Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 40

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Rijpsma
Check title to add to marked list
New growing media and value added organic waste processing
Blok, C. ; Rijpsma, E. ; Ketelaars, J.J.M.H. - \ 2016
Acta Horticulturae 1112 (2016). - ISSN 0567-7572 - p. 269 - 280.
Biochar - Charification - Compost - Container plants - Peat alternatives - Torrefaction

Public pressure to use peat alternatives in horticultural rooting media offers room for the re-use of local organic waste materials. The re-use of organic wastes requires value added processing such as composting, co-composting, digestion, fractioning/sieving, pressing, binding, stabilising by torrefaction and charification, washing and nutrient exchange. Three cases are presented. In case 1, the new growing media project showed a successful reduction of peat in potting soil mixes at nurseries of 15 plant species. Peat use decreased from 78 to 27%-v/v. The 51%-v/v extra peat alternatives used were, averaged over all mixes used, 24%-v/v coir products, 13%-v/v wood fibre, 6%-v/v bark products and 2%-v/v for each of compost, rice husks, perlite or rockwool granulate. When compared to the standard control mixes yield decreased for two species, increased for two species and was equal for the remaining species. Important, sometimes limiting, properties were stability, nitrogen fixation, EC level, sodium level, rewetting rate and water holding capacity. In case 2 torrefaction at 250°C was used to turn a fast degrading nitrate fixing reed (Phragmites australis) into a non-toxic potting soil constituent which could be added to potting soil mixes up to 80%-v/v. In case 3 the cation exchange complex of coir was measured and saturated with calcium ions. The amount and concentration of a solution necessary to exchange sodium and potassium was 600 meq kg-1 and was dosed as 10 L of 30 mmol L-1 calcium nitrate. In all 3 cases product quality measurements and adapted processing or cultivation practises were discussed. A set of the most important measurements is presented, including: pH, EC, EC level, sodium level, potassium level, stability, nitrogen fixation, easily available water and rewetting rate. In conclusion additional or adapted processing of organic waste guided by proper measurements can increase the value of such organic waste for use in horticulture.

Het effect van fouten bij het meten van licht, temperatuur en CO2 op de energiebesparing van tuinbouwkassen
Bontsema, J. ; Gieling, T.H. ; Kornet, J.G. ; Rijpsma, E.C. ; Swinkels, G.J. - \ 2011
Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations - 145
glastuinbouw - energiebesparing - klimaatregeling - meting - sensors - fouten - nauwkeurigheid - nadelige gevolgen - vergelijkend onderzoek - glasgroenten - greenhouse horticulture - energy saving - air conditioning - measurement - sensors - errors - accuracy - adverse effects - comparative research - greenhouse vegetables
Het rapport "Het effect van fouten bij het meten van licht, temperatuur, en CO2 op de energiebesparing van tuinbouwkassen" beschrijft de resultaten van het onderzoek naar het effect van de nauwkeurigheid van de gebruikte sensoren in de kasklimaatregeling op het energieverbruik in de glastuinbouw. Het onderzoek is uitgevoerd bij vier telers met elk een verschillend gewas, nl. komkommer, aubergine, tomaat en radijs. Deze telers zijn geselecteerd op meerdere criteria waarbij het meest doorslaggevend waren: de spreiding over verschillende fabrikaten klimaatcomputers, verschillende fabrikaten klimaatsensoren en het beschikbaar zijn van een ruime binnenplaats zonder al te veel slagschaduw.
