Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 66

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Buitendijks recreëren ter hoogte van St. Pieterspolder, gemeente Reimerswaal
    Ysebaert, Tom ; Wijsman, Jeroen - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C033/17) - 23
    recreatie - watervogels - dijken - eenden - verstoring - natura 2000 - rijwielpaden - oosterschelde - recreation - waterfowl - dykes - ducks - disturbance - natura 2000 - cycleways - eastern scheldt
    Het buitendijkse dijktracé langsheen de Sint Pieterspolder en Nieuw Olzendepolder heeft een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats voor een aantal soorten steltlopers en eendachtigen. Met name Scholekster, Wulp, Tureluur, en in mindere mate Steenloper gebruiken de buitendijkse zijde van de zeedijk langs de Nieuw Olzendepolder en de St. Pieterspolder als hoogwatervluchtplaats. Ook Rotganzen en eenden als Wilde Eend, Pijlstaart en Smient gebruiken de dijk als hoogwatervluchtplaats. De grootste aantallen komen voor in de doortrekperiodes en de winter. In de periode april tot en met augustus zijn de aantallen in het gebied laag. De schelpen- en puinstrandjes langs het dijktracé vormen een potentieel geschikt habitat voor kustbroedvogels als de Bontbekplevier. Buitendijks recreëren langs dit dijktracé leidt tot verstoring van de vogels die hier tijdens hoog water verblijven (overtijen). Dit is duidelijk vastgesteld tijdens de veldbezoeken. Het zondermeer jaarrond openstellen van dit dijktracé voor fietsers is daarom niet aan te bevelen. Wel is een ruimtelijke en temporele zonering mogelijk, welke kan leiden tot een optimalere benutting van dit dijktracé, met versterking van de natuurwaarde en de recreatie. Dit houdt in dat bepaalde trajecten volledig ontoegankelijk worden gemaakt (voor alle vormen van recreatie), en bepaalde trajecten alleen toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars en fietsers gedurende de zomerperiode.
    Food from the Sulawesi Sea, the need for integrated sea use planning
    Siahainenia, Audrie J. - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; Johan Verreth, co-promotor(en): Fred de Boer. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462578869 - 180
    mangroves - mangrove forests - fishes - habitats - marine areas - marine environment - fish stocks - environmental management - ecological disturbance - disturbance - sulawesi - mangroves - mangrovebossen - vissen - habitats - mariene gebieden - marien milieu - visstand - milieubeheer - ecologische verstoring - verstoring - celebes

    Mangroves occur in the tropics and subtropics region and an important coastal habitat for the artisanal fisheries along the coast of Indonesia. Around 19% of the total mangrove area in the world is located in Indonesia. Besides providing a barrier against coastal/Delta erosion, mangrove forest plays a significant role as a nursery area for most of the marine communities. Unluckily, 57% of the ±3.2 million ha of the mangroves in Indonesia is currently in degraded, mostly because of human activities (anthropogenic disturbance). The primary sources of anthropogenic disturbances to mangroves are increasing population growth rate and demand for seafood products as an essential protein, especially the wild shrimp, in the world market. These resulted in land-use conversion along estuarine areas not only for settlements and plantations but also for aquaculture ponds. The lack of awareness and understanding of the value and function of mangrove ecosystems contributed to the loss and damage the mangroves area.

    Therefore, my research and field experiment aimed to quantify the effects of human disturbance on mangroves associated trophic cascades in Indonesia estuarine areas. The study was performed in the Berau District, East Kalimantan, Indonesia between 2005 and 2010. Data of mangrove extent from 1990 in the Berau Delta was used as base data with low human disturbance. We also interviewed the artisanal fishermen about their catches, origins, and fishing locations, in relation to the total catch per unit effort (CpUE).

    The results had shown that the total mangroves area in the Berau Delta decreased by 54% between the 1990 and 2009, which led to fragmentation and alteration in the structural complexity of mangroves. The field experiment conducted at three locations with different levels of human disturbances revealed that the species richness was decreased with increased the level of human interference and the marine community tended to be dominated by only a few species. In the highly disturbed areas, the catch of small-scale fishermen tended to be lower. Furthermore, the result from a spatial statistical model indicated that the disturbance of mangrove habitats was influenced the distribution pattern of shrimp. The total CpUE of small-scale fishery in the study area was relatively small, and the area was probably not overexploited.

