Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 57

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Deden
Check title to add to marked list
Energie- en waterbesparing: Hoe zit het met de actiebereidheid van Nederlanders?
Brouwer, Stijn ; Vliet, B.J.M. van; Fujita, Y. ; Grijp, N. van der - \ 2019
Water Governance 2019 (2019)2. - ISSN 2211-0224 - p. 24 - 30.
Luchtvervuiling, natuuraantasting, en vooral klimaatverandering zijn vrijwel dagelijks voorpaginanieuws. Voor de aanpak ervan kijkt de overheid naar bedrijven, maatschappelijke organisaties en ook burgers. Het afgelopen decennium deden termen als energieke samenleving (Hajer, 2011), participatiesamenleving (Troonrede 2013) en doe-democratie (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2013) hun intrede. Beleidsmatig krijgt de maatschappelijke betrokkenheid vorm via bijvoorbeeld initiatieven verpakt als Green Deals1 (Gooskens et al, 2016), Klimaattafels en Regionale Energie Strategieën.2 Zo is het volgens de afspraken in het ontwerp Klimaatakkoord (uit eind 2018) de bedoeling dat op termijn 50% van de elektriciteitsproductie in handen is van lokale partijen.3,4 De burger wordt hierin niet alleen meer gezien als consument, afnemer of belastingbetaler, maar als medeverantwoordelijke voor de (duurzame) productie, beheer en opslag van met name elektriciteit. Ook in andere sectoren zoals water, voedsel en transport is deze tendens zichtbaar. Burgers worden uitgedaagd na te denken over de implicaties voor milieu en klimaat bij hun uiteenlopende keuzes rond voedsel (‘een dagje zonder vlees’), manier van reizen (‘vliegschaamte’), verwarmen (‘graadje lager’), koken (‘van het gas af’) tot tuininrichting (‘onttegelen’) en waterbeheer (‘minuutje korter douchen’).
Boven de stad is het nog heter
Heusinkveld, Bert ; Krol, Maarten ; Steeneveld, Gert-Jan - \ 2019

Hitte-eiland Een stad wordt warmer dan het buitengebied, door al die stenen en een gebrek aan wind. Maar tot hoe hoog gaat dat ‘hitte-eiland’ door? Onderzoekers deden unieke proeven, in hartje Amsterdam.

Treatment of Severe Protein Malnutrition After Bariatric Surgery
Kuin, Carlijn ; Ouden, Floor den; Brandts, Hans ; Deden, Laura ; Hazebroek, Eric ; Borren, Marcel van; Boer, Hans de - \ 2019
Obesity Surgery 29 (2019)10. - ISSN 0960-8923 - p. 3095 - 3102.
Bariatric surgery - Hyperammonemia - Hypoalbuminemia - Nutrition - Pancreatic enzymes - Tube feeding

Background: Severe protein malnutrition, with a serum albumin < 25 g/L, is one of the complications that may develop after bariatric surgery. It is associated with increased morbidity and mortality and requires timely diagnosis and appropriate treatment to prevent rapid clinical deterioration. However, evidence-based recommendations for a specific treatment approach are currently not available. The present study describes the efficacy of a newly developed treatment regimen for post-bariatric patients presenting with severe hypoalbuminemia. Methods: A single-centre, retrospective analysis of eleven post-bariatric patients presenting with severe hypoalbuminemia, treated with continuous 24 h nasal-jejunal tube feeding of a medium chain triglyceride (MCT) formulation in combination with pancreatic enzyme supplementation every 3 h. Results: Duration of tube feeding ranged from 25 to 156 days (median 64 days) and pancreatic enzyme was supplemented for 22–195 days (median 75 days). An increase in serum albumin levels of 5 g/L and 10 g/L was achieved after a median period of 20 (range 6–26 days) and 36 days (range 21–57 days), respectively. Albumin levels were > 35 g/L after a median period of 58 days (range 44–171 days). Conclusion: In this case series, a continuous 24-h nasal-jejunal MCT tube feed combined with frequent pancreatic enzyme supplementation was effective in all patients presenting with severe post-bariatric hypoalbuminemia and was not associated with adverse effects.

