Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 40

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Voedselkwaliteit en biodiversiteit in bossen van de hoge zandgronden
    Burg, A. Van den; Dees, A. ; Bijlsma, R.J. ; Waal, R.W. de - \ 2014
    Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur - 128
    zandgronden - ecosystemen - bosecologie - insect-plant relaties - bodem-plant relaties - bossen - fauna - zure depositie - veluwe - sandy soils - ecosystems - forest ecology - insect plant relations - soil plant relationships - forests - fauna - acid deposition - veluwe
    Terrestrische ecosystemen die geen invloed kennen van grondwater en bovendien een van nature matig tot slecht gebufferde bodem hebben, zijn heel erg gevoelig voor verzuring. Hierbij horen bijvoorbeeld de natuurlijke standplaatsen van Oude eikenbossen (H9190) en Beuken-Eikenbos met hulst (H9120), waarvoor het moeilijk is om beheerstrategieën te ontwerpen die de effecten van verzuring en vermesting tegengaan. Er is in dit OBN-project gewerkt aan de volgende drie onderzoeksvragen: (1) Via welk mechanisme kan de bodem-plant interactie bijgestuurd worden, zodat herstel optreedt van de voedingsbalans van planten en vervolgens ook van de daarvan afhankelijke fauna (plant-insect interactie), (2) Onder wat voor omstandigheden (bodem, depositie, evt. maatregelen in verleden) treedt een verstoorde voedingsbalans op en (3) wat zijn mogelijke praktische maatregelen.
    Ammoniakdepositie op de Gelderse Natura 2000-gebieden : ontwikkeling van de ammoniakdepositie als gevolg van stal- en opslagemissies in de periode 2004 en 2009 - versie 2
    Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Jeurissen, L.J.J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2011
    wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2226) - 48
    zure depositie - ammoniakemissie - stikstofverliezen - intensieve veehouderij - dierlijke meststoffen - opslag - natura 2000 - veluwe - gelderland - acid deposition - ammonia emission - nitrogen losses - intensive livestock farming - animal manures - storage - natura 2000 - veluwe - gelderland
    In dit rapport wordt de ontwikkeling in beeld gebracht van de netto toe- of afname van de stikstofdepositie als gevolg van de stal- en opslagemissies tussen 7 december 2004 en 1 februari 2009 op de verschillende habitattypen in de Natura 2000-gebieden in de provincie Gelderland. Voor de Veluwe is ook de ontwikkeling ten opzichte van het jaar 2000 in beeld gebracht. Daarnaast wordt inzicht geven in de verschillen in dieraantallen en stalsystemen tussen het milieuvergunningbestand van de provincie Gelderland en GIAB (Landbouwtelling) van Alterra en het effect daarvan op de ammoniakemissie en -depositie.
    Dalende stikstofdepositie is nog niet afdoende voor herstel van droge heischrale graslanden
    Dorland, E. ; Bobbink, R. ; Soons, M. ; Rotthier, S.L.F. - \ 2011
    De Levende Natuur 112 (2011)6. - ISSN 0024-1520 - p. 220 - 224.
    graslanden - zure depositie - bodemchemie - stikstof - vegetatie - biodiversiteit - heidegebieden - grasslands - acid deposition - soil chemistry - nitrogen - vegetation - biodiversity - heathlands
    Droge heischrale graslanden zijn zeer gevoelig voor verzuring en vermesting als gevolg van atmosferische depositie van zwavel- en stikstofverbindingen. De stikstofdepositie neemt de laatste jaren iets af, maar tegelijk blijken stikstofaccumulatie en verzuring in de bodem van grotere betekenis te zijn dan eerst gedacht. Dit blijkt zelfs reden te zijn om de ‘critial loads’ of kritische depositiewaarden bij te stellen, zoals onlangs in Europees verband is gebeurd. De auteurs wijzen er daarbij op dat ook bij verdergaande, noodzakelijke verlaging van de stikstofdepositie aanvullende herstelmaatregelen nodig zullen zijn voor behoud of herstel van droge heischrale graslanden
    Perspectieven voor hoogveenherstel in Nederland : samenvatting onderzoek en handleiding hoogveenherstel 1998-2010
    Duinen, G.J. ; Tomassen, H. ; Limpens, J. ; Smolders, F. ; Schaaf, S. van der; Verberk, W. ; Groenendijk, D. ; Wallis de Vries, M.F. ; Roelofs, J. - \ 2011