    As a conclusion, mangroves habitat in the Berau Delta played a significant role in sustaining coastal fisheries. This important ecosystem supports a primary source of marine protein. Mangrove forests can only guarantee these marine resources if the people consciously maintain its viability through a strong management policy.

    Veldrapportage vogelwaarnemingen bij drone-opnamen Koehoal-Westhoek
    Baptist, M.J. - \ 2015
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES ) - 14
    vogels - drones - karteringen - inventarisaties - observatie - verstoring - waddenzee - birds - drones - surveys - inventories - observation - disturbance - wadden sea
    Op 19 augustus 2015 zijn vogelwaarnemingen verricht tijdens de inzet van een drone boven Natura2000 gebied Waddenzee. De drone werd ingezet voor het maken van orthogonale luchtfoto’s waarmee door middel van fotogrammetrie een digitaal terreinmodel gemaakt kan worden. Uit de in dit rapport gepresenteerde gegevens van drone-opnamen boven Natura2000-gebied Waddenzee is niet gebleken dat er verstoring van vogels is opgetreden. Echter, er kan niet worden uitgesloten dat geen enkele vogel zich verstoord voelde door de aanwezigheid van de drone. In termen van instandhoudingsdoelstellingen voor de Waddenzee kan wel worden uitgesloten dat er significante effecten op de populatie-omvang van beschermde vogels is opgetreden.
    Forensic forest ecology : unraveling the stand history of tropical forests
    Vlam, M. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Frits Mohren, co-promotor(en): Pieter Zuidema; P.J. Baker. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739421 - 208
    bosecologie - tropische bossen - geschiedenis - opstandsontwikkeling - bosopstanden - bosdynamiek - klimaatverandering - verstoring - forest ecology - tropical forests - history - stand development - forest stands - forest dynamics - climatic change - disturbance

    Tropical forests are occasionally hit by intense disturbances like hurricanes or droughts that kill many trees. We found evidence for such intense disturbances in a tree-ring study on tropical forests in Bolivia, Cameroon and Thailand. To reconstruct past disturbances we applied ‘forensic forest ecology’, a combined analysis of age distributions and spatial distributions of trees. The study shows that all three forests carry a legacy of past disturbances. The process of recovery after past disturbance may explain recently reported increases in tree growth and forest biomass from long-term forest monitoring plots. This finding is in contradiction with the dominant paradigm that increases in forest biomass are the result of enhanced photosynthesis due to rising CO2 concentrations in the atmosphere. A more dominant role for past disturbances means that the compensating effect of tropical forests in global warming may be smaller than previously thought.

    African wildlife and people : finding solutions where equilibrium models fail
    Poshiwa, X. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; Ekko van Ierland, co-promotor(en): Ignas Heitkonig; Rolf Groeneveld. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461737618 - 173
    wild - extensieve weiden - evenwicht - droogte - mensen - herbivoren - vee - verstoring - ecologische verstoring - zimbabwe - afrika - wildlife - rangelands - equilibrium - drought - people - herbivores - livestock - disturbance - ecological disturbance - zimbabwe - africa

    Grazing systems, covering about half of the terrestrial surface, tend to be either equilibrial or non-equilibrial in nature, largely depending on the environmental stochasticity.The equilibrium model perspective stresses the importance of biotic feedbacks between herbivores and their resource, while the non-equilibrium model perspective stresses stochastic abiotic factors as the primary drivers of vegetation and herbivore dynamics.In semi-arid and arid tropical systems, environmental stochasticity is rather high, making the systems essentially non-equilibrial in nature, suggesting that feedback between livestock and vegetation is absent or at least severely attenuated for much of the time. In southern Africa, range and livestock management however, has been built around the concept of range condition class and the practices of determining carrying capacities and manipulating livestock numbers and grazing seasons to influence range condition. This management approach is derived from the equilibrium or climax concept of Clementsian succession. The erratic and variable rainfall in many pastoral areas of Africa poses a fundamental challenge to this conventional notion of carrying capacity in range management. This realization has caused a shift towards models that embrace non-equilibrium dynamics in ecosystems. The main concern is that application of the range model may contribute to mismanagement and degradation of some rangeland ecosystems. However, only a few studies in rangelands have empirically tested the non-equilibrium hypothesis leading to the debate on rangeland dynamics remaining unresolved.

