Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 332

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Hoeven
Check title to add to marked list
Column: We hoeven alleen maar het proces om te draaien...
Vries, J.W. de - \ 2019
Bloemenkrant
Koffiebekertjes zoeken op hoogte naar hitte
Steeneveld, Gert-Jan ; Heusinkveld, Bert - \ 2019

De stad is een hitte-eiland. Het kan er zomers langer aangenaam zijn dan op het platteland en autobezitters hoeven er ’s winters amper hun auto te krabben. Maar hoe zit dat precies, wetenschappelijk gezien? En hoe kunnen we die gegevens gebruiken in het wapenen van steden tegen hittestress?

Mest en metropolen : een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen
Wolf, Pieter de; Verstand, Daan ; Poppe, Krijn ; Vellinga, Theun - \ 2019
Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten 791) - 38
In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een efficiënt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutriënten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen geïdentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.
Ontwikkeling standaard stresstest hitte
Nijs, T. de; Bosch, P. ; Brand, E. ; Heusinkveld, B. ; Hoeven, F. van der; Jacobs, C. ; Klok, L. ; Kluck, J. ; Koekoek, A. ; Koopmans, S. ; Nieuwaal, K. van; Ronda, R. ; Steeneveld, G. - \ 2019
Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM briefrapport 2019-0008) - 121
The temperature is rising due to climate change, resulting in more heat waves and more hot days and nights. All government agencies (municipalities, provincial governments and water boards) in the Netherlands must therefore identify the bottlenecks relating to flooding, heat, drought and floods before 2020. RIVM has proposed standardising the ‘test for heat stress’. To this end, a guideline has been drawn up for municipalities to enable them to list 24 possible risks, divided into 5 themes: health, networks, water, quality of life and outdoor space.A new method has been developed for calculating heat maps, with the wind chill temperature as starting point, that can be used to assess heat stress. Using this new method, the standard heat map, with wind chill temperature, can be calculated on a hot day.There are currently a lot of heat maps available, all showing the heat in different ways. Urban areas are often warmer than rural ones, partly because of the use of dark materials, such as asphalt, and lower wind speeds (heat island). The standard calculation takes into account various weather parameters, the local spatial situation, the land use and the location of buildings and trees. In this study, standardised maps have been developed for the city of Wageningen. For the stress test to become more applicable, it is important that new heat maps are developed on a national scale and made available in the Climate Effect Atlas. A map with the number of hot nights has already been included in this digital atlas.Prolonged periods of heat can cause nuisance, varying from a lack of sleep to a life-threatening disturbance of bodily functions, as is the case with sunstroke. More people die than ‘normal’ when it is very hot; the elderly and people with chronic disorders, such as pulmonary and cardiac complaints, are particularly vulnerable. RIVM recommends theidentification of these health risks for the Netherlands. The most important parameters are the number of additional hospitalisations resulting from the heat and the number of deaths in excess of the ‘normal’ numbers.
Dynamics of glyphosate and AMPA in the soil surface layer of glyphosate-resistant crop cultivations in the loess Pampas of Argentina
Bento, Célia P.M. ; Hoeven, Siebrand van der; Yang, Xiaomei ; Riksen, Michel M.J.P.M. ; Mol, Hans G.J. ; Ritsema, Coen J. ; Geissen, Violette - \ 2019
Environmental Pollution 244 (2019). - ISSN 0269-7491 - p. 323 - 331.
Aminomethylphosphonic acid (AMPA) - Field dissipation kinetics - Genetically modified crops (GM crops) - Glyphosate - Sediment transport

