Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 184

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: keywords==zuid-limburg
    Check title to add to marked list
    De Keizersmantel als indicator voor het herstel van lichte en viooltjesrijke hellingbossen
    Omon, B. ; Veling, K. ; Wallis de Vries, M.F. - \ 2015
    De Levende Natuur 116 (2015)5. - ISSN 0024-1520 - p. 204 - 207.
    bosgebieden - bossen - soortenrijkdom - fauna - lepidoptera - nymphalidae - waardplanten - ecosystemen - habitats - zuid-limburg - bosbeheer - natuurbeheer - woodlands - forests - species richness - host plants - ecosystems - forest administration - nature management
    Een deel van de soorten die eens kenmerkend waren voor de hellingbossen in Zuid-Limburg is afgenomen of zelfs verdwenen. Het dichtgroeien van de bossen na het beëindigen van hakhoutbeheer zou een verklaring kunnen zijn, maar is dat ook zo? In dit artikel worden de ecologische eisen van de fauna van hellingbossen besproken aan de hand van de Keizersmantel. Ingegaan wordt op de vraag in welke mate de ecologische randvoorwaarden voor de Keizersmantel worden bepaald door het aanbod van waardplanten en door het microklimaat.
    Naar een groene ontmoetingsplek : reflectie op het initiëren van bewonersparticipatie door de vier Buurtstichtingen in Hoensbroek
    Eppink, H.J. ; Pfeiffer, L.H. ; Cremers, C. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR, Wetenschapswinkel (Rapport / Wageningen UR, Wetenschapswinkel 306) - ISBN 9789461738776 - 42
    openbaar groen - burgers - gemeenten - publieke participatie - bewonersparticipatie - zuid-limburg - public green areas - citizens - municipalities - public participation - community participation
    Vier buurtstichtingen in Hoensbroek hebben interesse getoond om gedeeltelijk verantwoordelijkheid te nemen voor de openbare groene ruimte. De buurtstichtingen ziet de gemeente als brug tussen overheid en burgers. De inhoud van dit rapport is interessant voor andere buurtstichtingen om eigen initiatieven vorm te geven.
    Meerjarig graan; Mogelijkheden van meerjarige graanachtigen voor erosiebestrijding
    Wander, J.G.N. ; Crijns, S. ; Duijzer, F. ; Emmens, E. ; Russchen, H.J. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2014
    Dronten : DLV Plant - 38
    akkerbouw - graansoorten - thinopyrum - duurzaam bodemgebruik - teeltsystemen - bodemvruchtbaarheid - bemesting - watererosie - winderosie - meerjarige teelt - rassen (planten) - tarwe - nederland - zuid-limburg - veenkolonien - arable farming - cereals - sustainable land use - cropping systems - soil fertility - fertilizer application - water erosion - wind erosion - perennial cropping - varieties - wheat - netherlands
    Meerjarige granen, waaronder Thinopyrum intermedium, wortelen dieper en intensiever en houden daardoor bodem, voedingsstoffen en water goed vast. Voor Nederlandse omstandigheden zou de teelt van dergelijke gewassen dan ook kunnen zorgen voor minder water en/of winderosie, minder milieubelasting (minder uitspoeling) en zuiniger gebruik van inputs.
    Meer jongen bij de korenwolf dankzij actief genetisch herstel
    Haye, M.J.J. la; Koelewijn, H.P. ; Siepel, H. ; Verwimp, N. ; Windig, J.J. - \ 2014
    De Levende Natuur 115 (2014)4. - ISSN 0024-1520 - p. 162 - 166.
    natuurbeheer - genetica - herstel - hamsters - bedreigde soorten - zuid-limburg - nature management - genetics - rehabilitation - endangered species
    De Korenwolf is voor Nederland behouden gebleven door het opzetten van een fokprogramma in 1999. Door het kleine aantal Hamsters waarmee de fok gestart is, waren er vanaf de start zorgen over mogelijke genetische problemen in de fokpopulatie. Herintroductie van Hamsters in het wild zou daardoor veel lastiger kunnen worden. In 2003 en 2004 zijn daadwerkelijk drie onverwante mannetjes (afkomstig uit België en Duitsland) aan het Nederlandse fokprogramma toegevoegd. Dankzij genetische monitoring is bekend of dit positief effect heeft gehad op de Hamster in Nederland.
