Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 416

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Politiek
Check title to add to marked list
Europarlementariers willen pulsvisserij verbieden door fakenews
Rijnsdorp, Adriaan ; Pieters, Remco ; Boute, Pim - \ 2018

Het Europees Parlement benadeelt Nederlandse vissers op basis van foute, gemanipuleerde informatie. Dat stelt ondermeer visserijbioloog Adriaan Rijnsdorp, die deze week met verbijstering toekeek hoe een ruime meerderheid van het Europees Parlement voor een totaalverbod op de zogeheten pulsvisserij stemde. 'Als je met fakenews een politiek doel dient dan ben je smerig bezig', aldus de hoogleraar van de Wageningen Universiteit.

De politiek nam 't risico, de vissers dachten dat het goed zou komen
Kraan, Marloes - \ 2018
Noord Korea klopt aan bij WUR
Jongsma, Maarten - \ 2018

Noord-Korea wil graag dat de Nederlandse overheid investeert in hun landbouw’, zegt Jongsma, werkzaam bij Wageningen Plant Research. ‘Landbouw is neutraal terrein - politiek gezien. Noord-Korea krijgt nu al voedselhulp van de VN.’ Het Noord-Koreaanse regime is met name geïnteresseerd in de Nederlandse kastechnologie voor de tuinbouw. ‘Ze hebben grootschalige kassencomplexen en weten dat er veel kennis in Nederland beschikbaar is.’

Dijkhoff: Aangifte zonde van de tijd, biologisch afbreekbare ballonnen gebruikt
Franeker, Jan Andries van - \ 2018
Angst, woede en wantrouwen over gaswinning : Hoe Groningse politici emotioneel schakelen tussen burgers en Den Haag
Verhoeven, I. ; Metze, T.A.P. - \ 2018
In: Het hart op de tong / Swierstra, Tsjalling, Koenis, Sjaak, Gabriëls, René, Amsterdam University Press - ISBN 9789463723312 - p. 63 - 82.
De eiwittransitie: wanneer pakt de politiek door?
Dagevos, H. ; Aiking, H. - \ 2018
Boer zoekt erkenning
Wiskerke, Han - \ 2018
De Nederlandse boer voelt zich in de steek gelaten door zijn belangenbehartiger, ziet zich niet vertegenwoordigd in de politiek en vindt dat burgers te negatief naar de landbouw kijken. Actiegroepen zetten boeren ten onrechte in een kwaad daglicht en media dragen daar aan bij.

Dat beeld komt naar voren uit een uitgebreid onderzoek onder 2.287 boeren dat is uitgevoerd door het dagblad Trouw.

Trouw liet onder begeleiding van Wageningen UR onderzoek doen naar de gemoedstoestand van de boer, over hun toekomstplannen en vroeg hun oordeel over de huidige landbouw.

