Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 53

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Smeding
Check title to add to marked list
Verkenning verwerkingsopties bedrijfsmatig gemengd kunststofverpakkingsafval
Thoden van Velzen, E.U. ; Smeding, I. ; Brouwer, M.T. ; Alvarado Chacon, F. - \ 2019
Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Wageningen Food & Biobased Research rapport 1941) - ISBN 9789463439701 - 39
Within this project, an inventory has been made of the suitable processing options for processing plastic packaging waste of the Dutch state government. Hereby the technical feasibility of different options is analysed, but also readiness in the Netherlands (within the next 5 years), related cost and environmental impact. The separately collected plastic packaging waste of the Dutch state government has been studied during the last months of 2018. The composition was studied both with regard to the material composition and the types of packages and objects that are present. This material was sampled from five different locations in twofold. The separately collected material is composed of 60% plastics, small amounts of beverage cartons and metals (both 3%) and two non-targeted materials – paper & board and organic materials – in relatively large amounts (both approximately 17%). Currently, this material cannot be processed in conventional sorting facilities for post-consumer plastic packaging waste due to the relatively high concentrations of both contaminants. Ideally, the collection method is adapted in such a manner that the concentration of both contaminants is lowered below 15% or even better below 10%. This can potentially be achieved by information campaigns towards the users, a change in the waste collection system (the size of the opening of the waste collection bins, use of icons and the grouping of the waste bins for the various materials). Subsequently, the separately collected plastic waste can be treated at conventional sorting facilities for post-consumer lightweight packaging waste. An existing model for post-consumer plastic packaging waste was used to approximate the flows of the plastic packages through conventional sorting and recycling companies. The model predicts that roughly 58 tons of washed milled goods can be made from the separately collected plastic packaging waste. In case these recycled plastics are used in applications where virgin plastics are replaced then this will approximately result in a reduction of the greenhouse gases of 239 tons CO2 equivalents. The research of alternative methods shows that only the mechanical recovery of plastics from residual waste is ready in the Netherlands. This demands that the residual waste of the Dutch government will be processed in a central waste sorting facility and this is financially less attractive. Magnetic density separation is likely to develop within 5 years’ time to a robust alternative, but with currently unknown financial consequences. Other alternative processing options are not yet ready or are only a partial solution. Therefore the current system of separate collection, sorting and mechanical recycling is – based on our current knowledge – the most suitable processing option for the next 5 years.
Huidig recyclesysteem schiet nog tekort : Design-for-recycling zorgt voor zuiverder grondstof
Thoden van Velzen, E.U. ; Brouwer, M.T. ; Smeding-Zuurendonk, Ingeborg - \ 2019
Voedingsmiddelentechnologie (2019)3. - ISSN 0042-7934 - p. 14 - 16.
Nederland begon tien jaar geleden met gescheiden inzamelen, nascheiden, sorteren en recyclen van kunststof verpakkingen. Niet iedereen zag er toen het nut van in. Tegenwoordig zoeken veel voedingsmiddelenbedrijven naarstig naar recycled contenten wil menig bedrijf vanaf 2025 alleen recyclebare verpakkingen op de markt zetten. Wat is de stand van zaken?
Van afval naar maaltijd
Pereira da Silva, F.I.D.G. - \ 2013
Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Food & Biobased Research 1454) - ISBN 9789461739865 - 51
reststromen - afvalverwerking - agrarische afvalstoffen - agro-industriële ketens - voedselveiligheid - economische haalbaarheid - tomaten - specerijen - voedselafval - voedselverspilling - residual streams - waste treatment - agricultural wastes - agro-industrial chains - food safety - economic viability - tomatoes - spices - food wastes - food wastage
Het doel van het project is om te onderzoeken in hoever het benutten van afval of reststromen voor de productie van, voor mensen geschikt voedsel, haalbaar is. Door middel van een case (uitgevoerd in samenwerking met het bedrijf Smeding) worden een aantal aspecten omtrent de voedselkwaliteit en -veiligheid, keteninrichting en economische haalbaarheid van dit concept onderzocht. De ontwikkeling van de Too good To waste concepten is gerealiseerd. Uit de restafvalstroom van de productie van verse kruiden en met tomaten zijn vier concepten geproduceerd: kruidensaus, basilicumpesto, tomatensoep, tomatentapenade.
