Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 50 / 129

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Dirksen
Check title to add to marked list
Visdieven in het IJsselmeergebied: broedplaatskeuze en broedsucces in een wetland met weinig dynamiek
Winden, Jan van der; Dirksen, S. ; Doodeman, Debby ; Hogeweg, Niels ; Horssen, Peter van; Kelder, Leon ; Tulp, I.Y.M. ; Poot, Martin - \ 2019
Limosa 92 (2019)2. - ISSN 0024-3620 - p. 49 - 64.
Visdieven broeden op kale open pionierbiotopen in visrijke zoete en zoute wateren. De voormalige Zuiderzee bood een ideaal leefgebied voor deze
vogelsoort dankzij de peilschommelingen, zoutinvloed en omvangrijke vispopulaties als voedselbron. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee door de
Afsluitdijk is een zoetwatersysteem ontstaan met weinig dynamiek en harde oevers. Het natuurbeleid in het IJsselmeer is mede gericht op behoud
van soorten van dynamische biotopen. De vraag doet zich voor of het mogelijk is om Visdieven duurzaam een plek te geven in dit merengebied. Sinds 1990 is informatie over de ecologie van Visdieven verzameld die goed bruikbaar blijkt te zijn om het beschermingsbeleid van een wetland-systeem
met een ingedamde dynamiek te evalueren.
Sky view factor calculations and its application in urban heat island studies
Dirksen, M. ; Ronda, R.J. ; Theeuwes, N.E. ; Pagani, G.A. - \ 2019
Urban Climate 30 (2019). - ISSN 2212-0955
Netherlands - Sky view factor - UHI - Urban planning

The sky view factor (SVF) is essential to describe the urban climatology at scales below 100m. This proxy for net radiation depends on the height of the obstacles in its surroundings. The SVF was calculated from a rasterized point cloud height dataset (with 6 − 10 points per m2). The resulting SVF depends on grid-resolution, search radius and number of directions. Previous research related the diurnal maximum urban heat island (UHI) of the canopy layer to the diurnal temperature range, solar irradiance, wind speed, vegetation fraction and SVF. The goal of this study is to determine the sensitivity of the SVF and the impact on the UHI. Within the Netherlands a test area of 70km2 was selected, including: urban areas, meadows and forests. There is a high sensitivity for grid-resolution. Therefore the impact of the SVFs grid resolution on the maximum UHI is explored. Results show that the fourth largest city within the Netherlands, Utrecht, has a mean diurnal maximum UHI of 3.1 °C using a 1m SVF resolution. But, with a 3m SVF resolution the UHI is on average 0.6 °C lower. This highlights the significance of a fine grid resolution which can capture houses, alleys and trees.

A multi-parent recombinant inbred line population of C. elegans allows identification of novel QTLs for complex life history traits
Snoek, B.L. ; Volkers, J.M. ; Nijveen, H. ; Petersen, Carola ; Dirksen, Philipp ; Sterken, M.G. ; Nakad, Rania ; Riksen, J.A.G. ; Rosenstiel, P.C. ; Stastna, J.J. ; Braekman, B.P. ; Harvey, S.C. ; Schulenburg, Hinrich ; Kammenga, J.E. - \ 2019
BMC Biology 17 (2019). - ISSN 1741-7007 - 17 p.
Background - The nematode Caenorhabditis elegans has been extensively used to explore the relationships between complex traits, genotypes, and environments. Complex traits can vary across different genotypes of a species, and the genetic regulators of trait variation can be mapped on the genome using quantitative trait locus (QTL) analysis of recombinant inbred lines (RILs) derived from genetically and phenotypically divergent parents. Most RILs have been derived from crossing two parents from globally distant locations. However, the genetic diversity between local C. elegans populations can be as diverse as between global populations and could thus provide means of identifying genetic variation associated with complex traits relevant on a broader scale.
Results - To investigate the effect of local genetic variation on heritable traits, we developed a new RIL population derived from 4 parental wild isolates collected from 2 closely located sites in France: Orsay and Santeuil. We crossed these 4 genetically diverse parental isolates to generate a population of 200 multi-parental RILs and used RNA-seq to obtain sequence polymorphisms identifying almost 9000 SNPs variable between the 4 genotypes with an average spacing of 11 kb, doubling the mapping resolution relative to currently available RIL panels for many loci. The SNPs were used to construct a genetic map to facilitate QTL analysis. We measured life history traits such as lifespan, stress resistance, developmental speed, and population growth in different environments, and found substantial variation for most traits. We detected multiple QTLs for most traits, including novel QTLs not found in previous QTL analysis, including those for lifespan and pathogen responses. This shows that recombining genetic variation across C. elegans populations that are in geographical close proximity provides ample variation for QTL mapping.
Conclusion -Taken together, we show that using more parents than the classical two parental genotypes to construct a RIL population facilitates the detection of QTLs and that the use of wild isolates facilitates the detection of QTLs. The use of multi-parent RIL populations can further enhance our understanding of local adaptation and life history trade-offs.
Een onverwachte concentratie van Zwarte Zee-eenden in de Hollandse kustzone in een gebied met hoge dichtheden van geschikte schelpdieren
Fijn, R.C. ; Leopold, M.F. ; Dirksen, Sjoerd ; Arts, Floor ; Asch, M. van; Baptist, M.J. ; Craeymeersch, J.A.M. ; Engels, Bas ; Horssen, Peter van; Jong, Job de; Perdon, K.J. ; Zee, Els M. van der; Ham, N. - \ 2017
Limosa 90 (2017)3. - ISSN 0024-3620 - p. 97 - 117.
Een onverwachte concentratie van Zwarte Zee-eenden in de Hollandse kustzone in een gebied met hoge dichtheden van geschikte schelpdieren De winterverspreiding van Zwarte Zee-eenden in Nederland concentreerde zich in de afgelopen jaren ten noorden van de oostelijke Waddeneilanden
en in mindere mate in de Voordelta. In sommige jaren verblijven echter grote groepen op andere plaatsen. In de voorjaren van 2013 en 2014 doken ineens grote aantallen Zwarte Zee-eenden op voor de kust van Texel en in de winter van
2015/16 meldden zeetrektellers ongekend grote aantallen voor de kust van Camperduin, een locatie waar in de tweede helft van de vorige eeuw ook wel eens grote aantallen werden gezien. In deze studie is gekeken in hoeverre het plotseling verschijnen van grote aantallen Zwarte Zee-eenden bij Camperduin in 2015/16 kan worden verklaard door het aanwezige voedsel in de zeebodem
aldaar.
