Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 46

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Ecologisch beoordelingskader voor herstelprogramma’s Natura 2000 Veluwe
    Bijlsma, R.J. ; Delft, S.P.J. van; Janssen, J.A.M. ; Sierdsema, H. ; Siepel, H. - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 3036) - 113
    Dit rapport geeft beoordelingsformulieren (‘formats’) voor Natura 2000-habitattypen en leefgebieden van soorten van de herstelprogramma’s voor bos en heide & stuifzand op de Veluwe. De criteria sluiten aan op de systematiek van Standaardgegevensformulieren. Streefbeelden voor de omvang en het goed functioneren van habitattypen en populaties van soorten worden onderbouwd. De beoordeling van landschappelijke positie en abiotische randvoorwaarden van habitattypen en leefgebieden is gekoppeld aan een nieuw vervaardigde Landschappelijke Bodemkaart van het Natura 2000-gebied Veluwe. Kenmerken van de beoordelingsklasse Goed voor habitattypen vormen een referentie voor ‘natuurlijke’ processen en relaties met bijbehorende structuur. Deze kenmerken zijn nodig voor duurzame instandhouding van habitattypen en populaties. De beoordelingsklasse Optimaal voor geschiktheid van leefgebied en duurzaamheid van populaties correspondeert met toplocaties. Er is een leidraad uitgewerkt voor het in kaart brengen van knelpunten, kansen en maatregelen voor herstel. Deze leidraad kan samen met de beoordelingsformats worden gebruikt tijdens deelgebiedssessies met terreinbeheerders.
    Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018 van Nederland : status en trends van soorten
    Kleunen, A. van; Roomen, M. van; Winden, E. van; Hornman, M. ; Boele, A. ; Kampichler, C. ; Zoetebier, D. ; Sierdsema, H. ; Turnhout, C. van - \ 2020
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 172) - 72
    In dit rapport wordt verslag gedaan van de bepaling van de statusinformatie van vogels in Nederland voor Annex B van de Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018. De rapportage wordt zes-jaarlijks uitgevoerd als verplichting onder de Europese Vogelrichtlijn (Artikel 12). Behalve een algemene rapportage moet ook specifieke informatie over de populatiestatus van alle broedvogels en een set van doortrekkende of overwinterende vogelpopulaties worden ingevuld: populatieschattingen, aantalsontwikkeling, verspreidings(veranderingen), drukfactoren, bedreigingen en beschermingsmaatregelen. In dit rapport worden de werkwijze en resultaten van de Nederlandse Vogelrichtlijnrapportage gegeven voor het Annex B deel: status en trends van soorten, exclusief de onderdelen 6 en 10.---This report describes the determination of the status information on bird species in the Netherlands for the Annex B part of the Birds Directive Report 2013–2018. These reports are prepared every six years under Article 12 of the EU Birds Directive. Besides the General Report, specific information also has to be provided on the population status of all breeding birds and a set of migrating and wintering bird populations: population size and trends, distribution and trend, and pressures, threats and conservation measures. This report explains the methods used and results obtained for the Netherlands Birds Directive Report for the Annex B part: Status and trends of species, excluding sections 6 and 10.
    Weidevogelscenario’s : Mogelijkheden voor aanpak van verbetering van de weidevogelstand in Nederland
    Melman, Dick ; Sierdsema, Henk - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2769) - 29
    weidevogels - graslanden - populatiebiologie - landschapsbeheer - kosten - habitats - natuurbescherming - nederland - grassland birds - grasslands - population biology - landscape management - costs - habitats - nature conservation - netherlands
    Harmonizing outdoor recreation and bird conservation targets in protected areas : Applying available monitoring data to facilitate collaborative management at the regional scale
    Pouwels, Rogier ; Sierdsema, Henk ; Foppen, Ruud P.B. ; Henkens, René J.H.G. ; Opdam, Paul F.M. ; Eupen, Michiel van - \ 2017
    Journal of Environmental Management 198 (2017). - ISSN 0301-4797 - p. 248 - 255.
