Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 115

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Rapportage dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB's in rode aal uit Nederlandse binnenwateren
    Leeuwen, S.P.J. van; Dam, G. ten; Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2015
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT rapportage dioxines 2015 ) - 19
    vissen - zoet water - ecotoxicologie - dioxinen - polycyclische koolwaterstoffen - european eels - monitoring - ijsselmeer - waterwegen - maas - rijn - waal - volkerak-zoommeer - ijssel - hollandsch diep - voedselveiligheid - fishes - fresh water - ecotoxicology - dioxins - polycyclic hydrocarbons - european eels - monitoring - lake ijssel - waterways - river meuse - river rhine - river waal - volkerak-zoommeer - river ijssel - hollandsch diep - food safety
    In 2014 zijn in het kader van het monitoringsprogramma "Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij" 17 zoetwaterlocaties in Nederland bemonsterd. Van de gevangen rode alen zijn mengmonsters samengesteld voor de lengteklassen 30-40 cm en >45 cm en geanalyseerd op de aanwezigheid van dioxines, dioxineachtige- en nietdioxineachtige PCB's. De gevonden gehaltes sluiten goed aan bij de resultaten van 2013. Mengmonsters van kleine alen zijn onderzocht op 12 locaties en in 3 gevallen werden één of meerdere normen overschreden. De mengmonsters van grotere alen (>45 cm) voldeden op 9 van de onderzochte locaties niet aan één of meerdere normen. Naast aal uit de gesloten gebieden betrof dat ook aal uit het open gebied Amsterdam-Rijnkanaal bij Diemen. Per 1-1- 2015 behoort het Amsterdam-Rijnkanaal ook tot de gesloten gebieden. Anderzijds waren er ook locaties binnen de gesloten gebieden waar de mengmonsters aal wel voldeden aan de normen. Dit betrof beide locaties van het Volkerak.
    Kuilen op de Westerschelde: Data rapport 2014
    Goudswaard, P.C. ; Asch, M. van - \ 2014
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C129/14) - 18
    visbestand - natura 2000 - monitoring - bemonsteren - pelagische visserij - kaderrichtlijn water - waterwegen - westerschelde - schelde - vlaanderen - fishery resources - natura 2000 - monitoring - sampling - pelagic fishery - water framework directive - waterways - western scheldt - river scheldt - flanders
    In 2014 is de zevende voor- en najaar bemonstering op de Westerschelde uitgevoerd in het kader van de monitoring voor de Kader Richtlijn Water in combinatie met een identieke bemonstering op de Zeeschelde in België. De monitoring van vooral het pelagische visbestand is van belang in het kader van het herstel en de instandhoudingsdoelen van Natura2000 en de monitoring van de effecten van verdieping van de vaargeul in de Schelde. De toegepaste methode van bemonstering met de traditionele ankerkuil is een passieve vistechniek die gericht is op pelagische soorten zonder enige vorm van verdere verstoring van bodem of iets dergelijks. Dit rapport presenteert de gegevens van 2014 zoals die zijn waargenomen.
    Kuilen op de Westerschelde: Data rapport 2013
    Goudswaard, P.C. ; Asch, M. van - \ 2013
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C165/13) - 19
    waterwegen - visfauna - visbestand - pelagische visserij - monitoring - westerschelde - waterways - fish fauna - fishery resources - pelagic fishery - monitoring - western scheldt
    Het herstellen, onderhouden en handhaven van de Westerschelde tot een gebied met een goede ecologische toestand is in het kader van Natura-2000 en de Kaderrichtlijn Water een bron van voortdurende zorg en aandacht. Vissen zijn in dit verband een diergroep die op velerlei wijze aan menselijk ingrijpen in het Schelde bassin blootstaan en daarmee ook een indicatie vormen van veranderingen in positieve en negatieve zin. Hiervoor zijn meerjarige gegevens bestanden van waarnemingen noodzakelijk. Demersale visbestanden worden gevolgd via het Demersal Fish Survey bestandsopname programma dat gericht op platvis eenmaal per jaar in de herfst wordt uitgevoerd. Aanvullend daarop is een bemonstering van het vooral pelagische visbestand door middel van een ankerkuil visserij methode. De hier gerapporteerde bemonstering betreft daarom ook het verwerven en opbouwen van een meerjarig databestand.
