Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 885

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018 van Nederland : status en trends van soorten
    Kleunen, A. van; Roomen, M. van; Winden, E. van; Hornman, M. ; Boele, A. ; Kampichler, C. ; Zoetebier, D. ; Sierdsema, H. ; Turnhout, C. van - \ 2020
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 172) - 72
    In dit rapport wordt verslag gedaan van de bepaling van de statusinformatie van vogels in Nederland voor Annex B van de Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018. De rapportage wordt zes-jaarlijks uitgevoerd als verplichting onder de Europese Vogelrichtlijn (Artikel 12). Behalve een algemene rapportage moet ook specifieke informatie over de populatiestatus van alle broedvogels en een set van doortrekkende of overwinterende vogelpopulaties worden ingevuld: populatieschattingen, aantalsontwikkeling, verspreidings(veranderingen), drukfactoren, bedreigingen en beschermingsmaatregelen. In dit rapport worden de werkwijze en resultaten van de Nederlandse Vogelrichtlijnrapportage gegeven voor het Annex B deel: status en trends van soorten, exclusief de onderdelen 6 en 10.---This report describes the determination of the status information on bird species in the Netherlands for the Annex B part of the Birds Directive Report 2013–2018. These reports are prepared every six years under Article 12 of the EU Birds Directive. Besides the General Report, specific information also has to be provided on the population status of all breeding birds and a set of migrating and wintering bird populations: population size and trends, distribution and trend, and pressures, threats and conservation measures. This report explains the methods used and results obtained for the Netherlands Birds Directive Report for the Annex B part: Status and trends of species, excluding sections 6 and 10.
    Meetrapport verzamelen van plastics van MSC Zoe: zeevogels, vissen, zeebodem, stranden : Beknopt verslag van werkzaamheden in 2019
    Baptist, Martin ; Volwater, Joey ; Hal, Ralf van; Zwol, Jetze van; Troost, Karin ; Franeker, Jan Andries van; Kühn, Suse ; Strietman, Wouter Jan - \ 2020
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C009/20) - 25
    In de nacht van 1 op 2 januari 2019 raakte het containerschip MSC Zoe ter hoogte van Terschelling de zeebodem waardoor in totaal 342 containers overboord geslagen zijn en verspreid geraakt over het gebied tussen Terschelling en Schiermonnikoog. Rijkswaterstaat heeft Wageningen University & Research opdracht gegeven onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de containerramp op het ecosysteem van de Noordzee en Waddenzee. De doelstelling van dit onderzoek is het in 2019 geregistreerd verzamelen van plastics en organismen die plastics kunnen hebben ingenomen, aansluitend bij bestaande monitoringprogramma’s. In 2019 is in het kader van deze opdracht zwerfvuil verzameld bij monitoring, en daarnaast zijn vissen, vismagen en vogels verzameld en veiliggesteld voor analyse op aanwezigheid van (micro)plastics. Zwerfvuil: Het registreren van zwerfvuil van de zeebodem is een reguliere activiteit tijdens visbestandsopnames met bodemtrawl netten in het IBTS-programma. Volgens hetzelfde protocol is aanvullend zwerfvuil op de zeebodem geregistreerd tijdens twee andere vissurveys en tijdens schelpdierinventarisaties. Ook is er een analyse gedaan naar zwerfvuil verzameld op Griend. Het zwerfvuilonderzoek richt zich op grotere objecten dan microplastics. Vogels: er zijn ten minste 43 dood gevonden Noordse Stormvogels verzameld, waarvan verreweg het grootste deel op de Waddeneilanden en de Fries-Groninger waddenkust. Daarnaast zijn ten minste 14 Zwarte Zee-eenden, 1 Grote Zee-eend en 4 Drieteenmeeuwen verzameld, allen dood aangetroffen in het Waddengebied. Vissen: er zijn tijdens reguliere visbestandsopnames in het gebied boven de Nederlandse eilanden tot aan Helgoland 211 magen van vissen uit de vangsten verzameld, en 4856 vissen uit de gehele Noordzee tijdens het reguliere onderzoek naar bijvangsten van de visserij. Begin 2020 gaf RWS opdracht aan WMR om (een deel van) de biologische monsters in 2020 te analyseren.
    Wat wil de grote stern?
    Baptist, Martin ; Leopold, Mardik - \ 2020
    Forced zika virus infection of culex pipiens leads to limited virus accumulation in mosquito saliva
    Abbo, Sandra R. ; Vogels, Chantal B.F. ; Visser, Tessa M. ; Geertsema, Corinne ; Oers, Monique M. Van; Koenraadt, Constantianus J.M. ; Pijlman, Gorben P. - \ 2020
    Viruses 12 (2020)6. - ISSN 1999-4915
    Arbovirus - Culex pipiens - Flavivirus - Midgut barrier - The Netherlands - Vector competence - Zika virus

