Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 22

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Effects of diabetes mellitus on fibrin clot structure and mechanics in a model of acute neutrophil extracellular traps (Nets) formation
    Vries, Judith J. de; Hoppenbrouwers, Tamara ; Martinez-Torres, Cristina ; Majied, Rezin ; Özcan, Behiye ; Hoek, Mandy van; Leebeek, Frank W.G. ; Rijken, Dingeman C. ; Koenderink, Gijsje H. ; Maat, Moniek P.M. de - \ 2020
    International Journal of Molecular Sciences 21 (2020)19. - ISSN 1661-6596 - 15 p.
    Arterial thrombosis - Diabetes mellitus - Fibrin - Fibrinolysis - Neutrophil extracellular traps

    Subjects with diabetes mellitus (DM) have an increased risk of arterial thrombosis, to which changes in clot structure and mechanics may contribute. Another contributing factor might be an increased formation of neutrophil extracellular traps (NETs) in DM. NETs are mainly formed during the acute phase of disease and form a network within the fibrin matrix, thereby influencing clot properties. Previous research has shown separate effects of NETs and DM on clot properties, therefore our aim was to study how DM affects clot properties in a model resembling an acute phase of disease with NETs formation. Clots were prepared from citrated plasma from subjects with and without DM with the addition of NETs, induced in neutrophils by S. aureus bacteria or phorbol myristate acetate (PMA). Structural parameters were measured using scanning electron microscopy, mechanical properties using rheology, and sensitivity to lysis using a fluorescence-based fibrinolysis assay. Plasma clots from subjects with DM had significantly thicker fibers and fewer pores and branch points than clots from subjects without DM. In addition, fibrinolysis was significantly slower, while mechanical properties were similar between both groups. In conclusion, in a model of acute NETs formation, DM plasma shows prothrombotic effects on fibrin clots.

    Ventileren kun je leren: Hoe klaren we de lucht in huis?
    Molen, Michiel van der - \ 2017

    De luchtkwaliteit buiten is een ding, maar binnenshuis kan die ook nog wel gezonder. Schoonmaakmiddelen, fijnstof, schimmels en huidschilfers zitten het binnenklimaat flink dwars. Hoe klaren we de lucht?