    Acceptable change - Birds Directive - Impact - Statistical model - Visitor disturbance

    In protected areas managers have to achieve conservation targets while providing opportunities for outdoor recreation. This dual mandate causes conflicts in choosing between management options. Furthermore, the persistence of a protected species within the management unit often depends on how conservation areas elsewhere in the region are managed. We present an assessment procedure to guide groups of managers in aligning outdoor recreation and bird conservation targets for a regional scale protected area in the Netherlands. We used existing bird monitoring data and simulated visitor densities to statistically model the impact of outdoor recreation on bird densities. The models were used to extrapolate the local impacts for other parts of the area, but also to assess the impact on conservation targets at the regional level that were determined by the national government. The assessment shows impacts of outdoor recreation on Nightjar (Caprimulgus europaeus), Stonechat (Saxicola torquata) and Woodlark (Lullula arborea), reducing the regional population by up to 28 percent. The Woodlark population size was reduced below the level of the politically determined conservation target. The output of the regression models provides information that connects implications of local management to regional scale conservation targets. The spatial maps of bird densities can help in deciding where reducing visitor disturbance is expected to result in increasing bird populations, or where alternative measures, such as improving the habitat conditions, could be effective. We suggest that by using our assessment procedure collaborative decision making is facilitated.

    Urban bird conservation : presenting stakeholder-specific arguments for the development of bird-friendly cities
    Snep, Robbert P.H. ; Kooijmans, Jip Louwe ; Kwak, Robert G.M. ; Foppen, Ruud P.B. ; Parsons, Holly ; Awasthy, Monica ; Sierdsema, Henk L.K. ; Marzluff, John M. ; Fernandez-Juricic, Esteban ; Laet, Jenny de - \ 2016
    Urban Ecosystems 19 (2016)4. - ISSN 1083-8155 - p. 1535 - 1550.
    Argument - Conservation strategy - Stakeholder - Urban biodiversity - Urban bird conservation - Urban green

    Following the call from the United Nations Convention on Biological Diversity “Cities & Biodiversity Outlook” project to better preserve urban biodiversity, this paper presents stakeholder-specific statements for bird conservation in city environments. Based upon the current urban bird literature we focus upon habitat fragmentation, limited habitat availability, lack of the native vegetation and vegetation structure as the most important challenges facing bird conservation in cities. We follow with an overview of the stakeholders in cities, and identify six main groups having the greatest potential to improve bird survival in cities: i) urban planners, urban designers and (landscape) architects, ii) urban developers and engineers, iii) homeowners and tenants, iv) companies and industries, v) landscaping and gardening firms, vi) education professionals. Given that motivation to act positively for urban birds is linked to stakeholder-specific advice, we present ten statements for bird-friendly cities that are guided by an action perspective and argument for each stakeholder group. We conclude with a discussion on how the use of stakeholder-specific arguments can enhance and rapidly advance urban bird conservation action.

