Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 21 - 40 / 103

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Using Minimum Area Requirements (MAR) for assemblages of mammal and bird species in global biodiversity assessments
    Verboom, J. ; Snep, R.P.H. ; Stouten, J. ; Pouwels, R. ; Pe’er, G. ; Goedhart, P.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Alkemade, J.R.M. ; Jones-Walters, L.M. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 33) - 22
    habitatfragmentatie - biodiversiteit - fauna - zoogdieren - vogels - landschapsecologie - habitat fragmentation - biodiversity - fauna - mammals - birds - landscape ecology
    Habitat loss, fragmentation and degradation are important factors in the decline of biodiversity worldwide. It is important to be able to evaluate the success of policies at different levels, including, increasingly, the global level. Whilst attention has been given to the development of predictive models that focus on individual species within biogeographic regions or smaller areas, however, to assess the impact of land-use change and policy measures on biodiversity at global level, there is an urgent need for generic tools (models, algorithms, databases). In this paper we test the potential of a generic tool, as part of the GLOBIO model, for assessing the impact of habitat loss and fragmentation. It combines existing data for the minimum viable populations of terrestrial bird and mammal species with knowledge of individual area requirements to derive estimates of their minimum area requirements (MAR). This approach focuses on comparing the minimum area requirements (MAR) to the natural habitat areas, assuming that below a certain threshold populations are no longer viable and the species assembly will eventually be reduced. The relationship between nature area and percentage of species meeting Minimum Area Requirements appears to be log-linear between 10 km2 and 10 000 km2 for conservation priority species and has the form Y=-15.45 + 28.61* LOG(AREA). Our results suggest that many existing parks and reserves might be too small for the long-term viability of species that they are meant to preserve. Applying this relationship to a global land cover dataset reveals that substantial proportions of mammal and bird species occur in areas that fail to cover sufficient space to support long term viable populations. This applies even at current state, especially for those areas of the globe where rapid urbanisation and agricultural expansion have taken place and are anticipated to proceed.
    De Bruine rat in en om stadswoningen. Voorkomen is beter dan bestrijden
    Adrichem, M.H.C. van; Buijs, J.A. ; Goedhart, P.W. ; Verboom-Vasiljev, J. - \ 2014
    WT - Afvalwater 14 (2014)4. - ISSN 1879-8780 - p. 408 - 412.
    ongediertebestrijding - ratten - plagenbehandeling - oorzakelijkheid - biotopen - riolering - inspectie - stedelijke gebieden - amsterdam - vermin control - rats - pest management - causality - biotopes - sewerage - inspection - urban areas
    Omdat de mens overlast ervaart van ratten, worden ze al tientallen jaren bestreden met rodenticiden, waardoor de overlevingskans van resistente ratten is vergroot. De afdeling Dierplaagbeheersing van de GGD in Amsterdam probeert tegenwoordig de oorzaken te vinden waardoor overlast is ontstaan.
    De bruine rat in en om stadswoningen. Voorkomen is beter dan bestrijden
    Adrichem, M.H.C. van; Buijs, J.A. ; Goedhart, P.W. ; Verboom-Vasiljev, J. - \ 2014
    Dierplagen informatie 17 (2014)3. - ISSN 1388-137X - p. 4 - 7.
    De Bruine rat in en om stadswoningen. Voorkomen is beter dan bestrijden
    Adrichem, M.H.C. van; Buijs, J.A. ; Verboom-Vasiljev, J. ; Goedhart, P.W. - \ 2014
    Zoogdier 25 (2014)2. - ISSN 0925-1006 - p. 18 - 19.
    Aansluiting nieuwe natuurtypologie. Tussenrapportage WOT-04-011-036.32
    Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Verburg, R.W. ; Wegman, R.M.A. - \ 2013
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu (WOt-interne notitie 55)
    Factors influencing the density of the brown rat (Rattus norvegicus) in and around houses in Amsterdam
    Adrichem, M.H.C. van; Buijs, J.A. ; Goedhart, P.W. ; Verboom, J. - \ 2013
    Lutra 56 (2013)2. - ISSN 0024-7634 - p. 77 - 91.