    Dalende bodems, stijgende kosten : mogelijke maatregelen tegen veenbodemdaling in het landelijk en stedelijk gebied: beleidsstudie
    Born, G.J. van den; Kragt, F. ; Henkens, D. ; Rijken, B. ; Bemmel, B. van; Sluis, S. van der; Polman, N. ; Bos, Ernst Jenno ; Kuhlman, Tom ; Kwakernaak, C. ; Akker, J. van den; Diogo, V. ; Koomen, E. ; Lange, G. de; Bakel, J. van; Brinke, W.B.M. ten - \ 2016
    Den Haag : Planbureau voor de Leefomgeving (PBL-publicatie 1064) - 92
    Het doel van deze studie is om bodemdaling, de gevolgen van bodemdaling en het effect van mogelijke maatregelen in de Nederlandse laagveengebieden op een transparante manier in beeld te brengen. Dat doen we voor zowel het landelijk als stedelijk gebied. Deze studie laat de handelingsopties voor bestuurders zien voor afgewogen keuzes in het landelijk en stedelijk gebied ten aanzien van dilemma’s in de laagveengebieden die nu al op hun bord liggen of mogelijk in de toekomst zullen gaan spelen. Daarvoor kijken we naar een breed scala van effecten van bodemdaling, zoals de effecten op de landbouw en voedselproductie, het waterbeheer, het klimaat (CO2-emissie), natuur en landschap, en de bebouwde omgeving inclusief de infrastructuur. We geven een beeld van de orde van grootte van de problemen die door bodemdaling worden veroorzaakt en geven inzicht in de kosten en baten van bodemdaling. We kijken daarbij naar de gevolgen voor natuur, klimaat, landbouw, (water)beheer, wonen en infrastructuur.
    New perspectives for urbanizing deltas : a complex adaptive systems approach to planning and design : Integrated Planning and Design in the Delta (IPDD)
    Meyer, Han ; Bregt, A.K. ; Dammers, Ed ; Edelbos, Jurian ; Berg, Job van den; Born, Gert Jan van den; Broesi, R. ; Buuren, A. van; Burg, Leo van den; Duijn, Mike ; Heun, Gepke ; Marchand, M. ; Neumann, D. ; Nieuwenhuijze, L. ; Nijhuis, S. ; Pel, B. ; Pols, L. ; Pouderoijen, Michiel ; Rijken, Bart ; Roeleveld, Gerda ; Verkerk, Jitske ; Warmerdam, M. - \ 2015
    Amsterdam : MUST Publishers - 233
    deltas - urbanization - regional planning - physical planning - integrated spatial planning policy - south-west netherlands - urban development - water management - delta's - urbanisatie - regionale planning - ruimtelijke ordening - gebiedsgericht beleid - zuidwest-nederland - stadsontwikkeling - waterbeheer
    The delta region between Rotterdam and Antwerp is a prime example of an area where spatial developments face increasing complexity. Local initiatives for developing urban expansions, recreation areas, nature and industrial complexes must harmonize with measures such as adequate flood protection, sufficient freshwater supply, restoration of ecosystems and large-scale infrastructure over the long term. This complexity demans a new approach to spatial planning and design. This book is the result of a research project that aimed to develop such a new planning practice. The research was carried out in collaboration by a consortium of universities, centres of expertise, and engineering and design firms. The research conceived of the Southwest Delta of the Netherlands as a laboratory for the new approach, which has nonetheless also proven relevant to other regions dealing with a similar level of complexity.
    Green space and changes in self-rated health among people with chronic illness
    Wolfe, M.K. ; Groenewegen, P.P. ; Rijken, M. ; Vries, S. de - \ 2014
    European Journal of Public Health 24 (2014)4. - ISSN 1101-1262 - p. 640 - 642.
    environments - urbanity
    This prospective study analyses change in self-rated health of chronically ill people in relation to green space in their living environment at baseline. Data on 1112 people in the Netherlands with one or more medically diagnosed chronic disease(s) were used. The percentage of green space was calculated for postal code area. Multilevel linear regression analysis was conducted. We found no relationship between green space and change in health; however, an unexpected relationship between social capital at baseline and health change was discovered.
    Nijlbaars
    Zwieten, P.A.M. van - \ 2012
    Nijlbaars. Met Wat een vis kost- en wat een soortwaard is (Wetenschapsbijlage 26&27 mei) maakt Tijs Gold schmidt een karikatuur van ons werk en gebruikt hij onjuiste ge­ gevens. Zo houdt hij een somber en vooral simplistisch beeld over­ eind van de zeer dynamische situ­atie in en rond het meer, dat geen recht doet aan de mensen die er­ van afhankelijk zijn. Goldschmidt omarmt kritiek­ loos het 'ecologisch-dramascenario' waar biologen voor waarschu­wen.Dit heeft zich rond het Victo riameer echter niet voltrokken. De inheemse soortenrijkdom -de prachtig gekleurde cichliden- is door eutrofiering en de introduc­tie van nijlbaars inderdaad grotendeels verdwenen. Maar het meer is er niet minder productief op geworden.De vangst van nijlbaars is al twintig jaar stabiel rond 230.000 ton en ligt daarmee lager dan de 'maximum duurzame oogst', een breed geaccepteerde maat voor overbevissing. De visse­rij op andere hoogproductieve soorten (tilapia, dagaa) groeit.De vangsten op de resterende, zich handhavende, kleine cichliden zijn nu hoger dan voor de nijl­baarsovername.Het meer produceert duurzaam circa 1 miljoen ton vis per jaar en is daarmee tot ver in de regio een zeerbelangrijke bron van goedkope proteïnen. Het beeld van de nijlbaars als uitsluitend bedoeld voor Europese consumenten is inmiddels achterhaald. Nijlbaars wordt wel degelijk geëxporteerd in de regio (Kongo,Soedan) en naar elders. Voor de vissers is