a high phytate content were combined.
    Naar 100% regionaal eiwit : kansen en knelpunten voor eiwitrijke veevoergrondstoffen
    Zanders, R. ; Cormont, A. ; Krimpen, M.M. van; Prins, Udo ; Ridder, A. de; Kessel, Hans van; Hartog, H. den; Krajenbrink, Wim ; Pluimers, Jacomijn ; Haren, Rob ; Gankema, P. - \ 2016
    Raad voor Regionaal Veevoer - 18
    veevoeder - eiwit - veevoederindustrie - veevoeding - eiwitwaarde - streekgebonden producten - duurzame veehouderij - fodder - protein - feed industry - livestock feeding - protein value - regional specialty products - sustainable animal husbandry
    Ongeveer de helft van het eiwitrijke veevoer in Nederland wordt geïmporteerd van buiten Europa. Het overgrote deel van deze grondstoffen bestaat uit soja- en palmproducten. Op Europees niveau zijn we voor 96% van onze sojabehoefte en voor 70% van onze totale eiwitbehoefte afhankelijk van import van buiten Europa. In de teeltgebieden, met name in Zuid-Amerika, leidt de grootschalige teelt van deze gewassen tot grote ecologische en sociale schade; door ontbossing van natuurgebieden en daarmee gepaard gaande CO2- uitstoot en biodiversiteitsverlies, door uitputting van de bodem, vervuiling van drinkwater, bedreiging van de lokale voedselvoorziening en gedwongen landonteigening. Regionale eiwitteelt biedt een enorme kans voor de Nederlandse landbouw door het sluiten van kringlopen en het verminderen van milieuschade en sociaal onrechtvaardige omstandigheden. Om knelpunten en kennisvragen te identificeren die een (snelle) transitie naar het gebruik van meer regionaal eiwitrijk veevoer in de weg staan, richtte Milieudefensie in 2015 de Raad voor Regionaal Veevoer op. Dit rapport geeft de bevindingen weer van de Raad voor Regionaal Veevoer, inclusief haar aanbevelingen richting overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
    Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten
    Broeze, J. ; Poelman, M. ; Kals, J. ; Rurangwa, E. ; Vogel-van den Bosch, H.M. de - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research - ISBN 9789462577091 - 27
    bijvangst - reststromen - bioraffinage - vis - hydrolyse - veevoeder
    Dit rapport presenteert een analyse naar alternatieve mogelijkheden voor verwaarding van visbijvangst ten opzichte van vismeel.

    Het hier gerapporteerde onderzoek omvat een brede inventarisatie van mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. Door middel van een expert-brainstorm en een inventarisatie van recente productinnovaties in de markt zijn de volgende ideeën gegenereerd:
    A. afzet van beschadigde vis voor bewerkte voedseltoepassingen;
    B. verwerking van huiden tot leder;
    C. geur- en smaakstoffen op basis van vis-eiwitten; ook attractanten t.b.v. visvoer;
    D. bioactieve peptiden (met gezondheidsbevorderende eigenschappen), te produceren door middel van (enzymatische of evt. zure) hydrolyse;
    E. vis-eiwit als allergeen-vrij (afgezien van parvalbumin) alternatief voor koemelk en sojamelk (denk aan babyvoeding);
    F. collageen voor bijvoorbeeld voeding, cosmetica of technische toepassingen;
    G. fosfolipiden voor emulsies (zoals margarine);
    H. visolie in voeding; geur en smaak kunnen gemaskeerd worden;
    I. mineralen-vitamines-supplementen uit vis, o.a. selenium, vitamines a, d en e;
    J. silage (auto-hydrolyse), waarbij de vissilage verder kan worden gescheiden in:
    o eiwitten voor diervoeder (bijvoorbeeld nat voor varkens; droog voor pluimvee);
    o olie scheiden/zuiveren.
    Vanuit de sector zelf is idee (A) in de praktijk gebracht: beschadigde vis wordt succesvol in de bestaande markt afgezet. Dit idee is mede daarom in het project niet verder uitgewerkt.
