Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 261

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    How plant–soil feedbacks influence the next generation of plants
    Long, Jonathan R. De; Heinen, Robin ; Jongen, Renske ; Hannula, S.E. ; Huberty, Martine ; Kielak, Anna M. ; Steinauer, Katja ; Bezemer, T.M. - \ 2020
    Ecological Research (2020). - ISSN 0912-3814
    grassland - maternal effect - plant–soil feedback - seed quality - soil legacies

    In response to environmental conditions, plants can alter the performance of the next generation through maternal effects. Since plant–soil feedbacks (PSFs) influence soil conditions, PSFs likely create such intergenerational effects. We grew monocultures of three grass and three forb species in outdoor mesocosms. We then grew one of the six species, Hypochaeris radicata, in the conditioned soils and collected their seeds. We measured seed weight, carbon and nitrogen concentration, germination and seedling performance when grown on a common soil. We did not detect functional group intergenerational effects, but soils conditioned by different plant species affected H. radicata seed C to N ratios. There was a relationship between parent biomass in the differently conditioned soils and the germination rates of the offspring. However, these effects did not change offspring performance on a common soil. Our findings show that PSF effects changed seed quality and initial performance in a common grassland forb. We discuss the implications of our findings for multi-generational plant–soil interactions, and highlight the need to further explore how PSF effects shape plant community dynamics over different generations and across a broad range of species and functional groups.

    Op zoek naar de otter (KennisOnline in beeld 2020)
    Jansman, H.A.H. - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Environmental Research
    De otter is een strikt beschermde diersoort in Nederland, waardoor we als land verplicht zijn het leefgebied van het dier te verbeteren. WUR-onderzoeker Hugh Jansman volgt het herstel van de otterpopulatie: waar zitten ze, waar gaan ze heen, hoe oud worden ze en krijgen ze jongen?
    Wat eten de jongen van een paling?
    Palstra, A.P. - \ 2017

    Interview Omroep Gelderland radio

    Een jongen met tularemie na een modderrace
    Zijlstra, Marieke ; Hulsker, Caroline C.C. ; Fanoy, Ewout B. ; Pijnacker, Roan ; Kraaijeveld, Arie ; Koene, Miriam G.J. ; Wolfs, Tom F.W. - \ 2017
    Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 161 (2017)23. - ISSN 0028-2162

    Background Tularaemia is a rare disease. In Europe it mostly occurs in Scandinavia. Since 2011 more cases are being reported in the Netherlands. Tularaemia may manifest itself in various ways. It is important to take strict precautions during biopsy, drainage and biopsy processing in order to prevent transmission. Case description A 10yearold boy presented to the paediatrician with a left inguinal lymphadenitis. A week before the onset of symptoms he had participated in a children's mud race. Serology and PCR of pus from the lymph node tested positive for Francisella tularensis. Treatment with ciprofloxacin was insufficiently effective, so surgical drainage of the gland was performed under strict isolation conditions. Water from the mud race location contained genetic material from F. tularensis. Conclusion Given the rising incidence of tularaemia in the Netherlands, it is important to consider 'tularaemia' in the differential diagnosis in patients with lymphadenitis and epidemiological clues in their case history. Since 1 November 2016 it has been mandatory to report tularaemia in the Netherlands.

    Pupping habitat ofd grey seals in the Dutch Wadden Sea
    Brasseur, S.M.J.M. ; Groot, A.V. de; Aarts, G.M. ; Dijkman, E.M. ; Kirkwood, R.J. - \ 2015
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES C009/15) - 104
    halichoerus grypus - habitats - whelping - birth - vegetation - geomorphology - wadden sea - halichoerus grypus - habitats - jongen werpen - geboorte - vegetatie - geomorfologie - waddenzee
    Atlantic grey seals (Halichoerus grypus grypus) started recolonising Dutch coastal haul-outs in the 1950s, after practically 500 years of rarity in the Dutch coastal zone which was caused mainly by human hunting. The first pup-birth was recorded in 1985 at the Wadden Sea sandbank of Engelschhoek. Sandbanks in the Wadden Sea may form and recede in periods of decades, but may change abruptly as a result of a single storm. These rapidly evolving places are not the perfect breeding habitat for grey seals, which exhibit long-term fidelity to breeding sites and only reluctantly shift. Little is known of the geomorphology of the currently utilised pupping sites, nor the implications of change in structure on future occupation and selection of new sites.
