Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 19 / 19

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Loeb
Check title to add to marked list
Ontwikkeling broekbossen
Runhaar, J. ; Verdonschot, R.C.M. ; Swinkels, C. ; Lucassen, E.C.H.E.T. ; Loeb, R. ; Smolders, A.J.P. - \ 2019
Wageningen : KNNV Publishing (Rapport / Vereniging van Bos-en Natuurterreineigenare nr. 2019/OBN227-BE) - 142
Het doel van het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) is het ontwikkelen, verspreiden en benutten van kennis voor terreinbeheerders over natuurherstel, Natura 2000, PAS, leefgebiedenbenadering en ontwikkeling van nieuwe natuur. In het kader van Natura 2000 worden in Europees perspectief zeldzame soorten en vegetatietypen in Nederland beschermd. Deze studie heeft zich gericht op voor beekdalen kenmerkende broekbossen, die vallen onder het habitatsubtype H91E0_C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen). Het gaat daarbij met name om door Zwarte els (Alnus glutinosa) gedomineerde broekbossen. De vraag die in deze studie centraal stond is welke invloed nutriëntenbeschikbaarheid heeft op vegetatie en fauna van broekbossen en daarmee op de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bostypen op voormalige landbouwgronden in beekdalen. De nadruk in deze studie ligt op de nutriëntenhuishouding en op de invloed die voormalig landgebruik en overstroming via de nutriëntenhuishouding hebben op de soortenrijkdom in broekbossen. Daarnaast wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de invloed van de vegetatiestructuur op de soortensamenstelling van de macrofauna. Dit onderzoek bevat ook een experiment met het toedienen ijzerhoudend drinkwaterslib dat vrijkomt bij productie van drinkwater. Dit experiment had tot doel om na te gaan of toediening van dit slib ook in natte organische bodems een geschikte maatregel is om fosfaat te binden. De resultaten laten zien dat het mogelijk is de mobilisatie van fosfaat succesvol tegen te gaan door de toediening van ijzer- en kalkrijk slib. Dit onderdeel is mogelijk gemaakt door financiering en medewerking van Brabant Water. De rest van de conclusies en aanbevelingen leest u in hoofdstuk 7.
Naar een Actieplan Heischrale graslanden : hoe behouden en herstellen we heischrale graslanden in Nederland?
Zee, Friso van der; Bobbink, Roland ; Loeb, Roos ; Wallis de Vries, Michiel ; Oostermeijer, Gerard ; Luijten, Sheila ; Graaf, Maaike de - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2812) - 135
graslanden - graslandbeheer - ecologisch herstel - habitats - grasslands - grassland management - ecological restoration
Heischraal grasland is een van oorsprong soortenrijk ecosysteem in het zandlandschap, het heuvellandschap en de duinen. De staat van instandhouding van de habitattypen H6230 en H2130C (waar dit ecosysteem in Nederland wordt verdeeld) is slecht, met name de droge varianten. Dat is extra zorgelijk, omdat het om prioritaire habitattypen gaat, dat wil zeggen dat er extra aandacht moet zijn voor het zo spoedig mogelijk bereiken van een gunstige staat van instandhouding. Er is landelijk gezien nog maar 30-40 ha redelijk ontwikkeld heischraal grasland over. Veel heischrale graslanden, ook die er qua soortensamenstelling nog relatief goed uitzien, zijn sterk verzuurd. Door menselijke aanvoer van eerst zwavel en nu stikstof is de zuurbuffering in de bodem ernstig aangetast, en monitoring van de stikstofbelasting laat zien dat deze nog nauwelijks is verminderd.
Tussenrapport 2e fase O+BN hellingschraallanden onderzoek, resultaten 2e jaar, mei 2011-mei 2012
Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Kuper, J. ; Loeb, R. ; Huiskes, H.P.J. ; Dimmers, W.J. ; Bobbink, R. ; Siepel, H. - \ 2012
Nijmegen : Stichting Bargerveen - 51 p.