Pilot to actively restore native oyster reefs in the North Sea: comprehensive report to share lessons learned in 2018
Didderen, K. ; Lengkeek, Wouter ; Kamermans, P. ; Deden, B. ; Reuchlin-Hugenholtz, E. ; Bergsma, J.H. ; Gool, A.C.M. van; Have, T.M. van der; Sas, Hein - \ 2019
Culemborg : Bureau Waardenburg (Report / Bureau Waardenburg 19-013) - 33 p.
Rauw water: liever bugs dan drugs?
Zwietering, Marcel - \ 2018

Onze voorvaderen deden het dagelijks. Dieren doen het nog steeds. En anno 2018 betalen trendgevoelige gezondheidspioniers veel geld om het ook te doen: ongefilterd water drinken. Heeft 'rauw water' inderdaad heilzame probiotische krachten of betreft het een levensgevaarlijk fenomeen?

Altered neural inhibition responses to food cues after Roux-en-Y Gastric Bypass
Zoon, H.F.A. ; Bruijn, S.E.M. de; Jager, G. ; Smeets, P.A.M. ; Graaf, C. de; Janssen, I.M.C. ; Schijns, W. ; Deden, L. ; Boesveldt, S. - \ 2018
Biological Psychology 137 (2018). - ISSN 0301-0511 - p. 34 - 41.
Bariatric surgery - fMRI - Food preferences - go/no-go - Impulsivity - Inhibitory control - Weight-Loss

Background: Roux-en-Y gastric bypass (RYGB) surgery is a highly effective weight-loss intervention that often reduces preference and intake of high-energy foods. Research into the neural mechanisms behind this shift has mainly focused on reward processing of food cues. However, the ability to successfully control food intake and thereby weight-loss also depends on inhibitory control capacity. We investigated whether RYGB leads to alterations in neural inhibitory control in response to food cues. Methods: A food-specific go/no-go task with pictures of high-energy (desserts) and low-energy foods (vegetables), was used to assess neural inhibition responses before and after RYGB with functional magnetic resonance imaging. Data from 18 morbidly obese patients (15 females; age 41 ± 11 years; BMI 42 ± 4 kg/m2 before; BMI 36 ± 4 kg/m2 after) were analysed. Pre- and post-RYGB BOLD fMRI responses were compared for response inhibition towards high- and low-energy foods. Participants were tested in a satiated state. Results: Response inhibition to high-energy foods was associated with increased activation of the right lateral prefrontal cortex (PFC), right medial PFC, dorsolateral PFC, right middle cingulate cortex and the right inferior frontal operculum (involved in inhibitory control), after compared to before surgery. Response inhibition to low-energy foods elicited diminished post- compared to pre-surgery responses in the left superior temporal pole, right parahippocampal gyrus and right hypothalamus (involved in metabolic control). Conclusion: Neural changes indicate improved response inhibition towards high-energy food cues, altered influence of metabolic control during response inhibition towards low-energy food cues and a more positive attitude to both high-energy and low-energy food after RYGB. Alterations in neural circuits involved in inhibitory control, satiety signalling and reward processing may contribute to effective weight-loss after RYGB.

Van gevoel naar cijfers voor grasland : Tools voor omweiden en standweiden getoetst in Amazing Grazing
Stienezen, M.W.J. ; Teune, Jonathan ; Neplenbroek, Maaike ; Quint, Max ; Groen, Paula ; Philipsen, Bert - \ 2017
V-focus 14 (2017)4. - ISSN 1574-1575 - p. 27 - 29.
De praktijktoets in het project Amazing Grazing bevestigt de ervaring uit het veld dat het gebruik van tools in het graslandmanagement niet vanzelfsprekend is. De wekelijkse tijdsinvestering, het meten van de grashoogte, doen veehouders pas wanneer ze hebben ervaren dat de informatie die de tools geven meerwaarde heeft. Maar juist het wekelijks meten is nodig om de informatie uit de tools te gebruiken. De veehouders die al voor de start van de praktijktoets wekelijks hun grashoogte maten, deden dat ook tijdens de praktijktoets. Hierdoor was het vooral op deze bedrijven mogelijk de bruikbaarheid van de informatie uit de tools te toetsen aan het graslandmanagement.
Re-integreren bij sociale ondernemingen zacht maar niet soft - Betekenis sociale ondernemingen voor mensen met beperking
Hassink, Jan ; Vaandrager, Lenneke ; Jansen-Klijn, Joke - \ 2017

