Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 21 - 40 / 95

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Anaerobe Grondontsmetting (AGO) voor open teelten
    Os, G.J. van; Lamers, J.G. - \ 2016
    Wageningen UR - 8
    biologische grondontsmetting - biologische bestrijding - nematoda - bestrijdingsmethoden - bodemschimmels - fusarium - verticillium - biological soil sterilization - biological control - nematoda - control methods - soil fungi - fusarium - verticillium
    Anaerobe grondontsmetting is een biologische manier van grond ontsmetten. Hiermee wordt een breed scala aan schadelijke ziekten en plagen in de bodem beheersbaar. Het is een goed alternatief voor de chemische grondontsmetting (metamnatrium) ter bestrijding van aaltjes en veelal de enige bestrijdingsmaatregel tegen een aantal ziekteverwekkende bodemschimmels, zoals Fusarium en Verticillium.
    Staand want monitoring IJsselmeer en Markermeer : Survey- en datarapportage 2015
    Hal, R. van; Sluis, M.T. van der - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C191/15) - 28
    vismethoden - vistuig - monitoring - netten - ijsselmeer - nederland - fishing methods - fishing gear - monitoring - nets - lake ijssel - netherlands
    In september en begin oktober 2015 heeft een monitoring met staand want netten plaatsgevonden op het IJsselmeer en Markermeer. De doelstelling van deze monitoring was om een beter beeld te krijgen van de populatie-opbouw van de visbestanden. De reguliere monitoring van vis in het open water (met de actieve tuigen verhoogde boomkor en electrokor) is met name selectief voor kleine vissen en grotere vissen worden in deze reguliere survey niet goed gevangen. In het staand want monitoringsproject is bemonsterd met staand want netten met een breed scala aan maaswijdtes. Zodoende kan een breed scala aan vislengtes bemonsterd worden.
    De rol van de ‘gentry’ in de economische ontwikkeling van Gelderland in de negentiende eeuw
    Cruijningen, P.J. van - \ 2015
    Bijdragen en mededelingen : Historisch jaarboek voor Gelderland 105 (2015). - ISSN 0923-2834 - p. 167 - 178.
    In december 2014 is deel 105 van Bijdragen en Mededelingen ‘Gelre’ verschenen, een goed gevuld jaarboek, met bijdragen die bijna alle tijdvakken van de Gelderse geschiedenis bestrijken – van prehistorie tot twintigste eeuw. Om met de voorbije eeuw te beginnen: de tentoonstelling ‘Mijlpaal 1950’, gehouden in het Arnhemse Sonsbeekpark, was bedoeld als een icoon van de wederopbouw van naoorlogs Nederland, maar liep uit op een geweldige flop. In een originele bijdrage wordt dit drama in vele bedrijven uit de doeken gedaan, waarbij (het gebrek aan) samenwerking tussen bemoeizuchtige Haagse ambtenaren en goedbedoelende Arnhemse bestuurders centraal staat. Andere bestuurlijke perikelen, maar dan uit een verder verleden, krijgen de aandacht in een analyse van de turbulente wordingsjaren van de Gelderse Provinciale Staten tijdens de Nederlandse Opstand aan het eind van de zestiende eeuw. Dit was niet alleen een tijd van politieke beroering, maar ook op religieus gebied moesten er keuzes worden gemaakt: katholiek of protestant? De geschiedenis van de vestiging van de gereformeerde kerk in het Kwartier van Zutphen laat zien hoe complex dit proces kon zijn, terwijl de geschiedenis van de katholieke Walraven van Stepraedt het geheel een persoonlijk gezicht geeft. Niet minder complex blijkt de schuldenproblematiek waarin hertog Arnold zich ruim een eeuw eerder bevond. Uitgebreid bronnenonderzoek leidde hier tot interessante bevindingen. De economische geschiedenis komt ook aan de orde in een opstel over de rol die de Gelderse landadel speelde in de ontwikkeling van land- en bosbouw in de negentiende eeuw. Voorts staat ‘Gelderse identiteit’ volop in de aandacht, onder meer in een bijdrage over het Gelderland-beeld in de negentiende-eeuwse literatuur. Zoals gebruikelijk biedt Bijdragen en Mededelingen ook een rondgang langs recent verschenen publicaties, die in verschillende boekbesprekingen aan een kritische blik worden onderworpen. Tot slot ontmoeten we een oude bekende: de Archeologische Kroniek, waarin Gelderse gemeente- en regioarcheologen verslag doen van hun bevindingen, is na bijna twintig jaar afwezigheid nieuw leven ingeblazen. Met een scala aan prachtige illustraties maakt zij een flitsende comeback. Kortom, het jaar 2014 leverde weer een ongemeen rijke oogst aan publicaties op het terrein van de Gelderse geschiedenis.
