Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 1925

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    De rol van kennisnetwerken in transformatieve verandering
    Turnhout, Esther - \ 2020
    Rol van licht fundamenteel belicht
    Bokkers, E.A.M. - \ 2020

    Licht heeft een grote invloed op het gedrag, de gezondheid, de groei en dus het welzijn van varkens. Toonaangevende bedrijven en instituten gaan samen een duurzaam en innovatief lichtconcept voor de varkenshouderij ontwikkelen. Leider van het project 'Enlighted Pigs' is Eddie Bokkers van de groep Dierlijke Productiesystemen van Wageningen University & Research.

    Hypotheses voor afname van de visstand in het IJsselmeer
    Leeuw, Joep J. de; Donk, Susanne C. van - \ 2020
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C051/20a) - 35
    De afgelopen decennia is de visstand in het IJsselmeer veranderd. In recente jaren is vooral het gebrek aan grotere en oudere vis opvallend. In dit rapport worden de belangrijkste waarnemingen en hypotheses beschreven aan de hand van rapporten, ongepubliceerde gegevens, wetenschappelijke literatuur en visies van diverse experts betrokken bij ecosysteemontwikkelingen in het IJsselmeer. Bij de analyse en het opstellen van hypotheses is ook gebruik gemaakt van waargenomen overeenkomsten en verschillen in veranderingen in de visstand en het functioneren van het Markermeer De belangrijkste mogelijke oorzaken om de waargenomen veranderingen in de visstand te verklaren zijn de veranderingen in nutriëntenbelasting en daarmee de voedselbasis voor jonge vis, visserij, en toegenomen helderheid van het water waardoor interacties tussen vogels en vis versterkt lijken te worden. Klimaatveranderingen (temperatuur en wind) spelen een rol voor de voedselsituatie. De rol van milieubelastende stoffen is onduidelijk: er lijken geen ongunstige trends te worden gevonden in stoffen die gemeten worden, maar gezien de veelheid van typen en soorten potentieel belastende stoffen zijn negatieve effecten hiervan niet uit te sluiten. Exoten (invasieve grondels, quaggamosselen en andere bodemfauna) grijpen in op het functioneren van het ecosysteem voor vis op verschillende manieren: als mogelijk voedsel of juist als concurrenten om voedsel met inheemse visfauna, of het versterken van de helderheid van het water (quaggamossels). Deze mogelijke effecten zijn tot dusver nauwelijks onderzocht. Uit de analyse van waarnemingen en onderzoeksgegevens komen twee hypothesen sterk naar voren: (1) door gebrekkige nutriëntenstromen die mogelijk samenhangen met (onbegrepen) bodemprocessen en het grotendeels ontbreken van natuurlijke oevers ontstaat voedselgebrek voor verschillende vissoorten en levensfasen (2) het steeds vaker helder worden van het IJsselmeer en gebrek aan (natuurlijke) schuilmogelijkheden leidt ertoe dat veel jonge vis zich onveilig voelt voor roofvissen en visetende watervogels. Het samenspel van nutriënten, waterkwaliteit en de voedselbasis voor vis is complex, zowel over seizoenen als ruimtelijke patronen over het meer, maar meetreeksen in het IJsselmeer zijn zeer beperkt. Het verdient aanbeveling om de monitoring van waterkwaliteit in het IJsselmeer op te delen in het noordelijk en zuidelijk IJsselmeer met meetpalen op meerdere relevante locaties. Daarnaast zijn regelmatiger metingen aan de voedselbasis van vis (zoöplankton en benthos) wenselijk om veranderingen in de visstand beter te begrijpen. Het samenspel tussen helderheid en het gedrag van vogels en vissen verdient eveneens nadere analyse. Op basis van bovenstaande hypothesen zouden maatregelen om de omstandigheden voor vis te verbeteren in eerste instantie gericht moeten zijn op het ontwikkelen van grootschalige natuurlijke oevers met rijke oever- en onderwatervegetatie. Dergelijke oeverzones met rietmoerassen kunnen veiligheid bieden aan kleinere vis en zorgen voor een grote productie aan organisch materiaal dat ten goede komt aan voedselketens.
