Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 271

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Recreatieve staandwantsurvey 2018 -2019
    Hammen, T. van der; Bruijn, P. de - \ 2020
    IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 20.007) - 13
    De Europese Data Collectie Verordening (Data Collection Framework, DCF) verplicht lidstaten tot het verzamelen van data met betrekking tot de omvang van de recreatieve visserij op aal, kabeljauw, zeebaars, zalm, pollak, haaien en roggen in het zoute water en op aal en zalm in de binnenwateren. Nederland is daardoor verplicht te rapporteren over (gevangen en vrijgelaten) vangsten van voornoemde soorten. In opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit(LNV)is in 2009 het project recreatieve visserij gestart in het kader van de wettelijke onderzoekstaken (WOT). Dit programma wordt beheerd en uitgevoerd door Wageningen Marine Research (WMR) en bestaat uit 4 surveys:(1) screening survey, (2) logboek survey, (3) onsite survey en (4) staandwantsurvey. Dit rapport betreft de uitkomsten van de staandwant survey. De overige surveys worden in een andererapportage gepubliceerd. Van maart2018 tot en met februari2019is voor de derde maaleen recreatieve staandwantsurvey uitgevoerd met als doel inzicht te krijgen in de vangstsamenstelling en omvang van de recreatieve staandwantvisserij in het zoute water.Dit rapport beschrijft de resultaten uit de laatste survey.Aan de survey deden 69 staand want vissers mee. Uiteindelijk hebben 39 vissers minimaal één keer de gegevens van hun logboek doorgegeven, waarvan 21 vissers ook hebben aangegeven daadwerkelijk te hebben gevist met het staandwant. Als maat voor hettotaal aantal recreatieve staandwantvissers is de hoeveelheid uitgegeven nummers door de gemeente in 2018 genomen (412). Op basis van aantal werden, zeebaars (44%), bot (11%) en schol-schar (samen 10%) het meest gevangen.Het aandeel kabeljauw bedroeg 5% van de vangst.De soorten die onder de EU rapportageverplichting (Council Regulation EU 1004/2017 en deCommission Decision EU 1251/2016) voor recreatieve visserij vallenworden apart geanalyseerd: zeebaars, kabeljauw en zalm.Dit is niet het geval voor aal, pollak, haaien en roggen; van deze soorten zijn geen vangsten gemeld.
    Consumption of a diet high in dairy leads to higher 15:0 in cholesteryl esters of healthy people when compared to diets high in meat and grain
    Vissers, Linda E.T. ; Soedamah-Muthu, Sabita S. ; Schouw, Yvonne T. van der; Zuithoff, Nicolaas P.A. ; Geleijnse, Johanna M. ; Sluijs, Ivonne - \ 2020
    Nutrition, Metabolism & Cardiovascular Diseases 30 (2020)5. - ISSN 0939-4753 - p. 804 - 809.
    Circulating fatty acids - Dairy products - Margaric acid - Myristic acid - Pentadecanoic acid - Randomized cross-over trial

    Background and aims: A higher dairy product intake has been associated to higher blood concentrations of 15:0 (pentadecanoic acid), 17:0 (margaric acid), and 14:0 (myristic acid). This study investigates whether a diet high in dairy products influences cholesteryl ester fatty acid concentrations of these specific fatty acids (FA). Methods and results: In a randomized multiple cross-over study, 13 men and 17 women aged 22 ± 4 years with a BMI of 21.6 ± 2.2 kg/m2 received 3 isocaloric intervention diets (dairy, meat or grain) in random order. For this post-hoc analysis, FA in plasma cholesteryl esters were measured using gas chromatography. We performed a linear mixed model per centered log-ratio transformed FA, adjusting for period, and the interaction between diet and period. Consumed total fat intake per controlled intervention diet was 31.0 ± 0.9 en%/day (dairy), 31.5 ± 0.6 en%/day (meat), and 28.4 ± 1.2 en%/day (grain), respectively. The dairy diet led to higher relative concentrations of 15:0 when compared to diets high in meat and grain, (β; 0.27, 95%CI: 0.18,0.37; p = 1.2 × 10−5, and β: 0.15; 95%CI: 0.06,0.24; p = 1.2 × 10−2, respectively). The dairy diet also led to higher 14:0 when compared to the meat diet (β: 0.34; 95%CI: 0.21,0.46; p = 6.0 × 10−5), but not when compared to the grain diet. 17:0 did not differ between diets. Conclusion: The plasma cholesteryl ester fraction after a diet high in dairy was characterized by higher 15:0 levels. Concentrations of 14:0 were only higher when comparing the FA profile after a diet high in dairy when compared to a diet high in meat. Clinical trial registration: ClinicalTrials.gov, NCT01314040.