    Smaakpanel test ook gevoelswaarde bloemen en planten : liefdesverdrietboeket trekt Wageningse studenten
    Arkesteijn, M. ; Verkerke, W. - \ 2015
    Onder Glas 12 (2015)9. - p. 29 - 29.
    tuinbouw - snijbloemen - glastuinbouw - consumentenpanels - smaakpanels - ornamentele waarde - veredelingsprogramma's - potplanten - tomaten - horticulture - cut flowers - greenhouse horticulture - consumer panels - taste panels - ornamental value - breeding programmes - pot plants - tomatoes
    Wie beoordeelt beter wat mensen mooi of lekker vinden: specialisten of een panel van ‘gewone’ mensen, die de producten moeten kopen? In 25 jaar groeide een onderzoekspanel dat bijdroeg aan de verbetering van de smaak van tomaten uit tot het Bleiswijkse smaakpanel van Wageningen UR. Een dienstverlenend panel van zo’n 300 mensen, die inzetbaar zijn voor een scala aan smaaktesten. Kan dat smaakpanel ook worden ingezet voor de beoordeling van bloemen en planten?
    Lang leve het virus!
    Vlugt, R.A.A. van der; Goud, J.C. - \ 2015
    Gewasbescherming 46 (2015)1. - ISSN 0166-6495 - p. 4 - 5.
    gewasbescherming - plantenvirussen - interviews - hittetolerantie - koudetolerantie - droogteresistentie - virologie - plantenziektebestrijding - plant protection - plant viruses - interviews - heat tolerance - cold tolerance - drought resistance - virology - plant disease control
    “Dat virussen ziekten kunnen veroorzaken, in allerlei organismen, weet iedereen. Maar dat virussen ook gunstige effecten kunnen hebben is veel minder bekend.” Dit artikel geeft een gesprek weer met Marilyn Roossinck van Pennsylvania State University, die in Wageningen was voor het geven van de tweede Rob Goldbach Virology Lecture. “Naast pathogene virussen is er een enorm scala aan virussen met juist een gunstig effect op de plant. Voorbeelden daarvan zijn een verbeterde droogtetolerantie, hitte- of koudetolerantie of zouttolerantie. Ook bepaalde stammen van pathogene soorten kunnen deze effecten veroorzaken. Van verreweg de meeste soorten weten we simpelweg niet wat ze doen.”
    From potential to implementation: An innovation framework to realize the benefits of soil carbon
    Funk, R. ; Pascual, U. ; Joosten, H. ; Duffy, C. ; Genxing Pan, ; Scala, N. la; Gottschalk, P. ; Banwart, S.A. ; Batjes, N.H. ; Zucong Cai, ; Six, J. ; Noellemeyer, E. - \ 2015
    In: Soil Carbon: Science, Management and Policy for Multiple Benefits / Banwart, S.A., Noellemeyer, E., Milne, E., CAB International - ISBN 9781780645322 - p. 47 - 59.
    Staand Want monitoring IJsselmeer en Markermeer in 2014: survey- en datarapport
    Sluis, M.T. van der; Keeken, O.A. van; Tien, N.S.H. ; Hal, R. van - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C179/14) - 15
    visbestand - monitoring - populatiedichtheid - ijsselmeer - fishery resources - monitoring - population density - lake ijssel
    In oktober/november 2014 heeft een monitoring met staand wantnetten plaatsgevonden op het IJsselmeer en Markermeer. De doelstelling van deze monitoring was om een beter beeld te krijgen van de populatie-opbouw van de visbestanden. In het staand wantmonitoringsproject is bemonsterd met staand wantnetten met een breed scala aan maaswijdtes. Zodoende kan een breed scala aan vislengtes bemonsterd worden. In dit rapport staat de uitvoering van de monitoring centraal en wordt een overzicht gegeven van de visinspanning en de vangsten.