nijlbaars echter vooral een cash erop. Vraag mensen rond het meer welke vis ze graag eten, en ze noemen tilapia of dagaa.Met het verdiende geld schaffen ze (onder andere) voedsel aan. Tenslotte schetst Goldschmidt een eenzijdig beeld van nijlbaars-vissers als slachtoffer van wereld- wijd roofkapitalisme. Er zijn in- derdaad excessen: kinderarbeid komt voor, AIDS is een groot pro­bleem, en door toegenomen con­currentie is toegang tot de visserij en geld verdienen moeilijker geworden. Maar vergeet niet dat er rond het meer ook een Afrikaanse nou­veau riche is ontstaan, ook onder vissers, dankzij winsten uit de nijlbaars- en dagaa-sectoren. Deze nieuwe rijken zijn belangrijke eco­ nomische aanjagers in het gebied. Daarnaast kunnen de excessen niet uitsluitendp de visserij afge­schoven worden. Maatregelen van IMF en Wereldbank beperken nati­ onale overheden zeer in het door­ voeren van beleid om armoede en ziekte (AIDS) te bestrijden.
    Meer water met regelbare drainage?
    Stuyt, L.C.P.M. ; Bolt, F.J.E. van der; Snellen, W.B. ; Groenendijk, P. ; Schipper, P.N.M. ; Harmsen, J. ; Bakel, P.J.T. van; Ruijtenberg, R. ; Jonkers, D.A. ; Peerboom, J.M.P.M. ; Buck, A.J. de; Huinink, M. ; Rijken, M. ; Straat, A.A. van der; Talsma, M.J.G. - \ 2012
    Amersfoort : Stowa (Rapport / STOWA 2012-33) - ISBN 9789057735707 - 60
    drainage - grondwaterstand - agrarische bedrijfsvoering - peilbeheer - drainage - groundwater level - farm management - water level management
    Dit rapport geeft aan de hand van resultaten van vijf Nederlandse praktijkproeven inzicht in de mogelijkheden van regelbare of peilgestuurde drainage. Deze vorm van drainage - waarbij boeren de grondwaterstand op hun percelen flexibel kunnen regelen - houdt in tegenstelling tot conventionele drainage veel beter rekening met de uiteenlopende wensen en behoeften vanuit de landbouw, natuur, milieu en waterbeheer. Dit kan de realisatie van waterkwaliteits- en waterkwantiteitsdoelstellingen door waterschappen bevorderen en tegelijkertijd de bedrijfsvoering van agrariërs verbeteren.
    Samengestelde peilgestuurde drainage
    Dijk, W. van; Peerboom, J. ; Stuyt, L.C.P.M. ; Rijken, R. ; Hollemans, W. - \ 2011
    Wageningen : Wageningen UR - 6
    drainage - peilbeheer - veldproeven - limburg - noord-brabant - drainage - water level management - field tests - limburg - noord-brabant
    Uitleg over het project Samengestelde Peilgestuurde Drainage, uitgevoerd door Wageningen Universiteit & Researchcentrum (Praktijkonderzoek Plant & Omgeving en Alterra) in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en STOWA. De looptijd is van 2008 tot 2011. Verder aandacht voor de proeflocaties van Limburg, West-Brabant en Zeeland
    Carne de jochi
    Dijk, W.F.A. van - \ 2010
    In: Van de vette streken der aarde, en overvloed van koren / Schaminée, J.H.J., Nijmegen : Radboud Universiteit Nijmegen ism KNNV uitgeverij - ISBN 9789050113830 - p. 41 - 43.
    Van de vette streken der aarde en overvloed van koren. Westhoff-lezing, uitgesproken op 27 mei 2010 door Louise Fresco
    Schaminee, J.H.J. - \ 2010
    In: Inleiding - natuurbehoud is van de rijken / van den Born, R., Schaminee, J.H.J., Nijmegen : Radboud Universiteit Nijmegen - ISBN 9789050113830 - p. 6 - 9.
    Natuurbehoud is voor de rijken 'Carne de jochi'
    Dijk, W.F.A. van - \ 2010
    Natura 107 (2010)4. - ISSN 0028-0631 - p. 102 - 103.
    Modelonderzoek naar samengestelde peilgestuurde drainage
    Bakel, P.J.T. van; Peerboom, J. ; Rijken, R. ; Stevens, H. - \ 2008
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 41 (2008)2. - ISSN 0166-8439 - p. 48 - 51.
    drainage - waterbeheer - oppervlaktewater - grondwaterstand - grondwaterspiegel - oppervlakteafvoer - oppervlakkige afvoer - modellen - agrohydrologie - nutrientenbeheer - drainage - water management - surface water - groundwater level - water table - overland flow - runoff - models - agrohydrology - nutrient management
    Conventionele drainage leidt tot een aanzienlijke daling van de grondwaterstand en vooral daardoor tot een sterke toename van de stikstofbelasting en een behoorlijke afname van de fosforbelasting naar het oppervlaktewater. Uit modelonderzoek volgt dat door de aanleg van samengestelde peilgestuurde drainage de toename van de stikstofbelasting en de grondwaterstandsdaling kan worden vermeden, mits men de drains verdiept aanlegt en hogere streefpeilen hanteert. Ombouwen van bestaande drainage naar samengestelde peilgestuurde drainage (met hogere streefpeilen) leidt tot hogere grondwaterstanden, een reductie van de stikstofbelasting en een toename van de fosforbelasting. Door verdiepte aanleg of intensivering van de drainage (waardoor minder maaiveldafvoer optreedt) stopt de toename van de fosforbelasting
    Perceived genetic knowledge, attitudes towards genetic testing, and the relationship between these among patients with a chronic disease
    Morren, M. ; Rijken, M. ; Baanders, A.N. ; Bensing, J. - \ 2007
    Patient Education and Counseling 65 (2007)2. - ISSN 0738-3991 - p. 197 - 204.
    human-genome-project - general-practitioners - gender-differences - information needs - primary-care - focus group - cancer - discrimination - perceptions - population
