Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 187

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Na 13 jaar weer kokkelvissen op Oosterschelde: 'Bijzonder, zo dicht bij huis'
    Troost, Karin - \ 2020
    Meetrapport verzamelen van plastics van MSC Zoe: zeevogels, vissen, zeebodem, stranden : Beknopt verslag van werkzaamheden in 2019
    Baptist, Martin ; Volwater, Joey ; Hal, Ralf van; Zwol, Jetze van; Troost, Karin ; Franeker, Jan Andries van; Kühn, Suse ; Strietman, Wouter Jan - \ 2020
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C009/20) - 25
    In de nacht van 1 op 2 januari 2019 raakte het containerschip MSC Zoe ter hoogte van Terschelling de zeebodem waardoor in totaal 342 containers overboord geslagen zijn en verspreid geraakt over het gebied tussen Terschelling en Schiermonnikoog. Rijkswaterstaat heeft Wageningen University & Research opdracht gegeven onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de containerramp op het ecosysteem van de Noordzee en Waddenzee. De doelstelling van dit onderzoek is het in 2019 geregistreerd verzamelen van plastics en organismen die plastics kunnen hebben ingenomen, aansluitend bij bestaande monitoringprogramma’s. In 2019 is in het kader van deze opdracht zwerfvuil verzameld bij monitoring, en daarnaast zijn vissen, vismagen en vogels verzameld en veiliggesteld voor analyse op aanwezigheid van (micro)plastics. Zwerfvuil: Het registreren van zwerfvuil van de zeebodem is een reguliere activiteit tijdens visbestandsopnames met bodemtrawl netten in het IBTS-programma. Volgens hetzelfde protocol is aanvullend zwerfvuil op de zeebodem geregistreerd tijdens twee andere vissurveys en tijdens schelpdierinventarisaties. Ook is er een analyse gedaan naar zwerfvuil verzameld op Griend. Het zwerfvuilonderzoek richt zich op grotere objecten dan microplastics. Vogels: er zijn ten minste 43 dood gevonden Noordse Stormvogels verzameld, waarvan verreweg het grootste deel op de Waddeneilanden en de Fries-Groninger waddenkust. Daarnaast zijn ten minste 14 Zwarte Zee-eenden, 1 Grote Zee-eend en 4 Drieteenmeeuwen verzameld, allen dood aangetroffen in het Waddengebied. Vissen: er zijn tijdens reguliere visbestandsopnames in het gebied boven de Nederlandse eilanden tot aan Helgoland 211 magen van vissen uit de vangsten verzameld, en 4856 vissen uit de gehele Noordzee tijdens het reguliere onderzoek naar bijvangsten van de visserij. Begin 2020 gaf RWS opdracht aan WMR om (een deel van) de biologische monsters in 2020 te analyseren.
    Monitoring van het voor vogels oogstbare voedselaanbod in de kombergingen van het Pinkegat en Zoutkamperlaag : rapportage tot en met monitoringjaar 2019
    Ens, Bruno J. ; Troost, Karin ; Winden, Erik van; Schekkerman, Hans ; Rappoldt, Kees ; Kessel, Jos van; Nienhuis, Jeroen - \ 2020
    Nijmegen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (Sovon-rapport 2020/25) - 77
    Schelpdieren in het Veerse meer en Grevelingenmeer in 2019
    Pool, J. van der; Troost, K. ; Asch, M. van; Zweeden, C. van; Zwol, J. van; Ende, D. van den - \ 2020
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 19.023) - 34
    Mosselbanken en oesterbanken op droogvallende platen van de Nederlandse zoute getijdenwateren in 2019 : Bestand en arealen
    Ende, D. van den; Troost, K. ; Asch, M. van; Perdon, J. ; Zweeden, C. van - \ 2020
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 19.022) - 42
    Effect of wheat bran derived prebiotic supplementation on gastrointestinal transit, gut microbiota, and metabolic health: a randomized controlled trial in healthy adults with a slow gut transit
    Müller, Mattea ; Hermes, Gerben D.A. ; Canfora, Emanuel E. ; Holst, Jens J. ; Zoetendal, Erwin G. ; Smidt, Hauke ; Troost, Freddy ; Schaap, Frank G. ; Damink, Steven Olde ; Jocken, Johan W.E. ; Lenaerts, Kaatje ; Masclee, Ad A.M. ; Blaak, Ellen E. - \ 2020
    Gut Microbes 12 (2020)1. - ISSN 1949-0976
    Arabinoxylan-Oligosaccharides - Energy metabolism - Gastrointestinal transit - Gut Hormones - Gut microbiota - Prebiotic - Stool consistency