    Across the savannas of Africa, grasslands are being changed into cultivation due to increasing human population, at the expense of decreasing wildlife populations. African savannas however, still contain pockets of wilderness surviving as protected areas, but even there, species richness of large mammals is decreasing. The inevitable result is the loss of most of the wild plants and animals that occupy these natural habitats, at the same time threatening the well-being of the inhabitants of these savannas. Hence, to facilitate the management of arid and semi-arid savannas for both biological conservation and sustainable use (improving human welfare) an improved understanding of the complex dynamics of these savannas is critical. Furthermore, it is widely recognized that a high level of uncertainty typifies the lives of rural farmers in developing countries.Non-equilibrium dynamics bring additional uncertainty and risk to the system.However, attempts to understand efficient and sustainable ways to improve biodiversity and human welfare in systems showing non-equilibrium dynamics have been rare.The behaviour of non-equilibrium systems is characterised as more dynamic and less predictable than equilibrium systems. Therefore, non-equilibrium dynamics in dryland ecosystems present a different kind of management problem for both livestock and wildlife systems since their management has been dictated by the equilibrium assumption. Additionally, loss of biodiversity is regarded today as one of the great unsolved environmental problems.Faced with this biodiversity crisis, the challenge is to find ways to respond in a flexible way to deal with uncertainty and surprises brought about by non-equilibrium dynamics.

    In this thesis I use a bioeconomic approach in analyzing the implications of non-equilibrium dynamics for the efficient and sustainable management of wildlife and livestock in dryland grazing systems. The study area for this thesis is southeastern lowveld of Zimbabwe.

    In chapter 2, I investigate the role of abiotic and biotic factors in determining plant species composition. While early studies emphasized the importance of edaphic and environmental controls on plant species distribution and spatial variation in vegetation composition, recent studies have documented the importance of both natural and anthropogenic disturbances in this respect. At a regional scale vegetation structure (i.e., grass/tree ratio) and species composition in savannas is largely determined by precipitation, whereas at the nested landscape-scale vegetation structure and composition is more prominently determined by geologic substrate, topography, fire and herbivory. Chapter 2, shows that at the landscape scale, abiotic variables such as rainfall and soil fertility override the effect of humans and livestock on the herbaceous and the woody plant composition.

    Then, in Chapter 3, I ask the question whether there is something like non-equilibrium and what are the impacts of such dynamics on cattle herd dynamics? I studied the relevance of non-equilibrium theory to my study area by testing whether annual changes in cattle numbers showed the presence of crashes and if so, what were the factors best explaining those crashes and what age and sex classes of cattle were most vulnerable to such crashes? Chapter 3 showed that crashes in annual cattle numbers were evident and were best explained by rainfall and NDVI and their lags. Immigration i.e., movement in of animals was also an important factor in years when rainfall was below the threshold and so it was a possible source of cattle recovery after a crash together with high calving rates. In years when rainfall was above the rainfall threshold, NDVI explained more variation in annual changes of livestock. The impacts of crashes were greater on calves than other cattle age categories thus explaining why there are legacy effects (lags) in cattle numbers that can only partly be offset by cattle purchases from elsewhere because of poverty or lack of surplus stock elsewhere. These findings make the southeastern lowveld system to be dominated by non-equilibrium dynamics.

    The welfare of local people is the issue that I focused on in my economic section of this thesis (Chapters 4 and 5). I addressed the question of how risks of fluctuations in household income can be managed in order to improve human welfare. The expectation was that in systems exhibiting non-equilibrium dynamics people can improve their welfare by exploiting a combination of wildlife and agricultural activities (livestock and cropping) in their attempts to reduce fluctuations in their annual welfare. This would be possible if the risks in wildlife and agro-pastoral systems were sufficiently different. Exploiting different sources of income requires efficient allocation of resources. The most prominent resource is land and land varies spatially in quality and ecological resources require spatial connectivity. Therefore the spatial dimension is important in this allocation.

    In Chapter 4 I asked the question: To what extent can wildlife income buffer rural households’ incomes against fluctuations in rainfall? I studied the extent to which wildlife derived income can buffer local households’ income against fluctuations due to rainfall. The addition of wildlife as an asset for rural farmers’ portfolio of assets showed that wildlife can be used as a hedge asset to offset risk from agricultural production without compromising on return. However, the power of diversification using wildlife is limited because revenues from agriculture and wildlife assets were positively correlated. However, the correlation was very weak (only 0.4 and the explained variance thus only be 16 %) which gives ample scope for buffering. Therefore, revenues from wildlife have potential to reduce household income fluctuations due to drought, but only to a limited extent.

