Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 36

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: q=Krul
    Check title to add to marked list
    Steenmeel in droge bossen
    Bloem, J. ; Vries, W. de; Weijters, Maaike ; Jong, J.J. de; Krul, L. - \ 2019
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Infoblad Veldwerkplaats ) - 4 p.
    Op grote schaal treedt op de hogere zandgronden verminderde vitaliteit van bomen en zelfs sterfte van eiken op. Dit komt vooral door droogte en verzuring. Het gebruik van steenmeel in droge bossen zou een oplossing kunnen zijn voor de nadelige effecten van verzuring. In een driejarig OBN-onderzoek is een literatuurstudie gedaan en zijn experimenten uitgevoerd in Het Nationale Park De Hoge Veluwe en in het Mastbos (Breda). In deze veldwerkplaats zijn de resultaten gepresenteerd van dit onderzoek naar het effect van steenmeel op de vitaliteit, groei en vegetatie van eiken, op de bodem- en de bladchemie en op het bodemleven in eikenbossen. Het toepassen van steenmeel lijkt veelbelovend na drie jaar experimenteren, maar meer onderzoek is gewenst. Aan een Plan van Aanpak voor de toediening van steenmeel in de praktijk wordt gewerkt. In het Nationale Park De Hoge Veluwe zijn de experimenten en andere eikenpercelen in de praktijk bekeken en bediscussieerd.
    Levensmiddelenverpakkingen gemaakt van oud-papier en karton: migratie van minerale oliën : Rapportage vanuit het additioneel onderzoek-pakket binnen TiFN SD002 in opdracht van KIDV
    Thoden van Velzen, E.U. ; Leeman, W.R. ; Krul, L. - \ 2018
    Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Wageningen Food & Biobased Research report 1764) - ISBN 9789463438506 - 62
    This report gives an overview of the scientific literature on the migration of undesired substances from packages made from recycled paper & board to foodstuffs with a focus on mineral oils. The knowledge is placed into an independent scientific perspective with regard to analysis, technology, legislation and sources by Wageningen Food & Biobased Research (WFBR) and with regard to exposure, toxicology and risk assessment by TNO (organisation for applied scientific research).
    Prediction of the carcinogenic potential of human pharmaceuticals using repeated dose toxicity data and their pharmacological properties
    Laan, Jan Willem van der; Buitenhuis, Wenny H.W. ; Wagenaar, Laura ; Soffers, Ans E.M.F. ; Someren, Eugene P. van; Krul, Cyrille A.M. ; Woutersen, Ruud A. - \ 2016
    Frontiers in Medicine 3 (2016)OCT. - ISSN 2296-858X
    Carcinogenicity - Histopathology - Human pharmaceuticals - Pharmacology - Predictivity

    In an exercise designed to reduce animal use, we analyzed the results of rat subchronic toxicity studies from 289 pharmaceutical compounds with the aim to predict the tumor outcome of carcinogenicity studies in this species. The results were obtained from the assessment reports available at the Medicines Evaluation Board of the Netherlands for 289 pharmaceutical compounds that had been shown to be non-genotoxic. One hundred forty-three of the 239 compounds not inducing putative preneoplastic lesions in the subchronic study did not induce tumors in the carcinogenicity study [true negatives (TNs)], whereas 96 compounds were categorized as false negatives (FNs) because tumors were observed in the carcinogenicity study. Of the remaining 50 compounds, 31 showed preneoplastic lesions in the subchronic study and tumors in the carcinogenicity study [true positives (TPs)], and 19 only showed preneoplastic lesions in subchronic studies but no tumors in the carcinogenicity study [false positives (FPs)]. In addition, we then re-assessed the prediction of the tumor outcome by integrating the pharmacological properties of these compounds. These pharmacological properties were evaluated with respect to the presence or absence of a direct or indirect proliferative action. We found support for the absence of cellular proliferation for 204 compounds (TN). For 67 compounds, the presence of cellular hyperplasia as evidence for proliferative action could be found (TP). Therefore, this approach resulted in an ability to predict non-carcinogens at a success rate of 92% and the ability to detect carcinogens at 98%. The combined evaluation of pharmacological and histopathological endpoints eventually led to only 18 unknown outcomes (17 categorized as FN and 1 as FP), thereby enhancing both the negative and positive predictivity of an evaluation based upon histopathological evaluation only. The data show the added value of a consideration of the pharmacological properties of compounds in relation to potential class effects, both in the negative and positive direction. A high negative and a high positive predictivity will both result in waiving the need for conducting 2-year rat carcinogenicity studies, if this is accepted by Regulatory Authorities, which will save large numbers of animals and reduce drug development costs and time.