    Acute intake of the wheat bran extract Arabinoxylan-Oligosaccharide (AXOS) modulates the gut microbiota, improves stool characteristics and postprandial glycemia in healthy humans. Yet, little is known on how long-term AXOS intake influences gastrointestinal (GI) functioning, gut microbiota, and metabolic health. In this randomized, placebo-controlled, double-blind study, we evaluated the effects of AXOS intake on GI function and metabolic health in adults with slow GI transit without constipation. Forty-eight normoglycemic adults were included with whole-gut transit time (WGTT) of >35 h receiving either 15 g/day AXOS or placebo (maltodextrin) for 12-wks. The primary outcome was WGTT, and secondary outcomes included stool parameters, gut permeability, short-chain fatty acids (SCFA), microbiota composition, energy expenditure, substrate oxidation, glucose, insulin, lipids, gut hormones, and adipose tissue (AT) function. WGTT was unchanged, but stool consistency softened after AXOS. 12-wks of AXOS intake significantly changed the microbiota by increasing Bifidobacterium and decreasing microbial alpha-diversity. With a good classification accuracy, overall microbiota composition classified responders with decreased WGTT after AXOS. The incretin hormone Glucagon-like protein 1 was reduced after AXOS compared to placebo. Energy expenditure, plasma metabolites, AT parameters, SCFA, and gut permeability were unchanged. In conclusion, intake of wheat bran extract increases fecal Bifidobacterium and softens stool consistency without major effects on energy metabolism in healthy humans with a slow GI transit. We show that overall gut microbiota classified responders with decreased WGTT after AXOS highlighting that GI transit and change thereof were associated with gut microbiota independent of Bifidobacterium. NCT02491125.

