Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 380

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    • alert
      We will mail you new results for this query: q=Hoving
    Check title to add to marked list
    Ovulatory response of weaned sows to an altered ratio of exogenous gonadotrophins
    Manjarín, Rodrigo ; García, Jose Carlos ; Hoving, Lia ; Soede, Nicoline M. ; Maj, Magdalena ; Tejerina, Juan Carlos Dominguez de; Kirkwood, Roy N. - \ 2020
    Animals 10 (2020)3. - ISSN 2076-2615
    Follicle - Gonadotrophins - Ovulation - Sows

    At weaning, 33 mixed parity Hypor sows received either an injection of 400 IU equine chorionic gonadotrophin and 200 IU human chorionic gonadotrophin (hCG) (PG600; n = 13), PG600 with an additional 200 IU hCG 24 h later (Gn800; n = 11), or served as non‐injected controls (n = 9). All gonadotrophin treated sows received an injection of 750 IU hCG at 80 h after weaning to induce ovulation (designated as time 0 h). At 0, 24, 36, 40, 44, 48, and 60 h, all sows were subject to transrectal ultrasonography to determine numbers and sizes of large (>6 mm) follicles and time of ovulation. The interval from injection of 750 IU hCG to ovulation was shorter in Gn800 compared to PG600 sows (p = 0.02), and more Gn800 sows had ≥9 preovulatory follicles compared to PG600 and controls (p = 0.02 and 0.003, respectively). Follicular cysts were evident in both PG600 and Gn800 sows.