    ratten - fauna - ongedierte - ecosystemen - ongediertebestrijding - stedelijke gebieden - openbaar groen - riolering - amsterdam - rats - fauna - vermin - ecosystems - vermin control - urban areas - public green areas - sewerage - amsterdam
    Abstract: The current strategy of the pest management department of the Public Health Service in Amsterdam is to identify causal factors in order to reduce the carrying capacity of pest populations and to minimise the use of pesticides. Rats have been controlled with rodenticides for decades, which has increased the survival of resistant rats. Rodenticide resistance has now been found in several rat populations in Europe. The main aim of this study was to establish the relationship between brown rat (Rattus norvegicus) occurrence in Amsterdam and a number of environmental and socio-economic factors. A second aim was to point out factors that can be managed by the local authorities as a next step towards prevention and pro-active, integrated pest management. The paper begins with a short overview of the biology of the brown rat, with an accent on diseases and habitat factors. The number of rat reports at the neighbourhood level during the years 2009-2012 is then related to 16 environmental and socioeconomic variables including availability of water, availability of urban green space, sewer type, construction year of houses, property tax value, number of inhabitants and population composition. A generalised linear model was used; it had a negative binomial distribution and all candidate models were fitted with a maximum of five terms. The most significant terms were number of inhabitants, percentage of area occupied by urban green space, the percentage of houses with a construction year before 1960, and either the length of foul water sewer (separated sewer) or the length of combined sewer. Rats have a short generation time and can produce a large number of offspring. A rat population is therefore able to recover quickly from a reduction in number. It is therefore important to change the carrying capacity of the habitat in which rats are unwanted. This can be achieved by changing the amount of food and cover they can find. The results of the regression analysis suggest that houses constructed before 1960 and their gardens could be evaluated to see if there may be general solutions that would make them less amenable to rats. Furthermore, the results suggest that the structure of urban green space may be adapted to make it less attractive to rats; an example of this would be to replace evergreen shrubs with deciduous shrubs and to mow high vegetation near buildings more frequently. Moreover, the influence of waste near and in urban green space should be investigated. Finally, we suggest that the inspection and maintenance of sewers be continued and that this should include the connection between properties and the public sewer.
    Biodiversiteitsgraadmeters Fryslân : status en trend van hoofd-natuurtypen en soorten
    Knegt, B. de; Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Clement, J. ; Puijenbroek, P. ; Sparrius, L. ; Swaay, C. van - \ 2013
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2431) - 60
    natuurwaarde - biodiversiteit - ecosystemen - flora - fauna - natuurgebieden - oppervlakte (areaal) - friesland - natural value - biodiversity - ecosystems - flora - fauna - natural areas - acreage - friesland
    De graadmeter bestaat uit twee delen, een deel bevat informatie over de voor- of achteruitgang van soorten (zoals vogels, vlinders en zoogdieren), het tweede deel bevat informatie over de natuurkwaliteit en het oppervlak natuur. Informatie van soorten en de natuurkwaliteit is gebaseerd op veldwaarnemingen. Zowel de natuurkwaliteit als het oppervlak natuur worden vergeleken met een ongestoorde situatie. Voor het agrarisch gebied is een aparte referentie gebruikt. De gebruikte methode maakt het mogelijk om de Friese situatie qua biodiversiteit te spiegelen aan het verleden en aan de landelijke situatie. Het aandeel van het Friese grondgebied met min of meer natuurlijke ecosystemen, exclusief (half)natuurlijk grasland, bedraagt nu circa 48%. De toename in de oppervlakte natuur is sinds de introductie van de EHS in Fryslân groter dan landelijk
    Effecten van het aanpassen van de EHS in de provincie Limburg
    Wamelink, G.W.W. ; Pouwels, R. ; Wegman, R.M.A. ; Adrichem, M.H.C. van; Eupen, M. van - \ 2013
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2417) - 64
    ecologische hoofdstructuur - natuurbeleid - natuurgebieden - flora - fauna - nadelige gevolgen - inventarisaties - limburg - ecological network - nature conservation policy - natural areas - flora - fauna - adverse effects - inventories - limburg
    De provincie Limburg heeft de EHS herijkt. Hierdoor wordt een aantal gebieden niet ingericht als natuur. Daarnaast heeft de provincie geschoven met de zogenaamde beheergebieden. Dit zijn gebieden waar economische ontwikkeling beperkt is en beheersmaatregelen worden genomen ten bate van de natuur. Om het ruimtelijk effect van deze wijzigingen op het voorkomen van dier- en plantenpopulaties te onderzoeken is het model de MetaNatuurplanner gedraaid. Modelresultaten laten zien dat er negatieve effecten van de herijking zijn, verspreid over heel Limburg. De veranderingen in de lokalisering van de beheergebieden kunnen een deel van deze achteruitgang opvangen, het is echter onontkoombaar dat de totale natuurkwaliteit in Limburg lager zal blijven dan wanneer de plannen van de oorspronkelijke EHS zouden worden uitgevoerd.
