Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 67

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Ethnobotany : linking traditional plant use to health, history and heritage
    Andel, Tinde van - \ 2016
    Wageningen University - ISBN 9789462573741 - 16
    ethnobotany - economic botany - health - wild plants - medicinal plants - etnobotanie - economische botanie - gezondheid - wilde planten - medicinale planten
    Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I); Dracht in Nederland (cultuurgewassen en wilde planten) (deel II)
    Steen, J.J.M. van der; Cornelissen, B. - \ 2015
    Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR (Rapport 606) - 94
    apis mellifera - honingbijen - diergedrag - bestuivers (dieren) - dansen (bijen) - door bijen verzameld stuifmeel - seizoenen - drachtplanten - veldgewassen - vruchtbomen - openbaar groen - wegbermplanten - wilde planten - waarden - apis mellifera - honey bees - animal behaviour - pollinators - dances - bee-collected pollen - seasons - pollen plants - field crops - fruit trees - public green areas - roadside plants - wild plants - values
    Om een inschatting te kunnen maken van het risico dat honingbijen blootgesteld worden aan gewasbeschermingsmiddelen, andere stoffen zoals atmosferische depositie van fijnstof en organismen zoals plantpathogene microorganismen, is in opdracht van het Ministerie van EZ/Landbouw een samenvatting gemaakt van de informatie, beschikbaar over de aantrekkelijkheid van Nederlandse gewassen voor honingbijen (Apis mellifera). De opdracht is vorm gegeven in twee delen. Deel I is een beschrijving van het bijenvolk met de focus op het foerageergedrag, gevolgd door een beschrijving van factoren die het foerageergedrag bepalen, hoe de bijen hun omgeving exploreren en exploiteren en een lijst met kengetallen over het foerageren van honingbijen. Deel II geeft een overzicht van cultuurgewassen en wilde planten met bijbehorende waarden van nectar en stuifmeel voor honingbijen met bloeitijden en verwijzingen naar goede drachtplantenboeken. Hieronder zijn puntsgewijs relevante zaken gegeven die in het rapport verder uitgewerkt zijn. Honingbijen zijn voor hun voedsel (nectar en stuifmeel) volledig afhankelijk van planten. Het foerageergedrag en de voorkeur voor gewassen hangt af van de behoefte in het volk en de aantrekkelijkheid van het gewas als nectar- en stuifmeelbron. Het foerageergedrag wordt voortdurend aangepast aan de beschikbare dracht en de behoeften van het bijenvolk. Honingbijen leven in volken die variëren in grootte van ~7000 individuen in het voorjaar (maart) tot 20 000 à 30 000 in de zomer en weer afnemend in oktober. In het actieve foerageer- en broedseizoen is een derde tot een vierde deel foerageerster (haalbij). In de loop van een seizoen halen de bijen ten behoeve van het volk 25 kg water, 20 - 30 kg stuifmeel, 125 kg nectar en kleine hoeveelheden hars (propolis). Voor het halen van deze voedselcomponenten vliegen bijen tot 2 km voor water, tot 6 km voor stuifmeel en tot 12 à 13 km voor nectar. Meestal zullen de vluchten echter beperkt zijn tot 600-800 meter. De foerageerafstanden zijn in de zomer (juli – augustus) langer dan in het voorjaar (maart – mei). Met andere woorden, in het voorjaar wordt het voedsel in een kleiner gebied verzameld dan in de zomer. Het risico dat bijen aan een bespuiting zullen worden blootgesteld zou daarom na half juni hoger kunnen zijn dan in het voorjaar. Maar aan de andere kant zijn dan de meeste bespuitingen met insecticiden achter de rug. Het risico van blootstelling aan een insecticide is hoger in een gewas met een goed nectar- (hoeveelheid en suikerconcentratie) en stuifmeelaanbod. Foerageersters vliegen per dag gemiddeld 10 keer uit om voedsel te verzamelen, elke trip kan van een paar minuten tot een uur duren. Door communicatie via de bijendans en trophallaxis (voedseluitwisseling) wordt de keuze voor het benutten