    BedrijfsWaterWijzer: basis voor waterplannen in Koeien & Kansen
    Verloop, Koos ; Haan, Michel de; Noij, Gert-Jan ; Hoving, Idse - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Rapport / Koeien en kansen nr. 85) - 22
    De BedrijfsWaterWijzer (BWW) wordt ontwikkeld, getoetst en toegepast op Koeien & Kansen-bedrijven. Dit rapport gaat in op de doorwerking van de BWW in de praktijk van Koeien & Kansen-bedrijven. De BWW brengt het watermanagement op het melkveebedrijf in beeld en wijst aan op welke punten het waterbeheer verbeterd kan worden. Hierbij wordt ingegaan op erf, droogte, wateroverlast, uitspoeling naar grondwater, afspoeling naar oppervlaktewater, kwaliteit van drinkwater voor vee en slootbeheer, overeenkomend met de respectievelijke modules 1 t/m 7 in de BWW. De BWW vormt een basis voor een BedrijfsWaterWijzerPlan (BWWP) met maatregelen gericht op verbetering van het waterbeheer. Dit rapport geeft een beeld van de risicoscores die voortkomen uit de BWW-analyses en van de maatregelen die worden gepland en/of uitgevoerd. Dit beeld geeft aan wat de potentiële impact is van de BWW. De BWW heeft duidelijk invloed in de zin dat het zichtbaar aanzet tot maatregelen. Deze invloed is echter niet terug te zien in een relatie tussen de BWW-risicoscore en het aantal vermelde maatregelen. Een rode score correspondeert dus niet duidelijk met meer maatregelen. Dit is te verklaren doordat het risico niet alleen het gevolg is van het management maar ook van de omgevingsomstandigheden van het bedrijf. Omstandigheden als bodemtype, grondwaterstand en het aantal sloten zijn immers niet of moeilijker te beïnvloeden. Wel blijkt dat de BWW tot nieuwe inzichten leidt en dat accenten in de bedrijfsvoering worden verplaatst. In de BWWP’s van Koeien & Kansen-ondernemers zijn gemiddeld 10 maatregelen per bedrijf vermeld waarvan 40% betrekking heeft op nieuwe acties en 20% betrekking heeft op verkenningen. Het aantal maatregelen is gelijkmatig verdeeld over de modules in de BWW. De diversiteit van maatregelen is groot. Vaakst opgenomen maatregelen zijn: aanbrengen van stro onder de maïs bij (te) nat inkuilen, veegschoon houden van het erf en het koepad, herinrichting van kuilen met een duogoot1, peilgestuurde drainage, maatregelen gericht op het verhogen of behouden van het organische stofgehalte in de bodem, uitstel van bemesting om bodemverdichting te voorkomen en onbemeste stroken langs sloten. Ten aanzien van drinkwaterkwaliteit voor vee wordt vaak ingezet op het beter doorgronden van de problematiek, wat aangeeft dat de risicoscore nog niet voldoende geduid kan worden. Aanbevolen wordt om als vervolg te bezien in hoeverre de genomen en geplande maatregelen ook de doelen van waterschappen dienen en in hoeverre de samenwerking met waterschappen verbetert door inzet van de BWW. Het zou tenslotte goed zijn als de effecten van maatregelen op risico’s duidelijker zichtbaar worden gemaakt in de BWW.
    Dairy cows enabling circular production systems
    Hoving, A.H. ; Breukelen, Anouk van; Haan, M.H.A. de; Ducro, B.J. ; Veerkamp, R.F. - \ 2019
    - 1 p.
    De kringloopkoe
    Breukelen, Anouk van; Hoving, Rita van; Ducro, Bart ; Hoving, Rita - \ 2019
    Vee dat kringlooplandbouw mogelijk maakt
    Dairy cows enabling circular production systems
    Hoving, Rita ; Breukelen, Anouk van; Haan, Michael de; Ducro, Bart ; Veerkamp, Roel - \ 2019
    Machine learning to realize phosphate equilibrium at field level in dairy farming
    Mollenhorst, Erwin ; Haan, Michael de; Oenema, Jouke ; Hoving, Rita ; Veerkamp, Roel ; Kamphuis, Claudia - \ 2019
    Zeldzame rassen kunnen profiteren bij transitie
    Talsma, S. ; Hoving, Rita - \ 2019
    Schatten van grasopbrengst op basis van spectrale reflectie, grashoogte en modellering : Onderzoeksresultaten van een maaiproef op zand- klei en veengrond 2016-2017
    Hoving, I.E. ; Riel, J. van; Holshof, G. ; Plomp, M. ; Agricola, S. ; Boheemen, K. van; Roerink, G. - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1200) - 88
    For dairy farmers a good estimate of the current grass yield is essential for grassland planning. To see to what extent grass yield and nitrogen content can be measured with remote sensing, spectral reflection measurements were compared in a field trial with dry matter yields and nitrogen content of mown grass (‘ground truth’ data). These yields and contents were also used to validate a model-based estimate of the grass yield and the nitrogen content or crude protein content. A practical comparison has also been made with grass height measurements. Reflection measurements gave a rough estimate of the dry matter yield. By making a distinction between location and by including basic growth data, the estimate improved considerably. A model-based growth prediction gave a better estimate of the dry matter yield and improved even further in combination with reflection measurements or grass height. With the current techniques, nitrogen content of grass appears to be difficult to measure and predict.
    Nederlandse genenbank voor landbouwhuisdieren: waardevolle bron voor de fokkerij
    Schurink, A. ; Hulsegge, B. ; Windig, J.J. ; Hoving, A.H. ; Doekes, H.P. ; Hiemstra, S.J. - \ 2019
    - p. 1 - 1.
    Fokdoelen en fokwaarden: hoe kies je een passende stier voor je bedrijf?
    Breukelen, Anouk van; Doekes, H.P. ; Hoving, A.H. ; Sluis, M. van der; Poppe, H.W.M. - \ 2019
    Dutch gene bank for farm animals: beyond conserving genetic material
    Schurink, A. ; Hulsegge, B. ; Windig, J.J. ; Hoving, A.H. ; Hiemstra, S.J. - \ 2019
    - 1 p.
    Amazing grazing: A public and private partnership to stimulate grazing practices in intensive dairy systems
    Schils, René ; Philipsen, Bert ; Hoekstra, Nyncke ; Holshof, Gertjan ; Zom, Ronald ; Hoving, Idse ; Reenen, Kees van; Stienezen, Marcia ; Klootwijk, Cindy ; Werf, Joop van der; Sebek, Léon ; Eekeren, Nick van; Dixhoorn, Ingrid van; Pol-van Dasselaar, Agnes van den - \ 2019
    Sustainability 11 (2019)20. - ISSN 2071-1050
    Agricultural innovation system - Dairy sector - Grassland - Interdisciplinary research - Stakeholders