    Parkstad Limburg Energietransitie (PALET): Achtergronddocument Hernieuwbare Energieopwekking
    Stremke, S. ; Oudes, H.H. - \ 2014
    Stadsregio Parkstad Limburg - 53
    energie - hernieuwbare energie - duurzame energie - regionale ontwikkeling - landschap - zuid-limburg - biobased economy - energy - renewable energy - sustainable energy - regional development - landscape
    De Stadsregio Parkstad Limburg oriënteert zich op de transitie van een bijna nog volledig fossiele energievoorziening in 2013 naar een duurzame en klimaatbestendige regio, waarbij de te behalen doelen voor wat betreft energiebesparing en opwekking van het aandeel duurzame energie en de CO2-reductie op zodanige wijze worden onderbouwd dat deze recht doen aan de landschappelijke kwaliteit en de potentiële bronnen van duurzame energie in Parkstad.
    Parkstad Limburg Energietransitie (PALET): Ambitiedocument
    Delheij, V. ; Straten, R. van der; Stremke, S. ; Oudes, H.H. ; Broers, W. ; Kimman, J. ; Bongers, J. ; Janssen, F. ; Weusten, P. ; Hugtenburg, J. ; Meeuwsen, A. - \ 2014
    Stadsregio Parkstad Limburg - 38
    energiebesparing - energie - hernieuwbare energie - regionale ontwikkeling - toekomst - verandering - zuid-limburg - biobased economy - energy saving - energy - renewable energy - regional development - future - change
    Dit ambitiedocument zet op basis van gefundeerd onderzoek uiteen hoeveel energie momenteel in de diverse sectoren wordt gebruikt, hoeveel daarop in de toekomst bespaard kan worden en hoeveel hernieuwbare energie in de diverse vormen acceptabel en ruimtelijk inpasbaar in de regio van Parkstad Limburg kan worden opgewekt. Het ambitiedocument biedt het inzicht dat het ruimtelijk realistisch is om in 2040 een hernieuwbaar energieneutrale regio te zijn.
    Stories becoming sticky : how civic initiatives strive for connection to governmental spatial planning agendas
    Stoep, H. van der - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Adri van den Brink; Noelle Aarts. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461738295 - 282
    ruimtelijke ordening - publieke participatie - maatschappelijk middenveld - bestuurskunde - besluitvorming - maatschappelijke betrokkenheid - regionale planning - communicatie - verhoudingen tussen bevolking en staat - burgers - participatie - zuid-holland - krimpenerwaard - zuid-limburg - physical planning - public participation - civil society - public administration - decision making - community involvement - regional planning - communication - relations between people and state - citizens - participation - zuid-holland - krimpenerwaard - zuid-limburg

    This thesis aims to understand the phenomenon of self-organizing civic initiatives, how they engage in and connect to planning practices aimed at the improvement of the quality of places and why these connections lead to alteration or transformation of governmental planning agendas or not. By providing greater understanding about these processes the thesis aims to contribute to debates about how planners can improve connections with civil society initiatives and how a more responsive and adaptive attitude towards a dynamically changing society can be achieved.

    Conclusions were drawn from two in-depth case-studies of civic initiatives in two Dutch regions: 1) initiatives of business entrepreneurs and experts to develop New Markets which support the cultural landscape of the region Heuvelland, and 2) initiatives of citizens for the protection and development of landscape values in the urban-rural fringe Gouda-Krimpenerwaard. Building on agenda-setting and framing theory the analysis focused on how initiatives self-organized and connected to other stakeholders and how outcomes of their efforts in terms of their ambitions and government agendas could be understood.