    Door het projectteam en vertegenwoordigers uit de pelagische sector zijn uit bovenstaande lijst drie opties geselecteerd voor verdere analyse:
    1. Silage gericht op grondstof voor diervoeders (optie J).
    2. Silage met winning van bioactieve peptiden (combinatie van opties D en J)
    3. Milde hydrolyse gericht op winning van bio-actieve peptiden (optie D).

    Het eerste opties betreft silage: onder toevoeging van zuur worden eiwitmoleculen opgeknipt tot onder andere peptiden en aminozuren. Het silage-product kan worden afgezet als veevoeder, bijvoorbeeld als alternatief voor sojameel. Helaas levert deze business case een negatief resultaat.

    Bij de tweede optie, hydrolyse, worden eiwitketens ook opgeknipt in kleinere stukken, vooral peptiden. Maar hierbij wordt het proces beter gecontroleerd, zodat relatief grote hoeveelheden waardevolle specifieke peptide-moleculen worden gevormd. Hydrolyse kan ook worden uitgevoerd door toevoeging van zuur, maar dan bij gecontroleerde temperatuur en procestijd (het proces wordt gestopt door neutralisatie). Het meest doelgericht kunnen specifieke peptiden worden gevormd door gebruik van enzymen in plaats van zuur.
    Hydrolysaten kunnen worden afgezet als voedselingrediënt (bijvoorbeeld met aangepaste technische eigenschappen), als gezondheidsbevorderend bio-actieve component (in voeding of als voedingssupplement) of voor diervoerdertoepassingen.
    Hoewel wetgeving dat niet expliciet voorschrijft, wordt in dit rapport geconcludeerd dat voor humane consumptie de vis voor het hydrolyseproces moet worden gestript. Dit drijft de prijs voor het ingangsmateriaal aanzienlijk op.
    Uit kosten-batenanalyses van zowel de veevoeder-optie als voor humane toepassingen volgt een positieve business case. Maar deze positieve uitkomsten zijn wel sterk afhankelijk van prijzen van zowel het ingangsmateriaal als de eindproducten. Omdat ontwikkeling van deze opties op basis van vis in de kinderschoenen staat, is amper informatie over afzetprijzen beschikbaar is. Omdat deze prijzen kritisch zijn voor een positieve business case, wordt aangeraden bij een eventuele vervolgontwikkeling ook mogelijke afnemers te betrekken.

    Als laatste idee is nog gekeken naar een mogelijke tussenvorm tussen silage en hydrolyse: bioactieve moleculen uit silage. Helaas blijkt dat zelfs bij minimale hoeveelheid zuur (ondergrens wordt bepaald door eisen voor houdbaarheid) het product na enkele maanden bewaring te ver gehydrolyseerd is (meeste bio-actieve peptiden zijn afgebroken tot aminozuren). Dus, alleen door een beperkte (vooral qua tijd) hydrolysestap kan nog een product met bio-actieve waarde worden geproduceerd.

    Geconcludeerd wordt dat milde hydrolyse het beste perspectief beidt. Toepassing voor zowel voedsel als diervoeders is mogelijk. Echter, voor voedingstoepassingen heeft bijvangst een nadeel ten opzichte van bijproduct van visverwerking omdat de vis gestript moet worden. Diervoedertoepassing past daarom beter.
    Voor zowel voedings- als diervoedertoepassing zal ook de markt nog ontwikkeld moeten worden.
