Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 93

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Elaboration d’un guide européen de bonnes pratiques pour le transport des volailles.
    Warin, L. ; Mindus, C. ; Sossidou, E. ; Spoolder, H.A.M. ; Bignon, L. - \ 2019
    In: Treizièmes Journées de la Recherche Avicole et Palmipèdes à Foie Gras. - - p. 811 - 814.
    Op naar precisielandbouw 2.0 : eindrapport PPS PL2.0 2015-2019 topsectorproject AF-14275
    Kempenaar, Corné ; Dijk, Chris van; Hermans, Geert ; Steele-Dun, Susan ; Sande, Corné van de; Verschoore, Jeroen ; Wal, Tamme van der; Roerink, Gerbert ; Visser, Juriaan ; Kamp, Jan ; Blok, Pieter ; Polder, Gerrit ; Wolf, Jan van de; Jalink, Henk ; Bulle, Annette ; Meurs, Bert ; Michielsen, Jean-Marie ; Zande, Jan van de; Hoving, Idse ; Riel, Johan van; Holshof, Gertjan ; Boheemen, Koen van; Evert, Frits van; Riemens, Marleen ; Keizer, Paul ; Schnabel, Sabine ; Egmond, Fenny van; Walvoort, Dennis ; Janssen, Henk ; Riviėre, Inge La; Kocks, Corné ; Pot, Alfred - \ 2019
    Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen University & Research (Rapport WPR 921) - 138
    De publiek private samenwerking (PPS) ‘Op naar precisielandbouw 2.0’ (PL2.0) is een R&D project van de topsector AgriFood. Het project is gestart in 2015 met doorlooptijd van 4 jaar. Voor u ligt het eindrapport. In deze PPS werkten ruim 20 private bedrijven en organisaties, publieke kennisinstellingen en overheden samen aan strategische onderwerpen binnen precisielandbouw. Het project omvatte 13 deelprojecten verdeeld over vijf specifieke R&D thema’s, te weten slim satellietbeeldengebruik, sensorontwikkeling (ziektedetectie), slimme integratie van technologieën in toepassingen, perceelkarakteristieken voor schatten van opbrengstpotentie en ondersteunende ICT, en een generiek thema communicatie en kennisverspreiding.Met betrekking tot het thema satellietbeeldengebruik is uitgezocht hoe optische satellietbeelden in combinatie met radarbeelden of beelden verkregen via drone-camera’s beter gebruikt kunnen worden om de variatie en status van de bovengrondse hoeveelheid biomassa van gewassen in kaart te brengen en opbrengsten te voorspellen. Op het gebied van ziektedetectie is door middel van sensor fusion en artificial intelligence de detectie van virus- en bacterieziekten in aardappelplanten verbeterd. En werd een prototype sensorsysteem voor veldonderzoek ontwikkeld. Door slimme integratie van data, adviesmodellen en mechanisatie zijn er enkele variabel-doseertoepassingen ontwikkeld en gevalideerd. Het gaat hier om variabel doseren van Stikstof en herbiciden binnen teelten d.m.v. taakkaarten. In het verlengde hiervan is ook een ontwerp geleverd en als prototype gevalideerd voor een innovatieve beddenspuit in bloembollenteelt. Op grond van perceelkarakteristieken en ondersteunende ICT zijn inzichten en tools voor het inschatten van opbrengst(potentie) geleverd en wordt een doorkijk gegeven naar software voor verbeterde rijpadenplanning en perceelinformatie. De inzet op communicatie en kennisdeling heeft ca. 100 publicaties en presentaties in 4 jaar tijd opgeleverd. Voor meer details over resultaten wordt naar de rapportage met samenvatting per deelproject verwezen in de hoofdstukken 2 tot en met 7.Het grote succes van PL2.0 ligt vooral bij ruime aandacht voor integratie van componenten van precisielandbouwtoepassingen en de doorstroming daarvan naar de praktijk en onderwijs.Geconcludeerd mag worden dat PL2.0 een bijdrage leverde aan gewasmonitoringtoepassingen en diverse variabel-doseertoepassingen (variable rate applications, VRA). Die VRA-toepassingen zien we nu op de agenda in het in 2018 gestarte precisielandbouw-adoptie project ‘Nationale Proeftuin Precisielandbouw’ (NPPL). Meerdere bedrijven passen taakkaarten variabel doseren op een resolutie van 30-50 m2 op praktijkschaal toe en besparen zo’n 20 -30% op gewasbeschermingsmiddelen met behoud van goede werking. De basis hiervoor is een bodem- of gewaskaart die de relevante variatie binnen de bodem of gewas in kaart brengt. Ook zijn er via PL2.0 mooie resultaten met optimalisatie van plantdichtheid en vermindering van meststoffengebruik via deze kaarten. Doorstroming van kennis naar het groene onderwijs werd gerealiseerd via PL2.0 en een versterkend WURKS-traject. Negen lesmodules over gebruik software en inzet taakkaarten in precisielandbouw werden opgeleverd. Precisielandbouw is geen doel op zich, maar een manier om de duurzaamheid van landbouw te vergroten. Met PL2.0 toepassingen kan meer met minder en beter geproduceerd worden. De trend van precisielandbouw c.q. data-gedreven landbouw of smart farming, zal zich alleen maar doorzetten. Er zal gewerkt gaan worden met meer en hoog-resolutie data, complexere adviesmodellen en meer robotisering. Daarmee zullen de doelen van kringlooplandbouw beter en sneller gerealiseerd kunnen worden.