    Nijmegen [etc.] : Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum B-WARE [etc.] (Rapport / DKI nr. 2011/OBN150-NZ) - 76
    hoogveengebieden - hydrologie - ecologie - ecologisch herstel - zure depositie - stikstof - natura 2000 - moorlands - hydrology - ecology - ecological restoration - acid deposition - nitrogen - natura 2000
    Het hoogveenareaal in Nederland is door ontginning, turfwinning, boekweitbrandcultuur en verdroging sterk gereduceerd. De water- en nutriëntenhuishouding van de hoogvenen zijn sterk verstoord door deze aantastingen en bovendien door de neerslag van atmosferisch stikstof (N). Verder is door deze aantastingen de variatie in terreincondities die aanwezig is in intacte hoogveenlandschappen, met name gradiënten van de zure, mineraalarme hoogveenkern naar de gebufferde, mineraalrijkere omgeving, afgenomen. Herstelmaatregelen in de hoogveenrestanten hadden wisselend succes: soms herstelden of ontwikkelden zich vegetaties met bultvormende veenmossen, meestal ontstond een drijvende laag Waterveenmos (Sphagnum cuspidatum) of een zure waterplas. Verder bleef Pijpenstrootje (Molinia caerulea) over grote oppervlakten de vegetatie domineren en vestigden zich Berken (Betula spec.). In het kader van het kennisnetwerk ‘Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit’ (OBN) is onderzoek gedaan naar de perspectieven voor hoogveenherstel in Nederland. Twee vragen stonden daarbij centraal: 1. Is hoogveenherstel mogelijk bij de huidige hoge atmosferische N-depositie? 2. Onder welke voorwaarden is succesvol herstel van de karakteristieke flora en fauna mogelijk? De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek worden in dit rapport beschreven.
    Stikstofdepositie in de provincie Utrecht : onderzoek in de Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten
    Kros, J. ; Dobben, H.F. van; Klimkowska, A. ; Gies, T.J.A. ; Voogd, J.C.H. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2003) - 62
    natuurgebieden - natura 2000 - zure depositie - ammoniakemissie - inventarisaties - utrecht - natural areas - natura 2000 - acid deposition - ammonia emission - inventories - utrecht
    Voor veel van de Utrechtse natuurbeschermingswetgebieden is stikstofdepositie een punt van aandacht. Een te hoge stikstofdepositie op de natuurlijke ecosystemen kan leiden tot een verstoring en verslechtering van de biodiversiteit van deze ecosystemen. In veel Natura 2000-gebieden is de stikstofdepositie zo hoog dat daarmee niet wordt voldaan aan de instandhoudingsdoelstellingen voor deze gebieden. Extra beschermde maatregelen zijn noodzakelijk. Om inzicht te krijgen in deze problematiek geeft dit rapport per gebied de totale, actuele stikstofdepositie, uitgesplitst naar verschillende bronnen (landbouw, overige bronnen, buitenland, enz.), de actuele gebiedseigen stikstofdepositie (binnen 10 km zone) als gevolg van de landbouw uitgesplitst naar sector en stallen en mestopslag, aanwendingen beweiding in zones van 0-3 km, 3-5 km en 5-10 km per Natura 2000-gebied en inzicht in omvang (emissie en depositie) en aantal bedrijven in de zone 1-3 km. Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in de knelpunten en de urgentie van maatregelen met betrekking tot stikstofdepositie voor drie beschermingsgebieden
    Verzuring: oorzaken, effecten, kritische belastingen en monitoring van de gevolgen van ingezet beleid
    Vries, W. de - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1699) - 88
    bodemchemie - verzuring - zure depositie - zure regen - monitoring - nadelige gevolgen - effecten - nederland - bodem-plant relaties - soil chemistry - acidification - acid deposition - acid rain - monitoring - adverse effects - effects - netherlands - soil plant relationships