This study investigates the dynamics of glyphosate and AMPA in the soil surface layer of two fields growing glyphosate-resistant crops in the loess Pampas of Córdoba Province, Argentina. Glyphosate decay and AMPA formation/decay were studied after a single application, using decay kinetic models. Furthermore, glyphosate and AMPA concentrations were investigated in runoff to evaluate their off-site risk. During a 2.5-month study, cultivations of glyphosate-resistant soybean and maize received an application of 1.0 and 0.81 kg a.e. ha−1, respectively, of Roundup UltraMax©. Topsoil samples (0–1, 1–2 cm) were collected weekly (including before application) and analysed for glyphosate, AMPA and soil moisture (SM) contents. Runoff was collected from runoff plots (3 m2) and weirs after 2 erosive rainfall events, and analysed for glyphosate and AMPA contents (water, eroded-sediment). Under both cultivations, background residues in soil before application were 0.27–0.42 mg kg−1 for glyphosate and 1.3–1.7 mg kg−1 for AMPA. In the soybean area, the single-first-order (SFO) model performed best for glyphosate decay. In the maize area, the bi-phasic Hockey-Stick (HS) model performed best for glyphosate decay, due to an abrupt change in SM regimes after high rainfall. Glyphosate half-life and DT90 were 6.0 and 19.8 days, respectively, in the soybean area, and 11.1 and 15.4 days, respectively, in the maize area. In the soybean area, 24% of the glyphosate was degraded to AMPA. In the maize area, it was only 5%. AMPA half-life and DT90 were 54.7 and 182 days, respectively, in the soybean area, and 71.0 and 236 days, respectively, in the maize area. Glyphosate and AMPA contents were 1.1–17.5 times higher in water-eroded sediment than in soil. We conclude that AMPA persists and may accumulate in soil, whereas both glyphosate and AMPA are prone to off-site transport with water erosion, representing a contamination risk for surface waters and adjacent fields. Glyphosate and AMPA dynamics in the soil surface layer of cultivation areas from the loess Pampas of Argentina show high risk of AMPA accumulation, while water erosion represents a high risk for their transport to off-target areas.

Rubber uit paardenbloemen, ontwikkeld door KeyGene, WUR en Vredestein
Meer, Ingrid van der - \ 2017

Op de Eurobike tentoonstelling in Friedrichshafen, afgelopen augustus, showde Vredestein een prototype van zijn Fortezza Flower Power. Deze innovatieve band is gemaakt van rubber uit paardenbloemen. Het prototype is het resultaat van een gezamenlijk EU-project genaamd DRIVE4EU, waaraan KeyGene, Vredestein en Wageningen University & Research (WUR) deelnemen.

Op de Eurobike tentoonstelling in Friedrichshafen, afgelopen augustus, showde Vredestein een prototype van zijn Fortezza Flower Power. Deze innovatieve band is gemaakt van rubber uit paardenbloemen. Het prototype is het resultaat van een gezamenlijk EU-project genaamd DRIVE4EU, waaraan KeyGene, Vredestein en Wageningen University & Research (WUR) deelnemen.

Eiwit tegen hoge bloeddruk
Amerongen, Aart van - \ 2017

Wageningse onderzoekers hebben eiwit uit eieren omgezet in een bloeddrukverlagend middel. Dat is interessant voor mensen met gezondheidsklachten die hiervoor niet perse medicijnen hoeven te gebruiken. Momenteel wordt in Maastricht onderzocht of het geschikt is als voedingssupplement.

Alles voor de thuistijger? Nat kattenvoer
Hendriks, Wouter - \ 2016

Iederen wil het beste voor zijn kat. Toch zijn maar 11 merken nat kattenvoer vrij van toevoegingen als granen en groente, die echt niet hoeven voor een kat die eigenlijk carnivoor is.