    De invloed van de waterbodem op de waterkwaliteitsdoelen van het Noordzeekanaal : met specifieke aandacht voor de dioxineproblematiek
    Postma, J. ; Rozemeijer, M.J.C. ; Schobben, J.H.M. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C092/13) - 210
    waterwegen - waterbodems - sedimentatie - dioxinen - bodemverontreiniging - ecotoxicologie - noord-holland - waterways - water bottoms - sedimentation - dioxins - soil pollution - ecotoxicology - noord-holland
    De waterbodem in het Noordzeekanaal is in het verleden ernstig verontreinigd geraakt met dioxines, onder andere door een explosie van een reactorvat bij Philips Duphar in 1963 bij de Jan van Riebeeckhaven. Een aanvankelijk geplande waterbodemsanering is in 2009 vanwege een bezuinigingstaakstelling komen te vervallen. Daaropvolgend is Rijkswaterstaat West-Nederland Noord in 2010 als beheermaatregel begonnen met monitoring van het gebied om na te gaan in hoeverre er verspreiding optreedt van dioxines naar de omliggende waterbodem en biota. De verkregen data zijn aangevuld met andere beschikbare monitoringgegevens en verwerkt tot een totaaloverzicht van het Noordzeekanaal van de waterbodem- en zwevend-stofkwaliteit en van bioaccumulatie van verontreinigingen.
    Gevolgen verzilting Volkerak zijn te beperken (interview met o.a. Wim Voogt)
    Thoenes, E. ; Voogt, W. - \ 2009
    Groenten en Fruit. Algemeen 2009 (2009)31. - ISSN 0925-9694 - p. 20 - 23.
    landbouwbedrijven - zoet water - waterkwaliteit - verzilting - begroeide vaarwegen - waterwegen - volkerak-zoommeer - zuid-holland - glastuinbouw - farms - fresh water - water quality - salinization - vegetated waterways - waterways - volkerak-zoommeer - zuid-holland - greenhouse horticulture
    Om van het probleem blauwalg af te komen moet het Volkerak-Zoommeer weer in verbinding komen met de zee. Aangrenzende landbouwgebieden en zelfs het Westland dreigen een tekort aan zoet water te krijgen. Mogelijke oplossingen moeten nu op hun haalbaarheid worden getoetst
    Onderhoud op Maat : Evaluatie
    Alterra- Centrum Ecosystemen, ; Bijlsma, R. ; Leeuw, Y. - \ 2007
    Drachten : Grontmij - 62
    waterwegen - sloten - onderhoud - waterplanten - natuurbescherming - waterbeheer - nederland - integraal waterbeheer - friesland - waterways - ditches - maintenance - aquatic plants - nature conservation - water management - netherlands - integrated water management - friesland
    De voormalige zes waterschappen in Friesland hebben in 2001 besloten een proef op te starten waarbij vanuit de praktijk wordt gekeken naar kansen voor een meer natuurvriendelijk beheer en onderhoudsregime. Daarvoor is het vijf jaar durend onderzoek Onderhoud op Maat opgezet dat in 2001 is gestart en 2006 wordt afgerond. De proef richtte zich op watergangen in agrarisch gebied en zonder een natuurvriendelijke inrichting. Op basis van bestaande theoretische kennis, praktische ervaring en de kenmerken van een gebied zijn in vijf proefgebieden onderhoudsmethoden voorgesteld en vijf jaar uitgevoerd. Gedurende de proef zijn de ontwikkelingen gevolgd ten aanzien van ecologie, waterkwaliteit, waterkwantiteit, de beheeraspecten, kosten en draagvlak. Ter bevordering van het draagvlak zijn vanaf het begin van het project zowel de bestuurders als de ambtenaren van het waterschap en vertegenwoordigers uit de streek bij het onderzoek betrokken. Na vijf jaar is gebleken dat er praktische beheersvormen zijn toegepast waarbij de kwaliteit van de flora en fauna ook daadwerkelijk is toegenomen. Daarbij is een verschuiving te zien van soorten van voedselrijke naar voedselarmere omstandigheden. Bovendien is op veel plaatsen het aantal plantensoorten toegenomen. Vanwege de korte periode en de beperkte omvang van de proefvakken is er nog geen relatie te leggen tussen de onderhoudsvormen en de gemeten waterkwaliteit. Het meeste effect van een op maat gesneden onderhoud wordt verwacht op de vegetatie en de biologische kwaliteit van het water.