    Bioscore 2.0 : a species-by-species model to assess anthropogenic impacts on terrestrial biodiversity in Europe
    Clement, Jan ; Hendriks, Marjon ; Marco, Moreno Di; Hennekens, Stephan ; Hinsberg, Arjen van; Huijbregts, Mark ; Janssen, Peter ; Kampichler, Christian ; Knegt, Bart de; Knol, Onno ; Mylius, Sido ; Ozinga, Wim ; Pouwels, Rogiere ; Rondinini, Carlo ; Santini, Luca ; Schaminée, Joop ; Schipper, Aafke ; Sierdsema, Henk ; Swaay, Chris van; Tol, Sandy van; Visser, Hans ; Wiertz, Jaap - \ 2016
    The Hague : PBL Netherlands Environmental Assessment Agency - 95
    Ex-ante-evaluatie ANLb-2016 voor lerend beheer : een eerste blik op de omvang en ruimtelijke kwaliteit van het beheer in het nieuwe stelsel
    Melman, Th.C.P. ; Schotman, A.G.M. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Smidt, R.A. ; Vanmeulebrouk, B. ; Sierdsema, H. - \ 2016
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Rapport / Wageningen Environmental Research 2752) - 75
    agrarisch natuurbeheer - natuurbeheer - habitats - weidevogels - natuurbescherming - agri-environment schemes - nature management - habitats - grassland birds - nature conservation
    Een ex-ante-evaluatie is uitgevoerd van het beheer zoals dat in het vernieuwde stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb-2016) wordt uitgevoerd. Bekeken zijn omvang, de ligging van de beheerde percelen t.o.v. kansrijke gebieden, de ruimtelijke samenhang en de kwaliteit van weidevogelhabitat. Voor ruimtelijke omvang en ligging is een vergelijking gemaakt met de situatie uit 2010: het eerste jaar van het agrarisch natuurbeheer onder het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Aandacht is geschonken aan vier agrarische leefgebieden: open grasland, open akker, droge dooradering en natte dooradering. De focus is gelegd op het weidevogelbeheer: daarover is de meeste kennis en is het leeuwendeel van het beheerde areaal. De omvang van het beheer is in absolute zin gedaald van ca. 143.000 naar 90.000 ha (waarvan ca. 23.000ha zgn. doorlopers waarvan op termijn zal blijken welk deel ervan wordt gecontinueerd). Van het weidevogelbeheer ligt ca. 62-64% in kansrijk gebied (was 58% in 2010); 65% ligt redelijk geconcentreerd, 35% verspreid tot zeer verspreid. Met het zware beheer, voor zover binnen kansrijk gebied liggend, wordt voor ca. 50% een redelijke tot goede habitatkwaliteit gerealiseerd. Om tot een verdere verbetering van het beheer te kunnen komen, zijn geobjectiveerde, door alle betrokkenen gedeelde inzichten onontbeerlijk over onder andere kansrijkdom van gebieden, ondergrenzen voor ruimtelijke samenhang en habitatkwaliteit. Hier kan lerend beheer veel betekenen.
    How much Biodiversity is in Natura 2000? : the “Umbrella Effect” of the European Natura 2000 protected area network : technical report
    Sluis, T. van der; Foppen, R. ; Gillings, Simon ; Groen, T.A. ; Henkens, R.J.H.G. ; Hennekens, S.M. ; Huskens, K. ; Noble, David ; Ottburg, F.G.W.A. ; Santini, L. ; Sierdsema, H. ; Kleunen, A. van; Schaminee, J.H.J. ; Swaay, C. van; Toxopeus, Bert ; Wallis de Vries, M.F. ; Jones-Walters, L.M. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2738) - 147
    biodiversity - habitats directive - birds directive - natura 2000 - statistical analysis - geographical information systems - biodiversiteit - habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - natura 2000 - statistische analyse - geografische informatiesystemen
    In order to assess the significance of the presumed “umbrella effect” of Natura 2000 areas the European Commission initiated a study, in 2013, to address the following questions: 1) Which are, amongst the species regularly occurring within the European territory of the EU-28 Member States, those that significantly benefit from the site conservation under the EU Birds and Habitats Directive? 2) What is the percentage of all species occurring in the wild in the EU that benefit significantly from Natura 2000? 3) How significant is the contribution of Natura 2000 in relation to the objective of halting and reversing biodiversity loss? The approach used existing data, and covered the terrestrial mammals, birds, reptiles, amphibian, butterfly and plant species. The analysis is mostly based on statistical distribution models and GIS processing of species distribution data in relation to their presence within protected areas of the Natura 2000 network. The main findings for all species groups were: Animal species for which Natura 2000 areas were not specifically designated occur more frequently inside Natura 2000 than outside (in particular breeding birds and butterflies). These species do, therefore, gain benefit from the protected areas network. The species for which Natura 2000 areas were designated generally occur more frequently within the Natura 2000 site boundaries than the nonannex species; this is in particular the case for birds and butterflies, for amphibians and reptiles the difference is negligible. More specific conclusions and findings, as well as discussion of these results and implications for further studies are included in the report.