Boeren in Beweging : Hoe boeren afwegingen maken over natuurinclusieve landbouw en hoe anderen hen kunnen helpen
Westerink, Judith ; Smit, Bert ; Dijkshoorn, Marijke ; Polman, Nico ; Vogelzang, Theo - \ 2018
Wageningen : Wageningen University & Research - ISBN 9789463433068 - 48
In de ‘Rijksnatuurvisie 2014 Natuurlijk verder’ is een nieuwe term
ontstaan: natuurinclusieve landbouw. Het Rijk zwengelde hiermee een
discussie aan over de mate waarin en de manier waarop natuur een
plek zou moeten hebben in alle facetten van het boerenbedrijf. Het zou
een transitie moeten worden: de hele Nederlandse landbouw zou zich
richting natuurinclusiviteit moeten bewegen.
Deze term is vervolgens opgepakt door onderzoekers, burgers, natuurorganisaties
en belangengroepen. Allerlei projecten werden de afgelopen
jaren opgezet of onder de noemer ‘natuurinclusief’ gebracht. In
bijeenkomsten werd het gesprek aangegaan met ketenpartijen en
landbouworganisaties.
Een transitie richting een natuurinclusieve landbouw gaat echter alleen
plaatsvinden als boeren zelf in beweging komen. Als overheid, burgers,
bedrijven en organisaties boeren willen helpen om die beweging te
maken, is het belangrijk om inzicht te krijgen in wat hen beweegt. Wat
speelt mee in de keuzes die zij maken om wel of niet de natuurinclusieve
kant op te gaan en welke rol heeft hun omgeving daarin?
Deze brochure is het resultaat van een onderzoek naar die vragen. Het
was een verkennend, kwalitatief onderzoek, beperkt tot de melkveehouderij
en de akkerbouw en uitgevoerd in 2016/2017. We spraken met
vijf melkveehouders in Eemland en vijf akkerbouwers in Flevoland;
eerst individueel en vervolgens als groep per gebied. Want: hoe voeren
boeren met elkaar het gesprek over natuurinclusieve landbouw? Ook
spraken we voor elke sector nog met drie erfbetreders, om te verkennen
hoe zij denken over de transitie naar natuurinclusieve landbouw.
Het onderzoek was niet opgezet voor een representatief beeld, maar
om inzicht te krijgen in wat meespeelt bij overwegingen van boeren om
te kiezen voor natuurinclusieve landbouw.
In het volgende hoofdstuk introduceren we het raamwerk
dat we gebruikt hebben om zicht te krijgen op de
totstandkoming van de keuzes van boeren op het gebied
van natuurinclusieve landbouw. We hebben dit gebruikt
om de interviews en focusgroepen voor te bereiden en
te analyseren. Vervolgens vatten we samen wat natuurinclusieve
landbouw betekent voor de melkveehouderij
in Eemland en voor de akkerbouw in Flevoland. Dit
moet niet gelezen worden als objectieve waarheid, maar
als de werkelijkheid zoals boeren die zien en zoals zij die
in hun keuzes meewegen. Ook is het belangrijk om te
beseffen dat de inhoud van elk hoofdstuk is samengesteld
op basis van de uitspraken van vijf verschillende
boeren, die niet per se door alle vijf zijn gezegd1. In
hoofdstuk 3 besteden we extra aandacht aan de rol van
de erfbetreders. In hoofdstuk 4 vertalen we de bevindingen
uit Eemland en Flevoland naar aanknopingspunten
om als politiek en maatschappij de keuze voor natuurinclusieve
landbouw voor boeren gemakkelijker te maken.
Ten slotte doen we gerichte aanbevelingen voor diverse
partijen.
Deze brochure is dan ook bedoeld voor iedereen die bij
zou kunnen dragen aan een transitie richting natuurinclusieve
landbouw: overheden, ketenpartijen, natuurorganisaties,
agrarische collectieven, erfbetreders, burgers
etc. Voor boeren staat er waarschijnlijk weinig nieuws in
deze brochure, maar hopelijk wel veel herkenning! Als
onderzoekers hopen we dat meer mensen zich naar
aanleiding van deze brochure willen verdiepen in en
verbinden aan boeren die streven naar natuurinclusiviteit,
en daarmee medeverantwoordelijkheid gaan nemen
voor ons landschap, ons voedsel en onze natuur.
Een vangstmethode zonder schade bestaat niet
Rijnsdorp, Adriaan - \ 2018
In 2035 is de koe verdwenen als bron van eiwit
Rabbinge, Rudy ; Goot, Atze Jan van der - \ 2017
Panama disease in banana and neoliberal governance: towards a political ecology of risk
Cruz, Jaye de la - \ 2017
Wageningen University. Promotor(en): P. Macnaghten, co-promotor(en): K. Jansen. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463437967 - 118
bananas - musa - Fusarium oxysporum f.sp. cubense - governance - innovations - politics - bananen - musa - fusarium - governance - innovaties - politiek

The emergence of Panama disease Tropical Race 4 (Fusarium oxysporum f.sp. cubense) or TR4 – a fungal disease in banana that is considered by horticulture experts as not only one of the most destructive diseases in the world (Ploetz 1994) but one with no on-hand socio-cultural or chemical method to control it satisfactorily (Ploetz 2015) – has generated conversations, dialogue, inquiry and at times controversy, on how this risk is to be managed.