    Enige beschouwingen over ligging, aanleg en gebruik van binnenlandse vaarroutes in Nederland tot in de 15e eeuw
    Vervloet, J.A.J. - \ 2007
    In: Landschap in ruimte en tijd / Beenakker, J.J.J.M., Horsten, F.H., de Kraker, A.M.J., Renes, J., Amsterdam : Aksant - ISBN 9789052602707 - p. 384 - 397.
    waterwegen - transport over water - rivieren - geschiedenis - nederland - middeleeuwen - romeinse rijk - waterways - water transport - rivers - history - netherlands - middle ages - roman empire
    In deze bijdrage wordt over de ontsluiting te water een overzicht gegeven: waar lagen de waterwegen, welke werden gegraven en wanneer werden ze in gebruik genomen. Het betreft de Romeinse periode en de Middeleeuwen
    Water en de stad, een LAT relatie ...
    Kuypers, V.H.M. ; Jonkhof, J.F. - \ 2006
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 62 (2006)4. - ISSN 0166-3534 - p. 36 - 41.
    stedelijke gebieden - stedelijke planning - stadsomgeving - waterbeheer - hydrologie - waterwegen - stadsvernieuwing - urban areas - urban planning - urban environment - water management - hydrology - waterways - urban renewal
    Water en de stad lijken soms veel van elkaar te houden, dan weer van elkaar vervreemd te zijn. Dit terwijl de meeste steden in hun historische oorsprong altijd aan het water werden gevestigd. Reden daarvoor was dat er vele voordelen waren verbonden - ten opzichte van alle andere mogelijke vestigingslocaties - en betrekkelijk weinig nadelen.. Dit artikel kwam tot stand mede naar aanleiding van de ervaringen en resultaten van het project Planning for Urban-Rural River Environment PURE, in het kader van Interreg IIIb, een inititatief van de provincie Groningen
    Uniform ontwerp van de aangepaste De Wit vispassage
    Boiten, W. ; Dommerholt, A. ; Wit, W. de - \ 2005
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 38 (2005)16. - ISSN 0166-8439 - p. 49 - 51.
    vissen - vismigratie - waterwegen - hydraulische systemen - verbetering - ontwerp - fishes - fish migration - waterways - hydraulic structures - improvement - design
    De aanleg van vispassages in Nederland dateert van halverwege de vorige eeuw. Bij een gezond ecologisch watersysteem hoort ook een passende visstand én voor migrerende vis de mogelijkheid om fysieke barrières als stuwen, sluizen, watermolens en gemalen te kunnen passeren. Vooral sinds 1990 groeit de belangstelling voor vispassages. In Nederland wordt de De Wit vispassage veel toegepast door de waterschappen. Het gaat daarbij om de stroomopwaartse migratie van zoetwatervis met een maximale sprintsnelheid van één meter per seconde
    Uniform ontwerp van de aangepaste De Wit vispassage : afvoerrelatie en snelheidsverdeling
    Boiten, W. ; Dommerholt, A. - \ 2004
    onbekend : Wageningen University (Rapport / Sectie Waterhuishouding 123) - 112
    vissen - waterwegen - vismigratie - hydraulische systemen - verbetering - ontwerp - fishes - migration - fish migration - hydraulic structures - improvement - design
    In Nederland zijn diverse De Wit passages aangelegd; de OVB heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de werking; een aantal waterschappen is vanaf circa 1985 actief met het aanleggen van vispassages. Dit alles was aanleiding tot een hernieuwd onderzoek: dit keer naar uniformering. Het hydraulisch onderzoek betreft: de afvoerrelatie van de vispassage; de snelheidsverdeling in de doorzwemvensters; de turbulentiedemping in de bekkens