    Mogelijkheden voor vissers in windparken : Beschikbare kennis vanuit het onderzoek
    Quirijns, F.J. ; Zaalmink, W. - \ 2020
    Wageningen Marine Research - 4 p.
    De vele (geplande) windparken op de Noordzee vormen een aanleiding voor de visserij om eventueel samen te werken met de windparkbeheerders. In deze factsheet gaan we in op de vraag of er mogelijkheden voor vissers als medegebruikers in windparken zijn.
    Leren uit samenwerking met vissers in zeeonderzoek
    Steins, N.A. - \ 2019
    Wageningen Marine Research
    Het beheer van onze zeeën wordt steeds ingewikkelder. Daarom is betrokkenheid van gebruikers erg belangrijk. Nederland geldt als goed voorbeeld voor onderzoekssamenwerking tussen visserij en wetenschap, waar internationaal lessen uit getrokken kunnen worden. Een gezamenlijk artikel hierover van Wageningen Universiteit & Research en VisNed werd gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Fish and Fisheries.
    Data rapportage Marktbemonstering schubvis IJsselmeergebied 2016-2018
    Griffioen, A.B. - \ 2019
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C130/19) - 16
    Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is in het kader van de Visserijwet verantwoordelijk voor een duurzame visserij op snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem op het IJsselmeer en Markermeer. Het ministerie heeft hierbij het uitgangspunt het beheer te baseren op wetenschappelijk onderbouwde vangst- en inspanningsadviezen. Ook wil het ministerie meer en betere informatie verzamelen over ontwikkelingen in de leeftijd en lengte opbouw van de vangst en van de bestanden en daarmee toewerken naar nauwkeurigere visserijmodellen. In 2016 en 2017 zijn eerste pilot studies uitgevoerd. Hierbij zijn beroepsvissers vissend op schubvis (met name baars, brasem, blankvoorn en snoekbaars) bezocht aan boord ten tijde van visserijactiviteiten, welke voornamelijk staand want visserij, maar ook zegenvisserij betrof. Er is besloten om de marktbemonstering voort te zetten in 2018 en 2019. Deze rapportage geeft een overzicht van de gegevens die zijn verzameld in de jaren 2016-2018. In totaal zijn er in 2016-2018 66 bezoeken geweest bij staandwant en zegen vissers; 14 in 2016 (alleen in kwartaal 3 en 4), 21 in 2017 en 30 in 2018. In totaal zijn 29.531 vissen gemeten aan boord van de schepen. Van de doelsoorten waren dit 6.231 brasem, 9.613 blankvoorn, 4.332 baars en 7.063 snoekbaars. Daarnaast zijn 1.351 bot geteld en gemeten en zijn 17 andere vissoorten gevangen (waaronder steurachtigen en een hybride karper). Daarnaast is ook wolhandkrab en rivierkreeft gevangen. De gemiddelde lengte van baars was in 2016-2018 respectievelijk 31, 30, 31cm. Hiervan van circa 3-5% van de vangst ondermaats (kleiner dan 22 cm). De gemiddelde lengte van brasem was in 2016-2018 respectievelijk 32, 33, 32cm. De gemiddelde lengte van snoekbaars in 2016-2018 respectievelijk 46, 41, 45cm. Over de jaren 2016-2018 blijkt dat 17-34% van de vangst van snoekbaarzen kleiner was dan 42 cm (ondermaats). De gemiddelde lengte van blankvoorn in 2016-2018 respectievelijk 29, 30, 30cm. Dit zijn vangstgegevens van vissen gevangen in de 101mm maas. De samenwerking met de bezochte beroepsvisserij verliep in 2016 vanuit het perspectief vanuit WMR goed en prettig, ook na herhaald bezoek. In 2017 en 2018 is het merendeel van het veldwerk overgenomen door FISHNED consultancy. Het hebben van een centraal contactpersoon lijkt ook goed te werken voor zowel de beroepsvisserij als voor WMR. De bemonstering wordt voortgezet wordt voortgezet in 2020.
    Natural choline from egg yolk phospholipids is more efficiently absorbed compared with choline bitartrate; outcomes of a randomized trial in healthy adults
    Smolders, Lotte ; Wit, Nicole J.W. de; Balvers, Michiel G.J. ; Obeid, Rima ; Vissers, Marc M.M. ; Esser, Diederik - \ 2019
    Nutrients 11 (2019)11. - ISSN 2072-6643
    Absorption - Choline - DHA - Natural - Phospholipids