    Tien miljard monden
    Zwarte, I.J.J. de; Candel, J.J.L. de - \ 2020
    Amsterdam : Prometheus - ISBN 9789044646009 - 384 p.
    In 2050 telt de wereld tien miljard monden. Tegelijkertijd staan we voor de grootste uitdagingen rondom milieu, klimaat en gezondheid uit de geschiedenis. Hoe gaan we de toekomstige wereldbevolking voeden zonder onze planeet volledig uit te putten?

    In dit bijzondere boek geven tachtig Wageningse topwetenschappers een uniek inkijkje in hun grensverleggende onderzoek naar het voedselvraagstuk. Hoe maken we onze landbouw duurzamer? Wat ligt er in de toekomst op ons bord? Hoe beschermen we onze natuurlijke hulpbronnen? En wat is hierbij de rol van consumenten, bedrijven en de politiek?

    Tien miljard monden neemt de lezer mee op een ontdekkingsreis langs baanbrekende ideeën op het gebied van gezond en duurzaam voedsel. Van het eten van algen en insecten tot het terugdringen van pesticiden en voedselverspilling. En van het maken van betere keuzes in de supermarkt tot het bestrijden van honger in ontwikkelingslanden. Dit boek toont het brede scala aan innovaties die nodig zijn om onze planeet te voeden en te behouden voor toekomstige generaties.

    De initiatiefnemers van dit boek maken deel uit van een nieuwe generatie Wageningse voedseldenkers.
    Boerenpower: naar een veerkrachtige agrarische sector
    Meuwissen, M.P.M. ; Reidsma, P. - \ 2020
    In: Tien miljard monden / Candel, J., de Zwarte, I., Amsterdam : Prometheus - ISBN 9789044646009 - p. 92 - 99.
    In 2050 telt de wereld tien miljard monden. Tegelijkertijd staan we voor de grootste uitdagingen rondom milieu, klimaat en gezondheid uit de geschiedenis. Hoe gaan we de toekomstige wereldbevolking voeden zonder onze planeet volledig uit te putten?

    In dit bijzondere boek geven tachtig Wageningse topwetenschappers een uniek inkijkje in hun grensverleggende onderzoek naar het voedselvraagstuk. Hoe maken we onze landbouw duurzamer? Wat ligt er in de toekomst op ons bord? Hoe beschermen we onze natuurlijke hulpbronnen? En wat is hierbij de rol van consumenten, bedrijven en de politiek?

    Tien miljard monden neemt de lezer mee op een ontdekkingsreis langs baanbrekende ideeën op het gebied van gezond en duurzaam voedsel. Van het eten van algen en insecten tot het terugdringen van pesticiden en voedselverspilling. En van het maken van betere keuzes in de supermarkt tot het bestrijden van honger in ontwikkelingslanden. Dit boek toont het brede scala aan innovaties die nodig zijn om onze planeet te voeden en te behouden voor toekomstige generaties.

    De initiatiefnemers van dit boek maken deel uit van een nieuwe generatie Wageningse voedseldenkers.