    Meerjarenprogramma Ontsnippering : knelpuntenanalyse
    Grift, E.A. van der; Pouwels, R. ; Reijnen, R. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 768) - 168
    natuurbescherming - fragmentatie - wegen - infrastructuur - spoorwegen - waterwegen - nederland - ecologische hoofdstructuur - netwerken - habitatfragmentatie - nature conservation - fragmentation - roads - infrastructure - railways - waterways - netherlands - ecological network - networks - habitat fragmentation
    De natuur in Nederland raakt steeds meer versnipperd. Infrastructuur is op veel plaatsen mede verantwoordelijk voor deze versnippering. Om een overzicht te krijgen van de locaties waar zich knelpunten voordoen tussen de natuur en infrastructuur is eenlandsdekkende knelpuntenanalyse uitgevoerd. De knelpuntenanalyse richt zich wat natuur betreft op de ecologische hoofdstructuur (EHS), gestelde natuurdoelen buiten de EHS en de robuuste verbindingen. Wat betreft infrastructuur beperkt deze studie zich tot rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen en vaarwegen. Een significante vermindering van de levensvatbaarheid van dierpopulaties als gevolg van de aanwezigheid van infrastructuur is bij het achterhalen van de knelpunten als graadmeter gebruikt. Deze analyse is uitgevoerd met het expertsysteem LARCH. Hierbij zijn tien soortgroepen, zogenaamde ecoprofielen, doorgerekend. Deze soortgroepen zijn representatief voor circa driekwart van het Nederlandse (droge) natuurareaal. In totaal zijn 126 knelpunten vastgesteld, exclusief de knelpunten binnen robuuste verbindingen. Per knelpunt is de ecologische winst berekend wanneer het desbetreffende knelpunt zou zijn opgelost. Op basis van deze ecologische winst zijn de knelpunten geprioriteerd. Tevens is aangeduid wanneer knelpunten samenhang met elkaar hebben; dit betekent dat het oplossen van het ene alleen zinvol is wanneer ook het andere knelpunt wordt aangepakt.
    Onderzoek naar de baggerkwaliteit in watergangen
    Brus, D.J. - \ 2000
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 33 (2000)4. - ISSN 0166-8439 - p. 23 - 25.
    modder - waterwegen - kanalen - kanalen, klein - bodemverontreiniging - bodemkarteringen - grondanalyse - inventarisaties - bemonsteren - planning - flevoland - waterbodems - mud - waterways - canals - channels - soil pollution - soil surveys - soil analysis - inventories - sampling - planning - flevoland - water bottoms
    Beschrijving van een methode voor het ontwerpen van efficiente inventarisatieplannen voor onderzoek naar de kwaliteit van bagger in watergangen. De nauwkeurigheid en de kosten van de uit te voeren inventarisatie wordt met modellen voorspeld. De methode wordt geillustreerd aan de hand van de vaarten en tochten in oostelijk en zuidelijk Flevoland (Fleverwaard)
    Normen voor waterbeheer: op welke gronden?
    Bladeren, C. van; Bolt, F.J.E. van der; Most, H. van der - \ 2000
    Het Waterschap 85 (2000)4. - ISSN 1380-4251 - p. 185 - 191.
    waterbeheer - waterbeleid - waterwegen - infrastructuur - overstromingen - inundatie - hoogwaterbeheersing - bescherming - normen - landgebruik - risico - risicoschatting - risicofactoren - schade - passiva - raden - waterschappen - water management - water policy - waterways - infrastructure - floods - flooding - flood control - protection - standards - land use - risk - risk assessment - risk factors - damage - liabilities - boards - polder boards
    Resultaten van onderzoek naar een methodiek voor gedifferentieerde normstelling voor het functioneren van een waterhuishoudkundig systeem onder buitengewone omstandigheden. De normstelling moet het mogelijk maken te beoordelen of de infrastructuur die door de waterschappen wordt beheerd voor haar taak berekend is. Dit i.v.m. schade en aansprakelijkheidsvraagstukken bij wateroverlast
