Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 69

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    PMR Monitoring Natuurcompensatie Voordelta - bodemdieren : Veld- en datarapport campagnes met bodemschaaf in 2016, 2017 en 2018
    Craeymeersch, J.A. ; Perdon, K.J. ; Zwol, J. van; Jol, J. ; Brummelhuis, E.B.M. ; Asch, M. van - \ 2019
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C059/19) - 28
    Met de aanleg van Maasvlakte 2 is de haven van Rotterdam uitgebreid. Maasvlakte 2 ligt in de Voordelta, een Natura 2000-gebied. In de Passende Beoordeling die in 2007 is uitgevoerd, is een aantal effecten van de aanwezigheid van Maasvlakte als significant negatief beoordeeld. Ter compensatie van deze effecten is binnen de Voordelta een aantal maatregelen getroffen, onder meer een bodembeschermingsgebied. In het bodembeschermingsgebied worden beperkingen opgelegd aan vormen van visserij die de zeebodem beroeren. De boomkorvisserij met wekkerkettingen door schepen met een motorvermogen groter dan 260 pk (191 kW) (Eurokotters) is niet toegestaan. Om het effect van de instelling van het bodembeschermingsgebied te kunnen evalueren, zijn in de periode 2004-2007 metingen verricht om de nulsituatie vast te leggen, en is vanaf 2009 het monitoringsprogramma voor de natuurcompensatie gestart. De resultaten van de eerste fase (2009-2013) m.b.t. de monitoring van de bodemdieren zijn gerapporteerd in Craeymeersch et al. (2015). De opzet van de monitoring had als primair doel een vergelijking van de ontwikkelingen vóór en na de instelling van het bodembeschermingsgebied. Het verschil in verandering tussen het bodembeschermingsgebied en de referentiegebieden zou inzicht geven in het effect van de compensatiemaatregelen. Omdat de boomkorvisserij ook in de referentiegebieden sterk afgenomen is, ontbreekt enig contrast tussen de referentiegebieden en bodembeschermingsgebied, is er geen duidelijk behandelingseffect, en is aan de voorwaarde voor een goede BACI-opzet niet voldaan. Omdat de BACI opzet niet heeft gewerkt, zijn een aantal aanvullende analyses uitgevoerd naar de relatie tussen trends in bodemdieren en trends in visserij (Craeymeersch et al., 2015). Zo is ondermeer gekeken naar de correlatieve verbanden tussen een aantal benthische indicatoren en visserij-intensiteit, maar deze bleken niet eenduidig. Evenmin leken trends in de dichtheid van een aantal soorten gevoelig voor bodemberoering gerelateerd aan veranderingen (afnames) in visserij-intensiteit, misschien op de populatie van Chamelea striatula na. De tweede fase van het onderzoek startte in 2016. In de tussenliggende jaren is het lopende onderzoek gedeeltelijk voortgezet. Zo is in 2015 het benthos weer bemonsterd, zij het in een aangepaste opzet (238 i.p.v. 411 stations). Vanaf 2016 is dezelfde opzet als in 2015 gevolgd. Het voorliggende rapport beschrijft de opzet van de monitoring, alsook de eerste monitoring-resultaten in de periode 2016-2018 d.m.v. een korte beschrijving van de dataset.
    Chapter 10: NMR Microcoils for On-line Reaction Monitoring
    Gomez, M.V. ; Velders, A.H. - \ 2019
    In: Flow Chemistry: Integrated Approaches for Practical Applications / Luis, Santiago V., Garcia-Verdugo, Eduardo, Royal Society of Chemistry (RSC Green Chemistry 62) - ISBN 9781788014984 - p. 340 - 365.