The onslaught of Tropical Race 1 (TR1) in the 1900s, destroying many banana plantations in Latin America and the Caribbean, provided a lens by which the political economy of Latin America can be examined. Much, however, has changed in global political economy configurations between the 1900s and today. Confronted once more with the disease in contemporary settings, we are provided with an opportunity, and a context within which, to reflect on the ways by which societies, governments and peoples work to address the disease and mitigate its threats in a new time-space constellation. The rise of globalisation and the neoliberal model have ushered in profound changes within the last three decades – changes that have driven social and political processes on multiple scales of governance, and have influenced relationships, behaviours, ways of life and perceptions. This research, therefore, asks the central question: Do features of neoliberal governance influence risk perceptions and decision-making on Panama disease, and if so, in what ways?

This research draws from political ecology as a framework to analyse how political and economic relationships impact on people’s understandings of risk in the context of a phenomenon that has ecological or bio-physical roots. At the heart of the thesis lies the central matter of risk politics: that risk decisions – focusing in particular on what risks matter, who decides, who should be exposed to what, and to what degree – are both an effect of power and an exercise of power.

The thesis is based on a multi-site and multi-scale study consisting of two in-depth case studies – one conducted in the Philippines, the other in Australia – alongside expert interviews conducted in Kampala (Uganda), Rome (Italy), Wageningen (the Netherlands) and Florida (USA). The research is multi-scale in that three different scales of interaction are examined: at the global scale, as situated in the discourse and practice of international governing bodies; at the national scale, by studying the rules and laws in countries which have had experience of Panama disease, and by examining how biosecurity responses have been shaped in the context of a national policy of privatised agriculture; and at the local scale, where agrarian dynamics between small-holder farmers and large corporations are studied. The research is designed not to compare contexts with each other, but to provide illustrative snapshots of the many ways that risk can be shaped by its social milieu.

The first Chapter of this dissertation looks at how the risk of Panama disease is evaluated by international regulatory bodies and actors in global governance networks such as the International Plant Protection Convention (IPPC) within the Food and Agriculture Organisation, and examines the contestations that underlie the question of whether or not Panama disease control and management constitute a Global Public Good. It has been found with clarity that adherence to free trade principles influence and constrain the ways by which international organizations perceive the risk of, and how they address, this transnational plant disease.

The second Chapter, based on field work in the southern part of the Philippines where a Panama disease infestation has been confirmed and where social relations in rural livelihoods are characterized by a contentious agrarian history, investigates how asymmetric binary relationships between the social actors in a contract growership arrangement -- specifically large banana corporations and smallholder farmers -- influence the possibilities and limitations of disease control.

The third Chapter demonstrates, using the example of Australia, important limitations in the neoliberal ‘user-pays’ model in its ability to address emergency plant disease outbreaks, particularly when swift rule-making and rule-enforcing powers of the state are necessary. While the shared responsibility approach can keep the wheels grinding in a business-as-usual context, within a rapidly-evolving epidemiological emergency, the terms of engagement between government and industry need to be recast.

The fourth Chapter examines the issue of genetic modification – bannered by some scientists as the only or at least the most plausible solution to the urgent problem of Panama disease – and the current state of the global regulatory framework on bio-safety. Developing countries with confirmed Panama disease infestations (Philippines, Indonesia, Jordan, Mozambique and Pakistan) were used as units of analysis. Using tools of legal text analysis, a comparison is made between the National Reports of the countries to the Bio-Safety Clearing House of the Cartagena Protocol on Bio-Safety and international commitments to the IPPC, World Trade Organisation (WTO) and the Cartagena Protocol. This chapter challenges the notion of a ‘uniform science’ and finds that while individual countries ostensibly accept that science, or scientific knowledge, can be used as a unifying framework to consolidate multiple appreciations of risk and divergent approaches in addressing and confronting it, a perusal of their domestic legislation shows contradictions between what was committed in international platforms, and what is implemented domestically. Contrary to the purely scientific standards upheld by the IPPC and the WTO, socio-economic risks and cultural considerations have been found within domestic legislation.

Drawing from these chapters, this research proposes that neoliberalism influences Panama disease strategies in at least three ways: one, through the organisation and harmonisation of systems of behaviour, practices and legislation; two, through the promotion of its narratives and the marginalisation of counter-narratives; and three, through the endorsement of tools that support its agenda.