Tussenrapport 2e fase O+BN hellingschraallanden onderzoek, resultaten 1e jaar, mei 2010-mei 2011
Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Kuper, J. ; Loeb, R. ; Huiskes, H.P.J. ; Dimmers, W.J. ; Bobbink, R. ; Siepel, H. - \ 2011
Nijmegen : Stichting Bargerveen (rapport 2011.072 ) - 75 p.
De landschapsleutel : een leidraad voor een landschapsanalyse
Kemmers, R.H. ; Delft, S.P.J. van; Riel, M.C. van; Hommel, P.W.F.M. ; Jansen, A.J.M. ; Klaver, B. ; Loeb, R. ; Runhaar, J. ; Smeenge, H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2140)
landschap - landschapsecologie - landgebruik - natuur - transformatie - standplaatsfactoren - vegetatie - bodemgeschiktheid - natuurontwikkeling - aquatische ecologie - terrestrische ecologie - landtypen - landscape - landscape ecology - land use - nature - transformation - site factors - vegetation - soil suitability - nature development - aquatic ecology - terrestrial ecology - land types
De Landschapsleutel beoogt een praktisch instrument te zijn om te beoordelen welke aquatische of terrestrische natuur-ontwikkelingpotenties waar aanwezig zijn bij de omvorming van voormalige landbouwgrond naar nieuwe natuur. De landschapsleutel maakt deel uit van een Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA), ontsluit ruimtelijke patrooninformatie, is vormgegeven in een digitale omgeving en opgebouwd uit een aantal onderdelen: 1) Een kennissysteem waarbij op basis van vragenlijsten primaire standplaatsen of aquatische systeemtypen worden geïdentificeerd en aangegeven wordt welke vegetatietypen of aquatische gemeenschappen daar in potentie tot ontwikkeling kunnen worden gebracht; 2) Referentie databases met vereiste rand¬voorwaarden voor de ontwikkeling van de potentiële vegetatie- en watertypen; 3) Protocollen voor het vaststellen van de actuele toestand van de betreffende randvoorwaarden; 4) Een evaluatiemethode om de actuele toestand te vergelijken met de vereiste toestand; 5) Richtlijnen voor inrichtingsmaatregelen om de actuele toestand in overeenstemming te brengen met de vereiste toestand. De Landschapsleutel veronderstelt een bepaalde ordening in het landschap volgens zgn. primaire (of onveranderlijke) ecosysteemfactoren. In de onveranderlijke eigenschappen ligt de sleutel tot inschatting van de natuurontwikkelingsmogelijkheden bij omvorming van landbouw naar natuur.
Sturen op fosfor of stikstof voor verbetering ecologische kwaliteit van zoete wateren
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Kragt, F. ; Grinsven, H. van - \ 2010
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2010)22. - ISSN 0166-8439 - p. 32 - 34.
oppervlaktewater - zoetwaterecologie - fosfor - stikstof - fosfaat - emissie - eutrofiëring - literatuuroverzichten - waterkwaliteit - ecologie - oppervlaktewaterkwaliteit - aquatische ecosystemen - surface water - freshwater ecology - phosphorus - nitrogen - phosphate - emission - eutrophication - literature reviews - water quality - ecology - surface water quality - aquatic ecosystems
In de Nederlandse uitwerking van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt ervan uitgegaan dat zoete wateren door fosfor gelimiteerd worden. Uit internationale wetenschappelijke literatuur blijkt echter dat in zoet water ook limitatie door stikstof, silicium en koolstof voor kan komen. Voor (blauw)algen, en daarmee voor de zwem- en drinkwaterkwaliteit, is vooral fosfor van belang, maar voor de diversiteit van ondergedoken waterplanten en de vegetatie van oevers en moerassen blijkt ook stikstof erg belangrijk te zijn. Het risico van een te sterke nadruk van het beleid op reductie van fosforemissies is dat de waterbeheerders in Nederland de verbetering van de ecologische kwaliteit van zoete wateren, zoals vereist voor de KRW, niet bereiken
Milieucondities van aquatische beheertypen
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2090) - 142