    Arabinoxylan-Oligosaccharide Intake changes the microbiota and softens stool consistency without changes in gut transit and metabolic health in healthy adults
    Müller, Mattea ; Hermes, Gerben ; Canfora, Emanuel E. ; Holst, Jens J. ; Zoetendal, Erwin ; Smidt, Hauke ; Troost, Freddy ; Schaap, Frank G. ; Damink, Steven Olde ; Jocken, Johan W.E. ; Lenaerts, Kaatje ; Masclee, Ad A.M. ; Blaak, Ellen E. - \ 2019
    Wageningen University & Research
    PRJEB32919 - ERP115659 - human gut metagenome
    Prebiotic fibers may alter gastrointestinal (GI) transit time, microbiota composition and short chain fatty acid (SCFA) production, contributing to improved gut functionality and metabolic health. We investigated long-term effects of Arabinoxylan-Oligosaccharide (AXOS), a prebiotic dietary fiber on GI transit time, gut microbiota composition, and metabolic profile in adult participants.Methods: This randomized, placebo-controlled double-blind parallel study included 48 normoglycemic men and women (ages 20-55 y, body mass index (BMI) 19.8-30.5 kg/m2) with a slow whole-gut transit time (>35h) recruited during August 2015 to December 2016 in Maastricht, the Netherlands. Participants were randomly allocated to 12 weeks 15g/day AXOS or placebo (maltodextrin) intake. GI transit time, stool parameters, gut permeability, SCFA and microbiota composition were assessed before and after. Energy expenditure, substrate oxidation, glucose, insulin, lipids and incretin hormones were measured during a breakfast meal test before and after.Results: AXOS significantly changed the microbiota (p=0.05) mainly by increasing Bifidobacterium and decreased microbial alpha-diversity (P<.001) as compared to placebo. Whole-gut and upper intestinal transit were not affected, but stool consistency softened after AXOS (Bristol stool chart score 2.7 ± 0.19 to 3.3 ± 0.19, P<.01). Postprandial fat oxidation tended to increase (iAUC, P=.073) and early GLP-1 response (AUC0-90min, P=.005) was reduced after AXOS. Energy expenditure, plasma metabolites, SCFA concentrations and gut permeability were unchanged. Microbiota could classify responders in improved whole-gut transit after AXOS with an ([ROC] AUC 0.80%).Conclusion: AXOS intake, changed the microbiota, mainly increased fecal Bifidobacterium, tended to increase postprandial fat oxidation and decreased the early GLP-1 response. Whilst we did not observe changes in whole-gut transit time, overall microbiota could accurately classify responders with improved GI transit after AXOS intake.
    Afval aangetroffen tijdens de jaarlijkse schelpdiermonitoring in de Waddenzee en Nederlandse kustzone in 2019
    Zwol, Jetze van; Troost, Karin - \ 2019
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport ; C122/19 ) - 23
    In januari 2019 zijn tijdens een storm zo’n 345 zeecontainers overboord geslagen vanaf containerschip ‘MSC Zoë’. Dit gebeurde in de vaarroute langs de Nederlandse Waddeneilanden in de Noordzee. Een deel van de containers is aangespoeld op de eilanden maar de meeste zijn gezonken. Door de val vanaf het schip zijn containers beschadigd en opengescheurd. Hierbij is veel lading in zee gekomen en als afval naar de eilanden, Waddenzee en de zeebodem verdwenen. De aangespoelde lading is veelal opgeruimd net als de achter gebleven container (resten) op de bodem. Omdat er veel lading achter gebleven is in het marine milieu wordt er verwacht dat dit terug te vinden is tijdens de diverse kust bemonsteringen welke uitgevoerd worden door Wageningen Marine Research (WMR). WMR voert jaarlijkse WOT-schelpdierinventarisaties uit in de Noordzeekustzone en de Waddenzee. Deze surveys bestrijken een groot gebied rond de locatie van het incident en het gebied waar mogelijk afval terecht gekomen is. Deze surveys zijn geselecteerd voor de monitoring van afval dat mogelijk afkomstig zou kunnen zijn uit de lading van de MSC Zoë. Op de Noordzee wordt gebruik gemaakt van een bodemschaaf waarmee op 983 locaties een ‘trek’ van 150 meter gedaan wordt. Op de Waddenzee wordt de bemonstering uitgevoerd met een zuigkor (gesleept), stempelkor en oesterhapper (vast oppervlakte). Door middel van deze tuigen worden 1360 geselecteerde locaties bemonsterd. Daarnaast worden oester- en mosselbanken in kaart gebracht doormiddel van een survey ‘te voet’ waarbij afval verzameld kon worden er is minstens 630 kilometer afgelegd. Op de Noordzee is op 56 locaties afval gevonden, waarschijnlijk is geen enkel soort materiaal afkomstig van de lading van de MSC Zoë. Op de Waddenzee is op 43 locaties afval gevonden tijdens de bemonstering, daarnaast is op 7 verschillende locaties afval aangetroffen tijdens het ‘lopen’. Tijdens de bemonsteringen vanaf het schip is geen materiaal aangetroffen wat gekoppeld kan worden aan de lading van de MSC Zoë. Te voet zijn enkele voorwerpen aangetroffen die waarschijnlijk afkomstig zijn uit de lading van de MSC Zoë. Na de uitvoering van de surveys en analyse van de resultaten lijkt het er op dat de type tuigages welke gebruikt worden voor de bodem bemonstering alleen een klein formaat afval bevatten. Na het incident met de MSC Zoë zijn vooral grotere voorwerpen aangespoeld, die dus in de gebruikte tuigages niet worden teruggevonden. Mogelijk achtergebleven afval lijkt het makkelijkst waar te nemen wanneer de survey te voet plaatsvindt.
    Ontwikkeling en verspreiding van schelpdieren en andere bodemdieren in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee in de periode 1992-2017
    Troost, Karin ; Ende, Douwe van den; Asch, Margriet van; Stralen, Marnix van - \ 2019
    Yerseke, : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C001/20) - 43
    Sinds 1992 wordt jaarlijks het mosselbestand (Mytilus edulis) in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee geïnventariseerd. Daarbij worden naast mosselen ook alle andere aangetroffen soorten schelpdieren geïnventariseerd, alsmede andere grotere (>5 mm) bodemdiersoorten zoals krabben en zeesterren. Deze inventarisatie is de enige bron van langjarige en gebiedsdekkende informatie over het voorkomen en de verspreiding van bodemdieren in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee. Omdat de inventarisatie primair is opgezet ten behoeve van de vergunningverlening voor de mosselzaadvisserij, wordt de informatie over andere soorten dan mosselen niet structureel vastgelegd in de jaarlijkse surveyrapporten. De gegevens zijn wel ingevoerd in de onderliggende databases, en zijn al gebruikt in onderzoek naar de draagkracht van de Waddenzee voor schelpdieren. In 2015 is in het kader van het MEGMA onderzoek (gericht op de ontwikkeling van bodemdieren in de voor mosselzaad- en garnalenvisserij gesloten gebieden in de westelijke Waddenzee) begonnen met de verdere opwerking van deze gegevens met als doel verspreidingskaarten en tijdreeksen van alle geïnventariseerde soorten in het sublitoraal van de westelijke Waddenzee beschikbaar te maken. In voorliggende rapport worden de verspreidingskaarten en tijdreeksen van de tien meest voorkomende soorten gepresenteerd: • Mossel - Mytilus edulis • Kokkel - Cerastoderma edule • Zeester - Asterias rubens • Strandgaper -Mya arenaria • Amerikaanse zwaardschede - Ensis leei • Nonnetje - Limecola balthica • Muiltje - Crepidula fornicata • Strandkrab - Carcinus maenas • Japanse oester - Crassostrea gigas • Penseel of blaasjeskrab - Hemigrapsus sp
    Rubber van Paardenbloemen
    Meer, Ingrid van der - \ 2019
    Schelpdierbestanden in de Nederlandse kustzone in 2019
    Perdon, K.J. ; Troost, K. ; Zwol, J. van; Asch, M. van; Pool, J. van der - \ 2019
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 19.010) - 50
    De visserij op schelpdieren in de Nederlandse kustwateren heeft zich ontwikkeld van een vrije visserij tot een sterk gereguleerde visserij waarbij naast economische ook ecologische doelstellingen nagestreefd worden. In het kader van de uitvoering van dit beleid wordt jaarlijks een bestandsopname van mesheften (Ensis sp.), halfgeknotte strandschelpen (Spisula subtruncata), en de overige veel voorkomende soorten met een potentieel belang voor visserij, uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR). Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: programma Wettelijke Onderzoekstaken visserij. In deze rapportage staat het resultaat van de bemonstering van de kustzone in het voorjaar van 2019 en is de 25ste opeenvolgende gebieds-dekkende survey die op deze manier sinds 1995 wordt uitgevoerd. Het primaire doel van deze inventarisatie is een schatting te maken van de bestanden van de economisch en ecologisch belangrijke soorten, te weten, mesheft (Ensis sp.), halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata), mossel (Mytilus edulis) en kokkel (Cerastoderma edule) in de Nederlandse kustwateren en de daarin gelegen Natura-2000 gebieden Noordzeekustzone, Voordelta, Vlakte van de Raan en de monding van de Westerschelde. Over overige soorten schelpdieren die van economische betekenis kunnen zijn, wordt gerapporteerd indien bestanden van enige omvang aanwezig zijn. In 2019 is dit het geval voor otterschelpen (Lutraria lutraria), venusschelpen (Chamelea striatula) en zaagjes (Donax vittatus). In 2019 werd een totale biomassa geschat van 796,5 miljoen kg vers gewicht aan mesheften en 1.517,9 miljoen kg vers gewicht aan halfgeknotte strandschelpen. Daarnaast is een bestand aangetroffen van 16,4 miljoen kg vers gewicht aan venusschelpen en 16,7 miljoen kg vers gewicht aan zaagjes. Voor otterschelpen is het bestand geschat op 3.424 miljoen individuen. Het bestand aan mosselen is geschat op 3,3 miljoen kg vers gewicht. Het aantal mesheften is bijna drie maal hoger dan in 2018 en wordt grotendeels veroorzaakt door de grote hoeveelheid juveniele mesheften. De biomassa van mesheften lag in 2019 iets hoger: 796,5 miljoen kg vers gewicht tegenover 671,5 miljoen kg vers gewicht in 2018. Van het bestand ligt 24% buiten de Natura-2000 gebieden. Daarnaast zien we een lichte afname in het aantal berekende halfgeknotte strandschelpen terwijl de biomassa is toegenomen tot de hoogst gemeten waarde sinds 1995. De verklaring hiervoor is dat de gemeten strandschelpen groter zijn dan in 2018 en hierdoor een hogere biomassa hebben. Van het bestand ligt 92% buiten de Natura-2000 gebieden. De bestanden aan otterschelpen, zaagjes en venusschelpen zijn licht afgenomen ten opzichte van 2018. Voor de zaagjes valt dit te verklaren door een grote hoeveelheid juveniele beesten. Het bestand aan mosselen is toegenomen tot een redelijke omvang en daarom opgenomen in dit rapport.
    Ontwikkeling van bodemdieren in de voor mosselzaadvisserij gesloten gebieden in de westelijke Waddenzee : Evaluatie na vier jaar monitoring (2015-2018)
    Troost, Karin ; Craeymeersch, Johan ; Ende, Douwe van den; Es, Yoeri van; Asch, Margriet van; Stralen, Marnix van - \ 2019
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C027/19) - 54
    Schelpdieren in het Veerse Meer en Grevelingenmeer in 2018
    Zwol, J. van; Troost, K. ; Brummelhuis, E. ; Ende, D. van den; Pool, J. van der; Asch, M. van - \ 2019
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 19.012) - 36