    Nuclear Magnetic Resonance (NMR) spectroscopy is one of the most important and powerful analytical tools available to the scientific community, and to synthetic chemists in particular. Standard, commercially available, high-field NMR spectrometers (running from 4.7 to 23.5 T, corresponding to 200, respectively 1000 MHz 1H Larmor frequency) have their radiofrequency antennas incorporated in probe heads that allow measuring samples in 5 mm tubes. Commercial probe heads that allow on-flow monitoring of reactions are based on, typically 5 mm, saddle coil designs, but these require relatively large amounts of material and/or have poor filling factors and correspondingly poor mass sensitivity. In 1994 Sweedler and co-workers launched the field of microcoil NMR spectroscopy, and the past two decades have seen several groups starting to fabricate their own small-volume probe-heads. Here we provide an overview of the different types of NMR microcoils that haven been developed to measure volumes in the lower microliter and (sub-)nanoliter scale, and then focus on the main geometries of microcoils exploited for use in reaction monitoring as solenoids, planar spiral, and stripline coils. Several examples are presented of on-flow and stationary reaction monitoring with such microcoils. The rapid progress in the field promises that many more groups will enter the field of NMR microcoil reaction monitoring in the coming years.

    Geldverspilling? Nieuw ecoduct A35 waarschijnlijk te smal voor ree
    Grift, Edgar van der - \ 2019

    Het ecoduct Oudste Grond over de A35, waarvan de bouw onlangs door de rechter is stilgelegd na een juridische procedure van omwonenden, is hoogstwaarschijnlijk zo smal dat de ree het ecoduct gaat mijden. Twaalf meter breed wordt het ecoduct, terwijl volgens de handboeken de dierenpassages minimaal vijftien meter breed moeten zijn, zegt onderzoeker Edgar van der Grift. Hij pleit voor meer onderzoek naar de effectiviteit van ecoducten.

    Het ecoduct Oudste Grond over de A35, waarvan de bouw onlangs door de rechter is stilgelegd na een juridische procedure van omwonenden, is hoogstwaarschijnlijk zo smal dat de ree het ecoduct gaat mijden. Twaalf meter breed wordt het ecoduct, terwijl volgens de handboeken de dierenpassages minimaal vijftien meter breed moeten zijn, zegt onderzoeker Edgar van der Grift. Hij pleit voor meer onderzoek naar de effectiviteit van ecoducten.

    Autochthony and insecure land tenure : the spatiality of ethnicized hybridity in the periphery of post-conflict Bukavu, DRC
    Overbeek, Fons van; Tamás, Peter A. - \ 2018
    Journal of Eastern African Studies 12 (2018)2. - ISSN 1753-1055 - p. 290 - 309.
    autochthony - DR Congo - hybridity - migration - post-conflict - Urbanization
    This article analyzes the interaction of the traces of war with institutional hybridity in shaping the use of space in the periphery of Bukavu, in the eastern Democratic Republic of Congo. In peri-urban Bukavu, the urbanization of previously rural areas has created an uncertain mixture of land allocation mechanisms that are not adequately explained by representation in terms of a clash or mixture of statutory and customary law. This hybridity has created uncertainty for both newcomers and early settlers in which the othering and violence required to justify both encroachment on, and the protection of, land are supported by discourses of autochthony. Large parts of peri-urban Bukavu, in particular the area of Kasha, are gradually being balkanized by quasi-voluntary socio-spatial practices of segregation by ethnicities whose existence and salience are constantly, and at times forcibly, re-negotiated. While initially perceived as a safe haven, the city’s periphery is becoming an area of acute insecurity.
    Impact of harbour seals on declining fish stocks in and around the Wadden Sea
    Aarts, G.M. ; Brasseur, S.M.J.M. ; Poos, J.J. ; Schop, Jessica ; Mul, Evert ; Kooten, T. van; Kirkwood, R.J. ; Reijnders, P.J.H. ; Rijnsdorp, A.D. ; Tulp, I.Y.M. - \ 2017
    In: Abstracts book - 10th International Symposium Flatfish. - - p. 54 - 54.
    While some marine mammals haven't recovered from historic hunting, others have recovered rapidly to presumed pre-exploitation levels. Also harbour sea ls in the Wadden Sea grew at a rapid rate of 12% p.a. following the ban on seal hunting. As a consequence, - 40,000 seals are currently residing in the international Wadden Sea, and collectively, they might act as an important top-down regulatory force. The objective of this study was to estimate the potential impact of predation by harbour seals in The Netherlands on the f ish community in the Wadden Sea and nearby coastal waters. Hard fish remains in faecal samples and estimates on daily energy requirement were used to estimate prey selection and the magnitude of seal predation. GPS tracking data provided information on where they most likely caught their prey. Estimates of abundance and growth of demersal fish species, derived from fish surveys, provided estimates on total prey availability. Harbour seals in the Wadden Sea were found to feed predominantly on flatfish, flounder, sole, plaice and dab, sandeel, fivebearded rockling, whiting, cod, dragonet and bullrout. Given their high daily food requirement, the study suggests there is insufficient food available in the Wadden Sea to sustain the entire harbour seal population. Although harbour seals only spend 10-20% of their time foraging in the Wadden Sea, they may potentially reduce the demersal fish biomass by 50% in the period Sept-June. There are however large sources of uncerta inty, e.g. t he catchability of the fishing sampling gear, particularly for the larger fish specimens, and movement of f ish between the North Sea and Wadden Sea. These resu lts suggest it is important to take the harbour seal prey consumption into account when understanding the functioning of the Wadden Sea ecosystem, which acts as an important nursery area for both seals and several fish species.
    Challenges and opportunities in ‘last mile’ logistics for on-line food retail
    Trienekens, Jacques ; Hvolby, Hans Henrik ; Turner, Paul - \ 2017
    In: Advances in Production Management Systems : The Path to Intelligent, Collaborative and Sustainable Manufacturing - IFIP WG 5.7 International Conference, APMS 2017, Proceedings. - Springer New York LLC (IFIP Advances in Information and Communication Technology ) - ISBN 9783319669250 - p. 122 - 129.

