Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 151

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Oever
Check title to add to marked list
Insulating houses with fibre from pig manure
Nikiforidis, Costas ; Oever, Martien van den - \ 2019
Relative preference for wooden nests affects nesting behaviour of broiler breeders
Oever, Anna C.M. van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, Lotte J.F. van de; Hasan, Md Kamrul ; Aerle, Stephanie M.W. van; Kemp, Bas - \ 2019
Applied Animal Behaviour Science (2019). - ISSN 0168-1591
Behaviour - Broiler breeder - Nest design - Preference test - Welfare

Optimising nest design for broiler breeders has benefits for both the animals and the producers. The welfare of the hens will increase by providing preferred housing, while also reducing eggs laid outside the nests. These floor eggs cause economic losses by compromised automatic egg collection and reduced saleability and hatchability. Attractiveness of nests can involve factors such as seclusion, material and microclimate. In this study, four nest box designs were offered in a relative preference test: a plastic control nest, a plastic nest with a partition to divide the nest in two areas, a plastic nest with a ventilator underneath to create air flow inside the nest and a wooden nest. Six groups of 100 hens and 9 roosters had access to these four nests in a randomised location during the ages of 20 to 34 weeks. Nest and floor eggs were collected five days a week. Camera images from inside the nests made during the ages of 24–25 weeks and 26–27 weeks were analysed for behaviour. This included general activity, nest inspections, nest visits and social interactions. At 32 weeks of age the wooden nests were closed, and the subsequent response of the hens was monitored in terms of number of eggs. We found a clear preference in number of eggs for the wooden nest (69.3 ± 1.0%) compared to the control nest (15.1 ± 0.8%), partition nest (10.2 ± 0.5%) and the ventilator nest (5.4 ± 0.4%; p<0.0001 for difference between all nest designs). The preference for the wooden nest was also reflected in an increased time spent sitting, together with fewer nest inspections and visits per egg laid in the wooden nest. The preference for the wooden nest led to crowding, which caused an increased amount of piling, nest displacement, aggression and head shaking. The fact that the hens were willing to accept the crowded circumstances in these nests, underlines the strength of this preference. After the wooden nests were closed, the hens chose a new nest based on a combination of nest design and location. The control nest was still preferred over the other two plastic designs, although the neighbouring nests were overall preferred to the non-neighbouring nests. This study shows how the material used for nests is an important factor in suitability and should therefore be taken into account when designing nests.

Waar bietenpulp al niet goed voor is
Oever, M.J.A. van den - \ 2019
Spieringvisserij IJsselmeer en Waddenzee : Voorstudie ecologische risicoanalyse ten behoeve van afwegingskader spieringvisseri
Leeuw, Joep J. de; Hammen, Tessa van der; Schadeberg, Amanda ; Kwakman-Schilder, Karen - \ 2019
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C060/19A) - 36
Spiering is een sleutelsoort in het voedselweb van het IJsselmeer en Markermeer. Spieringen zijn klein en veruit de meeste planten zich al voort na een jaar, terwijl ze nog geen 10 cm zijn, terwijl daarnaast ook oudere spiering voorkomt. Spiering is belangrijk voedsel voor baars en snoekbaars en belangrijk voor beschermde visetende watervogels als zaagbekken, futen en sterns. Daarnaast is spiering een aantrekkelijke bron van inkomsten voor de vissers, omdat spiering efficiënt gevangen kan worden wanneer spiering in de paaiperiode in het vroege voorjaar naar de oever trekt en daar concentraties vormt. De laatste jaren is de spieringvisserij met fuiken in het IJsselmeer en Markermeer echter niet opengesteld geweest door de lage spieringstand en door het belang van spiering voor visetende vogels. Internationaal erkende visserijmodellen werken niet goed voor kortlevende soorten als spiering om te bepalen of spieringvisserij duurzaam en doelmatig kan worden bedreven binnen de beleidsdoelstellingen voor visserij en natuurbescherming. Daarom moeten alternatieve afwegingskaders worden geformuleerd om tot een verantwoord beheer te komen. In deze voorstudie wordt onderzocht in hoeverre ecologische risicoanalyses (ERA) op basis van bestaande informatie, expert judgement en stakeholder-consultatie gebruikt kunnen worden voor een dergelijk afwegingskader en welke kennisbehoefte kan worden afgeleid uit de gemaakte (voorlopige) risicobeoordelingen. Belangrijke aspecten die in deze voorstudie naar voren komen zijn de verslechtering van de spieringstand en daarmee gepaard gaande toenemende risico’s van spieringvisserij voor instandhouding van de spieringpopulaties in IJsselmeer, Markermeer en Waddenzee en de effecten daarvan op voedselbeschikbaarheid voor roofvis en vogels.