    In Chapter 5 the question was: From a theoretical perspective, can wildlife income have an insurance value to local people? I used a modelling approach to study the extent to which wildlife income offers an insurance value to local people against fluctuating annual rainfall. Findings did not support the common assertion that wildlife can offer insurance to local people against income fluctuations due to rainfall fluctuations. The failure by wildlife income to offer insurance value to local people could be explained by high costs of harvesting the wildlife resource and high densities of both human and livestock populations in southeastern lowveld.As corollary I draw the conclusion that wildlife cannot pay its way in these rangelands as long as there are high densities of people as shown in Chapter 5. Definitely wildlife income becomes insufficient if long-term sustainability of wildlife resources is considered.

    Chapter 6, finally synthesizes the conclusions that can be drawn from the preceding chapters and puts the issues addressed in a broader context. In summary, this thesis shows evidence of non-equilibrium dynamics in semi-arid grazing systems. Furthermore, the small contribution of wildlife income to local people’s welfare goes to show the widely shared view that financial rewards generated through integrated conservation and development programmes such as CAMPFIRE have generally been seen as insufficient. This led me to suggest that if we have a moral or ethical obligation to protect wildlife species, then an important way for people to meet their aspirations economically was suggested by Malthus.

    Duurzaam ruimtegebrek Oosterschelde : toepassing van PARENA (Praktisch Aanpak REcreatie en NAtuur) voor een duurzame combinatie van natuur, recreatie en schelpdiervisserij
    Henkens, R.J.H.G. ; Wijsman, J.W.M. ; Goossen, C.M. ; Jochem, R. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2284) - 46
    natuur - waterrecreatie - schaal- en schelpdierenvisserij - gebruik van ruimte - verstoring - natura 2000 - belangengroepen - oosterschelde - nature - water recreation - shellfish fisheries - space utilization - disturbance - natura 2000 - interest groups - eastern scheldt
    De Oosterschelde is aangewezen als Natura 2000-gebied en is onderdeel van de EHS. Naast de functie voor natuur is het gebied van groot belang voor de recreatie en (schelpdier)visserij. De uitdaging ligt erin om de verschillende functies op een duurzame wijze te combineren. Het gaat daarbij niet alleen om het oplossen van ecologische knelpunten, maar ook om het genereren van ruimtelijke ontwikkelingskansen voor recreatie en visserij, daar waar het ecologisch kan. Dit is een complex vraagstuk, niet in de laatste plaats vanwege de vele verschillende belangengroepen. Specifiek voor deze problematiek is de Praktische Aanpak Recreatie en Natuur (PARENA) ontwikkeld en toegepast. De kracht van PARENA ligt vooral in de functie als communicatietool, die de verschillende belangengroepen nader tot elkaar kan brengen
    Risicobeheer in het gemeenschappelijk landbouwbeleid : invulling 'vangnet' na 2013
    Meulen, H.A.B. van der; Asseldonk, M.A.P.M. van; Meer, R.W. van der - \ 2010
    Den Haag : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI : Onderzoeksveld Sector & ondernemerschap ) - ISBN 9789086154906 - 73
    gemeenschappelijk landbouwbeleid - liberalisering van de handel - ondersteunende maatregelen - internationale handel - risicobeheersing - verstoring - markten - nederland - cap - trade liberalization - support measures - international trade - risk management - disturbance - markets - netherlands
    In het gemeenschappelijk EU-landbouwbeleid (GLB) is sprake van verregaande liberalisering van de landbouwmarkten. Ook binnen het nieuwe GLB is er plaats voor een vangnet dat een bodem in de markt biedt in situaties wanneer de markt ernstig verstoord wordt. Onderzocht is welke publieke en private instrumenten geschikt zijn om invulling te geven aan een vangnet na 1013.
    Verstorings- en Verslechteringstoets Zwitserleven Ronde om Texel (Zwitserleven Zeilweek)
    Baptist, M.J. - \ 2010
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C156/10) - 53
    waddenzee - natura 2000 - zeilen - wedstrijden - milieueffect - milieueffectrapportage - verstoring - achteruitgang (deterioration) - wadden sea - natura 2000 - sailing - competitions - environmental impact - environmental impact reporting - disturbance - deterioration
    De Zwitserleven Ronde om Texel is ’s werelds grootste catamaran race. Het evenemententerrein ligt in meerdere Natura 2000 gebieden en aangetoond zal moeten worden dat het evenement geen significante gevolgen heeft voor de natuur‐ en instandhoudingdoelen voor deze gebieden. De organisatie en de deelnemende teams doen er alles aan om de milieubelasting tot een minimum te beperken. Deze verstoring‐ en verslechteringtoets behelst de SBZ Waddenzee, de SBZ Noordzeekustzone en de SBZ Duinen en Lage land van Texel.
    Effecten van helicoptervluchten op geringe hoogte boven de Friese kust en Terschelling
    Smit, C.J. ; Bemmelen, R.S.A. van; Jong, M.L. de - \ 2010
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C129/10) - 56
    helikopters - ecologische verstoring - achteruitgang (deterioration) - milieueffect - milieueffectrapportage - noordzee - verstoring - waddenzee - nederlandse waddeneilanden - helicopters - ecological disturbance - deterioration - environmental impact - environmental impact reporting - north sea - disturbance - wadden sea - dutch wadden islands