    Objective: Genetics increasingly permeate everyday medicine. When patients want to make informed decisions about genetic testing, they require genetic knowledge. This study examined the genetic knowledge and attitudes of patients with chronic diseases, and the relationship between both. In addition, patients were asked about their preferred source of genetic information. Methods: Questionnaires were mailed to participants of a nationwide representative sample of patients with chronic diseases in the Netherlands (n = 1916). Results: The response rate was 82% (n = 1496). Perceived genetic knowledge was low, particularly among older and lower educated patients. Attitudes towards genetics were rather positive, especially among younger and higher educated patients. Some concerns were also documented, mainly about the consequences of genetic testing for employment and taking insurance. Patients who perceived to have little knowledge found it difficult to formulate an opinion about genetic testing. Higher levels of genetic knowledge were associated with a more favourable attitude towards genetics. Chronic patients prefer to receive genetic information from their GP. Conclusion: Chronic patients are ill prepared when they require genetic knowledge to make decisions regarding the treatment of their disease. This seems to result from a knowledge deficiency rather than from disagreement with the genetic developments. Practice implications: When chronic patients are in need of information about genetics or genetic testing, their general practitioner should provide this. (c) 2006 Elsevier Ireland Ltd. All rights reserved.
    Voetsporen van evolutie: de dynamiek van effectorgenen in het Phytophthora-genoom
    Jiang, R.H.Y. - \ 2007
    Gewasbescherming 38 (2007)5. - ISSN 0166-6495 - p. 273 - 275.
    aardappelen - solanum tuberosum - phytophthora infestans - genomen - phytophthora sojae - plantenziekteverwekkers - pathogenen - plantenziekteverwekkende schimmels - sojaproducten - wortelrot - gewasbescherming - potatoes - solanum tuberosum - phytophthora infestans - genomes - phytophthora sojae - plant pathogens - pathogens - plant pathogenic fungi - soyabean products - root rots - plant protection
    Het geslacht Phytophthora omvat meer dan 65 verwoestende plantenpathogene soorten die ernstige schade toebrengen aan landbouwgewassen en aan planten, struiken en bomen in de natuur. Economisch belangrijke pathogenen zijn onder andere Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte, Phytophthora sojae, die wortel- en stengelrot op sojaboon veroorzaakt. Een onlangs ondekte soort, Phytophthora ramorum, is verantwoordelijk voor het Sudden Oak Death-syndroom en verwoest eikenbomen langs de westkust van de Verenigde staten. Phytophthora behoort tot de oömyceten die, samen met plantenpathogene schimmels, de belangrijkste groep plantpathogenen vormen. Morfologische gezien lijken oömyceten en schimmels op elkaar maar ze behoren tot verschillende rijken, respectievelijk de Stramenopila en de Fungi. Convergente evolutie heeft ertoe geleid dat oömyceten en schimmels een vergelijkbaar wapenarsenaal hebben dat nodig is om planten aan te vallen
    Medicijn van de boerderij : functionele voeding laat de kassa rinkelen
    Beekman, J. ; Bent, A. van der - \ 2006
    Boerderij 91 (2006)15. - ISSN 0006-5617 - p. 4 - 6.
    functionele voedingsmiddelen - gezondheidsvoedsel - nieuwe voedingsmiddelen - gezondheid - agrarische bedrijfsvoering - functional foods - health foods - novel foods - health - farm management
    Gezondheid wordt een belangrijk verkoopargument bij voeding. De voedingsindustrie verdient al goed aan dit zogenaamde functional food. Gaan boeren aan gezondheidsvoeding ook meer verdienen? Philip Rijken van DSM ziet in deze groeimarkt op termijn grote kansen voor boeren
    Van vandaag naar morgen; evaluatie site gebiedsgerichtbeleid.nl
    Mulder, B. ; Rijken, D. ; Kersten, P.H. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1294) - 54
    overheidsbeleid - landgebruiksplanning - informatiediensten - informatie - internet - evaluatie - regionale planning - government policy - land use planning - information services - information - internet - evaluation - regional planning
    Op verzoek van VROM en LNV is de website doorgelicht, die momenteel gericht is op beleidsmakers. Na 2006 zal in het kader van ILG een andere werkwijze voor betrokkenen ontstaan, wanneer de beleidsvorming meer decentraal zal plaatsvinden. De functionaliteit van de huidige site dekt die behoefte maar in beperkte mate
    De Grenzen van de Micro-wave : Micro-krediet en de ambities van donoren
    Hospes, O. ; Moll, H.A.J. ; Ruben, R. - \ 1999
    In: Reader van een symposium over krediet verlening en schuldkwijtschelding voor ontwikkelingslanden: "Rijken krijgen krediet, armen de schuld" - p. 243 - 249.
    Irrigatietechnologie en duurzaamheid in sociaal-technisch perspectief.
    Mollinga, P.P. - \ 1996
    In: Techniek voor de armen, technologie voor de rijken. Verslag Workshop Ontwikkelingssamenwerking en duurzame technologie, NAR / Ravesloot, C.M., Reedijk, W., - p. 24 - 26.
    The effect of wording in childhood respiratory symptom questionnaires on prevalence estimates.
    Groot, B. ; Brunekreef, B. ; Hoek, G. ; Rijken, B. - \ 1995
    American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 151 (1995). - ISSN 1073-449X - p. SA568 - SA568.
    The Uma - economy : indigenous economics and development work in Lawonda, Sumba, Eastern - Indonesia
    Vel, J. - \ 1994
    Agricultural University. Promotor(en): F. von Benda-Beckmann; H.J. Tieleman. - S.l. : Vel - ISBN 9789054853084 - 283
    economische ontwikkeling - economische situatie - indonesië - nusa tenggara - inheemse kennis - economische productie - economic development - economic situation - indonesia - nusa tenggara - indigenous knowledge - economic production