Sociale ondernemingen bieden niet alleen zinvol werk aan mensen met een beperking, maar zorgen ook voor gemeenschapszin, onderhoud van het groen en duurzame producten. Wetenschappers deden onderzoek naar de meerwaarde van sociale ondernemingen en de wijze waarop gemeenten met hen kunnen samenwerken bij re-integratie.

Invloed van natuurkorst op ontwikkeling van geur tijdens kaasrijping
Hettinga, K.A. - \ 2017
De zelfkazer 69 (2017)2. - ISSN 0166-4549 - p. 10 - 12.
In de afgelopen jaren deden wij bij Wageningen University & Research onderzoek als onderdeel van de ‘proeftuin natuurlijke kaasrijping’ bij Remeker in Lunteren, in de vorm van afstudeeronderzoeken. In totaal deden zeven studenten levensmiddelentechnologie hun afstudeeronderzoek in het kader van de proeftuin. De onderliggende vraag van al deze onderzoeken was: wat bepaalt de geur van Remeker- kaas. Daarbij lag de focus op zowel het begrijpen van de geurstofvorming als het effect van de veranderende rijpingsomstandigheden in de proeftuin. Een belangrijk onderdeel van de proeftuin was namelijk om de kazen op een stabiele temperatuur (16 °C) en een relatieve hoge luchtvochtigheid (90%) te rijpen, waarbij het belangrijk was om na te gaan of dit een verandering zou veroorzaken in de geurstofvorming.
Waarom neemt de Wageningen Universiteit 1500 stukken vlees onder de loep
Jansman, Hugh - \ 2016

Wetenschappers van de Wageningen Universiteit hebben van een groot deel van het wild in Nederland het DNA in kaart gebracht. Dat deden ze door in totaal ruim 1500 stukken vlees te onderzoeken. Duizend stukken vlees waren afkomstig van wilde zwijnen en zo'n 400 stukken vlees van edelherten.

Verwerking van mestoverschot: overleven de ziekteverwekkers?
Hoeksma, P. ; Rutjes, S. ; Aarnink, A.J.A. ; Blaak, Hetty ; Buisonjé, F.E. de - \ 2016
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 49 (2016)5. - ISSN 0166-8439 - p. 34 - 35.
mestverwerking - mestoverschotten - dierlijke meststoffen - lozing - waterverontreiniging - pathogenen - manure treatment - manure surpluses - animal manures - disposal - water pollution - pathogens
Dierlijke mest bevat ziekteverwekkende bacteriën en virussen. Worden deze gedood bij de verschillende mestverwerkingsmethodes? Die vraag wordt belangrijker nu een deel van de mestoverschotten verwerkt moet worden, waarmee en mesttransport en mestverwerkingsactiviteiten toenemen. Wageningen UR en het RIVM deden een verkennend onderzoek.
Natuurkorstkaas ontwikkelt zich goed in proeftuin
Hettinga, Kasper - \ 2016
milk products - cheeses - cheese ripening - cheese mites - odours - pilot farms - ghee - natamycin

De zelfkazer : maandblad voor producenten van boerenkaasDe kazen met natuurkorst ontwikkelen zich goed in de nieuwe rijpingsruimte van boerderij De Groote Voort in Lunteren, al deden zich wel wat problemen voor, onder andere met mijten. De problemen zijn nu onder controle, vertelde Jan Dirk van de Voort op 15 februari bij de presentatie van de tussentijdse resultaten van de ‘Proeftuin Natuurlijke Kaasrijping’.