    The research results point to the crucial role of storytelling and the day-to-day interactions in which stories emerge and become ‘sticky’. Sticky stories are strong ‘attractors’ that mobilize attention and support. The stickiness of a story was enhanced through discursive processes in which the story was connected to the self-referential frames of targeted supporters. Thus, sticky stories could not emerge without empathic listening, timing and patience. Three interplaying conditions were critical in the process of a story becoming sticky or fading away: 1) formal and informal ‘catalytic’ conversations as the medium of storytelling; 2) storytelling by people who perform as connectors and enable the travelling of stories through a wider network, and 3) signalling and incorporating focusing events into evolving stories in ways considered meaningful and relevant by targeted supporters. This results in a model that offers a way to understand dynamical change of policy and planning agendas by focusing on the interactive construction, connection, and subtle alteration of stories in day-to-day conversations, by the right people, at the right moments.

    Uitbreiding en herstel van Zuid-Limburgse hellingschraallanden. Eindrapportage 2e fase O + BN onderzoek
    Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Bobbink, R. ; Kuiters, A.T. ; Verbaarschot, E. ; Versluijs, R. ; Kuper, J. ; Floor-Zwart, W. ; Huiskes, H.P.J. ; Remke, E. ; Siepel, H. - \ 2013
    Driebergen : Bosschap (2013/OBN177-HE ) - 167
    graslanden - plantengemeenschappen - herstel - natuurgebieden - herstelbeheer - natura 2000 - zuid-limburg - grasslands - plant communities - rehabilitation - natural areas - restoration management
    In het kader van Natura 2000 worden in Europees perspectief zeldzame soorten en zeldzame vegetatietypen in Nederland beschermd. In dit rapport staan de Zuid-Limburgse kalkgraslanden (H6210) en heischrale graslanden (H6230) centraal. Bijna alle nog bestaande hellingschraallanden in Nederland liggen binnen de als Natura2000 aangewezen gebieden. Beide habitattypen zijn prioritair en de opgave in deze gebieden bestaat uit uitbreiding van het oppervlak en verbetering van de kwaliteit. Uit de 1e fase van het O+BN onderzoek aan de Zuid-Limburgse hellingschraallanden is gebleken dat veel karakteristieke planten- en diersoorten binnen de huidige natuurreservaten nog steeds achteruitgaan. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de verhoogde beschikbaarheid van stikstof.
    Wintergranen voor waterberging
    Crijns, J. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2013
    Horst : DLV Plant - 12
    erosiebestrijding - heuvels - bodemwater - graansoorten - proefprojecten - akkerranden - zuid-limburg - wintertarwe - akkerbouw - erosion control - hill land - soil water - cereals - pilot projects - field margins - winter wheat - arable farming
    Bij aanleg van een graanbufferstrook kan mogelijk het erosieremmend effect gecombineerd worden met plantaardige productie. Via een bevloeiingsproef is gezocht naar het waterbergend vermogen van een graanbufferstrook. In een perceel van proefboerderij Wijnandsrade (Zuid-Limburg) met een hellingspercentage van 4% werd aan de onderzijde van het perceel op de wendakker de proef aangelegd.
    Een beschermingsplan voor de Spaanse vlag in Limburg
    Wallis de Vries, M.F. ; Groenendijk, D. ; Huigens, M.E. - \ 2013
    Natuurhistorisch Maandblad 102 (2013)8. - ISSN 0028-1107 - p. 177 - 183.
    lepidoptera - natuurbescherming - beschermingsgebieden - natura 2000 - zuid-limburg - limburg - nature conservation - conservation areas
    De nachtvlinder Spaans Vlag (Euplagia quadripunctaria) geniet bescherming volgens de Europese Habitatsrichtlijn. In het kader van Natura 2000 is het lastig gebleken om beschermde gebieden voor de soort aan te wijzen. Als alternatief is door de overheid besloten om een regionaal beschermingsplan voor de soort op te stellen (Wallis de Vries & Groenendijk, 2012). Daarbij is ook aanvullend onderzoek naar de larvale ecologie van deze vlinder uitgevoerd.