    De Achterhoek in 2120
    Rooij, Bertram de; Hattum, Tim van - \ 2020
    100 jaar vooruit in de tijd naar klimaat neutrale Achterhoek – velen geïnspireerd met webinar Woensdag 16 september organiseerde 8RHK ambassadeurs de webinar ‘de Achterhoek in 2120’. De webinar was goed bezocht met ruim 60 geïnteresseerden uit verschillende sectoren. Wageningen University & Research over toekomstbestendig NL Wageningen University & Research ontwikkelde een visie over een toekomstbestendig Nederland en hoe dat er in 2120 uit zou kunnen zien. De aanleiding voor het ontwikkelen van deze visie is de moeizame uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs en een groot internationaal onderzoek uit 2019 waaruit blijkt dat het wereldwijd slecht gaat met de biodiversiteit. In de visie wordt gekeken naar de verschillende factoren die invloed hebben op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Vruchtbare sessies voor inrichting Achterhoek Tim van Hattum (projectleider klimaat WUR) en Bertram de Rooij (Senior Researcher – Research by Design / landscape architect WUR) namen ons mee in hun bevindingen en een eerste blik op wat dit betekent voor onze regio. Welke rol kan de Achterhoek spelen in de ontwikkeling van Nederland? Vanuit verschillende perspectieven zoals landbouw, biodiversiteit, duurzame energie, water of de circulaire economie wordt gekeken naar de inrichting van Nederland in 2120. Na de inspirerende presentaties gingen de aanwezigen uiteen in deelsessies. Discussiepunten waren: wat zijn belemmeringen en wat kun je er morgen al mee doen?
    Nog veel vragen over rol nuttige insecten
    Allema, Bas - \ 2020
    Welke rol hebben voedselbossen in de landbouw van de toekomst?
    Kruit, Jeroen - \ 2020
    Ontwikkelingen van bodemgebonden vis en epibenthos in de Oosterschelde in de periode 1970-2018
    Mulder, I.M. ; Tulp, I. ; Ysebaert, T. - \ 2020
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C024/20) - 32
    In het kader van de systeemrapportage Oosterschelde zijn de ontwikkelingen van vis in de Oosterschelde geanalyseerd gebruik makend van de data uit de Demersal Fish Survey (DFS) die sinds 1970 elk jaar wordt uitgevoerd in onder andere de Oosterschelde waarbij de op de bodem levende vis en bodemdieren worden bemonsterd met een garnalenkor. Met deze methode wordt een deel van de visgemeenschap bemonsterd: grotere, snel zwemmende vis en vissen in de waterkolom vallen buiten het bereik van de methode. De tijdseries van dichtheid en biomassa van de totale hoeveelheid gevangen vis zijn geanalyseerd, naast algemene trends van vissoorten die zijn gegroepeerd in ecologische- en voedselgildes. Daarnaast zijn een aantal individuele soorten geanalyseerd, waaronder commerciële soorten zoals schol, tong en bot waarvoor de Oosterschelde fungeert als een kinderkamer. Alle trends zijn berekend voor de Oosterschelde als geheel en per deelgebied: de monding, het middengebied, de noordtak en de kom. Zowel de biomassa als dichtheden laten een sterke daling zien vanaf ca. 1986, met een korte opleving net voor 2000, gevolgd door een verdere daling. Ook voor sommige individuele soorten zoals schol en schar is een sterke daling waarneembaar, en lijkt het omslagpunt te liggen rond 1988. Daarnaast is er in alle deelgebieden, vooral in de monding en het middengebied van de Oosterschelde, rond 2005 een sterke daling te zien in visbiomassa. De ontwikkelingen zijn ook waarneembaar in de gildes. Zo wordt de biomassa voornamelijk gedomineerd door mariene juvenielen maar sinds 2010 verschuift het grootste aandeel van de biomassa voornamelijk naar estuariene residenten zoals grondel, zandspiering, vijfdradige meun, zeedonderpad, glasgrondel en zwarte grondel. De verschuiving is het duidelijkst te zien in de kom waar in 2018 bijna de gehele biomassa wordt vertegenwoordigd door estuariene residenten. Vergelijkbare ontwikkelingen zijn zichtbaar in de voedselgildes waar groepen zoals planktivoren en piscivoren een steeds groter deel van de biomassa gaan vertegenwoordigen. Naast de trends in dichtheden en biomassa laten bepaalde soorten een sterkere verandering zien in lengteverdeling