    Choline is a vitamin-like essential nutrient, important throughout one’s lifespan. Therefore, choline salts are added to infant formula, supplements and functional foods. However, if choline is present in a natural form, e.g. bound to phospholipids, it may be more efficiently absorbed. The study’s aim was to evaluate if choline uptake is improved after consumption of an egg yolk phospholipid drink, containing 3 g of phospholipid bound choline, compared to a control drink with 3 g of choline bitartrate. We performed a randomized, double blind, cross-over trial with 18 participants. Plasma choline, betaine and dimethylglycine concentrations were determined before and up to six hours after consumption of the drinks. The plasma choline response, as determined by the incremental area under the curve, was four times higher after consumption of the egg yolk phospholipid drink compared with the control drink (p < 0.01). Similar outcomes were also observed for choline’s main metabolites, betaine (p < 0.01) and dimethylglycine (p = 0.01). Consumption of natural choline from egg yolk phospholipids improved choline absorption compared to consumption of chemically produced choline bitartrate. This information is of relevance for the food industry, instead of adding choline-salts, adding choline from egg yolk phospholipids can improve choline uptake and positively impact health.

    Naderende brexit-deadline zorgt voor veel onzekerheid bij vissers
    Mol, Arie - \ 2019
    Global prospects of the cost-efficiency of broiler welfare in middle-segment production systems
    Vissers, Luuk S.M. ; Jong, Ingrid C. de; Horne, Peter L.M. van; Saatkamp, Helmut W. - \ 2019
    Animals 9 (2019)7. - ISSN 2076-2615
    Animal welfare - Broiler production - Cost-efficiency

    In the 2000s, the idea of a so-called middle-segment arose in North-West Europe to address the criticism on intensive broiler production systems. Middle-segment systems being indoor housing of slower-growing broiler strains at a stocking density ≤38 kg/m2. Previous literature showed that Dutch middle-segment systems entail a relatively large gain in animal welfare at a relatively low increase in costs, i.e., have a high cost-efficiency. The question is to what extent these findings are applicable to other countries. Therefore, the aim of this study is to gain insight in the global prospects of middle-segment systems by exploring the cost-efficiency of these systems in other parts of the world. A set of representative countries, containing the Netherlands, United States and Brazil were selected. Cost-efficiency was defined as the ratio of the change in the level of animal welfare and the change in production costs. The level of animal welfare was measured by the Welfare Quality (WQ) index score. Data was collected from literature and consulting experts. Results show that in the Netherlands, United States and Brazil a change from conventional towards a middle-segment system improves animal welfare in a cost-efficient manner (the Netherlands 9.1, United States 24.2 and Brazil 12.1). Overall, it can be concluded that in general middle-segment production systems provide a considerable increase in animal welfare at a relatively small increase in production costs and therefore offer good prospects for a cost-efficient improvement of broiler welfare.

    Transition from conventional broiler meat to meat from production concepts with higher animal welfare: Experiences from the Netherlands
    Saatkamp, Helmut W. ; Vissers, Luuk S.M. ; Horne, Peter L.M. van; Jong, Ingrid C. de - \ 2019
    Animals 9 (2019)8. - ISSN 2076-2615
    Animal welfare - Broiler production - Improved production concepts - The Netherlands