    Impact of low-molecular weight organic acids on selenite immobilization by goethite: Understanding a competitive-synergistic coupling effect and speciation transformation
    Fang, Dun ; Wei, Shiyong ; Xu, Yun ; Xiong, Juan ; Tan, Wenfeng - \ 2019
    Science of the Total Environment 684 (2019). - ISSN 0048-9697 - p. 694 - 704.
    Adsorption - Ferric selenite - Organic acids - Reduction - Selenium - Speciation transformation
    © 2019 Elsevier B.V. The interactions between low-molecular weight organic acids (LMWOAs)and selenium (Se)on mineral/water interfaces affect the release, immobilization and bioavailability of Se in nature. Herein, the effects of three environmentally relevant LMWOAs (i.e., oxalic (Oxa), succinic (Suc)and citric (Cit)acids)on Se(IV)adsorption to goethite under oxic conditions were investigated using batch experiments, speciation fractionation, and ATR-FTIR and XPS analyses. The LMWOAs exhibited a competitive-synergistic coupling effect on Se(IV)adsorption to goethite, which inhibited the adsorption rate of Se(IV)by 14.1, 13.3 and 8.0 times. However, immobilization of Se(IV)was simultaneously enhanced by 39.1%, 34.6% and 14.1% in the following order Oxa > Suc > Cit. The results obtained by fractionation of the adsorbed Se(IV)revealed that the enhancement was due to surface binding as well as speciation transformation from ligand-exchangeable Se(IV)into residual fractions, which increased by approximately 18% in the presence of the LMWOAs. The dissolution of goethite significantly improved due to the LMWOAs and decreased to different degrees as the concentration of Se(IV)increased. The monodentate mononuclear complexes (58.2%)and Lewis base sites bonded Se (41.8%)were the predominant surface species of Se(IV)in goethite-Se(IV)system. The ATR-FTIR and high-resolution XPS analyses demonstrated that the formation of ≡FeO(SeO)O-CO surface complexes (22.8–27.0%)occurred in the presence of LMWOAs, which could be closely correlated with the interface-mediated reduction of Se(IV). In addition, the predominant mechanism for the formation of residual Se is LMWOA specific, in which ferric selenite-like precipitation was dominant for Suc (10.6%)and Cit (11.6%)and reduction was dominant for Oxa (17.5%). Overall, LMWOAs play an important role in Se(IV)immobilization and speciation transformation and may facilitate understanding the Se bioavailability in rhizosphere soils under oxic conditions.
    Adapter les pratiques agricoles aux différentes conditions pédoclimatiques : un outil pour agriculteurs et conseillers
    Turpin, N. ; Perret, E. ; Berge, H.F.M. ten; Hose, T. D'; Evert, F.K. van - \ 2016
    Sciences Eaux & Territoires Hors-série (2016)30. - ISSN 2109-3016 - 7 p.
    Les pratiques agricoles qui réduisent la quantité de carbone dans le sol peuvent perturber son activité microbienne, modifier sa structure, et sa capacité à fournir eau et nutriments aux cultures. Elles peuvent aussi limiter la capacité des sols agricoles à lutter contre le changement climatique. Le projet de recherche européen Catch-C s’est interrogé sur la capacité des pratiques agricoles
    alternatives à limiter ou contrebalancer ces problèmes. À partir des premiers résultats de l'analyse des effets de différentes pratiques en Europe, cet article nous présente la conception d'un outil d'aide à la décision pour les acteurs du monde agricole qui résume les avantages et inconvénients de ces modèles alternatifs, propose des recommandations validées scientifiquement, pour tendre
    vers une gestion durable des sols agricoles, sur lesquelles de futures politiques pourront se reposer
    Zeebaars paaigebieden en opgroeigebieden in Nederlandse wateren
    Tulp, I.Y.M. ; Hal, R. van; Damme, C.J.G. van; Smith, S.R. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C060/16) - 35
    visserijbeheer - zeevisserij - visserijbeleid - visbestand - habitatbeheer - nederland - het kanaal (english channel) - kuitschieten - waddenzee - zeeuwse eilanden - boomkorvisserij - zeebaars - noordzee - rijpen - fishery management - marine fisheries - fishery policy - fishery resources - habitat management - netherlands - english channel - spawning - wadden sea - zeeuwse eilanden - beam trawling - sea bass - north sea - maturation
