Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 77

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Pleijter
Check title to add to marked list
Praktijkproef onderwaterdrains Wormer- en Jisperveld
Akker, Jan van den; Diggelen, J.M.H. van; Houwelingen, Karel van; Kleef, Jan van; Pleijter, Matheijs ; Smolders, A.J.P. ; Turlings, L.G. ; Wielen, S. van der - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2765) - 67
drainage - grondwaterstand - bodemdaling - veengronden - emissie - evapotranspiratie - noord-holland - groundwater level - subsidence - peat soils - emission - evapotranspiration
Due to grassland evapotranspiration groundwater levels can be lowered decimeters below ditch water
level. Use of submerged drains reduces the lowering of groundwater levels and so peat oxidation and
subsidence and CO2 and N2O emissions. Submerged drains proved to increase the bearing capacity,
however, also the penetration resistance for a meadowbird beak increased. The capacity to capture
rain shower events increased. Groundwater and ditch water quality slightly improved. The infiltration
of ditch water increased considerably, however, was less than expected. Probably this is caused by a
hindered infiltration into the drain by sludge in the ditch. The use of a collector drain to regulate the
inlet is recommended.
Systematische fouten in metingen van grondwaterstanden met drukopnemers : verslag van een data-analyse
Pleijter, M. ; Hamersveld, L. ; Knotters, M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2666) - 23
grondwaterstand - grondwater - fouten - meting - gegevensanalyse - groundwater level - groundwater - errors - measurement - data analysis
Handmetingen zijn onmisbaar bij het gebruik van automatische grondwaterstandopnemers om meetfouten te kunnen opsporen. Wij onderzochten de verschillen tussen handmetingen van de grondwaterstand en metingen uitgevoerd met drukopnemers. Hierbij analyseerden we van 474 locaties meetreeksen van ca. twee jaar lang. We keken of de opgetreden verschillen systematisch zijn en of er trends te ontdekken zijn die duiden op drift van het nulpunt van de drukopnemers. Bij 144 locaties (30%) is een significante lineaire toename van de verschilwaarden aangetoond, die zowel positief als negatief kan zijn. Een algemeen verloop van de verschilwaarden kon niet worden aangetoond. Voor metingen van individuele drukopnemers bevelen we aan om, als de verschillen binnen twee jaar oplopen tot meer dan 2 cm, de metingen van de drukopnemer met behulp van een lineair regressiemodel aan te passen aan de handmetingen. We bevelen aan om ten minste vier handmetingen per jaar te verrichten en om eenmaal per twee jaar een eventuele correctie uit te voeren. Deze handmeting moet in het veld worden gecontroleerd met de gecompenseerde meting van de drukopnemer. Hierdoor wordt de kans op het maken van een fout in de handmeting verkleind.
Actualisatie van de grondwatertrappenkaart van holoceen Nederland : resultaten van het veldonderzoek
Hoogland, T. ; Knotters, M. ; Pleijter, M. ; Walvoort, D.J.J. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2612) - 69
grondwaterstand - grondwater - fluctuaties - nederland - groundwater level - groundwater - fluctuations - netherlands
De informatie over de diepte tot het freatische grondwater in het holocene deel van Nederland is verouderd, en daardoor niet goed bruikbaar bij milieu- en natuurbeleid, water- en bodembeheer en de inrichting van de leefomgeving. Dit rapport beschrijft de resultaten van het veldonderzoek waarin actuele informatie is verzameld over de seizoensfluctuatie van de grondwaterstand in het holocene klei- en veengebied.
Grondwaterstand handmatig meten blijkt best nauwkeurig
Knotters, M. ; Meij, T. de; Pleijter, M. - \ 2014
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 47 (2014)1. - ISSN 0166-8439 - p. 28 - 28.
grondwaterstand - nauwkeurigheid - meting - experimenteel veldonderzoek - overijssel - groundwater level - accuracy - measurement - field experimentation
Het valt reuze mee met de nauwkeurigheid van handmatig gemeten grondwaterstanden. Wie de grondwaterstand op een zeer traditionele manier meet (via meetlint in de peilbuis) of met een elektronisch peilapparaat met geluidssignaal, maakt meetfouten van hooguit enkele centimeters. Een experiment bij het Boetelerveld wijst dat uit.
