Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 283

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Uitheemse slangen in Nederland : een analyse van de kans op introductie, vestiging, uitbreiding en schade
    Bugter, R.J.F. ; Koppel, S. ; Creemers, R.C.M. ; Griffioen, A.J. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (RAVON-rapport 2013.112) - 122
    slangen (reptielen) - risicoanalyse - invasieve exoten - nadelige gevolgen - inventarisaties - nederland - snakes - risk analysis - invasive alien species - adverse effects - inventories - netherlands
    In opdracht van het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is door RAVON, Natuurbalans-Limes Divergens en Alterra een beoordeling van het risico van vestiging van uitheemse slangen in Nederland uitgevoerd. Dit risico hangt af van de kans op introductie, de kans dat geïntroduceerde exemplaren een duurzame populatie opbouwen, de kans dat die populatie zich uit kan breiden en de kans op ecologische, economische en sociale schade. Na een eerste screening zijn de risico’s voor elf soorten en soortgroepen beoordeeld. Voor vier soorten / soortgroepen werd het risico als substantieel beoordeeld, voor de andere soorten of soortgroepen was dit matig, mogelijk aanwezig of verwaarloosbaar. De grootste risicofactor is de introductie van een aantal exemplaren van een soort ineens.
    Teelt de grond uit zomerbloemen : teelt in kisten 2012-2013
    Slootweg, G. ; Dijkema, M.H.G.E. - \ 2014
    Lisse : PPO sector Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 19
    zomerbloemen - teeltsystemen - proeven - substraten - tests - emissie - reductie - economische haalbaarheid - summer flowers - cropping systems - trials - substrates - tests - emission - reduction - economic viability
    In 2012 en 2013 is de mogelijkheid van teeltsturing, bij het telen van zomerbloemen in kisten onderzocht. Hiervoor is een teelt opgezet worden met vijf gewassen (Aconitum, Astrantia, Delphinium, Monarda en Phlox), deze gewassen zijn in 2012 in bakken buiten geteeld. Het fertigatiesysteem is aangepast om een uniforme groei te krijgen. De productie in het eerste jaar is bijgehouden. In het najaar van 2012 zijn de bakken overgebracht naar koelcellen. In 2013 zijn de bakken op verschillende tijdstippen uit de cel gehaald en overgebracht naar kas en veld, waar de kwaliteit en productie is bepaald. Daarnaast zijn vijf overblijvende gewassen uit de teelt van 2011 in de koelcel overgehouden en in 2012 als pilot in de kas en buiten verder geteeld. De planten stonden in kisten van 1x1m, 20cm diep, gevuld met grof rivierzand. Onderin de kisten lag een drainagelaag, met daarop anti-worteldoek. Er zijn 2 substraatvolumes per plant aangelegd, waarbij de kist geheel gevuld was met substraat of met de halve volume substraat, waardoor het beschikbare substraatvolume per plant halveerde. De methode van watergift (fertigatie) is aangepast door 4 slangen per bak te installeren, waarbij een slang langs elke rij planten lag. De teelt van zomerbloemen in kisten met substraat bleek goed mogelijk. Grof zand als substraat voldeed goed. Het aangepaste ertigatiesysteem bleek te voldoen; er traden geen randeffecten (meer) op. Voor een optimale oogst verdient het aanbeveling de bemesting (gewasafhankelijk) te optimaliseren. Bloeispreiding door vroeg inhalen in de kas en laat inhalen naar buiten bleek bij de meeste gewassen goed mogelijk. Slechts Monarda gaf minder opkomst na lang invriezen. Wellicht geeft aanpassing van het invriesprotocol betere groei. Het halveren van het substraatvolume per plant bleek bij de meeste gewassen de productie en/of kwaliteit negatief te beinvloeden. Dit betekent dat de keuze van de container en het aantal planten per container goed gekozen moet worden. Dit kan het beste in een test worden bepaald.