over de tijd dan andere soorten. Zo zijn voornamelijk voor platvis zoals schol, schar en tong veranderingen te zien waarbij een afname te zien is in individuen groter dan 10 cm. Dit vormt ook een groot deel van de verklaring van de afname in biomassa. Ontwikkelingen in andere soorten zoals zeebaars zijn lastiger te interpreteren aangezien er met het gebruikte tuig en de gehanteerde vissnelheid wel juveniele maar geen volwassen zeebaars gevangen wordt. Vergelijkbare dalende trends in biomassa, dichtheden en grootte zijn waarneembaar in de Waddenzee en de kustgebieden, die eenzelfde functie hebben als de Oosterschelde voor kinderkamersoorten. Hierbij spelen waarschijnlijk factoren op een regionale schaal zoals temperatuurveranderingen en mogelijk veranderingen in voedselaanbod, predatiedruk en visserij een rol. Dit wijst er mogelijk op dat niet alleen lokale factoren (e.g. voedselaanbod) de oorzaak zijn van de afname van visbiomassa en dichtheden, maar dat ook andere factoren zoals de stijging van de watertemperatuur door klimaatverandering invloed kunnen hebben. Opvallend hierbij is wel dat in de kustgebieden de neergaande trend zich ook weer heeft gekeerd, maar in de Oosterschelde en Waddenzee niet. Voor begrip van dergelijke trendmatige gebiedspecifieke veranderingen is een gedetailleerde studie nodig. Mogelijk biedt een vergelijking met de Westerschelde (als niet afgesloten zeearm) hier enig houvast, maar waarschijnlijk is een mechanistische studie naar welke processen verantwoordelijk zijn voor de waargenomen veranderingen noodzakelijk.
    Vitale kalveren en de transitie naar een kringloopveehouderij : Gedrag, incentives en governancestrategieën
    Lauwere, Carolien de; Puente-Rodríguez, Daniel ; Bokma-Bakker, Martien ; Bouwman, Emily - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Economic Research (Rapport / Wageningen Economic Research 2020-031) - ISBN 9789463954419 - 83
    Ondanks inspanningen van ketenpartijen, kan de vitaliteit van kalveren op een aantal melkveebedrijven in de eerste twee weken na de geboorte nog verbeterd worden. Er zijn drie domeinen waarbinnen verbeteringen mogelijk zijn, namelijk: de fokkerij, het management en de ketenorganisatie. Melkveehouders en andere betrokken partijen leggen soms te veel nadruk op de productiviteit van de koe en verliezen daarbij de vitaliteit van het kalf uit het oog en zien een kalf soms te veel als bijproduct. De sense of urgency om hier iets aan te veranderen, lijkt te ontbreken. De structuur van de Nederlandse vleeskalverhouderij in relatie tot de melkveehouderij speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast spelen markt-, logistieke- en governanceaspecten een rol bij het beïnvloeden van gedrag om de transitie naar een kringloopveehouderij te kunnen realiseren.---Despite the efforts of parties in the supply chain, there is room to improve the well-being of calves at a number of dairy farms. Breeding, management and the organisation of the chain were the three areas in which potential improvements were identified. Dairy farmers and other involved parties sometimes focus too much on the productivity of the cow and, in doing so, lose sight of the well-being of the calf, resulting in the calf being viewed as a by-product. There seems to be a lack of a sense of urgency to change this. The structuring of the Dutch veal industry in relation to the dairy farming industry plays an important role in this regard. Additionally, aspects relating to markets, logistics and governance play a role in influencing the change in behaviour needed to achieve the transition to circular livestock farming.
    Hoe overleeft het gentiaanblauwtje klimaatextremen?
    Wallis de Vries, Michiel ; Limpens, J. - \ 2020
    Vlinders 35 (2020)augustus. - ISSN 0923-1846 - p. 4 - 7.
    Aan de vrije val van het gentiaanblauwtje lijkt maar geen einde te komen. Klimaatextremen lijken daar een belangrijke rol in te spelen. De laatste jaren hebben we de invloed daarvan met nieuw onderzoek proberen op te helderen. Het goede nieuws is dat de schade door klimaatverandering kan worden beperkt door aangepast terreinbeheer.