Pilot onderwaterdrains Utrecht
Hendriks, R.F.A. ; Akker, J.J.H. van den; Houwelingen, K.M. van; Kleef, J. van; Pleijter, M. ; Toorn, A. van den - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2479) - 146
landbouw - peilbeheer - veenweiden - weidevogels - eutrofiëring - wateraanvoer - drainage - modellen - utrecht - krimpenerwaard - agriculture - water level management - peat grasslands - grassland birds - eutrophication - water advance - models
Dit rapport beschrijft het onderzoek dat in 2011 en 2012 is uitgevoerd aan twee pilots met onderwaterdrains in Utrecht, in Demmeriksekade (polder Groot-Wilnis) en De Keulevaart (Lopikerwaard). In het onderzoek is voornamelijk het effect van onderwaterdrains op de waterkwantiteit (debieten) en de waterkwaliteit onderzocht. De meetresultaten zijn uitgewerkt en geëvalueerd met de modellen SWAP en ANIMO. Een overzicht van eerder en lopend onderzoek naar maaivelddaling, waterkwantiteit, waterkwaliteit, bedrijfseconomische aspecten en effect op weidevogels is gegeven en betrokken in de conclusies. In de conclusies zijn ook de resultaten van een pilot in de Krimpenerwaard opgenomen (gerapporteerd in Alterra-rapport 2466). De hoeveelheden in en uit te pompen water blijken in het algemeen toe te nemen. Het effect op de waterkwaliteit is in het algemeen neutraal of gunstig. Melkveehouders zijn in het algemeen positief over de effecten van onderwaterdrains.
Nauwkeurigheid van handmatig gemeten grondwaterstanden
Knotters, M. ; Meij, T. de; Pleijter, M. - \ 2014
H2O online 2014 (2014)15 jan.
grondwaterstand - nauwkeurigheid - meting - experimenteel veldonderzoek - overijssel - groundwater level - accuracy - measurement - field experimentation
In Nederland worden veel grondwaterstanden gemeten. Vanouds gebeurt dit handmatig door een dompelklokje aan een meetlint in een peilbuis te laten zakken, of, geavanceerder, met een elektronisch peilapparaat met geluidssignaal. Tegenwoordig worden ook automatische drukopnemers gebruikt, die regelmatig worden gecontroleerd door de automatische metingen te vergelijken met handmatige. Daarbij is inzicht in de nauwkeurigheid van de handmatige meting belangrijk, maar hier is weinig over bekend. Daarom voerden we een experiment uit. Meetfouten blijken meestal beperkt te zijn, hooguit enkele centimeters. Soms traden echter fouten van rond een meter op, veroorzaakt door slecht afleesbare meetlinten.
Nauwkeurigheid van handmatig gemeten grondwaterstanden en stijghoogtes : verslag van een veldexperiment
Knotters, M. ; Meij, T. van der; Pleijter, M. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2476) - 36
grondwaterstand - nauwkeurigheid - meting - experimenteel veldonderzoek - overijssel - groundwater level - accuracy - measurement - field experimentation
In dit rapport wordt een onderzoek beschreven dat is uitgevoerd naar de nauwkeurigheid van handmetingen van grondwaterstanden en stijghoogtes in een experiment met zestien buizen en zestien waarnemers. We analyseerden hierbij het effect van het type peilklokje: het dompelklokje dat bestaat uit een messing buisje met een diameter van 17 mm, en een elektrisch peilapparaat met geluidssignaal. Daarnaast onderzochten we of de afwerking van de buis en de aanwezigheid van verbindingsnaden effect had op meetnauwkeurigheid. Een belangrijke foutenbron bleek de slechte afleesbaarheid te zijn van meetlinten die waren bevestigd aan elektronische peilapparaten. Hierdoor werden afleesfouten van circa 100 cm gemaakt. Als we deze afleesfouten buiten beschouwing laten, dan ligt bij elektronische peilapparaten 95% van de waarnemingsfouten tussen -0.9 en +2.15 cm, en bedraagt de mediane fout 0.25 cm. Bij dompelklokjes ligt 95% van de waarnemingsfouten tussen -2.85 en +1.2 cm, en bedraagt de mediane fout 0.15 cm.
