Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 768

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Kort
Check title to add to marked list
Schrijver Jan van Aken over de wereld na een extreme zeespiegelstijging
Wamelink, Wieger - \ 2019

Zes Nederlandse auteurs spreken op ons verzoek met wetenschappers en schrijven naar aanleiding daarvan een kort verhaal. Vandaag Jan van Aken, die met ecoloog Wieger Wamelink de wereld na een extreme zeespiegelstijging besprak.

Kort en kaal is niet meer van deze tijd
Vliet, Arnold van - \ 2019
Excreties, stikstof en broeikasgas integraal aanpakken
Duinkerken, Gert van; Dijkstra, Jan - \ 2019

Tot voor kort beheerste het fosfaatplafond de veehouderij. Bij gelijkblijvend plafond zal dat niet meer wordenoverschreden, verwachten Gert van Duinkerken en Jan Dijkstra van Wageningen University & Research. De huidige stikstofproblematiek zal ervoor zorgen dat de houderij verder onder het stikstofplafond terechtkomt, verwachten beiden. Op het gebied van broeikasgassen wordt de uitdaging groter.

Hoe staat het met de transitie van het Nederlands bodembeheer?
Visser, S.M. - \ 2019
Wageningen : Wageningen Environmental Research
Afgelopen week publiceerde het IPPC het rapport ”Climate change and land”. Daarin werd gesteld dat land en bodem op dit moment al onder druk staan en dat klimaatverandering daar nog een schepje bovenop doet. Kort door de bocht concludeert het rapport dat als we onze bodems niet duurzamer gaan gebruiken, de bodem haar vermogen verliest om al haar (ecosysteem)diensten te leveren en dat we tegen 2050 onvoldoende voedsel van onze bodems kunnen halen om onszelf te voeden.
Scenariostudie mono-vergisten op melkveebedrijf met veengrond
Evers, Aart ; Buisonjé, Fridtjof de; Melse, Roland ; Verdoes, Nico ; Haan, Michel de - \ 2019
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Livestock Research report 1175) - 35
In een deskstudie zijn de effecten van mono-vergisten op een melkveebedrijf op veengrond met 150 koeien en 80 ha grasland onderzocht. De effecten van mono-vergisten op uitstoot van ammoniak en broeikasgassen (methaan en lachgas) zijn in beeld gebracht, evenals de gevolgen voor het inkomen. In deze studie zijn drie manieren van mono-vergisten onderzocht: Vergisten van mest die lang in de put heeft gezeten (oude mest). Vergisten van verse mest die kort in de put heeft gezeten. Vergisten van de feces fractie na primaire mestscheiding. Vergisten van verse mest leidt tot de grootste reductie van de emissies van methaan en ammoniak. Vergisten van feces is economisch het meest aantrekkelijk, terwijl oude mest vergisten leidt tot een daling van het inkomen. Dit vanwege een lage methaanopbrengst.
Steenmeel en natuurherstel: een gelukkige relatie of een risicovolle combinatie?
Diggelen, R. van; Bergsma, Huig ; Bijlsma, R.J. ; Bobbink, Roland ; Burg, A. Van den; Sevink, J. ; Siebel, H.N. ; Siepel, H. ; Vogels, J. ; Vries, W. de; Weijters, Maaike - \ 2019
Vakblad Natuur Bos Landschap (2019)155. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 23.