    Framework voor simulatiesoftware
    Otjens, T. - \ 1999
    Agro Informatica 12 (1999)4. - ISSN 0925-4455 - p. 20 - 22.
    waterbeleid - waterbeheer - waterwegen - watervoorraden - simulatiemodellen - ontwerp - water policy - water management - waterways - water resources - simulation models - design
    De ontwikkelingen op het gebied van gebiedsstudies hebben geleid tot de ontwikkeling van een framework voor simulatieapplicaties, waarbij integraal waterbeheer als werkgebied is genomen
    Invloed anti-verdrogingsmaatregelen op afvoerregime
    Querner, E.P. - \ 1999
    Het Waterschap 74 (1999)13. - ISSN 1380-4251 - p. 588 - 593.
    waterbeheer - watervoorraden - watervoorziening - hydrologie - water - afvoer - oppervlakkige afvoer - drainage - sloten - kanalen - kanalen, klein - waterwegen - onderhoud - maaien - grondwaterstand - regulatie - natuurbescherming - herstel - verdroging - drogen - modellen - oppervlaktedrainage - waterstand - overijssel - twente - water management - water resources - water supply - hydrology - discharge - runoff - ditches - canals - channels - waterways - maintenance - mowing - groundwater level - regulation - nature conservation - rehabilitation - desiccation - drying - models - surface drainage - water level
    Met behulp van modelberekeningen (SIMFLOW en MWW) is nagegaan in welke mate het opzetten van het waterpeil als anti-verdrogingsmaatregel in een gebied de piekafvoeren doet toenemen en wat dit betekent voor de frequentie van het maaionderhoud. Voorbeeldberekeningen worden gegeven voor twee waterlopen in het stroomgebied van de Poelsbeek (Twente)
    De Randstad als warande; strategie van de twee netwerken schept contrastrijke rand
    Tjallingii, S.P. ; Snijders, H. ; Boer, T.W. de - \ 1999
    Stedebouw en Ruimtelijke Ordening 80 (1999)2. - ISSN 1384-6531 - p. 9 - 15.
    ruimtelijke ordening - planning - stedelijke planning - regionale planning - ontwerp - ontwikkeling - programma's - infrastructuur - verkeer - wegen - waterwegen - waterbeheer - water - hydrologie - noord-holland - zuid-holland - physical planning - urban planning - regional planning - design - development - programs - infrastructure - traffic - roads - waterways - water management - hydrology
    Ontwerpstudie voor de driehoek Amsterdam-Haarlem-Leiden. Met als uitgangspunt de verkeers- en waternetwerken wordt een aantrekkelijk woon- en werklandschap gecreerd met een grote randlengte en een hoge kwaliteit van de randen (groen; water)
    Tussenstand slootkantbeheer op Zegveld en demobedrijven
    Corporaal, J. ; Houwelingen, K. van; Wildschut, J. - \ 1998
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 11 (1998)2. - ISSN 1386-8470 - p. 49 - 51.
    sloten - onderhoud - dijken - kanaaloevers - vegetatie - kanaaloeverbeplantingen - plantensuccessie - civiele techniek - kanalen - kanalen, klein - waterwegen - ditches - maintenance - dykes - canal banks - vegetation - canal plantations - plant succession - civil engineering - canals - channels - waterways
    Proefbedrijf Zegveld is in 1991 gestart met onderzoek naar sloot- en slootkantbeheer. In 1993 werd op drie demobedrijven gestart met vergelijkbaar onderzoek. Het sloot- en slootkantbeheer is gericht op verschraling en beperken van verstoring van de slootkanten. Hierdoor krijgen meer en bijzondere plantensoorten een kans. Zo leveren veehouderijbedrijven een bijdrage aan het natuurbeheer.
    Sensitivity analysis of the TOXSWA model simulating fate of pesticides in surface waters
    Westein, E. ; Jansen, M.J.W. ; Adriaanse, P.I. ; Beltman, W.H.J. - \ 1998
    Wageningen : DLO Winand Staring Centre - 119