    Conventional approaches to logistics for food retail continue to be challenged by the rapid growth of on-line food retail. At the same time, ‘last mile’ logistics optimization for on-line retail also face challenges as changing consumer expectations, habits and purchasing patterns intersect with the increasing density of urban environments. Numerous considerations are already in play around servicing of last mile logistics for on-line food retail including whether it is home delivery or pick-up; delivery is attended or not; and, whether the service is managed in-house or out-sourced to third party providers. Selecting the appropriate distribution and delivery channel is challenging with choices intimately related to the variety and price of products offered for sale (premium or discount) as well as the delivery times promoted to prospective customers. Beyond these pragmatic considerations, are also changing consumer expectations and preferences, innovations in new technology, provenance & traceability, seasonality and emerging reverse logistics issues linked to ‘green’ carbon miles considerations. This paper systematically explores these issues emerging in online food retail logistics.

    Pro-environmental behaviour in the workplace and the role of managers and organisation
    Wesselink, Renate ; Blok, Vincent ; Ringersma, Jarno - \ 2017
    Journal of Cleaner Production 168 (2017). - ISSN 0959-6526 - p. 1679 - 1687.
    Leadership behaviour - Perceived organisational support-environment - Private sector - Pro-environmental behaviour - Theory of planned behaviour

    Corporate social responsibility is gaining significance in the business world. However, scholars haven't sufficiently examined the factors that influence the small, everyday sustainability behaviors that individual employees might choose to perform. This study had the aim to unravel factors that affect pro-environmental behaviour (PEB) of individual employees. In addition to the known factors of the theory of planned behaviour (attitude towards PEB, subjective norms, perceived behavioural control, and intention to act), factors as leadership support, perceived organisational support for the environment (POS-E) (taken together as institutional support), and leadership (exemplary) behaviour were taken into account. Although the relationship between intention to act and PEB was not significant in this study, based on the findings it can be concluded that leadership behaviour (as exemplary behaviour) and POS-E or in other words the perceived organisational support to act proenvironmentally friendly, are affecting both intention to act and PEB. It is remarkable that leadership support does not affect the intention to act and actual PEB.