Pilot onderwaterdrains Krimpenerwaard
Akker, J.J.H. van den; Hendriks, R.F.A. ; Hoving, I.E. ; Meerkerk, B. ; Houwelingen, K.M. van; Kleef, J. van; Pleijter, M. ; Toorn, A. van den - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2466) - 114
veenweiden - infiltratie - drainage - bodemdaling - melkveehouderij - economische evaluatie - krimpenerwaard - waterkwaliteit - modellen - peat grasslands - infiltration - subsidence - dairy farming - economic evaluation - water quality - models
Dit rapport beschrijft het onderzoek in 2011 en 2012 naar de pilot onderwaterdrains Krimpenerwaard, waarin voornamelijk het effect van onderwaterdrains op de waterkwantiteit (debieten) en de waterkwaliteit is onderzocht. De meetresultaten zijn uitgewerkt en geëvalueerd met de modellen SWAP en ANIMO. Daarnaast zijn de economische en bedrijfsmatige aspecten van onderwaterdrains voor de veehouderij onderzocht. Een overzicht van eerder en lopend onderzoek naar maaivelddaling, waterkwantiteit, waterkwaliteit, bedrijfseconomische aspecten en effect op weidevogels is gegeven en betrokken in de conclusies. In de conclusies zijn ook de resultaten van pilots in de Keulevaart en Demmeriksekade betrokken (gerapporteerd in een volgend Alterra-rapport). De hoeveelheden in en uit te pompen water blijken in het algemeen toe te nemen. Het effect op de waterkwaliteit is in het algemeen neutraal of gunstig. Melkveehouders zijn in het algemeen positief over de effecten van onderwaterdrains.
Hydrologische en landbouwkundige effecten toepassing onderwaterdrains bij dynamisch slootpeilbeheer op veengrond
Hoving, I.E. ; Vereijken, P.F.G. ; Houwelingen, K.M. van; Pleijter, M. - \ 2013
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR, Livestock Research 719) - 54
veengronden - peilbeheer - sloten - waterstand - graslanden - bodemdaling - drainage - utrecht - peat soils - water level management - ditches - water level - grasslands - subsidence
Om maaivelddaling op veengrond tot een minimum te beperken, dient vooral in de zomerperiode de grondwaterstand zo hoog mogelijk gehouden te worden en dit vraagt om hoge slootpeilen. Met onderwaterdrains kan een aanzienlijke verbetering bereikt worden zonder het slootpeil extreem te verhogen. Om grondwaterstanden nog minder ver te laten uitzakken, is geëxperimenteerd met een extreme vorm van dynamisch peilbeheer, door het slootpeil afhankelijk te stellen van het graslandgebruik. Deze vorm van peilbeheer zou de veenafbraak verder moeten beperken dan de maatregelen hoog slootpeil en onderwaterdrains afzonderlijk.
Snijmaïsteelt op veengrond bij dynamisch slootpeilbeheer
Hoving, I.E. ; Schooten, H.A. van; Pleijter, M. - \ 2013
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 720) - 20
veengronden - waterstand - maïs - proefvelden - drainage - agrarische bedrijfsvoering - veengebieden - veehouderij - peat soils - water level - maize - experimental plots - farm management - peatlands - livestock farming
Gedurende twee jaar is in een experimentele pilot snijmaïs geteeld op veengrond bij een hoog slootpeil en minimale grondbewerking om maaivelddaling te beperken. In het voorjaar verdampte maïs aanmerkelijk minder water dan gras waardoor de grondwaterstanden minder daalden. Onderwaterdrains versterkten dit effect. Dit vermindert in potentie de maaivelddaling.