De focus op portiegrootte in gewichtsmanagement : De ontwikkeling en evaluatie van het SMARTsize-programma
Vet, E.W.M.L. de; Poelman, M.P. ; Velema, E. ; deBoer, Michiel ; Seidell, J. - \ 2015
Nederlands Tijdschrift voor Voeding en Dietetiek 70 (2015)5. - ISSN 1875-9955 - p. S1 - S8.
Inleiding:
Grote porties leiden tot een verhoogde energie-inname en worden gezien als een belangrijke factor in het ontstaan van overgewicht. Het doel van dit onderzoek was om een gewichtsmanagementprogramma gericht op portiegrootte te ontwikkelen en te evalueren.
Methode:
Volwassenen met overgewicht of obesitas namen deel aan een gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek (interventiegroep n=139, controlegroep n=139). De interventiegroep ontving het programma gedurende drie maanden. Deelnemers in de controlegroep gingen door met wat zij normaal gesproken deden. De uitkomstmaten waren BMI en zelfgerapporteerd gebruik van portiecontrolestrategieën om grip op porties te houden, gemeten op baseline en na drie, zes en twaalf maanden.
Resultaten:
De interventiegroep had na drie maanden een significant sterkere afname van 0,45 BMI punt (95%BI=-0,88 tot -0,04) vergeleken met de controlegroep. Daarbij nam hun gemiddelde gebruik van de portiecontrolestrategieën (B=0,33, 95%BI 0,23-0,43) en het percentage intensief gebruikte strategieën significant toe
(B=10,7%, 95%BI 6,9-14,4%) in vergelijking met de controlegroep. Het verschil in gewichtsverlies tussen de groepen was nagenoeg verdwenen na zes maanden (B=-0,13, 95%BI -0,67 tot 0,37) en twaalf maanden (B=-0,03, 95%BI -0,53 tot 0,47).
Conclusie:
De interventie is effectief om gewichtsverlies te initiëren. Er is echter meer onderzoek nodig naar de effectiviteit van een uitgebreider programma op gewichtsverlies op de lange termijn. Dit kan bijvoorbeeld door meer
terugvalpreventiestrategieën in te passen, de interventieduur te verlengen of de interventie in te bedden in de dieetbehandeling.
Over het welzijn van in zee gevangen vis
Jonge, F.H. de; Boon, N. ; Brauner, M. ; Dakriet, N. ; Kumar Ghosh, A. ; Jansen, J. ; Hamoen, J. ; Kok, J. de; Hürlimann, R. ; Laan, R. ; Marbus, S. ; Merema, P. ; Pijcke, N. ; Rooijen, K. van; Stolwijk, D. ; Vissia, S. ; Vrijenhoek, M. ; Willemsma, A. ; Zaalberg, R. ; Zagenia, F. - \ 2015
Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 322) - 57
dierenwelzijn - vis - wilde dieren - diergezondheid - visserij - zeevisserij - vismethoden - animal welfare - fish - wild animals - animal health - fisheries - marine fisheries - fishing methods
De Stichting Vissenbescherming heeft de hulp van de wetenschapswinkel van Wageningen UR ingeroepen. Zij vraagt haar te ondersteunen met onderzoek dat een stap voorwaarts kan betekenen op weg naar een vissenwelzijnskeurmerk voor in het wild gevangen (zee)vis. In totaal 19 studenten (3 studententeams en 2 masterstudenten) deden voor de wetenschapswinkel (literatuur)onderzoek naar a) welzijn van vissen (met name platvis) in relatie tot de visserij en b) maatschappelijke agendering op het gebied van vissenwelzijn. Op grond van een literatuurstudie wordt geconcludeerd dat steeds meer wetenschappelijke argumenten erop wijzen dat ook vissen pijn lijden en emoties kunnen ervaren. Voor diegenen die deze argumenten in twijfel trekken wordt door Elder bepleit het “voorzorgsprincipe” te hanteren, waarbij ernaar gestreefd wordt het risico op pijn en leed bij vissen zoveel mogelijk te voorkomen.
DaVinc³i: sierteeltlogistiek in een dynamische eeuw : van onderbuik naar onderbouwing
Vorst, J.G.A.J. van der; Ossevoort, R.S. - \ 2015
DaVinc³i - 46