    The “Umbrella Effect” of the Natura 2000 network : an assessment of species inside and outside the European Natura 2000 protected area network : executive summary
    Jones-Walters, L.M. ; Gillings, Simon ; Groen, T.A. ; Hennekens, S.M. ; Noble, David ; Huskens, K. ; Santini, L. ; Sierdsema, H. ; Kleunen, A. van; Swaay, C. van; Sluis, T. van der - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 273A) - 11
    biodiversity - natura 2000 - birds directive - habitats directive - biogeography - biodiversiteit - natura 2000 - vogelrichtlijn - habitatrichtlijn - biogeografie
    Kennissysteem agrarisch natuurbeheer : ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer
    Melman, T.C.P. ; Buij, R. ; Schotman, A.G.M. ; Vos, C.C. ; Verdonschot, R.C.M. ; Sierdsema, H. ; Vanmeulebrouk, B. - \ 2016
    Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2702) - 109
    agrarisch natuurbeheer - kennissystemen - weidevogels - vogels - ecologie - biodiversiteit - agri-environment schemes - knowledge systems - grassland birds - birds - ecology - biodiversity
    In het nieuwe stelsel agrarisch natuurbeheer (ANLb-2016) heeft het collectief dat een beheeraanvraag indient een verantwoordelijkheid voor het realiseren van de natuurresultaten. Kennis over vóórkomen en ecologische vereisten van de soorten krijgen daarin een steeds belangrijker plek. Kennisontsluiting is daarvoor nodig. Voor alle 67 soorten waarvoor ANLb-2016 doelstellingen heeft, zijn al eerder opgestelde fiches aangevuld, met name wat betreft dispersieafstanden en minimumareaal. Er is een format ontwikkeld om deze informatie op handzame wijze te ontsluiten en op een aantrekkelijke manier te presenteren: het kennissysteem ANB. Om er met het beheer gemakkelijker grip op te krijgen, is per leefgebiedtype een poging gedaan de soorten in enkele clusters te groeperen. Het kennissysteem ANB is een topografisch gestuurde, web-based ontsluiting van deze kennis. Voorkomen, ecologische randvoorwaarden en beheer worden daarin opgenomen en zijn interactief benaderbaar. Voor weidevogels is het in voorgaande jaren opgebouwde systeem verder ontwikkeld en kan nu in de praktijk worden beproefd. Voor akkervogels, droge dooradering en natte dooradering is voor enkele voorbeeldsoorten het concept van kennisontsluiting ontwikkeld. Voor elk leefgebiedtype is een Prezipresentatie gemaakt die de gebruiker inleidt in het concept van het kennissysteem. Deze is bedoeld om gebruikers te ondersteunen bij verdere wensen ten aanzien van de ontwikkeling van het kennissysteem.
    deel 1 open grasland, weidevogels
    Melman, Dick - \ 2015
    De presentaties vloeien ahw voort uit een rapport. Melman, Th.C.P., R. Buij, A.G.M. Schotman, C.C. Vos, R.C.M. Verdonschot, H. Sierdsema en B. Vanmeulebrouk, 2016. Kennissysteem agrarisch natuurbeheer; ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2702.
    deel 4 open akkers
    Melman, Dick - \ 2015
    De presentaties vloeien ahw voort uit een rapport. Melman, Th.C.P., R. Buij, A.G.M. Schotman, C.C. Vos, R.C.M. Verdonschot, H. Sierdsema en B. Vanmeulebrouk, 2016. Kennissysteem agrarisch natuurbeheer; ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2702.