    Het milieuthema ‘verzuring’ heeft zich sinds de negentiger echter ontwikkeld van een ‘single issue’, zure regen, naar het integraal aanpakken van grootschalige luchtverontreiniging. Dit rapport geeft antwoord op een tiental relevante vragen over dit onderwerp, te weten: 1 Wat wordt precies verstaan onder verzuring en wat zijn de oorzaken daarvan? 2 Wat is de bijdrage van zure depositie aan de verzuring van de bodem? 3 Wat zijn de effecten van verzuring 4 Wat zijn de monitoring systemen waarmee de uitstoot, depositie en effecten van verzuring in beeld worden gebracht 5 Wat zijn de trends in de emissie en depositie van verzurende stoffen 6 Wat zijn de trends in de effecten van verzuring op de abiotische kwaliteit: bodem, bodemvocht en grondwater 7 Wat zijn de trends in de effecten van verzuring op de ecologische kwaliteit: 8 Wat zijn kritische depositieniveaus voor verzurende stoffen en hun overschrijding? 9 Wat zijn de beleidsdoelen voor verzuring en de beleidsinstrumenten waarmee de verzuring wordt aangepakt 10 Hoe haalbaar en noodzakelijk zijn de lange termijn depositiedoelstellingen
    Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie in beekdalen (Gelderse Vallei)
    Delft, S.P.J. van; Jansen, P.C. ; Kemmers, R.H. - \ 2004
    Ede : Expertisecentrum LNV (Rapport / EC-LNV nr. 2004/283-O) - 32
    ecologisch herstel - hydrologie - verzuring - verdroging - zure depositie - beekdalen - grondwaterstand - ecohydrologie - gelderland - gelderse vallei - ecological restoration - hydrology - acidification - desiccation - acid deposition - brook valleys - groundwater level - ecohydrology - gelderland - gelderse vallei
    Voor natte ecosystemen is een aantal referentiegebieden geselecteerd met als doel om hier herstelmaatregelen in praktijksituaties te kunnen toetsen. Het voorliggende rapport bevat de resultaten van het onderzoek door Alterra in de natteschraalgraslanden van het natuurterrein Groot Zandbrink. In 1991 is de uitgangssituatie vastgelegd en zijn effectgerichte maatregelen uitgevoerd. Sindsdien werden de ontwikkelingen in vegetatie, bodem en grondwater gevolgd en jaarlijksgerapporteerd. Na 2 en 5 en 9 jaar zijn rapporten verschenen met een evaluatie van de maatregelen. Dit rapport markeert het einde van de 4e onderzoekstranche en kan tevens als een eindrapport worden beschouwd (in het kader van obn). Het bevat naast de resultaten van hetonderzoek ook de consequenties voor de praktijk van het terreinbeheer
    Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie op trilvenen (Noord-Hollland, Utrecht en Noordwest- Overijsssel)
    Barendregt, A. ; Beltman, B. ; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Wirdum, G. van - \ 2004
    Ede : Expertisecentrum LNV (Rapport / EC-LNV nr. 2004/281-O) - 65
    herstel - hydrologie - verzuring - verdroging - zure depositie - moerassen - veengronden - nederland - ecohydrologie - noord-holland - utrecht - overijssel - noordwest-overijssel - rehabilitation - hydrology - acidification - desiccation - acid deposition - marshes - peat soils - netherlands - ecohydrology - noord-holland - utrecht - overijssel - noordwest-overijssel
    De centrale probleemstelling van het obn onderzoek is of het mogelijk is met lokale maatregelen de natuur, zich manifesterend in soortensamenstelling, soortenrijkdom en bedekking van plantengemeenschappen te herstellen in laagvenen?
    Effectgerichte maatregelen tegen verdroging, verzuring en stikstofdepositie in beekdalen (Gelderse Achterhoek)
    Hoek, D. van der; Walsem, J.D. van - \ 2004
    Ede : Expertisecentrum LNV (Rapport / EC-LNV nr. 2004/282-O) - 59
    bodemchemie - herstel - hydrologie - verzuring - verdroging - zure depositie - nederland - ecohydrologie - beekdalen - achterhoek - gelderland - soil chemistry - rehabilitation - hydrology - acidification - desiccation - acid deposition - netherlands - ecohydrology - brook valleys - achterhoek - gelderland
    Dit eindrapport in het kader van obn bevat de ontwikkelingen in water, bodem en vegetatie gedurende 1991-2002 als gevolg van de genomen maatregelen. Het rapport bevat naast de resultaten van het onderzoek ook de consequenties voor de praktijk van het terreinbeheer
    Natuurdoelen in bossen en heide op arme, droge zandgrond onhaalbaar bij de huidige milieukwaliteit
    Dobben, H.F. van; Wamelink, W. ; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Mol-Dijkstra, J.P. - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)1. - ISSN 0028-2057 - p. 45 - 48.