    Communicatie van statistische informatie over onzekerheid bij de beheersing van risico’s van wateroverlast
    Poortvliet, P.M. ; Knotters, M. ; Verstoep, Joël ; Wijk, Jiska van; Bergsma, Petra - \ 2020
    Stromingen : vakblad voor hydrologen 26 (2020)2. - ISSN 1382-6069 - p. 1 - 16.
    Onzekerheidsanalyse is niet vanzelfsprekend bij de onderbouwing van beslissingen in het strategisch kwantitatief waterbeheer. Toch is informatie over onzekerheid nuttig, omdat inzicht in risico’s en daaraan gerelateerde kosten en baten bijdraagt aan de doelmatigheid van beslissingen. We onderzochten daarom de rol van statistische informatie over onzekerheid bij strategische beslissingen van waterschappen bij het beheersen van risico’s van wateroverlast: hoe wordt deze informatie gepresenteerd, geïnterpreteerd en benut, en ook of de communicatie over statistisch gekwantificeerde onzekerheid kan worden verbeterd.
    Het importeren van bijenkoninginnen
    Cornelissen, A.C.M. ; Eupen, Julia van; Graham, Heather - \ 2020
    Wageningen : Wageningen University & Research - 1 p.
    Om de introductie van aangifteplichtige bijenziekten te voorkomen, zijn er wetten opgesteld om de import van honingbijen te reguleren. In deze poster wordt uitgelegd welke regels er gelden voor het importeren van bijenkoninginnen en welke rol het nationaal referentie laboratorium bijenziekten (NRL) hierin heeft
    Nutrition plays a key role in recovery
    Zanten, Arthur van - \ 2020
    De noodzaak van een nieuwe landbouwbenadering
    Zanten, H.H.E. van; Ittersum, M.K. van; Boer, I.J.M. de - \ 2020
    In: Beter weten over eten / van der Aalsvoort, J., Coebergh van den Braak, M., Domis-Hoos, M., Lever-de Vries, C., Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) (NVON-reeks 16) - ISBN 9789087970161 - p. 192 - 200.
    De gevolgen van het gevoerde landbouwbeleid; een circulair voedselsysteem; plantaardige biomassa, de basis van een circulair voedselsysteem; landbouwhuisdieren en hun rol in het circulaire voedselsysteem; hoe verder?
    Natuurlijk veilig: Meetplan kustsurvey 2020
    Volwater, Joey ; Hal, Ralf van - \ 2020
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C044/20) - 18
    Suppleties van zand op vooroever of strand worden in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd om de Nederlandse kust tegen erosie te beschermen en om voldoende zand in het kustfundament te houden. Een groot deel van de suppleties vindt plaats in of nabij de kuststrook die binnen de Natura2000 regelgeving wordt beschermd, de Noordzeekustzone. Het is dus van belang de eventuele effecten van deze praktijk op de natuur zorgvuldig te bestuderen, zodat dit effect kan worden afgezet tegenover het algemene nut voor de maatschappij. Betere kennis van de effecten kan leiden tot beperking van eventuele schade aan- en mogelijk zelfs tot versterking van- gewenste natuurwaarden en ecosysteemdiensten. Tot nog toe is er in vergelijking met benthos relatief weinig aandacht geweest voor de gevolgen van suppleren op vispopulaties, terwijl de kinderkamerfunctie van de ondiepe kustzone voor vis een zeer belangrijke economische ecosysteemdienst levert. Kennis van de omgevingsfactoren die het voorkomen van juveniele vis in de ondiepe kustzone bepalen, leidt tot een verbeterd inzicht in de gevolgen van suppleties op vispopulaties en daarvan afhankelijk overig zeeleven. In overleg met natuurorganisaties en de kennisinstituten Deltares en Wageningen Marine Research