    De zeebaarspopulatie neemt sinds 2010 sterk af door een hoge visserij-inspanning en een lage aanwas van jonge zeebaars sinds 2008. Zeebaars is een langlevende soort die zich pas op latere leeftijd gaat voortplanten. Op een leeftijd van ca 4 jaar en met een lengte vanaf ca 42 cm (vrouwtjes) en 32 cm (mannetjes) beginnen ze paairijp te worden. De huidige minimum aanlandingsmaat van 42 cm heeft als gevolg dat veel vrouwtjes al gevangen worden voordat ze voor het eerst hebben kunnen paaien. Naast vangstbeperkende maatregelen wordt gezocht naar maatregelen ter bescherming van paai- en opgroeigebieden. Hiervoor is ecologische kennis nodig, die voor de Nederlandse wateren nog grotendeels ontbreekt. Aanwezigheid van paaiende volwassen zeebaarzen is direct bewijs voor een paaigebied. Het alternatief is om aan paaigebieden vast te stellen aan de hand van de verspreiding van eieren in een vroeg ontwikkelstadium. Een relatief groot aantal larven en juveniele zeebaars kan wijzen op het belang van een gebied als opgroeigebied. Aanbevelingen voor beleid Gezien de huidige staat van onze kennis, kunnen we nu geen steekhoudende aanbevelingen voor maatregelen gericht op bescherming van gebieden of habitats te geven. De evidentie voor paaigebieden is nog erg dun, de opgroeigebieden zijn wel redelijk bekend, maar over het relatieve belang van elk gebied voor de populatie is nog geen inzicht. Het is duidelijk dat overbevissing een probleem is gezien de ontwikkelingen in de aanlandingen en de afname in gemiddelde lengte bij aanlanding. Het is ook duidelijk dat de zeebaars die in Nederland gevangen wordt in ieder geval voor een groot deel afkomstig is uit het Kanaal en dat de visserij daar in het vroege voorjaar van grote invloed is op de hoeveelheid zeebaars, die later in het jaar in onze wateren terechtkomt. Op basis van de huidige gegevens en inzichten is een verdere inperking van de vangsten door zowel commerciële als recreatieve vissers in ieder geval een effectieve maatregel om de zeebaarsstand te vergroten. Of er in aanvulling daarop ook noodzaak is om gericht gebieden of habitats te beschermen of te verbeteren is met de huidige kennis en gegevens niet vast te stellen en kan alleen met aanvullend onderzoek worden vastgesteld.
    Le Nouveau Métabolisme Urbain
    Spiller, M. - \ 2015
    Le1 hebdo 2015 (2015)54.
    Chaque minute, chaque seconde, quelqu’un, quelque part dans la ville, participe au grand cycle ordinaire : on mange, on digère et on se libère. Autrement dit, nous « métabolisons », c’est-à-dire que dans les cellules de chacun de nous se déroulent des processus vitaux qui entraînent la transformation de la nourriture. Et parce que chacun de nous métabolise, les villes aussi métabolisent !

    Les repas que nous absorbons ne sont que la partie émergée de l’iceberg de ce métabolisme urbain. Comme les individus, les villes dépendent d’un flux continu de ressources importées, dont la nourriture, l’eau, les matériaux (matériaux de construction, téléphones portables, tissus, etc.) et bien sûr les combustibles, qui répondent à nos besoins en électricité. Comme nous, les villes utilisent ces ressources et les transforment en déchets tels le dioxyde de carbone, la boue de vidange, la pollution des fleuves ou les déchets solides déposés dans d’immenses décharges.
    Geluk
    Aarts, N. - \ 2014
    C - vakblad van Logeion 2014 (2014)3. - ISSN 1874-5083 - p. 7 - 7.
    Beleid start al snel vanuit een probleem dat nader moet worden bestudeerd om tot een oplossing te komen. Dat geldt ook voor de manier waarop de geestelijke gezondheidszorg (ggz) is georganiseerd: we gaan aan de slag wanneer er klachten zijn. Voor tachtig procent van de mensen met geestelijke problemen werkt dat prima, zo lazen we onlangs in de Volkskrant. Voor de resterende twintig procent schiet een probleemgestuurde benadering echter tekort: hun klachten worden niet verholpen of keren telkens terug. Met het gevolg dat het grootste deel van het beschikbare budget aan hen wordt besteed. Maar nu is de geluksbenadering in opmars. Die vormt een welkome aanvulling op het medisch probleemdenken. Wanneer minder zelfredzame mensen wordt gevraagd waar ze blij van worden, waar ze goed in zijn, en hoe ze hun leven willen leiden, gaan zij vanzelf vaker leuke dingen doen, zo blijkt uit onderzoek. Met als resultaat dat de medische consumptie van deze mensen met maar liefst twintig procent afneemt. Dat is mooi. Nog meer valt te winnen wanneer de geluksbenadering wordt toegepast vóór er klachten zijn. Voorkomen is immers beter. Ook in de wetenschap wint de positieve benadering terrein. Zo doet promovenda Emily Swan onderzoek aan Wageningen Universiteit met als doel obesitas terug te dringen, waarbij ze start vanuit de vraag: hoe komt het dat sommige mensen dun blijven in een omgeving die voortdurend uitnodigt om te veel en te vet te eten? Hoe krijgen zij dat voor elkaar? De focus ligt niet op het probleem (waarom zijn sommige mensen zo dik), maar op de oplossing (hoe blijven die andere mensen dun). De eerste resultaten laten alvast zien dat mensen die goed in hun vel zitten, om welke reden dan ook, er beter in slagen op gewicht te blijven. De vraag is dus hoe we geluk organiseren. Zo kwam ik terecht bij geluksambassadeur Leo Bormans. Bormans schreef de internationale bestseller Geluk! The Worldbook of Happiness, waarin honderd onderzoekers uit vijftig landen elk in duizend woorden samenvatten wat ze weten over geluk. Een aanrader! Je wordt er blij van! Als we dat boek allemaal lezen, wordt geluk misschien wel heel gewoon.