    oppervlaktewater - waterwegen - pesticiden - sloten - monte carlo-methode - kalibratie - blootstelling - schade - pesticidenresiduen - variantie-analyse - surface water - waterways - pesticides - ditches - monte carlo method - calibration - exposure - damage - pesticide residues - analysis of variance
    The TOXSWA model calculates the acute exposure concentration and the average exposure concentrations (AECs) of pesticides in ditches after 4, 21 and 28 days. In a (global) sensitivity analysis based on the Monte Carlo method the most sensitive processparameters (pesticide properties) and the most sensitive system parameters (e.g. ditch dimensions) with respect to AECs were determined. The process parametes "transformation rate in the water layer", "coefficient for sorption to macrophytes" and "Henry coefficient" were identified as contributing most to the varation in the AECs. The full range of pesticides was characterized by these three parameters and subsequently the flow velocity, water depth and dry weight of macrophyutes were identified sas sensitive system parameters with respect to the AECs. Analytically, the water depth, bottom width of the ditch and the sorption coefficients for sorption to macrophytes and suspended solids were identified as sensitive parameters with respect to the acute exposure concentration.
    Monitoring beekherstel; ontwikkeling van de beekmorfologie en het aquatisch-ecologisch herstel in de beekherstelprojecten de Aa, Keersop-Gagelvelden en Tongelreep-Achelse Kluis
    Koomen, A.J.M. ; Maas, G.J. ; Wolfert, H.P. ; Beljaars, C.N. - \ 1998
    Wageningen : DLO-Staring Centrum - 132
    waterlopen - geomorfologie - herstel - monitoring - waterwegen - nederland - macrofauna - natuurtechniek - natuur - aquatische ecosystemen - noord-brabant - kempen - streams - geomorphology - rehabilitation - monitoring - waterways - netherlands - macrofauna - ecological engineering - nature - aquatic ecosystems - noord-brabant - kempen
    Beekherstel in Nederland vindt op vele locaties met diverse methoden plaats. De kennis over deze beeksystemen is echter beperkt. Daarom is in gezamelijk overleg tussen de Provincie Noord-Brabant, waterschap De Aa, waterschap De Dommel en DLO-Staring Centrum besloten tot het uitvoeren van een monitoringsproject van drie beekherstelprojecten (De Aa bij Helmond, Keersop-Gagelvelden en Tongelreep-Achelse Kluis) gedurende een periode van twee jaar. De monitoring werd gericht op ontwikkelingen in geomorfologie en macrofauna na hermeandering. Er blijken grote verschillen te zijn tussen de beken onderling; niet alleen verschilt de dynamiek, ook het verschil in bodemtype blijkt een grote rol te spelen.
    Duurzaamheid als planningsopgave : gebiedsgerichte afstemming tussen de ruimtelijke ordening, het milieubeleid en het waterhuishoudkundig beleid voor het landelijk gebied
    Vlist, M. van der - \ 1998
    Agricultural University. Promotor(en): F. Kleefmann. - S.l. : Van der Vlist - ISBN 9789054858140 - 434
    stedelijke planning - ruimtelijke ordening - onderzoek - overheidsbeleid - milieubeleid - milieuwetgeving - luchtverontreiniging - bodemverontreiniging - waterverontreiniging - natuurbescherming - beleid - bedrijfsvoering - waterbeleid - waterwegen - waterbeheer - watervoorraden - plattelandsplanning - plattelandsontwikkeling - landgebruik - duurzaamheid (sustainability) - natuurlijke hulpbronnen - hulpbronnengebruik - bescherming - herstel - hydrologie - Nederland - urban planning - physical planning - research - government policy - environmental policy - environmental legislation - air pollution - soil pollution - water pollution - nature conservation - policy - management - water policy - waterways - water management - water resources - rural planning - rural development - land use - sustainability - natural resources - resource utilization - protection - rehabilitation - hydrology - Netherlands