    Zika virus (ZIKV) is a mosquito-borne pathogen that caused a large outbreak in the Americas in 2015 and 2016. The virus is currently present in tropical areas around the globe and can cause severe disease in humans, including Guillain-Barré syndrome and congenital microcephaly. The tropical yellow fever mosquito, Aedes aegypti, is the main vector in the urban transmission cycles of ZIKV. The discovery of ZIKV in wild-caught Culex mosquitoes and the ability of Culex quinquefasciatus mosquitoes to transmit ZIKV in the laboratory raised the question of whether the common house mosquito Culex pipiens, which is abundantly present in temperate regions in North America, Asia and Europe, could also be involved in ZIKV transmission. In this study, we investigated the vector competence of Cx. pipiens (biotypes molestus and pipiens) from the Netherlands for ZIKV, using Usutu virus as a control. After an infectious blood meal containing ZIKV, none of the tested mosquitoes accumulated ZIKV in the saliva, although 2% of the Cx. pipiens pipiens mosquitoes showed ZIKV-positive bodies. To test the barrier function of the mosquito midgut on virus transmission, ZIKV was forced into Cx. pipiens mosquitoes by intrathoracic injection, resulting in 74% (molestus) and 78% (pipiens) ZIKV-positive bodies. Strikingly, 14% (molestus) and 7% (pipiens) of the tested mosquitoes accumulated ZIKV in the saliva after injection. This is the first demonstration of ZIKV accumulation in the saliva of Cx. pipiens upon forced infection. Nevertheless, a strong midgut barrier restricted virus dissemination in the mosquito after oral exposure and we, therefore, consider Cx. pipiens as a highly inefficient vector for ZIKV.

    Impact of Gut Bacteria on the Infection and Transmission of Pathogenic Arboviruses by Biting Midges and Mosquitoes
    Möhlmann, Tim W.R. ; Vogels, Chantal B.F. ; Göertz, Giel P. ; Pijlman, Gorben P. ; Braak, Cajo J.F. ter; Beest, Dennis E. te; Hendriks, Marc ; Nijhuis, Els H. ; Warris, Sven ; Drolet, Barbara S. ; Overbeek, Leo van; Koenraadt, Constantianus J.M. - \ 2020
    Microbial Ecology (2020). - ISSN 0095-3628
    Arbovirus - Biting midge - Microbiome - Mosquito - Transmission

    Tripartite interactions among insect vectors, midgut bacteria, and viruses may determine the ability of insects to transmit pathogenic arboviruses. Here, we investigated the impact of gut bacteria on the susceptibility of Culicoides nubeculosus and Culicoides sonorensis biting midges for Schmallenberg virus, and of Aedes aegypti mosquitoes for Zika and chikungunya viruses. Gut bacteria were manipulated by treating the adult insects with antibiotics. The gut bacterial communities were investigated using Illumina MiSeq sequencing of 16S rRNA, and susceptibility to arbovirus infection was tested by feeding insects with an infectious blood meal. Antibiotic treatment led to changes in gut bacteria for all insects. Interestingly, the gut bacterial composition of untreated Ae. aegypti and C. nubeculosus showed Asaia as the dominant genus, which was drastically reduced after antibiotic treatment. Furthermore, antibiotic treatment resulted in relatively more Delftia bacteria in both biting midge species, but not in mosquitoes. Antibiotic treatment and subsequent changes in gut bacterial communities were associated with a significant, 1.8-fold increased infection rate of C. nubeculosus with Schmallenberg virus, but not for C. sonorensis. We did not find any changes in infection rates for Ae. aegypti mosquitoes with Zika or chikungunya virus. We conclude that resident gut bacteria may dampen arbovirus transmission in biting midges, but not so in mosquitoes. Use of antimicrobial compounds at livestock farms might therefore have an unexpected contradictory effect on the health of animals, by increasing the transmission of viral pathogens by biting midges.