    Effecten van een verbod op het gebruik van genetisch gemodificeerde soja als veevoedergrondstof. Quick scan van de gevolgen voor Nederland
    Wagenberg, C.P.A. van; Hoste, R. - \ 2015
    Wageningen : LEI Wageningen UR (LEI Report 2015-109) - ISBN 9789086157143 - 26
    transgenic plants - crops - genetic engineering - soyabeans - fodder - economic impact - netherlands - transgene planten - gewassen - genetische modificatie - sojabonen - veevoeder - economische impact - nederland
    If the Netherlands, alongside Germany, France, Poland, and Hungary, decides to ban genetically modified (GM) soy in animal feed, the use of soy products in animal feed in these five countries will have to decrease by 40 to 50% to ensure that the EU demand for non-GM soy does not exceed the supply on the world market. The extra costs to Dutch livestock farmers over a period of 3 to 5 years as a result of the more expensive non-GM soy and alternative protein sources are estimated at between €60 and €100 million a year, with approximately 80% being borne by poultry farmers. Livestock numbers and productivity will then be maintained. A partial shift in trade flows from animal feed ingredients can be expected from import in the west of the EU - for example, through the port of Rotterdam - to intra-EU flows from production areas within the EU to consumers and via the waterway axis from regions east of the EU, such as Ukraine. Less soy will enter the EU via the Netherlands. This deficit can be offset by the increased demand for alternative protein sources, which will be partly imported from overseas. The effects on Dutch ports, the transport sector, and employment will depend on the nature of the trade flow shifts.
    Onderzoek naar betere schatting van de dichtheid van gras- en maiskuilen
    Zom, R.L.G. ; Abbink, G.W. ; Schooten, H.A. van - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 872) - 46
    graskuilvoer - kuilvoer - maïskuilvoer - dichtheid - voorraden - veevoeder - voedingswaarde - kuilvoerkwaliteit - lineaire modellen - regressieanalyse - grass silage - silage - maize silage - density - stocks - fodder - nutritive value - silage quality - linear models - regression analysis
    This report describes the results of a study on the possibilities to estimate the density of grass en maize silages for calculation of the fodder stock more accurately than the current table values. During ensiling the amount of crop of 104 grass silage clamps, 42 maize silage clamps and 108 big bales (54 round and 54 square) were weighted and after ensiling the dimensions were measured and the chemical composition was analysed. For round and square bales a new regression formula was derived, which estimates the density more accurate than the current table values. It is recommended to calculate the density of round en square bales with the following formula: Density (kg/m3) = 994.81 - 0.5335 x dry matter content (g/kg) - 1.196 x crude fibre content (g/kg ds). For grass en maize silage in clamps and bunker silo’s no new model could be derived which estimated the density more accurately than the current table values.
    Voedsel- en diervoederveiligheid van algenproducten : Verkenning van wet- en regelgeving voor voedselveilige productie van algen
    Voort, M.P.J. van der - \ 2015
    Lelystad : PPO AGV (PPO rapport 631) - 17
    algenteelt - humane voeding - veevoeder - wetgeving - iso - erkende regelingen - voedselveiligheid - certificering - beleid inzake voedsel - voedselindustrie - voedingsmiddelenwetgeving - etiketteren van voedingsmiddelen - nieuwe voedingsmiddelen - voederveiligheid - algae culture - human feeding - fodder - legislation - iso - approval schemes - food safety - certification - food policy - food industry - food legislation - nutrition labeling - novel foods - feed safety
    Het telen van algen als voedsel of diervoeder brengt, net als bij andere voedselproducten, eisen voor voedselveiligheid met zich mee.