    Ten behoeve van het Europese Interreg-project CLIWAT is door Vitens gevraagd om een Verstoring- en Verslechteringstoets op te stellen van de effecten van helikoptervluchten langs de randen van de Waddenzee. Het doel van de vluchten was inzicht te verkrijgen in de effecten van klimaatverandering en zeespiegelrijzing op het evenwicht tussen zoet en zout grondwater in gebieden grenzend aan de Noordzee. IMARES heeft in mei 2009, op basis van een door Vitens gegeven beschrijving van de voorgenomen activiteiten, een Verstorings- en Verslechteringstoets opgesteld waarin de voorspelde effecten van helikoptervluchten zijn beschreven en waarin een opsomming wordt gegeven van de ter plaatse aanwezige te beschermen natuurwaarden, één en ander op basis van de kracht zijnde Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000 gebieden Noordzeekustzone, Duinen van Terschelling en Waddenzee.
    De ontwikkeling van een niet beviste sublitorale mosselbank
    Dankers, N.M.J.A. ; Jansen, J.M. ; Jong, M.L. de; Kersting, K. ; Couperus, A.S. ; Hoppe, M. van; Brink, A.M. van den; Smit, C.J. ; Cervencl, A. ; Brinkman, A.G. - \ 2010
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C114/10) - 64
    mossels - biodiversiteit - beweging in de bodem - visserij-ecologie - bodembiodiversiteit - bodemecologie - verstoring - bodemmonitoring - biologische monitoring - mussels - biodiversity - movement in soil - fisheries ecology - soil biodiversity - soil ecology - disturbance - soil monitoring - biomonitoring
    Het doel van het hier gepresenteerde onderzoek is om door middel van meerjarige monitoring in voor- en najaar inzicht te krijgen in de ontwikkeling van ongestoorde sublitorale mosselbanken en de daarmee geassocieerde biodiversiteit. Voor elk van de gesloten gebieden gelden de volgende vragen: 1. Hoe is de ontwikkeling van de mosselbank wanneer er geen bodemberoerende activiteiten plaatsvinden? Kijk hiervoor naar parameters als areaal, biomassa ontwikkeling, leeftijdsklassen van mosselen en aanwas als gevolg van nieuwe broedval 2. Hoe is de ontwikkeling van de geassocieerde biodiversiteit (flora en fauna). 3. Ontwikkelt zich na sluiting voor mosselzaad- en garnalenvisserij ook andere benthos dan tot dusver op mosselvoorkomens in de Waddenzee wordt aangetroffen.
    Update effectenindicator 2009
    Broekmeyer, M.E.A. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1976) - 33
    milieueffect - effecten - indicatoren - nederland - natura 2000 - habitatrichtlijn - verstoring - environmental impact - effects - indicators - netherlands - natura 2000 - habitats directive - disturbance
    In 2009 vond een inhoudelijke update plaats van de effectenindicator voor Habitatrichtlijnsoorten (38 stuks) en Vogelrichtlijnsoorten (97 stuks). Elf HR-soortexperts herzagen de inschatting gevoeligheid voor storende factoren en onderbouwden dit waar mogelijk met referenties. Eén expert herzag de gevoeligheid voor vogels. De resultaten zijn te vinden op de vernieuwde website van LNV, zie http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ Geadviseerd wordt om een deskundigengroep in te stellen, die zich structureel buigt over de storende factoren en wijze van inschatting gevoeligheid. Een 3-jaarlijkse update vanuit deze deskundigengroep voor het onderdeel HR-soorten, VR-soorten en HR-habitattypen zal bijdragen aan kwaliteit en gebruiksgemak van de effectenindicator.
    Effecten van clustering van vliegbewegingen van civiele helikopsters in de omgeving van Den Helder Airport
    Smit, C.J. - \ 2009
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C124/09) - 49
    helikopters - milieueffect - luchttransport - vogels - natuurbescherming - richtlijnen (directives) - habitats - noordzee - verstoring - waddenzee - noord-holland - helicopters - environmental impact - air transport - birds - nature conservation - directives - habitats - north sea - disturbance - wadden sea - noord-holland
    Den Helder Airport streeft naar een uitbreiding van het aantal vliegbewegingen van "groot verkeer" van 22.000 naar 25.000 per jaar. Een dergelijke verruiming kan tot gevolg hebben dat op bepaalde tijden van de dag, met name in de vroege ochtenduren, een sterke clustering van vliegbewegingen optreedt. Deze situatie (veel vliegbewegingen in korte tijd) is in vorige Alterra Texel onderzoeken onvoldoende onderzocht. Reden om in het voorjaar 2008 nieuw onderzoek op te starten naar de verstorende effecten van het vliegverkeer op de vogelstand. De reacties van de vogels op de vliegbewegingen was in alle gevallen zeer licht van aard. Het feit dat de waargenomen verstoringspercentages vrij sterk overeenkomen met die welke in 2006 werden vastgesteld, is opmerkelijk
    Ecologische veerkracht. Concept voor natuurbeheer en natuurbeleid
    Kramer, K. ; Geijzendorffer, I.R. - \ 2009
    Zeist : KNNV uitgeverij - ISBN 9789050113144 - 96
    ecosystemen - adaptatie - dynamica - ecologisch evenwicht - levenscyclus - kenmerken - natuurbescherming - verstoring - veerkracht van de natuur - ecosystems - adaptation - dynamics - ecological balance - life cycle - traits - nature conservation - disturbance - resilience of nature