Fosfaat uitmijnen op natuurpercelen met gras/klaver en kalibemesting : handreiking voor de praktijk Fosfaat uitmijnen op natuurpercelen met gras/klaver en kalibemesting : handreiking voor de praktijk
Timmermans, B. ; Eekeren, N.J.M. van; Finke, E. ; Smeding, F.W. ; Bos, M. - \ 2010
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 28 p.
fosfaat - kalium - agrarisch natuurbeheer - natuurgebieden - grasklaver - natuurontwikkeling - bemesting - ecologisch herstel - phosphate - potassium - agri-environment schemes - natural areas - grass-clover swards - nature development - fertilizer application - ecological restoration
Veel Nederlandse bodems zijn rijk aan fosfaat door hun landbouwverleden. Dit fosfaat staat de ontwikkeling van interessante natuur vaak in de weg. Een manier om de bodem te verarmen is door dit fosfaat uit te mijnen met gras/klaver en kalibemesting. Uitmijnen is het maaien van gras/klaver, waarvan de productie door kalibemesting op peil wordt gehouden. De hoge productie maakt het uitmijnen interessant voor melkveehouders in de omgeving, en garandeert een snelle afvoer van fosfaat. Met andere woorden: er ontstaat een win-win situatie. DLV en het Louis Bolk instituut hebben dit samen met melkveehouders uit de regio op zo’n 60 tal hectares in Noord-Brabant, gedurende meerdere jaren getest. De ervaringen waren positief en worden samengevat in deze brochure.
Biologische boer als natuurbeheerder
Smeding, F.W. ; Bos, M. - \ 2009
BioKennis bericht Biodiversiteit en Landschap 2 (2009). - 4 p.
biologische landbouw - biodiversiteit - begrazing - natuur - agrarisch natuurbeheer - organic farming - biodiversity - grazing - nature - agri-environment schemes
Naast landbouwgronden kent Nederland ook natuurgronden zoals gras- en rietlanden en reservaatakkers. Beheerslanden die regelmatig worden gemaaid vragen extra kosten voor het afvoeren van plantenresten. Samenwerking met boeren is dan interessant. Dit vraagt echter om een goede landelijke regeling waarbij de kosten in redelijkheid worden verdeeldBiologische boeren kunnen hieraan een bijdrage leveren, maar is dit wel interessant en rendabel? Het Louis Bolk Instituut doet onderzoek naar rendabele en werkzame systemen om beheersgronden tot een wederzijdse meerwaarde te brengen voor boeren en natuurorganisaties.
Bodemgezondheid in de biologische kasteelt. Definitiestudie
Cuijpers, W.J.M. ; Smeding, F.W. ; Burgt, G.J.H.M. van der - \ 2008
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 35 p.
biologische landbouw - bodemkwaliteit - bodemweerbaarheid - bodembiodiversiteit - glastuinbouw - glasgroenten - organic farming - soil quality - soil suppressiveness - soil biodiversity - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables
Soil quality is a container term with soil biological, chemical and physical components. Soil health is a more narrow term which can be defined based on an ecosystem approach. The terms stability and self regulation, vigor, resilience, organisation and biodiversity, all related to soil health, are discussed. The term disease suppressive is even more specific than soil health, defined as a situation where the presence of pathogens in the soil does not lead to severe expression of the pathogen in the crop. Nine mechanisms which might play a role in this suppression of diseases are described. The assessment of disease suppressive quality of a soil is usually done by bioassays with specific plant-pathogen combinations. This is expensive and time-consuming, so a search is going on towards cheaper and faster indicators and parameters. Results from literature are given. At the and the question rises how growers can influence this disease suppressive quality of their soils. Five (clusters of) agronomic measures are discussed.