    Since the 1970s, animal welfare (AW) in Dutch broiler production has been criticized by non-governmental organizations (NGOs) and the general public. Despite the development of production concepts aimed at improving AW, the conventional concept, which satisfied only the minimum legal requirements, remained by far the most dominant one in the Dutch fresh broiler meat market. Then, quite suddenly, in 2014–2015 (i.e., within less than two years), a new broiler concept with increased AW was introduced, which included a slower growing animal, more space, and an improved light regime. This alternative completely replaced the by then conventional concept. The aim of this study was to investigate the origin, causes, and driving forces of this sudden change. Popular and scientific literature, as well as interviews with key players in this transition process, were used to re-construct the chronology of events and draw the main and decisive findings. The latter include: (1) The availability of a cost-efficient alternative to conventional concepts, (2) a basic willingness to change within the entire value chain (including consumers), (3) initiating and triggering actions by NGOs, (4) decisive initiatives by retailers and (5) simultaneous introduction of the new concept and replacement of the conventional concept (i.e., depriving the consumer of a cheaper choice alternative). The result was a real transition of the Dutch fresh meat market without negative purchasing responses of the consumers. It was concluded that, although the Dutch fresh broiler meat market only included 30% of total domestic production, the existence of the abovementioned decisive factors could bring about an important change in favor of AW within a short period of time.

    Spieringvisserij IJsselmeer en Waddenzee : Voorstudie ecologische risicoanalyse ten behoeve van afwegingskader spieringvisseri
    Leeuw, Joep J. de; Hammen, Tessa van der; Schadeberg, Amanda ; Kwakman-Schilder, Karen - \ 2019
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C060/19A) - 36
    Spiering is een sleutelsoort in het voedselweb van het IJsselmeer en Markermeer. Spieringen zijn klein en veruit de meeste planten zich al voort na een jaar, terwijl ze nog geen 10 cm zijn, terwijl daarnaast ook oudere spiering voorkomt. Spiering is belangrijk voedsel voor baars en snoekbaars en belangrijk voor beschermde visetende watervogels als zaagbekken, futen en sterns. Daarnaast is spiering een aantrekkelijke bron van inkomsten voor de vissers, omdat spiering efficiënt gevangen kan worden wanneer spiering in de paaiperiode in het vroege voorjaar naar de oever trekt en daar concentraties vormt. De laatste jaren is de spieringvisserij met fuiken in het IJsselmeer en Markermeer echter niet opengesteld geweest door de lage spieringstand en door het belang van spiering voor visetende vogels. Internationaal erkende visserijmodellen werken niet goed voor kortlevende soorten als spiering om te bepalen of spieringvisserij duurzaam en doelmatig kan worden bedreven binnen de beleidsdoelstellingen voor visserij en natuurbescherming. Daarom moeten alternatieve afwegingskaders worden geformuleerd om tot een verantwoord beheer te komen. In deze voorstudie wordt onderzocht in hoeverre ecologische risicoanalyses (ERA) op basis van bestaande informatie, expert judgement en stakeholder-consultatie gebruikt kunnen worden voor een dergelijk afwegingskader en welke kennisbehoefte kan worden afgeleid uit de gemaakte (voorlopige) risicobeoordelingen. Belangrijke aspecten die in deze voorstudie naar voren komen zijn de verslechtering van de spieringstand en daarmee gepaard gaande toenemende risico’s van spieringvisserij voor instandhouding van de spieringpopulaties in IJsselmeer, Markermeer en Waddenzee en de effecten daarvan op voedselbeschikbaarheid voor roofvis en vogels.
    Slim tong vangen: Onderzoeker en vissers ontwikkelen selectieve visnetten
    Molenaar, Pieke - \ 2019
    Overgangstermijn innemen ongebruikte rechten voor staande netten IJsselmeervisserij
    Zaalmink, Wim ; Prins, Henri ; Janssens, Bas - \ 2019
    Den Haag : Wageningen Economic Research (Wageningen Economic Research nota 2019-006) - 19
    De rechten voor staande netten die gebruikt mogen worden voor de schubvisvisserij op het IJsselmeer zijn sinds 2014 gereduceerd met 85%. De sindsdien niet gebruikte rechten brengen bij uitgifte en controle onnodige administratieve lasten met zich mee, zijn daarmee foutgevoelig en kunnen leiden tot een niet realistische beeldvorming over toekomstig gebruik in de visserijpraktijk. Daarom overweegt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) maatregelen te treffen om deze rechten in te nemen. De vraag is of vissers hier schade van ondervinden, of er een balans is tussen enerzijds het ondernemersbelang en anderzijds het maatschappelijke belang, en welke overgangstermijn passend is om deze maatregelen in te laten gaan.
    Nadeelcompensatie visserijvrije zones : systematiek en indicatie van bedragen
    Zaalmink, Wim ; Janssens, Bas ; Prins, Henri - \ 2018
    Wageningen : Wageningen Economic Research (Wageningen Economic Research nota 2019-045) - 30
    Het ministerie van LNV onderzoekt de consequenties van het instellen van visserijvrije zones (VVZ’s) rondom vismigratievoorzieningen. Hierbij kan de mogelijkheid zich voordoen dat vistuigen hiervoor moeten wijken. De vraag is welke vergoedingen hiervoor moeten worden uitgekeerd, en hoe deze kunnen worden berekend. Er zijn geen sluitende vangstregistratiesystemen waarmee vissers de besommingen van specifieke fuiken kunnen aantonen. Er is een brede range waarbinnen de gemiddelde vangsten per vaste fuik bewegen. De berekende gemiddelde onteigeningswaarde bedraagt voor binnendijkse vaste fuiken 4.680 euro, voor buitendijkse vaste fuiken 1.560 euro en voor binnendijks viswater 234 euro per ha.
    Vissen tussen de molens
    Cramer, R. ; Rozemeijer, M.J.C. ; Taal, C. ; Rockmann, C. - \ 2018