    Verwaarding van reststromen in de biologische retail (deel 2) : een casestudie bij Udea/EkoPlaza
    Tromp, S. ; Staps, S. ; Gogh, J.B. van; Steverink, M. ; Broek, E.M.F. van den; Burgh, M. van der - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research nr. 1527) - 61
    biologische voedingsmiddelen - reststromen - voedselverspilling - duurzaamheid (sustainability) - voedselafval - afvalhergebruik - houding van consumenten - veevoeder - compostering - organic foods - residual streams - food wastage - sustainability - food wastes - waste utilization - consumer attitudes - fodder - composting
    Het terugdringen van voedselverliezen vormt een belangrijk thema in de verduurzaming van de voedselketen. Ook de biologische supermarkt Udea/EkoPlaza is continu op zoek naar nieuwe oplossingen voor de reststromen die ontstaan in zowel de EkoPlaza-winkels als in het distributiecentrum van Udea. De productgroep aardappelen, groente en fruit (AGF) kent bij Udea/EkoPlaza de grootste reststroom. In dit onderzoek zijn diverse mogelijkheden tot verwaarding van deze reststroom aan bod gekomen. Zo is de aankoopintentie onderzocht van consumenten ten aanzien van zogenaamde geüpcyclede producten. Dit zijn voedingsproducten die geproduceerd zijn op basis van reststromen. Er is onderzocht in hoeverre aansluiting kan worden gevonden bij lopende initiatieven omtrent de herbenutting van reststromen in diervoeder. Ook is de mogelijkheid onderzocht van de vergisting en/of compostering van reststromen.
    Efficiënter voeren en met voeding sturen op immuniteit
    Smits, M.A. ; Duinkerken, G. van; Marchal, J.L.M. ; Bruininx, E.M.A.M. - \ 2014
    V-focus 2014 (2014)special januari. - ISSN 1574-1575 - p. 25 - 27.
    duurzame veehouderij - veevoeding - diergezondheid - ingrediënten - immuniteit - dierlijke productie - veevoeder - duurzame ontwikkeling - sustainable animal husbandry - livestock feeding - animal health - ingredients - immunity - animal production - fodder - sustainable development
    Met voeding valt veel te sturen, zoals de gezondheid van het dier, groeisnelheid, melkgift en melksamenstelling en de efficiëntie waarmee nutriënten worden benut of via mest en urine worden uitgescheiden. Binnen Feed4Foodure wordt gebouwd aan kennis en nieuwe voedingsmodellen om beter te begrijpen welke effecten voeding heeft op het dier.
    Options for closing the phosphorus cycle in agriculture : assessment of options for Northwest Europe and the Netherlands
    Lesschen, J.P. ; Kolk, J.W.H. van der; Dijk, K.C. van; Willemse, J. - \ 2013
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 353) - 47
    veehouderij - dierhouderij - veevoeder - dierlijke meststoffen - fosfor - nutrientenbeheer - kringlopen - mestoverschotten - gesloten systemen - landbouwbeleid - regionaal landbouwbeleid - noordwest-europa - livestock farming - animal husbandry - fodder - animal manures - phosphorus - nutrient management - cycling - manure surpluses - closed systems - agricultural policy - regional agricultural policy - northwestern europe
    This study assessed which options are available for closing the feed-manure phosphorus cycle in agriculture and their contribution to the reduction of the P surplus and P use efficiency. This was assessed at a national scale for the Netherlands as well as a regional scale for Northwest Europe. No export of animal products, with as a consequence the reduction in livestock numbers, is most effective in reducing external P inputs. An effective option that is easier to implement is the reduction in P excretion through changes in the feed intake. For Nortwest Europe the combination of all five options can lead to a reduction of external P inputs of about 50%. For the Netherlands the combination of the options result in a reduction in external P inputs of 35% and a reduction of the manure export of 26%. The effectiveness of large scale manure treatment in the Netherlands is limited
    Proficiency test for dioxins and dioxin-like PCBs in fats
    Elbers, I.J.W. ; Traag, W.A. - \ 2013
    Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (RIKILT-report 2013.017) - 113
    diervoeding - veevoeder - plantaardige vetten - dioxinen - polychloorbifenylen - voederveiligheid - tests - verontreinigende stoffen - toxische stoffen - voersamenstelling - animal nutrition - fodder - plant fats - dioxins - polychlorinated biphenyls - feed safety - tests - pollutants - toxic substances - feed formulation
    The test provides an evaluation of the methods applied for quantification of dioxins and dioxin-like PCBs in fat by the laboratories. The proficiency test was organised according to ISO 17043. For this test, four samples were prepared: - sunflower oil spiked with dioxins and PCBs; - sunflower oil mixed with contaminated fish oil; - sunflower oil mixed with contaminated chicken fat and spiked with 2,3,7,8-PCDF; - sunflower oil mixed with contaminated chicken fat and spiked with non-dioxin like PCBs.