    Engerling: schone graver in de modder
    Alebeek, F.A.N. van - \ 2015
    Centre for Soil Ecology
    Bodembiodiversiteit is hot. Dat enorme web van organismen is van levensbelang voor een gezonde bodem en duurzame voedselproductie. ‘Voedt het bodemleven’ klinkt het! Dat is allemaal mooi en aardig, zolang je aan de ‘goede’ kant staat. Want die lofzang op de bodembiodiversiteit geldt duidelijk niet, als je per ongeluk Verticillium, Pratylenchus of Melolontha heet. Dan hoor je er opeens niet meer bij. Neem mij nou, de engerling. Mijn naam alleen al zet mij in het verdomhoekje. Terwijl die naam alleen maar ‘kleine worm’ of ‘made’ betekent. Eenmaal volwassen zal ik als meikever veel positiever bekend staan. Zo’n 50 generaties (zeg een mensenleven) geleden zoemden mijn voorouders met miljoenen rond eiken en beukenhagen. Zij waren populair bij de jeugd, als ‘mulders’, vliegend aan een touwtje of brommend in een luciferdoosje. Maar lompe middelen als Lindaan en Parathion hebben mijn familie bijna weggevaagd. Tegenwoordig zijn we in grote delen van Nederland zeldzaam. Natuurlijk, sommige familieleden maken greenkeepers van golfbanen wel eens wanhopig, of betekenen een strop voor boomkwekers met plantgoed op een verkeerde plaats of tijd. Maar zou u mijn gesnor op warme mei-avonden willen missen? En hoe denkt u dat vleermuizen, egels en steenuiltjes hun jongen grootbrengen als mijn familie is uitgeroeid? Heeft u wel eens goed naar mij gekeken en u bijvoorbeeld afgevraagd hoe ik, de hele dag gravend in de modder, steeds zo glanzend schoon tevoorschijn kom? Of hoe ik van donkere wortels en rottende planten kan opgroeien tot een prachtige, witte larve en nog mooiere kever? Doe dat maar eens na! Heeft u mijn neven en nichten al eens goed bekeken? Het rozenkevertje, de Salland- en junikever, de prachtige julikever of mijn imposante oom de neushoornkever? Hoe zou de wereld er zonder ons uitzien? Denk daar nog eens over na, voordat u naar (mijn nachtmerrie:) de Heterorhabditis grijpt.
    Beheer op Maat, op weg naar lerend beheer voor weidevogels
    Schotman, A.G.M. ; Melman, T.C.P. ; Ringrose, J. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Vanmeulebrouk, B. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2015
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2643) - 39
    weidevogels - agrarisch natuurbeheer - coöperatieve landbouw - natuurbeleid - grassland birds - agri-environment schemes - cooperative farming - nature conservation policy
    Het weidevogelbeheer pakket "beheer-op-maat" is sterk vereenvoudigd om de drempelwaarde voor gebruik in de praktijk te verlagen. Het is nu bovendien mogelijk om naast de grutto ook de tureluur, kievit, scholekster en wulp mee te nemen. Zes agrarische natuurverenigingen zijn benaderd om na te gaan in hoeverre BoM voor hun praktijk een welkom hulpmiddel is en tevens wat randvoorwaarden voor een breder gebruik zijn. Voor zestien gebieden is doorgerekend in hoeverre met het geplande beheer voldoende opgroeimogelijkheden voor de jongen van de verschillende soorten worden aangeboden; tevens is nagegaan of met kleine wijzigingen de effectiviteit van het beheer zou kunnen worden versterkt
    Meer jongen bij de korenwolf dankzij actief genetisch herstel
    Haye, M.J.J. la; Koelewijn, H.P. ; Siepel, H. ; Verwimp, N. ; Windig, J.J. - \ 2014
    De Levende Natuur 115 (2014)4. - ISSN 0024-1520 - p. 162 - 166.