    Ontwerp algenteeltsysteem in kassen – een integraal rekenmodel
    Hemming, S. ; Sapounas, A. - \ 2013
    gewasgroeimodellen - modellen - algenteelt - gewasproductie - slangen (buizen) - teeltsystemen - glastuinbouw - biobased economy - crop growth models - models - algae culture - crop production - tubes - cropping systems - greenhouse horticulture - biobased economy
    Poster met onderzoeksinformatie. Doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een integraal model dat de algenproductie in diverse configuraties buisvormige algenreactoren in kassen kan voorspellen.
    Sustainability and resilience of the dairy sector in changing world: a farm economic and EU perspective
    Jongeneel, R.A. ; Slangen, L.H.G. - \ 2013
    In: Sustainable Dairy Production / de Jong, P., Oxford : Wiley-Blackwell - ISBN 9780470655849 - p. 55 - 86.
    Cost-benefit analysis of the Dutch nature policy: Transaction costs and land market impacts
    Jongeneel, R.A. ; Polman, N. ; Slangen, L.H.G. - \ 2012
    Land Use Policy 29 (2012)4. - ISSN 0264-8377 - p. 827 - 836.
    conservation
    This paper analyses the financial and economic costs and benefits of the large scale National Ecological Network (NEN) nature conservation project in the Netherlands, taking into account transaction costs and land market impacts of different institutional arrangements. The net financial costs associated with achieving the current plan are equivalent with an annual amount 876 per hectare. Of the costs, transaction costs amount about 16% or (sic) 140 per hectare. The substantive land purchases involved in the plan will lead to land price increase of 20%. Nature management by agriculture turns out to be a relatively cheap option.
    Lucht regelt het drijfvermogen
    Stallen, J. - \ 2012
    Groenten en Fruit Actueel 2012 (2012)27. - ISSN 0925-9694 - p. 10 - 10.
    teeltsystemen - drijven - hydrocultuur - groenteteelt - vollegrondsteelt - cropping systems - floating - hydroponics - vegetable growing - outdoor cropping
    Bij de teelt van gewassen in een waterbassin staan de planten in drijvers van polystyreen. Die platen drijven uit zichzelf. Proeftuin Zwaagdijk toonde onlangs een systeem met kunststof slangen onder de teeltplaten. De hoeveelheid lucht in de slang bepaalt dan het drijfvermogen.
    The importance of landscapes for recreational firms
    Polman, N.B.P. ; Blaeij, A.T. de; Slangen, L.H.G. ; Reinhard, A.J. - \ 2012
    In: The Economic Value of Landscapes / van der Heide, C.M., Heijman, W.J.M., Routledge (Routledge Studies in Ecological Economics ) - ISBN 9780415563284 - p. 263 - 278.
    Resilience of European Farms with and withut the CAP
    Peerlings, J.H.M. ; Polman, N.B.P. ; Dries, L.K.E. ; Slangen, L.H.G. - \ 2012
    - p. 1 - 15.
    Firms are able to survive only if they adapt appropriately in response to disturbances. The ability of a farm to continue after a disturbance is defined as resilience. To analyse the resilience of EU farms we explain exit and the number of adaptation strategies that farmers follow under two scenarios. The current CAP will be continued in the base scenario, while it will be abolished in scenario 2. The outcomes show that under both scenarios large more specialised farms with young farm heads are most resilient, and small more diversified farms headed by old farmers are least resilient.
    Collective approaches to agri-environmental management
    Polman, N.B.P. ; Slangen, L.H.G. ; Huylenbroeck, G. Van - \ 2011
    In: EU policy for agriculture, food and rural areas: 2nd revised edition / Oskam, A., Meester, G., Silvis, H., Wageningen : Wageningen Academic Publishers (Environmental Sciences ) - ISBN 9789086861187 - p. 371 - 376.