is in 2016 het document `Ecologische effecten van zandsuppleties’ (Herman et al., 2016) geschreven met als doel onderzoek te formuleren naar ecologische effecten van zandsuppleties. In het onderdeel ‘uitvoeringsplan’ (deel C in Herman et al. 2016) zijn 3 onderzoekslijnen (ook wel Krachtlijnen genoemd) gedefinieerd, te weten: Vooroever, Duinen en Waddenzee. Het hier beschreven meetplan voor een survey in 2020 valt onder de onderzoekslijn Vooroever. De onderzoeksvraag luidt: “Wat zijn de cumulatieve gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de ondiepe vooroever van de Nederlandse kust?” Deze volgt uit de prioritering van de krachtlijn Vooroever: (cumulatieve) gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de vooroever. Het onderdeel dat in onze monitoring de hoogste prioriteit heeft gekregen is vis en dan met name de bodemgebonden (plat)vis omdat hier het meest directe effect van een verandering in sedimentsamenstelling door suppleties is te verwachten. Om de verspreiding en abundantie van deze vis in relatie tot omgevingsvariabelen zoals sedimentsamenstelling beter te begrijpen is er in 2017, 2018 en 2019 bemonsterd in de ondiepe vooroever (<10m) waarbij verschillende omgevings-variabelen zijn bepaald. In 2017 en 2018 is dit gedaan voor specifieke gebieden met een experimentele opzet. Vanwege de beperkt beschikbare tijd (en de noodzaak van goede weersomstandigheden binnen dit tijdsbestek) leverde dit minder resultaten op dan vooraf verwacht. Vandaar dat in 2019 besloten is een andere opzet te kiezen waarbij de experimentele opzet minder van belang was. Er werd toen uitgebreider gekeken naar het ruimtelijke beeld langs de gehele Nederlandse kustzone. In navolging van 2019 wordt er voor 2020 opnieuw een kustlangse survey voorgesteld. Gedurende een week wordt er vanaf het onderzoeksschip de Luctor met een 3 m boomkor gevist en wordt er op dezelfde locaties een sedimentmonster genomen. Voorlopige analyses van de eerder verzamelde gegevens laten zien dat de vangsten van schol in de kustzone vele malen lager zijn dan die in publicaties over de Waddenzee. Dit zou een werkelijk verschil in aanwezigheid van schol kunnen zijn, maar waarschijnlijk speelt de vangstefficiëntie van de gebruikte vistuigen hierin ook een rol. Om hier zicht op te krijgen, is er voor 2020 voorgesteld om in beide gebieden te bemonsteren met hetzelfde tuig. Om deze aanpassing op de kustlangse bemonstering zoals uitgevoerd in 2019 mogelijk te maken, is ervoor gekozen om het meest zuidelijke transect, langs de Zandmotor, uit de 2019 bemonstering te laten vervallen. Hiervoor in de plaats wordt een dag gebruikt om een transect op het Balgzand in de Waddenzee te bemonsteren. In 2020 gaat er vanuit IJmuiden tot aan Texel langs de kust op een diepte tussen 4-5 m bemonsterd worden, aangevuld met bemonsteringen op het Balgzand. In 2019 zijn twee raaien naar dieper water (12m) bemonsterd om inzicht te krijgen of de verspreiding van jonge schol zich enkel beperkt tot de 4-5m diepte zone, of dat ze in het voorjaar ook al aanwezig zijn in diepere wateren. Om meer inzicht op deze ruimtelijke verspreiding te krijgen zal er langs de kust in 2020 opnieuw geprobeerd worden een aantal raaien naar dieper water (12m) te bemonsteren.
    Effecten van stikstofdepositie op de natuur en de rol van de kritische depositiewaarde
    Dobben, H.F. van - \ 2020
    Tijdschrift Natuurbeschermingsrecht (NBR) 2020 (2020)2. - ISSN 1572-4719 - p. 44 - 51.