Energiemanagement Alstroemeria: energie-efficiente temperatuurstragie in relatie tot belichting voor de teelt van Alstroemeria
Kersten, M. ; Rijpsma, E.C. ; Heij, G. - \ 2006
Naaldwijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten Wageningen UR Glastuinbouw ) - 44
alstroemeria - energiebehoud - aanvullend licht - kunstlicht - temperatuur - energiebesparing - energy conservation - supplementary light - artificial light - temperature - energy saving
Planttemperatuur als stuurparameter in kasklimaatregelingen. Deelverslag: Resultaten van kasexperimenten
Houter, G. ; Rijpsma, E.C. ; Campen, J.B. ; Gelder, A. de; Kempkes, F.L.K. - \ 2005
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw - 85
planten - temperatuur - milieubeheersing - verwarmingssystemen - nederland - binnenklimaat - plants - temperature - environmental control - heating systems - netherlands - indoor climate
De temperatuur is een belangrijke factor die de ontwikkelingssnelheid van een plant beïnvloedt. Het gaat daarbij om de planttemperatuur en niet om de kasluchttemperatuur. In middels is het al 6 jaar geleden dat de firma Brinkman de planttemperatuur in de glastuinbouw heeft geïntroduceerd. Met deze sensor wordt op basis van infrarood de gemiddelde planttemperatuur van een oppervlak van 5 tot 10 m2 gemeten. Sindsdien wordt de sensor in de praktijk gebruikt, waarbij alle gangbare klimaatcomputersystemen in de Nederlandse glastuinbouw de noodzakelijke aansluitmogelijkheden bieden. Enkele klimaatcomputersystemen hebben ook de mogelijkheid om regelingen door de planttemperatuur te laten beïnvloeden. Echter daar wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt van gemaakt. Is dit dan zo moeilijk? In een onderzoek bij tomaat heeft PPO in Naaldwijk in samenwerking met A&F antwoord op deze vraag gegeven. In dit onderzoek is ook gekeken hoe op basis van aanvullende sensoren natslag op het gewas kan worden voorkomen en hoe op basis van deze sensoren een energiezuinige vochtregeling ontwikkeld kan worden.
Planttemperatuur als stuurparameter in kasklimaatregelingen: Deelverslag: Ontwikkeling plant temperatuursensor
Campen, J.B. ; Kempkes, F.L.K. ; Houter, G. ; Rijpsma, E.C. - \ 2005
Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations (Rapport / Agrotechnology & Food Innovations 415) - 31
temperatuur - temperatuurmeters - instrumenten (meters) - meting - planten - plant-water relaties - kassen - glastuinbouw - temperature - temperature gauges - instruments - measurement - plants - plant water relations - greenhouses - greenhouse horticulture
Condensatie op het gewas geeft aanleiding tot ziektes zoals Botrytis. Condensatie gebeurt als de temperatuur van een oppervlak zich onder de dauwpuntstemperatuur van de lucht bevindt. De dauwpuntstemperatuur is afhankelijk van de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid. De omgevingstemperatuur van de plantdelen is afhankelijk van de locatie van de plantdelen. Verticale temperatuurverschillen in de kas zorgen ervoor dat de omgevingstemperatuur afwijkt van de kasluchttemperatuur gemeten op de positie van de meetbox. De kop van het gewas, de vruchten en de stengel van het gewas hebben de grootste potentie om nat te slaan. De bovenste delen van de plant zijn vaak in de nacht kouder dan de rest van het gewas door uitstraling naar een koud dek. De temperatuur van het bovenste gedeelte van het gewas kan het beste worden gemeten met de infrarood camera. Deze geeft in de nacht, de tijd waar het gevaar op condensatie het grootste is, de temperatuur goed weer. In de ochtend uren zal de kop van het gewas snel opwarmen door de zon en het relatief lage gewicht. De kans op condensatie op de vruchten met een relatief grote massa is het grootste als de luchttemperatuur toeneemt. A&F heeft een sensor ontwikkeld waarmee de temperatuur van de relatief zware delen van het gewas kan worden gemeten. De gemeten temperatuur komt overeen met een echte volgroeide vrucht. De kunstvrucht sensor kan het beste worden geplaatst onder in het gewas waar de luchttemperatuur lager is en de kans op directe zonnestraling gering. Op deze locatie hangen ook de grootste vruchten en is de kans op condensatie het grootst. De stengel van het gewas nabij de wortels heeft een verhoogde kans op Botrytis. Meting van de stengeltemperatuur laat zien dat deze afhankelijk is van de temperatuur van het voedingswater in de mat en de mate van wateropname door het gewas op een bepaald moment. Als de temperatuur van het water beneden de dauwpuntstemperatuur komt kan dit aanleiding geven tot condensatie op de stengel. Dit kan worden voorkomen door het voedingswater voor te verwarmen. Overigens laten de metingen zien dat de artificiële vrucht in de kritieke ochtenduren kouder is dan de stengel, meting van de vruchttemperatuur heeft daarom een hogere prioriteit. De metingen kunnen worden opgenomen in de klimaatregeling waardoor de luchtvochtigheid scherper kan worden geregeld. Het vochtdeficit in de kas kan worden verkleind (of het setpoint RV worden verhoogd) indien de regeling plaatsvindt op basis van de gewastemperatuur. Hierdoor zal er minder gelucht en verwarmd worden ten behoeve van de ontvochtiging wat tot een energiebesparing leidt. In een deel van het onderzoek is de temperatuur van de kunstmatige vrucht gebruikt voor de vochtregeling, dit is apart gerapporteerd. Kortom extra metingen aan het gewas voor de klimaatregeling beperkt de kans op natslaan waardoor de vochtregeling scherper kan worden ingesteld. Hierdoor hoeft er minder te worden gelucht en verwarmd wat tot een energiebesparing leidt.