    bossen - heidegebieden - vegetatie - plantensuccessie - biodiversiteit - depositie - zure depositie - verzuring - eutrofiëring - natuurbescherming - simulatiemodellen - bodemchemie - nitraten - bosopstanden - forests - heathlands - vegetation - plant succession - biodiversity - soil chemistry - nitrates - deposition - acid deposition - acidification - eutrophication - nature conservation - simulation models - forest stands
    Met behulp van simulatiemodellen SMART, SUMO en NTM heeft Alterra onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de biodiversiteit in bossen en heide op arme zandgronden, bij bepaalde combinaties van beheer en abiotische condities. Er zijn twee scenario's van milieukwaliteit doorgerekend, namelijk gelijkblijvende en dalende atmosferische depositie (verzuring) en stikstof (eutrofiëring). Bij het beheer is uitgegaan van wel of geen begrazing. Als maten voor biodiversiteit zijn gebruikt de 'potentiële natuurwaarde' (de kans op rode-lijstsoorten), de kans op het voorkomen van een aantal vegetatietypen, en de variatie in bosstructuur
    Effecten van hydrologische maatregelen tegen verzuring en vermesting op water, bodem en vegetatie in Groot Zandbrink; evaluatie na twaalf jaar
    Delft, S.P.J. van; Jansen, P.C. ; Kemmers, R.H. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 706) - 34
    graslanden - vegetatie - zure depositie - milieubeleid - ecosystemen - grondwaterspiegel - ecohydrologie - gelderland - gelderse vallei - grasslands - vegetation - acid deposition - ecosystems - water table - environmental policy - ecohydrology - gelderland - gelderse vallei
    Als effectgerichte maatregel tegen verdroging en verzuring is in de schraalgraslanden van Groot Zandbrink een ondiep begreppelingssysteem aangelegd. Onderzocht werd of hierdoor de kwel weer ten goede komt aan het schraalgrasland en de zuurbuffercapaciteit van de bodem kon worden hersteld. Uit monitoring blijkt dat de verzurende tendens niet kan worden doorbroken. De invloed van regenwater blijft toenemen en de bodemverzuring zet zich voort. Typische blauwgraslandsoorten worden echter slechts zeer langzaam verdrongen door soorten van het veldrusschraalland. De soorten die gebonden zijn aan basenrijke omstandigheden, zijn verdwenen. De effectiviteit van begreppeling is beperkt en heeft zelfs tot een versterkte infiltratie van regenwater geleid doordatde drainagebasis te laag is. Juist deze drainagebasis is alleen via regionaal waterbeheer te beonvloeden, hetgeen buiten de invloedsfeer van de regeling effectgerichte maatregelen valt.
    Effecten emissiebeleid voor verzuring op de natuur
    Vries, W. de; Dobben, H.F. van; Herk, C.M. van; Roelofs, J. ; Pul, A. van; Hinsberg, A. van; Duijzer, J. ; Erisman, J.W. - \ 2002
    ArenA 8 (2002)7. - ISSN 1383-7974 - p. Dossier105 - 108.
    verzuring - zure depositie - ammoniak - emissie - luchtverontreiniging - luchtkwaliteit - overheidsbeleid - ecosystemen - natuurbescherming - terrestrische ecosystemen - aquatische ecosystemen - natuur - acidification - acid deposition - ammonia - emission - air pollution - air quality - government policy - ecosystems - nature conservation - terrestrial ecosystems - aquatic ecosystems - nature
    Een evaluatie van de emissiebeperkende maatregelen die van invloed zijn op de terrestrische en in mindere mate op de aquatische ecosystemen. Met name de reducties in zwavelbelasting op korstmossen en in stikstof en zuurbelasting op vennen worden beschreven
    De toestand van het Nederlandse ven
    Arts, G.H.P. ; Dam, H. van; Wortelboer, F.G. ; Beers, P.W.M. van; Belgers, J.D.M. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (AquaSense rapport 02.1715 / Alterra-rapport 542) - 123
    plassen - bacillariophyta - vegetatie - verzuring - eutrofiëring - luchtverontreiniging - zure depositie - chemie - natuurbescherming - bedrijfsvoering - beleid - nederland - aquatische ecologie - milieu - oppervlaktewater - vennen - vermesting - ponds - bacillariophyta - vegetation - acidification - eutrophication - air pollution - acid deposition - chemistry - nature conservation - management - policy - netherlands
    Dit rapport geeft een overzicht van de toestand van het Nederlandse ven met betrekking tot vermesting en verzuring. Daartoe is een steekproef van 178 vennen met gegevens over chemie, kiezelwieren en plantengroei uit de periode 1990-2000 onderzocht. Eris een toetsingskader geconstrueerd dat is gebaseerd op de ecologische niveaus van de Europese Kaderrichtlijn Water. De lokale stikstofdepositie is geschat en de verwachte depositie in 2010, 2020 en 2030 is berekend. Deze depositieniveaus zijn getoetst aan kritische depositieniveaus. In de noordelijke provincies is de toestand thans het gunstigst, hoewel ook daar de stikstofdepositie nog boven het kritische niveau ligt. Bij ongewijzigd beleid (Milieuverkenningen 5) zal deze situatie niet veranderen, maar bij extra beleid (Natuur- en Milieubeleidsplan 4) zullen vrijwel alle vennen volledig zijn beschermd. Voor het ecologisch herstel van de thans aangetaste vennen zijn effectgerichte maatregelen noodzakelijk.