    Prediction of carcinogenic potential of chemicals using repeated-dose (13-week) toxicity data
    Woutersen, Ruud A. ; Soffers, Ans E.M.F. ; Kroese, E.D. ; Krul, Cyrille A.M. ; Laan, Jan Willem van der; Benthem, Jan van; Luijten, Mirjam - \ 2016
    Regulatory Toxicology and Pharmacology 81 (2016). - ISSN 0273-2300 - p. 242 - 249.
    Carcinogenicity - Non-genotoxic carcinogens - Predictivity - Preneoplastic lesions - Rat - Risk assessment - Sub-chronic toxicity - Tumours

    Sub-chronic toxicity studies of 163 non-genotoxic chemicals were evaluated in order to predict the tumour outcome of 24-month rat carcinogenicity studies obtained from the EFSA and ToxRef databases. Hundred eleven of the 148 chemicals that did not induce putative preneoplastic lesions in the sub-chronic study also did not induce tumours in the carcinogenicity study (True Negatives). Cellular hypertrophy appeared to be an unreliable predictor of carcinogenicity. The negative predictivity, the measure of the compounds evaluated that did not show any putative preneoplastic lesion in de sub-chronic studies and were negative in the carcinogenicity studies, was 75%, whereas the sensitivity, a measure of the sub-chronic study to predict a positive carcinogenicity outcome was only 5%. The specificity, the accuracy of the sub-chronic study to correctly identify non-carcinogens was 90%. When the chemicals which induced tumours generally considered not relevant for humans (33 out of 37 False Negatives) are classified as True Negatives, the negative predictivity amounts to 97%. Overall, the results of this retrospective study support the concept that chemicals showing no histopathological risk factors for neoplasia in a sub-chronic study in rats may be considered non-carcinogenic and do not require further testing in a carcinogenicity study.

    The Isolated Chicken Eye test to replace the Draize test in rabbits : from development to implementation: “The long and winding road”
    Prinsen, M.K. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Ruud Woutersen; C.F.M. Hendriksen, co-promotor(en): C.A.M. Krul. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570030 - 184
    ogen - konijnen - kippen - laboratoriumdieren - alternatieven voor dierproeven - dierproeven - toxiciteit - toxicologie - histopathologie - dierenwelzijn - eyes - rabbits - fowls - laboratory animals - animal testing alternatives - animal experiments - toxicity - toxicology - histopathology - animal welfare
    Dit proefschrift beschrijft de ontwikkeling, optimalisatie, validatie (binnen TNO) en toepassing van een alternatieve test met geïsoleerde ogen van kippen (de Isolated Chicken Eye, kortweg de ICE test) en in bredere zin de internationale validatie en acceptatie van de ICE test door overheidsinstanties.
    De krul moet terug in de varkensstaart
    Bracke, M.B.M. - \ 2011
    De krul moet terug in de varkensstaart : dier & welzijn
    Zonderland, J. ; Kluivers-Poodt, M. - \ 2010
    V-focus 7 (2010)5A. - ISSN 1574-1575 - p. 20 - 21.
    dierenwelzijn - staartbijten - varkenshouderij - couperen van de staart - animal welfare - tail biting - pig farming - docking
    Het ministerie van LNV wil binnen vijftien jaar alle ingrepen bij dieren tot het verleden laten behoren. Het couperen van de staarten van varkens is zo’n ingreep. Stoppen met couperen is op veel bedrijven nu (nog) geen optie vanwege staartbijten. Wageningen UR Livestock Research onderzoekt hoe bijterij op varkensbedrijven kan worden beperkt en op termijn de krulstaart terug kan komen.