    deel 3 droge dooradering
    Melman, Dick - \ 2015
    De presentaties vloeien ahw voort uit een rapport. Melman, Th.C.P., R. Buij, A.G.M. Schotman, C.C. Vos, R.C.M. Verdonschot, H. Sierdsema en B. Vanmeulebrouk, 2016. Kennissysteem agrarisch natuurbeheer; ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2702.
    deel 2 natte dooradering
    Melman, Dick - \ 2015
    De presentaties vloeien ahw voort uit een rapport. Melman, Th.C.P., R. Buij, A.G.M. Schotman, C.C. Vos, R.C.M. Verdonschot, H. Sierdsema en B. Vanmeulebrouk, 2016. Kennissysteem agrarisch natuurbeheer; ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2702.
    Nieuw stelsel agrarisch natuurbeheer : ex ante evaluatie provinciale natuurbeheerplannen
    Melman, T.C.P. ; Doorn, A.M. van; Schotman, A.G.M. ; Zee, F.F. van der; Blanken, H. ; Martens, S. ; Sierdsema, H. ; Smidt, R.A. - \ 2015
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2633) - 65
    natuurbeleid - soortendiversiteit - habitats - provincies - beleidsevaluatie - nature conservation policy - species diversity - habitats - provinces - policy evaluation
    De (ontwerp-)provinciale natuurbeheerplannen, onderdeel van het stelsel ANLb-2016, zijn geanalyseerd op hun doelbereik voor het beleid rond agrarisch natuurbeheer. Gehanteerde criteria zijn: aandacht voor soorten uit het landelijke doelenkader (67 soorten); criteria voor de geschiktheid van de leefgebieden; topografische begrenzingen van de leefgebieden
    Modellering agrarisch gebied. Tussenrapportage WOT-04-011-036.49
    Knegt, B. de; Jochem, R. ; Pouwels, R. ; Huiskens, H.P.J. ; Sierdsema, H. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu (WOt-interne notitie 99)
    BioScore 2.0. Tussenrapportage WOT-04-011-036.50
    Hinsberg, A. van; Hendriks, M. ; Hennekens, S.M. ; Sierdsema, H. ; Swaay, C. van; Rondinini, C. ; Santini, L. ; Delbaere, B. ; Knol, O.M. ; Wiertz, J. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu (WOt-interne notitie 87)
    Uitwerking kerngebieden weidevogels : peiling draagvlak bij provincies, verbreding kenissysteem BoM
    Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Buij, R. ; Roerink, G.J. ; Martens, S. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Schotman, A.G.M. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2564) - 81
    weidevogels - agrarisch natuurbeheer - graslanden - provincies - maatschappelijk draagvlak - remote sensing - beoordeling - grassland birds - agri-environment schemes - grasslands - provinces - public support - remote sensing - assessment
    De zogenaamde kerngebebiedbenadering voor weidevogels (Teunissen et al. 2012) is verder verkend en uitgewerkt op drie aspecten: (1) bestuurlijk draagvlak, (2) uitbreiding van het kennissysteem Beheer-op-Maat voor de beoordeling van de kwaliteit van het mozaïekbeheer en ten slotte (3) nadere uitwerking van zoekgebieden voor meerdere weidevogelsoorten. Om het draagvlak te peilen zijn alle provincies benaderd, waarbij zij ondervraagd zijn over het draagvlak (inhoudelijk en beleidsmatig) voor deze benadering. Het kennissysteem BoM is uitgebreid naar enkele andere soorten dan de grutto, waarbij het beoordelingssysteem is vereenvoudigd en waarbij gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden om de intensiteit van het grasland te bepalen. De ligging van potentiele zoekgebieden is uitgebreid voor een aantal andere soorten dan de grutto. Voor deze gebieden is de verbeteringsopgave (openheid, drooglegging) berekend voor een viertal scenario's. Deze scenario's verschillen in de mate waarin het weievogelbeheer wordt beperkt tot de huidige reservaten, danwel ook gebruik maakt van agrarisch natuurbeheer binnen en buiten de EHS.