sierteelt - logistiek - ketenmanagement - agro-industriële ketens - informatietechnologie - internationale handel - strategisch management - agrarische productiesystemen - landbouwkundig onderzoek - telecommunicatie - elektronische handel - ornamental horticulture - logistics - supply chain management - agro-industrial chains - information technology - international trade - strategic management - agricultural production systems - agricultural research - telecommunications - electronic commerce
In het DaVinc³i (Dutch Agricultural Virtualized International Network with Consolidation, Coordination, Collaboration and Information availability) onderzoek deden drie Nederlandse universiteiten en een groot aantal bedrijven strategisch onderzoek naar deelgebieden van de sierteeltlogistiek. Die deelgebieden zijn: samenwerking/ businessmodellen, logistieke netwerken, retourlogistiek/plannen en ICT in de sector. Bij veel bedrijven is concreet en strategisch onderzoek gedaan op basis van onderzoeksvragen op bedrijfsniveau. Dit boekje verhaalt, in een aantal interviews, eerst over de algemene strategische onderzoeken en de daaruit voortvloeiende scenario’s. Daarna komt de bedrijfspraktijk aan de orde. De volgende vragen kwamen hierbij aan de orde: Met welke logistieke ketens en afzetketens krijgt de sierteeltsector in de toekomst te maken? Welke functies en processen zijn aan die ketens verbonden? Waar kun je die functies geografisch gezien het best uitoefenen? Hoe ondersteun je dat optimaal met ICT-toepassingen en businessmodellen? Wat betekent dit alles voor de sierteeltlogistiek?
Impressie bijeenkomst Duitse bijeninstituten : Zonnige Arbeitstagung in Marburg
Blacquiere, T. ; Calis, J. - \ 2014
Bijenhouden 8 (2014)3. - ISSN 1877-9786 - p. 29 - 29.
Ieder jaar gaan er ook vanuit
Nederland een aantal geïnteresseerden
naar het Duitse werkcongres
van bijenonderzoekers,
steeds door een ander instituut
georganiseerd. Johan Calis,
Willem Boot en Tjeerd Blacquière,
wetend dat de bijen thuis het al
goed deden, konden een paar
dagen weg, om te snuffelen aan
de stand van het onderzoek in
Duitsland.
Vervlogen
Blacquiere, T. - \ 2014
Nieuwsbrief van bijen@wur (2014).
Anders dan gewoonlijk voelde het deze keer tijdens de reis op weg naar de Tagung al bijna zomers aan, met bloeiende esdoorns en boskrieken langs de weg. En wij (Johan Calis, Willem Boot en Tjeerd Blacquière) wetend dat de bijen thuis het al goed deden – al wisten we nog niet van ‘de neerwaartse trend in bijensterfte; wat is er mis met de bijensterfte? - toch nog een paar daagjes snuffelen aan de stand van het onderzoek in Duitsland.
Verspreiding van Verticillium dahliae door water : een verkenning i.o.v. het project Teelt de grond uit
Hiemstra, J.A. ; Sluis, B.J. van der; Pham, K.T.K. - \ 2013
PPO sector Bollen, Bomen en Fruit - 25
boomkwekerijen - straatbomen - teeltsystemen - goten - bodempathogenen - gewasbescherming - verticillium dahliae - plantmateriaal - irrigatiewater - forest nurseries - street trees - cropping systems - ducts - soilborne pathogens - plant protection - planting stock - irrigation water
Sinds een aantal jaren wordt er gewerkt aan systemen om laanbomen niet in de volle grond maar los daarvan in “goten” te telen. Naast arbeid technische voordelen biedt dit systeem in principe ook de mogelijkheid om problemen met bodempathogenen te voorkomen omdat er met een “schoon” groeimedium gewerkt kan worden. Er blijft echter een kleine kans dat pathogenen zoals Verticillium dahliae met het plantgoed mee komen. Dat dit inderdaad een reële mogelijkheid is, bleek in 2012. Een aantal van de toen in de goten geplante Acer rubrum vertoonde symptomen die aan een Verticillium infectie deden denken. Bij onderzoek door het diagnostiek laboratorium van PPO in Lisse werd in 2 van de 3 onderzochte planten V. dahliae aangetoond (zie Bijlage 1). Onduidelijk is in hoeverre V. dahliae na een dergelijke introductie in het systeem kans ziet om zich te verspreiden naar andere planten in het systeem. Met name het gerecirculeerde drainagewater