    'Children need to relate to their food'
    Bouwman, Laura - \ 2016

    Youth Food Movement is campaigning this month for compulsory nutritional education in the Netherlands. Children need to learn where food comes from, what a healthy diet is, and how to cook, says the campaigning group. Good idea, says Laura Bouwman, a researcher at the Health and Society chair group.

    Youth Food Movement is campaigning this month for compulsory nutritional education in the Netherlands. Children need to learn where food comes from, what a healthy diet is, and how to cook, says the campaigning group. Good idea, says Laura Bouwman, a researcher at the Health and Society chair group.

    ‘It is important to give children the chance to relate to their food – at home and at school. Seeing, feeling, smelling and tasting food is crucial to then. You could get schoolchildren to grow some food, for instance. If you see how a carrot grows, you’ll be more inclined to eat it. You can get them experimenting with cooking, which makes them start tasting fruit and vegetables. And you can teach them about food in a playful way through puzzles and quizzes. That makes children more willing to try new foods too. They need to be actively involved with it.’

    So no lessons about health and overweight?

    ‘No. At the moment there is too much focus on overeating and wrong dietary choices – in other words, on what is not good. That standard education - scaring children off things - doesn’t work very well because children and adolescents are not very receptive to risk communication. It would be better to tell them what is good, but only once they have experienced it for themselves. You have to challenge children, get them questioning things. That is really necessary because you hear more and more children saying ‘I don’t like vegetables.’ Vegetables haven’t changed but parents and the parties providing them have.

    Should schools have a food policy?

    ‘Schools do have a very clear policy against smoking and alcohol but they don’t usually have a position on healthy food. That kind of policy could help, making a healthy food choice the easiest choice. But even then pupils will go off to the snack bar in the lunch hour and get a hamburger. So you need to challenge your pupils to develop their own point of view on food.’