Effecten van mobiele en vaste belichting op tomatenteelt en kasklimaat : winter en voorjaar van 2004 bij firma Van der Lans
Houter, Bert ; Lages, Peter ; Gelder, Arie de; Rijpsma, Edwin - \ 2004
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V., Sector Glastuinbouw - 48
Optimalisatie temperatuur bij komkommer
Janse, J. ; Houter, G. ; Berkhout, B.A. ; Rijpsma, E.C. - \ 2004
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw - 22
cucumis sativus - komkommers - temperatuur - groei - groeitempo - glastuinbouw - vruchtgroenten - cucumbers - temperature - growth - growth rate - greenhouse horticulture - fruit vegetables
Verslag van een onderzoek waarin geprobeerd is om door de etmaaltemperatuur te variëren, de assimililatenvraag beter af te stemmen op het assimilatenaanbod. Hier zou de teelt optimaler kunne verlopen en de productie kunnen stijgen.
Optimalisering temperatuur bij komkommer
Janse, J. ; Houter, G. ; Berkhout, B.A. ; Rijpsma, E.C. - \ 2004
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Glastuinbouw - 31 p.
cucumis sativus - komkommers - teelt onder bescherming - temperatuur - tuinbouwgewassen - kasgewassen - cucumbers - protected cultivation - temperature - horticultural crops - greenhouse crops
Energiebesparing door aangepaste vochtregulatie
Houter, G. ; Gelder, A. de; Rijpsma, E.C. ; Roos, M. ; Paternotte, S.J. ; Zwart, H.F. de - \ 2004
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw (PPO 416.16017) - 66
energiebehoud - kassen - vochtigheid - bestrijdingsmethoden - teelt onder bescherming - nederland - binnenklimaat - energy conservation - greenhouses - humidity - control methods - protected cultivation - netherlands - indoor climate
Het project Energiebesparing door aangepaste vochtregulatie had tot doel de ontwikkeling van een energieefficiënte strategie voor het geïntegreerde gebruik van minimum buis, minimum raam en doekstand. Daarvoor is in het najaar van 2003 een proef bij PPO uitgevoerd met tomaat met 4 verschillende vochtstrategieën bestaande uit de combinatie van 2 vochtgrenzen (vochtregulatie vanaf 85 of 91 % RV) en het al dan niet toepassen van een vochtafhankelijke minimum buis. De gebruikte luchtvochtigheid in de regeling was gebaseerd op de RV bij de berekende vruchttemperatuur. De resultaten lieten zien dat de toegepaste vochtregulatie bestaande uit eerst een vochtafhankelijke vochtkier in het scherm (maximum 4 %), gevolgd door een vochtafhankelijke minimum raamstand en tot slot een vochtafhankelijke minimum buistemperatuur een efficiënte regelstrategie is om te voorkomen dat de luchtvochtigheid in de kas te veel opliep. Hierbij wordt de vochtafvoer door condensatie op een koud kasdek zo veel mogelijk bevorderd. Vaste schermkieren, vaste minimum raamstanden of vaste minimum buistemperaturen zijn niet toegepast. Verder werd de verdamping niet extra gestimuleerd. Bij de toegepaste vochtregulatie werd geregeld op basis van de luchtvochtigheid bij de traag opwarmende vruchten. Dit bleek een energie-efficiënte wijze te zijn. Doordat bij het regelen op de luchtvochtigheid van de vruchten