    Hybrid recreation by reverse breeding in Arabidopsis thaliana
    Wijnker, T.G. ; Deurhof, L. ; Belt, J. van de; Snoo, B. de; Vries, M.H.C. de; Becker, F.F.M. ; Ravi, M. ; Chan, S.W.L. ; Dun, van, K. ; Lelivelt, C.L.C. ; Jong, J.H.S.G.M. de; Dirks, R. ; Keurentjes, J.J.B. - \ 2014
    Nature protocols 9 (2014)4. - ISSN 1754-2189 - p. 761 - 772.
    chromosome substitution strains - pcr analysis - dna - lines - plant - extraction - protocol - ecotypes - traits - genome
    Hybrid crop varieties are traditionally produced by selecting and crossing parental lines to evaluate hybrid performance. Reverse breeding allows doing the opposite: selecting uncharacterized heterozygotes and generating parental lines from them. With these, the selected heterozygotes can be recreated as F1 hybrids, greatly increasing the number of hybrids that can be screened in breeding programs. Key to reverse breeding is the suppression of meiotic crossovers in a hybrid plant to ensure the transmission of nonrecombinant chromosomes to haploid gametes. These gametes are subsequently regenerated as doubled-haploid (DH) offspring. Each DH carries combinations of its parental chromosomes, and complementing pairs can be crossed to reconstitute the initial hybrid. Achiasmatic meiosis and haploid generation result in uncommon phenotypes among offspring owing to chromosome number variation. We describe how these features can be dealt with during a reverse-breeding experiment, which can be completed in six generations (~1 year)
    CO2 niet meer dan genoeg: Teelt van Tomaat in 2012 bij Improvement Centre met lichtafhankelijk doseren van CO2
    Gelder, A. de; Warmenhoven, M.G. ; Dieleman, J.A. ; Klapwijk, P. ; Baar, P.H. van - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1290)
    glastuinbouw - tomaten - solanum lycopersicum - energiegebruik - kooldioxide - plantenmorfologie - kennisoverdracht - plantenontwikkeling - cultuurmethoden - proeven op proefstations - lichtsterkte - greenhouse horticulture - tomatoes - solanum lycopersicum - energy consumption - carbon dioxide - plant morphology - knowledge transfer - plant development - cultural methods - station tests - light intensity
    Wageningen UR Glastuinbouw heeft met financiering van Kas als Energiebron en Samenwerken aan Vaardigheden onderzoek gedaan naar efficienter gebruik van CO2. In een kasproef bij GreenQ/Improvement Centre is een CO2 doseerstrategie getest, waarbij iets meer CO2 wordt gegeven dan er op basis van de hoeveelheid licht wordt opgenomen. Dit zorgt ervoor dat de CO2 concentratie in de kas bij open luchtramen net iets boven de buitenwaarde uit komt. Met deze doseerstrategie is met 17 kg/m² CO2 een productie gerealiseerd van 62.5 kg/m² tomaat (cultivar Komeett). Het energie gebruik was 26 m3/m². Uit de literatuur blijkt dat de weerstand die CO2 ondervindt vanuit de omgeving tot in de chloroplast, bij huidmondjes die voldoende openstaan, voor 40% bepaald wordt door het transport van CO2 door de celwand en het celvocht en voor 60% door de diffusie weerstand van kaslucht naar de intercellulaire ruimte. Een dun blad met veel sponsparenchym is daarom gunstig voor de CO2 binding. Het aantal huidmondjes per cm2 blad is daarbij minder maatgevend. Sluiting van de huidmondjes remt de fotosynthese binnen een minuut omdat de CO2 in het blad snel wordt opgebruikt. Vergelijking van de bladstructuur op twee hoogtes in het gewas met planten van hetzelfde ras in een andere proef lieten geen verschillen zien, niet in hoogte en niet in behandeling. Wageningen UR Greenhouse Horticulture developed a CO2 supply strategy in which slightly more CO2 is given than is taken up based on the amount of light. A test at GreenQ Improvement Centreresulted in a CO2 concentration in the greenhouse with open windows slightly above the outside value. With this supply strategy, 17 kg/m² CO2 supply resulted in a production level of 62.5 kg/m² tomato (cultivar Komeett). The energy consumption is 26 m3/m². When the stomata are open, the resistance of CO2 on the way from the environment into the chloroplast is for 40% determined by the transport of CO2 through the cell wall and the cytosol and for 60% by the diffusion resistance of greenhouse air to the intercellular space . A thin leaf with lots of spongy parenchym is therefore beneficial for CO2 binding. The number of stomata per cm2 leaf is therefore less important. Closing of the stomata inhibits photosynthesis within a minute because the CO2 in the leaf is then depleted. Comparison of the leaf structure at two heights in the crop with plants of the same variety in another compartment did not show differences, neither in height nor in treatment. This project was financed by Kas als Energiebron and Samenwerken aan Vaardigheden.