Sinds het midden van de vorige eeuw heeft de Nederlandsenatuur te lijden gehad van overmatige zuur- en stikstofdepositie. Maatregelen om de effecten hiervan te bestrijden, leidden niet altijd tot het gewenste resultaat en hadden soms dermate sterke neveneffecten dat ze eerder ongewenst waren. Sinds kort is steenmeel in beeld als middel dat mogelijk wel de positieve effecten maar niet de neveneffecten heeft. Kennis over de effecten vansteenmeel op gedegradeerde natuur en bos is echter nog lang geen gemeengoed. Op 18 februari 2019 organiseerden de VBNE en het OBN Deskundigen team Droog zandlandschap een discussiedag voor onderzoekers en andere direct betrokkenen rond het onderwerp “Steenmeel als herstelmaatregel” om kennis, inzichten en onzekerheden rond dit thema uit te wisselen en mogelijke richtlijnen te bespreken voor een eventuele toepassing van steenmeel als herstelmaatregel in natuurgebieden.
Bacterial community dynamics in lait caillé, a traditional product of spontaneous fermentation from Senegal
Groenenboom, Anneloes E. ; Parker, Megan E. ; Vries, Anne De; Groot, Suzette de; Zobrist, Stephanie ; Mansen, Kimberly ; Milani, Peiman ; Kort, Remco ; Smid, Eddy J. ; Schoustra, Sijmen E. - \ 2019
PLoS ONE 14 (2019)5. - ISSN 1932-6203
Spontaneously fermented food products contain a complex, natural microbial community with potential probiotic activity. The addition of a health-promoting, probiotic bacterium to these products ensures the delivery of that probiotic activity to consumers. Here, we assess the microbial community of a traditional Senegalese milk product produced by spontaneous fermentation, called lait caillé. We produced the lait caillé in a traditional way and added a probiotic starter containing Lactobacillus rhamnosus yoba 2012 to the traditional process. We found various species that are known for their ability to ferment milk, including species from the genera Lactobacillus, Acetobacter, Lactococcus, and Streptococcus. Our results show that the addition of L. rhamnosus to the inoculum, can result in detectable levels of this strain in the final product, ranging between 0.2 and 1 percent of the total bacterial population. Subsequent rounds of fermentation using passive back-slopping without the addition of new L. rhamnosus led to a loss of this strain from the community of fermenting bacteria. Our results suggest that the addition of probiotic strains at every fermentation cycle can enrich the existing complex communities of traditionally fermented lait caillé while traditional bacterial strains remain dominant in the bacterial communities
'Op iedere honderd meter strand liggen twaalf ballonnen'
Franeker, Jan Andries van - \ 2019
Global atmospheric CO2 inverse models converging on neutral tropical land exchange, but disagreeing on fossil fuel and atmospheric growth rate
Gaubert, Benjamin ; Stephens, Britton B. ; Basu, Sourish ; Chevallier, Frédéric ; Deng, Feng ; Kort, Eric A. ; Patra, Prabir K. ; Peters, Wouter ; Rödenbeck, Christian ; Saeki, Tazu ; Schimel, David ; Laan-Luijkx, Ingrid van der; Wofsy, Steven ; Yin, Yi - \ 2019
Biogeosciences 16 (2019)1. - ISSN 1726-4170 - p. 117 - 134.