Relative preference for wooden nests affects nesting behaviour in broiler breeders
Oever, Anne van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, L.F.J. van de; Kemp, B. - \ 2019
In: Proceedings of the 53rd Congress of the International Society for Applied Ethology (ISAE). - Wageningen, The Netherlands : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789086863389 - p. 310 - 310.
Optimising nest design for broiler breeders has benefits for both the animals and producer.The welfare of the hens will increase by providing preferred housing, while also reducing eggslaid outside the nests. These floor eggs cause economic losses by compromised automaticegg collection and reduced saleability and hatchability. Attractiveness of nests can involvefactors as seclusion, material and nest climate. In this study, four nest box designs are offeredin a relative preference test: a plastic control nest, a plastic nest with a partition to divide thenest in two areas, a plastic nest with a ventilator underneath to create air flow inside the nestand a wooden nest. Six groups of 100 hens and 9 roosters had access to these four nests in arandomised location during the ages of 20 to 34 weeks. Nest and floor eggs were collected fivedays a week. Camera images from inside the nests made during the ages 25-26 wk and 27-28wk were analysed on behaviour. This included general activity, nest inspections, nest visitsand social interactions. At 32 wk of age the wooden nests were closed, and the subsequentresponse of the hens was monitored in terms of number of eggs. We found a clear preferencefor the wooden nest in number of eggs (69.3±1.0%) compared to the control nest (15.1±0.8%),partition nest (10.2±0.5%) and the ventilator nest (5.4±0.4%; P<0.0001). This preference wasalso reflected in increased time spent sitting, together with fewer nest inspections and visitsper egg laid in the nest. The preference for the wooden nest led to crowding, which caused anincreased amount of piling, nest displacement, aggression and head shaking. After the woodennests were closed, the hens still had preference for nest design, although this was stronglyinfluenced by the location of the nest. We conclude that the broiler breeder hens in this studyhad a strong preference for the wooden nests and the fact that they were willing to accept thecrowded circumstances in these nests, shows the strength of this preference. When deniedaccess to their preferred nest, the hens chose a new nesting location based on nest designdepending on proximity to their original nesting location. This study shows how the materialused for nests is an important factor in suitability and should therefore be taken into accountwhen designing nests. In future experiments we will investigate gregariousness nesting furtherin addition to studying the influence of genetics and mobility on nesting behaviour.
Relative preference for wooden nests affects nesting behaviour in broiler breeders
Oever, Anne van den - \ 2019
Contaminanten in Chinese wolhandkrab : resultaten van 2018
Leeuwen, S.P.J. van; Nijrolder, A.W.J.M. ; Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2019
Wageningen : Wageningen Food Safety Research (Wageningen Food Safety Research rapport 2019.004) - 27
In 2018 zijn monsters Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) onderzocht van de locaties Hollands Diep, Nieuwe Maas bij Pernis, Volkerak (Volkeraksluizen en Krammersluizen) en het Noordzeekanaal. Op deze locaties is commerciële wolhandkrabvangst verboden (zogenaamd gesloten gebied). Van de locatie Den Oever, liggend in het gebied dat niet gesloten is voor wolhandkrabvangst, kon geen monster verzameld worden omdat onvoldoende krab gevangen werd.De contaminantgehalten in wolhandkrab van deze locaties wordt gemonitord en vergeleken met voorgaande jaren. Naast de dioxine- en polychloorbifenyl (PCB)-gehalten zijn de gehalten aan zware metalen onderzocht. Binnen deze studie is alleen vlees uit het lichaam onderzocht. Van vlees uit poten en scharen is bekend dat dioxine- en PCB-gehalten niet boven de maximum limiet (ML) uitstijgen (mede omdat dit vlees weinig vet bevat). Voor vlees uit het lichaam gelden geen ML’s. In de wolhandkrab die in 2018 is onderzocht varieerden de gehalten van 8.9-30 pg TEQ/g voor de dioxines, 6.3-32 pg TEQ/g voor de dioxineachtige (dl)-PCB’s, 15-60 pg TEQ/g voor de totaal TEQ en 135-1078 ng/g voor het totaal aan niet-dioxineachtige (ndl)-PCB’s. De bijdrage van de dioxines aan de totaal-TEQ varieerde van 50-65%. De locaties Hollands-Diep en Maas (Pernis) zijn het sterkst gecontamineerd, en de gehalten ontlopen elkaar niet veel. De krab van locatie Noordzeekanaal was het minst gecontamineerd. Voor het eerst zijn in dit rapport ook trendgrafieken opgenomen voor de locaties IJsselmeer (Den Oever), Ketelmeer, Maas (Pernis), Hollands-Diep en Volkerak (Volkeraksluizen en Krammersluizen). De trends op beide Volkeraklocaties zijn stabiel (op basis van 3 jaren), terwijl de andere locaties meer variatie laten zien. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door het gegeven dat de gevangen krab geen standkrab is, maar trekkende krab, die van verschillende locaties stroomopwaarts afkomstig kan zijn. Dit is een mogelijke oorzaak voor de waargenomen variatie. De wolhandkrabmonsters van 2018 zijn net als in 2017 weer geanalyseerd op perfluoralkylverbindingen (PFAS). De aanwezigheid van meerdere PFAS is aangetoond, namelijk PFDA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA en PFOS. De PFOS gehalten waren het hoogst met 7-14 ng/g. wolhandkrabwolhandkrab uit Volkerak (Volkeraksluizen) bevatte de hoogste PFAS gehalten. Wat betreft de zware metalen gehalten in wolhandkrab varieerden die als volgt: cadmium (0.013-0.28 mg/kg); lood (0.022-0.057 mg/kg) en kwik (0.009-0.027 mg/kg). Het totaal arseengehalte varieerde van 0.88-1.6 mg/kg. Wolhandkrab van de locatie Noordzeekanaal is het minst vervuild (m.u.v. lood).
Effects of nest design preference on nesting behaviour in broiler breeders
Oever, Anne van den - \ 2019
Effects of nest design preference on nesting behaviour in broiler breeders
Oever, Anne van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, L.J.F. van de; Kemp, B. - \ 2019
In: Trade-offs in science – Keeping the balance. - Wageningen University & Research - p. 35 - 35.
Catalogus biobased bouwmaterialen 2019 : Het groene en circulaire bouwen
Dam, Jan van; Oever, Martien van den - \ 2019
Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Groene Grondstoffenreeks 22) - ISBN 9789463435215 - 132
Creep deflection of Wood Polymer Composite profiles at demanding conditions
Oever, Martien van den; Molenveld, Karin - \ 2019
Case Studies in Construction Materials 10 (2019). - ISSN 2214-5095
Creep - Outdoor condition - Strain - Testing standard - Wood polymer composite (WPC)

Durability and low maintenance make Wood Polymer Composite (WPC) profiles popular in decking applications. EN 15534-4 specifies minimum performance levels to guarantee WPC quality. However, despite such quality specifications, occasionally high temperature creep issues are reported. This paper evaluates the creep performance of three commercial WPC decking profile grades. All three WPC grades meet the requirements specified in EN 15534-4. Nevertheless, at slightly more demanding load conditions, some WPC samples fail around the creep deflection limits specified in the standard, and which are supposed safe. Reference outdoor testing in the moderate climate of the Netherlands shows creep deflection rates which are expected to lead to fatal failure of these WPC samples in a couple of years. It is concluded that predictive testing requires insight in progressive creep strain development relative to fatal failure strain level.

Effects of different nest designs on nesting behaviour in broiler breeders
Oever, A.C.M. van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, Lotte van de; Kemp, B. - \ 2018
In: Behavioural Biology in Animal Welfare Science - p. 15 - 16.
Floor eggs are a common issue in broiler breeders flocks, which are unwanted for two reasons: higheconomic costs and reduced animal welfare. The extra costs are caused by an increase of manual labourrequired, in addition to a reduced saleability and hatchability of floor eggs. The welfare of floor laying hensis reduced as the housing, in terms of nest attractiveness, is suboptimal. The goal of this study was toinvestigate which nest design is preferred by broiler breeder hens to lay their eggs. In a relative preferencetest four nest designs were provided to six groups of 100 females housed with 8 males during ages 20-33weeks. The four designs had the following characteristics: nest with a partition wall, nest with a subtle airflow inside created by a ventilator under the nest, nest with wooden walls and control nest. Eggs per nestwere collected daily. Videos were made for one day of each pen at ages 24-26 weeks and 27-29 weeksduring 3-5h and 7-9h after lights-on. Behaviour inside and outside the nests was scored continuouslyduring 5 minutes per half hour for point behaviours and scan sampled at a 10 minute interval for eventbehaviours. At 32 weeks of age the most preferred nest in each pen was closed to observe subsequentpreference. We found a relative preference for the nest with wooden walls compared to the other nestdesigns as more eggs, nest inspections and nest entrances were recorded for that nest. Signs of crowdingwere recorded inside the nest with wooden walls in the form of increased aggression, displacement andpiling behaviour. After closing the nests with wooden walls, the hens laid their eggs in the adjacent nest,independent of the design of this nest.