Bedrijvenloket Wageningen UR, De Groene Helpdesk Wageningen UR, Positionering loket na afronding WUR-brede pilotfase
Knoppersen-de Jong, S.D.H. ; Dirksen, J. ; Koning, I.M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 17 p.
Projectplan De Groene Helpdesk, Vervolgstappen t.a.v. financiering na WUR-brede pilotfase
Knoppersen-de Jong, S.D.H. ; Dirksen, J. ; Koning, I.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 6 p.
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer
Schooten, Herman van; Dirksen, Hans - \ 2013
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research - 8
Bouwen aan een betere balans: Een analyse van bedrijfstijlen in de melkveehouderij
Dirksen, H. ; Klever, M. ; Broekhuizen, R.E. van; Ploeg, J.D. van der; Oostindië, H.A. - \ 2013
Bouwen aan een betere balans : Een analyse van bedrijfsstijlen in de melkveehouderij
Dirksen, H. ; Klever, M. ; Broekhuizen, R.E. van; Ploeg, J.D. van der; Oostindië, H.A. - \ 2013
Beusichem : RSO en DSM - 36 p.
Assessment 2012 Alterra, klantenonderzoek
Boonstra, F. ; Arnouts, R.C.M. ; Dirksen, J. ; Fontein, R.J. ; Knoppersen, S. ; Laros, I. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 44
milieubescherming - natuurbescherming - wetenschappelijk onderzoek - kennisoverdracht - inventarisaties - environmental protection - nature conservation - scientific research - knowledge transfer - inventories
Klanten van Alterra oordelen positief over de relatie met Alterra en de bruikbaarheid van het Alterra-onderzoek van de afgelopen vijf jaar. Ze gebruiken onderzoeksresultaten instrumenteel, conceptueel, strategisch en relationeel. Verbeterpunten voor Alterra liggen op het vlak van meer interne en externe samenwerking, het versterken van de politiek-bestuurlijke gevoeligheid van de onderzoekers en projectmatig werken. Ook roepen klanten Alterra op kritisch te blijven op de inhoudelijke kwaliteit van het onderzoek. Kansen zien zij in nieuwe rollen van onderzoekers zoals die van actie-onderzoeker en kennismakelaar.
The use of wildlife overpasses for outdoor recreation
Pouwels, R. ; Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2012
In: Proceedings of the 6th International Conference on Monitoring and Management of Visitors in Recreational and Protected Areas, 21-24 August 2012, Stockholm, Sweden. - Stockholm, Sweden : Friluftsliv i förändring - ISBN 9789187103292 - p. 104 - 105.
Advies ontsnippering Merwedezone voor bever en otter
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Eupen, M. van; Jansman, H.A.H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2146) - 56
lutra lutra - castor - wildpassages - habitatverbindingszones - ecologische hoofdstructuur - habitatfragmentatie - zuid-holland - biesbosch - wildlife passages - habitat corridors - ecological network - habitat fragmentation
In opdracht van de provincie Zuid-Holland is onderzocht op welke plek het beste een ecologische verbinding voor Bever en Otter tussen Biesbosch en Alblasserwaard kan worden gerealiseerd. Deze verbinding maakt deel uit van de plannen voor een ‘Groene Ruggengraat’ tussen Biesbosch en Gooimeer. De studie geeft richtlijnen voor het ontwerp en de inrichting van de ecologische verbinding en de benodigde faunapassages bij kruisende infrastructuur. Tevens zijn de kosten van alle benodigde maatregelen globaal in beeld gebracht.
Recreatief medegebruik van ecoducten : effecten op het functioneren als faunapassage
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Pouwels, R. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2097) - 130
wildpassages - meervoudig landgebruik - landinrichting - openluchtrecreatie - landschap - kwaliteit - wildlife passages - multiple land use - land development - outdoor recreation - landscape - quality
In opdracht van het ministerie van LNV is door Alterra onderzoek gedaan naar de effecten van recreatief medegebruik van ecoducten op het ecologisch functioneren van deze ontsnipperende maatregelen. Het onderzoek laat zien dat recreatief medegebruik van een ecoduct voor veel algemeen voorkomende soorten niet leidt tot onverwacht lage gebruiksfrequenties en geen of slechts een beperkt effect heeft op het tijdstip en de manier waarop de ecoducten worden gebruikt, mits het ecoduct voldoende breed is en het ecoduct zorgvuldig is ingericht. Op basis van het onderzoek (aan natuurbrug Crailoo en Slabroek) zijn richtlijnen geformuleerd voor de besluitvorming over het al dan niet openstellen van ecoducten voor recreanten. Tevens zijn richtlijnen opgesteld waaraan het ontwerp en de inrichting van een ecoduct minimaal moet voldoen om recreatief medegebruik mogelijk te maken. Het onderzoek signaleert kennisleemten en doet aanbevelingen voor verder onderzoek.
Collision risk of birds with modern large wind turbines
Krijgsveld, K.L. ; Akershoek, K. ; Schenk, F. ; Dijk, F. van; Dirksen, J. - \ 2009
Ardea 97 (2009)3. - ISSN 0373-2266 - p. 357 - 366.
We studied collision rate of birds with modern, large 1.65 MW wind turbines in three wind farms in The Netherlands during three months in autumn and winter. Collision rate, after correction for retrieval and disappearance rate, was 0.08 birds per turbine per day on average (range 0.05-0.19). Collision risk, i.e. the number of victims relative to the flight intensity of birds at the wind farms, was 0.14% on average. For nocturnal migrants, risk was as low as 0.01%, while the risk was 0.16% for local birds flying at night. In absolute numbers, the overall collision risk was similar to the 0.06-0.28% found for earlier-generation lower turbines that have a smaller rotor surface. However, given the comparatively large rotor surface and altitude range of the modern turbines, the risk was c. threefold lower than for smaller turbines. A large fraction of collision victims were diurnally active and local birds that were foraging in the area, rather than nocturnal migrants. Flight intensities of this group should be taken into account as well as that of nocturnal migrants, when calculating collision rate.