    Monitoring van het voor vogels oogstbare voedselaanbod in de kombergingen van het Pinkegat en Zoutkamperlaag : rapportage tot en met monitoringjaar 2019
    Ens, Bruno J. ; Troost, Karin ; Winden, Erik van; Schekkerman, Hans ; Rappoldt, Kees ; Kessel, Jos van; Nienhuis, Jeroen - \ 2020
    Nijmegen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (Sovon-rapport 2020/25) - 77
    The invasive Asian bush mosquito Aedes japonicus found in the Netherlands can experimentally transmit Zika virus and Usutu virus
    Abbo, Sandra R. ; Visser, Tessa M. ; Wang, Haidong ; Göertz, Giel P. ; Fros, Jelke J. ; Abma-henkens, Marleen H.C. ; Geertsema, Corinne ; Vogels, Chantal B.F. ; Koopmans, Marion P.G. ; Reusken, Chantal B.E.M. ; Hall-Mendelin, Sonja ; Hall, Roy A. ; Oers, Monique M. Van; Koenraadt, C.J.M. ; Pijlman, Gorben P. - \ 2020
    PLoS Neglected Tropical Diseases 14 (2020)4. - ISSN 1935-2727 - 22 p.
    Background - The Asian bush mosquito Aedes japonicus is invading Europe and was first discovered in Lelystad, the Netherlands in 2013, where it has established a permanent population. In this study, we investigated the vector competence of Ae. japonicus from the Netherlands for the emerging Zika virus (ZIKV) and zoonotic Usutu virus (USUV). ZIKV causes severe congenital microcephaly and Guillain-Barré syndrome in humans. USUV is closely related to West Nile virus, has recently spread throughout Europe and is causing mass mortality of birds. USUV infection in humans can result in clinical manifestations ranging from mild disease to severe neurological impairments.
    Methodology/Principal findings - In our study, field-collected Ae. japonicus females received an infectious blood meal with ZIKV or USUV by droplet feeding. After 14 days at 28°C, 3% of the ZIKV-blood fed mosquitoes and 13% of the USUV-blood fed mosquitoes showed virus-positive saliva, indicating that Ae. japonicus can transmit both viruses. To investigate the effect of the mosquito midgut barrier on virus transmission, female mosquitoes were intrathoracically injected with ZIKV or USUV. Of the injected mosquitoes, 96% (ZIKV) and 88% (USUV) showed virus-positive saliva after 14 days at 28°C. This indicates that ZIKV and USUV can efficiently replicate in Ae. japonicus but that a strong midgut barrier is normally restricting virus dissemination. Small RNA deep sequencing of orally infected mosquitoes confirmed active replication of ZIKV and USUV, as demonstrated by potent small interfering RNA responses against both viruses. Additionally, de novo small RNA assembly revealed the presence of a novel narnavirus in Ae. japonicus.
    Conclusions/Significance - Given that Ae. japonicus can experimentally transmit arthropod-borne viruses (arboviruses) like ZIKV and USUV and is currently expanding its territories, we should consider this mosquito as a potential vector for arboviral diseases in Europe
    Hoe hoog vliegt een insect?
    Muijres, Florian - \ 2020
    A satellite repeat-derived piRNA controls embryonic development of Aedes
    Halbach, Rebecca ; Miesen, Pascal ; Joosten, Joep ; Taşköprü, Ezgi ; Rondeel, Inge ; Pennings, Bas ; Vogels, Chantal B.F. ; Merkling, Sarah H. ; Koenraadt, Constantianus J. ; Lambrechts, Louis ; Rij, Ronald P. van - \ 2020
    Nature 580 (2020)7802. - ISSN 0028-0836 - p. 274 - 277.