    Het Nederlandse natuurbeleid staat voor een grote, nieuwe uitdaging. Bedreigingen als versnippering en stikstofdepositie zijn al moeilijk te keren, nu komt er ook nog de klimaatverandering bij. Klimaatverandering is niet met lokale maatregelen te keren zet het systeem van natuurdoeltypen en doelsoorten onder druk. Koen Kramer en Ilse Geijzendorffer pleiten voor natuurbeleid gebaseerd op ecologische veerkracht.
    Quick-scan vertoring fauna door laagvliegen
    Grift, E.A. van der; Foppen, R. ; Loos, W.B. ; Molenaar, J.G. de; Oomen, D. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Sierdsema, H. ; Wegman, R.M.A. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1725) - 134
    vogels - zoogdieren - luchtvaartuig - helikopters - ecologische verstoring - milieueffect - natuurbescherming - nederland - verstoring - militaire activiteiten - ecologische hoofdstructuur - birds - mammals - aircraft - helicopters - ecological disturbance - environmental impact - nature conservation - netherlands - disturbance - military activities - ecological network
    De effecten van militair laagvliegen (in de daarvoor aangewezen laagvlieggebieden) op vogels en zoogdieren. Het betreft hierbij zowel helikopters als straaljagers. De gebieden betreft zowel de Ecologische Hoofdstructuur als Natura 2000 gebieden. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met SOVON
    Impacts of natural disturbances on the development of European forest resources: application of model approaches from tree and stand levels to large-scale scenarios
    Schelhaas, M.J. - \ 2008
    University of Eastern Finland. Promotor(en): T. Pukkala; Gert-Jan Nabuurs. - Wageningen : Alterra - ISBN 9789516512009 - 168
    bosschade - windschade - bosplagen - ips typographus - bossen - klimaatverandering - europa - simulatiemodellen - verstoring - forest damage - wind damage - forest pests - ips typographus - forests - climatic change - europe - simulation models - disturbance
    Natural disturbances can significantly affect the sustainable production of forest services. Until now there has been no concise overview of the damage such disturbances have caused to European forests, and their role in projection models has often been ignored. This dissertation aims to contribute in filling those gaps. A literature review in Paper I revealed that from 1950 to 2000 the annual average timber volume damaged by disturbances was 35 million m3: 53% by storms, 16% by fire, 8% by bark beetles and 8% by other biotic factors. A natural disturbance module was added to a large-scale scenario model, which was then applied to Switzerland and Austria. To study how silvicultural regimes affect the wind damage risk, a wind damage module was added to an individual-based forest simulator. The explicit inclusion of shelter and support from neighbouring trees enabled both individual tree and whole stand stability to be simulated in detail. It is concluded that the inclusion of disturbances in projection models of different scales offers great possibilities for exploring alternative scenarios and associated risks, for example for adapting to expected future climate change.
    Zeezoogdieren in de Eems, cumulatieve effecten van de activiteiten rond de ontwikkeling van de Eemshaven
    Brasseur, S.M.J.M. - \ 2007
    Texel : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C107/07) - 44
    zeezoogdieren - phoca vitulina - halichoerus grypus - phocoena - dierecologie - habitats - havens - ecologische verstoring - populatiedynamica - nederland - verstoring - eems-dollard - groningen - marine mammals - phoca vitulina - halichoerus grypus - phocoena - animal ecology - habitats - harbours - ecological disturbance - population dynamics - netherlands - disturbance - eems-dollard - groningen
    Groningen Seaports heeft de ambitie om de Eemshaven te ontwikkelen tot een belangrijk duurzaam energiecentrum "Energy Park". Concreet betekent dat nieuwe energiecentrales (naast de bestaande van Electrabel) voor NUON en een voor RWE. Daarnaast de boeuw van een LNG terminal door Essent. Bovendien wordt de vaargeul naar de Noordzee verruimd en verdiept. In dit rapport wordt uiteengezet in hoeverre de cumulatie van deze activiteiten de zeezoogdieren in dit gebied beïnvloedt. Het betreft de voorkomende soorten: gewone zeehond, grijze zeehond en bruinvissen
    Parameter sensitivity of climate models and climate driven ecological systems
    Moolenaar, H.E. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Grasman, co-promotor(en): F.M. Selten. - [S.l. ] : S.n. - ISBN 9789085044529 - 133
    klimatologie - klimaat - ecologie - wiskundige modellen - betrouwbaarheid - gevoeligheid - verstoring - climatology - climate - ecology - mathematical models - reliability - sensitivity - disturbance
    Uncertainty in the outcome of numerical models of physical and biological processes, such as the climate and ecological systems, is widely recognized. One contributing factor is uncertainty in model parameters. Because of this uncertainty, a range of model outcomes is usually given. This might obstruct policy making for topics such as the reduction of climate change and nature conservation management. Part of the estimation of uncertainty is a parameter sensitivity analysis. It is important to verify how small changes in parameters can affect the model outcome. Especially extreme deviations are of interest to gain an understanding of the variability of the result. We therefore need to identify the parameter perturbations the model is most sensitive to. 