    OPINIE: RAVON vindt veel gladde slangen in de Peel
    Delft, J. van - \ 2011
    Wageningen : Nature Today
    Resilience of European farms under different CAP scenarios
    Polman, N.B.P. ; Peerlings, J.H.M. ; Slangen, L.H.G. - \ 2011
    The upcoming reform of the Common Agricultural Policy will put pressure on agricultural incomes and will cause more price volatility and income risk for farms in the EU. This raises the question if and how farms will survive these disturbances. Farms are able to survive only if they respond appropriately to disturbances. This resilience of farms is explained in this research by analysing the number of strategies that farmers indicate that they will use in a situation where the current CAP will continue and in a situation where it will disappear. The outcomes show that under both scenarios large more specialised farms with young farm heads are most resilient, and small more diversified farms headed by old farmers are least resilient. Results also show that farms that indicate to exit are the ones that are most dependent on CAP support, have old farm heads, and are part-time and diversified farms.
    Institutional Framework for Analyzing Sustainability in European Agriculture and Rural Areas
    Pascucci, S. ; Polman, N.B.P. ; Slangen, L.H.G. - \ 2011
    In: Agricultural and Environmental Informatics, Governance and Management: Emerging Research Applications / Andreopoulou, A., Manos, B., Polman, N., Viaggi, D., Hershey, USA : IGI Global - ISBN 9781609606213 - p. 1 - 22.
    The aim of this chapter is to develop an institutional framework for analyzing and improving sustainability. More specifically we discuss (i) developing a framework that consists of different institutional levels and a set of indicators for measuring the relevant features of each institutional level; (ii) investigating what are the dimensions of sustainable agriculture and rural development and related suitable indicators; (iii) the relationship between the institutional framework and sustainability; finally (iv) we tried to design better institutions for improving the sustainability in agriculture and rural areas. The chapter also underlines the relevance of looking at sustainability in a more empirical way. It strongly emphasises the necessity to support the theoretical approach with the use of indicators and reference levels. More specifically, the chapter indicates general and more comprehensive typologies of indicators that are commonly used to evaluate sustainability and sustainable development in agriculture and rural areas
    Investeren in het landelijk gebied
    Jongeneel, R.A. ; Polman, N.B.P. ; Slangen, L.H.G. - \ 2011
    ESB Economisch Statistische Berichten 96 (2011)4604. - ISSN 0013-0583 - p. 109 - 110.
    plattelandsomgeving - landinrichting - landgebruiksplanning - gebiedsgericht beleid - ruimtelijke ordening - gebiedsontwikkeling - wetgeving - Nederland - rural environment - land development - land use planning - integrated spatial planning policy - physical planning - area development - legislation - Netherlands
    Door de Wet inrichting landelijk gebied (ILG) hebben de provinciale overheden in 2007 verantwoordelijkheden gekregen voor ontwikkeling en uitvoering van gebiedsgericht beleid. Aan een belangrijke randvoorwaarde voor een efficiëntere publieke goederenvoorziening wordt echter niet voldaan.
    Economische concepten voor beleidsanalyse van milieu, natuur en landschap : begrippenkader voor evaluaties en verkenningen
    Slangen, L.H.G. - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 189) - 112
    milieu - landschap - economie - kostenanalyse - kosten-batenanalyse - natuurwaarde - beleidsdoelstellingen - environment - landscape - economics - cost analysis - cost benefit analysis - natural value - policy goals
    Dit rapport geeft een beschrijving van belangrijke economische begrippen voor onderzoekers en beleidsmakers op het gebied van milieu, natuur en landschap. Gekozen is voor een indeling rondom: (i) nationaal inkomen en welvaart; (ii) aard van de goederen en transactie- en coördinatiemechanismen; (iii) evaluatie van investeringsbeslissingen van de overheid en beleid; en (iv) waarom hebben we een overheid nodig?