    De Amsterdamse haven draait (groen) door : Op weg naar duurzaam concurrentievoordeel door inzet op de biobased en circulaire economie
    Kuipers, Bart ; Jong, Onno de; Raak, Roel van; Sanders, Frederic ; Meesters, Koen ; Dam, J.E.G. van - \ 2015
    Wageningen UR - Food & Biobased Research - 112
    regionale economie - regionale ontwikkeling - economische ontwikkeling - kringlopen - biobased economy - havens - amsterdam - noord-holland - regional economics - regional development - economic development - cycling - biobased economy - harbours - amsterdam - noord-holland
    In dit onderzoek is de haven van Amsterdam nader onderzocht, zijn kansen voor de ontwikkeling van zowel biobased als circulaire economie in kaart gebracht en worden 17 acties benoemd voor het Havenbedrijf Amsterdam om deze kansen te kunnen verzilveren. De auteurs concluderen dat er grote kansen zijn voor de haven van Amsterdam om de transitie naar duurzame toepassingen in de biobased en circulaire economie door te zetten, met name voor biodiesel en -gas en bouwstenen voor de biochemie. Deze kansen blijken voorts uit de sterke knooppuntfunctie van de haven: er is reeds een aantal krachtige logistieke spelers aanwezig dat zich actief bezig houdt met de behandeling van biodiesel, maar vooral de reeds bestaande agrostromen hebben potentie voor toepassing in biobased routes. Tevens is een aantal logistieke spelers actief in schroot en andere vormen van recycling in de haven aanwezig—de schroothandel laat zien dat de circulaire economie zich steeds meer op een internationaal schaalniveau ontwikkelt waarbij de inzet van zeehavens onontbeerlijk is.
    Door scholletjes naar haaien: aanlandplicht alle eetbare vis moet mee naar de haven om verspilling tegen te gaan
    Lindeboom, Han - \ 2015
    Het jaar van de bodem
    Dassen, Sigrid - \ 2015
    PMR Monitoring natuurcompensatie Voordelta - bodemdieren 2004 - 2013
    Craeymeersch, J.A.M. ; Escaravage, V. ; Adema, J. ; Asch, M. van; Tulp, I.Y.M. ; Prins, T. - \ 2015
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C091/15) - 171
    bodemfauna - monitoring - natuurcompensatie - zuid-holland - soil fauna - monitoring - nature compensation - zuid-holland
    Met de aanleg van Maasvlakte 2 is de haven van Rotterdam uitgebreid. Maasvlakte 2 ligt in de Voordelta, een Natura 2000-gebied. In de Passende Beoordeling die in 2007 is uitgevoerd, is een aantal effecten van de aanwezigheid van Maasvlakte als significant negatief beoordeeld. Ter compensatie van deze effecten is binnen de Voordelta een aantal maatregelen getroffen, onder meer een bodembeschermingsgebied. In het bodembeschermingsgebied worden beperkingen opgelegd aan vormen van visserij die de zeebodem beroeren. De boomkorvisserij met wekkerkettingen door schepen met een motorvermogen groter dan 260 pk (191 kW) (Eurokotters) is niet toegestaan. Om het effect van de instelling van het bodembeschermingsgebied te kunnen evalueren, zijn in de periode 2004-2007 metingen verricht om de nulsituatie vast te leggen, en is vanaf 2009 het monitoringsprogramma voor de natuurcompensatie gestart.
    Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet 1998 voor project Kwelderontwikkeling Koehoal door een slibmotor
    Baptist, M.J. - \ 2015
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C081/15) - 44
    havens - sediment - wetlands - bagger - geologische sedimentatie - natura 2000 - natuurbescherming - waddenzee - friesland - harbours - sediment - wetlands - dredgings - geological sedimentation - natura 2000 - nature conservation - wadden sea - friesland
    Pilotproject om het gebaggerd slib uit de haven van Harlingen te verspreiden over de wadden. In het natura 2000 gebied. Door middel van een experimentele ‘slibmotor’ wordt het sedimentaanbod langs de kust ten noordoosten van Harlingen vergroot met als uiteindelijk doel het areaal kwelders te vergroten.
    Greening the construction of marine infrastructure: a governance approach
    Korbee, D. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Arthur Mol; Jan van Tatenhove. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571747 - 153
    mariene constructies - governance - natuurbeleid - havens - groene infrastructuur - mariene gebieden - mariene ecologie - infrastructuur - natuur - projecten - overheidsbeleid - particuliere sector - marine structures - governance - nature conservation policy - harbours - green infrastructure - marine areas - marine ecology - infrastructure - nature - projects - government policy - private sector

    Greening the construction of marine infrastructure: A governance approach

    The (re)development of marine infrastructure has consequences for the natural environment. To reduce these impacts innovative approaches to integrate infrastructure construction and nature are being developed. These new approaches, such as Building with Nature, require alterations in the governance of marine infrastructural projects. The analysis in this thesis focuses on how different governance settings of marine infrastructural projects affect these innovative approaches. Of specific interest are processes of privatization and globalization.

    The analysis, guided by the Marine Infrastructural Project Arrangement approach, is based on three marine infrastructural projects: the extension of the port of Rotterdam (Second Maasvlakte), the deepening of the entrance channels of the port of Melbourne and the construction of a cruise terminal in Jamaica.

    A main conclusion is that processes of globalization and privatization have resulted in a diversity of project arrangements. A consequence of this diversity is that the applicability of innovative, ecosystem based approaches is dependent on the specific governance setting of the marine infrastructural projects. The case studies indicate that the increasing input of private and global actors, rules, resources and discourses has enabling consequences for the diffusion and acceptance of these innovative approaches.

    Samenvatting

    De uitbreiding en nieuwbouw van havens heeft een impact op de natuurlijke omgeving. Om de negatieve gevolgen hiervan te verkleinen wordt geëxperimenteerd met innovatieve ontwerpmethoden, die erop gericht zijn havenontwikkeling en natuurontwikkeling te integreren. Deze nieuwe methoden vragen om een veranderende sturing (governance) van haven(uitbreidings)projecten. Dit onderzoek richt zich op de vraag op welke wijze de sturing van deze projecten kan bijdragen aan de vergroening van de aanleg van havens. In het bijzonder is gekeken naar de rol van privatisering en mondialisering.