lijkt daarbij een mogelijke verspreidingsroute. Om een indruk te krijgen van het gevaar hiervan is in 2012 en 2013 een verkenning gedaan die bestond uit twee delen: ¿ Een beknopte literatuur studie naar verspreiding van V. dahliae met irrigatiewater in tuinbouw of vollegronds gewassen. ¿ Kunstmatige infectie van een deel van de planten in een goot, gevolgd door een in de loop van het groeiseizoen regelmatig herhaalde analyse van het drainwater uit die goot. Na een eerste verkenning van de mogelijkheden in 2012, is dit experiment is op grotere schaal herhaald in 2013. In deze notitie worden de resultaten van beide onderdelen beschreven, gevolgd door enkele daaruit te trekken conclusies en een overzicht van de gevonden relevante literatuur. Technische gegevens betreffende het onderzoek naar natuurlijke besmetting in het plantgoed, de moleculaire analyse van de watermonsters in 2012 en 2013, en het onderzoek naar de verspreiding van de schimmel in geïnoculeerde planten zijn opgenomen in een viertal bijlagen.
Invasieve exoten in Vlaanderen en Nederland : resultaten uit het Invexo-project en aanbevelingen voor verbetering van de exotenaanpak
Burg, W.J. van der; Lotz, L.A.P. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International - 128
flora - fauna - schadelijke waterplanten - invasieve soorten - inventarisaties - natuurbeleid - samenwerking - zuid-nederland - vlaanderen - aquatic weeds - invasive species - inventories - nature conservation policy - cooperation - south netherlands - flanders
De casus-overkoepelende werkgroep „Voorstel Beleid en Samenwerking‟ inventariseerde de mogelijkheden om beleid in de verschillende regio‟s op elkaar af te stemmen en samenwerking te stimuleren. De resultaten van deze werkgroep staan in dit rapport. Invasieve exoten kennen geen grenzen. Daarom is het nodig dat gemeenten, provincies, regio‟s en landen samenwerken om probleemsoorten te bestrijden en te voorkomen. De Europese Unie stimuleert die grensoverschrijdende aanpak van invasieve exoten. 24 partners uit Vlaanderen en Zuid-Nederland deden mee aan het Invexo-project (Europees Interreg-project IV A, 2009-2012). In dit project werden vier probleemsoorten of soortengroepen in Vlaanderen en/of Zuid-Nederland aangepakt: grote waternavel (en ook waterteunisbloem en parelvederkruid), Amerikaanse vogelkers, stierkikker en zomerganzen.
Vogelgriep ontrafeld : resultaten FES-AI onderzoeksprogramma
Luijkx, D.L.M. ; Scholtens, B. ; Nijland, H.R. - \ 2012
Lelystad : CVI - ISBN 9789461734907 - 62
aviaire influenza - aviaire influenzavirussen - vogels - pluimveehouderij - epidemieën - dierziektepreventie - ziektebestrijding - vaccinatie - diagnostiek - virologie - nederland - avian influenza - avian influenza viruses - birds - poultry farming - epidemics - animal disease prevention - disease control - vaccination - diagnostics - virology - netherlands
Vogelgriep en mensengriep zijn nauwe verwanten: beide worden meestal veroorzaakt door zogeheten Influenza-A-virussen. Zo'n griepvirus is een mini-kikkertje van hooguit honderd nanometer (0,0001 milimeter) doorsnede met eiwituitstulpingen aan de buitenkant. Daarmee klampt het virusbolletje zich vast aan de cellen van zijn gastheer. Die hechting heeft het nodig om de cel te infecteren en zichzelf daarna te kunnen vermenigvuldigen. Dit boekje heeft de vogelgriepuitbraak van 2003 in Nederland als startpunt. Welke dilemma's deden zich toen voor en welke bestrijdingsmogelijkheden waren er voorhanden? Vanwege de twijfels, vragen en onzekerheden werd het FES-AI onderzoeksprogramma in het leven geroepen. Het FES-AI programma is opgedeeld in 7 verschillende kennisvelden. Voor de samenstelling van dit boekje is gesproken met de onderzoekleiders, die het onderzoek vorm hebben gegeven.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.