    Cartographier le carbone stocké dans la végétation : Perspectives pour la spatialisation d'un service écosystémique
    Clec'h, Solen Le; Oszwald, Johan ; Jégou, Nicolas ; Dufour, Simon ; Cornillon, Pierre André ; Miranda, Izildinha ; Gonzaga, Luiz ; Grimaldi, Michel ; Gond, Valery ; Arnauld De Sartre, Xavier - \ 2013
    Bois et Forets des Tropiques 67 (2013)316. - ISSN 0006-579X - p. 35 - 47.
    Brazilian Amazon - Carbon stocks - Ecosystem services - Mapping - Physical processes - Statistical model

    Major ecosystem observation programmes such as the Millennium Ecosystem Assessment (MEA), REDD (Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation) and subsequently REDD+, recommend the development of approaches capable of quantifying and spatialising ecosystem services to support the implementation of more appropriate environmental management practices and policies. Ecosystem service mapping could thus become an important tool for highpriority areas in terms of the environment. However, the approach still has a number of limitations, for example as regards carbon stocks in plant biomass. This ecological function was mapped on the scale of a 175 km2 locality in the Brazilian Amazon, to a spatial resolution of 30×30m. In order to quantify the carbon stocks, measurements of tree and shrub biomass in 45 different "points" were used together with geographical data obtained by remote sensing. To do so, two statistical methods were tested: the decision tree method and multiple linear regression. The statistical results from each of these methods are described here to show their advantages and disadvantages. Tests of the data adjustment quality of each model showed that while the decision tree method produces a better description of the role of explanatory variables, multiple linear regression is much more effective as a predictive tool as it gives a better picture of spatial variability for each type of land use. This method reveals terrain-specific phenomena on the scale of a single farm, thus allowing the result of an ecological process to be transcribed simply while also relating it to human activities. This study thus illustrates the importance of methodological choices in mapping a given process.

    O80 Akkermansia muciniphila communique avec l’épithélium intestinal pour contrôler le développement de l’obésité et du diabète de type 2
    Everard, A. ; Belzer, C. ; Geurts, L. ; Ouwerkerk, J.P. ; Druart, C. ; Bindels, L.B. ; Guiot, Y. ; Derrien, M.M.N. ; Muccioli, G.G. ; Delzenne, N.M. ; Vos, W.M. de; Cani, P.D. - \ 2013
    Diabetes & Metabolism 39 (2013)S1. - ISSN 1262-3636
    Introduction Le microbiote intestinal est impliqué dans le développement de l’obésité, de l’insulino-résistance et du diabète de type 2. Nos travaux précédents ont mis en évidence qu’une bactérie découverte récemment et vivant dans le mucus intestinal, Akkermansia muciniphila, était diminuée (100 à 1 000 fois) dans des modèles nutritionnel ou génétique d’obésité et de diabète de type 2. Par contre sa présence dans le contenu caecal est normalisée lors d’un traitement à l’aide de prébiotiques. Cette modulation du microbiote intestinal est associée à une diminution de l’inflammation de bas grade et à une amélioration de la sensibilité à l’insuline et à la leptine. Cependant l’impact direct d’Akkermansia muciniphila sur le métabolisme n’a encore jamais été investigué. Matériels et méthodes Akkermansia muciniphila a été administrée quotidiennement par gavage oral chez des souris nourries avec un régime hyperlipidique pendant 4 semaines. Des marqueurs de l’homéostasie glucidique, du métabolisme lipidique et de la fonction barrière de l’intestin ont été investigués. Résultats Le traitement avec Akkermansia muciniphila améliore les marqueurs d’insulino-sensibilité et corrige l’hyperglycémie à jeun induite par le régime hyperlipidique. Ces effets bénéfiques sont notamment associés à une diminution de la néoglucogénèse hépatique (diminution de l’expression de l’ARNm de la glucose-6-phosphatase). L’administration d’Akkermansia muciniphila empêche la prise de masse grasse et le développement de l’inflammation du tissu adipeux sous régime hyperlipidique, sans affecter la quantité d’énergie ingérée. Akkermansia muciniphila restaure la fonction barrière de l’intestin (disparition de l’endotoxémie métabolique, restauration de la couche de mucus, modification de la production de peptides antimicrobiens). Conclusion Ces résultats mettent en évidence de nouveaux mécanismes de régulation du métabolisme par le microbiote intestinal (Akkermansia. muciniphila) et permettent également de mettre en avant l’intérêt du développement d’un traitement utilisant Akkermansia muciniphila pour la prévention ou le traitement de l’obésité et du diabète de type 2
    Scale politics, vernacular memory and the preservation of the Green Ridge battlefield in Kampar, Malaysia.