    Om antwoorden op deze vragen te krijgen zijn drie havenprojecten in detail geanalyseerd: de uitbreiding van de Rotterdamse haven (tweede maasvlakte), het uitdiepen van het toegangskanaal in Melbourne en de aanleg van een cruiseschip haven in Jamaica.

    Dit onderzoek laat zien dat er een verscheidenheid aan project arrangementen bestaat, wat versterkt wordt door processen van mondialisering en privatisering. Deze verscheidenheid leidt ertoe dat de toepassing van innovatieve methoden afhankelijk is van de governance setting. De case studies laten zien dat de toegenomen input van mondiale en private actoren, regels, hulpbronnen en discoursen een positieve uitwerking heeft op de verspreiding en acceptatie van innovatieve, groene ontwerpmethoden.

    Hydroponic systems: hype or new perspective
    Vermeulen, T. ; Weel, P.A. van; Ruijs, M.N.A. ; Buwalda, F. ; Os, E.A. van; Giacomelli, G. ; Samperio Ruiz, G. - \ 2014
    In: Proceedings of the IS on Growing Media and Soilless Cultivation. - Leuven : ISHS - ISBN 9789462610217 - p. 201 - 207.
    Over the past five to ten years internationally a renewed interest can be observed in systems that require little or no substrate, such as deep flow technique and nutrient film technique - here dubbed hydroponic systems. Interestingly these systems have been around for over 40 years, but have only locally developed into main stream growing systems, mainly in Australia and Asia. This paper addresses the questions of what drives this renewed interest, why these systems haven’t developed earlier – like for example stone wool-based systems – and whether hydroponic systems are reliable enough for sustainable, large scale introduction. We analysed case material of regional transition processes in horticultural production systems from over the past 50 years. We analysed the processes according to 1) the need for change in horticulture at the time – the main drivers, 2) the knowledge system available, 3) the knowledge available and 4) the windows of opportunity for introduction. Early adoption to hydroponic systems in the ’70s led to system failures due to lack of knowledge of nutrient management, the role of oxygen, systematic design approaches, an over-focus on logistical solutions and disease management. By the time most of these issues were understood – in the ’80s – the interest in hydroponic systems had made way for substrate-based systems in most areas of the world. Insights in disease management, emission reduction and a deeper understanding of root physiology however, have remained under-developed. Looking at the knowledge system surrounding successful introductions like the stone wool-based systems in the ’80s, we find well-funded extension services to help growers adjust to the new systems and open-source innovation. Substrate-less systems largely lacked such support and lacked knowledge exchange due to large distances between first users. Extension activities were funded by governments as well as supplying companies with a vision for return on investment based on patents. For (easy to copy) hydroponic systems such knowledge protection was not available. Over the last 5-10 years a number of suppliers acquired knowledge protection through inventions on logistical aspects of the systems. We conclude that the renewed interest has a number of regional drivers such as depletion of land and societal interest in urban farming. However, to make hydroponic systems a lasting success, research effort should focus on reliable production: disease management, emission reduction and root development. Following, growers will need support to learn to operate these systems successfully. Given the current high needs, the inter¬national research interest and new forms of IP protection for suppliers, the time seems ripe for new, hydroponic systems to emerge.
    Op zoek naar de verbinding, Handelingsperspectieven voor het Rijk om concurrentiekracht van regio’s te versterken