De Wageningen Lowland Runoff Simulator (WALRUS): een snel neerslag-afvoermodel speciaal voor laaglandstroomgebieden
Brauer, C.C. ; Torfs, P.J.J.F. ; Teuling, A.J. ; Uijlenhoet, R. - \ 2016
Stromingen : vakblad voor hydrologen 22 (2016)1. - ISSN 1382-6069 - p. 7 - 18.
neerslag - hydrologie van stroomgebieden - modellen - afvoerwater - laaglandgebieden - stroomgebieden - grondwater - oppervlaktewater - kwel - reservoirs - droogte - risicoanalyse - precipitation - catchment hydrology - models - effluents - lowland areas - watersheds - groundwater - surface water - seepage - drought - risk analysis
De Wageningen Lowland Runoff Simulator (WALRUS) is een nieuw neerslag-afvoermodel dat het gat moet vullen tussen complexe, ruimtelijk gedistribueerde modellen die vaak gebruikt worden in laaglandstroomgebieden en simpele, ruimtelijk geïntegreerde, parametrische modellen die voornamelijk zijn ontwikkeld voor hellende stroomgebieden. WALRUS houdt expliciet rekening met hydrologische processen die belangrijk zijn in laaglandgebieden, in het bijzonder (1) de koppeling tussen grondwater en onverzadigde zone, (2) vochttoestandafhankelijke stroomroutes, (3) grondwater-oppervlaktewaterterugkoppeling en (4) kwel, wegzijging en het inlaten of wegpompen van oppervlaktewater. WALRUS bestaat uit een gekoppeld reservoir voor grondwater en onverzadigde zone, een reservoir voor snelle stroomroutes en een oppervlaktewaterreservoir. Het is geschikt voor operationele toepassingen omdat het efficiënt rekent en numeriek stabiel is. In de vrij toegankelijke modelcode zijn standaardrelaties geïmplementeerd, zodat er slechts vier parameters overblijven die gekalibreerd hoeven te worden. Het model is geschikt voor het operationeel simuleren van hoogwater en droogte ten behoeve van risico-analyses en scenario-analyses, voor het ontwerpen van infrastructuur en voor het aanvullen van ontbrekende gegevens in afvoermeetreeksen
Column : laat ons straks niks hoeven zeggen
Vries, J.W. de - \ 2016
Bloemenkrant
'Aardappel hoeft niet meer ziek te worden'
Haverkort, Anton - \ 2016

De aardappel wordt wereldwijd

steeds belangrijker als voedselgewas.

De opbrengst per hectare

neemt toe en ziektes hoeven geen

bedreiging meer te vormen.

Dat stelde Anton Haverkort op

21 september tijdens zijn

afscheidssymposium.