Firstly, neoliberalism organises and harmonises systems of behaviour, practices and legislation so that it conforms with its own logic and processes. An intuitive abhorrence of protectionism results in the perception that plant health measures that may result in trade barriers are inherently suspect, and thus should be avoided, except in the most exigent of circumstances. The international regulatory system has been substantially re-written so that even collective action becomes increasingly hard to be mobilized, and that international support cannot be activated without the imprimatur of the International Plant Protection Convention, given fears that such action might constitute the basis for future trade restriction. Through adherence to neoliberal principles, the global system has been in effect re-engineered in such a way as to limit the latitude and capacity of countries to identify and designate what they believe to be a risk, as a pluralistic interpretation of risk can be defined as constituting protectionism. Science and scientific knowledge are deployed not in furtherance of the wider considerations of plant health, but to ensure that considerations of plant health keep ‘within limits’ and do not cross over to impinge on borderless international trade.

Secondly, neoliberalism influences plant disease strategies through the propagation of a dominant narrative that protects its interests and the marginalization of counter-narratives that challenge its own dominant narrative. A narrative that blames smallholder farmers for Panama disease reinforces the trope on the unsustainability of smallholder agriculture and the lack of capacity of smallholder farmers. In contrast, a narrative that blames large companies or corporations for the spread of the disease is one that challenges the wisdom of corporate agriculture, and one that may have the consequence of state regulation of corporations, which contradicts the ideological core of neoliberalism: that the market must remain unhampered and unencumbered by strong state intervention.

Thirdly, neoliberalism influences Panama disease measures through the endorsement of tools against the disease that are consistent with its agenda. The research surfaces the aggressive promotion of biotechnology as the only solution – or the ‘silver bullet’ to the possible extermination of Cavendish bananas because of Panama disease, and the endorsement of a biotechnology-permissive global regulatory regime. Neoliberalism did not create Panama disease, nor are proponents of genetic modification always driven by market compulsions, but neoliberal globalism has been shown, for instance through predatory patenting schemes, to reinforce and exacerbate the tendencies of the ‘biotechnology revolution’ to cause social polarisation.

In sum, neoliberalism influences Panama disease strategies by framing risk ­– by managing and controlling how the risk of Panama disease is perceived, measured and decided upon by social actors. Its framing of risk is negotiable, malleable and contingent on what the system needs at a given time. This research concludes that neoliberalism has the effect of instrumentalising risk by deploying it as a tool that is used to protect the dominance of its ideology. The framing of risk – the answers to the fundamental questions of what risks matter, who decides, who should be exposed to what, and to what degree – is, indeed, an exercise of power. But at the same time, it is done to protect accumulated power, and in the course of this research, I strove to demonstrate, using the example of Panama disease, the precise ways by which neoliberalism has exercised its power in multiple levels of governance and within social relations of production to frame plant disease risk to its strategic advantage.

The urgent imperative, therefore, is to continue asserting a global counter-narrative: one that pushes plant disease protection as a global public good, one that speaks to heterogeneous understandings of risk and does not require a uniform notion of science to confer legitimacy to varying standards of protection and, most importantly, one that puts the marginalised and the disproportionate risk burdens that they bear at the centre of the discourse.

Methodology for the case studies
Smits, M.J.W. ; Woltjer, G.B. - \ 2017
EU (Circular impacts ) - 19 p.
economics - cycling - projects - renewable energy - recycling - sustainability - durability - politics - policy - environment - economie - kringlopen - projecten - hernieuwbare energie - duurzaamheid (sustainability) - duurzaamheid (durability) - politiek - beleid - milieu
This document is about the methodology and selection of the case studies. It is meant as a guideline for the case studies, and together with the other reports in this work package can be a source of inform ation for policy officers, interest groups and researchers evaluating or performing impact assessments of circular economy policies or specific circular economy projects. The methodology was developed to ensure that the case studies focus on the overall im pacts of the circular economy. The frame of the methodology is a s tep - by - step approach, which will be described in section s 3 and 4 of this document. In section 2 we describe the selection of the case studies.
CDA heeft boter op het hoofd met zijn kritiek op voedseltoezicht
Candel, Jeroen - \ 2017