    Reconstructie van het Japanse oesterbestand in de Oosterschelde
    Troost, K. ; Asch, M. van - \ 2019
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 19.008) - 14
    Sinds 2011 wordt jaarlijks binnen het WOT Visserij programma in opdracht van het Ministerie van LNV een schatting gemaakt van het areaal Japanse oesterbanken op de droogvallende platen van de Oosterschelde en het daarin aanwezige bestand aan Japanse oesters. Ook vóór 2011 zijn in verschillende jaren schattingen gemaakt. Geschatte bestanden in de periode 2011-2017 blijken aanzienlijk kleiner dan geschat in de periode vóór 2011, terwijl arealen niet zo sterk zijn afgenomen. Het is daarom de vraag of het oesterbestand daadwerkelijk is afgenomen, of dat de afname eigenlijk veroorzaakt is door een verandering in werkwijze. Onderzocht is of de afname in het bestand van Japanse oesters tussen beide perioden veroorzaakt kan zijn door een afname in levende biomassa binnen de banken, of dat de afname is veroorzaakt door een verschil in methodiek. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek is vervolgens de ontwikkeling van het bestand aan Japanse oesters in de Oosterschelde voor de periode 1980-2011 gereconstrueerd. Methodiek in de verschillende jaren en het effect daarvan op de resultaten zijn beschreven in hoofdstuk 2 “Onderzoek”. In hoofdstuk 3 “Reconstructie” worden methodiek en resultaten van de reconstructie beschreven. In hoofdstuk 4 worden methodiek en resultaten van de reconstructie bediscussieerd en de eindconclusies gepresenteerd. Geconcludeerd wordt dat: 1. De biomassa aan oesters per m2 binnen de Japanse oesterbanken niet is afgenomen tussen 2003 en 2011; 2. Het oesterbestand op de droogvallende platen van de Oosterschelde voor de jaren 1990, 2003 en 2011 overschat is; 3. De gereconstrueerde tijdreeks een beter beeld geeft van de ontwikkeling van het Japanse oesterbestand in de periode tot en met 2011.
    Wilde koffieplanten verdwijnen, en daarmee straks ook ons bakje troost
    Anten, Niels - \ 2019