van een bepaalde dracht sterk gestuurd. Dat betekent dat bijen zich niet homogeen verdelen over het drachtgebied maar focussen op de meest profijtelijke drachten. Als gevolg daarvan is ‘geen bezoek’ en ‘veel bezoek’ in de verdeling meer vertegenwoordigd dan ‘een beetje bezoek’. Bijenvolken van een bijenstand verdelen zich niet allemaal gelijk over het drachtgebied; verschillende volken bezoeken deels verschillende en deels overlappende drachten. Hoewel de triggers en veelal de drempels bekend zijn, evenals de manier van foerageren, is het nog niet mogelijk precies te voorspellen hoe een volk zich verdeelt over meerdere velden. Omgekeerd is ook niet te voorspellen welk aandeel van verschillende volken op verschillende locaties in een bepaald veld mag worden verwacht. De nectar die binnengebracht wordt, wordt binnen enkele uren verdeeld over het volk; foerageersters gebruiken het als brandstof voor nieuwe foerageervluchten, het komt in het larvenvoedsel terecht en het meeste wordt opgeslagen. Vaste deeltjes zoals fijnstof en microbiële plantpathogenen verdelen zich snel over de bijen in het volk door fysiek contact
    Nutritive value of masau (Ziziphus mauritiana) fruits from Zambezi Valley in Zimbabwe
    Nyanga, L.K. ; Gadaga, T.H. ; Nout, M.J.R. ; Smid, E.J. ; Boekhout, T. ; Zwietering, M.H. - \ 2013
    Food Chemistry 138 (2013)1. - ISSN 0308-8146 - p. 168 - 172.
    wild plants - vitamin-c
    Ziziphus mauritiana (masau) fruits are consumed by many people in Zimbabwe. The fruits contribute significantly to people’s diet when they are in season. The objective of this study was to determine the nutritional content of the fruits and, hence, quantify their contribution to the diet. Samples of masau were collected in two seasons (August 2006 and August 2007). Both macronutrients and micronutrients were determined using standard AOAC methods of analysis. Dry matter content ranged from 21.1 ± 0.2 to 24.1 ± 0.3 g 100 g-1 of edible portion of the sweet and sour fruits, and 84.8 ± 0.2 to 87.2 ± 0.2 g 100 g-1 for the dried fruit. Crude protein per 100 g edible portion of dry weight ranged between 7.9 ± 0.0 and 8.7 ± 0.0 g, crude fat from 0.8 ± 0.0 to 1.5 ± 0.0 g, crude fibre from 4.9 ± 0.0 to 7.3 ± 0.0 g, ash between 3.0 ± 0.0 and 4.3 ± 0.0 g and carbohydrate between 79.5 ± 0.0 and 83.2 ± 0.0 g. The fruits were rich in vitamin C (15.0 ± 0.0–43.8 ± 0.02 mg 100 g-1) and the energy values ranged between 1516.0 ± 1.73 and 1575.0 ± 2.3 kJ 100 g-1. Furthermore, the fruits contained (mg 100 g-1 of dry weight) potassium from 1865.0 ± 1.3 to 2441.0 ± 1.1, calcium from 160.0 ± 0.3 to 254.0 ± 0.1, sodium between 185.0 ± 0.1 and 223.0 ± 0.2, magnesium between 83.0 ± 0.0 and 150.0 ± 0.13 and phosphorous from 87.0 ± 0.1 to 148.0 ± 0.5. Manganese and copper contents ranged between 0.7 ± 0.03 and 1.6 ± 0.03, while iron and zinc ranged between 2.1 ± 0.43 and 4.3 ± 0.1, and 0.6 ± 0.0–0.9 ± 0.0 mg 100 g-1 of dry weight, respectively. The masau fruit is therefore a good potential source of carbohydrates, proteins and micronutrients, such as calcium, potassium, sodium, phosphorous, copper, iron, Vitamin C and zinc
    The seed hunter in het spoor van Vavilov (interview met C. Kik)
    Zanderink, R. ; Kik, C. - \ 2013
    Slow Food Magazine 6 (2013)1. - ISSN 1878-4682 - p. 10 - 14.
    genetische bronnen van plantensoorten - wilde planten - zaad verzamelen - genenbanken - groenten - plant genetic resources - wild plants - seed collection - gene banks - vegetables
    Er moet voor een veredelaar een grote variatie aan plantmateriaal aanwezig zijn om uit te kunnen putten zodat onze gewassen, die vaak bestaan uit monoculturen, voor de toekomst veiliggesteld worden. Het vinden van die variatie is het werk van seed hunters of zadenverzamelaars. Eén van die seed hunters is de Wageningse onderzoeker Chris Kik, hoofdcurator van het Centrum voor Genetische Bronnen in Nederland (CGN) in Wageningen.