    De Uma-economie: inheemse economie en ontwikkelingswerk in Lawonda, Sumba (oostelijk Indonesië)

    Dit boek gaat over de economie van Lawonda, een gebied in het midden van het eiland Sumba in het oosten van Indonesië. Van 1984 tot 1990 heb ik samen met mijn gezin in Lawonda gewoond. Mijn man en ik werkten voor de Gereformeerde Kerken in Nederland als adviseurs voor Propelmas, een ontwikkelingsproject van de Christelijke Kerk van Sumba. De algemene doelstelling van dit project was om de materiële situatie van de plaatselijke bevolking te verbeteren, met name van de armsten onder hen. In de loop van de jaren raakten we ervan overtuigd dat programma's voor armoedebestrijding alleen effectief kunnen zijn, als hun ontwerp gebaseerd is op grondige kennis van de bestaande inheemse economie. Dit proefschrift presenteert een beschrijving en analyse van die inheemse economie, en laat daarna zien hoe de mensen uit Lawonda hun economie aanpassen aan veranderingen, met name hoe zij omgaan met de steeds groter wordende behoefte aan geld. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de manier waarop kennis van de inheemse economie gebruikt kan worden in ontwikkelingsprogramma's.

    De analytische vraag die centraal staat in deze studie is hoe de inheemse economie bestudeerd kan worden als onderdeel van de lokale samenleving en haar cultuur. Bij een dergelijke benadering moet gezocht worden naar begrippen en eenheden die aangeven op welke manier de plaatselijke bevolking zelf denkt over economische activiteiten en organisatie. De Uma-economie is de naam die ik heb gekozen om de economie van Lawonda aan te duiden. Deze naam verbindt de economie aan de meest kenmerkende eenheid binnen de traditionele sociale organisatie, de Uma. Het woord uma betekent huis, maar geschreven met een hoofdletter heeft het een tweede betekenis, namelijk de groep mensen die bestaat uit het echtpaar dat een nieuw huis, uma, heeft gebouwd en hun nakomelingen. Deze groep functioneert als basiseenheid binnen de dagelijkse economie. Binnen de Uma worden gemeenschappelijke taken verdeeld, en wordt beslist wie welk stuk land mag bewerken, wat er met het vee gedaan wordt, wie mag gaan studeren, enzovoorts.

    Van oudsher is de economie van Lawonda, waarin landbouw de belangrijkste bron van bestaan is, gericht op de eigen regio. Maar Sumba is geen geïsoleerd gebied. In de loop van deze eeuw is Sumba steeds meer onderdeel van de Indonesische natie geworden, en geleidelijk aan wordt de inheemse economie opgenomen in grotere economische verbanden. Om de veranderingsprocessen die optreden in de Uma-economie te benoemen en te analyseren heb ik gebruik gemaakt van theoretische inzichten, die men aanduidt met de gemeenschappelijke noemer "articulatie (koppeling) van produktiewijzen" (Ray, 1973; Wolpe, 1980; Raatgever, 1988). Het onderwerp daarin is hoe traditionele economieën in een specifieke lokale context geleidelijk aan opgenomen worden in de kapitalistische produktiewijze, maar daarbij een gedeelte van de eigen specifieke kenmerken behouden. Voor de bevolking van Lawonda betekent deze "articulatie van produktiewijzen" dat zich allerlei nieuwe mogelijkheden voordoen: naast wat men van oudsher gewend was zijn er nu verschillende vormen en middelen van uitwisseling, verschillende doeleinden van economische activiteiten, en verschillende denkwijzen en manieren om de eigen handelwijze te legitimeren. Gesteund door inzichten uit de economische antropologie (Sahlins, 1972; Polanyi, 1957; Bohannan, 1957; Parry en Bloch, 1989) en de rechtsantropologie (Von Benda-Beckmann, 1992; Von Benda-Beckmann, et.al., 1989, Griffiths, 1986) beschrijf ik de Uma-economie als een repertoire van opties, een scala van mogelijkheden, waarbij de mensen in Lawonda kunnen kiezen om in hun behoeften te voorzien op hun traditionele manier of gebruik te maken van de alternatieve mogelijkheden. Binnen het repertoire van opties onderscheid ik drie keuze-gebieden: (a) alternatieve uitwisselingsvormen, (b) alternatieve vormen van sociale organisatie, en (c) verschillende denkwijzen. Deze begrippen worden besproken in het eerste hoofdstuk. Na de inleiding bestaat het boek uit drie delen.