rivieren - waterlopen - meren - laagveengebieden - brakwater - waterkwaliteit - bedrijfsvoering - voedingsstoffen - zoetwaterecologie - nederland - kaderrichtlijn water - abiotiek - rivers - streams - lakes - fens - brackish water - water quality - management - nutrients - freshwater ecology - netherlands - water framework directive - abiotic conditions
Voor de beheertypen van Index-NL is invulling gegeven aan de kwaliteitsaspecten van de aquatische typen. De kwaliteit in de Index-NL typen wordt afgemeten aan de (1) biotische natuur, (2) milieucondities, (3) ruimtelijke samenhang, (4) structuur en beheer, en (5) natuurlijke processen. In deze eerste fase is gewerkt aan de milieucondities. De milieucondities zijn afgeleid uit verschillende bronnen cq. eerder beschreven typologieën, vooral het Aquatisch Supplement en de Kaderrichtlijn Water. In dit rapport is extra aandacht gegeven aan de Kaderrichtlijn Water omdat de beheertypen hier bij voorkeur goed op aan sluiten. Uiteindelijk is per beheertype een overzicht gegeven van de abiotische condities voor de kwaliteitsklassen ‘goed’, ‘matig’ en ‘slecht’. Waar nodig zijn de beheertypen onderverdeeld in subtypen, om homogenere condities te kunnen omschrijven. Voor het opstellen van de condities is waar mogelijk aangesloten bij de getoetste waarden van de Kaderrichtlijn Water. Voor verschillende beheertypen zijn verschillende parameters gebruikt bij het beschrijven van de kwaliteitsklasse, omdat het afhankelijk is van het systeem welke parameters in praktijk sturend zijn.
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. III. Zuurstof als sleutelfactor in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Hoorn, M.W. van den; Dekkers, T.B.M. ; Sinkeldam, J.A. ; Waasdorp, C.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1852) - 73
sloten - veengebieden - milieufactoren - zuurstof - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - gammarus pulex - asellus aquaticus - nederland - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - peatlands - environmental factors - oxygen - water quality - freshwater ecology - netherlands
Dit rapport beschrijft onderzoek naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Laagveensloten vertonen in de zomer zeer lage zuurstofconcentraties aan de bodem door het optreden van temperatuurstratificatie. Uit experimenten bleek dat lage zuurstofconcentraties aan de bodem ervoor kunnen zorgen dat dieren naar zuurstofrijkere waterlagen migreren waar ze beter kunnen overleven. Kortdurende zuurstofarme periodes kunnen ook onderin de waterkolom overbrugd worden. Als zuurstofconcentraties als gevolg van een slechte waterkwaliteit langdurig over de hele waterkolom laag zijn, verschuift de macrofaunagemeenschap naar een gemeenschap met meer poly- en alfa-mesosprobe soorten
Complexiteit van nutriëntenlimitaties in oppervlaktewateren
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 128)
eutrofiëring - voedingsstoffen - oppervlaktewater - ecohydrologie - beperkende factoren - koolstof - fosfor - stikstof - silicium - fytoplankton - algen - cyanobacteriën - kwaliteitscontroles - kaderrichtlijn water - aquatische ecosystemen - eutrophication - nutrients - surface water - ecohydrology - limiting factors - carbon - phosphorus - nitrogen - silicon - phytoplankton - algae - cyanobacteria - quality controls - water framework directive - aquatic ecosystems
Voor het oplossen van eutrofiëringsproblemen is het van belang te weten welk nutriënt er sturend is voor het optreden van deze effecten. In aquatische systemen is de bepaling van het groeilimiterende (sturende) nutriënt lastig, doordat toename van dit nutriënt niet noodzakelijkerwijs gepaard gaat met biomassatoename vanwege interacties met lichtlimitatie. Uit literatuur blijkt dat fosfor, zoals werd aangenomen, het nutriënt is dat het vaakst limiterend is voor algenbloei. Ook limitering door stikstof, koolstof en silicium komen echter voor. Voor het behoud van karakteristieke soorten water- en oeverplanten en van de biodiveristeit, zoals wordt vereist door de Kaderrichtlijn Water, is stikstof echter ook van groot belang.