    Grond met gerelateerde voedselincidenten met dioxines en PCB's
    Hoogenboom, L.A.P. ; Traag, W.A. - \ 2013
    Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (Rapport / RIKILT, Institute of Food Safety 2013.012) - 33
    bodemverontreiniging - ecotoxicologie - dioxinen - polychloorbifenylen - veevoeder - voederveiligheid - verontreinigde grond - voedselveiligheid - inventarisaties - schapenhouderij - pluimveehouderij - hennen - soil pollution - ecotoxicology - dioxins - polychlorinated biphenyls - fodder - feed safety - contaminated soil - food safety - inventories - sheep farming - poultry farming - hens
    Dioxines en PCB's blijven de agenda van de contaminanten beheersen. Waar het in eerste instantie een probleem van vuilverbranding was, later traden voergerelateerde incidenten met andere bronnen op de voorgrond. Nu deze (voergerelateerde) bronnen onder controle zijn, lijkt het milieu een grotere rol te spelen als bron voor dioxines en PCB's. Anders dan bij voeders zijn er voor grond op agrarische bedrijven geen duidelijke normen, die moeten voorkómen dat dierlijke producten besmet raken. Het is duidelijk dat dieren, die grazen of scharrelen, een bepaalde hoeveelheid grond kunnen opnemen. Bij koeien wordt uitgegaan van 4% van de droge stof. Bij schapen, die het gehele jaar buiten zijn, zou dat nog wel hoger kunnen uitvallen. Dit rapport geeft een literatuuroverzicht van bekende onderzoeksresultaten.
    Toepassingsmogelijkheden voor natuur- en bermmaaisel : stand van zaken en voorstel voor een onderzoeksagenda
    Spijker, J.H. ; Bakker, R.R.C. ; Ehlert, P.A.I. ; Elbersen, H.W. ; Jong, J.J. de; Zwart, K.B. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2418)
    wegbeplantingen - onderhoud - natuurbeheer - grasmaaisel - wegbermen - biomassa - biomassa productie - veevoeder - bodemverbeteraars - bio-energie - biobased economy - biomassaconversie - roadside plantations - maintenance - nature management - grass clippings - roadsides - biomass - biomass production - fodder - soil conditioners - bioenergy - biobased economy - biomass conversion
    In dit rapport zijn de verschillende potentiële ketens van verwerking van natuur- en bermgras beschreven: achterlaten van maaisel, voer voor vee en grazers, bodemverbeteraar, thermische conversie, vergisting, bioraffinage en inzet als bed- of strooiselmateriaal. Van elke keten is een sterkte-zwakte analyse gemaakt. Op basis van deze analyses en van de uitkomsten van georganiseerde workshops met vertegenwoordigers van partijen uit de keten is het perspectief geschetst voor de verschillende ketens. Afgesloten wordt met een onderzoeksagenda voor de perspectiefrijke ketens van verwerking.
    Antibiotica in grond en water : via plant weer in mens en dier
    Verwer, C.M. ; Smolders, E.A.A. ; Vijver, L.P.L. van de; Eekeren, N.J.M. van; Hospers-Brands, A.J.T.M. ; Marel, A. van der - \ 2013
    V-focus 10 (2013)1. - ISSN 1574-1575 - p. 34 - 35.
    veevoeder - bijproducten - dierlijke meststoffen - antibioticumresiduen - antibioticaresistentie - risicoschatting - voedselketens - kennisniveau - dierenwelzijn - fodder - byproducts - animal manures - antibiotic residues - antibiotic resistance - risk assessment - food chains - knowledge level - animal welfare
    Residuen van antibiotica en resistente bacteriën zijn niet alleen rechtstreeks een risico voor mens en dier, maar kunnen ook via de grond en het oppervlaktewater in planten terechtkomen. Zo kunnen ze indirect ook een risico vormen voor mens en dier. Dit spoor in de voedselketen is in de discussie over het gebruik van antibiotica en de gevolgen hiervan tot nu toe onderbelicht. Bij het Louis Bolk Instituut is een project gestart, waarin de verschillende sporen van overdracht in de voedselketen in kaart gebracht worden en waarin nog aanwezige hiaten in de kennis opgespoord en mogelijk gedicht kunnen worden.