    Het eerste deel van het boek omvat de beschrijving en analyse van de Uma-economie. Dit deel begint met hoofdstuk twee, dat het dagelijks leven in Lawonda beschrijft. Welke mensen wonen er in Lawonda en hoe voorzien zij in hun dagelijks levensonderhoud? Deze eerste kennismaking schetst een beeld van een samenleving dat heel anders is dan wat men zich doorgaans bij een Indonesisch dorp voorstelt. Lawonda is dun bevolkt, met gemiddeld niet meer dan 50 inwoners per vierkante kilometer. In het heuvelachtige landschap wordt droge landbouw op de hellingen gecombineerd met natte rijstbouw in de dalen. De technieken die men in de landbouw gebruikt zijn eenvoudig, er worden maar weinig middelen van buiten het eigen produktiesysteem, zoals kunstmest of pesticide, gebruikt, en de opbrengsten per hectare zijn laag. Veeteelt is een geïntegreerd deel van het lokale landbouwsysteem. Waterbuffels worden gebruikt bij de bewerking van de rijstvelden en paarden gebruikt men als rij- en lastdier. Daarnaast is de sociale en rituele betekenis van vee groot. Hoofdstuk twee presenteert de lezer een indruk van de couleur locale.

    In hoofdstuk drie wordt de sprong gemaakt naar een onderwerp dat de ingewikkelde samenhang tussen economie en cultuur laat zien. Het centrale begrip in dit hoofdstuk is de morality of exchange, het geheel aan normen en regels met betrekking tot uitwisseling van goederen en diensten. Het gaat daarbij om vragen als: waarom hebben mensen in Lawonda voorkeur voor ruil in natura boven verkoop voor geld, waarom wisselen ze liever goederen uit met de eén dan met de ander, waarom kunnen sommige zaken helemaal niet uitgewisseld worden of alleen maar voor heel bepaalde andere goederen, en wanneer spreken ze van een goede ruil. In de markteconomie, als economisch model, worden wordt de waarde van goederen uitgedrukt in marktprijzen. In de Uma-economie bestaat dit marktmechanisme maar op heel beperkte schaal, en de waarde van goederen wordt dan ook niet uitgedrukt in geld. Mensen in Lawonda hebben hun eigen waarderingssysteem, waarbij goederen worden ingedeeld in verschillende sferen van ruilverkeer (spheres of exchange). Dat zijn onderscheiden categorieën van goederen, waartussen een rangorde bestaat. Wanneer iets uit de hoogste categorie geruild wordt voor bijvoorbeeld voedsel, dat tot de laagste categorie behoort, keurt men dat af als een slechte ruil. Daarnaast zijn transacties nooit anoniem in Lawonda: de ruilvoet is afhankelijk van de persoonlijke kenmerken van degene met wie men de ruil aangaat. De combinatie van categorieën van goederen en ruil-partners leidt tot ingewikkelde uitwisselingspatronen. De traditionele normen en regels op dit gebied zijn heel sterk. De introductie en vervolgens het toenemend gebruik van geld, hebben er niet toe geleid dat transacties nu vooral volgens het marktmechanisme plaats vinden. In tegendeel, geld wordt ook in sferen van ruilverkeer ingepast, door het niet te beschouwen als geld op zich, maar verbonden met de besteding waarvoor men het wil gebruiken. Met deze analyse van het ruil gedrag in de Uma-economie is het mogelijk iets meer te begrijpen van de reacties van de bevolking in Lawonda op ontwikkelingsaktiviteiten die gericht zijn op geld verdienen. Bijvoorbeeld, waarom men in programma's voor varkenshouderij de varkens niet graag verkoopt om met de opbrengst voedsel te kopen, of waarom de boeren het zonde vinden om de opbrengst van het stierenmestprogramma aan schoolgeld te besteden.

    De morality of exchange is geen overblijfsel uit vervlogen tijden. In de loop der tijd hebben de Lawondanezen de normen en regels steeds aan gepast aan de veranderingen die op hen afkwamen. Hoofdstuk vier geeft een overzicht van de historische ontwikkelingen op Sumba en hun gevolgen voor de Uma-economie van Lawonda. In dit overzicht ligt de nadruk op interventies van buitenaf zowel door de overheid als door de Zending van de christelijke kerk. Voordat deze interventies plaats vonden was de Uma-economie georganiseerd volgens de regels van de traditionele sociale organisatie, die in dit hoofdstuk beschreven worden. Pas in de jaren zestig was de invloed van overheid en kerk zover toegenomen dat die in het dagelijks leven in Lawonda voelbaar werd. Eén van de gevolgen was dat er alternatieve sociale organisatievormen ontstonden, die ook nieuwe mogelijkheden voor ruilrelaties boden. Wie vroeger elkaar in termen van verwantschap als vreemden beschouwden, kunnen nu als Indonesisch staatsburgers, of als leden van de "christelijke familie" met elkaar omgaan, en op de daarbij passende wijze goederen en diensten uitwisselen.