    Chemical composition of the humus layer, mineral soil and soil solution of 150 forest stands in the Netherlands in 1990
    Vries, W. de; Leeters, E.E.J.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 424.1) - 113
    bosgronden - humus - bodemoplossing - bodemchemie - bossen - eutrofiëring - zure depositie - zware metalen - verzuring - nederland - bodemverzuring - bosvitaliteit - milieu - forest soils - humus - soil solution - soil chemistry - forests - eutrophication - acid deposition - heavy metals - acidification - netherlands - monitoring
    A nationwide assessment of the chemical composition of the humus layer, mineral topsoil (0-30 cm) and soil solution in both topsoil and subsoil (60-100 cm) was made for 150 forest stands in the year 1990. The stands, which were part of the national forest inventory on vitality, included seven tree species and were all located on non-calcareous sandy soils. Results show increased levels of nitrogen, aluminium, lead and cadmium in at least one of the various soil compartments, indicating the occurrenceof eutrophication, acidification and heavy-metal pollution. Tree species and stand characteristics, such as tree height and canopy coverage, appear to have the largest effect on the concentration level of the various chemical parameters by influencing the input by atmospheric deposition. The various assessments allowed the calculation of various parameters related to aluminium dissolution, cation exchange and phosphate adsorption, to be used in simulation models.
    Chemical composition of the humus layer, mineral soil and soil solution of 200 forest stands in the Netherlands in 1995
    Leeters, E.E.J.M. ; Vries, W. de - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 424.2) - 108
    bosgronden - humus - bodemoplossing - bodemchemie - bossen - eutrofiëring - zure depositie - zware metalen - verzuring - nederland - bodemverzuring - bosvitaliteit - milieu - forest soils - humus - soil solution - soil chemistry - forests - eutrophication - acid deposition - heavy metals - acidification - netherlands - monitoring
    A nationwide assessment of the chemical composition of the soil solid phase and the soil solution in the humus layer and two mineral layers (0-10 cm and 10-30 cm) was made for 200 forest stands in the year 1995. The stands were part of the national forest inventory on vitality, included seven tree species and were all located on non-calcareous sandy soils. The soils are nearly all characterized by high nitrogen and metal contents in the humus layer ans low pH and base saturation values in the minerallayer, indicating the occurrence of eutrophication, acidification and heavy metal pollution. Of those stands, 124 were also sampled and analysed in 1990. Compared with 1990, results for the humus layer show a decrease (release) in nitrogen and metal contents and pools, and a decrease in total and exchangeable pools of base cations, combined with increase in hydrogen saturation. This indicates a decrease in eutrophication but an ongoing acidification. The soil solution, however, shows a decrease in Al/Caand NH4/K ratios, implying a slight recovery from acidification. For the mineral soil, the changes in element pools are too unreliable to draw any distinct conclusion.