    Verzamelen van wilde asperge in heggen langs graslanden in Azerbeidzjan
    Kik, C. - \ 2012
    YouTube
    asparagus - genetische bronnen van plantensoorten - wilde planten - zaad verzamelen - asparagus - plant genetic resources - wild plants - seed collection
    Kort filmpje van het gebied waarin wilde asperges te vinden zijn.
    Verzamelen van wilde asperge in de bergen van Armenië
    Kik, C. - \ 2012
    YouTube
    asparagus - genetische bronnen van plantensoorten - wilde planten - zaad verzamelen - asparagus - plant genetic resources - wild plants - seed collection
    Kort filmpje waarin het verzamelen van zaad van wilde asperges te zien is.
    Aardkastanje, onopvallend en te weinig om te eten
    Spruijt, T. - \ 2010
    Nature Today 2010 (2010)05-07.
    bunium bulbocastanum - apiaceae - wilde planten - karakteristieken - identificatie - duinen - noord-holland - bunium bulbocastanum - apiaceae - wild plants - characteristics - identification - dunes - noord-holland
    Hij staat vanaf half juni volop in bloei, maar wordt door weinigen gezien. Hoewel een zoektocht op Google anders doet vermoeden, wordt hij niet meer gegeten. De Aardkastanje is daarvoor te onopvallend en te zeldzaam in Nederland. Toch is het een bijzondere schermbloem.
    Synergie: de meerwaarde van het combineren van bos en opgaande dooradering voor biodiversiteit
    Grashof-Bokdam, C.J. ; Akkermans, L.M.W. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Veen, M. van der; Vos, C.C. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1854) - 78
    biodiversiteit - verspreiding - habitats - habitatselectie - synergie - vogels - lepidoptera - wilde planten - nederland - landschapselementen - ecologische hoofdstructuur - biodiversity - dispersal - habitats - habitat selection - synergism - birds - lepidoptera - wild plants - netherlands - landscape elements - ecological network
    De data van vogels, vlinders en planten voor dit onderzoek zijn afkomstig van resp. SOVON, de Vlinderstichting en FLORON. Op dit moment zijn er in het Nederlandse natuurbeleid twee sporen die zich apart richten op natuurgebieden in de EHS en op groenblauwe dooradering in o.a. Nationale Landschappen. Dit onderzoek toont aan dat veel soorten met name voorkomen in gebieden waar natuurgebieden (bos) en (opgaande) dooradering samen voorkomen. Dit noemen we synergie. Hiervoor hebben met behulp van regressieanalyse in 1000 kmhokken in de hogere zandgronden van Nederland de relatie onderzocht tussen het voorkomen van 40 plant-, vogel- en vlindersoorten en de ruimtelijke samenhang van grote elementen (bos) en opgaande dooradering in de omgeving. Vooral soorten met een beperkte dispersiecapaciteit en beperkte oppervlaktebehoefte bleken synergie te vertonen, terwijl het type synergie bleek af te hangen van hun habitatvoorkeur. Met behulp van de regressieresultaten zijn aan de hand van twee soorten mogelijkheden verkend voor toepassing in gebiedsontwikkeling. Deze publicatie is tot stand gekomen in het kader van het programma Vernieuwend Ruimtegebruik van Habiforum. Het onderzoek is medegefinancierd door het Kennis Basis Programma van het Ministerie van LNV
    Baobab food products: a review on their composition and nutritional value
    Chadare, F.J. ; Linnemann, A.R. ; Hounhouigan, J.D. ; Nout, M.J.R. ; Boekel, M.A.J.S. van - \ 2009
    Critical Reviews in Food Science and Nutrition 49 (2009)3. - ISSN 1040-8398 - p. 254 - 274.