    Identification and semi-quantification of polysaccharides in complex food matrices by NMR
    Velzen, E.J.J. van; Roo, N. de; Poort, R. ; Adrichem, L. van; Brunt, K. ; Schols, H. ; Westphal, Y. ; Mariani, L. ; Grün, C. ; Duynhoven, J.P.M. van - \ 2013
    In: Proceedings of the 11th International Conference on the Applications of Magnetic Resonance in Food Science 2012. - Cambridge : RSC Publishing - ISBN 9781849736343 - p. 156 - 163.
    Groene dijken langs de Westerschelde : inventarisatie van de kwaliteit van de grasbekleding op de buitentaluds van dijken langs de Westerschelde
    Frissel, J.Y. ; Adrichem, M.H.C. van - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2407) - 96
    dijken - graslanden - erosiebestrijding - kwaliteit - karteringen - vegetatie - inventarisaties - westerschelde - dykes - grasslands - erosion control - quality - surveys - vegetation - inventories - western scheldt
    Dit rapport geeft de bevindingen van de inventarisatie van de kwaliteit van de grasbekleding op buitentaluds langs de Westerschelde. De inventarisatie is vooral visueel uitgevoerd aan de hand van een aantal standaard parameters. Er zijn 121 proefvakken geïnventariseerd in 23 verschillende dijkvakken. Vrijwel alle geïnspecteerde proefvakken zagen er op grond van visuele analyse goed uit. Acht proefvakken zijn op grond van visuele inspectie nauwkeuriger bekeken. Zeven daarvan zijn onderzocht op aanwezigheid van wortels. Per dijkvak worden aanbevelingen gedaan om het beheer en onderhoud te verbeteren, zodat erosiebestendigheid van de dijkvakken kan verbeteren.
    Identification and semi-quantification of polysaccharides in complex food matrices by NMR
    Velzen, E.J.J. van; Roo, N. de; Poort, R. ; Adrichem, L. van; Brunt, K. ; Schols, H.A. ; Westphal, Y. ; Mariani, L. ; Grün, C. ; Duynhoven, J.P.M. van - \ 2012
    In: Magnetic Resonance in Food Science: Challenges in a Changing World / Belton, P., Webb, G., London : RSC Books - ISBN 9780854041176 - 260 p.
    Owner-support influences conflict behaviour differetly in friendly and aggressive dogs
    Beerda, B. ; Neessen, P. ; Boks, S. ; Alderliesten, E. ; Staaveren, N. van; Li, X. ; Zeeland, R. van; Adrichem, A. van; Borg, J.A.M. van der - \ 2012
    In: Proceedings of the 46th Congress of the International Society for Applied Etholoy (ISAE), Vienna, Austria, 31 July - 4 August 2012. - Wageningen, The Netherlands : Wageningen Academic Publishers - p. 178 - 178.
    Begroeiing en doorworteling van grasland op de Sedyk ter hoogte van de Slachtedijk tijdens de eerste toepassing van de golfklapgenerator in mei 2012
    Frissel, J.Y. ; Adrichem, M.H.C. van - \ 2012
    In: Factual Report, Wave impact tests - Sedyk Oosterbierum / Steendam, G.J., Delft, the Netherlands : Deltares - p. 1 - 19.
    Vegetation relevés and soil measurements in the Netherlands: the Ecological Conditions Database (EC)
    Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Dobben, H.F. van; Frissel, J.Y. ; Held, M.E. den; Joosten, V. ; Malinowska, A.H. ; Slim, P.A. ; Wegman, R.M.A. - \ 2012
    Biodiversity & Ecology 4 (2012)17. - ISSN 1613-9801 - p. 125 - 132.