    Tandem repeat elements such as the diverse class of satellite repeats occupy large parts of eukaryotic chromosomes, mostly at centromeric, pericentromeric, telomeric and subtelomeric regions1. However, some elements are located in euchromatic regions throughout the genome and have been hypothesized to regulate gene expression in cis by modulating local chromatin structure, or in trans via transcripts derived from the repeats2–4. Here we show that a satellite repeat in the mosquito Aedes aegypti promotes sequence-specific gene silencing via the expression of two PIWI-interacting RNAs (piRNAs). Whereas satellite repeats and piRNA sequences generally evolve extremely quickly5–7, this locus was conserved for approximately 200 million years, suggesting that it has a central function in mosquito biology. piRNA production commenced shortly after egg laying, and inactivation of the more abundant piRNA resulted in failure to degrade maternally deposited transcripts in the zygote and developmental arrest. Our results reveal a mechanism by which satellite repeats regulate global gene expression in trans via piRNA-mediated gene silencing that is essential for embryonic development.

    Bestandsopname van mosselen op mosselkweekpercelen in de Waddenzee in december 2019
    Capelle, Jakob J. ; Stralen, Marnix R. van - \ 2020
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C017/20) - 26
    Een van de uitgangspunten bij de mosselzaadvisserij is dat de omvang van het mosselbestand in de Waddenzee en daarmee het voedselaanbod voor vogels niet minder is dan in een situatie waar niet wordt gekweekt en gevist. Dat betekent dat in het najaar een zekere hoeveelheid mosselen op de kweekpercelen in de Waddenzee aanwezig dient te zijn. In 2019 (peildatum 1 december) is deze hoeveelheid vastgesteld op 31,8 miljoen kg netto versgewicht. Na de voorjaarsvisserij wordt met een bestandsopname een schatting gemaakt van het bestand op de kweekpercelen (de zogenaamde ‘starthoeveelheid’) en wordt vervolgens bijgehouden hoeveel mosselen afgevoerd worden en hoeveel mosselen erbij komen. Een tweede bestandsopname is bedoeld om te kunnen valideren of de eerder genoemde hoeveelheid mosselen aan het begin van de winter inderdaad op de percelen aanwezig is. Voorliggende rapportage betreft de bestandsopname van mosselen op percelen in de Waddenzee in december 2019, om te valideren of het bestand van 31,8 miljoen kg op 1 december 2019 op de percelen aanwezig was. Hiertoe zijn in de Waddenzee alle kweekpercelen of delen van kweekpercelen waar mosselen verwacht worden eind november en begin december 2019 bemonsterd. Het totale bestand op de percelen in december 2019 is hiermee geschat op 89,7 miljoen kg versgewicht. Op basis van deze schatting kan geconcludeerd worden dat de benodigde minimale hoeveelheid mosselen op 1 december 2019 ruimschoots op de percelen aanwezig was.
    Tussenrapportage monitoring off-bottom oesterkweek experimenten in de Oosterschelde : Resultaten BOKX project 2016-2019
    Kamermans, Pauline ; Tonk, Linda ; Ysebaert, Tom - \ 2020
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C029/20) - 45
    De oesterkweek in de Oosterschelde ondervindt een probleem met niet inheemse oesterboorders die tot sterfte leiden van oesters op kweekpercelen. Daarnaast is sinds 2010 aangetoond dat er in de Oosterschelde een oester herpes virus voorkomt waardoor er met name bij de jonge oesters een veel hogere sterfte optreedt dan voorheen. Om te komen tot herstel van de oesterproductie hebben de Nederlandse Oestervereniging (NOV), de Provincie Zeeland en het ministerie van LNV een Plan van Aanpak opgesteld om, onder andere met behulp van voor Nederland nieuwe technieken, de problemen te beheersen. Door op verschillende locaties ervaring op te doen met nieuwe technieken kunnen de resultaten met elkaar worden vergeleken. Een dergelijke vergelijking geeft de kwekers meer inzicht in de voor- en nadelen van het gebruik van verschillende locaties en methoden