    Het mossencahier van J.L. Franquinet, een vroeg 19de eeuws herbarium uit Maastricht, 1. Franquinets botanische nalatenschap
    Weeda, E.J. - \ 2013
    Buxbaumiella 97 (2013)mei. - ISSN 0166-5405 - p. 22 - 36.
    bryologie - historische ecologie - zuid-limburg - bryology - historical ecology
    Dit artikel gaat over een bron van oude mosvondsten die tot dusver niet effectief ontsloten is. De gegevens hebben weliswaar tot tweemaal toe hun weg naar publicaties gevonden, maar zijn ook tweemaal weer in vergetelheid geraakt. Begin 2012 besloten Rienk-Jan Bijlsma, Henk Siebel en de auteur van dit verhaal de vergeten vondsten alsnog onder de aandacht van de Nederlandse bryofloristiek te brengen
    Het mossencahier van J.L. Franquinet, een vroeg 19de-eeuws herbarium uit Maastricht. 2. Vindplaatsen en vondsten
    Weeda, E.J. ; Bijlsma, R.J. ; Siebel, H.N. - \ 2013
    Buxbaumiella 2013 (2013)98. - ISSN 0166-5405 - p. 1 - 14.
    bryologie - historische ecologie - zuid-limburg - bryology - historical ecology
    In dit tweede deel passeren de opgaven met een concrete vindplaatsomschrijving de revue, gesorteerd per locatie. Bij vondsten op Belgisch grondgebied of in de buurt van de grens wordt de positie zowel volgens het Nederlandse als volgens het Belgische grid aangegeven.
    Europese rivierkreeft in Nederland: kansen in Kerkrade
    Roessink, I. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2372) - 47
    rivierkreeft - habitats - aquatische ecologie - waterkwaliteit - dierentuinen - herintroductie van soorten - zuid-limburg - crayfish - aquatic ecology - water quality - zoological gardens - reintroduction of species
    Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Kerkrade. In dit onderzoek wordt onderzocht of er voor een herintroductie van de Europese rivierkreeft in zijn oorspronkelijke leefgebied mogelijke geschikte locaties binnen het gebied ‘Park Erenstein’ aanwezig zijn. Om dit te bepalen zijn verschillende waterpartijen in dit gebied geïnventariseerd op hun geschiktheid waarbij gebruik gemaakt is van chemische, fysische en biologische kwaliteitscriteria en de mate van isolatie van het water. De onderzochte waterpartijen lagen in Gaia Zoo park, aan de Cranenweyer of meer geïsoleerd in het gebied. Uit de inventarisatie blijkt dat er verschillende locaties binnen het gebied aanwezig zijn die direct geschikt lijken voor een uitzetting van Europese rivierkreeften (dit zijn de waterpartij van het muskusossenverblijf, van het gorillaverblijf en die bij de ingang van Gaia Zoo park). Ook zijn er enkele locaties die in hun huidige toestand nog niet geschikt zijn, maar zeker potentieel geschikt te maken zijn (waterpartij bij slingerapen en de vijver bij Nieuw Erenstein). Het voorkomen van grote (roof)vissen en concurrerende Turkse rivierkreeften maken de Cranenweyer zelf en de hiermee verbonden wateren niet geschikt voor het uitzetten van de Europese rivierkreeft
    Effecten van hakhoutbeheer op de vlinders van hellingbossen.