    Van effectief afleidingsmateriaal naar krulstaart
    Zonderland, J. ; Bracke, M.B.M. ; Vermeer, H.M. ; Greef, K.H. de - \ 2010
    V-focus 7 (2010)4. - ISSN 1574-1575 - p. 38 - 39.
    varkenshouderij - varkens - wetgeving - diergedrag - dierenwelzijn - speelgoed - Nederland - pig farming - pigs - legislation - animal behaviour - animal welfare - toys - Netherlands
    Voor veel varkenshouders is het verstrekken van afleidingsmateriaal simpelweg het voldoen aan wetgeving. Maar er is meer. Van effectief afleidingsmateriaal is bekend dat de kans op ongewenst gedrag, zoals staart- of oorbijten afneemt en de krul terug in de staart kan. Maar hoe ziet effectief afleidingsmateriaal eruit en wat zijn de praktische consequenties? Bekijk de wereld door de 'snuit' van het varken.
    Ons Boerenland
    Bieleman, J. ; Bruijn, J. de; Heijden, C. van der; Krul, S. ; Rooijakkers, G. ; Siemens, H. - \ 2009
    Zwolle : Waanders - ISBN 9789040086564 - 400
    plattelandssamenleving - boeren - boerengezinnen - landbouwhuishoudens - nederland - geschiedenis - agrarische geschiedenis - rural society - farmers - farm families - agricultural households - netherlands - history - agricultural history
    Ons Boerenland is een aangepaste en geactualiseerde boekuitgave van het eerder uitgegeven verzamelwerk in 35 afleveringen (uitgave in samenwerking met de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO)). Dit lijvig boekwerk is tevens voorzien van een zakenregister. Van arenlezen, via bakhuis, crisisvarkenswet, duivelsknol, eiermijn, Flipje Tiel tot stolp, trekossen, vlasteelt, wereldcrisis tot zuivelfabriek
    Anderhalve eeuw werken op het land
    Bieleman, J. - \ 2009
    In: Ons boerenland / Bieleman, J., de Bruijn, J., van Heijden, C., Krul, S., Rooijakkers, G., Siemens, H., Zwolle : Waanders - ISBN 9789040086564 - p. 7 - 30.
    Beheersing van valse meeldauw in de akkerbouwmatige teelt van peterselie
    Mheen, H.J.C.J. van der; Lamers, J.G. - \ 2009
    Lelystad : PPO AGV (PPO rapport ) - 27
    petroselinum - peterselie - plasmopara - meeldauw - plantenziektebestrijding - fungiciden - zaaidichtheid - akkerbouw - petroselinum - parsley - plasmopara - mildews - plant disease control - fungicides - sowing rates - arable farming
    Sinds 2002 wordt de Nederlandse akkerbouwmatige peterselieteelt bedreigd door aantasting van valse meeldauw, Plasmopara petroselina. In veldonderzoek uitgevoerd in 2007 en 2008 werd de invloed van zaaidichtheden beproefd en werd nagegaan of er chemische middelen waren die de aantasting konden beperken of volledig tegengaan. Hierbij werden de bestaande toegelaten middelen getest in de volle dosering kort na de oogst en werd een split-up dosering beproefd met de helft van het middel kort na de voorafgaande oogst en de andere helft ongeveer een week na de oogst. In 2007 werd een verschil geconstateerd in de grootte van valse meeldauw sporen afkomstig van platte- en krulpeterselie. Het onderscheid is dusdanig dat er mogelijk van verschillende valse meeldauw soorten moet worden gesproken. De zaaidichtheid had geen invloed op de valse meeldauw aantasting. In de eerste oogst was er sprake van een opbrengsteffect, maar in de totaalopbrengst over het jaar waren er geen betrouwbare verschillen. Toepassing van Daconil (vol en split-up) en Middel 1 (vol) gaf in 2007 een verminderde valse meeldauw (VDM) score. In 2008 gaven beide middelen alleen in de split-up toepassing een duidelijke initiële bescherming. De volle dosering van Paraat had geen betrouwbaar effect op de aantasting in 2007 en 2008. De Paraat split-up toepassing werkte beter en leek in 2008 enige bescherming te bieden bij aanvang van de besmetting. Hetzelfde gold voor de in dat jaar beproefde volle dosering van Middel 2. Fosfiet bladbemesting was in beide jaren weinig effectief. De toepassing van het fungicide Middel 3 bleek in 2008 het meest effectief in de bescherming van peterselie tegen valse meeldauw, tot werkelijk aan het eind van het seizoen toe. De bespuitingen hadden geen (fytotoxisch) effect op de fysieke opbrengst aan krul- of platte peterselie.