alleen op moment dat het moet ook daadwerkelijk actie wordt ondernomen, kan het vochtniveau enkele procenten hoger liggen dan als op de luchtvochtigheid van de kaslucht vocht wordt geregeld. Simulatieresultaten gaven aan dat afhankelijk van het toegepaste vochtniveau op jaarbasis 13 tot 35 % energie bespaard kon worden ten opzichte van een praktijkregeling (geschermde teelt met jaarverbruik van 51 m3/m2) en dat bij de toegepaste vochtregulatie minder kans op natslag was. De toegepaste vochtregulatie is eenvoudig van opzet en sluit aan bij de regelingen en instelmogelijkheden van de moderne klimaatcomputers. De toegepaste vochtgrenzen hebben in het najaar niet geleid tot grote problemen met Botrytis, ondanks dat door het inbrengen van Botrytis sporen de infectiedruk in de afdelingen was opgevoerd. Wel nam aan het einde van de teelt bij alle behandelingen de aantasting door Botrytis in dezelfde mate toe. Of de vochtgrenzen ook in de praktijk jaarrond verhoogd kunnen worden zonder grote problemen met Botrytis, hangt af van teelthandelingen, watergeefstrategie, aanwezige infectiedruk en duur tot einde van teelt. In het uitgevoerd onderzoek leidde het moment van blad snijden, vroeg (voor 9:30 uur) of laat (na 15 uur), niet tot duidelijk meer of minder Botrytis. Hierbij moet worden aangetekend dat er een flinke spreiding was in de mate van aantasting tussen de behandelingen en binnen de afdelingen.
Energiebesparing en vermindering van pieken in gasafname bij gewassen met een lage energiebehoefte : onderzoek 2002-2003
Janse, J. ; Rijpsma, Edwin - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V., Sector Glastuinbouw - 55
Biologisch geteelde trostomaat: Gebruikswaardeonderzoek Stookteelt 2003
Hogendonk, L. ; Steenbergen, P. ; Rijpsma, E.C. ; Berkhout, B.A. - \ 2003
Naaldwijk : PPO Sector Glastuinbouw (Rapporten PPO Sector Glastuinbouw ) - 47
tomaten - rassen (planten) - biologische landbouw - tomatoes - varieties - organic farming
Dit rapport doet verslag van een onderzoek waarin zeven nieuwe rassen trostomaten op hun bruikbaarheid voor de praktijk worden beoordeeld. Het gaat om E 25.31441, Classy, BST 9070, Lemance, Providance, Durinta en Vienna. Cedrico en Clothilde worden als vergelijking opgenomen. De rassen worden beoordeeld op o.a. vruchtkleur, doorkleuring vrucht, doorkleuring tros, stevigheid, groene delen, zwelscheuren, goudspikkels en gebruikswaarde. Het onderzoek resulteert in een rasbeschrijving voor de vakbladen.
Gebruikswaardeonderzoek zware sla : winterteelt 2002-2003
Rijpsma, E.C. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw
gebruikswaarde - groenten - cultivars - glastuinbouw - landbouwkundig onderzoek - groenteteelt - nederland - use value - vegetables - greenhouse horticulture - agricultural research - vegetable growing - netherlands
Verslag van gebruikswaardeonderzoek glasgroenten met als doel de teler te steunen in de keuze van zijn rassen door het vergaren en presenteren van resultaten, verkregen uit objectief en betrouwbaar onderzoek dat in samenwerking met telers en veredelaars wordt uitgevoerd.