    Evaluatie van de verzuringsdoelstellingen: de onderbouwing
    Albers, R. ; Beck, J. ; Bleeker, A. ; Bree, L. van; Dam, J. van; Eerden, L. v.d.; Freijer, J. ; Hinsberg, A. van; Marra, M. ; Salm, C. v.d.; Tonneijck, A. ; Vries, W. de; Wesselink, L. ; Woretelboer, F. - \ 2001
    Bilthoven : RIVM
    milieubeleid - evaluatie - milieueffect - zure depositie - waarden - modellen - nederland - terrestrische ecosystemen - atmosferische depositie - beleidsevaluatie - luchtverontreiniging - milieu - vegetatie - verzuring - environmental policy - evaluation - environmental impact - acid deposition - values - models - netherlands - terrestrial ecosystems
    Evaluatie van de verzuringsdoelstellingen: kwantificering van de effecten van emissievarianten op half-natuurlijke terrestrische ecosystemen
    Mol-Dijkstra, J.P. ; Kros, J. ; Hinsberg, A. van - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 342) - 63
    milieubeleid - evaluatie - milieueffect - zure depositie - waarden - modellen - nederland - terrestrische ecosystemen - atmosferische depositie - bodemkwaliteit - milieu - natuurbescherming - simulatiemodel - verzuring - environmental policy - evaluation - environmental impact - acid deposition - values - models - netherlands - terrestrial ecosystems
    In het kader van de evaluatie verzuringsdoelstellingen zijn depositiescenario's geëvalueerd met de dynamische modellen SMART2/MOVE. Het blijkt dat door naijleffecten overschrijdingen van normen kunnen optreden, terwijl kritische depositieniveaus niet meer overschreden worden. De vertraging is ongeveer tien jaar. Voor adequate bescherming van bossen en natuurgebieden is het van belang dat naast Nederlandse ook buitenlandse emissies gereduceerd worden.
    Gebiedsspecifieke, kritische depositieniveaus voor stikstof en zuur voor terrestrische ecosystemen
    Vries, W. de; Salm, C. van der; Hinsberg, A. van; Kros, J. - \ 2000
    Milieu 15 (2000)3. - ISSN 0920-2234 - p. 144 - 158.
    milieubescherming - verzuring - normen - zure depositie - stikstof - depositie - zwavel - nederland - terrestrische ecosystemen - environmental protection - acidification - standards - acid deposition - nitrogen - deposition - sulfur - netherlands - terrestrial ecosystems
    Op basis van de resultaten kunnen nieuwe verzuringsdoelstellingen worden afgeleid in relatie tot een gewenst beschermingsareaal voor een gegeven effect
    Effects of environmental stress on forest crown condition in Europe. Part I: hypotheses and approach to the study
    Vries, W. de; Klap, J.M. ; Erisman, J.W. - \ 2000
    Water Air and Soil Pollution 119 (2000)1-4. - ISSN 0049-6979 - p. 317 - 333.
    bosbouw - zure depositie - stikstof - zwavel - europa - bosschade - forestry - forest damage - acid deposition - nitrogen - sulfur - europe
    This paper is the first in a series of four, describing the hypothesis and approach of a correlative study between observed data on crown condition in Europe, monitored since 1986 at a systematic 16 x 16 km grid, and site-specific estimations of various natural and anthropogenic stress factors. The study was based on the hypothesis that forests respond to various natural and anthropogenic stress factors, whose contribution depend on the geographic region considered. In view of this hypothesis, major stand and site characteristics, chemical soil composition, meteorological stress factors (temperature and drought stress indices) and air pollution stress (concentrations and/or depositions of SOx, NOy, NHx and O-3) were included as predictor variables. The response variables considered were actual defoliation and changes/trends in defoliation for five major tree species. The spatial distribution of the average defoliation during the period 1986-1995 shows high defoliation in Central Europe and in partsof Scandinavia and of Southern Europe. There are, however, sharp changes at country borders, which are due to methodological differences between countries. The spatial distribution of the calculated trends show a distinct cluster of large deterioration in parts of Central and Eastern Europe and in Spain and a rather scattered pattern of positive and negative trends for most of Europe, indicating that other factors than air pollution only have a strong impact on defoliation. The limitations of the study are discussed in view of the quality of the considered response and predictor variables.
    Environmental stress in German forests; assessment of critical deposition levels and their exceedances and meteorological stress for crown condition monitoring sites in Germany
    Klap, J.M. ; Reinds, G.J. ; Bleeker, A. ; Vries, W. de - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 134) - 73
    bossen - bosschade - monitoring - kou - verzuring - vorst - stikstof - zure depositie - stressfactoren - droogte - modellen - luchtverontreiniging - duitsland - forests - forest damage - monitoring - cold - acidification - frost - nitrogen - acid deposition - stress factors - drought - models - air pollution - germany
    Site-specific estimations of meteorological stress and atmospheric deposition were made for the systematic 8 x 8 km2 forest condition monitoring network in Germany for the years 1987-1995. Winter cold and late frost were important temperature stress variables and relative transpiration was a good indicator of drought stress. All variables showed considerable temporal and spatial variation. Present loads of nitrogen and acidity were modelled with an adapted version of the EDACS model and combined withcritical loads and critical deposition levels based on the SMB model. Both present loads and the extents of exceeding showed considerable spatial variation and a clear decrease in time.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.