Fungal footwear and orange peel fabrics : the sustainable catwalk
Poldner, Kim ; Houthoff, Iris ; Oever, Martien van den - \ 2018
biobased economy - clothing - biomass - fibres - biobased materials - chemistry
Paddenstoelen aan de voeten en sinaasappelschillen om het lijf: duurzaam op de catwalk
Poldner, Kim ; Houthoff, Iris ; Oever, Martien van den - \ 2018
biobased economy - biomass - fibres - biobased materials - clothing
Milieu-impact van twee verwerkingsroutes voor warme drankenbekers : vergisting en papierrecycling van karton-PLA koffiebekers
Lighthart, Tom ; Oever, Martien van den - \ 2018
Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Wageningen Food &amp; Biobased Research report 1792) - ISBN 9789463438834 - 45
De Rijksoverheid gebruikt op dit moment warmedrankenbekers gemaakt uit papiervezels met een coating van PLA. Tot begin 2017 werden deze bekertjes na gebruik nog in de afvalenergiecentrale (AEC) verwerkt. Maar per 1 mei 2017 is er een pilot gestart met twee verschillende manieren van afvalverwerking:1. Collect a cup, waarbij de warmedrankenbekers door de firma Renewi (voorheen Van Gansewinkel) worden ingezameld en door papierfabriek WEPA Nederland B.V. (voorheen Van Houtum B.V.) worden verwerkt tot toiletpapier en tissues.2. Vergisting en compostering, waarbij de warme drankenbekers door Attero worden vergist, waarbij biogas ontstaat en de rest wordt gecomposteerd tot compost.De overheid wil inzicht in de duurzaamheid van deze beide verwerkingsroutes om een keuze te kunnen maken voor de meest duurzame. Wageningen Food and Biobased Research (WFBR) en TNO als onderaannemer hebben de opdracht gekregen om een studie uit te voeren waarin de milieu-impact van deze twee verwerkingsroutes voor warme drankenbekers worden vergeleken.De milieu-evaluatie omvat voor alle alternatieven dezelfde vergelijkingsbasis, die de functionele eenheid wordt genoemd. Aangezien deze eenheid voor alle onderscheiden systemen gelijk is, waarborgt het zo een gelijkwaardige vergelijking. De functionele eenheid is hierna gedefinieerd.Functionele eenheidDe inzameling, verwerking en recycling van 1000 door consumenten afgedankte koffiebekers, inclusief aanhangend vocht en vuil.De functionele eenheid bevat dus 1000 schone koffiebekers met daarnaast het aanhangende vocht en vuil, zoals productresten.Voor de milieu-evaluatie is de een veel gebruikte effectbeoordelingsmethode gebruikt: ReCiPe midpoints. Door deze methode te combineren met schaduwprijzen, die een milieueffect vertalen naar schade- ofwel schaduwkosten, kunnen alle milieueffectcategorieën worden uitgedrukt in een monetaire eenheid en daardoor kunnen de milieuprofielen van de alternatieven eenduidig met elkaar worden vergeleken. Vergeleken met ReCiPe endpoints, dat ook een geaggregeerde milieubelasting oplevert, is het voordeel dat deze methode waardevrij is en niet gebaseerd is op een waardeoordeel van een panel zoals voor de endpoints het geval is. Als alternatieve beoordelingsmethode is in dit rapport de Carbon footprint genomen vanwege de relevantie voor het beleid. Uit de resultaten van de milieu-analyse blijkt dat bij evaluatie van het volledige milieuprofiel de recyclingroute het beste presteert met €1,22 vermeden milieukosten per 1000 bekers. Dit mede dankzij dat 89% van de ingezamelde koffiebekers geschikt wordt bevonden voor recycling. De bekers met teveel verontreiniging worden in de afvalenergiecentrale verwerkt, waar energie wordt teruggewonnen. De vergistingsroute neemt met een milieuprestatie van €0,45 vermeden milieukosten de tweede plaats in en presteert beter dan verwerking van afgedankte bekers in de AEC (€0,28 vermeden milieukosten).Wanneer alleen naar het effect van klimaatverandering (CO2 uitstoot) wordt gekeken presteert de vergistingsroute het beste met een vermijding van 5,4 kg CO2-eq. per 1000 ingezamelde bekers. Dit alternatief wordt gevolgd door achtereenvolgens de AEC en daarna de recyclingroute. De recyclingroute presteert bij de Carbon footprint het minst, omdat het vermijden van primaire papierpulp een relatief geringe winst voor klimaatverandering oplevert.De komende (± 3) jaren zijn voor gecoate kartonnen koffiebekers geen andere verwerkingsroutes op industriële schaal te verwachten dan de nu toegepaste en onderzochte: vergisten tot biogas en recyclen tot papier, naast verbranden in een AEC. Eveneens worden geen significante verbeteringen in de technologieën verwacht. Wel zijn er andere bio-based warmedrankenbekers op de markt waarvan de milieuimpact tijdens productie en in de afvalverwerkingsfase mogelijk concurrerend is.