    De darmmicrobiota in gezondheid en ziekte
    Lankelma, J.M. ; Nieuwdorp, M. ; Vos, W.M. de; Wiersinga, W.J. - \ 2014
    Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 157 (2014). - ISSN 0028-2162 - 8 p.
    De darmmicrobiota, voorheen ‘darmflora’ genoemd, kunnen worden beschouwd als een extern orgaan dat vele fysiologische functies vervult in het metabolisme, de ontwikkeling van het immuunsysteem en de afweer tegen pathogenen. De volwassen darmmicrobiota bestaan uit 1013-1014 micro-organismen. Het gezamenlijke genoom daarvan, ook wel het microbioom genoemd, is 100 keer groter dan het menselijke genoom. De darmmicrobiota spelen mogelijk een rol bij de pathogenese van een scala aan ziektebeelden, zoals inflammatoire darmziekten, obesitas, diabetes mellitus en atopische aandoeningen. Een kanttekening hierbij is dat tot dusver voornamelijk associatiestudies uitgevoerd zijn, zonder bewijs van causaliteit. Dit toenemende inzicht heeft geleid tot de identificatie van nieuwe therapeutische strategieën, die op dit moment in klinische studies getest worden. Hoewel nog moet blijken wat deze kennis voor de individuele patiënt betekent, zijn verschillende interventies denkbaar, zoals suppletie van voedingsbestanddelen, prebiotica, probiotica en fecestransplantatie.
    Koolhydraten bieden scala aan mogelijkheden voor gezonde levensmiddelen
    Schols, H.A. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR
    voedingsvezels - koolhydraten - voeding en gezondheid - voedingsstoffen - analytische methoden - voedselonderzoek - dietary fibres - carbohydrates - nutrition and health - nutrients - analytical methods - food research
    Koolhydraten in onze voeding leveren energie en zorgen voor een gemakkelijke stoelgang. Van de vele verschillende koolhydraatmoleculen, waaronder tal van soorten kleine suikers, zetmeel en voedingsvezels, weten we echter betrekkelijk weinig. Dat geldt ook voor hun rol tijdens het bewaren en verwerken van levensmiddelen of voor de invloed van koolhydraten op de gezondheid.
    Il contributo dell'Italia verso una lista rossa degli habitat terrestri d'Europa: criticità e prospettive
    Gigante, D. ; Acosta, A.T.R. ; Agrillo, E. ; Janssen, J.A.M. - \ 2014
    A partire dal 2014 è stato avviato, su incarico della Commissione Europea - DG Environment, un progetto europeo finalizzato alla valutazione dello stato di conservazione degli habitat Europei, naturali e seminaturali, terrestri e marini, avente come obiettivo la realizzazione di una Lista Rossa Europea degli habitat. L'ambito geografico di riferimento è rappresentato dai paesi dell'Unione Europea (EU28) con l'aggiunta di Norvegia, Islanda, Svizzera e paesi Balcanici (EU28+). Il coordinamento del progetto è a cura di Alterra (The Netherlands) e NatureBureau (Gran Bretagna) con la collaborazione della IUCN. I team di esperti nazionali sono stati costituiti nei vari paesi da coloro che hanno aderito al progetto a seguito di una call diffusa da EVS ed EDGG, gruppi di lavoro della IAVS. L'approccio metodologico è stato definito dai coordinatori europei. Per quanto riguarda categorie e criteri, è stata adottata una versione modificata del protocollo IUCN, proposta da Keith et al. (2013). In questo modello di assessment, i criteri si riferiscono sostanzialmente a: A) riduzione quantitativa, B) distribuzione geografica ristretta associata a declino o minacce, C/D) declino qualitativo (biotico/abiotico). Le categorie di rischio corrispondono a quelle utilizzate per le specie: CR (CRitically endangered), EN (ENdangered), VU (VUlnerable), Near Threatened (NT), Least Concern (LC) and Data Deficient (DD). La categoria EX (EXctinct) viene sostituita da CO (COllapsed), inteso come fase terminale del declino. Le tipologie sulle quali verrà condotto l'assessment sono state delineate a partire dalle categorie EUNIS (livello 3), adattate e riformulate nei casi di ovrapposizione, ambiguità o eccessiva ampiezza dei tipi originali, con l'esclusione degli habitat marcatamente antropogenici. Il prodotto finale sarà rappresentato da una scheda per ciascun habitat nella quale verranno riportate informazioni di tipo ecologico e distributivo e la categoria di rischio risultante dall'assessment eseguito. Il protocollo procedurale si articola in una fase di raccolta dati, che saranno forniti dagli esperti territoriali (National Experts), cui seguirà la valutazione dello stato di minaccia, condotta all'interno di 7 gruppi tematici (Working Groups) che opereranno a scala continentale. Con il presente contributo viene illustrato lo stato dell'arte del progetto per quanto concerne gli habitat terrestri presenti in Italia e vengono evidenziati i punti critici dell'intero processo. Questi ultimi, rappresentati soprattutto da una scarsa disponibilità di dati di base attuali e pregressi (se non per un ristretto numero di tipologie e/o per aree parziali del territorio nazionale), pongono un forte limite all'applicazione dei criteri adottati per l'assessment, problematica peraltro condivisa dalla maggioranza dei paesi del Sud Europa quali Spagna, Francia, Portogallo, Bulgaria e Grecia. Nonostante la migliorabilità del metodo e i numerosi punti ancora da perfezionare in un processo che interessa oggetti complessi e multidimensionali quali sono gli habitat, il progetto si delinea come un importante sforzo di coordinamento e armonizzazione delle conoscenze alla scala continentale, ponendo le premesse per ulteriori sviluppi alla scala nazionale ed evidenziando le numerose lacune conoscitive che gli enti preposti alla tutela e alla valorizzazione della biodiversità dovrebbero impegnarsi a colmare nel più breve tempo possibile.
    Suiker als grondstof voor de Nederlandse chemische industrie; Gewassen, processen, beleid
    Harmsen, P.F.H. ; Lips, S.J.J. ; Bos, H.L. ; Smit, B. ; Berkum, S. van; Helming, J. ; Jongeneel, R. - \ 2014
    Wageningen : FBR Wageningen (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research 1494)
    industriële grondstoffen - chemicaliën uit biologische grondstoffen - chemische industrie - suikergewassen - biobased economy - feedstocks - biobased chemicals - chemical industry - sugar crops - biobased economy
    Suiker speelt een belangrijke rol in de biobased economy. Voor de chemische industrie kan suiker als vervanging dienen van fossiele grondstoffen voor de productie van chemicaliën en materialen zoals bioplastics. Door zeer veel partijen wordt er momenteel gewerkt aan de verdere ontwikkeling van een scala aan chemicaliën en materialen uit suikers. Dit rapport bestaat uit 2 delen: deel 1 beschrijft de potentiele vraag naar suikers voor de chemie, deel 2 beschrijft de bedrijfseconomische aspecten.
    Business Case Fishmasters
    Ham, E. van der; Ras, P. ; Splinter, G.M. - \ 2013
    Stichting versterking Afzetpositie Producenten van glasgroenten (STAP) - 10
    visverwerkende industrie - visproducten - marktinformatie - ketenmanagement - samenwerking - fish industry - fish products - market intelligence - supply chain management - cooperation
    Case waar de strategie vanFishmasters, onderdeel van de Kennemervis Groep en leverancier van een breed scala aan verse, diepgevroren en voorbewerkte vis en visproducten wordt beschreven aan de hand van de zeven bouwstenen van STAP. STAP staat voor “STichting versterking Afzetpositie Producenten van glasgroenten in Nederland.