    Muzaini, H.B. - \ 2013
    Social & Cultural Geography 14 (2013)4. - ISSN 1464-9365 - p. 389 - 409.
    social construction - geographies - place - city - remembrance - singapore - nation - museum - work
    In the now burgeoning scholarship on memory, there is a discernible shift from considering the politics of dominant public memory towards sites of counter-memories where vernacular forms of memory activism take place. This paper contributes to this by focusing its attention on plans to preserve Green Ridge in Kampar, Malaysia, a tract of forested hill that was the location of a fierce battle fought between the Japanese and Allied forces in the Asia-Pacific theatre of the Second World War. Specifically, it details the rescaling strategies of one particular individual to enhance the reach and relevance of the site for Malaysians writ large, primarily aimed at lobbying for Green Ridge to be officially marked as local and national heritage. This paper then interrogates issues that have hindered this process with the potential to ultimately thwart the preservation of the site for posterity. In doing so, the paper exemplifies memory activism as ‘work’, where local actors–through the mobilisation of scale politics–represent proactive agents in effecting change in public memory from below. Second, it highlights the fragmented nature of vernacular remembering and how this can impede memory work as much as champion memory formally obscured. La politique de la redimensionnement, la mémoire vernaculaire, et la sauvegarde du champ de bataille de Green Ridge à Kampar, Malaisie.Dans la littérature traitant la mémoire qui est en ce moment en plein essor, il y a un déplacement perceptible depuis une considération de la politique de la mémoire dominante publique vers des sites de la contre-mémoire où ont lieu des formes vernaculaires du militantisme de la mémoire. Cet article contribue à ce déplacement en prêtant attention à un projet de sauvegarde de Green Ridge à Kampar, Malaisie, une étendue de colline boisée qui fut l'endroit d'une bataille acharnée entre les forces japonaises et Alliées dans le théâtre de l'Asie-Pacifique de la Seconde Guerre Mondiale. En particulière, l'article expose en détail les stratégies de redimensionnement d'un individu spécifique pour améliorer l'amplitude et la relevance du site pour le peuple malaisien, ces stratégies ayant eu comme but primaire de faire pression pour que Green Ridge soit désigné officiellement comme site de patrimoine local et national. L'article interroge ensuite les polémiques qui ont empêché ce processus jusqu'au point de bloquer en fin de compte la sauvegarde de ce site pour la postérité. En faisant ainsi, l'article est une illustration du militantisme de la mémoire comme du « travail », dans lequel des acteurs locaux – à travers la mobilisation de la politique de la redimensionnement – représentent des acteurs proactifs qui déclenchent changement qui vient d'en-bas dans la mémoire publique. Deuxièmement, il souligne la nature fragmentée du souvenir vernaculaire ainsi que la potentielle pour ce dernier d'empêcher le travail de mémoire aussi bien que devenir les champions de la mémoire formellement dissimulée. Políticas de Escala, Memoria Vernácula y Preservación del Campo de Batalla Green Ridge en Kampar, Malasia.En la creciente literatura académica sobre la memoria se observa un claro desplazamiento. De trabajar las políticas de la memoria pública dominante se ha pasado a estudiar los sitios de contra-memoria en donde tienen lugar formas vernáculas de activismo de la memoria. Este artículo contribuye a este desplazamiento a partir de centrar su atención en los planes para la preservación del Green Ridge en Kampar, Malasia. El Green Ridge está conformado por una porción de una colina boscosa que fue el escenario de una feroz batalla entre los japoneses y las fuerzas aliadas durante la Segunda Guerra Mundial en lo que se conoce como el teatro de operaciones de Asia y el Pacífico. En particular el artículo detalla las estrategias de reescalamiento de un individuo en particular, poniendo de relieve el alcance y la importancia evidente que este sitio tiene para los malayos. Dichas estrategias apuntan a generar presión para que el Green Ridge sea declarado oficialmente patrimonio local y nacional. A continuación, este trabajo se pregunta por los conflictos que han entorpecido este proceso y que podrían, en última instancia, frustrar la preservación del sitio para la posteridad. Para ello, en primer lugar se presenta un ejemplo de activismo de la memoria como ‘trabajo’. A través de la movilización de las políticas de escala – actores locales se presentan como agentes proactivos en la puesta en práctica del cambio de la memoria pública desde abajo. En segundo lugar, se destaca la naturaleza fragmentada del recuerdo vernáculo, y cómo estos actores pueden, tanto dificultar el trabajo sobre la memoria, como convertirse en los adalides de la memoria formalmente oscurecida.
    Le déclin dún parfumeur
    Zuidema, P.A. ; Groenendijk, P. ; Eshete, A. ; Sterck, F.J. ; Bongers, F. - \ 2012
    Quatre Temps 2012 (2012). - ISSN 0820-5515 - p. 36 - 38.