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft afgelopen dagen veel kritiek gekregen vanwege het gebrekkige toezicht op het gebruik van antiluizenmiddelen in de pluimveesector. Pieter van Vollenhove, voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid, stelde een week geleden in het AD dat de aanwezigheid van fipronil in eieren eens te meer toont dat het toezicht op de voedselveiligheid faalt. Ook vanuit politiek Den Haag klonk felle kritiek. De Partij voor de Dieren stelt dat de NVWA sneller had moeten ingrijpen, de SP signaleert chaos en CDA-Kamerlid Jaco Geurts noemt de door de toezichthouder gecreëerde onduidelijkheid onacceptabel. Wel voegde Geurts eraan toe dat de pluimveesector zelf goed en adequaat had ingegrepen.

Trots op je vak
Hassink, Jan ; Vaandrager, Lenneke - \ 2017

Omgekeerd toetsen

De verkiezingen zijn achter de rug. Tijdens een door Divosa georganiseerd Politiek Café analyseerde Ferry Mingelen de mogelijkheden voor een nieuwe coalitie. Wordt het rechts met een beetje links of rechts met een vleugje midden? En wat betekent dat voor gemeenten, met name in het sociaal domein? Waar hopen we dan op? Waar willen we meer van? En waarvan in elk geval minder? ‘Regels, regels’, scandeerden de aanwezige leden van Divosa en andere belangstellenden via het digitale stembord. Want regels belemmeren ons als gemeenten om te doen wat nodig is. En om te leren door te doen: met vallen en opstaan nieuwe wegen zoeken om mensen weer zinvol te laten meedoen.

De Beroepsvereniging voor Klantmanagers heeft aan alle gemeenten die collectief lid zijn de film ‘I, Daniel Blake’ op dvd toegestuurd. Een fictief verhaal, maar gruwelijk realistisch. Een illustratie van hoe regels de boventoon kunnen gaan voeren en zo hun doel voorbijschieten. Hoe leefwereld en systeemwereld met elkaar botsen. Zo gaat het in het echt toch wel vaak. Want regels bieden houvast en het is niet makkelijk om vertrouwde patronen te doorbreken. Dat zullen we met elkaar moeten leren. Daarom is De Omgekeerde Toets van Stimulansz zo’n mooi hulpmiddel. Evelien Meester trekt er mee door het land. Onder andere naar Almere. Daarover meer in dit nummer van Trots op je Vak. Een nummer dat geheel in het teken staat van de lerende organisatie

Politiek onderschat verzilting in achtertuin
Blom-Zandstra, Greet - \ 2017
Duurzame voedselpolitiek: van generiek naar energiek
Dagevos, H. - \ 2017
In: Rood-groene politiek voor de 21e eeuw / de Coninck, H., Hurenkamp, M., Melsen, L., Opschoor, H., Van Gennep - ISBN 9789461644534 - p. 211 - 228.
Het is waar maar het klopt niet
Turnhout, Esther ; Metze, Tamara - \ 2017

Hoogleraar aan de Universiteit Wageningen Esther Turnhout schrijft in haar essay Integere relaties in het dossier ‘De beroepstrots van academici’ dat dit ideaal ‘is gebaseerd op een strikte scheiding tussen enerzijds de productie van kennis in het domein van de wetenschap en anderzijds het gebruik van die kennis door beleid, politiek en andere maatschappelijke en private actoren’. Ze wijst erop dat dit ideaal van de wetenschap als autonoom en zelfregulerend ’veelvuldig is bekritiseerd’. Bijvoorbeeld door de Amerikaanse hoogleraar Daniel Sarewitz die betoogt dat ‘juist die autonomie van de wetenschap ervoor heeft gezorgd dat de wetenschap de relatie met de maatschappij uit het oog is verloren’. Sarewitz schrijft: ‘Afgeschermd van elke verantwoordingsplicht behalve die aan zichzelf, begint het “vrije spel van vrije intellectuelen” meer te lijken op een vrijbrief voor onverschilligheid en onverantwoordelijkheid. De tragische ironie is hier dat de geblokkeerde verbeelding van mainstream wetenschap een gevolg is van precies die autonomie waarvan wetenschappers zeggen dat het de kern is van hun succes.’ Elders schrijft hij zelfs: ‘De wetenschap is niet zelfreinigend, ze is zelfdestructief.’