    Introduction

    Since the publication of 'Our Common Future' (1987) by the World Commission on Environment and Development, sustainability or sustainable development has become one of the most important aims of environmental policy throughout the world. But it has proved difficult to work out in a definition, in policy targets and in policy instruments. There are many definitions of sustainability for rural and urban regions, as well as for activities such as agriculture, nature conservation, outdoor recreation and water resource management; there seems to be no need for yet another.

    In this thesis, sustainability is defined as a task of planning. The central topic is, therefore, how sustainability is defined in planning, practice and implemented in plans. But what are planning practices lid what are plans? To answer these questions an analytical tool was developed by looking for a definition of Planning that can accommodate new developments in the relation between Dutch government and society. Inspired by Friedmann planning is defined in this thesis as an attempt to link knowledge to action in the public domain; this was elaborated for land use planning in Dutch rural areas. A distinction is made between three task: rural development, steering and planning. The first concerns the knowledge about the physical environment and the action (design and evaluation) taken to achieve the desired situation in the physical environment. The second involves transforming the visions of private actors and the concepts of policy makers into claims on the physical environment, so that it can be decided which claims are legitimate and feasible in relation to development. The third involves the making a plan by organizing the interaction between the development and the steering tasks within the framework of political institutions and regulations. It can be defined in different ways because the content of the tasks can vary. In this thesis, the term 'planning style' is used to describe this. A distinction is made between four such styles: planning as reform, planning as policy analysis, planning as a learning process and planning as exchange process. These styles are elaborated for the tasks of steering and of development, the definition of the plan and the relation between design and implementation

    Table I Styles of planning

    Source: this theses table 2.4

    Three planning systems deal with the physical environment in the Netherlands: spatial planning, environmental planning and water management They have a common goal: to achieve a sustainable physical environment.

    But their definitions of the tasks of steering and development differ, as do their planning traditions. These differences are not a problem as long as the planning systems have distinct planning practices. However, intensive land use in the rural areas (agriculture, bulb growing and horticulture) and a high population density is causing the planning practices to converge, bringing about the need for coordination and integration of planning practices and their concepts.

    Central topic

    This thesis is a contribution to the debate about the opportunities and likelihood of coordinating and integrating of the existing planning traditions, embodied in the planning systems, into a new planning practice directed to sustainable development in Dutch rural areas. The central topic is to clarify the differences between the concepts of steering and the concepts of development and to construct a model for assessing and designing of integrated planning practices. To this end, the following research questions are posed:
    1. what are the features of the planning systems?
    2. what are the dominant concepts about the physical environment?
    3. what are the dominant concepts of steering in relation to the physical environment?
    4. who are the adressees of these planning systems?
    5. what conditions apply to the integrated planning practices and what are the main aspects for assessing existing planning practices?
    6. what conclusions can be drawn about the task of planning in the future and the usefulness of the evalution model?

    Method

    Several methods were used to answer these questions. To detect the features of the planning systems the literature was studied, planning practices were evaluated and interviews were conducted. In an attempt to find possible connections between the dominant concepts of development an analysis was done of the water system approach (Ministerie Verkeer en Waterstaat, 1985), the 'environmental utilisztion space' (Opschoor, 1990) and the model of the spatial organization (Kleefmann, 1990), drawing on scientific literature and documents produced by the Dutch government. The same procedure was followed for the dominant concepts of steering: the classic model, the network model and the market model (Koppenjan et al. 1993) in relation to the adressees: the 'active citizen' in spatial planning, the 'target group' in environmental planning and the 'user of the land' in (regional) water management. A model based on these analyses was built for assessing and designing of integrated planning practices.