    Fontein, R.J. ; Linderhof, V.G.M. ; Coninx, I. ; Michels, R. ; Pleijte, M. ; Kranendonk, R.P. ; Kruit, J. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2524) - 45
    economische sectoren - regionale planning - concurrerend vermogen - regio's - overheidsbeleid - landbouwsector - economic sectors - regional planning - competitive ability - regions - government policy - agricultural sector
    Deze notitie schetst handelingsperspectieven voor het Rijk om vanuit haar rol en verantwoordelijkheden concurrentiekracht van regio’s te versterken. Op basis van uitgebreid onderzoek in drie regio’s 1) co-siting in het haven- en industriecomplex, 2) Agrofoodcluster FoodValley en 3) Energy Valley zijn praktische handelingsperspectieven ontwikkeld om regionale concurrentiekracht te versterken. Het onderzoek maakt duidelijk dat het Rijk verschillende handelingsperspectieven kan inzetten op basis van verschillende concurrentiestrategieën en rollen, waarbij maatwerk vereist is.
    Van otoliet tot beleidsadvies (interview met Gerrit Rink en Tammo Bult)
    Rink, G.J. ; Bult, T.P. - \ 2014
    In: Zeehaven IJmuiden: de haven van 1876 tot nu / van de Hove, P., van de Meerakker, P., IJmuiden : Zeehaven IJmuiden - ISBN 9789082207002 - p. 64 - 65.
    Natuur & ondernemen : winst uit vergroening
    Heide, C.M. van der; Wilschut, M. ; Koedoot, M. - \ 2014
    Velp : Hogeschool van Hall Larenstein (Groene signalementen 2) - ISBN 9789082119510 - 76
    natuurbeheer - landbouw - ondernemerschap - innovaties - financieren - nederland - recente duingronden - havens - kinderverzorging - natuur- en milieueducatie - nature management - agriculture - entrepreneurship - innovations - financing - netherlands - coastal dune soils - harbours - child care - nature and environmental education
    De groene leefomgeving is een rijke voedingsbodem waarop ook economische activiteiten kunnen gedijen. Dit besef lijkt steeds meer door te dringen, ook bij ondernemers uit de traditionele economische sectoren zoals de landbouw, handel en bouw. Door te investeren in natuur, genereren ondernemers niet alleen financiële baten voor zichzelf, maar leveren ze ook ‘natuurwinst’. In deze publicatie beschrijven we zes inspirerende voorbeelden van ondernemers die blijk geven van hun verantwoordelijkheid voor de Nederlandse natuur. Ze investeren in natuurbehoud en halen daar tegelijk economisch rendement uit. Wat zijn hun ervaringen met de combinatie natuur en ondernemen? Hoe passen ze natuur in hun bedrijfsvoering in? Uit al hun antwoorden blijkt steeds dat ondernemen om meer draait dan geld alleen. Het betreft: de hopteelt in Limburg, Kinderopvang in de natuur, natuur in de Rotterdamse haven (nieuw aangelegde duinen), varkens als natuurbeheerder (in Raalte wroeten enkele varkens op grondgebied van Natuurmonumenten), groene oase bij de stad.
    PB baggeren in de Nieuwe Haven en de Mokbaai, en baggersoort in het Marsdiep
    Jongbloed, R.H. ; Rozemeijer, M.J.C. - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C204/13) - 63
    baggeren - havens - kop van noord-holland - natura 2000 - waddenzee - dredging - harbours - kop van noord-holland - natura 2000 - wadden sea
    Het onderhoudsbaggeren van de Nieuwe Haven te Den Helder en de stort van deze bagger in het Marsdiep vindt plaats sinds 1955. De Mokbaai wordt ook al decennia lang gebaggerd. De gevolgen van deze activiteiten kunnen worden geacht in de omgeving te zijn verdisconteerd en deze bepalen mede de huidige staat van instandhouding van het Natura 2000-gebied. Deze activiteiten worden daarom niet gezien als een nieuw project of plan en ze zullen naar verwachting worden opgenomen in het komende beheerplan Natura 2000-gebied Waddenzee. Er is een Nb-wetvergunning met een looptijd tot 31 december 2013. Voor de periode daarna is er een verlenging van deze vergunning nodig tot het onherroepelijk worden van het Natura 2000-beheerplan Waddenzee
    Uiterwaarden en haven inspireren
    Vliet, Arnold van - \ 2013
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.