    Het zijn niet de bonen waarmee wij koffie zetten, maar de wilde soorten zijn wel belangrijk voor het behoud ervan. Maar nooit eerder was de situatie van wilde koffiesoorten penibeler.

    The impact of pectin supplementation on intestinal barrier function in healthy young adults and healthy elderly
    Wilms, Ellen ; Jonkers, Daisy M.A.E. ; Savelkoul, Huub F.J. ; Elizalde, Montserrat ; Tischmann, Lea ; Vos, Paul de; Masclee, Ad A.M. ; Troost, Freddy J. - \ 2019
    Nutrients 11 (2019)7. - ISSN 2072-6643
    Aging - Defense - Dietary fiber - Gastrointestinal - Intestinal permeability - Tight junctions - Tolerance

    Intestinal barrier function is suggested to decrease with aging and may be improved by pectin intake. The aim of this study was to investigate the e ects of four weeks pectin supplementation on gastrointestinal barrier function in vivo and ex vivo in di erent age groups. In a randomized, double-blind, placebo-controlled, parallel study, 52 healthy young adults (18–40 years) and 48 healthy elderly (65–75 years) received 15 g/day pectin or placebo for four weeks. Pre- and post-intervention, in vivo gastrointestinal permeability by a multisugar test, and defense capacity in mucosal samples were assessed. Sigmoid biopsies were collected post-intervention from subgroups for Ussing chamber experiments and gene transcription of barrier-related genes. Pectin intervention did not a ect in vivo gastroduodenal, small intestinal, colonic, and whole gut permeability in young adults nor in elderly (p ≥ 0.130). Salivary and fecal sIgA and serum IgA were not significantly di erent between pectin versus placebo in both age groups (p ≥ 0.128). In both young adults and elderly, no di erences in transepithelial electrical resistance and fluorescein flux (p ≥ 0.164) and relative expression of genes analyzed (p ≥ 0.222) were found between pectin versus placebo. In conclusion, intestinal barrier function was not a ected by four weeks pectin supplementation neither in healthy young adults nor in healthy elderly.