    In many intensive dairy regions in northwest Europe, a decline in grazing is observed. In the Netherlands, the proportion of dairy cows with access to pasture is declining, as well as the time spent grazing per cow. The decline in grazing is seen as an unwanted trend by many stakeholders and is, thus, under debate amongst dairy farmers, the dairy chain, and society. Therefore, a public-private partnership was initiated to encourage grazing by providing farmers with usable means of improving their grazing systems. The partnership involved stakeholders from the dairy farming community, dairy and feed industry, agrotechnical industries, advisory services, and research. The objective of this partnership was to develop and stimulate technological innovations and management measures that increase fresh grass intake at pasture. The innovation network combined an integrated research approach with farmer working groups and broader stakeholder interactive meetings. The project started with a comprehensive grass intake framework, which was the foundation for exploration of innovations. The framework consisted of six interlinked components: soil, grass growth, grass supply, grass intake, feed supplementation, and cow behavior. In a continuous interactive cycle, strategic choices were made to focus on potentially effective innovations. The use of a public-private partnership to develop usable innovations that encourage grazing practices proven to be a good approach to develop a shared vision among stakeholders. It provided a basis to work together toward innovative practices and to disseminate the outcomes to the foreseen users. The approach succeeded in design concepts for two specific innovations, i.e., weekly grass growth predictions and daily fresh grass intake tracking. We demonstrated that meaningful grazing and fresh grass intake are possible in intensive dairy systems with high stocking rates and high levels of supplementary feeding.

    Impact of merging commercial breeding lines on the genetic diversity of Landrace pigs
    Hulsegge, Ina ; Calus, Mario ; Hoving-Bolink, Rita ; Lopes, Marcos ; Megens, Hendrik Jan ; Oldenbroek, Kor - \ 2019
    Genetics, Selection, Evolution 51 (2019)1. - ISSN 0999-193X

    Background: The pig breeding industry has undergone a large number of mergers in the past decades. Various commercial lines were merged or discontinued, which is expected to reduce the genetic diversity of the pig species. The objective of the current study was to investigate the genetic diversity of different former Dutch Landrace breeding lines and quantify their relationship with the current Dutch Landrace breed that originated from these lines. Results: Principal component analysis clearly divided the former Landrace lines into two main clusters, which are represented by Norwegian/Finnish Landrace lines and Dutch Landrace lines. Structure analysis revealed that each of the lines that are present in the Dutch Gene bank has a unique genetic identity. The current Dutch Landrace breed shows a high level of admixture and is closely related to the six former lines. The Dumeco N-line, which is conserved in the Dutch Gene bank, is poorly represented in the current Dutch Landrace. All seven lines (the six former and the current line) contribute almost equally to the genetic diversity of the Dutch Landrace breed. As expected, the current Dutch Landrace breed comprises only a small proportion of unique genetic diversity that was not present in the other lines. The genetic diversity level, as measured by Eding's core set method, was equal to 0.89 for the current Dutch Landrace breed, whereas total genetic diversity across the seven lines, measured by the same method, was equal to 0.99. Conclusions: The current Dutch Landrace breed shows a high level of admixture and is closely related to the six former Dutch Landrace lines. Merging of commercial Landrace lines has reduced the genetic diversity of the Landrace population in the Netherlands, although a large proportion of the original variation is maintained. Thus, our recommendation is to conserve breeding lines in a gene bank before they are merged.

    Machine learning to realize phosphate equilibrium at field level in dairy farming
    Mollenhorst, H. ; Haan, M.H.A. De; Oenema, J. ; Hoving-Bolink, A.H. ; Veerkamp, R.F. ; Kamphuis, C. - \ 2019
    In: Precision Livestock Farming 2019. - Teagasc (Precision Livestock Farming 2019 - Papers Presented at the 9th European Conference on Precision Livestock Farming, ECPLF 2019 ) - ISBN 9781841706542 - p. 41 - 44.
    Boosting - Crop yield - Machine learning - Manure - Phosphorus - Regression tree

    An important factor in circular agriculture is efficient application of animal manure. Therefore, input and output of nutrients, like phosphorus (P), need to be balanced. Currently, manure application is regulated with rather fixed P application norms as a generic translation of P yields of grassland and maize. Predicting P yields based on field specific, historical data could be an important step to better balance P input and output. This study's objective was to predict P yields based on field and weather data, using machine learning. The dataset contained 640 records of yearly crop yields per field between 1993-2016 with information on P input and output, irrigation, and soil status at field level as well as local weather data. Generalized boosted regression (GBR) was used to predict P yields for the last five years based on information from all previous years. Model performance was evaluated per year as well as together by plotting observed versus predicted values of all five years in one plot. This final plot was compared to a plot with the currently used generic application norms. Model performance per year showed that GBR could predict the trend from low to high rather well (correlations of ~0.8). Results of the five years together showed that GBR performance was better than the generic application norms (correlation 0.68 vs 0.59; RMSE 7.3 vs 8.2). In conclusion, GBR contributed to defining more flexible P application norms with the aim to realize a phosphate equilibrium.