Biologische bedrijven als ark van Noach : naar een nieuw beloningssysteem voor natuur- en landschapsbeheer
Stortelder, A.H.F. ; Bruinsma, J.L.M. ; Hendriks, K. ; Korevaar, H. ; Smeding, F. ; Willems, S. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1711) - 91
biologische landbouw - landschapsbescherming - inkomsten uit het landbouwbedrijf - nederland - innovaties - agrarisch natuurbeheer - landschapsbeheer - multifunctionele landbouw - organic farming - landscape conservation - farm income - netherlands - innovations - agri-environment schemes - landscape management - multifunctional agriculture
Biologische bedrijven hebben relatief hoge natuur- en landschapswaarden. Er is echter veel meer mogelijk. Anton Stortelder verkende samen met collega’s en boeren in drie regio’s hoe biologische boeren de kwaliteit van natuur en landschap verder kunnen versterken. In de Noordoostpolder (akkerbouw op kleigronden), Noordwest-Overijssel – Zuidwest-Drenthe (overgang veengrond-zandgrond) en De Graafschap (zandgebied met landgoederen) zijn de streekeigen natuur- en landschapswaarden verkend en is een peiling gehouden onder de biologische boeren uit die regio’s over hun motivatie en ideeën ten aanzien van de versterking van hun rol als natuurbeheerder
Soil ecosystem profiling in the Netherlands with ten references for biological soil quality
Rutgers, M. ; Mulder, C. ; Schouten, A.J. ; Bloem, J. ; Bogte, J.J. ; Breure, A.M. ; Brussaard, L. ; Goede, R.G.M. de; Faber, J.H. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Keidel, H. ; Korthals, G.W. ; Smeding, F.W. ; Berg, C. ter; Eekeren, N.J.M. van - \ 2008
Bilthoven : RIVM (RIVM report 607604009/2008) - 86
bodem - duurzaamheid (sustainability) - kwaliteitsnormen - monitoring - bodemecologie - netwerken - soil - sustainability - quality standards - monitoring - soil ecology - networks
Het RIVM heeft samen met diverse kennisinstituten tien veel voorkomende bodems gekarakteriseerd waar de bodemkwaliteit op orde is, zogeheten referenties voor biologische bodemkwaliteit (RBB). Hier bestonden nog geen criteria voor. Deze referenties kunnen als streefbeeld gebruikt worden om bodemgebruik duurzamer te maken.De referenties zijn bepaald voor tien combinaties van bodemgebruik (onder andere melkveehouderij, akkerbouw en heide) en bodemtype (zand, veen, klei en löss).Diverse onderzoekers, onder andere op het gebied van bodemecologie, microbiologie en agrarisch bodembeheer, hebben locaties geselecteerd die volgens hun maatstaven een relatief goede bodemkwaliteit hebben. Hiervoor maakten zij gebruik van de gegevens van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB) over de toestand van de bodem. Op basis van deze informatie zijn de tien referenties bepaald
Routeplanner voor duurzaam bodembeheer en functionele agrobiodiversiteit ; vliegende start
Smeding, F. ; Zane, M. ; Alebeek, F.A.N. van - \ 2007
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 7
bodembeheer - duurzaamheid (sustainability) - innovaties - akkerbouw - fruitteelt - boomteelt - agrobiodiversiteit - functionele biodiversiteit - vollegrondsgroenten - soil management - sustainability - innovations - arable farming - fruit growing - arboriculture - agro-biodiversity - functional biodiversity - field vegetables
Deze routeplanner geeft een overzicht van actuele praktijkgerichte publicaties op het gebied van duurzaam bodembeheer en functionele agrobiodiversiteit, overzichtelijk geordend naar de onderwerpen: Biodiversiteit algemeen; Akkerbouw en groenteteelt; Veeteelt; Fruit- en boomteelt; Agrarisch natuurbeheer en Economische aspecten
Bodemleven en mineralisatie; in grond met meer schimmels spoelt minder stikstof uit
Bloem, J. ; Faber, J.H. ; Smeding, F. ; Eekeren, N.J.M. van; Rutgers, M. ; Schouten, T. - \ 2007
Nieuwe oogst / LTO Noord. Editie Oost 3 (2007)25. - ISSN 1871-0891 - p. 9 - 9.