    adansonia-digitata l - fatty-acid - northeastern nigeria - leafy vegetables - rural fulani - west-africa - wild plants - seeds - nutrient - fruit
    Several authors have published about baobab food products. Data on macronutrients, micronutrients, amino acids, and fatty acids were collected from literature for pulp, leaves, seeds, and kernels of the baobab tree. The results show that baobab pulp is particularly rich in vitamin C; consumption of 40 g covers 84 to more than 100% of the Recommended Daily Intake (RDI) of pregnant women (19-30 years). The leaves are particularly rich in calcium (307 to 2640 mg/100 g dw), and they are known to contain good quality proteins with a chemical score of 0.81. The whole seeds and the kernels have a relatively high lipid content, 11.6 to 33.3 g/100 g dw and 18.9 to 34.7 g/100 g dw, respectively. The pulp and leaves exhibit antioxidant properties with a higher activity in the pulp than in the leaves. Reported nutrient contents of different baobab parts show a large variation, which may have arisen from various factors. Three recommendations are given for future research: 1. More attention should be given to accuracy and precision of analytical methods, 2. Research about digestibility and bioavailability of baobab products is needed, 3. The effect of storage and processing on the nutritional value of baobab products needs to be assessed
    On the risk of extinction of a wild plant species through spillover of a biological control agent: analysis of an ecosystem compartment model
    Chalak-Haghighi, M. ; Hemerik, L. ; Werf, W. van der; Ierland, E.C. van - \ 2008
    Wageningen : Mansholt Graduate School (Working paper / Mansholt Graduate School of Social Sciences : Discussion paper ) - 37
    onkruidbestrijding - biologische bestrijding - wilde planten - uitsterven - verspreiding - ecosystemen - natuurlijke vijanden - gewas onkruid concurrentie - plant-herbivoor relaties - weed control - biological control - wild plants - extinction - dispersal - ecosystems - natural enemies - crop weed competition - plant-herbivore interactions
    Invasive plant species can be controlled by introducing one or more of their natural enemies (herbivores) from their native range; however such introduction entails the risk that the introduced natural enemy will attack indigenous plant species in the area of introduction. The effect of spillover of a natural enemy from a managed ecosystem compartment (agriculture) in the area of introduction to a natural compartment (non-managed) in which an indigenous plant species is attacked by the introduced natural enemy, whereas another indigenous plant species, which competes with the first, is not attacked, has been studied. The combination of competition and herbivory may result in extinction of the attacked wild plant species. Using a modelling approach, the authors have determined model parameters that characterize the risk of extinction. The findings point to the importance of spillover and the relative attack rates (specificity) of introduced natural enemies with respect to target and non-target plant species
    Claims and facts on Jatropha curcas L. : global Jatropha curcas evaluation. breeding and propagation programme
    Jongschaap, R.E.E. ; Corré, W.J. ; Bindraban, P.S. ; Brandenburg, W.A. - \ 2007
    Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 158) - 42
    jatropha curcas - plantenveredeling - plantenvermeerdering - veredelingsprogramma's - wilde planten - ecosystemen - plantengeografie - bodembescherming - jatropha curcas - plant breeding - propagation - breeding programmes - wild plants - ecosystems - phytogeography - soil conservation
    Livelihoods and landscapes: The people of Guquka and Koloni and their resources
    Hebinck, P.G.M. ; Lent, P.C. - \ 2007
    Leiden/Boston : Brill Academic Publishers (Afrika-Studiecentrum series vol. 9) - ISBN 9789004161696 - 408
    rurale sociologie - plattelandsontwikkeling - landschap - landgebruik - hulpbronnenbeheer - landbouwproductie - teeltsystemen - teelt - wilde planten - sociale verandering - armoede - sociaal welzijn - boerenstand - zuid-afrika - strategieën voor levensonderhoud - natuur - rural sociology - rural development - landscape - land use - resource management - agricultural production - cropping systems - cultivation - wild plants - social change - poverty - social welfare - peasantry - south africa - livelihood strategies - nature
    Resistance mechanisms of Solanum species to Myzus persicae
    Alvarez, A.E. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Marcel Dicke, co-promotor(en): W.F. Tjallingii; Ben Vosman. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085046608 - 184
    solanum - solanum stoloniferum - solanum tuberosum - aardappelen - myzus persicae - insectenplagen - plaagresistentie - wilde planten - wilde verwanten - resistentiemechanismen - aardappelbladrolvirus - solanum - solanum stoloniferum - solanum tuberosum - potatoes - myzus persicae - insect pests - pest resistance - wild plants - wild relatives - resistance mechanisms - potato leafroll virus
    The aphidMyzuspersicae(Sulzer) constitute a threat to potato crops because of their efficiency to transmit viruses. Many wildSolanumspecies have been reported to have resistance to M.persicae . These species represent an important potential source of resistance, which can be used to enhance resistance in crops. The aim of this thesis was to find and study in tuber bearingSolanumspecies different mechanisms of resistance to M.persicae that also would reduced the spread of viruses. Resistance and susceptibility of wildSolanumgenotypes and cultivated potatoes were characterized and linked to plant-aphid interactions with respect to aphid behaviour and performance and plant responses to aphid attack. A combination of aphid colony-development assay with the study of probing activities was used to localize resistance factors in tissues ofSolanumgenotypes. Genotypes with different degrees of resistance were found. S.stoloniferum showed pre-phloem resistance to M.persicae, and hence it was used as a model plant to unravel and characterisephenotypicallyand at molecular level the interactions of a single plant with different aphid species. Aphid performance, settling behaviour, and probing studies of M.persicae andMacrosiphumeuphorbiae (Thomas) on S.stoloniferum showed that while S.stoloniferum could be a host plant for M.euphorbiae , it is a poor host for M.persicae .The resistance found in S.stoloniferum against M.persicae seems to rely on constitutively expressed physical traits with some age effects.