Effecten van visvriendelijke maatregelen op de glasaalindex bij Den Oever
Slijkerman, D.M.E. ; Foekema, E.M. ; Vries, P. de - \ 2017
Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C109/17) - 48
Q-perch helps fight poultry red mite
Oever, Anne van den - \ 2017
Q-perch helps fight poultry red mite
Oever, Anne van den; Bas, Liebregts ; Ven, Lotte van de - \ 2017
In: Proceedings of the 7th International Conference on the Assessment of Animal Welfare at Farm and Group Level. - Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789086863143 - p. 264 - 264.
Poultry red mite is a parasite that is present on an average of 83% European poultry farms. Poultry red mite causes anaemia, weight loss and agitation in chickens and also facilitates the spread of bacterial and viral pathogens. This leads to additional mortality, a higher feed conversion, decreased egg quality and production. Thus, the economic importance of fighting this parasite is vital for poultry farmers. Traditionally red mite was controlled by pesticides,
which aim to minimise population size on short term basis. Vencomatic Group launches a mechanic solution to control red mite in poultry houses by continuously keeping the population size in an acceptable range. Based on the knowledge that red mite predominantly parasitize on its host during the dark, the focus is on the perches that chickens roost on. The revolutionary Q-perch is a patented perch containing two isolators, that kill the red mite on their journey
towards the chicken. A small electrical current running through the isolators is harmless for the chickens, but lethal for the red mite. The mushroom shape of the Q-perch is studied to be the most comfortable shape for the chickens, as it offers stability and grip. Therefore the Q-perch is beneficial for animal health and welfare, which in turn benefits the farmer as the chickens perform better.
Nesting behaviour of broiler breeders
Oever, Anne van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, Lotte van de; Kemp, B. - \ 2017
In: Proceedings of the 7th International Conference on the Assessment of Animal Welfare at Farm and Group Level. - Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789086863143 - p. 132 - 132.
Broilers have been selected for growth related characteristics, which are negatively correlated to reproductive traits. This genetic background creates challenges in broiler breeders, as the hens do not make optimal use of the nests provided. This project aims to investigate what factors determine where a broiler breeder hen prefers to lay her egg, in which nesting behaviour probably plays a crucial role. Factors such as genetic background, social interactions, physical characteristics of the nest and climate might interfere with the natural nesting behaviour of the hen. Also fundamental trade-offs between different motivations, such as hunger, comfort and safety, might influence nesting behaviour. Behaviour and use of space will be measured in experimental set-ups in order to gain insight in the importance of different system components. This knowledge will be used to optimise housing conditions and develop strategies that stimulate the hen to lay her egg in the nest. The performance of this improved system will be tested in field experiments to investigate the transferability of results from experimental to field conditions.
Nesting behaviour of broiler breeders
Oever, Anne van den; Rodenburg, T.B. ; Bolhuis, J.E. ; Ven, L.J.F. van de; Kemp, B. - \ 2017
In: Xth European Symposium on Poultry Welfare, 19-22 June 2017, Ploufragan - France. - World's Poultry Science Association (WPSA) - p. 23 - 23.
broiler breeders - nesting behaviour - genetics - nest design - housing - climate
Broilers have been selected for growth related characteristics, which are negatively correlated to reproductive traits. This genetic background creates challenges in broiler breeders, as the hens do not make optimal use of the nests provided. This project aims to investigate what factors determine nesting behaviour, i.e. where a broiler breeder hen prefers to lay her eggs. Factors such as genetic background, social interactions, physical characteristics of the nest and climate might interfere with the natural nesting behaviour of the hen. Also fundamental trade-offs between different motivations, such as hunger, comfort and safety, might influence nesting behaviour. Behaviour and use of space will be measured in experimental set-ups in order to gain insight in the importance of different system components. This knowledge will be used to optimise housing conditions and develop strategies that stimulate the hen to lay her egg in the nest. The performance of this improved system will be tested in field experiments to investigate the transferability of results from experimental to field conditions.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.