    Wallis de Vries, M.F. ; Prick, M.J.M. - \ 2012
    Natuurhistorisch Maandblad 101 (2012)1. - ISSN 0028-1107 - p. 1 - 9.
    lepidoptera - habitats - ecologie - hellingen - hakhout - landschapsbeheer - zuid-limburg - ecology - slopes - coppice - landscape management
    In 2009 vond een verkennend onderzoek plaats naar de invloed van hakhoutbeheer op dag- en nachtvlinders in het Oombos en het Schaelsbergerbos bij Schin op Geul. Hierbij werden gedurende zeven nachten gegevens over nachtvlinders verzameld en op vier dagen gegevens over dagvlinders. Daarbij vertoonden de nachtvlinders een grote soortenrijkdom, maar een laag aantal individuen; bij dagvlinders was dit juist omgekeerd. In totaal werden 20 soorten nachtvlinders van de Rode lijst waargenomen. De jonge bossen leverden de grootste rijkdom op. Met name nachtvlindersoorten die gebonden zijn aan Bosrank bleken behoorlijk talrijk. Aangezien het een verkennend onderzoek is, zijn de resultaten nog niet voldoende om definitieve conclusies te trekken. Het onderzoek zal de komende jaren dan ook gecontinueerd worden.
    Reflecteren op groene participatieprocessen
    Stobbelaar, Derk Jan ; Santegoets, J. - \ 2012
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 68 (2012)7/8. - ISSN 0166-3534 - p. 28 - 31.
    samenwerking - landschapsarchitectuur - regionale planning - governance - zuid-limburg - cooperation - landscape architecture - regional planning
    Projecten in de groene leefomgeving beïnvloeden meer dan de fysieke leefomgeving alleen. Ze beïnvloeden ook de mensen die er in de buurt wonen. Om succesvol te kunnen opereren in zo’n project, zal een groenprofessional dus niet alleen een goed overzicht moeten hebben van bijvoorbeeld de flora en fauna, geologie en hydrologie, maar ook van wat er sociaal gezien speelt in een gebied. Wat doen (bewoners)organisaties en wat zouden ze kunnen? Wat verwachten ze van mij? Waar liggen conflicten op de loer? Met welke partijen zou ik kunnen samenwerken? Dit maakt processen ingewikkeld, maar biedt ook kansen om het fysieke en sociale te integreren en zo betere plannen te maken. Hoog tijd dus voor een integrale reflectie op groene participatieprocessen.
    Een aanpak om schade door slakken in aardappelen te voorkomen : monitoring van Zuid-Limburgse percelen om in de bodem levende slakken te signaleren en schadelijke populaties vast te stellen voor middelenonderzoek en advisering praktijk (2010-2011)
    Rozen, K. van; Huiting, H.F. ; Meuffels, G.J.H.M. ; Wilms, J.A.M. ; Schiffelers, R. ; Crijns, S. - \ 2012
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 35
    naaktslakken - aardappelen - epidemiologie - arion hortensis - plantenplagen - gewasbescherming - akkerbouw - oogstschade - zuid-limburg - slanke wormnaaktslak - slugs - potatoes - epidemiology - plant pests - plant protection - arable farming - crop damage - boettgerilla pallens
    Enkele slakkensoorten zijn verantwoordelijk voor vraatschade in aardappelen. Deze soorten behoren tot de wegslakken en de kielnaaktslakken. Van deze twee groepen slakken zijn in dit onderzoek vrijwel uitsluitend Zwarte wegslakken (Arion hortensis) in vooraf geselecteerde percelen aangetroffen. Dit zijn slakken die met het ingraven van een krop andijvie of kippenvoerprak afgedekt met slakkenmatjes in het najaar goed zijn vast te stellen. Met lokmiddel worden betrouwbaar hogere aantallen onder slakkenmatjes vastgesteld dan zonder lokmiddel. Deze slakken kunnen echter op gunstige momenten vroeg in de ochtend ook prima worden waargenomen. Dit in tegenstelling tot de kielnaaktslakken, die voornamelijk ondergronds actief zijn. Met de vallen zijn nauwelijks kielnaaktslakken