Validatie van PLEASE op regionale schaal : fosfaatbelasting van het oppervlaktewater in de stroomgebieden Quarles van Ufford, Drentse Aa, Krimpenerwaard en Schuitenbeek
Pleijter, M. ; Salm, C. van der - \ 2013
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1968.3) - 90
fosfaat - fosfor - modellen - oppervlaktewater - waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - waterbeheer - stroomgebieden - oppervlakkige afvoer - landbouw - krimpenerwaard - zuid-holland - drenthe - phosphate - phosphorus - models - surface water - water quality - surface water quality - water management - watersheds - runoff - agriculture
Het model PLEASE berekent op basis van eenvoudig te meten perceelskenmerken, zoals grondwaterstand, fosfaattoestand en fosfaatbindend vermogen, de fosfaatbelasting van het oppervlaktewater. Voor het gebruik van PLEASE in de praktijk is het belangrijk om informatie te hebben over de validiteit van de berekende fluxen. In deze studie wordt het model PLEASE toegepast op vier stroomgebieden en zijn de door PLEASE berekende fosfaatverliezen vergeleken met de gemeten P-fluxen op het uitstroompunt van de stroomgebieden. Bij de berekening van de P-flux is gebruik gemaakt van de gemeten fosfaattoestand op puntlocaties en vervolgens zijn deze gegevens opgeschaald naar het hele stroomgebied. De berekende waterfluxen worden door PLEASE, op basis van geïnterpoleerde invoergegevens, in het Schuitenbeek gebied met 12% overschat. In de andere drie stroomgebieden onderschat PLEASE de waterafvoerfluxen enigszins. De berekende P-afvoerfluxen liggen voor drie stroomgebieden hoger dan de gemeten P-afvoer op de uitstroompunten, in Krimpenerwaard is de berekende P-afvoer aanzienlijk lager dan de gemeten P-vracht op het uitstroompunt. Wanneer rekening wordt gehouden met 50% retentie van P in de waterlopen kan gesteld worden dat PLEASE de P-afvoer vanuit de stroomgebieden onderschat. De oorzaak van deze onderschatting is niet precies aan te geven. In de Krimpenerwaard waar eutrofe veenpakketten voorkomen worden waarschijnlijk te lage achtergrondconcentraties gehanteerd. Andere oorzaken voor de onderschatting kunnen zijn: het verwaarlozen van erfafvoeren en locale lozingen, onderschatting van de verliezen door oppervlakkige afspoeling, te hoge sorptieconstanten of een onderschatting van het voorkomen van hot-spots. Daarnaast kan ook de onzekerheid in de gemeten afvoercijfers, de inzichten over retentie in het oppervlaktewater leiden tot een mismatch tussen meting en modelresultaten.
Removal of nitrate from drainage water using woodchips
Chardon, W.J. ; Pleijter, M. ; Koopmans, G.F. - \ 2011
Actualisatie van de grondwatertrappenkaart van holoceen Nederland : opzet van het onderzoek
Knotters, M. ; Hoogland, T. ; Pleijter, M. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2280) - 78
grondwaterstand - grondwater - fluctuaties - seizoenvariatie - nederland - groundwater level - groundwater - fluctuations - seasonal variation - netherlands
De informatie over de diepte tot het freatische grondwater in het holocene deel van Nederland is verouderd, en daardoor niet goed bruikbaar bij milieu- en natuurbeleid, water- en bodembeheer en de inrichting van de leefomgeving. Doel van dit rapport is om de aanpak te beschrijven waarmee actuele informatie wordt verzameld over de seizoensfluctuatie van de grondwaterstand in het holocene klei- en veengebied. De inhoud van de kaarteenheden van de bestaande grondwatertrappenkaart, schaal 1 : 50.000, wordt geactualiseerd. Hierbij onderscheiden we gebieden met stagnerende lagen en gebieden waar sinds de landelijke bodemkartering is ingegrepen in de waterhuishouding in het kader van een landinrichtingsproject. In 59 deelgebieden (strata) werden middels een kanssteekproef grondwaterstanden waargenomen in de zomer en de winter. Tijdreeksen van grondwaterstanden werden gescreend en waarnemingslocaties werden beoordeeld in het veld. Uit een analyse van vijftien tijdreeksen concluderen wij dat de actuele GxG's in het holocene deel van Nederland nauwkeurig uit waargenomen tijdreeksen van de periode 2002-2010 kunnen worden geschat.analyse van vijftien tijdreeksen concluderen wij dat de actuele GxG's in het holocene deel van Nederland nauwkeurig uit waargenomen tijdreeksen van de periode 2002-2010 kunnen worden geschat.