Winning van zand en klei: iedereen blij? : evaluatie Kwaliteitsteam en kwaliteitsadviezen ontgrondingen provincie Gelderland
Pleijte, M. ; Kersten, P.H. ; Dirksen, J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1914) - 76
zandafgravingen - mijnbouw - afgegraven land - klei - regionaal beleid - kwaliteit - ruimtelijke ordening - nederland - gebiedsontwikkeling - ruimtelijke analyse - gelderland - sand pits - mining - mined land - clay - regional policy - quality - physical planning - netherlands - area development - spatial analysis
In het Zand- en kleiwinningsplan Gelderland kondigt de provincie de instelling van een Provinciaal Kwaliteitsteam Ontgrondingen aan, dat werkende weg een eigen methodiek zal ontwikkelen. Inmiddels bestaat dit kwaliteitsteam 3 jaar en heeft 16 adviezen uitgebracht. In dit rapport staat een evaluatie van de kwaliteit van de werkwijze en van de adviezen van het Provinciaal Kwaliteitsteam Ontgrondingen centraal. Geconcludeerd wordt dat de werkwijze en adviezen volstaan, maar dat zij verder kunnen worden geprofessionaliseerd. Dit rapport biedt handvatten aan de provincie om die professionalisering verder vorm te geven.
Actualisering doelsoorten en doelen Meerjarenprogrmma Ontsnippering
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Jansman, H.A.H. ; Kuipers, H. ; Wegman, R.M.A. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1941) - 72
fauna - migratie - infrastructuur - wegen - habitatverbindingszones - habitatfragmentatie - migration - infrastructure - roads - habitat corridors - habitat fragmentation
Belangrijk uitgangspunt bij dit MJPO onderzoek was te komen tot een goede evaluatie van de effectiviteit van dit ontsnipperingsprogramma. Het onderzoek richt zich specifiek op de vragen: wat zijn de doelsoorten voor ontsnippering; welke soorten zijn aan te wijzen per knelpunt; welke problemen van versnippering worden door de doelsoorten ervaren (?); welke doelen voor ontsnippering zijn er per doelsoort te formuleren
Het gebruik van natuurbrug zanderij Crailoo door mens en dier
Grift, E.A. van der; Ottburg, F.G.W.A. ; Dirksen, J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1906) - 127
fauna - migratie - heidegebieden - monitoring - wildpassages - natuurgebieden - het gooi - migration - heathlands - wildlife passages - natural areas
In opdracht van Stichting Het Gooisch Natuurreservaat is in 2007-2008 het gebruik van Natuurbrug Zanderij Crailoo door mens en dier onderzocht. De natuurbrug vormt een schakel tussen bos-/heidegebieden in het Gooi en is ook voor recreanten toegankelijk. Alle middelgrote en grote zoogdiersoorten die tijdens het onderzoek in de omgeving van de natuurbrug zijn geregistreerd, zijn ook op de natuurbrug aangetroffen. Daarnaast zijn op de natuurbrug zes soorten amfibieën en twee soorten reptielen geregistreerd. De amfibieën zijn in de hoogste aantallen gevonden rond de op de natuurbrug aangelegde poelen en op plaatsen met dekking-biedende begroeiingen. De reptielen, hoewel nog beperkt in aantal, zijn zowel in de heischrale vegetaties op het zuidelijk deel van de natuurbrug aangetroffen als in de zone met struweel en ruigten. De mens maakt in grote aantallen gebruik van het fiets-/voetpad en ruiterpad. Op basis van de bevindingen van het onderzoek zijn aanbevelingen uitgewerkt voor inrichting en beheer van de natuurbrug.
Advies ontsnippering van de Natte As in het Hunzedal bij de kruising met de N33
Grift, E.A. van der; Sluis, T. van der; Dirksen, J. ; Epe, M.J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1801) - 50
fauna - wildpassages - habitatfragmentatie - habitatverbindingszones - drenthe - wildlife passages - habitat fragmentation - habitat corridors
In opdracht van het Ministerie van LNV en in samenwerking met de Provincie Drenthe is een advies opgesteld voor maatregelen die de barrièrewerking van de N33 voor flora en fauna mitigeren ter hoogte van de kruising met de Hunze. Het Hunzedal maakt deel uit van de Natte As en is aangewezen als Robuuste Verbindingszone. Dit advies sluit aan bij deze ambitie voor een robuuste ecologische corridor, waarin niet alleen mobiele diersoorten maar ook weinig mobiele dieren en planten een geschikte leefomgeving en migratieroute moeten vinden. Waar mogelijk zijn alternatieve oplossingen gepresenteerd en de mate waarin deze alternatieve oplossingen de gestelde natuurdoelen realiseren.
Advies Kennissysteem Natura 2000 : een centrale bibliotheek voor dosis-effectinformatie gebaseerd op zoekacties
Broekmeyer, M.E.A. ; Dirksen, J. ; Apeldoorn, R.C. van; Veen, M. van der - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1645) - 49
natuurbescherming - habitats - kennis - informatieontsluiting - vergunningen - kennissystemen - kennismanagement - natuurbeschermingsrecht - habitatrichtlijn - natura 2000 - Nederland - nature conservation - knowledge - information retrieval - permits - knowledge systems - knowledge management - nature conservation law - habitats directive - Netherlands
Dit document bevat een advies over het opzetten van een kennissysteem toegespitst op een centraal informatiesysteem over dosis-effect informatie. Een dergelijk systeem moet kennis over ontsluiten voor vergunnigsverleners en de opstellers van beheerplannen. Het advies is gebaseerd op een aantal zoekacties naar dergelijke informatie. Vergeleken zijn de bestanden: Alles over milieu, Google Scholar, CAB abstracts, Biological abstracts, Zoological records, Land Bodem Water
Prediction uncertainty of environmental change effects on temperate European biodiversity
Dormann, C. ; Schweiger, O. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Bailey, D. ; Baudry, J. ; Billeter, R. ; Bugter, R.J.F. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Cock, R. de; Blust, G. de; DeFilippi, R. ; Diekotter, T. ; Dirksen, J. ; Durka, W. ; Edwards, P.J. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Liira, J. ; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. - \ 2008
Ecology Letters 11 (2008)3. - ISSN 1461-023X - p. 235 - 244.
land-use intensity - climate-change - species richness - agricultural landscapes - extinction risk - cover data - models - distributions - communities - envelope
Observed patterns of species richness at landscape scale (gamma diversity) cannot always be attributed to a specific set of explanatory variables, but rather different alternative explanatory statistical models of similar quality may exist. Therefore predictions of the effects of environmental change (such as in climate or land cover) on biodiversity may differ considerably, depending on the chosen set of explanatory variables. Here we use multimodel prediction to evaluate effects of climate, land-use intensity and landscape structure on species richness in each of seven groups of organisms (plants, birds, spiders, wild bees, ground beetles, true bugs and hoverflies) in temperate Europe. We contrast this approach with traditional best-model predictions, which we show, using cross-validation, to have inferior prediction accuracy. Multimodel inference changed the importance of some environmental variables in comparison with the best model, and accordingly gave deviating predictions for environmental change effects. Overall, prediction uncertainty for the multimodel approach was only slightly higher than that of the best model, and absolute changes in predicted species richness were also comparable. Richness predictions varied generally more for the impact of climate change than for land-use change at the coarse scale of our study. Overall, our study indicates that the uncertainty introduced to environmental change predictions through uncertainty in model selection both qualitatively and quantitatively affects species richness projections.