Systematic Review of the Effectiveness of Contract Farming for Income and Food Security of Smallholder in Low- and Middle Income Countries : 3ie Systematic Review - SR6.1088 Protocol
Ton, G. ; Vellema, W. ; Haese, M. D'; Desiere, S. ; Weituschat, Sophia ; Brouwer, J.H.D. ; Hoeven, J.T. van - \ 2015
International Initiative for Impact Evaluation. 3IE (2015). - 64 p.
Sturen op compactheid zonder bloeivertraging?
Hogewoning, S.W. ; Trouwborst, G. ; Pot, C.S. ; Eveleens-Clark, B.A. ; Dueck, T.A. - \ 2015
Plant Lighting - 35 p.
tuinbouw - glastuinbouw - sierplanten - potplanten - chrysanthemum - belichting - kalanchoe - rosaceae - led lampen - gewassen, groeifasen - lichtsterkte - energiebesparing - gewaskwaliteit - plantenontwikkeling - horticulture - greenhouse horticulture - ornamental plants - pot plants - illumination - led lamps - crop growth stage - light intensity - energy saving - crop quality - plant development
Bij een aantal siergewassen wordt niet alleen belicht om de productie te verhogen, maar ook om een compacte plantvorm te bevorderen (o.a. bij potchrysant, potroos & kalanchoe). Hoe hoger de intensiteit belichting, hoe compacter het gewas. Met een combinatie van rode en blauwe LED’s (LED RB) kan gestuurd worden op een compactere plantvorm. LED RB bespaart momenteel ±20% energie ten opzicht van de gangbare SON-T armaturen. Als bovendien compactheid bevorderd wordt, dan kan bij die siergewassen waar mede belicht wordt vanwege compactheid de intensiteit belichting ook nog eens omlaag. Qua energiebesparing snijdt het mes dan aan twee kanten. Echter, daar staat tegenover dat het LED RB spectrum de bloei kan vertragen bij korte- en lange dag planten. Door deze teeltvertraging kunnen stengels uiteindelijk zelfs langer worden. Deze studie heeft als doel om door de juiste aansturing van de verschillende fotoreceptoren bloeivertraging tegen te gaan zonder op compactheid in te hoeven leveren.
Online in opkomst: eten kopen in de winkel wordt een keuze : Katern online food
Haaster-de Winter, M.A. van - \ 2015
In: Landbouw-Economisch Bericht 2015 / Berkhout, P., den Haag : LEI Wageningen UR - p. 190 - 198.
consumer behaviour - shopping - internet - supermarkets - logistics - netherlands - european union countries - consumentengedrag - winkelen - supermarkten - logistiek - nederland - landen van de europese unie
Consumenten hoeven hun huis niet meer uit. Binnen een paar muisklikken zijn de boodschappen besteld. Dat kan relatief gemakkelijk. De online infrastructuur in Nederland is goed; de internetpenetratie is één van de hoogste binnen Europa (>90%). Het percentage mensen dat min of meer dagelijks het internet gebruikt is hoog en stijgt (84%), terwijl het aandeel mensen dat nog nooit internet heeft gebruikt daalt (5%) (Eurostat, 2014). Dit artikel gaat nader in op de situatie in Nederland en andere EU-landen.
Viooltjes hoeven niet in foute potgrond (interview met Chris Blok)
Bouma, K. ; Blok, C. - \ 2015
Volkskrant (2015). - p. 35 - 35.
Energiebesparing trekheesters door bloeistimulering met stuurlicht?
Hogewoning, S.W. ; Trouwborst, G. ; Kromwijk, J.A.M. ; Eveleens-Clark, B.A. - \ 2015
PlantLighting/Wageningen UR - 29
tuinbouw - glastuinbouw - energiebesparing - viburnum opulus - bloei-inductie - belichting - temperatuur - horticulture - greenhouse horticulture - energy saving - flower induction - illumination - temperature
Het hoofddoel van dit project is om energie te besparen door minder te hoeven stoken bij het vroegtijdig in bloei trekken van trekheester Viburnum opulus ‘Roseum’. Er wordt geprobeerd dit te bereiken door het doorbreken van de knoprust in de vroege winter te stimuleren met het juiste stuurlicht. Zo kan Viburnum bij lagere temperaturen in bloei getrokken worden. Gezien het enorm hoge gasverbruik in de huidige teelt lijkt 30% besparing realistisch, indien Viburnum opulus ‘Roseum’ gevoelig blijkt te zijn voor het mechanisme. Dit mechanisme wordt getoetst.
Samen met ondernemers naar een weerbare bodem - Bodemweerbaarheid in de praktijk
Hospers, M. ; Lamers, J.G. ; Cuijpers, W.J.M. ; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2015
Louis Bolk Instituut en PPO-AGV - 29
duurzame landbouw - bodemweerbaarheid - duurzame ontwikkeling - gewasbescherming - cultuurmethoden - besluitvorming - ondernemerschap - agrarische bedrijfsvoering - veldgewassen - sustainable agriculture - soil suppressiveness - sustainable development - plant protection - cultural methods - decision making - entrepreneurship - farm management - field crops