    Baten van de Ecologische Hoofdstructuur : de locatie van recreatiebedrijven
    Polman, N.B.P. ; Slangen, L.H.G. ; Blaeij, A.T. de; Vader, J. ; Dijk, J. van - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 193) - 64
    recreatiegebieden - bossen - kustgebieden - heidegebieden - nederland - economische analyse - opbrengsten - natuurgebieden - ecologische hoofdstructuur - amenity and recreation areas - forests - coastal areas - heathlands - netherlands - economic analysis - yields - natural areas - ecological network
    organisaties en recreatiebedrijven te onderzoeken. Om de economische betekenis van deze marktbare baten te bepalen, gaan we uit van de netto toegevoegde waarde (NTW) van deze organisaties. Op basis van de jaarverslagen kan de NTW voor natuurbeherende organisaties geschat worden op ca. 350 euro per ha en 180 miljoen euro per jaar. Deze NTW wordt voor een groot gedeelte bepaald door subsidies, bijdragen van de overheid en bijdragen van de postcodeloterij. De economische betekenis van de marktbare baten van de recreatiesector - voor zover deze een relatie vertoont met de EHS - wordt in deze studie bepaald door het berekenen van de werkgelegenheid/NTW van de recreatiebedrijven. In dit onderzoek wordt voor recreatiebedrijven (restaurants, cafés en verblijfsrecreatie) empirisch aangetoond dat bij bedrijven die in de buurt liggen van bossen en kust meer personen werkzaam zijn dan bij bedrijven die deze typen natuur niet in de buurt hebben liggen. Het effect is echter voor het gemiddelde recreatiebedrijf gering. Het uitbreiden van natuur heeft dus maar een gering effect op de NTW in de recreatiesector. Onder de categorie bossen vallen in dit onderzoek onder andere cultuurhistorische bossen, natuurbossen en heiden. De kust bestaat uit kwelders, schorren en open duinen. In de analyse is zowel de afstand tot de EHS als de oppervlakte natuur meegenomen. Minder natuur in de directe omgeving van het recreatiebedrijf laat een afnemend effect zien op het aantal werkzame personen bij recreatiebedrijven. Er is in dit onderzoek niet gekeken naar ondernemerschap als verklarende factor.
    Eerste jonge gladde slangen in Brabant
    Rijsewijk, A. van - \ 2010
    Nature Today 2010 (2010)15-08.
    Slangen wakker
    Struijk, R. - \ 2010
    Nature Today 2010 (2010)04-04.
    Voorkom emissie bij het schoonmaken of bij natregenen van de veldspuit : poster Telen met Toekomst
    Werd, H.A.E. de - \ 2010
    emissie - slangen (spuit) - schoonmaken - oppervlaktewater - bedrijfshygiëne - emission - hoses - cleaning - surface water - industrial hygiene
    Artikel dat waarschuwt uit te kijken voor emissie bij het schoonmaken van de veldspuit.
    Gladde slangen mogelijk verlaat door slecht weer
    Rijsewijk, A. van - \ 2010
    Nature Today 2010 (2010)24-06.
    Rol en betekenis van commissies voor gebiedsgericht beleid
    Slangen, L.H.G. ; Jongeneel, R.A. ; Polman, N.B.P. ; Lianouridis, E. ; Leneman, H. ; Sonneveld, M.P.W. - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 186) - 90
    regionale planning - recreatie - bodem - landbouw - adviescommissies - gebiedsgericht beleid - reconstructie - regional planning - recreation - soil - agriculture - advisory committees - integrated spatial planning policy - reconstruction
    Provincies maken bij de vormgeving en uitvoering van gebiedgericht beleid vooral gebruik van adviescommissies en nauwelijks van bestuurscommissies. Het takenpakket van de adviescommissies overstijgt in de meeste gevallen hun wettelijke bevoegdheden. Ze hebben een hoge regionale dekkingsgraad en claimen beter zicht op lokaal-specifieke omstandigheden te hebben dan de provincies zelf. De commissies houden zich met meerdere thema's bezig (waaronder natuur, landschap, landbouw, recreatie en water). Deze brede insteek brengt extra transactiekosten met zich mee maar lijkt niettemin effectief om tot een integrale belangenafweging te komen en tegenstellingen te overbruggen. De provincies nemen de uitgebrachte adviezen meestal over.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.