Indicators for biodiversity in agricultural landscapes: a pan-European study
Billeter, R. ; Liira, J. ; Bailey, D. ; Bugter, R.J.F. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Baudry, J. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Diekotter, T. ; Dietz, H. ; Dirksen, J. ; Dormann, C. ; Durka, W. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. ; Edwards, P.J. - \ 2008
Journal of Applied Ecology 45 (2008)1. - ISSN 0021-8901 - p. 141 - 150.
agri-environment schemes - species-richness - land-use - boundary vegetation - ecosystem service - plant diversity - conservation - communities - birds - scale
1. In many European agricultural landscapes, species richness is declining considerably. Studies performed at a very large spatial scale are helpful in understanding the reasons for this decline and as a basis for guiding policy. In a unique, large-scale study of 25 agricultural landscapes in seven European countries, we investigated relationships between species richness in several taxa, and the links between biodiversity and landscape structure and management. 2. We estimated the total species richness of vascular plants, birds and five arthropod groups in each 16-km2 landscape, and recorded various measures of both landscape structure and intensity of agricultural land use. We studied correlations between taxonomic groups and the effects of landscape and land-use parameters on the number of species in different taxonomic groups. Our statistical approach also accounted for regional variation in species richness unrelated to landscape or land-use factors. 3. The results reveal strong geographical trends in species richness in all taxonomic groups. No single species group emerged as a good predictor of all other species groups. Species richness of all groups increased with the area of semi-natural habitats in the landscape. Species richness of birds and vascular plants was negatively associated with fertilizer use. 4. Synthesis and applications. We conclude that indicator taxa are unlikely to provide an effective means of predicting biodiversity at a large spatial scale, especially where there is large biogeographical variation in species richness. However, a small list of landscape and land-use parameters can be used in agricultural landscapes to infer large-scale patterns of species richness. Our results suggest that to halt the loss of biodiversity in these landscapes, it is important to preserve and, if possible, increase the area of semi-natural habitat.
Plant functional group composition and large-scale species richness in European agricultural landscapes
Liira, J. ; Schmidt, T. ; Aavik, T. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Bailey, D. ; Billeter, R. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Dirksen, J. ; Edwards, P.J. ; Hamersky, R. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Kuhn, I. ; Coeur, D. Le; Miklova, P. ; Roubalova, M. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Bugter, R.J.F. ; Zobel, M. - \ 2008
Journal of Vegetation Science 19 (2008)1. - ISSN 1100-9233 - p. 3 - 14.
habitat fragmentation - boundary vegetation - grassland plants - biodiversity - traits - conservation - connectivity - diversity - land - area
Question: Which are the plant functional groups responding most clearly to agricultural disturbances? Which are the relative roles of habitat availability, landscape configuration and agricultural land use intensity in affecting the functional composition and diversity of vascular plants in agricultural landscapes? Location: 25 agricultural landscape areas in seven European countries. Methods: We examined the plant species richness and abundance in 4 km x 4 km landscape study sites. The plant functional group classification was derived from the BIOLFLOR database. Factorial decomposition of functional groups was applied. Results: Natural habitat availability and low land use intensity supported the abundance and richness of perennials, sedges, pteridophytes and high nature quality indicator species. The abundance of clonal species, C and S strategists was also correlated with habitat area. An increasing density of field edges explained a decrease in richness of high nature quality species and an increase in richness of annual graminoids. Intensive agriculture enhanced the richness of annuals and low nature quality species. Conclusions: Habitat patch availability and habitat quality are the main drivers of functional group composition and plant species richness in European agricultural landscapes. Linear elements do not compensate for the loss of habitats, as they mostly support disturbance tolerant generalist species. In order to conserve vascular plant species diversity in agricultural landscapes, the protection and enlargement of existing patches of ( semi-) natural habitats appears to be more effective than relying on the rescue effect of linear elements. This should be done in combination with appropriate agricultural management techniques to limit the effect of agrochemicals to the fields.
Ecologische toetsing natuurverbinding Naardermeer-Gooimeer
Dirksen, J. ; Grift, E.A. van der - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1507) - 55
regionale planning - infrastructuur - ecologische hoofdstructuur - habitatverbindingszones - habitatfragmentatie - randmeren - vechtstreek - regional planning - infrastructure - ecological network - habitat corridors - habitat fragmentation
In opdracht van de Provincie Noord-Holland is een ruimtelijke verkenning naar de robuuste verbindingszone Natte As door de Vechtstreek uitgevoerd. Het advies richt zich op het toetsen van de verwachte ecologische effectiviteit van de conceptplannen, gebaseerd op het door de Provincie Noord-Holland ontwikkelde ‘Vingermodel’.
Assessing the intensity of temperate European agriculture at the landscape scale
Herzog, F. ; Steiner, B. ; Bailey, D. ; Baudry, J. ; Billeter, R. ; Bukacek, R. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Dirksen, J. ; Dormann, C. ; DeFilippi, R. ; Frossard, E. ; Liira, J. ; Schmidt, T. ; Stockli, R. ; Thenail, C. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Bugter, R.J.F. - \ 2006
European Journal of Agronomy 24 (2006)2. - ISSN 1161-0301 - p. 165 - 181.
land-use intensity - population-dynamics - southern england - natural enemies - farming systems - soil fertility - use efficiency - resource use - intensification - diversity
The intensity of agricultural production was assessed in 25 landscape test sites across temperate Europe using a standardised farmer questionnaire. The intensity indicators, nitrogen input (to arable crops and to permanent grassland), density of livestock units and number of pesticide applications (herbicides, insecticides, fungicides and retardants), were recorded and integrated into an overall intensity index. All three components were needed to appropriately characterise the intensity of agricultural management. Four hypotheses were tested. (i) A low diversity of crops is related to higher intensity. The contrary was observed, namely because diverse crop rotations contained a higher share of crops which are more demanding in terms of nitrogen and of plant protection. (ii) Intensity decreases when there is more permanent grassland. This was confirmed by our study. (iii) Large farms are managed more intensively. There was no relation between farm size and intensity. (iv) Large fields are managed more intensively. There was a tendency towards higher nitrogen input and livestock density in landscapes with larger fields but only a few of the results were statistically significant. The aggregated overall intensity index was of limited usefulness mainly because of limitations in interpretability.