Effecten van herinrichtingsmaatregelen in laagveensloten II Kortetermijneffecten en tweede beschrijving nulsituatie
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Wiggers, R. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1828) - 69
sloten - veengebieden - herstel - waterplanten - bacillariophyta - waterkwaliteit - nederland - macrofauna - ecologisch herstel - noordwest-overijssel - ditches - peatlands - rehabilitation - aquatic plants - water quality - netherlands - ecological restoration
Dit rapport beschrijft de kortetermijneffecten en de nulsituatie van een aantal herinrichtingsprojecten in voormalige landbouwgebieden in De Wieden. In de sloten van deze gebieden zijn de waterchemie, macrofyten, diatomeeën en macrofauna gemonitord. De goede ecologische ontwikkeling van de referentiegebieden die 10 jaar geleden heringericht zijn, gaf aan dat de potentie van de her in te richten gebieden hoog ligt. De geplande ontwikkeling van rietmoeras in de her in te richten gebieden kan aquatisch een waardevolle aanvulling geven op de huidige ecologische waarden. De geplande aansluiting van de nog her in te richten gebieden op de boezem, zal een positieve uitwerking hebben op de waterchemie, hoewel hiervoor isolatie ook van belang is. Na herinrichting is het van belang om ecologische doelen langdurig te blijven monitoren, omdat er meestal binnen de eerste paar jaar nog geen stabiele situatie ontstaat.
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. II.Jaarfluctuaties in sleutelfactoren in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1827) - 59
sloten - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - eutrofiëring - zuurstof - veengebieden - nederland - herstel - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - freshwater ecology - water quality - eutrophication - oxygen - peatlands - netherlands - rehabilitation
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. Dit rapport beschrijft onderzoek dat gedaan is naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Het onderzoek is uitgevoerd in vier deelgebieden in de Wieden, die in een gradiënt van sterke beïnvloeding (eutrofiëring) naar een meer natuurlijke situatie lagen. Gedurende het jaar zijn vier meerdaagse zuurstofmetingen per sloot uitgevoerd. Hieruit bleek dat de zuurstofconcentraties vooral aan de bodem erg laag konden worden, ongeacht de mate van eutrofiëring. Oorzaak hiervan was temperatuurstratificatie, die in de meeste sloten gedurende het grootste deel van het jaar zeer frequent optrad. Vervolgonderzoek naar de precieze invloed van deze stratificatie op de macrofauna in de sloot wordt aanbevolen
Effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewaterkwaliteit : een casestudie in twee natuurgebieden
Verdonschot, P.F.M. ; Loeb, R. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1752) - 51
grondwater - oppervlaktewater - kwel - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - nederland - overijssel - noordwest-overijssel - twente - groundwater - surface water - seepage - water quality - freshwater ecology - netherlands
In dit rapport worden de mogelijke effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewateren op een rij gezet. Het rapport beschrijft de effecten die kwel kan hebben op de chemische samenstelling van het oppervlaktewater en hoe de chemie van het oppervlaktewater doorwerkt op aquatische ecosystemen. Voor alle ionen die regelmatig in oppervlaktewater worden gemeten is nagegaan hoe het in het oppervlaktewater terecht kan zijn gekomen en of het ion bruikbaar is als indicatie voor grondwaterinvloed op oppervlaktewater. Aan de hand van twee casestudies in natuurgebieden (het Springendal en de Wieden ) is de invloed van grondwater op de locale oppervlaktewaterkwaliteit geëvalueerd. Voor de beoordeling van de invloed van grondwater op het oppervlaktewater is een gedegen kennis van het gebied nodig. Ook is de aanvoer van grondwater niet één-op-één te relateren aan sturende factoren voor het ecosysteem.