biodiversiteit - duurzaamheid (sustainability) - bodem - mineralen - bemesting - agrobiodiversiteit - functionele biodiversiteit - biodiversity - sustainability - soil - minerals - fertilizer application - agro-biodiversity - functional biodiversity
Voor een duurzame landbouw is minder afhankelijkheid gewenst van chemische gewasbescherming en kunstmest. Als deze middelen minder mogen worden gebruikt, dan wordt de rol van het bodemleven in de nutriëntenlevering groter.
Sleutels tot samenhang: biodiversiteit op bedrijfsniveau
Smeding, F. ; Visser, A. ; Alebeek, F.A.N. van; Guldemond, A. - \ 2006
Driebergen : Louis Bolk Instituut (CLM 644) - 42
duurzaamheid (sustainability) - biodiversiteit - landbouwbedrijven - innovaties - agrobiodiversiteit - sustainability - biodiversity - farms - innovations - agro-biodiversity
Dit boek hoort als achtergronddocument bij de bedrijfskaarten. Bedrijfskaarten zijn hulpmiddelen, die zijn ontwikkeld voor agrarisch ondernemers om biodiversiteit op het eigen bedrijf zichtbaar te maken en te vergroten.
Instrumentenkaart graslandsamenstelling
Smeding, F. ; Eekeren, N.J.M. van - \ 2006
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 6 p.
Instrumentenkaart bodemkwaliteit, maatregelen
Smeding, F.W. ; Bokhorst, J.G. - \ 2006
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 5 p.
Analysis of the soil food web structure under grass and grass clover
Eekeren, N.J.M. van; Smeding, F.W. ; Vries, F.T. de; Bloem, J. - \ 2006
In: Proceedings of Cost action 852, Sward dynamics, N-flows and forage utilization in legume-based systems, Grado, Italy, November 10-12, 2005. - - p. 37 - 40.
voedselwebben - biologische bodemactiviteit - graslandbeheer - bodemkunde - food webs - biological activity in soil - grassland management - soil science
The below ground biodiversity of soil organisms plays an important role in the functioning of the the soil ecosystem, and consequently the above ground plant production. The objective of this study is to investigate the effect of grass or grass-clover in combination with fertilisation on the soil food web structure. In 2003 a fertilisation trial on grass and grassclover was sampled for soil organisms. Data were agglomerated in seven trophic groups, and classified by means of TWINSPAN. TWINSPAN clearly distinguished three main soil food web structures: Type 1: Grass plots with a high biomass of bacteria and fungi; Type 2: Grass-clover plots with a high biomass of earthworms; Type 3: Grass and grass-clover plots, that received relativily high fertilisation, with a high number of nematodes. Results suggest a microbial oriented soil food web for grass and an earthworm orientated soil food web for grass-clover.