Experimental evidence of lateral flow in unsaturated homogeneous isotropic sloping soil due to rainfall
Sinai, G. ; Dirksen, C. - \ 2006
Water Resources Research 42 (2006). - ISSN 0043-1397 - 12 p.
downward water-flow - surface hydrology - hillslope infiltration - moisture flow - vadose zone - anisotropy - transient - dynamics - runoff - layers
This paper describes laboratory experimental evidence for lateral flow in the top layer of unsaturated sloping soil due to rainfall. Water was applied uniformly on horizontal and V-shaped surfaces of fine sand, at rates about 100 times smaller than the saturated hydraulic conductivity. Flow regimes near the surface and in the soil bulk were studied by using dyes. Streamlines and streak lines and wetting fronts were visually studied and photographed through a vertical glass wall. Near wetting fronts the flow direction was always perpendicular to the fronts owing to dominant matrix potential gradients. Thus, during early wetting of dry sloping sand, the flow direction is directed upslope. Far above a wetting front the flow was vertical due to the dominance of gravity. Downslope flow was observed during decreasing rainfall and dry periods. The lateral movement was largest near the soil surface and decayed with soil depth. Unstable downslope lateral flow close to the soil surface was attributed to non-Darcian flow due to variable temporal and spatial raindrop distributions. The experiments verify the theory that predicts unsaturated downslope lateral flow in sloping soil due to rainfall dynamics only, without apparent soil texture difference or anisotropy. This phenomenon could have significant implications for hillside hydrology, desert agriculture, irrigation management, etc., as well as for the basic mechanisms of surface runoff and erosion.
Kwaliteitsimpuls groenblauwe dooradering voor natuurlijke plaagonderdrukking in de Hoeksche Waard
Geertsema, W. ; Steingröver, E.G. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Spijker, J.H. ; Dirksen, J. - \ 2006
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1334) - 50
akkerbouw - plagenbestrijding - natuurlijke vijanden - duurzaamheid (sustainability) - landschapsarchitectuur - vegetatiebeheer - soortendiversiteit - zuid-holland - zuidhollandse eilanden - arable farming - pest control - natural enemies - sustainability - landscape architecture - vegetation management - species diversity
Dit schetsboek geeft inzicht in de voorwaarden voor natuurlijke plaagonderdrukking in de akkerbouw. Het uiteindelijke doel is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een duurzame landbouw die minder afhankelijk is van chemische bestrijdingsmiddelen. Het focust op de kwalitatieve randvoorwaarden waar de groenblauwe dooradering aan moet voldoen om natuurlijke plaagonderdrukking mogelijk te maken. Daarbij gaat het om soorten, structuur en beheer van vegetaties in de groenblauwe dooradering. In de Hoeksche Waard is geanalyseerd in hoeverre de huidige situatie voldoet aan de randvoorwaarden. Samen met diverse actoren uit het gebied is gekeken welke strategieën te volgen zijn en welke stappen nodig zijn om een kwaliteitsimpuls in het gebied te realiseren. Het blijkt dat zowel op individueel bedrijfsniveau als op het niveau van het hele gebied maatregelen nodig zijn die bijdragen aan een duurzame landbouw.
Quantifying the impact of environmental factors on arthropod communities in agricultural landscapes across organizational levels and spatial scales
Schweiger, O. ; Maelfait, J.P. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Hendrickx, F. ; Billeter, R. ; Speelmans, M. ; Augenstein, I. ; Aukema, B. ; Aviron, S. ; Bailey, D. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Diekötter, T. ; Dirksen, J. ; Frenzel, M. ; Herzog, F. ; Liira, J. ; Roubalova, M. ; Bugter, R.J.F. - \ 2005
Journal of Applied Ecology 42 (2005)6. - ISSN 0021-8901 - p. 1129 - 1139.
species richness - habitat fragmentation - biodiversity evaluation - biological-control - natural enemies - ecology - diversity - intensification - context - distributions
1. In landscapes influenced by anthropogenic activities, such as intensive agriculture, knowledge of the relative importance and interaction of environmental factors on the composition and function of local communities across a range of spatial scales is important for maintaining biodiversity. 2. We analysed five arthropod taxa covering a broad range of functional aspects (wild bees, true bugs, carabid beetles, hoverflies and spiders) in 24 landscapes (4 x 4 km) across seven European countries along gradients of both land-use intensity and landscape structure. Species-environment relationships were examined in a hierarchical design of four main sets of environmental factors (country, land-use intensity, landscape structure, local habitat properties) that covered three spatial scales (region, landscape, local) by means of hierarchical variability partitioning using partial canonical correspondence analyses. 3. Local community composition and the distribution of body size classes and trophic guilds were most affected by regional processes, which highly confounded landscape and local factors. After correcting for regional effects, factors at the landscape scale dominated over local habitat factors. Land-use intensity explained most of the variability in species data, whereas landscape characteristics (especially connectivity) accounted for most of the variability in body size and trophic guilds. 4. Synthesis and applications. Our results suggest that management effort should be focused on land-use intensity and habitat connectivity in order to enhance diversity in agricultural landscapes. Since these factors are largely independent, specific conservation programmes may be developed with regards to socio-economic and agri-environmental requirements. Changes in either of these factors will enhance diversity but will also result in specific effects on local communities related to dispersal ability and the resource use of species.