    Oorspronkelijke rassen kansrijk in voedseltransitie
    Hiemstra, S.J. ; Bas, N. ; Hoving, A.H. ; Remijn, Nonja - \ 2019
    How about the risk status of the Dutch farm animal breeds?
    Hoving, A.H. ; Schoon, Mira - \ 2019
    Op naar precisielandbouw 2.0 : eindrapport PPS PL2.0 2015-2019 topsectorproject AF-14275
    Kempenaar, Corné ; Dijk, Chris van; Hermans, Geert ; Steele-Dun, Susan ; Sande, Corné van de; Verschoore, Jeroen ; Wal, Tamme van der; Roerink, Gerbert ; Visser, Juriaan ; Kamp, Jan ; Blok, Pieter ; Polder, Gerrit ; Wolf, Jan van de; Jalink, Henk ; Bulle, Annette ; Meurs, Bert ; Michielsen, Jean-Marie ; Zande, Jan van de; Hoving, Idse ; Riel, Johan van; Holshof, Gertjan ; Boheemen, Koen van; Evert, Frits van; Riemens, Marleen ; Keizer, Paul ; Schnabel, Sabine ; Egmond, Fenny van; Walvoort, Dennis ; Janssen, Henk ; Riviėre, Inge La; Kocks, Corné ; Pot, Alfred - \ 2019
    Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen University & Research (Rapport WPR 921) - 138
    De publiek private samenwerking (PPS) ‘Op naar precisielandbouw 2.0’ (PL2.0) is een R&D project van de topsector AgriFood. Het project is gestart in 2015 met doorlooptijd van 4 jaar. Voor u ligt het eindrapport. In deze PPS werkten ruim 20 private bedrijven en organisaties, publieke kennisinstellingen en overheden samen aan strategische onderwerpen binnen precisielandbouw. Het project omvatte 13 deelprojecten verdeeld over vijf specifieke R&D thema’s, te weten slim satellietbeeldengebruik, sensorontwikkeling (ziektedetectie), slimme integratie van technologieën in toepassingen, perceelkarakteristieken voor schatten van opbrengstpotentie en ondersteunende ICT, en een generiek thema communicatie en kennisverspreiding.Met betrekking tot het thema satellietbeeldengebruik is uitgezocht hoe optische satellietbeelden in combinatie met radarbeelden of beelden verkregen via drone-camera’s beter gebruikt kunnen worden om de variatie en status van de bovengrondse hoeveelheid biomassa van gewassen in kaart te brengen en opbrengsten te voorspellen. Op het gebied van ziektedetectie is door middel van sensor fusion en artificial intelligence de detectie van virus- en bacterieziekten in aardappelplanten verbeterd. En werd een prototype sensorsysteem voor veldonderzoek ontwikkeld. Door slimme integratie van data, adviesmodellen en mechanisatie zijn er enkele variabel-doseertoepassingen ontwikkeld en gevalideerd. Het gaat hier om variabel doseren van Stikstof en herbiciden binnen teelten d.m.v. taakkaarten. In het verlengde hiervan is ook een ontwerp geleverd en als prototype gevalideerd voor een innovatieve beddenspuit in bloembollenteelt. Op grond van perceelkarakteristieken en ondersteunende ICT zijn inzichten en tools voor het inschatten van opbrengst(potentie) geleverd en wordt een doorkijk gegeven naar software voor verbeterde rijpadenplanning en perceelinformatie. De inzet op communicatie en kennisdeling heeft ca. 100 publicaties en presentaties in 4 jaar tijd opgeleverd. Voor meer details over resultaten wordt naar de rapportage met samenvatting per deelproject verwezen in de hoofdstukken 2 tot en met 7.Het grote succes van PL2.0 ligt vooral bij ruime aandacht voor integratie van componenten van precisielandbouwtoepassingen en de doorstroming daarvan naar de praktijk en onderwijs.Geconcludeerd mag worden dat PL2.0 een bijdrage leverde aan gewasmonitoringtoepassingen en diverse variabel-doseertoepassingen (variable rate applications, VRA). Die VRA-toepassingen zien we nu op de agenda in het in 2018 gestarte precisielandbouw-adoptie project ‘Nationale Proeftuin Precisielandbouw’ (NPPL). Meerdere bedrijven passen taakkaarten variabel doseren op een resolutie van 30-50 m2 op praktijkschaal toe en besparen zo’n 20 -30% op gewasbeschermingsmiddelen met behoud van goede werking. De basis hiervoor is een bodem- of gewaskaart die de relevante variatie binnen de bodem of gewas in kaart brengt. Ook zijn er via PL2.0 mooie resultaten met optimalisatie van plantdichtheid en vermindering van meststoffengebruik via deze kaarten. Doorstroming van kennis naar het groene onderwijs werd gerealiseerd via PL2.0 en een versterkend WURKS-traject. Negen lesmodules over gebruik software en inzet taakkaarten in precisielandbouw werden opgeleverd. Precisielandbouw is geen doel op zich, maar een manier om de duurzaamheid van landbouw te vergroten. Met PL2.0 toepassingen kan meer met minder en beter geproduceerd worden. De trend van precisielandbouw c.q. data-gedreven landbouw of smart farming, zal zich alleen maar doorzetten. Er zal gewerkt gaan worden met meer en hoog-resolutie data, complexere adviesmodellen en meer robotisering. Daarmee zullen de doelen van kringlooplandbouw beter en sneller gerealiseerd kunnen worden.
    'Een derde minder kunstmest nodig'
    Hoving, I.E. - \ 2019
    Inspiratiedag ‘ondernemen met erfgoed rassen en gewassen’
    Hoving, A.H. - \ 2019
    Akkermansia muciniphila Exerts Lipid-Lowering and Immunomodulatory Effects without Affecting Neointima Formation in Hyperlipidemic APOE*3-Leiden.CETP Mice
    Katiraei, Saeed ; Vries, Margreet R. de; Costain, Alice H. ; Thiem, Kathrin ; Hoving, Lisa R. ; Diepen, Janna A. van; Smits, Hermelijn H. ; Bouter, Kristien E. ; Rensen, Patrick C.N. ; Quax, Paul H.A. ; Nieuwdorp, Max ; Netea, Mihai G. ; Vos, Willem M. de; Cani, Patrice D. ; Belzer, Clara ; Dijk, Ko Willems van; Berbée, Jimmy F.P. ; Harmelen, Vanessa van - \ 2019
    Molecular Nutrition & Food Research (2019). - ISSN 1613-4125
    Akkermansia muciniphila - atherosclerosis - immunity - lipid metabolism - mesenteric lymph nodes