On biogeochemical processes influencing eutrophication and toxicity in riverine wetlands
Loeb, R. - \ 2008
Radboud University Nijmegen. Promotor(en): J.G.M. Roelofs, co-promotor(en): L.P.M. Lamers. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789090235455 - 173
bodemeigenschappen - biogeochemie - inundatie - eutrofiëring - toxiciteit - waterkwaliteit - vegetatie - voedingsstoffen - uiterwaarden - rijn - maas - soil properties - biogeochemistry - flooding - eutrophication - toxicity - water quality - vegetation - nutrients - river forelands - river rhine - river meuse
Roos Loeb laat zien dat de water- en bodemkwaliteit in de uiterwaarden niet overal geschikt is om daar nieuwe natuurgebieden aan te leggen, vooral als er de wens ligt om bepaalde karakteristieke en kritische plantensoorten terug te laten keren of zich te laten vestigen. Zij onderzocht de chemische processen in de bodem van natte natuurgebieden en de gevolgen voor de ecologie, zowel in laboratoriumopstelling als in het veld. IJzer blijkt een sleutelrol te spelen in het beschikbaar komen van voedingsstoffen en de vorming van giftige stoffen. Op grond van haar onderzoek adviseert Loeb om ook in de uiterwaarden hier en daar hooilandbeheer toe te passen: met alleen grote grazers winnen overal de snel groeiende planten die veel mest verdragen, en blijven de gewenste plantensoorten weg of sterven uit
Effecten van herinrichtingsmaatregelen in laagveensloten I Beschrijving van de nulsituatie
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1774) - 69
waterlopen - vissen - inventarisaties - sloten - herstel - waterkwaliteit - aquatische ecologie - macrofauna - noordwest-overijssel - streams - fishes - inventories - ditches - rehabilitation - water quality - aquatic ecology
Dit rapport beschrijft de nulsituatie van sloten van vijf deelgebieden in de Wieden waar in de nabije toekomst herstelmaatregelen zullen worden uitgevoerd. De meeste van deze gebieden zijn nu nog als landbouwgebied in gebruik. Van sloten van deze gebieden is de nulsituatie van vegetatie, macrofauna, diatomeeën, vissen en fysisch-chemische karakteristieken vastgelegd. Daarbij zijn het temperatuurverloop, het waterpeil en het electrisch geleidingsvermogen continue bepaald. In de meeste van de geselecteerde gebieden zullen de sloten bij de geplande inrichting niet vergraven worden. Aanvullende rapporten zullen de effecten van de geplande waterstandsverhogingen en herinrichting op de gemeten parameters beschrijven.
Natura 2000 habitattypen in Gelderland
Bijlsma, R.J. ; Janssen, J.A.M. ; Haveman, R. ; Waal, R.W. de; Weeda, E.J. ; Koomen, A.J.M. ; Lammertsma, D.R. ; Loeb, R. ; Maas, G.J. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1769) - 298
habitats - natuurbescherming - vegetatie - plantengeografie - ecologie - kwaliteit - flora - fauna - ecologische beoordeling - gelderland - natura 2000 - nature conservation - vegetation - phytogeography - ecology - quality - ecological assessment
Dit rapport is bedoeld als ecologische bouwsteen voor de beheerplannen van Gelderse Natura 2000 gebieden. Het bevat een nadere en gebiedsspecifieke uitwerking van de profielen van alle Natura 2000 habitattypen in de provincie. Beschreven worden de zogenaamde factsheets: (o.a.) stuifzandheiden, zwak gebufferde vennen, slikkige rivieroevers, droge heiden, jeneverbesstruwelen, heideveentjes, trilvenen, kalkmoerassen, hoogveenbossen, vochtige bossen
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. I. Eerste verkenning in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Hoorn, M.W. van den; Nijboer, R.C. ; Bleeker, M. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1751) - 59
sloten - veengebieden - waterkwaliteit - noordwest-overijssel - aquatische ecosystemen - ditches - peatlands - water quality - noordwest-overijssel - aquatic ecosystems
Dit rapport beschrijft onderzoek dat gedaan is naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Het onderzoek is uitgevoerd in drie deelgebieden in de Wieden, die in een gradiënt van sterke beïnvloeding naar een meer natuurlijke situatie lagen. In deze sloot zijn met continuloggers temperatuurkarakteristieken van zes sloten bepaald. Elke sloot bleek zijn eigen karakteristieken te hebben, samenhangend met waterdiepte, kwel en begroeiing. De macrofaunagemeenschappen van de sloten bleken sterk per locatie te verschillen. Binnen de verschillende habitats van deze sloten waren de verschillen kleiner. Verwacht wordt dat sleutelfactoren daarom meer op slootniveau dan op habitatniveau zullen ingrijpen. In vervolgonderzoek zal de rol van de zuurstofconcentratie in deze systemen uitgebreider onderzocht moeten worden.