Emissie van lachgas uit grasland op veengrond : monitoring lachgasfluxen op melkveeproefbedrijf Zegveld in de periode 2005-2009: 'De Zegveld database'
Pleijter, M. ; Beek, C.L. ; Kuikman, P.J. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2116) - 82
graslanden - distikstofmonoxide - emissie - melkveebedrijven - monitoring - veenweiden - grondwaterspiegel - utrecht - grasslands - nitrous oxide - emission - dairy farms - peat grasslands - water table
In het kader van het onderzoeksprogramma 'Klimaat voor ruimte' zijn op het melkveeproefbedrijf Zegveld in de periode 2005 – 2009 meer dan 6800 fluxmetingen uitgevoerd. De metingen hebben tot doel meer inzicht te verkrijgen in de ruimtelijke en temporele variabiliteit van de lachgasfluxen op perceelsniveau. De resultaten van de metingen op Zegveld tonen aan dat verhogen van de grondwaterstand waarschijnlijk leidt tot een lagere cumulatieve N2O-emissies. maar een stijging van de temporele en ruimtelijke variabiliteit. Voor kwantificering van de N2O-emissies moet daarom gebruik worden gemaakt van modelschattingen. Om de modellen te kunnen valideren en kalibreren zijn meer datasets nodig zoals met dit onderzoek is opgebouwd. De meetgegevens van dit onderzoek zijn vrij beschikbaar gesteld op internet
Validatie bodemkaart veengebieden provincie Utrecht, schaal 1 : 25 000
Kempen, B. ; Brouwer, F. ; Brus, D.J. ; Pleijter, M. ; Vries, F. de - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2252) - 38
cartografie - bodem - veengronden - kaarten - utrecht - mapping - soil - peat soils - maps
Door bodemgebruik en ontwatering oxideert er organische stof in de bodem. Ondiepe veenlagen worden hierdoor geleidelijk dunner, waardoor de bodemopbouw verandert. Door deze veranderingen is actualisatie van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000 (BvN), noodzakelijk. In dit onderzoek is gekeken of een recente bodemkaart, de Bodemkaart Veengebieden provincie Utrecht, schaal 1 : 25 000 (BVU), kan worden gebruikt voor actualisatie van de veengebieden van de BvN voor de provincie Utrecht. De kwaliteit van de BVU is met een kanssteekproef vastgesteld, en vergeleken met die van de BvN. De validatieresultaten laten zien dat de BVU bruikbaar is voor actualisatie van de BvN. De meest snelle actualisatiemethode, het direct ‘inpluggen’ van de BVU in de BvN, leidt al tot een verbetering van de kaartkwaliteit van de BvN. De zuiverheden van de BVU en BvN kunnen lokaal echter (grote) verschillen vertonen, zoals bijvoorbeeld in de Eempolder door het ontbreken van waardveengronden op de BVU. Als hiermee rekening wordt gehouden kan bij de actualisatie van de BvN het ‘beste’ uit beide kaarten worden gecombineerd.
Hydrologische en landbouwkundige effecten toepassing onderwaterdrains in polder Zeevang = Hydraulic and agricultural effects of applying 'submerged drains' in the Zeevang polder
Hoving, I.E. ; Akker, J.J.H. van den; Pleijter, M. ; Houwelingen, K.M. van - \ 2011
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR, Livestock Research 449) - 64
graslanden - veengronden - agrohydrologie - grondwaterstand - ondergrondse drainage - peilbeheer - proefprojecten - polders - noord-holland - grasslands - peat soils - agrohydrology - groundwater level - subsurface drainage - water level management - pilot projects
Op initiatief van LTO-Noord-afdeling Groot Waterland is in polder Zeevang onderzoek gedaan naar de praktijktoepassing van onderwaterdrains. Het doel was een veldexperiment op praktijkschaal naar het effect van onderwaterdrains op de zakking van veengrond en op de landbouwkundige productiemogelijkheden van grasland bij een slootpeil 60 cm –maaiveld (mv). In dit rapport ligt de nadruk op de invloed van onderwaterdrains op het verloop van de grondwaterstanden en op de grasproductie. De onderwaterdrains liggen onder het slootpeil en niet zoals gebruikelijk erboven. De hypothese is dat hierdoor de grondwaterstanden gedurende het jaar nivelleren: ’s winters lager en ’s zomers hoger
Nitrous oxide emissions from fertilized and unfertilized grasslands on peat soil
Beek, C.L. ; Pleijter, M. ; Kuikman, P.J. - \ 2011
Nutrient Cycling in Agroecosystems 89 (2011)3. - ISSN 1385-1314 - p. 453 - 461.