    In Raalte hebben varkens een krul in de staart
    Dijk, H. ; Livestock Research, - \ 2006
    De stentor : Apeldoornse courant (2006). - p. 7 - 7.
    De geschiedenis van het Boerenleven in Nederland
    Bieleman, J. ; Bruijn, J. de; Heijden, C. van der; Krul, S. ; Rooijakkers, G. ; Siemes, H. - \ 2006
    Zwolle : Waanders (Boerenleven 1)
    plattelandssamenleving - boeren - boerengezinnen - nederland - geschiedenis - agrarische geschiedenis - rural society - farmers - farm families - netherlands - history - agricultural history
    De serie (in samenwerking met SHBO Arnhem gepubliceerd) richt zich met name op de laatste anderhalve eeuw. Het geeft via thema's een beeld van de agrarische geschiedenis. Elk deel is rijjkelijk voorzien met illustraties van schilderijen, posters, foto's etc. Ook komt binnen elk thema iemand uit de hedendaagse praktijk aan het woord. Apart is er aandacht voor de eerste wereldoorlog
    Anderhalve eeuw werken op het land
    Bieleman, J. - \ 2006
    In: De geschiedenis van het Boerenleven in Nederland / Bieleman, J., de Bruin, J., van der Heijden, C., Krul, S., Rooijakkers, G., Siemes, H., Zwolle : Waanders (Boerenleven I) - ISBN 9789040019562 - 30 p.
    Expression profiling of colon cancer cell lines and colon biopsies: Towards a screening system for potential cancer-preventive compounds
    Erk, M.J. van; Krul, C.A.M. ; Caldenhoven, E. ; Stierum, R.H. ; Peters, W.H. ; Woutersen, R.A. ; Ommen, B. van - \ 2005
    European journal of cancer prevention 14 (2005)5. - ISSN 0959-8278 - p. 439 - 457.
    colorectal-cancer - gene-expression - carcinoma cells - cpg island - c-myc - mutations - p53 - adenocarcinoma - apoptosis - growth
    Interest in mechanisms of colon cancer prevention by food compounds is strong and research in this area is often performed with cultured colon cancer cells. In order to assess utility for screening of potential cancer-preventive (food) compounds, expression profiles of 14 human cell lines derived from colonic tissue were measured using cDNA microarrays with 4000 genes and compared with expression profiles in biopsies of human colon tumours and normal tissue. Differences and similarities in the gene expression profiles of the cell lines were analysed by clustering and principal component analysis (PCA). Cytoskeleton genes and immune response genes are two functional classes of genes that contributed to the differences between the cell lines. A subset of 72 colon cancer-specific genes was identified by comparing expression profiles in human colon biopsies of tumour tissue and normal tissue. A separation of the cell lines based on the tumour stage of the original adenocarcinoma was observed after PCA of expression data of the subset of colon cancer-specific genes in the cell lines. The results of this study may be useful in the ongoing research into mechanisms of cancer prevention by dietary components.
    Do aberrant crypt foci have predictive value for the occurrence of colorectal tumours? Potential of gene expression profiling in tumours
    Wijnands, M.V.W. ; Erk, M.J. van; Doornbos, R.P. ; Krul, C.A.M. ; Woutersen, R.A. - \ 2004
    Food and Chemical Toxicology 42 (2004)10. - ISSN 0278-6915 - p. 1629 - 1639.
    dietary wheat bran - induced intestinal carcinogenesis - human colon-cancer - azoxymethane-treated rats - dehydrated citrus fiber - chain fatty-acids - f344 rats - tissue inhibitor - fischer-344 rats - cell-proliferation
    The effects of different dietary compounds on the formation of aberrant crypt foci (ACF) and colorectal tumours and on the expression of a selection of genes were studied in rats. Azoxymethane-treated male F344 rats were fed either a control diet or a diet containing 10% wheat bran (WB), 0.2% curcumin (CUR), 4% rutin (RUT) or 0.04% benzyl isothiocyanate (BIT) for 8 months. ACF were counted after 7, 15 and 26 weeks. Tumours were scored after 26 weeks and 8 months. We found that the WB and CUR diets inhibited the development of colorectal tumours. In contrast, the RUT and BIT diets rather enhanced (although not statistically significantly) colorectal carcinogenesis. In addition, the various compounds caused different effects on the development of ACF. In most cases the number or size of ACF was not predictive for the ultimate tumour yield. The expression of some tumour-related genes was significantly different in tumours from the control group as compared to tumours from the treated groups. It was concluded that WB and CUR, as opposed to RUT and BIT, protects against colorectal cancer and that ACF are unsuitable as biomarker for colorectal cancer. Effects of the different dietary compounds on metalloproteinase 1 (TIMP-1) expression correlated well with the effects of the dietary compounds on the ultimate tumour yield.