Leaf pubescence and two-spotted spider mite webbing influence phytoseiid behavior and population density
Roda, A. ; Nyrop, J. ; English-Loeb, G. ; Dicke, M. - \ 2001
Oecologia 129 (2001). - ISSN 0029-8549 - p. 551 - 560.
Phytoseiid mites, both in agricultural and natural systems, can play an important role in the regulation of herbivorous mites. Host plant traits, such as leaf pubescence, may influence the dynamics between predator and prey. In this study, we examined the influence of leaf surface characteristics (leaf pubescence and two-spotted spider mite webbing) on the behavior of two species of predatory mites, the generalist Typhlodromus pyri and the spider mite specialist Phytoseiulus persimilis. In laboratory trials, T. pyri females consistently spent more time and deposited more eggs on leaf discs from trichome-rich apple varieties compared to relatively trichome-poor varieties. A similar result was found when the choice involved trichome-rich and trichome-poor apple varieties planted into the same pot where leaves were allowed to touch so that the mites could freely move from leaf to leaf. To further explore the effect of structure created by pubescence and to remove possible confounding effects of chemical cues, we added cotton fibers to trichome-free bean leaves. T. pyri females consistently spent more time and deposited more eggs on the side of a glabrous bean leaf with artificial cotton fibers versus the side without added fibers. When given a choice between two densities of cotton fibers, T. pyri females consistently selected the highest density of available fibers in which to to reside and oviposit. T. pyri also preferred cotton fiber configurations in which it could move underneath and access the plant surface. The artificial pubescent leaf was also used to test the effect of leaf hairs and two-spotted spider mite webbing on the behavior of P. persimilis. P. persimilis females preferred residing and ovipositing on surfaces with cotton fibers or two-spotted spider mite webbing than on bean leaf areas without these structures. When presented a choice between cotton fibers or webbing, the behavior of P. persimilis females depended on the cotton fiber density. In a mixed-variety apple orchard, we investigated the relationship between leaf pubescence and phytoseiid density under field conditions. We found a highly significant, positive relationship between density of trichomes on leaves and abundance of T. pyri, whereas spider mite prey numbers were uniformly low and unrelated to trichome density. These field results suggest that the behavioral responses found in our laboratory experiments have population consequences.
Trichomes and spider-mite webbing protect predatory mite eggs from intraguild predation
Roda, A. ; Nyrop, J. ; Dicke, M. ; English-Loeb, G. - \ 2000
Oecologia 125 (2000). - ISSN 0029-8549 - p. 428 - 435.
Predaceous arthropods are frequently more abundant on plants with leaves that are pubescent or bear domatia than on plants with glabrous leaves. We explored the hypothesis that for some predatory mites this is because pubescence affords protection from intraguild predation. In laboratory experiments, we tested whether apple leaf pubescence protected Typhlodromus pyri eggs from predation by western flower thrips, Frankliniella occidentalis. To investigate the effect of pubescence further, we added cotton fibers to trichome-free leaves. We also determined whether webbing produced by Tetranychus urticae protected Phytoseiulus persimilis eggs from predation by F. occidentalis. Predation by thrips on T. pyri eggs oviposited on field-collected pubescent 'Erwin Bauer' apple leaves was significantly less than on glabrous 'Crittenden' apple leaves. Phytoseiid eggs oviposited in the cotton fibers were preyed upon significantly less than those on the trichome-free bean disk. Increasing the cotton fiber density from 5 to 20 fibers only slightly further reduced predation by thrips on T. pyri eggs. Thrips fed upon significantly fewer P. persimilis eggs oviposited in Te. urticae webbing than eggs oviposited on a surface that differed only in the absence of Te. urticae web. We conclude that a complex leaf topography reduces intensity of intraguild predation in this system.
Localisation, purification and partial characterisation of a male accessory gland factor by neuropeptide-specific monoclonal antibody MAC-18 in Leptinotarsa decemlineata.
Smid, H.M. ; Schooneveld, H. - \ 1993
In: Insect neurochemistry and neurophysiology / Borkovec, A.B., Loeb, M.J., London : CRC Press - p. 289 - 292.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.