distikstofmonoxide - emissie - veengronden - graslanden - veenweiden - nitraten - grondwaterstand - broeikasgassen - nitrous oxide - emission - peat soils - grasslands - peat grasslands - nitrates - groundwater level - greenhouse gases - greenhouse-gas emissions - managed grassland - n2o emissions - netherlands - fluxes - mitigation - methane
Emissions of nitrous oxide (N2O) from managed and grazed grasslands on peat soils are amongst the highest emissions in the world per unit of surface of agriculturally managed soil. According to the IPCC methodology, the direct N2O emissions from managed organic soils is the sum of N2O emissions derived from N input, including fertilizers, urine and dung of grazing cattle, and a constant ‘background’ N2O emission from decomposition of organic matter that depends on agro-climatic zone. In this paper we questioned the constant nature of this background emission from peat soils by monitoring N2O emissions, groundwater levels, N inputs and soil NO3 -–N contents from 4 grazed and fertilized grassland fields on managed organic peat soil. Two fields had a relatively low groundwater level (‘dry’ fields) and two fields had a relatively high groundwater level (‘wet’ fields). To measure the background N2O emission, unfertilized sub-plots were installed in each field. Measurements were performed monthly and after selected management events for 2 years (2008–2009). On the managed fields average cumulative emission equaled 21 ± 2 kg N ha-1y-1 for the ‘dry’ fields and 14 ± 3 kg N ha-1y-1 for the ‘wet’ fields. On the unfertilized sub-plots emissions equaled 4 ± 0.6 kg N ha-1y-1 for the ‘dry’ fields and 1 ± 0.7 kg N ha-1y-1 for the ‘wet’ fields, which is below the currently used estimates. Background emissions were closely correlated with groundwater level (R 2 = 0.73) and accounted for approximately 22% of the cumulative N2O emission for the dry fields and for approximately 10% of the cumulative N2O emissions from the wet fields. The results of this study demonstrate that the accuracy of estimating direct N2O emissions from peat soils can be improved by approximately 20% by applying a background emission of N2O that depends on annual average groundwater level rather than applying a constant value
Kwantificering van de fosfaattoestand in de bodem van vier stroomgebieden
Walvoort, D.J.J. ; Brus, D.J. ; Salm, C. van der; Pleijter, M. ; Tol-Leenders, T.P. van - \ 2010
Wageningen : Alterra (Reeks monitoring stroomgebieden 21) - 51
bodemchemie - fosfaatuitspoeling - fosfaten - stroomgebieden - inventarisaties - soil chemistry - phosphate leaching - phosphates - watersheds - inventories
In dit rapport staat beschreven hoe voor vier stroomgebieden de fosfaattoestand van de bodem is gekwanticeerd. Deze informatie wordt gebruikt om procesmodellen te voeden die de af- en uitspoeling van fosfaat naar grond- en oppervlaktewater kunnen voorspellen. Eerst is op een beperkt aantal locaties binnen elk stroomgebied de fosfaattoestand bepaald op vier dieptes. Vervolgens is de fosfaattoestand op deze locaties ruimtelijk geïnterpoleerd naar alle overige locaties in het stroomgebied waarbij zoveel mogelijk gebruik is gemaakt van bestaande informatielagen. Op deze wijze is voor elk stroomgebied een driedimensionaal beeld verkregen van de fosfaattoestand. Het gebruik van deze gegevens als invoer voor de procesmodellen heeft geleid tot een verbetering van de berekende af- en uitspoeling van fosfaat.
Ranking high P load risk fields in lowland plain for mitigation measures
Noij, I.G.A.M. ; Salm, C. van der; Massop, H.T.L. ; Pleijter, M. - \ 2010
In: 6th International Phosphorus Workshop (IPW6), Seville, Spain, 27 September - 1 October, 2010. - Seville, Spain : - p. 174 - 174.
Predicting phosphorus losses with the model PLEASE on a local and regional scale in Denmark and the Netherlands
Salm, C. van der; Heckrath, G. ; Grant, R. ; Kronvang, B. ; Lévi, C. ; Pleijter, M. ; Rubaek, G.H. ; Schoumans, O.F. - \ 2010
In: 6th International Phosphorus Workshop (IPW6), Seville, Spain, 27 September - 1 October, 2010. - Seville, Spain : - p. 121 - 121.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.