    Since its establishment around 1990, the Ecological Conditions Database (EC; GIVD ID EU-00-006) has been accumulating vegetation relevés from the Netherlands, each accompanied by at least one abiotic soil measurement (e.g. pH or nutrient availability). On 1-1-2010, the database contained 8,229 relevés, covering the period from 1936 to 2009, and representing contributions from 110 authors. The most frequently measured soil parameter is pH, with well over 5,000 entries. All the data in the database are subjected to ISO 9001 quality control. The database can be used as the starting point for estimating plant species responses to a range of abiotic variables, such as pH, groundwater table, or nitrate concentration, and for vegetation modelling (model parameterisation and validation).
    Validatie van MOVE4
    Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Goedhart, P.W. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 311) - 96
    vegetatie - bodem-plant relaties - soorten - ecohydrologie - modellen - grondwaterstand - vegetation - soil plant relationships - species - ecohydrology - models - groundwater level
    Het model MOVE4 berekent op basis van abiotiek de kans op voorkomen van plantensoorten en zet die vervolgens met behulp van kappa-statistiek om in het al dan niet voorkomen van soorten. Het model was al wel getest en er zijn onzekerheids- en gevoeligheidsanalyses uitgevoerd voor het model. Het was echter nog nooit gevalideerd op onafhankelijke waarnemingen. In dit onderzoek is het model gevalideerd op onafhankelijke vegetatieopnamen. Gemeten abiotische waarden voor grondwaterstand, zuurgraad en nitraatconcentratie in de bodem van vegetatieopnamen zijn gebruikt als invoer. De berekeningen van MOVE4 zijn vervolgens vergeleken met de soortensamenstelling van de vegetatieopnamen. MOVE4 lijkt het op landelijke schaal gemiddeld over alle soorten redelijk te doen. Echter, als er per soort naar de voorspelling versus veldkans wordt gekeken dan is het beeld veel negatiever. Slechts voor een klein deel van de 914 soorten zijn de berekeningen door MOVE4 voldoende te noemen. Op opnameniveau berekende MOVE4 vooral de afwezigheid van soorten vrij goed. Meer data voor validatie is zeer wenselijk, slechts een deel van het model kon worden gevalideerd. MOVE4 is nu gevalideerd door vergelijking met puntdata uit het veld. MOVE4 wordt echter vaak gebruikt in vergelijkende scenarioanalyses. Dit is niet gevalideerd, dus de betrouwbaarheid daarvan blijft onbekend.
    Golfoverslag en sterkte binnentaluds van dijken
    Adrichem, M.H.C. van; Akker, J.J.H. van den; Akkerman, G.J. ; Frissel, J.Y. ; Hendriks, R.F.A. ; Hoffmans, G. ; Hoven, A. van; Huiskes, H.P.J. ; Hummelink, E.W.J. ; Meer, J. van der; Melman, T.C.P. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Steendam, G.J. ; Verheij, H. ; et al., - \ 2011
    Delft : Deltares, Alterra Wageningen UR, Infram, Van der Meer Consulting (3 delen )
    In de periode van 2007-2011 is in het kader van SBW Golfoverslag en Sterkte Grasbekledingen keihard gewerkt aan onderzoek naar het gedrag van grasbekledingen op dijken bij golfoverslag. In 2012 heeft het onderzoek geleidt [geleid] tot een Technisch Rapport Toetsen van Grasbekledingen op Dijken. Tussentijds zijn veel rapporten geschreven die in deze drie mappen zijn samengevoegd, om te dienen als naslagwerk. Het onderzoek is uitgevoerd door een projectgroep met vertegenwoordiging vanuit Deltares, Indram, Van der Meer Consulting en Alterra.
    Een nieuwe, eenvoudige manier om de bodemkwaliteit van natuurgebieden te bepalen
    Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Frissel, J.Y. ; Wegman, R.M.A. - \ 2011
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2214) - 24
    bodemkwaliteit - bemonsteren - vegetatiemonitoring - habitats - natuurgebieden - soil quality - sampling - vegetation monitoring - habitats - natural areas
    Voor het bereiken van de natuurdoelen in Habitatgebieden en beheertype-gebieden is het daarom van belang informatie te hebben over de milieukwaliteit. Daarmee kan beoordeeld worden in hoeverre de gestelde doelen realistisch zijn, en kan een schatting worden gemaakt van de investeringen die het vergt om de milieukwaliteit op orde te brengen. Die informatie kan worden verkregen door het nemen en analyseren van bodemmonsters. Dat is echter kostbaar. Onze methode gaat uit van indicatorwaarden voor plantensoorten en ranges van voorkomen van vegetatietypen gebaseerd op veldmetingen. De toepassing die we hier als voorbeeld geven voor de provincie Gelderland is ook te gebruiken voor andere gebieden.