    Leren van het energieke platteland. Lokale en regionale coalities voor duurzame plattelandsontwikkeling: Achtergrond rapport
    Arnouts, R. ; Born, G.J. van den; Daalhuizen, F. ; Farjon, H. ; Pols, L. ; Tekelenburg, T. ; Tisma, S. ; Veen, Mark van; Gerritsen, A.L. ; Verburg, R.W. ; Wiering, M. ; Roovers, G. - \ 2013
    Den Haag : PBL (PBL-publicatie 1129) - ISBN 9789491506383 - 125
    regionale ontwikkeling - platteland - landgebruik - landbouw - natuurbeheer - burgers - participatie - waterbeheer - voedselvoorziening - zorgboerderijen - regional development - rural areas - land use - agriculture - nature management - citizens - participation - water management - food supply - social care farms
    Dit achtergrondrapport bij de studie Leren van het energieke platteland analyseert een breed scala aan succesvolle en minder succesvolle coalities die zijn gestart om de leefomgeving op het platteland te verbeteren, van zorgboerderijen tot lokale energiecoöperaties en landschapsfondsen. Van negen groepen coalities is aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden beschreven hoe ze werken, welke duurzaamheidsprestaties ze leveren, tegen welke hindernissen ze aanlopen en welke verbeterpunten er liggen.
    Leren van het energieke platteland : lokale en regionale coalities voor duurzame plattelandsontwikkeling
    Farjon, J.M.J. ; Arnouts, R. ; Born, G.J. van den; Daalhuizen, F. ; Pols, L. ; Tekelenburg, T. ; Tisma, S. ; Veen, M. van; Verkade, N. ; Brink, Thelma van den; Gerritsen, A.L. ; Verburg, R.W. ; Vader, J. ; Groot, A.M.E. ; Agricola, H.J. ; Nieuwenhuizen, W. ; Gies, E. ; Wiering, M. ; Elsinga, P. ; Roovers, G. - \ 2013
    Den Haag : PBL (Rapport / PBL 769) - 86
    regionale ontwikkeling - platteland - samenwerking - landbouw - natuur - burgers - participatie - regional development - rural areas - cooperation - agriculture - nature - citizens - participation
    In deze studie onderzoeken we de kracht van de samenwerking tussen de verschillende gebruikers van het platteland. Burgers, boeren, natuurbeheerders en bedrijven die samen initiatieven ontplooien om hun leefomgeving te verbeteren. De studie laat aan de hand van een breed scala aan praktijkvoorbeelden zien hoe ze dat doen, wat ze proberen te bereiken en waar ze tegenaan lopen. Zo zijn er moderne boeren die samen met andere ketenpartijen hun bedrijfsvoering nog verder willen verduurzamen dan de wet al voorschrijft, en burgers die met boeren lokale coöperaties opzetten voor de opwekking van hernieuwbare energie.
    Rasverschillen spelen rol bij reactie op klimaatomstandigheden (interview met Arie de Gelder en Leo Marcelis)
    Arkesteijn, M. ; Gelder, A. de; Marcelis, L.F.M. - \ 2013
    Onder Glas 10 (2013)9. - p. 23 - 25.
    overblijvende planten - rassen (planten) - plantenveredeling - soortendiversiteit - cultuurmethoden - kassen - klimaatregeling - plantenontwikkeling - glastuinbouw - perennials - varieties - plant breeding - species diversity - cultural methods - greenhouses - air conditioning - plant development - greenhouse horticulture
    Een van de redenen om voor een ras te kiezen is de productie. Maar het productieniveau hangt ook samen met de klimaatomstandigheden in de kas, zoals direct of diffuus licht, een temperatuurverlaging of meer CO2. Daar blijken rassen verschillend op te kunnen reageren. Aan de hand van vier cases laten onderzoekers Leo Marcelis en Arie de Gelder van Wageningen UR Glastuinbouw zien, wat er regelmatig aan extra informatie komt uit teeltonderzoeken. Het blijkt een scala aan puzzelstukken te zijn, die veredelaars en telers kunnen meenemen.
    Progetti integrati: Paesaggi energetici sostenibili
    Stremke, S. - \ 2013
    Architettura del Paesaggio 27 (2013). - ISSN 1125-0259 - p. 34 - 37.
    27 - Energia dalla natura e nuovi paesaggi: La maggiore richiesta di energia preme sul territorio, ma senza chiarire quali strategie, quali metodi e quali modelli di lavoro siano stati adottati o programmati sui paesaggi a rischio che consentono un migliore sfruttamento delle energie della natura: paesaggi naturali, rurali e costieri. Il paesaggista si pone come figura cardine di questo processo mettendo in le buone idee e le buone pratiche quotidiane, nella piccola e grande scala che coinvolgono direttamente la vita e il benessere di tutti.