    natuurbeheer - genetica - herstel - hamsters - bedreigde soorten - zuid-limburg - nature management - genetics - rehabilitation - endangered species
    De Korenwolf is voor Nederland behouden gebleven door het opzetten van een fokprogramma in 1999. Door het kleine aantal Hamsters waarmee de fok gestart is, waren er vanaf de start zorgen over mogelijke genetische problemen in de fokpopulatie. Herintroductie van Hamsters in het wild zou daardoor veel lastiger kunnen worden. In 2003 en 2004 zijn daadwerkelijk drie onverwante mannetjes (afkomstig uit België en Duitsland) aan het Nederlandse fokprogramma toegevoegd. Dankzij genetische monitoring is bekend of dit positief effect heeft gehad op de Hamster in Nederland.
    Effectiveness of food quality systems
    Spiegel, M. van der; Luning, P.A. ; Ziggers, G.W. ; Jongen, W.M.F. - \ 2014
    Voldoen de aantallen Grote Jagers aan de drempelwaarde voor kwalificatie van Friese Front als Vogelrichtlijngebied?
    Geelhoed, S.C.V. ; Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Lindeboom, H.J. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C140/13) - 11
    zeevogels - habitats - wildbescherming - vogelrichtlijn - noordzee - sea birds - habitats - wildlife conservation - birds directive - north sea
    Het Friese Front staat op de nominatie om aangewezen te worden als Vogelrichtlijngebied, vanwege grote aantallen Zeekoeten die daar, met jongen, in de zomer verblijven. Een tweede vogelsoort, de Grote Jager, kwalificeert zich wellicht ook, maar er bestaat onduidelijkheid over de aantallen die van het gebied gebruik maken en of deze de drempelwaarde voor kwalificatie als doelsoort voor een Vogelrichtlijngebied overschrijden. Onderzocht is of de aantallen Grote Jagers op het Friese Front met zekerheid voldoende zijn om deze soort te kwalificeren voor opname in het Aanwijzingsbesluit Friese Front.
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2009 en 2010
    Kleunen, A. van; Koffijberg, K. ; Oosterbeek, K. ; Nienhuis, J. ; Jong, M.L. de; Smit, C.J. ; Roomen, M. ; Boer, P. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 346) - 55
    broedvogels - broeden - monitoring - waddenzee - kustgebieden - noord-nederland - breeding birds - incubation - monitoring - wadden sea - coastal areas - north netherlands
    Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal karakteristieke kustbroedvogels. Hiervoor worden tien vogelsoorten gevolgd die representatief worden geacht voor specifieke habitats en voedselgroepen. Het reproductiemeetnet Waddenzee wordt uitgevoerd als een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden en fungeert als een wezenlijke aanvulling op de monitoring van aantallen en aantalsveranderingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken (TMAP). De resultaten uit 2009 en 2010 laten zien dat veel soorten kustbroedvogels op dit moment een relatief laag broedsucces hebben. Vooral voor Eider, Scholekster, Kluut, Visdief en Noordse Stern geldt dat er te weinig jongen vliegvlug worden om de populatie op peil te houden. De slechte broedresultaten worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén daarvan is overstromingen als gevolg van hoog water gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer van predatie van legsels, met name door Vos en Bruine Rat. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid een rol
    Dieren tellen mee - getallenbegrip bij dieren. Kippen redeneren niet als een kip zonder kop.
    Koene, P. - \ 2012
    Euclides 87 (2012)april 2012. - ISSN 0165-0394 - p. 118 - 124.
    Al lang vragen mensen zich af of ook dieren kunnen tellen. In 1889 werd de waar­neming gedaan dat een mus met 4 jongen, met 4 rupsen bij het nest kwam, en dat steeds maar weer. Kon dat vogeltje tellen?Over getalbegrip bij dieren is in het verleden zo nu en dan onderzoek verricht. Delaatste jaren is er voor dit onderwerp meer belangstelling.