    De ruimte voor Noordzeevissers wordt steeds meer beperkt, onder meer door de bouw van windmolenparken. Sommige vissers zijn daarom op zoek naar innovatieve alternatieven. Rems Cramer is een van de aanjagers van het project Win-wind dat onderzoekt wat een visser kan doen bínnen zo’n windmolenpark. In het onderzoek werken groot- en kleinschalige vissers, wetenschappers, parkbeheerders en anderen samen. Een gesprek met Rems Cramer, Marcel Rozemeijer (Wageningen Marine Research), Eelco Leemans (North Sea Energy Lab), Kees Taal (visserijbedrijf W. van der Zwan) en Christine Röckmann (Wageningen Economic Research).

    Beroepsvisserijenquête IJsselmeer en Markermeer : Praktijkkennis over de toestand van commerciële visbestanden in het jaar 2017 gebundeld
    Rijn, J. van; Beier, U. ; Steenbergen, J. - \ 2018
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C107/18) - 91
    Naast het formele advies over de biologische toestand van vier schubvissoorten, aal en spiering, vindt er sinds 2016 een enquête plaats onder beroepsvissers. Het doel van de zogenaamde beroepsvisserij enquête is het formeel inzichtelijk maken van het praktijkperspectief over de biologische toestand van belangrijke commerciële vissoorten op het IJsselmeer en Markermeer, te weten: aal, baars, snoekbaars, blankvoorn, brasem, Chinese wolhandkrab, bot en spiering. Daarnaast worden er algemene vragen over de visser, bijvangst per tuig en de bedrijfssituatie gesteld. In de enquête van 2017 zijn de respondenten gevraagd een onderscheid te maken tussen de biologische toestand van de visbestanden in het IJssel- en Markermeer. Met de feedback van drie vissers en de opdrachtgever is de enquête in december 2017 gefinaliseerd en verzonden naar vissers die volgens de logboekregistratie actief zijn geweest in 2017. Van de 56 verstuurde enquêtes zijn er 25 exemplaren teruggestuurd, hiermee is een responspercentage van 45% behaald. Van deze respondenten zijn er 24 die voltijd vissen. De voltijdvissers hebben gemiddeld 32 jaar ervaring en visten in 2017 gemiddeld 37 weken. De visserij op de acht soorten vindt verdeeld over alle gebieden plaats waarbij het zuidelijk deel van het Markermeer, IJmeer en de wateren rond Flevoland duidelijk minder vaak gebruikt worden voor visserij. Uit het aantal soorten dat er per respondent bevist wordt, lijkt er een verdeling te zijn tussen meer specialistische vissers die gericht op 2-3 soorten vissen en wat meer de generalisten die gericht op 5-7 soorten vissen. Op aal, snoekbaars en wolhandkrab vindt er een duidelijk gerichte visserij plaats. Baars en blankvoorn worden zowel gevangen in gerichte visserij als door bijvangst. Bij de vragen over de biologische toestand in 2017 vergeleken met 2016 viel op dat de respondenten voor de meeste soorten gematigd positief waren over de hoeveelheid maatse en ondermaatse individuen. Over aal en spiering is men duidelijk positief en over bot is men iets negatiever dan gemiddeld. Van brasem ziet men vooral kleine individuen en voor blankvoorn vooral grote, terwijl men voor de overige soorten alle maten individuen ziet. Wat opvalt is dat men voor aal, in beide meren, een lagere natuurlijke sterfte ziet ten opzichte van 2016 en voor het Markermeer bij baars en snoekbaars juist een hogere natuurlijke sterfte dan in 2016. Bij de voorspelling van de hoeveelheid volwassen vis in 2018 t.o.v. 2017 valt het op dat men erg optimistisch is over aal, spiering, baars (in het IJsselmeer) en Chinese wolhandkrab (in het Markermeer). Zonder de vergelijking te maken met 2017 was de respondenten hun voorspelling over de marktwaardige individuen overwegend optimistisch met uitzondering van bot, brasem en snoekbaars in het IJsselmeer. De niet-marktwaardige bijvangst lijkt overwegend lager te zijn dan vorig jaar voor de twee soorten fuiken en onveranderd voor de staand want en hoekwant visserij. Over de bedrijfssituatie is men erg optimistisch. Er bleek volgens de respondenten geen duidelijk onderscheid in de biologische toestand van de bestanden tussen de twee meren. In het vervolg is dit onderscheid duidelijker te bevragen door een open vraag per soort te stellen in plaats van de huidige dubbele vraagstelling. Om de kwaliteit van de resultaten te waarborgen is het aan te raden vooraf een verkorte proef enquête te laten invullen door een paar respondenten en hier feedback over te vragen. Het is aanbevolen om de resultaten van de enquête ook dit jaar in een focusgroep discussie te bespreken.
    Europarlementariers willen pulsvisserij verbieden door fakenews
    Rijnsdorp, Adriaan ; Pieters, Remco ; Boute, Pim - \ 2018