in de Oosterschelde. De nieuwe technieken hebben allemaal betrekking op off-bottom kweek van oesters. De kweekactiviteiten worden begeleid door Wageningen Marine Research met onderzoek naar de effectiviteit en de effecten op de natuur. De resultaten laten zien dat de nieuwe techniek van off-bottom teelt goede groei van oesters laat zien. Off-bottom teelt van oesters heeft geen effect op het slibgehalte van het sediment. Voor het bepalen van effecten op de aanwezigheid van bodemdiatomeeën zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar. Op off-bottom percelen is de aanwezigheid van de Wulp en ganzen lager (en dan met name in de wintermaanden), vergelijkbaar voor eenden en hoger voor reigers. De aantallen Steenloper, Zilverplevier, Bergeend, Scholekster, Grutto, Strandloper, Tureluur, Smient, Pijlstaart, Middelste zaagbek, Lepelaar, Visdiefje, Kleine zilverreiger, Kauw, Aalscholver en Fuut zijn te laag om uitspraken te kunnen doen over het effect van off-bottom teelt op aanwezigheid van deze vogelsoorten. De aanbevelingen voor vervolgonderzoek betreffen: • Vergelijken van slib- en chlorofylgehalte van het sediment van off-bottom percelen met dat van referentiepercelen. • Uitbreiden van analyse met foto’s camera’s om meer inzicht te krijgen in aanwezigheid van vogelsoorten tijdens zomermaanden en van vogelsoorten met lagere dichtheden over het hele jaar (Steenloper, Zilverplevier, Bergeend, Scholekster, Grutto, Strandloper, Tureluur, Smient, Pijlstaart, Middelste zaagbek, Lepelaar, Visdiefje, Kleine zilverreiger, Kauw, Aalscholver en Fuut). • Analyseren met foto’s camera’s van het eventuele effect van de aanwezigheid van kwekers op de aanwezigheid van vogels.
    Risicoanalyse voor introductie van hoog pathogene aviaire influenza in de Nederlandse commerciële pluimveehouderij
    Germeraad, E.A. ; Beerens, N. ; Slaterus, R. ; Elbers, A.R.W. - \ 2020
    Lelystad : Wageningen Bioveterinary Research - 24
    Dit is de vierde risicoanalyse (sinds de start in september 2018) voor de introductie van hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) op Nederlandse commerciële pluimveehouderijen uitgevoerd in januari 2020 door de WOT Besmettelijke Dierziekten, met ondersteuning van de Nederlandse Voedsel en Waren autoriteit (NVWA), Avined en Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland (SOVON). Dit rapport is vervaardigd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het doel van dit rapport is het bundelen van de aanwezige informatie over de aanwezigheid van HPAI in commerciële pluimveebedrijven en wilde vogels, op basis hiervan wordt een kwalitatieve risicoanalyse voor de introductie van HPAI op commerciële pluimveebedrijven uitgevoerd. Dit rapport geeft een overzicht van de HPAI infecties die werden gerapporteerd tussen 1 april 2019 en 20 januari 2020.
    Natuur Ambitie Grote Wateren Factsheet Cortenoever-Stokebrand
    Ottburg, F.G.W.A. ; Lammertsma, D.R. ; Maas, G.J. ; Janssen, J.A.M. ; Schotman, A.G.M. - \ 2020
    Wageningen University & Research - 3 p.
    Natuur Ambitie Grote Wateren (NAGW): evaluatie natuur binnen Ruimte voor de Rivier
    In het kader van ruimte voor de rivier zijn in het verleden meerdere maatregelen getroffen waaraan geen concrete ecologische doelen zijn gekoppeld. Om inzicht te krijgen in de ecologische effectiviteit ofwel welke natuurwaarden zijn er aanwezig, zijn in 2018 en 2019 een viertal maatregelen onderzocht. Het gaat hier om 1) het kwelmoeras in de Amerongse Bovenpolder, 2) de meestromende nevengeulen in de Vreugderijkerwaard, 3) twee geïsoleerde strangen in Cortenoever-Stokebrand en 4) ontsteende Kribvakken langs de IJssel nabij Zutphen. Naast vegetatie zijn zoetwatervissen, amfibieën, bevers, otters en vogels onderzocht. De eerste bevindingen zijn samenvattend weergegeven in de bijgaande drie pagina’s tellende factsheet per gebied.

    NAGW factsheet 1: Amerongse Bovenpolder.
    NAGW factsheet 2: Vreugderijkerwaard.
    NAGW factsheet 3: Cortenoever-Stokebrand.