    De komst van de wolf (Canis lupus) in Nederland : een 'factfinding study'
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Jansman, H.A.H. ; Jacobs, M.H. ; Harmsen, M. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2339) - 69
    wolven - fauna - wildbescherming - wildbeheer - habitatrichtlijn - oriëntatie - nederland - wolves - fauna - wildlife conservation - wildlife management - habitats directive - orientation - netherlands
    In 2000 waren er voor het eerst weer wolven met jongen in Duitsland in de regio Lausitz (Saksen), grenzend aan Zuidwest-Polen. De populatie breidt zich sindsdien geleidelijk uit. Op voorhand uitsluiten dat ze in Nederland opduiken is niet reëel, maar het is onvoorspelbaar waar en wanneer de wolf zal opduiken in Nederland. Aanbevolen wordt dat Nederland cf. het bepaalde in de Conventie van Bern een wolvenbeschermingsplan op gaat stellen, om de wolf cf. het bepaalde in de Habitatrichtlijn op te nemen in de lijst van beschermde soorten en om leefgebied(en) voor de wolf aan te wijzen. In het rapport worden een groot aantal andere aanbevelingen gedaan voor beleidsvoorbereiding op grond van feitenonderzoek. In veel gevallen wordt samenwerking met het buitenland aanbevolen.
    Strain-specific immunomodulatory effects of Lactobacillus plantarum strains on birch-pollen-allergic subjects out of season
    Snel, J. ; Vissers, Y.M. ; Smit, B.A. ; Jongen, J.M.J. ; Meulen, E.T. ; Zwijsen, R. - \ 2011
    Clinical and Experimental Allergy 41 (2011)2. - ISSN 0954-7894 - p. 232 - 242.
    japanese cedar pollinosis - placebo-controlled-trial - blood mononuclear-cells - double-blind - cytokine production - hygiene hypothesis - clinical-trials - atopic disease - casei shirota - mast-cells
    Background Allergic diseases are increasing world-wide, and according to the hygiene hypothesis may be related to a decreased exposure to environmental bacteria. Probiotic bacteria are recognized for their immunomodulating properties, and may benefit allergy patients. In vitro studies reveal immunomodulatory effects that are strain dependent. Differential immunomodulatory in vitro capacities cannot be extrapolated directly to in vivo efficacy. Thus, in vitro screening should preferably be followed by a comparative analysis of the selected immunomodulatory strains in an in vivo setting. Objective We selected five Lactobacillus strains on their IL-10-inducing capacity, and evaluated the immunomodulatory properties in birch-pollen-allergic subjects outside the hayfever season, with a reduction of IL-13 as the primary outcome. Methods A double-blind, placebo-controlled parallel study was performed in which 62 subjects with a proven birch-pollen allergy consumed one of five different probiotic yoghurts containing four Lactobacillus plantarum strains and one Lactobacillus casei strain or a placebo yoghurt. Blood samples were collected at the start and after 4 weeks. Several immune parameters were determined in serum and peripheral blood mononuclear cell cultures (PBMC) derived from these subjects. Results A decrease in birch-pollen-specific IgE was found for four probiotic strains. L. casei Shirota reduced the number of CD16+/CD56+ cells in peripheral blood mononuclear cells. For strain L. plantarum CBS125632, the decrease in IgE coincided with significant decreases in IL-5 and IL-13 production by aCD3/aCD28-stimulated PBMC cultures. Conclusion and Clinical Relevance Subjects with seasonal allergy can be used to determine immunomodulatory responses outside the pollen season within a 4-week study period. L. plantarum CBS125632 decreased several immune markers related to allergy, and may have the potential to alleviate the severity of seasonal allergy symptoms
    Designing New Meals for an Ageing Population
    Costa, A.I.A. ; Jongen, W.M.F. - \ 2010
    Critical Reviews in Food Science and Nutrition 50 (2010)6. - ISSN 1040-8398 - p. 489 - 502.