    Deze omgang met "vreemden" is voor velen in Lawonda noodzakelijk geworden. Immers, niet alles waar een modern huishouden op Sumba behoefte aan heeft kan meer binnen de Uma zelf voortgebracht worden. Voor deze produkten van buiten is geld nodig. Een gedeelte van de arbeidskracht van de Uma wordt gebruikt om aan geld te komen. Hoofdstuk vijf gaat over arbeid in de Uma-economie, en behandelt de manier waarop men traditioneel met werk en de verdeling daarvan omgaat, en hoe dat verandert. Betaalde arbeid is buiten de steden op Sumba in de private sector nog steeds zeldzaam, maar wel is er steeds meer ruil van arbeid voor het gebruiksrecht van land, voor het gebruik van een kudde buffels, en ook voor financiële giften. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe de alternatieve vormen van sociale organisatie mogelijkheid bieden om arbeidskracht uit te wisselen tegen geld en het gebruik van land en vee.

    Naast arbeidskracht is grond de belangrijkste hulpbron in de Uma-economie. In hoofdstuk zes wordt beschreven dat er in Lawonda geen markt voor grond bestaat, maar dat er wel veel uitwisseling is van gebruiksrechten van grond. De traditionele opvatting dat grond geen privé eigendom is, maar aan de kabihu behoort ligt hieraan ten grondslag. Vervolgens ziet men in de manier van uitwisseling van gebruiksrechten een andere manifestatie van de morality of exchange.

    Het tweede deel van het boek presenteert vier verschillende manieren waarop mensen in Lawonda aan geld proberen te komen. De keuze voor eén van deze opties is geen vrije, maar hangt af van de mate waarin een persoon beschikt over grond, vee en arbeidskracht, en eveneens van de vraag in hoeverre nieuwe activiteiten, die niet in overeenstemming zijn met de traditionele normen voor economisch gedrag, van hem geaccepteerd worden door zijn omgeving.

    Hoofdstuk zeven gaat in op de manier waarop de mensen in Lawonda activiteiten om geld te verdienen beoordelen. Deze beoordeling is gebaseerd op hun ideeën over wat de kwaliteit van het leven bepaalt. In die perceptie is sociale zekerheid cruciaal. Dat betekent dat hoge prioriteit gegeven wordt aan het onderhouden van goede relaties met allen die steun kunnen verlenen in tijden van tekort, en ook met de overledenen, die volgens het traditionele geloof het wel en wee van de levenden in sterke mate beïnvloeden. Deze percepties omtrent het doel van economische activiteiten en de prioriteiten in het besteden van schaarse middelen, zijn anders dan de uitgangspunten die meestal aan ontwikkelingsaktiviteiten ter bestrijding van armoede ten grondslag liggen. Dit blijkt bij voorbeeld in de verschillende manieren waarop armoede geconstateerd en gemeten wordt. In dit hoofdstuk worden een aantal van deze poverty-assessment methoden besproken, en dan volgt een beschrijving van de criteria die mensen uit Lawonda zelf hanteren om rijken van armen te onderscheiden.

    Hoofdstuk acht presenteert de eerste, en meest "traditionele" manier waarop mensen in Lawonda aan geld komen. Zoals men uitwisselingsrelaties aanknoopt met grond- en veebezitters in ruil voor arbeidsdiensten, zo wordt er nu ook gezocht naar mensen met een betaalde baan, die een gedeelte van hun inkomen willen ruilen tegen het gebruik van grond of vee, of tegen arbeidsdiensten. In de hedendaagse uitwisselings-netwerken vindt men de vier verschillende soorten partners vertegenwoordigd. De transacties vinden plaats zoals dat voorheen tussen naaste familieleden gebruikelijk was; de partners hebben de wederkerigheidsrelatie geaccepteerd, en spreken van onderlinge hulp in plaats van directe uitwisseling van gelijkwaardige tegenprestaties. De toegang tot dit soort uitwisselings-netwerken is beperkt, en daarmee ook de mogelijkheid om via deze weg aan geld te komen. Alleen zij die anderen iets te bieden hebben, arbeid, grond, vee of geld, zijn in staat nieuwe wederkerigheidsrelaties te scheppen.

    Als men dergelijke relaties met geld-partners mist, of als men zulke grote bedragen aan geld nodig heeft, dat die niet meer alleen uit de bijdrage van geld-partners opgebracht kunnen worden, moet men een meer individuele wijze van geld verdienen vinden. Hoofdstuk negen beschrijft zo'n manier, die wel gekozen wordt door armere jonge mannen uit Lawonda. Hun toekomst perspectief is soms zo slecht, dat zij hun toevlucht nemen tot illegale activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om het verzamelen en verkopen van eetbare vogelnestjes. Het verzamelen is gevaarlijk werk, maar de verkoop van de vogelnestjes levert grote bedragen geld op. Het bezwaar van deze activiteit is dat het tegen de regels van de lokale gemeenschap -met name de nette middenklasse- ingaat: volgens hen staat het verzamelen van vogelnestjes gelijk aan omgang met de boze geesten, en het geld dat hiermee verdiend wordt is "heet" en zal alleen maar tot ziekte en narigheid leiden.