    Op 29 mei 2019 werd de Programmatische Aanpak Stikstof door de Raad van State naar de prullenbak verwezen. De systematiek van de PAS was er op gericht economische activiteiten die tot een verhoging van de stikstofuitstoot leiden mogelijk te maken, hoewel die stikstofuitstoot kan leiden tot schade aan onder
    de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn beschermde natuur. Aan de PAS lagen twee gedachten ten grondslag: de stikstofuitstoot heeft een autonoom dalende trend, die versterkt kan worden met gerichte beleidsmaatregelen; en verdere achteruitgang van onder de VHR beschermde natuur kan – ook bij hoge
    uitstoot – worden voorkomen met de inzet van herstelmaatregelen in het veld.
    Symposium Dier - de positie van dieren in onze maatschappij : Symposium in het teken van het afscheid van Ferry Leenstra bij Wageningen Livestock Research op dinsdag 17 december 2019
    Leenstra, Ferry de; Andeweg, Karin ; Peet, Geert van der; Greef, Karel de; Wolf, Ingeborg de - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Rapport / Wageningen Livestock Research 1257) - 19
    In december 2019 organiseerde Wageningen Livestock Research een symposium om de veranderende positie van dieren, zowel productiedieren, gezelschapsdieren, proefdieren als niet-gehouden dieren, in onze maatschappij te bespreken en te onderzoeken wat dat voor de rol van WUR betekent. In dit rapport zijn de conclusies van dit symposium samengevat.---n December 2019 Wageningen Livestock Research organized a symposium to discuss the altering position of animals, production animals as well as companion animals, laboratory animals and wild animals, in society. This report summarizes the conclusions of the symposium.
    De biodiversiteitsmonitor voor beloning van boeren voor biodiversiteitsverbetering
    Doorn, A.M. van; Melman, T.C.P. ; Erisman, Jan Willem ; Eekeren, Nick van - \ 2020
    Vakblad Natuur Bos Landschap 17 (2020)164. - ISSN 1572-7610 - p. 34 - 36.
    circular agriculture - biodiversity - biodiversity assessment - dairy farming
    Een van de oplossingsrichtingen voor herstel van biodiversiteit op het boerenland is het belonen van bijdragen van boeren aan biodiversiteit. De Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij kan daarvoor een belangrijk instrument zijn, ook omdat het een centrale rol speelt in het Deltaplan biodiversiteitsherstel. De biodiversiteitsmonitor maakt de prestaties van boeren voor biodiversiteit inzichtelijk aan de hand van zeven kritische prestatie indicatoren (KPI’s). De indicatoren sturen integraal naar biodiversiteitsverbetering en kunnen mogelijk gebruikt worden om boeren te belonen voor hun prestaties. Maar bij welke waarden van de KPI’s is sprake van herstel van biodiversiteit? En bij welke waarden kunnen we spreken over een ecologisch optimum? Het Wereld Natuurfonds en Rabobank vroegen Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk Instituut om drempel- en streefwaarden te bepalen voor de KPI’s.
    NBV - Nieuws Apimondia 8-12 september 2019 Montreal
    Blacquiere, T. ; Dooremalen, J.A. van - \ 2020
    Bijenhouden 14 (2020)1. - ISSN 1877-9786 - p. 37 - 37.
    Het thema van het congres was ‘Bijenhouden met en in de landbouw’, geïnspireerd door de grootschalige landbouw in Canada en de Verenigde Staten en de grote rol daarin van de commerciële bijenhouderij, inclusief koninginnenproductie, honingoogst, honingverwerking en vermarkting. En voor alles: gezonde honingbijen! Elke ochtend startte met een extra lange themalezing, passend bij het centrale Apimondia thema, bijvoorbeeld over geïntegreerde gewasbestuiving (Isaac Rufus), bijengezondheid (Peter Rosenkranz), erfelijkheid achter de sociale organisatie en gedrag van de honingbij (Gene Robinson over moderne moleculaire genetica). De meest bezochte themalezing was van Tom Seeley over ‘Darwiniaans bijenhouden’, meer als tegenhanger van de grootschalige industriële bijenhouderij
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.