    Since the atmospheric circulation behaves as a chaotic system quantities that characterise the climate have to be computed froman integrationover a large time interval. Perturbing a large set of parameters to analyse the variability of the outcome would require an enormous computing time. It would therefore be advantageous to select effective parameters a priori. In this thesis a method is described that selects these parameters in an efficient way. The short term behaviour of a nonlinear model is used to select parameter perturbations that are likely to cause a large change in the dynamics of the long term behaviour of the model. A short section of a reference orbit is calculated. Next the error growth from the parameter perturbation can be computed with the use of tangent linear equations. The adjoint of the model acts as a backward integration and can then be used to calculate the parameter perturbation that causes the largest error growth over this interval. This perturbation vector is more likely to be also an effective parameter perturbation for a long time integration simulating the climate than a randomly chosen one. More precisely, it turns out that not exactly at a point of the chaotic attractor with a large error growth but just a moment later when this growth has fallen back has to be selected. These points are found by analysing a succession of many short time intervals over each of which the tangent linear approximation holds.

    We apply this adjoint method to two climate models; the Lorenz 63 model and the atmospheric T21QG model, and a climate driven metapopulation model; the Rosenzweig-McArthur model coupled to the Lorenz 84 model. The success rate of drawing a parameter perturbation causing a large change should for the adjoint method be considerably higher than for a random search method. Climate change is defined in terms of changes in the occurrence and strength of different preferred atmospheric circulation patterns. In the contextof metapopulationmodels and conservation management, the goal is to find perturbations in the biological parameters that lower the risk of extinction of herbivore subpopulations. 