Samenvatting advies "Verbreding en gebiedsgerichtheid" : nieuwe strategieën van pro-actieve soortenbescherming : aanbevelingen aan Taskforce Impuls Soortenbeleid en Werkgroep Meerjarenplan Soortenbeleid
Schröder, R.R.G. ; Opdam, P.F.M. ; Kranendonk, R.P. ; Grift, E.A. van der; Dirksen, J. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1091) - 12
natuurbescherming - wetgeving - beleid - beschermde soorten - nederland - nature conservation - legislation - policy - protected species - netherlands
Nieuwe strategieën van pro-actief soortenbeleid: proefdraaien met een gebiedsgerichte aanpak; verslag werkatelier 28 april 2004
Wintjes, A.L.W. ; Schröder, R.R.G. ; Dirksen, J. ; Grift, E.A. van der; Kranendonk, R.P. ; Mansfeld, M.J.M. van; Opdam, P.F.M. ; Smeets, P.J.A.M. ; Steingröver, E.G. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Wing-rapport 004) - 39
natuurbescherming - biodiversiteit - soorten - ecologie - bedrijfsvoering - nederland - werkplaatsen - natuur - nature conservation - biodiversity - species - ecology - management - netherlands - workshops - nature
Het soortenbeleid in het natuurbeheer wordt in brede kring als onvoldoende effectief beschouwd. In het werkatelier verslag zijn de resultaten uiteengezet van deelnemers die hebben nagedacht over nieuwe strategieën van pro-actief soortenbeleid. Het idee is dat de soortenzorg voor een groot deel ruimtelijk en regionaal zal moeten worden uitgewerkt. Daarnaast is een generiek beleid nodig voor soorten die verspreid voorkomen. Voor beide zoekrichtingen is het nodig om te verbreden naar ander beleid en nieuwe doelgroepen. Deelnemers hebben deze denkwijze getoetst en uitgewerkt in nieuwe strategieën. Voor de case Waterland zijn 3 verbredingstrategieën bedacht aan de hand van specifieke soorten evenals voor de case Zuid-Limburg. Voor generieke soorten zijn 4 strategien bedacht om actoren in beweging te krijgen.
Base line studies North Sea wind farms : strategy of approach for flying birds
Krijgsveld, K.L. ; Lieshout, S.M.J. ; Schekkerman, H. ; Lensink, Rick ; Poot, M.J.M. ; Dirksen, S. - \ 2003
Alterra - 54
wind power - adverse effects - birds - marine areas - north sea - windenergie - nadelige gevolgen - vogels - mariene gebieden - noordzee
The Dutch government has granted ‘Noordzeewind’ (Nuon Renewable Energy Projects and Shell Wind Energy) the possibility to build a wind farm consisting of 36 wind turbines off the coast of the Netherlands, near Egmond. This project serves to evaluate the economical, technical, ecological and social effects of offshore wind farms in general. To gather the knowledge which will result from this project, a Monitoring and Evaluation Program (MEP) has been developed. Bureau Waardenburg and Alterra in cooperation have been commissioned by RIKZ to execute the base line study of effects on flight paths, flight altitudes and flux of migratory and non-migratory birds.
Corridors for LIFE; ecological network analysis for Cheshire County (UK)
Sluis, T. van der; Bunce, R.G.H. ; Kuipers, H. ; Dirksen, J. - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 698) - 71
ecologie - landschapsecologie - modellen - netwerkanalyse - herstel - ruimtelijke ordening - habitats - verenigd koninkrijk - natuur - ecologische hoofdstructuur - ecology - landscape ecology - models - network analysis - rehabilitation - physical planning - uk - nature - ecological network
This report gives the result of an analysis of the ecological network, designed for the agricultural plains of Cheshire. Five ecosystem types were selected: meres and mosses, heathland, wetland and rivers, woodland, and grassland,. Species were selected which can be considered representative for these ecosystems. The model LARCH was used to assess whether these ecosystems still function as an ecological network. An ecological network, a `scenario' was designed, which should be seen as a minimum scenario. It was tested with LARCH in how far the situation would improve for the selected indicator species. Through the implementation of the scenario good opportunities are created, especially for long-range species. Habitat is most limiting for meres and mosses and heathland. Species most vulnerable to fragmentation, even after implementation of the scenario, are the less mobile species, such as water vole, common lizard, green hairstreak and common blue. Specific de-fragmentation measures are important for those species. The approach used here, based on an analysis with OS MasterMap, can be applied elsewhere in the UK.
Networks for LIFE; an ecological network analysis for the brown bear (Ursus arctor) - and indicator species in Regione Abruzzo
Sluis, T. van der; Baveco, H. ; Corridore, G. ; Kuipers, H. ; Knauer, F. ; Pedroli, B. ; Jochems, R. ; Dirksen, J. - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 697) - 97
ecologie - landschapsecologie - populatiedynamica - modellen - habitats - gebergten - ursus arctos - abruzzen - dierecologie - italië - netwerken - ecology - landscape ecology - population dynamics - models - habitats - mountains - ursus arctos - abruzzi - animal ecology - italy - networks
This report gives the result of an analysis of the ecological network of Regione Abruzzo. Seven species were analysed, which can be related to four ecosystem types: woodland, wetland, grassland and steppe, and shrubland. The LARCH model was used to assess whether these ecosystems still function as an ecological network. The study shows that the Region has no serious fragmentation problem at the moment, considering the viability of the networks. However, corridors are essential to maintaining the highquality of nature as we find it in Abruzzo. With few investments a well-functioning sustainable ecological network can be realized. Through the development and consolidation of an optimized ecological network good opportunities are created for the long-term future development. This study presents ideas and forms a good basis for further development of an improved ecological network. Based on the spatial cohesion for the ecoprofiles used in this analysis, a lay-out for a possible ecological network has been prepared. This is a lay-out for terrestrial corridors, i.e. for the forest, shrubland and grassland ecosystems.
Begrippenkader Groen-Blauwe Dooradering
Langevelde, F. van; Bugter, R.J.F. ; Dijkstra, H. ; Dirksen, J. ; Hendriks, C.M.A. ; Opdam, P.F.M. ; Schotman, A.G.M. - \ 2002
Wageningen : Alterra - 8
landschap - landschapsecologie - landbouw - waterbeheer - cultuurlandschap - natuur - landscape - landscape ecology - agriculture - water management - cultural landscape - nature
Het begrip GBDA is ontstaan vanuit de behoefte de min of meer natuurlijke elementen in het agrarisch cultuurlandschap onder één noemer te brengen
Graadmeter doelrealisatie EHS; verkenning van praktisch toepasbare opties
Reijnen, M.J.S.M. ; Kalkhoven, J.T.R. ; Dirksen, J. - \ 2002
Wageningen : Natuurplanbureau (Werkdocument / Planbureau-werk in uitvoering 2002/14) - 50
natuurbescherming - meting - monitoring - kwaliteit - beleid - nederland - ecologische hoofdstructuur - natuur - nature conservation - measurement - quality - policy - netherlands - ecological network - nature
Simulation of root water uptake. III Non-uniform transient combined salinity and water stress
Homaee, M. ; Feddes, R.A. ; Dirksen, C. - \ 2002
Agricultural Water Management 57 (2002). - ISSN 0378-3774 - p. 127 - 144.