    Het Europees Parlement benadeelt Nederlandse vissers op basis van foute, gemanipuleerde informatie. Dat stelt ondermeer visserijbioloog Adriaan Rijnsdorp, die deze week met verbijstering toekeek hoe een ruime meerderheid van het Europees Parlement voor een totaalverbod op de zogeheten pulsvisserij stemde. 'Als je met fakenews een politiek doel dient dan ben je smerig bezig', aldus de hoogleraar van de Wageningen Universiteit.

    Beter begrip van vissers gedrag
    Hamon, K.G. ; Kraan, M.L. - \ 2018
    De politiek nam 't risico, de vissers dachten dat het goed zou komen
    Kraan, Marloes - \ 2018
    Overzicht aal marktbemonstering 2011-2017
    Keeken, O.A. van; Groot, P. ; Bakker, A. ; Hoek, R. ; Hoppe, M. van; Huijer, T. ; Koelemij, E. ; Hammen, T. van der; Wolfshaar, K. van de - \ 2018
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C079/18) - 21
    Europese Unie een Aalherstelplan aangenomen. In de nationale beheersplannen moet hiervoor worden aangegeven welke maatregelen voor herstel van het aalbestand worden ingevoerd en welke effecten die maatregelen op het aalbestand zullen hebben. Voor het aalherstelplan wordt Nederland verplicht de vangsten van beroepsvissers te registreren. Hiervoor moeten zowel de totale gevangen hoeveelheid aal als de samenstelling van de vangsten geregistreerd worden. Dit houdt in dat vangsten bij vissers door het hele land bemonsterd moeten worden. Dit datarapport geeft een samenvatting van de gegevens die verzameld zijn van aal bij beroepsvissers gedurende 2011-2017 voor lengtemetingen en 2009-2017 voor biologische gegevens. De gegevens worden gebruikt in de modellen die ten grondslag liggen aan het advies over de voortgang van het nationale aalbeheerplan voor Nederland. In deze rapportage worden lengtegegevens en biologische gegevens gepresenteerd uit de marktbemonstering aal. Voor de biologische gegevens worden lengte-gewicht relatie, aandeel mannetje vrouwtje, aandeel schieraal, aandeel zwemblaasparasiet en bepaling leeftijden van aal gepresenteerd. Deze gegevens worden gebruikt in de modellen om de effectiviteit van maatregelen in relatie tot beheerdoelen opgesteld door de Raad van de Europese Unie te evalueren. Deze modellen worden kort besproken.
    Wetenschap en vissers zien meer snoekbaars: alternatieve visstandbemonstering IJsselmeer / Markermeer
    Steenbergen, Josien ; Leeuw, Joep de - \ 2018
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.