    The transcriptional response of S.stoloniferum to the attack of M.euphorbiae (compatible interactions) was stronger than in response to M.persicae (incompatible). This stronger response to M.euphorbiae involves up-regulation of genes related to pathogenesis (PR), regulatory, and protein metabolism and down-regulation of regulatory genes, general metabolism and photosynthesis related genes.

    Infestation of S.stoloniferum leaves with M.persicae aphids leads to the development of pustules. Microscopic analysis of the pustules showed a burst of tissue on the surrounding of the vascular bundle. In contrast, the infestation with M.euphorbiae did not induce any visible cellular changes. The formation of pustules and the induction of some genes in S.stoloniferum suggest that a similar situation might exist between plants-pathogenic bacteria interactions, and plants-aphids interactions.

    Response of S.tuberosumcv.Kardalto the attack of M.persicae was evaluated by studying gene expression. The plant responses depend on foliage maturity. Young leaves ofcv.Kardalare resistant to M.persicae whereas mature to senescent leaves are susceptible. In old leaves M.persicae attack elicits higher number of differentially regulated genes than in young leaves.

    The transcriptional results obtained with the two systems: (1) S.stoloniferum after the attack of M.persicae and M.euphorbiae , and (2) S.tuberosumcv.Kardalat different maturity leaf stages after the attack of M.persicae were compared. The gene-expression studies provide evidence that S.tuberosum and S.stoloniferum respond by activating the salicylic acid (SA) and ethylene (ET) pathways. Genes responsive tojasmonicacid were differentially regulated in low number in the S.stoloniferum - M.euphorbiae but not in thecv.Kardal- M.persicae interaction.

    At the local level a compatible plant-aphid interaction resulted in a broader gene expression response than that a systemic level. Genes were identified related to changes in sink-source relationship at the feeding site which may indicate a plant manipulation by the aphids related to the process of changing the physiological status of the tissue towards a local metabolic sink; also genes related to signal-transduction pathways, regulation and signalling, protein metabolism, maintenance of cell homeostasis, transport, secondary metabolism, and structural features were found to be differentially regulated. On the contrary, in incompatible interactions the transcriptional response of the plant seems to be more restricted.

    PLRV-infection in potato plants ofcv.Kardalwas found to affect aphid behaviour. M.persicae responses to volatiles emitted from PLRV-infected and non-infected plants depend on the age of the leaf. PLRV infection affects also the probing behaviour of M.persicae . On virus-infected plantsstyletpenetration into the plant tissue is enhanced. The transmission efficiency of PLRV is also expected to be affected in PLRV-infected plants because these plants attract more aphids than non-infected plants.

    The results obtained on this research (e.g., aphid performance, probing behaviour, colony development, settling behaviour, and gene expression analysis ofSolanumspp. attacked by aphids) contribute to the understanding of plant responses towards aphid attack as a basis for further unravelling the resistance mechanisms at the metabolic, molecular, and genetic levels.