    Model for assessment and design

    The relation between Dutch government and society has changed in the last decade and forms of network steering are becoming more important. As a result integrated planning practices can only succeed when there is a need to cope with diffuse pollution and a change in behaviour. Three changes have come about a) private actors are participating in the planning process, b) the existing concepts of development and steering are being transformed into wholly of partically new concepts and c) the plan is now a joint product containing a vision of how the region should develop. These aspects are elaborated in Table 11. In short, the planning process ought to have the signature of two styles: planning as learning process and/or planning as exchange process. Planning as policy analysis and planning as reform are less suitable.

    Table II. Aspects for assessing and designing planning practices

    Source: this thesis table 9.3

    Cases

    A wide range of cases is needed in order to analyse the state of the art of integrated planning practices in the Netherlands. The cases were selected according to the following criteria. The plans had to express the willingness of government (national, provincial or local) to construct integrated planning practices. The selection had to contain plans of all three tiers government. The plans had to embody a relation between at least two concepts of development and a change in the concept of steering, compared with the pre- plan situation. Both regular and non-regular plans had to be included. This resulted in the following cases being selected (Table Ill):

    The National Memorandum on Environmental Policy II (Ministry of Housing, Spatial Planning and Environment, 1993); The Management Plan for the Waters of national importance (Ministry of Transport, Public Works and Water Management, 1992); especially for the IJsselmeergebied (Ministry of Transport, Public Works and Water Management, 1991), North Sea (Ministry of Traffic and Water Management, 1991) and the Rijntakken (Ministry of Transport, Public Work and Water Management, 1994); The Ammonia Reduction Plans for Southeast Friesland (forthcoming) and the Gelder Valley (1994); The coordination and integration between the Water Management Plan, the Environmental Policy Plan and the Spatial Plan of Gelderland Province (Provincie Gelderland, 1996abc); The vision for the Regge river basin (Goossensen et al., 1997).In cases one, two and three, seven plans were analysed and assessed. Cases four and five differ because the researcher participated in the planning processes. As a result the aspect of the design of integrated planning practices received more emphasis; an insider's assessment.

    Table III Cases of integrated planning practices

    Results

    The results of the assessment have been compiled in Table IV. This overview shows that some planning practices can be classified as integrated: the Ammonia Reduction Plans and the vision for the Regge river basin. In the Ammonia Reduction Plans a combination of spatial zoning and a bulb (marketable emission rights) for the reduction of ammonia creates a new balance between agricultural development and protection of the nature conservation areas. The vision on the Regge river basin combines spatial hydrological zoning and the water management area defined as a bulb in which the problems of eutrophication and the fall in hydraulic head can be solved. In both planning practices, the participation of private actors is important in the discussion about the vision and the relation between this joint vision and the opportunities for fitting this in with the evryday practices of the private actors.

    Conclusions and discussion

    1. The three planning systems, current in the Netherlands today each have their own signature. In the last decade the development task has changed as a result of new insights into the relation between the components of the physical environment. The task of steering has changed too, as a result of a changing relation between Dutch government and society. The planning systems have reacted differently to these changes. The system of spatial planning is evolving from planning as policy analysis into planning as a learning process; environmental planning is evolving from planning as reform to planning as exchange process; water management is evolving from planning as reform to planning as policy analysis. The modernisation of the systems is proceeding in different directions.

    2. Interesting experiments are going on in Dutch planning practice in the countryside, where private and public actors are looking for a practical definition of sustainable development. It can be concluded that integrated planning practices can only succeed when public and private actors are able to achieve a creative combination of elements of the concepts of development and the concepts of steering and when this combination is based on clear relation between the steering and development task.

    3. The distinction between the planning task, the development task and the steering task and the combination in different styles of planning turns out to be a promising analytical tool for analysing planning practices with regard to the physical environment. But despite this there is a need for elaboration in more detail.

    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.