    It is found that in the simple models, where only 5 parameters are varied (Lorenz 63 and the Rosenzweig-McArthur model forced by Lorenz 84), the adjoint method has a significantly higher success rate in drawing effective parameter perturbations than a random search method does. In the more complex T21QG model drawing an effective parameter perturbation appears to be a much more strenuous task due to the large number of 1449 parameters that are varied. However, although hampered by this large parameter set and the required long time integrationof thissystem with many degrees of freedom, the adjoint method comes much closer to selecting the parameter perturbation causing the largest climate change than the random method
    Verrommeling in Nederland
    Veeneklaas, F.R. ; Donders, J.L.M. ; Salverda, I.E. - \ 2006
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 6) - 90
    landschap - plattelandsontwikkeling - perceptie - landgebruiksplanning - taxatie - nederland - landgebruik - verstoring - omgevingspsychologie - land use - landscape - rural development - perception - land use planning - valuation - netherlands - disturbance - environmental psychology
    In dit rapport wordt een begripsdefinitie en een operationele definitie gegeven van `verrommeling¿. In de 72 1 x 1 km grids, die ook in de Steekproef Landschap worden gebruikt, is een oordeel gegeven aan de mate van verrommeling. Dit is gerelateerd aan het vóórkomen van storende elementen, de uitstraling ervan en aan landschapskenmerken zoals de afwisseling in gebruiksfuncties. Driekwart van de variantie in verrommelingsscore blijkt uit deze bepalende factoren te kunnen worden verklaard. Trefwoorden: Verrommeling, Landschap, Beleving, Storende elementen, Afwisseling, Steekproef Landschap
    Effect van recreatie op broedvogels op landelijk niveau; ontwikkeling van het recreatiemodel FORVISITS 2.0 en koppeling met LARCH 4.1
    Henkens, R.J.H.G. ; Vries, S. de; Jochem, R. ; Pouwels, R. ; Reijnen, M.J.S.M. - \ 2005
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 4) - 71
    recreatie - broedvogels - modellen - ecologie - effecten - milieueffect - nederland - verstoring - recreation - breeding birds - models - ecology - effects - environmental impact - netherlands - disturbance
    Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft voor haar Natuurverkenningen en Natuurbalansen behoefte aan een instrument om de effecten van recreatie op de natuur te voorspellen. Met een koppeling tussen het recreatiemodel FORVISITS 2.0, die de bezoekersstroom naar natuurgebieden kwantificeert, en het ecologische model LARCH 4.1, kan worden verkend wat het effect is van recreatie op netwerkpopulatieniveau voor broedvogels. De ontwikkeling van FORVISITS 2.0 stond centraal en er zijn parameters ingevoerd over (1) vervoerswijzen per auto, fiets en te voet; (2) recreatie vanuit huis en verblijfsrecreatieve centra; (3) recreatiegedrag van allochtonen en autochtonen; (4) en de grootte, openstelling, bereikbaarheid en ontsluiting van bestemmingsgebieden. Uit validatie blijkt dat de uitvoer van FORVISITS 2.0 duidelijk is verbeterd vergeleken met versie 1.0. Voor beheerders van natuur- en recreatiegebieden kan het model daarmee een waardevol instrument zijn, al kunnen er door verschillen in belevingswaarde en lokale bijzonderheden nog steeds opvallende afwijkingen bestaan. De output van de koppeling van FORVISITS 2.0 met LARCH 4.1 laat weinig verschil zien vergeleken met een eerdere koppeling met versie 1.0. Voor de betrokken soorten kunnen conclusies pas worden getrokken na een update van de LARCH habtitatmodellering. Trefwoorden: FORVISITS, recreatiedruk, recreatiegedrag, verstoring, LARCH, broedvogels, duurzaam, populaties.
    Verrommelt het platteland onder stedelijke druk : storende elementen en landschapsdynamiek in de studiegebieden Abcoude en Epe-Vaassen
    Veeneklaas, F.R. ; Regt, W.J. de; Agricola, H.J. - \ 2004
    Wageningen : Natuurplanbureau (Planbureaurapporten 22) - 102
    landschap - landschapsbescherming - stadsontwikkeling - milieuafbraak - inventarisaties - nederland - taxatie - verstoring - noord-holland - gelderland - landscape - valuation - landscape conservation - urban development - environmental degradation - inventories - netherlands - disturbance - noord-holland - gelderland
    Dit rapport behandelt de volgende vragen. Wat vinden mensen “storende elementen” in het landschap? Welke potentieel storende elementen vinden we in de proefgebieden Abcoude en Epe-Vaassen? Zijn de aangetroffen elementen te relateren aan landschapsveranderingen, en wat zijn de oorzaken en sturende factoren van die veranderingen? Als bestemmingsverandering een rol speelt: wat kunnen we met gegevens over grondtransacties? Trefwoorden: landschapsbeleving; landschap; verrommeling; storende elementen; grondmarkt; Epe; Vaassen; Abcoude
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.