Six different reduction functions for combined water and salinity stress are used in the macroscopic root water extraction term. The reduction functions are classified as linear additive, non-linear multiplicative, and that which is neither additive nor multiplicative. All these reduction functions are incorporated in the numerical simulation model HYSWASOR. The relation between the experimental relative transpiration and the joint soil water osmotic and pressure heads appears to be linear (with an exception for the salinity near the threshold value). As the mean soil solution salinity increases, the trend becomes more linear. The simulations indicated that for most treatments the newly proposed reduction term provides the closest agreement with the experimental transpiration. Soil water content, and particularly soil solution salinity simulated with this equation agree reasonably with the experimental data: in spite of the observed differences, the trend of the simulated data is good. A reason for the disagreement between the simulated and experimental water contents can be attributed to the influence of roots and the soil solution concentration on the soil hydraulic conductivity. The input soil hydraulic parameters were obtained from soil samples without roots and salinity and assumed constant during the simulations.
Simulation of root water uptake. II. Non-uniform transient water stress using different reduction functions
Homaee, M. ; Feddes, R.A. ; Dirksen, C. - \ 2002
Agricultural Water Management 57 (2002). - ISSN 0378-3774 - p. 111 - 126.
The macroscopic root water uptake approach was used in the numerical simulation model HYSWASOR to test four different pressure head-dependent reduction functions. The input parameter values were obtained from the literature and derived from extensive measurements under controlled conditions in the greenhouse. The simulation results indicated that the linear reduction function cannot fit the data satisfactorily. Most of the existing non-linear reduction functions can fit only half of the data range, while the best agreement is obtained with the non-linear two-threshold reduction function. The parameter values obtained by calibration differ only slightly from those of the experiments. Soil water pressure head heterogeneity over the root zone does not play an important role in water uptake. The roots appear to take up water from the relatively wetter parts of the root zone to compensate for the water deficit in the drier parts. While the simulated transpiration agrees closely with the experimental data, the main reason for the discrepancy between the simulated and actual water contents appears to be water uptake during the night.
Simulation of root water uptake. I. Non-uniform transient salinity using different macroscopic reduction functions
Homaee, M. ; Dirksen, C. ; Feddes, R.A. - \ 2002
Agricultural Water Management 57 (2002). - ISSN 0378-3774 - p. 89 - 109.
A macroscopic root extraction model was used with four different reduction functions for salinity stress in the numerical simulation model HYSWASOR. Most of the parameter values originally proposed for these functions did not provide good agreement with the experimental data. Therefore, the parameter values were derived from extensive measurements of one of five salinity treatments of alfalfa experiments in the greenhouse and then validated with the four remaining treatments. The simulation results indicated that a well-known crop yield response function can be used as a water uptake term, using the same crop-specific slope and a modified salinity threshold value. The most sensitive part of this reduction function appeared to be the threshold value; while for the non-linear reduction function, without a threshold, the major sensitivity lies in its shape parameter. The simulated actual cumulative transpirations are rather close to the experimental values, while the simulated soil water contents and soil solution osmotic heads indicate some discrepancies with the actual data, but the mean values of these variables are very close to the measured data. While the non-linear two-threshold reduction function provides better agreement with the experimental data for most treatments, all other functions provided close results. This observation suggests the use of the simple linear reduction function in simulation models
Ecoprofielen voor soortanalyses van ruimtelijke samenhang met LARCH
Pouwels, R. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Kalkhoven, J.T.R. ; Dirksen, J. - \ 2002
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 493) - 54
biodiversiteit - biologische indicatoren - indicatorsoorten - ecologie - populaties - natuurbescherming - fragmentatie - modellen - informatiesystemen - nederland - landschapsecologie - natuurbehoud - populatiebiologie - versnippering - biodiversity - biological indicators - indicator species - ecology - populations - nature conservation - fragmentation - models - information systems - netherlands
Voor het Ministerie van LNV wordt het kennissysteem LARCH ontwikkeld. Het wordt met name gebruikt bij verkennende studies. Hierbij wordt voor enkele indicatorsoorten de ruimtelijke samenhang van een landschap in beeld gebracht. De keuze voor deze indicatorsoorten wordt vaak gedaan vanuit praktisch oogpunt en levert veel discussie op. Door soorten te koppelen aan een ecoprofiel worden de analyses met LARCH gestandaardiseerd en daardoor beter inzichtelijk. In dit rapport wordt ingegaan op de indeling van ecoprofielen en het koppelen van soorten aan een ecoprofiel. Het betreft de soorten die voor de Natuurverkenningen 2 geanalyseerd zijn.
Vogels en het Interprovinciaal Windpark Afsluitdijk; beoordeling effecten van het Nuon IPWA-alternatief
Dirksen, S. ; Spaans, A.L. - \ 2002
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 02-015) - 34 p.
broedvogels - ecologie - fauna - ornithologie - watervogels - windmolenpark - Friesland - Noord-Holland - Afsluitdijk - Waddenzee - IJsselmeer
A Macroscopic Water Extraction Model for Nonuniform Transient Salinity and Water Stress
Homaee, M. ; Feddes, R.A. ; Dirksen, C. - \ 2002
Soil Science Society of America Journal 66 (2002). - ISSN 0361-5995 - p. 1764 - 1772.