Biodiversiteit en bodembeheer in de landbouw
Koopmans, C.J. ; Smeding, F.W. ; Rutgers, M. ; Bloem, J. ; Eekeren, N.J.M. van - \ 2006
Driebergen : Louis Bolk Instituut (LBI rapport LB14) - 69
biodiversiteit - bodembeheer - bodembiologie - agrarische bedrijfsvoering - grondbeheer - landbouwbeleid - beleid - onderzoek - kennis - agrobiodiversiteit - biodiversity - soil management - soil biology - farm management - land management - agricultural policy - policy - research - knowledge - agro-biodiversity
Voor een duurzame landbouw is maatwerk nodig op bedrijfsniveau. Het rapport “Biodiversiteit en bodembeheer in de landbouw” maakt op dit niveau zichtbaar hoe een duurzaam bodembeheer, inclusief de optimalisering van het mineralenmanagement, hand in hand kan gaan met het benutten van bodembiodiversiteit. De onderbouwing van dit perspectief is mogelijk gemaakt door metingen aan bodembiodiversiteit in 2004-2006 binnen het project Bodem, Bedrijf en Biodiversiteit (BBB) aangevuld met literatuurstudie.
Effect van mestkwaliteit op gewasgroei en bodemleven : een verkennende potproef
Eekeren, N.J.M. van; Visser, M. de; Andre, G. ; Lantinga, E.A. ; Bloem, J. ; Smeding, F. - \ 2006
Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Bioveem 16) - 34
mest - kunstmeststoffen - drijfmest - mineralen - stikstof - innovaties - vergelijkend onderzoek - bemesting - manures - fertilizers - slurries - minerals - nitrogen - innovations - comparative research - fertilizer application
In een potproef met Engels raaigras vond een vergelijking plaats van drijfmesten van acht praktijkbedrijven (Bioveem), acht drijfmesten van een mestproductieproef en twee referenties van onbemest en minerale mest. Doel van het experiment was om het begrip van drijfmestkwaliteit te verbreden ten opzichte van een focus op de hoeveelheid werkzame stikstof als hoofdfactor. Achterliggend motief is de mogelijkheid voor de veehouder om te sturen in de procesketen van rantsoen, drijfmestkwaliteit, bodemleven en gewasopbrengst. De proef vond plaats met een zwarte, zeer humeuze zandgrond en een bruine, weinig humeuze zandgrond. Effecten op de bovengrondse opbrengst, stikstofopbrengst en wortelmassa van Engels raaigras werden bepaald. Ook vonden metingen plaats aan het bodemleven bij de acht drijfmesten van de Bioveem-bedrijven en de beide referenties onbemest en minerale mest in de bruine zandgrond. Parameters waren bacteriën, schimmels en trofische groepen van nematoden. In het experiment bleek de hoeveelheid werkzame stikstof de belangrijkste factor te zijn voor de droge stof- en stikstofopbrengst van het Engels raaigras. Voor wat betreft de effecten op het bodemleven leek een verbreding van het begrip van drijfmestkwaliteit wel aannemelijk. In de potten die behandeld waren met de acht drijfmesten werd een variatie gevonden die samenhing met zowel de hoeveelheid minerale stikstof in de mestgift als de hoeveelheden organisch gebonden stikstof en organische stof. Drijfmest met een grote hoeveelheid werkzame stikstof leek de ontwikkeling van veel bodemlevengroepen te remmen, terwijl het aantal plantenetende nematoden juist toenam. Een lage mestgift van organisch gebonden stikstof of organische stof resulteerde in een bodemleven dat leek op het bodemleven in een onbemeste bouwvoor: relatief veel schimmels en bacteriën met lage dichtheden van nematodengroepen. Drijfmest in haar meest karakteristieke vorm met een relatief grote hoeveelheid organische gebonden stikstof en organische stof, leidde tot een bodemleven met relatief hoge dichtheden van vooral bacterie-etende en predatore nematoden, terwijl ook de basisgroepen van bacteriën en schimmels zich ontwikkelden. De waarnemingen aan het bodemleven in de potproef suggereren dat de voedselwebstructuur bij onbemest (of 'arme organische stof') en bij drijfmest ( of 'stikstofrijke organische stof') van elkaar verschillen en ook principieel verschillen van een voedselwebstructuur die optreedt bij minerale mest (of 'minerale stikstof'). De resultaten van het verkennende experiment bieden een interessant aanknopingspunt voor vervolgonderzoek.