We have compared a suite of recent global CO2 atmospheric inversion results to independent airborne observations and to each other, to assess their dependence on differences in northern extratropical (NET) vertical transport and to identify some of the drivers of model spread. We evaluate posterior CO2 concentration profiles against observations from the High-Performance Instrumented Airborne Platform for Environmental Research (HIAPER) Pole-To-Pole Observations (HIPPO) aircraft campaigns over the mid-Pacific in 2009-2011. Although the models differ in inverse approaches, assimilated observations, prior fluxes, and transport models, their broad latitudinal separation of land fluxes has converged significantly since the Atmospheric Carbon Cycle Inversion Intercomparison (TransCom 3) and the REgional Carbon Cycle Assessment and Processes (RECCAP) projects, with model spread reduced by 80% since TransCom 3 and 70% since RECCAP. Most modeled CO2 fields agree reasonably well with the HIPPO observations, specifically for the annual mean vertical gradients in the Northern Hemisphere. Northern Hemisphere vertical mixing no longer appears to be a dominant driver of northern versus tropical (T) annual flux differences. Our newer suite of models still gives northern extratropical land uptake that is modest relative to previous estimates (Gurney et al., 2002; Peylin et al., 2013) and near-neutral tropical land uptake for 2009- 2011. Given estimates of emissions from deforestation, this implies a continued uptake in intact tropical forests that is strong relative to historical estimates (Gurney et al., 2002; Peylin et al., 2013). The results from these models for other time periods (2004-2014, 2001-2004, 1992-1996) and reevaluation of the TransCom 3 Level 2 and RECCAP results confirm that tropical land carbon fluxes including deforestation have been near neutral for several decades. However, models still have large disagreements on ocean-land partitioning. The fossil fuel (FF) and the atmospheric growth rate terms have been thought to be the best-known terms in the global carbon budget, but we show that they currently limit our ability to assess regional-scale terrestrial fluxes and ocean-land partitioning from the model ensemble.