    Wireless sound source, device and method for disinfecting a fluid : source sonore sans fil, dispositif et procédé de désinfection d'un fluide
    Bakker, S. ; Kuipers, J. ; Yntema, D.R. ; Bruning, H. ; Rijnaarts, H.H.M. - \ 2012
    Octrooinummer: WO2012060692, gepubliceerd: 2012-05-10.
    The invention relates to a wireless sound source for disinfecting a fluid, comprising an ultrasonic converter for direct or indirect conversion of an electric, magnetic or electromagnetic field to ultrasonic sound. The invention also relates to a device and method therefor, wherein the device comprises : a container for holding a fluid with at least one inlet and at least one outlet; and at least one sound source placed in the container; and at least one field generator which creates an electric, magnetic or electromagnetic field during use.
    Reverse breeding in Arabidopsis thaliana generates homozygous parental lines from a heterozygous plant
    Wijnker, T.G. ; Dun, K.P.M. van; Snoo, C.B. ; Lelivelt, C.L.C. ; Keurentjes, J.J.B. ; Naharudin, N.S. ; Ravi, M. ; Chan, S.W.L. ; Jong, J.H.S.G.M. de; Dirks, R. - \ 2012
    Nature Genetics 44 (2012). - ISSN 1061-4036 - p. 467 - 470.
    genome - dna - construction - meiosis - genes - rflp - map
    Traditionally, hybrid seeds are produced by crossing selected inbred lines. Here we provide a proof of concept for reverse breeding, a new approach that simplifies meiosis such that homozygous parental lines can be generated from a vigorous hybrid individual. We silenced DMC1, which encodes the meiotic recombination protein DISRUPTED MEIOTIC cDNA1, in hybrids of A. thaliana, so that non-recombined parental chromosomes segregate during meiosis. We then converted the resulting gametes into adult haploid plants, and subsequently into homozygous diploids, so that each contained half the genome of the original hybrid. From 36 homozygous lines, we selected 3 (out of 6) complementing parental pairs that allowed us to recreate the original hybrid by intercrossing. In addition, this approach resulted in a complete set of chromosome-substitution lines. Our method allows the selection of a single choice offspring from a segregating population and preservation of its heterozygous genotype by generating homozygous founder lines
    Effecten van enkele additieven op de opkomst van Rosa corymbifera 'Laxa' zaad
    Derkx, M.P.M. - \ 2012
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 13
    rosa corymbifera - zaden - zaadkieming - zaadbehandeling - plantmateriaal - groeistimulatoren - houtachtige planten als sierplanten - landbouwkundig onderzoek - nederland - rosa corymbifera - seeds - seed germination - seed treatment - planting stock - growth stimulators - ornamental woody plants - agricultural research - netherlands
    In een aantal landbouwgewassen is gevonden dat een zaadcoating met additieven een positief effect kan hebben op de kieming, de wortelontwikkeling en de groei. Een zaadcoating is een dun laagje dragermateriaal dat op het zaad wordt aangebracht. Additieven is de verzamelnaam van een groep producten die aan zaden toegevoegd worden vóór uitzaai. Het kunnen gewasbeschermingsmiddelen zijn, maar ook groeistimulatoren en micro-organismen. Om te kijken of additieven ook meerwaarde kunnen hebben voor boomkwekerijgewassen, is een eerste oriënterende proef uitgevoerd met gestratificeerd zaad van Rosa corymbifera ‘Laxa’. Drie verschillende additieven zijn getest. Het ging hierbij om natuurlijke stoffen, o.a. uit humuszuren en uit organisch materiaal. Vanwege het beperkte budget is alleen gekeken naar effecten op de opkomst en is niet gekeken of de additieven een positief effect hebben op de groei en ontwikkeling van bovengrondse en ondergrondse delen. De geteste additieven gaven geen verbetering van de opkomst. De opkomst van alle behandelingen lag tussen 48 en 57%. Ook waren geen effecten op de opkomstsnelheid zichtbaar. Mogelijk hebben de additieven wel invloed op de wortelontwikkeling en de bovengrondse groei. Dit kan in vervolgonderzoek nagegaan worden.
    Enseignement Basé sur les Compétences : Manuel d'Application dans le Domaine des Sciences Agronomiques a L'Université d'Abomey-Calavi
    Koutinhouin, B. ; Hupkes, M. ; Gooijer, G. de; Aho, N. ; Windmeijer, P.N. - \ 2011
    Cotonou : Université d'Abomey-Calavi - 216 p.