    Hoofdstuk tien gaat in op de mogelijkheden om via verhoging van de rijstproduktie geld te verdienen. Rijstboeren in Lawonda zijn zeer geïnteresseerd in vernieuwingen die tot produktieverhoging leiden. Een nieuwe wijze van grondbewerking, waarbij minder vee nodig is, vond echter geen ingang, omdat daarmee de belangen van de vee-bezitters geschaad werden. Een eigen experiment van de boeren om een deel van het gewas eerder in het seizoen te zaaien had wel succes, maar leidde niet tot veel extra inkomen in geld. Rijst is het meest favoriete voedsel, dat bovendien makkelijk vervoerd en opgeslagen kan worden. Vanwege die eigenschappen wordt er van de rijstoogst altijd een aanzienlijk deel verdeeld in plaats van verkocht. Een verhoging van de produktie verdwijnt via de bestaande verdelingsmechanismen, en het blijkt dat rijst een produkt is dat in Lawonda meer geschikt is voor wederkerige uitwisseling en ruil in natura, dan voor verkoop.

    Als laatste in het overzicht van verschillende wijzen om aan geld te komen, behandelt hoofdstuk 11 de verbouw en verkoop van kacang ijo (in Nederland het meest bekend als taugé-boontjes). Het blijkt een goed handelsgewas te zijn voor het armere deel van de bevolking, dat leeft van de droge landbouw, omdat het werk in deze teelt samenvalt met het drukke seizoen in de rijstbouw. Men heeft geen moeite om de boontjes te verkopen voor geld, omdat bonen tot de laagste categorie van ruilverkeer behoren, en er bestaat geen verdelingstraditie voor bonen. De verkoop van kacangijo blijkt een aparte en ingewikkelde activiteit voor de boeren in Lawonda, en het hoofdstuk laat zien hoe moeilijk het is om een handelwijze die past binnen de markteconomie over te nemen, wanneer men denkt volgens de regels van de Uma-econornie.

    In het derde deel van het boek komen de grote lijnen uit de voorgaande hoofdstukken bijeen in twee slothoofdstukken. Hoofdstuk 12 vat samen hoe de mensen uit Lawonda actief gebruik maken van het repertoire van opties. De kwaliteit van de sociale relatie tussen twee mensen bepaalt welk gedrag het meest passend is, en daarmee ook onder welke voorwaarde transacties tussen hen plaats vinden. Daarom kiezen uitwisselingspartners bij voorkeur voor de identiteit die hen het meeste voordeel biedt. Aan het einde van dit hoofdstuk kom ik terug op de manieren waarop mensen in Lawonda omgaan met de toenemende behoefte aan geld. De hoofdstukken in het tweede deel van dit boek laten zien dat er geen sprake is dat de ~-economie van Lawonda zich volgens een lineaire ontwikkeling in de richting van kapitalisme beweegt. De vooronderstelling dat het kapitalisme de dominante produktiewijze is, zou inhouden dat wederkerigheid slechts een vorm van uitwisseling is die vooraf gaat in de ontwikkeling naar uitwisseling via de markt, en daarom uiteindelijk zal verdwijnen. In Lawonda is er geen sprake van zo'n eenduidige ontwikkeling. Er zijn twee tendensen. Alle pogingen in Lawonda om aan geld te komen behelzen een toename van de transacties met vreemden, omdat geld bij uitstek de handelswaar van vreemden is. De eerste tendens is dat men steeds meer de voorkeur geeft aan zakelijke transacties, waarbij de kopers de waar met geld betalen. Een tweede tendens is, dat mensen die voorheen als vreemden beschouwd werden, omgevormd worden tot partners in een uitwisselings-netwerk en vervolgens behandeld worden alsof ze naaste familieleden zijn. Dat laatste maakt dat wederkerigheid de meest passende vorm van uitwisseling is, en dat opent de mogelijkheid voor mensen uit Lawonda om financiële giften te vragen van de geldpartners. Hoewel het lijkt alsof deze tendensen tegenstrijdig zijn, bestaan ze naast elkaar, en als strategie om aan geld te komen worden ze naast elkaar gebruikt.

    In het laatste hoofdstuk wordt de vraag gesteld wat de mogelijkheden zijn voor ontwikkelingsprogramma's binnen de Uma-economie. Hier komt de spanning aan de orde tussen twee uitgangspunten van ontwikkelingswerk zoals wij dat met Propelmas verrichtten. Aan de ene kant wilden we de normen, regels en praktijken van de inheemse economie accepteren als de bestaande werkelijkheid in Lawonda. Aan de andere kant probeerden we veranderingen te stimuleren die de relatieve positie van het armste deel van de bevolking zou verbeteren, en gingen daarmee in tegen die instituties en praktijken in de Uma-economie die de bestaande ongelijkheid in stand houden. Het hoofdstuk geeft geen recepten voor succesvol ontwikkelingswerk, maar laat zien hoe Propelmas in dit spanningsveld opereerde.

    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.