    Staarthouding voorspelt staartbijten
    Zonderland, J.J. ; Timmerman, G. - \ 2004
    Praktijkkompas. Varkens 2004 (2004). - ISSN 1570-8578 - p. 4 - 5.
    varkens - staartbijten - preventie - diergedrag - pigs - tail biting - prevention - animal behaviour
    De staarthouding van ongecoupeerde varkens kan een uitbraak van staartbijten voorspellen. Twee tot drie dagen voor een staartbijtuitbraak zijn er minder dieren met een krul in de staart en meer die hun staart tussen de (achter)poten geklemd houden. Dit blijkt uit onderzoek op het Praktijkcentrum Lelystad
    Een krul in de staart blijft lastig
    Zonderland, J. - \ 2002
    Praktijkkompas. Varkens 16 (2002)4. - ISSN 1570-8578 - p. 9 - 9.
    varkenshouderij - varkens - biggen - staartbijten - couperen van de staart - diergedrag - preventie - abnormaal gedrag - pig farming - pigs - piglets - tail biting - docking - animal behaviour - prevention - abnormal behaviour
    Op het Praktijkcentrum Lelystad worden staarten van biggen niet gecoupeerd. Het ging een jaar goed, maar onlangs is er toch staartbijten geconstateerd.
    Scharrelvarkenshouderij
    Spoolder, H. ; Plagge, G. ; Vermeer, H. ; Mul, M. ; Huiskes, J. ; Huijben, J. ; Asseldonk, M. van; Vermeij, I. ; Roelofs, P. ; Bouwkamp, F. - \ 2001
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (Themaboek 50) - 84
    varkens - varkenshouderij - varkensstallen - diergezondheid - pigs - pig farming - pig housing - animal health
    Voor u ligt het themaboek over de scharrelvarkenshouderij.De houderij en productie van scharrelvarkensvlees is meer dan het voldoen aan een aantal ‘voorschriften ’ met betrekking tot huisvesting en management.Het is een andere manier van varkens houden,waarbij het welzijn van het scharrelvarken centraal staat.Denk hierbij aan de bewegingsvrijheid van de zeug in de kraamfase,het houden van biggen en vleesvarkens met een ‘krul ’ in de staart en het gebruik van stro bij alle diercategorieën.Het managen van een scharrelvarkenshouderijbedrijf vereist niet alleen een hoog niveau aan technische vakkennis,maar ook uitermate veel gevoel voor de belevingswereld van het varken. In dit themaboek wordt echter met name de technische vakkennis van het houden van scharrelvarkens belicht.Deze is opgetekend aan de hand van de resultaten van praktijkonderzoek op het Praktijkcentrum Raalte,ervaringen van scharrelvarkensbedrijven in de praktijk en vergelijkbare houderijvormen in het buitenland.In de verschillende hoofdstukken komt de beschikbare kennis van de verschillende aspecten (zoals milieu,economie,e.d.)aan de orde. Ook zijn de knelpunten benoemd die de ontwikkeling van een concurrerende scharrelvarkenshouderij belemmeren.In toekomstig (praktijk)onderzoek van het Praktijkonderzoek Veehouderij en collega-instellingen binnen Wageningen UR worden hiervoor oplossingen gezocht in samenwerking met de praktijk. Het themaboek biedt tevens veel informatie voor gangbare varkenshouders die overwegen om te schakelen naar de scharrelvarkenshouderij of elementen (bijv.stro)hiervan toe te passen in het huidige gangbare houderijsysteem.Het Praktijkonderzoek Veehouderij voorziet met het themaboek in een behoefte van een brede groep varkenshouders die inspeelt op veranderende wensen vanuit de maatschappij en nieuwe kansen in de markt.
    Multi-frequency backscatter modelling of bare soil: Attema, Kats & Krul model applied on Agriscott 1987 data.
    Leeuwen, H.J.C. van - \ 1992
    Unknown Publisher (BCRS Report NRSP-1, 91-43) - 55 p.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.