De land- en tuinbouw ontwikkelt zich in de richting van steeds intensievere en complexere bedrijfssystemen. Vanuit de sector groeit het besef dat de chemische benadering van ziekten en plagen haar grenzen begint te bereiken. Ook de consument verlangt van de producent dat de inzet van chemische middelen gereduceerd wordt en gezocht wordt naar andere, meer duurzame oplossingen. Een van de oplossingsrichtingen is het creëren van een gezonde, veerkrachtige en weerbare bodem. Op zulke bodems groeit een gezond gewas met een goede opbrengst die minder gevoelig is voor ziekten en plagen en efficiënter omgaat met nutriënten waardoor er minder verliezen optreden. Hierdoor hoeven telers minder gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te gebruiken en kunnen ze, met een beter inkomen, milieuvriendelijker telen. De doelstelling van het project was om, samen met ondernemers, na te gaan of er een relatie te leggen was tussen bodemweerbaarheid en wat er in de praktijk gebeurt. Verder is ook nagegaan of er uit het onderzoek maatregelen te destilleren waren die voor de praktijk interessant kunnen zijn.
Voorwoord
Fresco, L.O. - \ 2014
In: Groene groei, naar de maatschappij van 2040 / Bruggink, A., van der Hoeven, D., Reinshagen, P., Amsterdam : Biobased Press - ISBN 9789082276008 - 250 p.
Werken aan bodemweerbaarheid
Broek, R.C.F.M. van den; Berg, W. van den; Lamers, J.G. ; Cuijpers, W.J.M. ; Hospers-Brands, A.J.T.M. ; Smits, S. - \ 2014
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 63
teeltsystemen - bodemweerbaarheid - bestrijdingsmethoden - agrarische bedrijfsvoering - phytophthora cactorum - bodemeigenschappen - gewasbescherming - proeven - biotesten - fragaria - biologische technieken - vollegrondsteelt - cropping systems - soil suppressiveness - control methods - farm management - soil properties - plant protection - trials - bioassays - biological techniques - outdoor cropping
De land- en tuinbouw ontwikkelt zich in de richting van steeds intensievere en complexere bedrijfssystemen. Vanuit de sector groeit het besef dat de chemische benadering van ziekten en plagen haar grenzen begint te bereiken. Ook de consument verlangt van de producent dat de inzet van chemische middelen gereduceerd wordt en gezocht wordt naar andere, meer duurzame oplossingen. Een van de oplossingsrichtingen is het creëren van een gezonde, veerkrachtige en weerbare bodem. Op zulke bodems groeit een gezond gewas met een goede opbrengst die minder gevoelig is voor ziekten en plagen en efficiënter omgaat met nutriënten waardoor er minder verliezen optreden. Hierdoor hoeven telers minder gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te gebruiken en kunnen ze, met een beter inkomen, milieuvriendelijker telen. Aardbei is een voorbeeld van een zeer intensieve teelt, die erg gevoelig is voor ziekten en plagen. In de teelt worden relatief veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, en er is een sterke behoefte aan kennis die de inzet van deze middelen kan beperken. Aardbei is ook een heel geschikt toetsgewas, omdat het sterk reageert op de bodemgezondheid van een perceel. Is deze goed dan ligt de aardbeienproductie veel hoger dan op percelen waarop de bodemgezondheid matig of slecht is. Opbrengstverschillen kunnen oplopen tot meer dan 50%. De verkregen resultaten bij aardbei kunnen ook vertaald worden naar andere vollegronds gewassen.
Werken aan bodemweerbaarheid Voortgang 2013
Hospers-Brands, M. ; Cuijpers, W.J.M. ; Lamers, J.G. ; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2014
Louis Bolk Instituut en Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
akkerbouw - tuinbouw - bedrijfssystemen - gewasbescherming - biologische landbouw - duurzaamheid (sustainability) - duurzaam bodemgebruik - bodemweerbaarheid - arable farming - horticulture - farming systems - plant protection - organic farming - sustainability - sustainable land use - soil suppressiveness
De land- en tuinbouw ontwikkelt zich in de richting van steeds intensievere en complexere bedrijfssystemen. Vanuit de sector groeit het besef dat de chemische benadering van ziekten en plagen haar grenzen begint te bereiken. Ook de consument verlangt van de producent dat de inzet van chemische middelen gereduceerd wordt en gezocht wordt naar andere, meer duurzame oplossingen. Een van de oplossingsrichtingen is het creëren van een gezonde, veerkrachtige en weerbare bodem. Op zulke bodems groeit een gezond gewas met een goede opbrengst die minder gevoelig is voor ziekten en plagen en efficiënter omgaat met nutriënten waardoor er minder verliezen optreden. Hierdoor hoeven telers minder gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te gebruiken en kunnen ze, met een beter inkomen, milieuvriendelijker telen.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.