Erosion of archaeological sites: Quantifying the threat using optically stimulated luminescence and fallout isotopes
Huisman, H. ; Kort, J.W. de; Ketterer, M.E. ; Reimann, T. ; Schoorl, J.M. ; Heiden, M. van der; Soest, Maud van; Egmond, Fenny van - \ 2019
Geoarchaeology: an international journal 34 (2019)4. - ISSN 0883-6353 - p. 478 - 494.
Although visible evidence shows that erosion has damaged many archaeological sites, especially when tilled, there has hitherto been scant attention to its quantitative assessment. Accordingly, the archaeology communities lack insight into whether long‐term threats to the stability and integrity of soils at these sites allow these cultural repositories to be preserved for future human generations. Of the techniques that are available to measure erosion rates, few have been tested on the timescales needed. We selected three archaeological sites with high expected erosion rates. We combined optically stimulated luminescence (OSL) dating with analyses of radioactive fallout isotope distributions to assess erosion patterns and rates. An age–depth representation of OSL single‐aliquot results was developed to determine past erosion, and to identify stable land surfaces on centennial to millennia timescales. Fall‐out isotopes of cesium (Cs) and plutonium (Pu) were suitable for shorter timescales: The 240Pu/239Pu ratios and a correlation between activities of 239+240Pu and 137Cs demonstrated the weapons testing fallout origin of these isotopes in the ~1952–1966 timeframe. Erosion rates in recent decades ranged from 2 to 6 mm/year on the studied sites. Our results indicate that erosion is not only tied to the past, but keeps on threatening archaeological sites.
Economische aspecten pulsvisserij
Oostenbrugge, J.A.E. van; Mol, Arie ; Klok, A.J. ; Weegh, J.B.M. op de; Hoekstra, F.F. - \ 2018
Den Haag : Wageningen Economic Research (Factsheet Wageningen Economic Research 2018-024) - 3 p.
Naar aanleiding van het besluit van het Europees Parlement tot een totaalverbod
van pulsvisserij heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan Wageningen Economic Research gevraagd een kort overzicht op te stellen van de belangrijkste economische aspecten van de Nederlandse pulsvisserij. Onderstaand feitenoverzicht is opgesteld op basis van databronnen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Wageningen Economic Research. De meeste gegevens hebben betrekking op de situatie per 31december 2016. De pulsvisserij is voor de Nederlandse kottersector van groot economisch belang. Het mogelijke totaalverbod op pulsvisserij heeft daarmee voor de kottersector als totaal, en zeker voor de betreffende visserijbedrijven een sterke economische impact.
De bodem is hot, hoe zorgen we dat dit wat oplevert?
Visser, S.M. - \ 2018
Wageningen : Wageningen University & Research
De bodem heeft een emancipatieproces doorgemaakt. Jarenlang ging het om ‘hoe passen we de bodem zo aan dat we op iedere plek kunnen doen wat we willen?’. Sinds kort gaat het eindelijk over de vraag wélke bodem we nu eigenlijk onder onze voeten hebben en wat die bodem ons te bieden heeft. Over hoe we haar veerkrachtig kunnen houden en gebruik van haar kunnen maken zonder haar uit te putten. En over hoe we haar in een betere conditie door kunnen geven aan de volgende generaties.
Feedwedge: dé tool voor omweiden : werkschrift met theorie, praktische toepassing, invulformulieren en voorbeelden
Stienezen, M.W.J. ; Borkent, H. ; Teenstra, E.D. - \ 2018
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1118) - 34
Dit werkschrift beschrijft in het kort de theorie omtrent omweiden in Nederland in combinatie met de het gebruik van de Nederlandse versie van de feedwedge. Voor de praktische toepassing van de feedwedge worden handvatten gegeven. Invulformulieren om handmatig een feedwedge op te stellen zijn bijgevoegd evenals een uitgewerkt voorbeeld.---This notebook describes in short the theory regarding rotational grazing in the Netherlands combined with the use of the Dutch version of the feed wedge. Practical recommendations are given how to use the feedwedge. Forms to fill out a feed wedge are added as well as an example.
Overzicht aal marktbemonstering 2011-2017
Keeken, O.A. van; Groot, P. ; Bakker, A. ; Hoek, R. ; Hoppe, M. van; Huijer, T. ; Koelemij, E. ; Hammen, T. van der; Wolfshaar, K. van de - \ 2018
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C079/18) - 21
Europese Unie een Aalherstelplan aangenomen. In de nationale beheersplannen moet hiervoor worden aangegeven welke maatregelen voor herstel van het aalbestand worden ingevoerd en welke effecten die maatregelen op het aalbestand zullen hebben. Voor het aalherstelplan wordt Nederland verplicht de vangsten van beroepsvissers te registreren. Hiervoor moeten zowel de totale gevangen hoeveelheid aal als de samenstelling van de vangsten geregistreerd worden. Dit houdt in dat vangsten bij vissers door het hele land bemonsterd moeten worden. Dit datarapport geeft een samenvatting van de gegevens die verzameld zijn van aal bij beroepsvissers gedurende 2011-2017 voor lengtemetingen en 2009-2017 voor biologische gegevens. De gegevens worden gebruikt in de modellen die ten grondslag liggen aan het advies over de voortgang van het nationale aalbeheerplan voor Nederland. In deze rapportage worden lengtegegevens en biologische gegevens gepresenteerd uit de marktbemonstering aal. Voor de biologische gegevens worden lengte-gewicht relatie, aandeel mannetje vrouwtje, aandeel schieraal, aandeel zwemblaasparasiet en bepaling leeftijden van aal gepresenteerd. Deze gegevens worden gebruikt in de modellen om de effectiviteit van maatregelen in relatie tot beheerdoelen opgesteld door de Raad van de Europese Unie te evalueren. Deze modellen worden kort besproken.
Rheo-NMR : Applications to food
Kort, Daan W. de; Nikolaeva, Tatiana ; Dijksman, Joshua A. - \ 2018
In: Modern Magnetic Resonance Springer International Publishing - ISBN 9783319283876 - p. 1589 - 1608.
Complex fluids - Flow curve - Herschel-Bulkley - Microscopy - Rheo-NMR - Rheology - Shear flow - Yield stress