aangetroffen, op de betreffende percelen werden deze slakken ook niet tijdens het doorzoeken van de grond waargenomen. Daarentegen werd een soort uit een andere groep in de bodem vastgesteld die niet eerder met vraatschade in de Nederlandse aardappelproductiepercelen in verband werd gebracht; de Slanke wormnaaktslak. Het doorzoeken van de grond leverde de hoogste aantallen op, met de geteste vallen zijn daarentegen in totaal maar twee wormnaaktslakken in de bodem vastgesteld. In het veld en in het lab werd vraatschade aan aardappelen door deze slakkensoort waargenomen. Of deze slakkensoort een bedreiging vormt voor de aardappelteelt is niet bekend. Dit onderzoek geeft aan dat het slakkenprobleem in aardappelen een sterk incidenteel karakter heeft. De uitdaging is om die percelen uit te selecteren waar slakkenschade in aardappelen tot afkeuring of prijskorting leidt, met als gevolg een financiële strop voor de individuele teler. In het proefveldonderzoek naar middelen ter bestrijding van ondergronds levende slakken werden zeer lage aantallen slakken waargenomen, dit leidde nauwelijks tot aangevreten knollen. Over de effectiviteit van de middelen kon hierdoor geen indicatie worden afgegeven.
    Ecohydrologie van de Zuid-Limburgse hellingmoerassen : inventarisatieatlas van vegetatie, bodem en grondwaterkwaliteit
    Mars, H. de; Schunselaar, J. ; Schaminee, J.H.J. - \ 2012
    Den Haag : Directie Kennis en Innovatie, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (Rapport nr. 2012/OBN159-HEBE) - 216
    moerassen - vegetatiekartering - vegetatiemonitoring - beekdalen - ecohydrologie - ecologisch herstel - hellingen - bodem - geohydrologie - natuurbeheer - zuid-limburg - marshes - vegetation mapping - vegetation monitoring - brook valleys - ecohydrology - ecological restoration - slopes - soil - geohydrology - nature management - zuid-limburg
    Om behoud en herstel van de natte hooilanden en kalkmoerassen in de Zuid Limburgse beekdalen mogelijk te maken, is niet alleen meer inzicht nodig in de sturende processen en sleutelfactoren maar, om te beginnen, in de actuele kwaliteit (hydrologie, vegetatie, bodem). Er bestaat namelijk tot op heden slechts een beperkt inzicht in de actuele (natuur)kwaliteiten van de naar schatting 180 helling- en bronmoerassen in Zuid- Limburg, en de kansen en knelpunten voor het behoud en herstel.
    Veranderingen in de zonering van bosgemeenschappen in het Savelsbos
    Willers, B. ; Hommel, P.W.F.M. ; Schaminée, J.H.J. - \ 2012
    Natuurhistorisch Maandblad 101 (2012)2. - ISSN 0028-1107 - p. 24 - 31.
    vegetatietypen - bosecologie - flora - hellingen - bodems van steile hellingen - zuid-limburg - vegetation types - forest ecology - slopes - steepland soils
    De hellingbossen in Zuid-Limburg trekken sinds mensenheugenis de aandacht vanwege de vooral in het voorjaar opvallende bloemenpracht en de grote soortenrijkdom. Er vindt echter reeds enkele decennia lang een gestage achteruitgang van de Flora plaats. De belangrijkste oorzaak hiervan wordt beschreven hoe de achteruitgang. In dit artikel wordt beschreven hoe de achteruitgang van de bosflora wordt weerspiegel in een verandering van de oorspronkelijk aanwezige zonering van bosgemeenschappen. De basis hiervoor zijn de resultaten van een onderzoek naar de positie van de gemeenschappen langs de hellinggradiënt in het Savels in 1955 en in 2009. Speciale aandacht gaat uir naar het orchideënrijke subtype van het Eiken Haag Beuken (Eiken-Haagbeuken bos met kalk planten; Stellario-Carpinetum orchietosum), dat onder grote staat en in veel Zuid-Limburgse boscomplexen is verdwenen of nog slechts in verarmde vorm te vinden is.