    Productie van fosfaatarme veevoedergrondstoffen : technische en economische evaluatie van zure extractie van fosfaat uit tarwegries
    Bon, J.J.C.F. van; Meesters, K.P.H. ; Krimpen, M.M. van - \ 2012
    Wageningen : FBR (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research 1291) - 45
    diervoeding - diervoedering - tarwe - fosfaat - veevoeder - voedergewassen - veehouderij - animal nutrition - animal feeding - wheat - phosphate - fodder - fodder crops - livestock farming
    De uitstoot van fosfaat door de Nederlandse veehouderij veroorzaakt milieuproblemen zoals overdadige algengroei in oppervlaktewater. De Europese Unie heeft richtlijnen opgesteld om deze problematiek terug te dringen. Om te voldoen aan deze richtlijn zal de uitstoot van fosfaat in Nederland aanzienlijk verlaagd moeten worden. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wil weten of deze verlaging bereikt kan worden via het voerspoor (door verlaging van het fosfaatgehalte van veevoedergrondstoffen). Met deze kennis kunnen ze de juiste beleidsmatregelen opstellen om te voldoen aan de fosfaatrichtlijn met minimale financiële schade voor de veehouderijsector.
    Gevolgen en perspectief van regionaal voercentrum voor de melkveehouderij = Implications and perspective of regional feed centre for the dairy sector
    Galama, P.J. ; Zom, R.L.G. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 636) - 32
    melkveehouderij - veevoeder - regionale centra - centralisatie - marketingkanalen - dairy farming - fodder - central places - centralization - marketing channels
    The implications of a regional feedcentre for environment, society and regional innovations are given. Perspective for coöperation between dairy and arable farmers for different regions in the Netherlands is shown.
    Effluentzuivering met eendenkroos = Effluent polishing with duck weed
    Hoving, I.E. ; Holshof, G. ; Timmerman, M. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 635) - 38
    lemnaceae - azollaceae - afvalwaterbehandeling - fosfor - stikstof - veevoeder - risicoschatting - haalbaarheidsstudies - gezondheid en milieu - gezondheidsgevaren - diergezondheid - biomassa productie - biobased economy - lemnaceae - azollaceae - waste water treatment - phosphorus - nitrogen - fodder - risk assessment - feasibility studies - environmental health - health hazards - animal health - biomass production - biobased economy
    Duckweed is usable for purifying waste water. At a protein content of 30% in dry matter it has perspective as feed. Fermenting and drying enlarges the usability. Besides duckweed is profitable for protein isolation at large scale production. Duckweed is not profitable for codigestion. Legislation and instructions requires guarantee of food safety. An extensive risk analysis and guarantying the production process are the most important conditions.
    Feed additives : annual report 2011 of the National Reference Laboratory
    Driessen, J.J.M. ; Beek, W.M.J. ; Jong, J. de - \ 2012
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (Report / RIKILT Wageningen UR 2012.006) - 15
    diervoeding - veevoeder - voedertoevoegingen - jaarverslagen - animal nutrition - fodder - feed additives - annual reports
    This report describes the activities employed by RIKILT regarding the functions as: - the National Reference Laboratory (NRL) for feed additives; - advice regarding temporary use exemptions, other advice and support of EL&I. This report also presents the activities by the NRL to keep up expertise on the analysis of feed additives like participation in proficiency tests and presenting (posters, abstracts, publications)analytical research.