Gebruikswaardeonderzoek polysla : winterteelt 2002-2003
Rijpsma, E.C. - \ 2003
Aalsmeer : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 17
lactuca sativa - slasoorten - gebruikswaarde - groenteteelt - cultivars - glastuinbouw - landbouwkundig onderzoek - nederland - lettuces - use value - vegetable growing - greenhouse horticulture - agricultural research - netherlands
Versalg van gebruikswaardeonderzoek glasgroenten met als doel de teler steunen in de keuze van zijn rassen door het vergaren en presenteren van resultaten, verkregen uit objectief en betrouwbaar onderzoek dat in samenwerking met telers en veredelaars wordt uitgevoerd.
Gebruikswaardeonderzoek komkommer: zomerteelt 2002
Hogendonk, L. ; Steenbergen, P. ; Rijpsma, E.C. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 32
cucumis sativus - komkommers - teelt onder bescherming - gebruikswaarde - rassenproeven - cultivars - kwaliteit - gewasproductie - cucumbers - protected cultivation - use value - variety trials - quality - crop production
Gebruikswaardeonderzoek komkommer : stookteelt 2003
Hogendonk, L. ; Steenbergen, P. ; Rijpsma, E.C. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Glastuinbouw - 32
cucumis sativus - komkommers - kasgewassen - teelt onder bescherming - gebruikswaarde - rassen (planten) - cultivars - rassenproeven - houdbaarheid (kwaliteit) - cultuurmethoden - cucumbers - greenhouse crops - protected cultivation - use value - varieties - variety trials - keeping quality - cultural methods
Energiebesparing en vermindering van pieken in gasafname bij gewassen met een lage energiebehoefte : onderzoek 2002-2003
Janse, J. ; Rijpsma, E.C. ; Raaphorst, M.G.M. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 57
energiebesparing - kasgewassen - lage-energie teelt - nederland - energy saving - greenhouse crops - low energy cultivation - netherlands
Door liberalisering van de energiemarkt komen tuinders die groenten- en bloemengewassen telen met een lage nergiebehoefte, ernstig in de problemen. Bij deze gewassen is het gasverbruik weliswaar laag (ca. 10-20M3/m2)maar het verbruik is sterk ongelijkmatig verdeeld over het jaar. In de winterperiode kunnen er tevens flinke pieken in het gasverbruik vallen. Dit resulteert in erg hoge prijzen voor het gas. Door het PPO in Naaldwijk is bij de gewassen sla, radijs andijve, freesia en ranaonke een onderzoek uitgevoerd om het energieverbruik te verminderen en gaspeieken af te vlakken. Dit in verband met het realiseren van een lagere contractcapaciteit. Het onderzoek richtte zich op het gebruik van een energiescherm en temperatuurintegratie. De proef is uitgevoerd in de periode van half oktober 2002 tot half mei 2003. Er zijn drie teelten radij, twee teelten sla en andijvie en éénteelt freesia en ranonkerl gerealiseerd.
Gebruikswaardeonderzoek komkommer: herfstteelt 2003
Hogendonk, L. ; Steenbergen, P. ; Rijpsma, E.C. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Rapporten PPO ) - 31
cucumis sativus - komkommers - gebruikswaarde - kwaliteit - economische impact - nederland - cucumbers - use value - quality - economic impact - netherlands
Gebruikswaardeonderzoek polysla : winterteelt 2001-2002
Rijpsma, E.C. - \ 2002
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 15
lactuca sativa - slasoorten - groenten - teelt onder bescherming - gebruikswaarde - rassen (planten) - glasgroenten - lettuces - vegetables - protected cultivation - use value - varieties - greenhouse vegetables
Gebruikswaardeonderzoek zware sla : winterteelt 2001-2002
Rijpsma, E.C. - \ 2002
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 15
lactuca sativa - slasoorten - groenten - teelt onder bescherming - gebruikswaarde - rassen (planten) - glasgroenten - lettuces - vegetables - protected cultivation - use value - varieties - greenhouse vegetables
Gebruikswaardeonderzoek andijvie : winterteelt 2001/2002
Hogendonk, L. ; Steenbergen, P. ; Rijpsma, E. - \ 2002
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 18
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.