    Le présent manuel est produit dans le cadre du Projet d’Appui au Renforcement des Programmes de Formation et de Recherche en Agriculture à la Faculté des Sciences Agronomiques et à l’Ecole Polytechnique d’Abomey-Calavi, financé par le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas (Projet NPT/BEN/146). Il est élaboré à partir des résultats de l’étude du marché de l’emploi dans le secteur agricole, des ateliers de formation et des travaux organisés au cours des années 2006 à 2011 pour le développement des curricula et la pratique de l’Enseignement Basé sur les Compétences. L’objectif du présent manuel est double : - Partager avec les partenaires du système de formation agricole et d’autres les acquis de la composante formation du Projet d’appui au renforcement des programmes de formation et de recherche en agriculture à la Faculté des Sciences Agronomiques et à l’Ecole Polytechnique d’Abomey-Calavi (Projet NPT/BEN/146), et ceux des autres projets NPT du secteur agriculture du Bénin ; - Développer l’approche basée sur les compétences, à l’intention des enseignants qui trouveront dans le manuel les méthodes et outils requis pour placer l’apprenant au centre de l’acte pédagogique. Cet ouvrage peut servir de base de références à tout enseignant. Il contient un éventail de définitions, méthodes, approches et techniques que chacun peut utiliser en fonction des besoins de son département de formation et du groupe qu’il a en face de lui. Il ne s’agit en aucun cas d’un recueil de recettes toutes prêtes, dans la mesure où les besoins de la société et du groupe pédagogique sont évolutifs et où le travail avec le groupe ne peut être régi par des formules standard.
    Vertrouwen is dun bij voedselproductie
    Korthals, Michiel - \ 2011
    Comparison of Flood Management options for the Yang River Basin, Thailand
    Kunitiyawichai, K. ; Schultz, B. ; Uhlenbrook, S. ; Suryadi, F.X. ; Griensven, A. - \ 2011
    Irrigation and Drainage 60 (2011)4. - ISSN 1531-0353 - p. 526 - 543.
    catchment models - protection
    The Yang River Basin, Thailand, has always been subjected to flooding, but due to recent developments in land use there is an increase in the vulnerability in several parts of the river basin. To mitigate impacts of flooding, both structural and non-structural measures can be taken. This paper discusses three scenario simulations focusing on flood retardation, retention, and damage mitigation measures. A main tributary was simulated by a process-based hydrological model (SWAT) and coupled to the 1D/2D SOBEK river routing model. The first scenario focused on retarding basins, the so-called natural flood storage, to reduce downstream flood flows by storing excess floodwater in low-lying areas and releasing it after the peak has passed. The second scenario concerned a green river (bypass channel) to provide storage and drainage through a large, shallow retardation basin, and an outlet for water discharge from upstream. The third scenario concerned the effect of dikes to protect areas from inundation. The results show that the green river is the most appropriate solution since it can potentially reduce a 1% to a 10% per year flood event, with a reduction of peak discharges of 14% in comparison to 9.2% reduced by natural flood storage. Copyright © 2010 John Wiley & Sons, Ltd. Le bassin du fleuve Yang, la Thaïlande, a toujours été soumis aux inondations, mais en raison de l'évolution récente de l'utilisation des terres il ya une augmentation de la vulnérabilité dans plusieurs parties du bassin de la rivière. Pour atténuer les impacts des inondations, à la fois structurelles et des mesures non structurelles peuvent être prises. Ce document traite de trois simulations de scénarios mettant l'accent sur le retard des inondations, la conservation, et des mesures d'atténuation des dommages. Un affluent principal a été simulée par un modèle basé sur les processus hydrologiques (SWAT) et couplé à la rivière SOBEK 1D/2D routage modèle. Le scénario s'est d'abord concentré sur les bassins de retardement, ce qu'on appelle le stockage de ces eaux naturelles, pour réduire les flux d'inondation en aval en stockant les eaux de crue excès dans les zones basses et de la libérer après le pic est passé. Le deuxième scénario concerne une rivière verte (canal de dérivation) d'assurer le stockage et le drainage au moyen d'un grand bassin peu profond retard, et une sortie de rejet d'eaux d'amont. Le troisième scénario concerne l'effet des digues pour protéger les zones de l'inondation. Les résultats montrent que la rivière verte est la solution la plus appropriée, car elle peut potentiellement réduire de 1% à 10% par année de l'événement inondation, avec une réduction des débits de pointe de 14% en comparaison à 9,2% réduit par un stockage d'inondation naturelles
    The Difficult Balance Between Entertainment and Education: A Qualitative Evaluation of a Dutch Health-Promoting Documentary Series
    Renes, R.J. ; Mutsaers, K. ; Woerkum, C. van - \ 2011
    Health Promotion Practice 13 (2011)2. - ISSN 1524-8399 - p. 259 - 264.
    The development, content and potential health promoting effect of the Dutch documentary series, Voor dik & dun (“For thick and thin”) were investigated. This series was based on the entertainment–education (EE) strategy and designed to prevent overweight. Qualitative data were collected from three perspectives: those involved in the program development (in-depth interviews), health communication scientists (in-depth interviews), and viewers (focus groups). In addition, viewing figures and website statistics were collected. Results show that finding a proper balance between entertainment and education is difficult for those involved. Voor dik & dun was not very successful in creating this balance and did not reach its priority audience. Findings suggest that, to achieve the desired health-promoting effects, EE programs should focus first extensively on narrative engagement by means of entertainment and later on, when the viewer is engaged, try to educate by means of positive identification with transitional role models
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.