    Bruikbaarheid van SNL-monitoringgegevens voor EC-rapportage voor Natura 2000-gebieden : eerste fase
    Klimkowska, A. ; Adrichem, M.H.C. van; Janssen, J.A.M. ; Wamelink, G.W.W. - \ 2011
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 242) - 49
    natura 2000 - monitoring - habitats - natuurbescherming - biodiversiteit - vegetatietypen - natura 2000 - monitoring - habitats - nature conservation - biodiversity - vegetation types
    Nederland is verplicht om te rapporteren over de staat van Natura 2000-gebieden. Op het ogenblik wordt voor de waarborging van de natuurkwaliteit (ook bekend onder de afkorting SNL) een vegetatietypen- en monitoringsysteem opgezet voor de natuur buiten Natura 2000-gebieden. Het zou mooi zijn als het monitoringsysteem ook gebruikt zou kunnen worden voor de rapportage over Natura 2000-gebieden voor de EU, omdat er dan geld uitgespaard kan worden. In dit onderzoek wordt aangegeven dat dit inderdaad in principe mogelijk is, aan de hand van een aantal voorbeeld vegetatietypen. Echter voor bijna alle onderzochte typen zijn er wel wijzigingen nodig in het monitoringprotocol. Voor een aantal typen geldt dat er bijvoorbeeld een extra soortgroep moet worden gemonitord.
    Eindrapport project ecologische condities
    Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2195) - 92
    vegetatietypen - bodem-plant relaties - grondanalyse - bodemchemie - grondwaterstand - abiotiek - vegetation types - soil plant relationships - soil analysis - soil chemistry - groundwater level - abiotic conditions
    Dit rapport bevat een aantal hoofdstukken met uiteenlopende resultaten van het project Ecologische Condities, die niet eerder werden gepubliceerd. Er is een hoofdstuk met een beschrijving van de verzamelde abiotische gegevens gerelateerd aan vegetatie-opnamen. Bij het nemen van bodemmonsters en het maken van vegetatieopnamen kan ruimtelijk interactie een rol spelen, of anders gezegd zijn de verschillende opnamen wel onafhankelijk van elkaar. De eerste voorlopige resultaten laten zien dat dit sterk afhangt van de variatie binnen het terrein. Tot slot zijn er op Europese schaal responsies voor plantensoorten voor temperatuur, neerslag en zwavel, nitraat en ammoniumdepositie geschat. Opvallend is dat responsies voor zwaveldioxide en nitraat-depositie goede voorspellers zijn voor het voorkomen van plantensoorten. Ook voor een gemiddelde jaartemperatuur werden redelijk goede voorspellingen gevonden.
    Plant species responses to climate variables
    Wamelink, G.W.W. ; Wieggers, H.J.J. ; Reinds, G.J. ; Malinowska, A.H. ; Adrichem, M.H.C. van; Frissel, J.Y. - \ 2010
    Plant species responses to climate variables Climate change will force plant species to react; they can stay and adapt, disperse at a rate so they can match the climate change ‘speed', or they will, in term, become extinct. Effects of climate change are not limited to temperature raise alone, but e.g. also affect precipitation. Knowledge on the responses and preferences of plant species to temperature and precipitation can help to under-stand better species response to climate change and may identify species that are under threat, though at presents there are no signs yet that they are endangered due to climate change. We used our earlier developed method to estimate plant species responses for soil variables to esti-mate plant species response to climate variables. Responses were estimated for temperature (annual mean, average highest en lowest temperature) and precipitation (yearly total and growing season total). Responses were estimated on a European scale, combining vegetation relevés, climatic in-formation from weather stations and an altitude map from Europe. We extrapolated the climatic in-formation using the altitude map to estimate the temperatures and rainfall at the sites the relevés were made. This resulted in responses to climatic variables for many European plant species. The responses will undergo further testing on their reliability and we will be made available through the website www.abiotic.wur.nl.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.