Bodemvoedselwebben op melkveebedrijven : Methode voor een kwalitatieve analyse van de voedselwebstructuur
Smeding, F.W. ; Eekeren, N.J.M. van; Schouten, A.J. ; Livestock Research, - \ 2005
Lelystad : Animal Sciences Group (Bioveem intern rapport 14) - 40
biologische landbouw - dierhouderij - graslandbeheer - graslanden - biologische bodemactiviteit - bodembiologie - agrarische bedrijfsvoering - bodemvruchtbaarheid - melkveehouderij - organic farming - animal husbandry - grassland management - grasslands - biological activity in soil - soil biology - farm management - soil fertility - dairy farming
Deze studie binnen het Bioveem project heeft als doel gehad een voor de veehouder visualiseerbare, meer natuurgetrouwe voorstelling van het bodemleven maken als aanvulling op het abstracte, gefragmenteerde beeld van microscopische en chemische bodemanalyses.Deze voorstelling van het bodemleven wordt vervolgens in verband gebracht met zijn dagelijkse beslissingen en handelen. Op die manier kan dan de kloof tussen praktijk en onderzoek overbrugd worden. Op basis van de studie lijkt inderdaad een typologie van voedselwebstructuren een geschikte methode om het fragmentarische beeld van het bodemleven vanuit microscopische metingen en chemische bepalingen te herleiden tot een voor de praktijk visualiseerbare voorstelling. Het herkennen van patronen sluit aanbijvaardigheden die practici ook gebruiken bij hun beslissingen ten aanzien van bijvoorbeeld graslandmanagement en veevoeding.
Verschil in bodemleven groot tussen biologische en gangbare bedrijven
Eekeren, N.J.M. van; Smeding, F.W. ; Schouten, T. ; Livestock Research, - \ 2005
V-focus 2005 (2005)augustus. - ISSN 1574-1575 - p. 18 - 19.
bodem - bodemfauna - voedselwebben - melkveebedrijven - soil - soil fauna - food webs - dairy farms
Niet alleen boven de grond, maar ook onder de grond bestaat een jungle van levende organismen, zoals wormen aaltjes en bacteriën. Zo'n ondergrondse samenleving heet ook wel een voedselweb. Het LBI en het RIVM onderzochten de voedselwebben onder intensief en extensief beweid grasland. En is er met bedrijfsvoering te sturen
Bodemleven lastig te sturen met mest of compost: Top van bodemvoedselweb krijgt harde klap na stomen
Cuijpers, W.J.M. ; Smeding, F. ; Koopmans, C.J. ; Postma, J. - \ 2005
Ekoland 25 (2005)7/8. - ISSN 0926-9142 - p. 20 - 21.
biologische landbouw - grondsterilisatie - stoom - glastuinbouw - organic farming - soil sterilization - steam - greenhouse horticulture
Verslag van een proef in het Biokas project. Het blijkt dat na het stomen van de bodem, om ziekteverwekkers in de kasteelt te bestrijden, het bodemleven drastisch vermindert. Wanneer daarna organische mest wordt toegediend, kunnen onschuldige schimmels de schadelijke verdringen, maar omgekeerd is ook mogelijk. Het is belangrijk goed verteerde compost of stalmest te gebruiken. In een vervolgonderzoek zal bij 17 biologische glastuinbouwbedrijven gekeken worden naar de diversiteit en biomassa van het bodemleven.
Effect of organic fertilizer on regeneration of biodiversity after soil steaming in organic glasshouses
Cuijpers, W.J.M. ; Smeding, F. ; Amsing, J.J. ; Postma, J. ; Koopmans, C.J. - \ 2005
In: Researching Sustainable Systems. Proceedings of the First Scientific Conference of the International Society of Organic Agricult ure (ISOFAR), Adelaide, South Australia, 21-23 september 2005. - Adelaide, South Australia : Digital Print & Copy - ISBN 3906081761 - p. 160 - 163.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.