Effect van treinverkeer op dichtheden weidevogels
Tulp, I. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Braak, C.J.F. ter; Waterman, E. ; Bergers, P.J.M. ; Dirksen, S. ; Snep, R.P.H. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2002
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport / Bureau Waardenburg 02-034) - 106 p.
geluidsbelasting - infrastructuur - landschapsecologie - treinverkeer - versnippering - weidevogels - Groningen - Friesland - Overijssel - Utrecht - Noord-Holland - Zuid-Holland
Treedt er stuwing op tijdens nachtelijke seizoenstrek van vogels over de Afsluitdijk? Veldonderzoek naar hoogteverdelingen en horizontale gradiënten
Poot, M.J.M. ; Winden, J. van der; Schekkerman, H. ; Lieshout, S.M.J. van; Dirksen, S. - \ 2002
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 02-005) - 75 p.
ecologie - fauna - ornithologie - vogeltrek - Afsluitdijk - IJsselmeer
Horseradish peroxidase-catalyzed oligomerization of ferulic acid on a template of a tyrosine-containing tripeptide
Oudgenoeg, G. ; Dirksen, E. ; Ingemann, S. ; Hilhorst, R. ; Gruppen, H. ; Boeriu, C.G. ; Piersma, S.R. ; Berkel, W.J.H. van; Laane, C. ; Voragen, A.G.J. - \ 2002
Journal of Biological Chemistry 277 (2002)24. - ISSN 0021-9258 - p. 21332 - 21340.
Ferulic acid (FA) is an abundantly present phenolic constituent of plant cell walls. Kinetically controlled incubation of FA and the tripeptide Gly-Tyr-Gly (GYG) with horseradish peroxidase and H2O2 yielded a range of new cross-linked products. Two predominant series of hetero-oligomers of FA linked by dehydrogenation to the peptidyl tyrosine were characterized by electrospray ionization (tandem) mass spectrometry. One series comprises GYG coupled with 4-7 FA moieties linked by dehydrogenation, of which one is decarboxylated. In the second series 4-9 FA moieties linked by dehydrogenation, of which two are decarboxylated, are coupled to the tripeptide. A third series comprises three hetero-oligomers in which the peptidyl tyrosine is linked to 1-3 FA moieties of which none is decarboxylated. Two mechanisms for the formation of the FA-Tyr oligomers that result from the dualistic, concentration-dependent chemistry of FA and their possible role in the regulation of plant cell wall tissue growth are presented.
Ecologische effecten van het bestemmingsplan Birkhoven-Noord : beschrijving van de ecologische gevolgen voor vleermuizen en een toets van deze effecten aan de EU-Habitatrichtlijn en Natuurbeschermingswet
Koolstra, B.J.H. ; Verboom, B. ; Dirksen, J. - \ 2001
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 339) - 46
chiroptera - richtlijnen (directives) - natuurbescherming - ruimtelijke ordening - recreatie - utrecht - habitatrichtlijn - directives - nature conservation - physical planning - recreation - habitats directive
De gemeente Amersfoort heeft het bestemmingsplan Birkhoven-Noord in ontwikkeling. In het ontwerp-bestemmingsplan voor Birkhoven-Noord wordt de visie van de gemeente Amersfoort over de toekomstige inrichting en het toekomstig gebruik van het plangebied beschreven. Het voorkomen van vleermuizen in Birkhoven-Noord en onzekerheid over de effecten van uitvoering van het bestemmingsplan op de vleermuizen vormt de aanleiding tot dit onderzoek. Dit rapport beschrijft de te verwachten gevolgen van het bestemmingsplan voor de vleermuizen in Birkhoven-Noord.
Deelstudie ornithologie MER interprovinciaal windpark Afsluitdijk; vogelgegevens ten behoeve van Vogelrichtlijnbeoordeling
Dirksen, S. ; Spaans, A. ; Winden, J. van der - \ 2001
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-074) - 17 p.
broedvogels - ecologie - fauna - ornithologie - watervogels - windmolenpark - Friesland - Noord-Holland - Afsluitdijk - Waddenzee - IJsselmeer
Deelstudie ornithologie MER interprovinciaal windpark Afsluitdijk; aanvullende rapportage: beoordeling effecten drie alternatieven uit ontwerpronde voorjaar 2001
Dirksen, S. ; Spaans, A. ; Winden, J. van der - \ 2001
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-059) - 32 p.
broedvogels - ecologie - fauna - ornithologie - trekvogels - watervogels - windmolenpark - Friesland - Noord-Holland - Afsluitdijk - Waddenzee - IJsselmeer
New dielectric mixture equation for porous materials based on depolarization factors
Hilhorst, M.A. ; Dirksen, C. ; Kampers, F.W.H. ; Feddes, R.A. - \ 2001
Soil Science Society of America Journal 64 (2001). - ISSN 0361-5995 - p. 5 - 1587.
A change in the relative proportions of the constituents of a porous material like soil will cause a change in its electrical permittivity. The measured permittivity reflects the impact of the permittivities of the individual material constituents. Numerous dielectric mixture equations are published, but none of these equations are generally applicable. A new theoretical mixture equation is derived, using the principle of superposition of electric (E) fields. This mixture equation relates the measured permittivity to a weighted sum of the permittivities of the individual material constituents and includes depolarization factors to account for electric field refractions at the interfaces of the constituents. The depolarization factors are related to physical properties of the material. Most other mixture equations contain one or more empirical factors. The concept of the depolarization factor is comparable with that of the 'shape factor' of particles as described by other authors. A special case of the new mixture equation, for which the depolarization factors equals one (no depolarizations), appeared equal to a mixture equation for fluids derived from using thermodynamics. The new mixture equation is compared with other mixture equations. Comparison of the new mixture equation with measured data for glass beads and fine sand was promising. Concluding, depolarization factors in the new mixture equation relate the microstructural and compositional material properties to the measured bulk permittivity of a material. Although not shown, depolarization factors can be calculated from physical material properties.
Do polychlorinated biphenyls contribute to reproduction effects in fish-eating birds?
Voogt, P. de; Dirksen, S. ; Boudewijn, T.J. ; Bosveld, A.T.C. ; Murk, A.J. - \ 2001
Environmental Toxicology and Chemistry 20 (2001)6. - ISSN 0730-7268 - p. 1149 - 1149.
fauna - ecotoxicologie - hormoonverstoring - milieuverontreiniging - ornithologie - waterkwaliteit - watervogels
Natuurlijk overwegen; meervoudig ruimtegebruik in relatie tot infrastructuur en natuur
Kooreman, H. ; Lensink, M. ; Morel, T. ; Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Veenbaas, G. - \ 2001
Unknown Publisher - 113 p.
ecologie - infrastructuur - meervoudig ruimtegebruik - natuur - ruimtelijke ordening
Vliegbewegingen van ganzen en zwanen in schemer en donker in relatie tot plaatsing van windturbines op De Mars (Zutphen)
Lensink, R. ; Bergh, L.M.J. van den; Voslamber, B. ; Dirksen, S. - \ 2001
Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-002) - 40 p.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.