    Effects of LED lighting recipes on postharvest quality of leafy vegetables grown in a vertical farm
    Nicole, C.C.S. ; Mooren, J. ; Pereira Terra, A.T. ; Larsen, D.H. ; Woltering, E.J. ; Marcelis, L.F.M. ; Verdonk, J. ; Schouten, R. ; Troost, F. - \ 2019
    Acta Horticulturae 1256 (2019). - ISSN 0567-7572 - p. 481 - 488.
    LED lighting - Nitrate - Shelf life - Taste - Vertical farming - Vitamin C - Vitamin K

    Vertical farming is a technology that controls climate, water, nutrients and light to grow food in a closed environment. This allows vegetables to grow pesticide free and without other contaminants. We investigated how to influence the postharvest quality by controlling the preharvest growth conditions while keeping a high production rate. Several standard LED lighting recipes (red/blue or red/white either with or without far red) are in use in commercial farms. For this research we used lettuce, baby leaf spinach, rocket and basil from various cultivars all grown in a vertical farm research facility. We used the standard red white LED light recipe as control, while we changed the spectrum with higher blue and/or higher far-red or apply few days of continuous light stimulation just before the harvest (preharvest). Quality at harvest and quality loss during postharvest storage was monitored. We observed that light quality affects shelf life of baby leaf spinach and rocket by several days. The best light recipe for shelf life had a high blue content (35%) while the worst was with a high far red (25%). In addition, contents of vitamin C, K, nitrate, chlorophyll and flavonols were different under various light quality. Nitrate (in lettuce, rocket and spinach) and vitamin C in rocket were strongly affected by preharvest continuous light, offering a way to reduce the nitrate and improve the antioxidant level. In addition, taste was also found to change as a function of light quality but magnitude of this change is shown to be strongly cultivar dependent.

    Schelpdieren in de Nederlandse kustwateren
    Troost, K. - \ 2019
    Visserijnieuws (2019). - ISSN 1380-5061Visserijnieuws.nl
    Sugar Beet Pectin Supplementation Did Not Alter Profiles of Fecal Microbiota and Exhaled Breath in Healthy Young Adults and Healthy Elderly
    An, Ran ; Wilms, Ellen ; Smolinska, Agnieszka ; Hermes, Gerben D.A. ; Masclee, Ad A.M. ; Vos, Paul de; Schols, Henk A. ; Schooten, Frederik J. van; Smidt, Hauke ; Jonkers, Daisy M.A.E. ; Zoetendal, Erwin G. ; Troost, Freddy J. - \ 2019
    Nutrients 11 (2019)9. - ISSN 2072-6643
    aging - dietary fiber - elderly - exhaled air - microbiota - pectin - young adults

    Aging is accompanied with increased frailty and comorbidities, which is potentially associated with microbiome perturbations. Dietary fibers could contribute to healthy aging by beneficially impacting gut microbiota and metabolite profiles. We aimed to compare young adults with elderly and investigate the effect of pectin supplementation on fecal microbiota composition, short chain fatty acids (SCFAs), and exhaled volatile organic compounds (VOCs) while using a randomized, double-blind, placebo-controlled parallel design. Fifty-two young adults and 48 elderly consumed 15 g/day sugar beet pectin or maltodextrin for four weeks. Fecal and exhaled breath samples were collected before and after the intervention period. Fecal samples were used for microbiota profiling by 16S rRNA gene amplicon sequencing, and for analysis of SCFAs by gas chromatography (GC). Breath was used for VOC analysis by GC-tof-MS. Young adults and elderly showed similar fecal SCFA and exhaled VOC profiles. Additionally, fecal microbiota profiles were similar, with five genera significantly different in relative abundance. Pectin supplementation did not significantly alter fecal microbiota, SCFA or exhaled VOC profiles in elderly or young adults. In conclusion, aside from some minor differences in microbial composition, healthy elderly and young adults showed comparable fecal microbiota composition and activity, which were not altered by pectin supplementation.

    Effecten van gebiedssluiting voor schelpdiervisserij op ontwikkeling meerjarige mosselbanken en bodemdiergemeenschap : Helpdeskvraag 1b in het kader van mosseltransitie (KD-2019-028)
    Troost, Karin ; Bogaart, Lisanne van den; Jansen, Henrice - \ 2019
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C074/19) - 40
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.