    Eating and healing : traditional food as medicine
    Pieroni, A. ; Price, L.L. - \ 2006
    New York : Haworth Press - ISBN 9781560229834 - 432
    medicinale planten - dieet - therapie - etnobotanie - traditionele geneeskunde - wilde planten - voedsel uit de natuur - medicinal plants - diet - therapy - ethnobotany - traditional medicine - wild plants - wild foods
    Wild plant resources and cultural practices in rural and urban households in South Africa : implications for bio-cultural diversity conservation
    Cocks, M.L. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): H. Schanz, co-promotor(en): Freerk Wiersum. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085044710 - 196
    wilde planten - genetische bronnen van plantensoorten - bosbestanden - biodiversiteit - relaties tussen stad en platteland - cultuur - mens - huishoudens - zuid-afrika - wild plants - plant genetic resources - forest resources - biodiversity - rural urban relations - culture - man - households - south africa
    An 'inextricable link' between biological and cultural diversity has been identified and the term bio-cultural diversity has been introduced as a concept denoting the link. Studies on bio-cultural diversity are largely focused on remote and isolated communities with the modes and relations of indigenous production systems being typically subsistence and kin based and involving extraction of wild products from the natural environment. Rural conditions are however rapidly changing in many tropical countries, and the livelihood strategies of communities are becoming increasingly diversified. As a result the worldviews, cultural values and knowledge of large sectors of the population can no longer be classified as 'traditional'noras representative of western culture. Despite these changes, many of these communities are still reliant on wild resources both for utilitarian and cultural needs. Unfortunately, the theory on bio-cultural diversity as it currently stands only pays homage to one end of the continuum — the more 'exotic' and politically under-represented sectors of the population. This has resulted in very little systematic analysis of the interaction between culture and use of biological diversity, and of the question of whether cultural practices linked to the use of biodiversity are resilient, or rather the persistent, and whether they are maintained under processes of commercialisation and globalization The overall aim of this study is to assess the importance of biodiversity with respect to cultural and utilitarian value amongst different categories of non-traditional community households in both peri-urban and urban contexts of South Africa and to evaluate factors which contribute to the persistent use of biodiversity for cultural practices. It is shown that cultural practices of biodiversity are divers and often still poorly recorded. Even in urban areas and amongst richer people several forms of cultural use of biodiversity are maintainedThestudy gives credibility to the idea that the future of conservation movements depends on their ability to deal with the relation between history, culture and conservation in all its complexity.
    Groene aders en groente: positieve en negatieve effecten van landschappelijke elementen op de groenteteelt
    Wingerden, W.K.R.E. van; Moraal, L.G. ; Booij, C.J.H. ; Elderson, J. - \ 2004
    Ekoland 24 (2004)5. - ISSN 0926-9142 - p. 8 - 9 en 11.
    landschapselementen - groenteteelt - plagenbestrijding - tuinbouw - wilde planten - insectenplagen - insectenbestrijding - nuttige organismen - beplantingen - waardplanten van plantenplagen - waardplanten - agrarisch natuurbeheer - vollegrondsteelt - houtwallen - landscape elements - vegetable growing - natural enemies - horticulture - nature conservation - wild plants - insect pests - insect control - beneficial organisms - plantations - host plants - agri-environment schemes - outdoor cropping - hedgerows
    Welke bijdrage leveren landschapselementen als akkerranden, houtwallen, bosjes en ruigtes aan de verspreiding en bestrijding van ziekten en plagen in de vollegrondsgroenteteelt. Wilde planten, struiken en bomen kunnen mogelijke alternatieve waardplanten zijn voor plagen op groentegewassen; voor tien belangrijke groentegewassen zijn deze risico's onderzocht. Opgaande elementen als houtwallen en bomenrijen kunnen zowel gunstig zijn voor plaaginsecten als voor hun natuurlijke vijanden. Gunstige natuur schept voorwaarden voor overleving van natuurlijke vijanden en niet voor plaagsoorten; bij inrichting en beheer dient daarmee rekening te worden gehouden. De voorlopige conclusie is dat groene dooradering een relatief kleine bron kan zijn voor een beperkt aantal plagen in groenteteelten. Daartegenover staat een bronfunctie voor vele soorten natuurlijke vijanden. Meer info: Alterra-rapport 825
    Nutrient limitation and nutrient-driven shifts in plant species composition in a species-rich fen meadow
    Hoek, D. van der; Mierlo, A.J.E.M. van; Groenendael, J.M. van - \ 2004
    Journal of Vegetation Science 15 (2004). - ISSN 1100-9233 - p. 389 - 396.