    Nieuw stelsel agrarisch natuurbeheer : voortgang ontwikkeling beoordelingssystematiek
    Hammers, M. ; Sierdsema, H. ; Heusden, W. van; Melman, T.C.P. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2561) - 69
    agrarisch natuurbeheer - landschapsbeheer - habitats - beoordeling - monitoring - subsidies - agri-environment schemes - landscape management - habitats - assessment - monitoring - subsidies
    In 2013 is er begonnen met de ontwikkeling van een nieuw stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) welke per 1 januari 2016 operationeel dient te zijn. De kern van dit vernieuwde stelsel is een effectiever agrarisch natuurbeheer door middel van een collectieve benadering en het breder toepassen van ANlb op de meest kansrijke locaties. Een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het nieuwe stelsel ANlb is een beoordelingssysteem voor gebiedsaanvragen van collectieven. Voortbouwend op een eerste ontwerp van het beoordelingssysteem wordt in dit onderzoek een aanzet gegeven tot verdere ontwikkeling van de set van criteria en normen die bij de beoordeling van gebiedsoffertes kunnen worden gebruikt. Voor vier typen leefgebieden worden soortensets voorgesteld waarvoor Nederland internationaal verantwoordelijkheden heeft en waarvoor het agrarisch natuurbeheer van betekenis kan zijn voor een duurzaam voortbestaan. Dit rapport bevat in de bijlage een eerste beschrijving van deze leefgebieden en beschrijft condities en beheermaatregelen. Ook zijn er kaarten ontwikkeld die door collectieven en provincies gebruikt kunnen worden als indicatie waar kansrijke leefgebieden kunnen liggen. Een en ander is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met Rijk en Provincies en met input van vele deskundigen.
    Kerngebieden voor weidevogels in Zuid-Holland : betekenis daarvan voor internationale verplichtingen overige vogelsoorten
    Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Hammers, M. ; Oosterveld, E. ; Schotman, A.G.M. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Sovon 2014/32) - 49
    weidevogels - agrarisch natuurbeheer - natuurbeleid - peilbeheer - hydrologie - bodemwater - zuid-holland - grassland birds - agri-environment schemes - nature conservation policy - water level management - hydrology - soil water - zuid-holland
    Voor Zuid-Holland worden kerngebieden voor de gruttogroep onder de weidevogels voorgesteld met een totale oppervlakte van 21.190 ha. De hoofd-criteria voor selectie zijn graslanden met actueel hoge weidevogeldichtheden en of gunstige omstandigheden in de vorm van een niet ongunstige doorlegging en weinig verstoring van de openheid van het landschap. De kerngebieden bestaan voor 1745 ha uit reservaat en voor de rest (92%) uit agrarisch gebied. Daarvan wordt op dit moment 1481 ha beheerd via zwaardere pakketten agrarisch natuurbeheer en een belangrijk deel met legselbeheer. Met een aandeel van 15% reservaat of zwaar beheer is het actuele beheer van de voorgestelde gebieden onvoldoende om de achteruitgang van weidevogels te stoppen. Van de kerngebieden heeft het merendeel een verbeteropgave door een ongunstige drooglegging of de aanwezigheid van verstorende elementen in de vorm van bomen of riet. Voorgesteld wordt om eenmalig over 5924 ha het waterpeil te verhogen tot optimaal, om 237 ha bomen of bosjes te verwijderen en jaarlijks 50 riet te maaien om lokaal de openheid te bevorderen. De eenmalige kosten daarvan worden geschat op ca. €15 miljoen. De jaarlijkse kosten, bestaande uit graslandbeheer, maaien van het riet en vergoeding opbrengstderving door een aangepaste ontwatering, bedragen ca. €5,7 miljoen. Andere soorten doelsoorten van het beleid dan weidevogels kunnen in beperkte mate meeliften.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.