    The diet of the garden dormouse (Eliomys quercinus) in the Netherlands in summer and autumn
    Kuipers, L. ; Scholten, J. ; Thissen, J.B.M. ; Bekkers, L. ; Geertsma, M. ; Pulles, C.A.T. ; Siepel, H. ; Turnhout, L.J.E.A. van - \ 2012
    Lutra 55 (2012)1. - ISSN 0024-7634 - p. 17 - 27.
    muizen - voedingsgedrag - monitoring - bodemecologie - bosecologie - zuid-limburg - mice - feeding behaviour - soil ecology - forest ecology
    The food of the last remaining population of garden dormouse (Eliomys quercinus) in the Netherlands is studied by means of analysing faecal samples, collected in the summer and autumn of the year 2010. In total 139 scat samples were collected from 51 different nest boxes. The samples were visually analysed for the presence (or absence) of different animal and vegetable food items using a stereo microscope. Millipedes (Diplopoda), beetles (Coleoptera) and snails (Gastropoda) were found to be the main animal food sources. Important vegetable food remains were the fruit pulp of apples, pears and seeds. The identified seeds were the remains of blackberries (Rubus ssp.) and elderberries (Sambucus nigra). The results were skewed by someone feeding the garden dormice with apples and pears. All the other food items were collected by the garden dormice themselves. These animal and vegetable food sources were present in more than 20% of the samples. Hymnopterans (Hymenoptera), earthworms (Lumbricidae), spiders (Araneae), harvestmen (Opiliones) and wood mice (Apodemus sylvaticus) were present in 5% to 20% of the samples. Flies (Diptera), true bugs (Heteroptera), woodlice (Isopoda), pseudoscorpions
    (Pseudoscorpiones), butterfly larvae (caterpillars) (Lepidoaptera), songbirds (Passeriformes) and flowers were occasionally found. Invertebrates, especially millipedes, are the staple food during the entire active feeding period.
    In spring and early summer the garden dormouse eats relatively more vertebrates (possibly mainly the nestlings of birds and mice), gastropods, beetles and flowers, than in August-November. The first seeds of berries were identified in the beginning of August. The occurrence of seeds increased rapidly to 90% at the end of August and then decreased to 30% in September and 0% by the end of October. Garden dormice in woods seem to depend on the rich invertebrate fauna within the litter layer. Mesotrophic mull soils have a rich fauna of medium-sized to large invertebrates and these soils are disappearing from the Savelsbos as a result of traditional management practices being abandoned. Re-establishment of species-rich wood types that produce mesotrophic mull soils could be of benefit to the remnant population of garden dormouse in the Savelsbos.
    Biologische zuivering met de Fytobac
    Werd, H.A.E. de; Bruine, J.A. de; Meijel, J.M.J. van; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2012
    Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 23
    spuitapparatuur - schoonmaken - waterverontreiniging - sludge farming - biologische filtratie - boerderij uitrusting - proefbedrijven - de peel - sierplanten - zuid-limburg - spraying equipment - cleaning - water pollution - biological filtration - farm equipment - pilot farms - ornamental plants
    Ervaringen met de Fytobac systemen in Vredepeel en Wijnandsrade weer over het jaar 2011. Beide systemen zijn gebruikt voor de reiniging van water dat vrijkomt bij het reinigen van spuitapparatuur. In Vredepeel is in dezelfde opvangput ook verontreiniging die ontstaan is bij het vullen van de spuit en restvloef opgevangen. Dit rapport geeft meetresultaten en praktische ervaringen uit 2011 weer en wordt beëindigd met conclusies waarin aangegeven wordt wat de resultaten van deze activiteiten betekenen voor de toepassing vul- en wasplaatsen en biologische zuivering.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.