Turnhout stelt dat ‘deze overmoed niet alleen binnen de wetenschap wordt gecultiveerd en in stand wordt gehouden. De maatschappij verlangt van wetenschappers dat ze problemen oplossen. (…) De financiering van onderzoek is in belangrijke mate gebaseerd op het principe van maatschappelijke impact. Zo houden wetenschap en samenleving elkaar gevangen in een onhoudbaar verhaal waarin feiten en waarden van elkaar te scheiden zijn en waarin wetenschappelijke kennis eenduidig kan worden vertaald in oplossingen. (…) Dit onhoudbare verhaal voedt steeds weer zowel de hoogmoed van de wetenschap als de verwachtingen van de maatschappij. Het leidt ook steeds tot teleurstelling bij de maatschappij over de niet ingeloste beloftes die zijn gedaan, en bij de wetenschap over de manier waarop maatschappelijke actoren in plaats van de feiten, interpretaties en opties van wetenschappers over te nemen hun eigen interpretaties verbinden aan kennis.’

Ondertussen wordt in de wetenschappelijke praktijk gewerkt aan nieuwe vormen van onderzoek die proberen los te breken uit dit ‘onhoudbare verhaal’. In hoeverre ziet het werk van wetenschappelijk onderzoeker Tamara Metze van de Universiteit Wageningen er anders uit dan dat van een traditioneel onderzoeker? ‘Ik laat me in mijn onderzoek uitvoerig informeren door zogenaamde communities of practice’, vertelt ze. ‘Dat betekent dat organisaties en mensen die betrokken zijn bij een bepaald probleem reflecteren op hun werk en op hun praktijken. Neem het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Dat loopt er in de vaccinatiediscussie tegenaan dat het niet meer als de onbetwiste expert wordt gezien. De mededeling “Onderzoek toont aan dat je kinderen moet laten vaccineren” blijkt niet meer genoeg te zijn. Door breed te kijken in het hele veld onderzoeken we wat de rol is van emoties in zo’n discussie. We zoeken naar oplossingen, proberen ze ook uit, waarvan we dan direct weer verder leren. Het is transdisciplinair, meteen relevant en leerzaam.’

Metze baseert zich op de verschillende rollen die de politicoloog Roger Pielke onderscheidt voor de wetenschapper. Ten eerste is er de traditionele wetenschapper die afstandelijk is en min of meer als scheidsrechter functioneert. Hij of zij doet fundamenteel onderzoek in een nauwkeurig afgebakende discipline. Maar daarnaast zijn er ook rollen die aan de uiteindelijke ontvangers van het onderzoek meer keuzes geven. Zo eindigt veel beleidsonderzoek met verschillende scenario’s. Beleidsmakers kunnen dan kiezen of ze inzetten op een laag, midden of hoog scenario. Dan heb je als derde rol van de wetenschapper de issue-advocate die echt een normatief standpunt inneemt. Denk aan Albert Jan Kruiter die over zichzelf inderdaad zegt dat hij ‘rete-normatief’ is (‘ik gá voor die kwetsbare groep’). Dat kan volgens Metze nog steeds best onafhankelijk onderzoek zijn, als je maar duidelijk maakt vanuit welk normatief uitgangspunt je bent begonnen. Ten slotte heb je als vierde rol de kennismakelaar die met allerlei verschillende belanghebbenden praat en die kennis vervolgens probeert te integreren. Die laatste rol neemt Metze veelal in.

Politiek landschap moet vergroenen
Wallis de Vries, Michiel - \ 2016
016-3979
The politics of environmental knowledge
Turnhout, E. - \ 2016
Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462573796 - 20
milieuwetenschappen - milieu - kennis - biodiversiteit - ecosysteemdiensten - natuurbescherming - politiek - environmental sciences - environment - knowledge - biodiversity - ecosystem services - nature conservation - politics
Politiek aan de haal met fijn stof
Winkel, Albert - \ 2016
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.