    Scope: Akkermansia muciniphila (A. muciniphila) is an intestinal commensal with anti-inflammatory properties both in the intestine and other organs. The aim is to investigate the effects of oral administration of A. muciniphila on lipid metabolism, immunity, and cuff-induced neointima formation in hyperlipidemic APOE*3-Leiden (E3L).CETP mice. Methods and results: Hyperlipidemic male E3L.CETP mice are daily treated with 2 × 108 CFU A. muciniphila by oral gavage for 4 weeks and the effects are determined on plasma lipid levels, immune parameters, and cuff-induced neointima formation and composition. A. muciniphila administration lowers body weight and plasma total cholesterol and triglycerides levels. A. muciniphila influences the immune cell composition in mesenteric lymph nodes, as evident from an increased total B cell population, while reducing the total T cell and neutrophil populations. Importantly, A. muciniphila reduces the expression of the activation markers MHCII on dendritic cells and CD86 on B cells. A. muciniphila also increases whole blood ex vivo lipopolysaccharide-stimulated IL-10 release. Finally, although treatment with A. muciniphila improves lipid metabolism and immunity, it does not affect neointima formation or composition. Conclusions: Four weeks of treatment with A. muciniphila exerts lipid-lowering and immunomodulatory effects, which are insufficient to inhibit neointima formation in hyperlipidemic E3L.CETP mice.

    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.