    Animal proteins in feed : IAG ring rest 2011
    Raamsdonk, L.W.D. van; Pinckaers, V.G.Z. ; Vliege, J.J.M. ; Ruth, S.M. van - \ 2011
    Wageningen : RIKILT (Report / RIKILT 2011.015) - 38
    veevoeder - dierlijke eiwitten - voersamenstelling - voederkwaliteit - goede laboratoriumpraktijk - tests - nauwkeurigheid - fodder - animal proteins - feed formulation - forage quality - good laboratory practices - tests - accuracy
    The International Association for Feeding stuff Analysis, section Feeding stuff Microscopy, organises annually a ring test for animal proteins for all their members. In this report the ring test for animal proteins is presented, which was organised by RIKILT in 2011 on behalf of the IAG section Feeding stuff Microscopy. A contamination level below 0.1%, i.e. 0.05% of animal proteins from terrestrial animals is also part of this ring test. The derogation to use fish meal for weaning ruminants, and the desire for further relaxation of the extended feed ban gave rise to inclusion of a contaminated fish meal, and a feel adulterated with feather meal. The main purpose of the ring test is to monitor the performance of the participating laboratories. The main part of this report presents and discusses the results in terms of sensitivity and specificity scores.
    Trend analysis of copper and zinc in animal feed
    Adamse, P. ; Egmond, H.J. van; Polanen, A. van; Bikker, P. ; Jong, J. de - \ 2011
    Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (Report / RIKILT 2011.012)
    veevoeder - voersamenstelling - sporenelementen - koper - zink - chemische analyse - classificatie - fodder - feed formulation - trace elements - copper - zinc - chemical analysis - classification
    The EC has introduced maximum inclusion levels of copper and zinc salts in animal diets from 1970 onwards and reduced these levels in recent years. In this report historical values are used to give insight into trends in levels of copper and zinc in compound feeds for animals in the Netherlands. The results of these analyses will enable the nVWA (Dutch Food and Consumer Product Safety Authority) to develop a more risk-directed sampling strategy in the National Feed Monitoring program. Over 2000 feed samples are analysed for this report. The data for this analysis are from the period between 2001 and 2009. The copper and zinc data-set contains mostly feeds for piglets, (older) pigs, sheep and to a lesser extent bovine and other species.
    Stikstofverteerbaarheid in voeders voor landbouwhuisdieren : berekeningen voor de TAN-excretie
    Bikker, P. ; Krimpen, M.M. van; Remmelink, G.J. - \ 2011
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 224) - 62
    diervoedering - veevoeder - voer - verteerbaarheid - eiwitmetabolisme - stikstof - excretie - ammoniakemissie - dierhouderij - inventarisaties - animal feeding - fodder - feeds - digestibility - protein metabolism - nitrogen - excretion - ammonia emission - animal husbandry - inventories
    De ammoniakemissie vanuit de veehouderij wordt momenteel berekend op basis van de excretie van ruw eiwit (stikstof) in de mest, zonder onderscheid te maken tussen stikstof in feces en urine. Met behulp van de TAN-excretie (totaal ammoniakaal stikstof) kan een betere inschatting gemaakt worden van de emissie omdat hierbij rekening gehouden wordt met de verdeling van uitgescheiden stikstof (N) over de urine en feces. De TAN-excretie wordt berekend uit de opname aan verteerbaar ruw eiwit (VRE) en de retentie van eiwit in dierlijk product. De VRE wordt bepaald uit het ruw eiwit (RE)-gehalte van het voer en de fecale verteerbaarheid van het RE (VC-RE). Op dit moment zijn geen gegevens over de fecale eiwitverteerbaarheid van in de praktijk gebruikte voeders beschikbaar. Daarom is in deze studie met behulp van lineaire programmering en gepubliceerde en in de praktijk gebruikte randvoorwaarden van diervoeders en prijzen van grondstoffen, de gemiddelde fecale vertering van eiwit berekend voor de gehanteerde diercategorieën van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.