    L’importanza dei corridoi ecologici a scala Europea
    Sluis, Theo van der - \ 2012
    Waardplantvoorkeur van hommels: terugkijken in de tijd
    Kleijn, D. ; Raemakers, I.P. - \ 2012
    Entomologische Berichten 72 (2012)1/2. - ISSN 0013-8827 - p. 21 - 35.
    bombus - insect-plant relaties - waardplanten - stuifmeel - populatie-ecologie - fauna - geschiedenis - inventarisaties - nederland - verenigd koninkrijk - belgië - insect plant relations - host plants - pollen - population ecology - history - inventories - netherlands - uk - belgium
    Het verklaren van populatietrends is een belangrijk doel geweest van een breed scala aan ecologische studies. Dergelijke studies worden bemoeilijkt doordat bij zeldzame soorten een bepaalde eigenschap of gedrag zowel oorzaak als gevolg kan zijn van de achteruitgang van een soort. Wij omzeilden dit probleem door eigenschappen van soorten te vergelijken aan de hand van exemplaren in natuurhistorische musea die waren verzameld toen de soorten nog algemeen voorkwamen. Over de rol van voedselvoorkeur en -specialisatie als veroorzaker van de achteruitgang van hommelsoorten wordt al lange tijd gediscussieerd. Wij vergeleken de samenstelling van stuifmeelladingen van vijf hommelsoorten met stabiele populaties en vijf soorten met afnemende populaties met behulp van exemplaren in musea die voor 1950 waren verzameld in België, Engeland en Nederland.
    Benchmarking Entrepreneurship Education Programs a comparison of green higher Education Institutes in the Netherlands and Belgium (forthcoming)
    Lubberink, R. ; Simons, F. ; Blok, V. ; Omta, S.W.F. - \ 2012
    Wageningen : Wageningen University - 159
    agrarisch onderwijs - ondernemerschap - leerplan - onderwijsprogramma's - kennisoverdracht - internationale vergelijkingen - agricultural education - entrepreneurship - curriculum - education programmes - knowledge transfer - international comparisons
    Tegenwoordig wordt ondernemerschap gezien als een van de belangrijke factoren van economische groei. De Europese Unie en de Nederlandse overheid willen daarom ondernemerschap ook stimuleren. Studies tonen aan dat ondernemerschapsonderwijs één van de middelen is om uiteindelijk ondernemerschap te stimuleren. Dit heeft ertoe geleid dat er een breed scala aan ondernemerschapsprogramma’s is ontstaan. In Nederland zijn in navolging daarvan verschillende Centres of Entrepreneurship opgericht. Eén van deze centra is Dutch Agro-food Network of Entrepreneurship (DAFNE). Dit centrum voor ondernemerschap is opgericht in samenwerking met verschillende instellingen in het groene onderwijs die ondernemerschap wilden opnemen in het curriculum: Wageningen Universiteit, Van Hall Larenstein Wageningen, Van Hall Larenstein Leeuwarden, Christelijk Agrarisch Hogeschool Dronten en de HAS Den Bosch. In opdracht van DAFNE is onderzocht hoe het ondernemerschapsonderwijs van de deelnemende instellingen is opgezet en hoe het onderwijs wordt uitgevoerd. Op basis hiervan kunnen aanbevelingen worden gedaan voor de verdere verbetering van de onderwijsprogramma’s van de individuele onderwijsinstellingen.
    Plagen en hun biologische bestrijders - kader: Feiten: Nog veel te ontdekken
    Neefjes, H. ; Linden, A. van der - \ 2012
    Vakblad voor de Bloemisterij 67 (2012)8. - ISSN 0042-2223 - p. 29 - 29.
    sierteelt - gewasbescherming - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plantenplagen - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - biologische bestrijding - ornamental horticulture - plant protection - biological control agents - plant pests - augmentation - biological control
    Er is een breed scala bestrijders beschikbaar voor siertelers in Nederland. Steeds meer telers zetten ze in tegen plagen of gaan ermee experimenteren. Ondertussen komen via onderzoekers en fabrikanten nog steeds nieuwe beestjes of toepassingen in beeld. Naar verwachting zetten deze ontwikkelingen door.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.