    soortendiversiteit - plantenecologie - biomassa - inundatie - eutrofiëring - veengronden - stikstof - natuurreservaten - laagveengebieden - nederland - gelderland - species diversity - plant ecology - biomass - flooding - eutrophication - peat soils - nitrogen - nature reserves - fens - netherlands - gelderland - mineral-nutrition - wild plants - vegetation - availability - enrichment - phosphorus - community - diversity - tundra
    Question: We studied the development and persistence of the effects of nutrient pulses on biomass production and species composition in a fen meadow. Location: Nature reserve, central Netherlands, 5 m a.s.l. Methods: Single pulse fertilization with N and P in a factorial design on an undrained central and a drained margin site in a species-rich fen meadow (Cirsio dissecti-Molinietum). Biomass production and species composition were monitored during four years. Results: At the central site, N addition boosted biomass production, but only during one year. The species composition was not changed. P fertilization increased the biomass production and changed the species composition from a vegetation dominated by Carex panicea to a grassland community with abundant Holcus lanatus, but not before the second year. At the margin site, P fertilization changed the species composition in a similar way, but biomass production was not increased. N fertilization had no effect. At both sites the P induced shift in species composition persisted for four years although the P effect declined during the experiment. Conclusions: The biomass responses show that N was limiting in the central site. Another nutrient, besides N and P (probably K) must have been limiting in the marginal site. The fast decline of the N effect on biomass is ascribed to increased denitrification and biomass removal. The delay in the P effect on biomass and species composition and the persistence of the P effect on species composition are ascribed to fast immobilisation and subsequent slow release of fertilizer P in the peat soil. Recurrence of the P pulses is expected to cause permanent changes in species composition
    Natuurvriendelijke oevers interessant voor gemeenten met water
    Schuring, W. ; Heikoop, L. ; Zijden, A. van der - \ 2003
    Tuin en Landschap 25 (2003)6. - ISSN 0165-3350 - p. 50 - 51.
    oevervegetatie - oeverbescherming van rivieren - kanaaloevers - slootkanten - sloten - natuurbescherming - vegetatie - plantensuccessie - plantenkolonisatie - wilde planten - soortendiversiteit - odonata - lepidoptera - ondatra zibethicus - biodiversiteit - oevers - natuurtechniek - riparian vegetation - riverbank protection - canal banks - ditch banks - ditches - nature conservation - vegetation - plant succession - plant colonization - wild plants - species diversity - odonata - lepidoptera - ondatra zibethicus - biodiversity - shores - ecological engineering
    Langs de proefvelden van PPO Sector Bomen in Boskoop zijn in 2000 vijftien natuurvriendelijke oevertypen aangelegd, in eerste instantie bedoeld als oevers langs boomkwekerijen, maar ook interessant voor gemeenten, groenvoorzieners en landschapsarchitecten. Aandacht voor de natuurontwikkeling die heeft plaatsgevonden(planten; vlinders en libellen; muskusratten), soorten natuurvriendelijke oevers, kosten en onderhoud
    Women and plants. Gender relations in biodiversity management and conservation
    Howard, P.L. - \ 2003
    London and New York : Zed Books - ISBN 9781842771563 - 320
    biodiversiteit - natuurbescherming - duurzaamheid (sustainability) - wilde planten - vrouwen - man-vrouwrelaties - medicinale planten - keukenkruiden - inheemse kennis - wereld - ontwikkelingslanden - biodiversity - nature conservation - sustainability - wild plants - women - gender relations - medicinal plants - culinary herbs - indigenous knowledge - world - developing countries
    Possible consequences of the new IUCN regional guidelines for a Red List of vascular plant species in the Netherlands
    Tamis, W.L.M. ; Odé, B. ; Witte, J.P.M. - \ 2003
    In: The harmonization of Red Lists for threatened species in Europe / de Iongh, H.H., Bánki, O.S., Bergmans, W., van der Werff ten Bosch, M.J., [S.l.] : S.n. - p. 181 - 194.
    flora - bedreigde soorten - wilde planten - bescherming - nederland - vaatplanten - flora - wild plants - endangered species - protection - netherlands - vascular plants
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.