    Contactpersoon:
    Fabrice Ottburg
    Fabrice.Ottburg@wur.nl
    0317-486115
    Natuur Ambitie Grote Wateren Factsheet Amerongse Bovenpolder
    Ottburg, F.G.W.A. ; Lammertsma, D.R. ; Maas, G.J. ; Janssen, J.A.M. ; Schotman, A.G.M. - \ 2020
    Wageningen University & Research - 3 p.
    Natuur Ambitie Grote Wateren (NAGW): evaluatie natuur binnen Ruimte voor de Rivier
    In het kader van ruimte voor de rivier zijn in het verleden meerdere maatregelen getroffen waaraan geen concrete ecologische doelen zijn gekoppeld. Om inzicht te krijgen in de ecologische effectiviteit ofwel welke natuurwaarden zijn er aanwezig, zijn in 2018 en 2019 een viertal maatregelen onderzocht. Het gaat hier om 1) het kwelmoeras in de Amerongse Bovenpolder, 2) de meestromende nevengeulen in de Vreugderijkerwaard, 3) twee geïsoleerde strangen in Cortenoever-Stokebrand en 4) ontsteende Kribvakken langs de IJssel nabij Zutphen. Naast vegetatie zijn zoetwatervissen, amfibieën, bevers, otters en vogels onderzocht. De eerste bevindingen zijn samenvattend weergegeven in de bijgaande drie pagina’s tellende factsheet per gebied.

    NAGW factsheet 1: Amerongse Bovenpolder.
    NAGW factsheet 2: Vreugderijkerwaard.
    NAGW factsheet 3: Cortenoever-Stokebrand.

    Contactpersoon:
    Fabrice Ottburg
    Fabrice.Ottburg@wur.nl
    0317-486115
    Trusted Source pilot Fresh Upstream : Domeinverkenning gewasbeschermingsinformatie in land- en tuinbouw
    Rijgersberg, Hajo ; Engelse, J. den; Vogels, J.W.P.M. - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Wageningen Food & Biobased Research rapport 2015) - 52
    Barriers to restoration: soil acidity and phosphorus limitation constrain recovery of heathland plant communities after sod cutting
    Vogels, J. ; Weijters, Maaike ; Bobbink, Roland ; Bijlsma, R.J. ; Lamers, Leon P.M. ; Verberk, W.C.E.P. ; Siepel, H. - \ 2020
    Applied Vegetation Science 23 (2020)1. - ISSN 1402-2001 - p. 94 - 106.
    Sod cutting has been used extensively as an effective measure in removing excess N and restoring dwarf shrub dominance in heathlands affected by increased nitrogen deposition. However, recovery of other plant species is often very limited. One barrier is high soil acidity following sod cutting, which results in soil aluminium (Al3+) and ammonium (NH4+) reaching toxic concentrations. Sod‐cutting management also removes most of the major nutrients from the system, so intensified nutrient limitation could be an additional barrier to the recovery of species‐rich communities. Soil phosphorus (P) is of special interest as research indicates sod‐cutting management can shift the system to P limitation.
    Het mysterie van de paling
    Palstra, Arjan - \ 2019
    Meer ruimte voor (functionele) biodiversiteit
    Groot, Arjen de - \ 2019
    In zijn interessante voordracht zal Arjen ingaan op het onderwerp ‘Meer ruimte voor (functionele) biodiver-siteit’.
    Biodiversiteit is de graad van verscheidenheid van leven in een bepaald gebied (denk aan de aantallen soorten vogels, planten, insecten, etc.).
    Waarom is dat nodig en hoe regelen we dat het beste?
    The potential of ICT tools in changing consumers’ food waste behaviour
    Haar, S. van der; Zeinstra, G.G. ; Dijksterhuis, G.B. ; Vogels, J.W.P.M. ; Bos-Brouwers, H.E.J. - \ 2019
    The potential of ICT tools in changing consumers’ food waste behaviour
    Haar, S. van der; Zeinstra, G.G. ; Dijksterhuis, G.B. ; Vogels, J.W.P.M. ; Bos-Brouwers, H.E.J. - \ 2019
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.