Typical consumer products such as ketchup, mayonnaise, hair gel, and coffee powder display a combination of solid-like and fluid-like properties. The shear flow behavior of these materials is usually examined with a rheometer, which in the simplest case provides a fluid viscosity as a function of the applied shear stress or strain rate. Traditional rheometry, however, does not provide information about the microscopic phenomena that underlie the apparent bulk flow behavior. Rheo- NMR, a combination between rheology and nuclear magnetic resonance (NMR) methodology, allows measurement and characterization of microscopic phenomena in the gap of shear geometries such as the Couette or cone-plate. Most notably, it provides access to the fluid velocity profile across the shear gap, the shape of which contains information about yield stress, shear thinning and thickening properties of the fluid, and flow heterogeneities. This chapter explores the basic concepts of rheology and rheo-NMR and illustrates the use of rheo- NMR to gain insight in the flow of food systems in two brief case studies.

Heterogeneity of Network Structures and Water Dynamics in κ‑Carrageenan Gels Probed by Nanoparticle Diffusometry
Kort, D.W. de; Schuster, Erich ; Hoeben, F.J.M. ; Barnes, R. ; Emondts, Meike ; Janssen, Henk M. ; Lorén, Niklas ; Han, Songi ; As, H. Van; Duynhoven, J.P.M. van - \ 2018
Langmuir 34 (2018). - ISSN 0743-7463 - p. 11110 - 11120.
A set of functionalized nanoparticles (PEGylated dendrimers, d = 2.8−11 nm) was used to probe the structural heterogeneity in Na+/K+ induced κ-carrageenan gels. The self-diffusion behavior of these nanoparticles as observed by 1H pulsed-field gradient NMR, fluorescence recovery after photobleaching, and raster image correlation spectroscopy revealed a fast and a slow component, pointing toward microstructural heterogeneity in the gel network. The self-diffusion behavior of the faster nanoparticles could be modeled with obstruction by a coarse network (average mesh size <100 nm), while the slower-diffusing nanoparticles are trapped in a dense network (lower mesh size limit of 4.6 nm). Overhauser dynamic nuclear polarization-enhanced NMR relaxometry revealed a reduced local solvent water diffusivity near 2,2,6,6-tetramethylpiperidin-1-oxyl (TEMPO)-labeled nanoparticles trapped in the dense network, showing that heterogeneity in the physical network is also reflected in heterogeneous self-diffusivity of water. The observed heterogeneity in mesh sizes and in water self-diffusivity is of interest for understanding and modeling of transport through and release of solutes from heterogeneous biopolymer gels.
Archeologisch onderzoek in de omgeving van het prehistorische vuursteenmijnveld te Rijckholt - St.Geertruid : De resultaten van 2011, 2012 en 2013
Brinkkemper, O. ; Bruinink, A.C. ; Deeben, J. ; Guralnik, B. ; Hoebe, P. ; Huisman, H. ; Kort, J.W. de; Laarman, F. ; Meirvenne, M. van; Orbons, J. ; Os, B. van; Parys, V. van; Schreurs, J. ; Theunissen, L. ; Verhegge, J. ; Versendaal, Alice ; Wallinga, J. - \ 2018
Amersfoort : Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - ISBN 9789057993022 - 371 p.
Effectiviteit van groenbestrijding in off-bottom oesterteelt : Resultaten experiment ikv Pro Zilte Productie locatie Kats
Trommelen, M.A. ; Capelle, J. ; Hartog, E. ; Hiele, T.M. van der; Kamermans, P. - \ 2017
HZ University of Applied Sciences - 29 p.
Een van de meest gebruikte methoden wereldwijd om de Japanse Oester (Magallana gigas) te kweken is in zakken op tafels. In Nederland wordt deze methode pas sinds enkele jaren toegepast. Een van de problemen waarmee kwekers geconfronteerd worden is aangroei op de zakken van met name macro-algen en zeepokken. Kwekers gebruiken verschillende methodes om deze aangroei tegen te gaan. Het is echter is nog onbekend wat het effect is van deze bestrijdingsmethoden op de reductie in aangroei en op de conditie en overleving van oesters in zakken. In een veldexperiment nabij Kats zijn daartoe gedurende 6 maanden 36 zakken met oesterbroed en halfwas oesters voor aangroei behandeld, is aangroei gekwantificeerd en zijn conditie index, overleving en vorm van de oesters geanalyseerd. De behandelingen bestonden uit sproeien met azijn, met hogedruk bespuiten, keren van de zakken, vervangen van zakken, een combinatie van deze behandelingen (bedrijfsbenadering) en als controle nietsdoen. Uit de resultaten blijkt dat het gebruik van azijn effectief is in bestrijding van aangroei. Het vervangen van zakken is waarschijnlijk voor oesterbroed de meest effectieve manier van groenbestrijding. Vanwege een te kort aan metingen kon dit echter niet statistisch getest worden. Ook is er een positief effect van het vervangen van de zakken op de conditie en vorm van oesterbroed. Op de mortaliteit van oesterbroed heeft het verwijderen van aangroei geen effect. Voor de halfwas oesters heeft het verwijderen van aangroei geen effect op de vorm, conditie en overleving van de oesters. In het algemeen kan daarom op basis van de resultaten van deze studie gezegd worden dat groenbestrijding alleen effectief is bij zakken met oesterbroed. Het vervangen van de zakken is daarbij waarschijnlijk de beste strategie. Uit vergelijkbaar onderzoek komt naar voren dat 1 a 2 keer bestrijden per seizoen optimaal is, en dat de timing daarvan het beste afgestemd kan worden op de voortplantingscyclus van de biofouling organismen. Dit zou in vervolgstudies nader onderzocht moeten worden.
Shared Innovation Space for Sustainable Productivity of Grasslands in Europe : Inno4Grass deliverable no. 3.1
Golinski, P. ; Pol, A. van den; Golinska, B. ; Paszkowski, A. ; Nilsdotter-Linde, N. ; O'Donovan, M. ; Porqueddu, C. ; Czerwińska, A. ; Delaite, B. ; Bauer, A. ; Florian, C. ; Baste, F. ; Fradin, J. ; Gauder, P. ; Kort, H. de; Krause, A. - \ 2017
Inno4Grass - 17 p.
Kort interview over ernst essentaksterfte
Hiemstra, Jelle - \ 2017
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.