    product development - food choice - life-style - means-end - consumer - categorization - judgments - market - classification - convenience
    Today's ageing population is an ever-increasing, highly diverse group of people wanting to live a healthy and enjoyable life. Seniors increasingly see the importance of eating healthy and delicious food in a pleasant environment in achieving happiness and well-being. Up until now, the food industry has been rather slow in transforming the wealth of available knowledge regarding the nutritional needs and sensory perception of the ageing into new food products. Based on our own and the published research of others, we discuss here how the design of new meals for an ageing population can be tackled by a consumer-led approach to food product development. After a brief overview of the underlying concepts and practices, a detailed description is given of how this approach could be used in the design of Home Meal Replacements for senior households. This description includes also a comprehensive review of the major determinants of food preference and meal choice behavior in a later age. Finally, relevant implications are derived from the work presented and future trends in the technological development of foods for the ageing highlighted.
    Piepende jongen lopen het langst
    Diek, H. van - \ 2010
    Nature Today 2010 (2010)26-06.
    Kleurring- en halsbandprogramma's bij ganzen
    Ebbinge, B.S. ; Jeugd, H.P. van der; Müskens, G.J.D.M. ; Voslamber, B. - \ 2010
    De Levende Natuur 111 (2010)1. - ISSN 0024-1520 - p. 36 - 39.
    ganzen - migratie - monitoring - populatiedynamica - statistiek - wildbeheer - geese - migration - monitoring - population dynamics - statistics - wildlife management
    Nu de opvang van de sterk toegenomen aantallen ganzen de overheid steeds meer geld gaat kosten en er steeds vaker aan beperking van de aantallen ganzen wordt gedacht, is goede demografische informatie van steeds groter belang. Hoe oud worden ganzen, hoeveel jongen krijgen ze, wat is de jaarlijkse overleving en hoeveel ganzen worden op de gehele trekroute jaarlijks geschoten
    Visdief brengt nauwelijks jongen groot op Kreupel
    Jansma, N. - \ 2009
    Nature Today 2009 (2009)27-11.
    Linking perception of health-promoting food attributes to tangible product characteristics
    Sijtsema, S.J. ; Backus, G.B.C. ; Linnemann, A.R. ; Jongen, W.M.F. - \ 2009
    British Food Journal 111 (2009)3. - ISSN 0007-070X - p. 207 - 222.
    organic food - consumers
    Purpose - The aim of this paper is to link the denotation of healthy and health-related consumer terms of traditional Dutch meal components to characteristics, ingredients and affective aspects of food products. Design/methodology/approach - A total of 344 respondents completed a questionnaire with propositions about product perception and health opinions. Distinct meal components of a traditional Dutch meal were chosen to make the research results applicable in product development. Findings - A total of four clusters of consumers emerged: with an unconventional definition of health; with no interest in health; feeling healthy; and having health problems, with sample percentages of 21, 10, 50 and 18, respectively. Originality/value - The study provides insight in the transformation (selection and formulation) of consumers' terminology related to health into attributes, ingredients and affective aspects of products for groups of consumers with a different definition of health.
    Precocial problems : shorebird chick performance in relation to weather, farming, and predation
    Schekkerman, H. - \ 2008
    University of Groningen. Promotor(en): T. Piersma; G.H. Visser. - Wageningen : Alterra - ISBN 9789090229799 - 228
    vogels - predatie - voedingsgedrag - kuikens - jonge dieren - weidevogels - agrarisch natuurbeheer - birds - predation - feeding behaviour - chicks - young animals - grassland birds - agri-environment schemes
    De afname van Nederlandse weidevogelpopulaties wordt mede veroorzaakt door problemen die kuikens bij het foerageren op insecten ondervinden. Het maaien van grasland leidt tot een sterke afname in het voedselaanbod, en een vervroeging van maaidatums in de afgelopen decennia heeft de foerageeromstandigheden voor kuikens sterk verslechterd. Tegelijkertijd zijn ook nog niet gemaaid graslandvegetaties minder geschikt geworden als kuikenhabitat door veranderingen in hun samenstelling en structuur, en is de predatiedruk op kuikens toegenomen. Het uitstellen van de maaidatum alleen is daardoor vaak niet meer voldoende om grutto’s voldoende jongen groot te laten brengen
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.