Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 16 / 16

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Migration of silver eel, Anguilla anguilla, through three water pumping stations in The Netherlands
    Keeken, Olvin Alior van; Hal, Ralf van; Winter, Hendrik Volken ; Wilkes, Tony ; Griffioen, Arie Benjamin - \ 2020
    Fisheries Management and Ecology (2020). - ISSN 0969-997X
    Anguilla - barriers - conservation - fish behaviour - fish migration - telemetry
    European eel, Anguilla anguilla (L.), migrating to sea encounter many man-made structures that can hamper and delay migration or induce mortality. Three pumping stations in Friesland, the Netherlands, were covered with acoustic receivers. Ninety-three silver eels tagged with acoustic transmitters were released in the polders upstream of the stations and 89% were detected passing a pumping station. The majority of silver eels passed the stations within a day after arriving at the station. Four silver eels stayed for longer than 2 weeks before passage, and 18 were detected at the receiver downstream the pumping station for more than one day, with detections up to several weeks. These detections probably indicated a dead eel, but could also indicate a live eel remaining at the site. Most of the silver eels passed the pumping stations within a day after release, so fish-friendly pumps will benefit the migrating population most. In the Netherlands, there are several thousand pumping stations. Installing fish passages near these stations is not feasible due to high costs. Prioritising all these sites in relation to the degree of blockage, mortality rates and its relative importance for migratory fish, can maximise the effectiveness of measures and mitigation taken.
    Behavioural responses of eel (Anguilla anguilla) approaching a large pumping station with trash rack using an acoustic camera (DIDSON)
    Keeken, Olvin Alior ; Hal, Ralf ; Volken Winter, Hendrik ; Tulp, Ingrid ; Griffioen, Arie Benjamin - \ 2020
    Fisheries Management and Ecology (2020). - ISSN 0969-997X - 8 p.
    conservation - Fish behaviour - fish migration - imaging sonar - migration barriers
    European eel, Anguilla anguilla L., migrating to the sea encounter many man-made structures that can hamper and delay migration or induce mortality. Studying smallscale behavioural movements in front of these man-made structures could provide insight in further mitigating adverse effects. The behaviour of eel approaching a trash rack in front of a large pumping station was investigated using a dual-frequency identification sonar (DIDSON). Eels approaching the trash rack swam through the rack (40.5%) but also showed turning behaviour at (44.7%) or in front of the rack (14.7%). Eels approaching the rack had varying body positions, predominantly head or tail first, but also curled up into a ball or drifted sideways. After turning in front or at the trash rack, eels showed upstream and downwards swimming towards the canal bottom. The results suggest a stepwise response to potential cues, when firstly the body position is changed in such a way that secondly, later on, enhances eventual fast
    upstream escapement when perceived necessary. Implications for management of these behavioural observations are discussed.
    Wintersterfte van bijenvolken 2018-2019 : Resultaten enquête wintersterfte bijenvolken in Nederland in de winter van 2018-2019
    Tom, Jolanda ; Cornelissen, Bram - \ 2020
    Wageningen : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Biointeracties & Plantgezondheid - 22
    Sinds 2003 wordt in Nederland jaarlijks de wintersterfte van bijenvolken gemonitord. Dit geeft een indicatie van de gezondheidstoestand van de gehouden populatie honingbijen in Nederland. Aan de wintersterfte-enquête van 2018-2019 deden 2032 bijenhouders mee. Dit is ongeveer 20% van alle bijenhouders in Nederland in 2018. De enquête bestond uit 3 gedeeltes, het eerste gedeelte ging over de gegevens van de bijenhouder, het tweede gedeelte over de bepaling van de wintersterfte en het laatste gedeelte was de COLOSS-enquête met een aantal toegevoegde vragen die relevant zijn voor de Nederlandse bijenhouderij. De wintersterfte van bijenvolken in Nederland in de winter van 2018-2019 was 9,2%. Dit is lager dan de twee voorgaande winters (14,3% en 15,7%). Van de respondenten gaf 69% te kennen geen wintersterfte van bijenvolken te hebben gehad in 2018-2019. Van diegene met sterfte van volken in de winter, gaf 68% te kennen koninginnenproblemen als oorzaak van de sterfte te zien. Verder werd berekend dat bijenhouders in Nederland gemiddeld genomen 8 bijenvolken hadden in 2018 en dat de totaalpopulatie gehouden bijenvolken ongeveer 75.000 bijenvolken bedroeg (najaar 2018). Per volk werd gemiddeld 13 kg honing geoogst. Per respondent was de gemiddelde honingopbrengst 101kg in 2018. Een gemiddelde prijs van €7,71 werd gevraagd voor een kilo honing en de respondenten hadden gemiddeld €448,- aan productiekosten. Het overgrote deel van de respondenten (88%) gaf te kennen varroa te bestrijden en de meerderheid (60%) monitort de varroabesmetting op enigerlei wijze. De resultaten van de COLOSS-enquête worden in internationaal verband geanalyseerd en vergeleken met de resultaten uit andere landen. In totaal doen zo’n 35 landen mee aan de COLOSS-enquête. De resultaten worden in de loop van 2020 ter publicatie aan een wetenschappelijk tijdschrift aangeboden.
    Deksel van de zwarte doos van Darwin op een kiertje.
    Blacquiere, T. - \ 2019
    Nieuwsbrief van bijen@wur (2019). - p. 1 - 5.
    Al sinds 1983, toen de Varroamijt in de Nederlandse bijenvolken aan zijn opmars begon, hebben wij als imkers ons best gedaan om de mijten te bestrijden. Wetend dat anders de volken in twee jaar zouden bezwijken. Dat heeft geholpen, en inmiddels lukt het om de jaarlijkse sterfte in de winter redelijk laag te houden (zie artikeltje van Bram Cornelissen). Alleen, bestrijden heeft ook nadelen. Het belangrijkste nadeel is dat door de bestrijding de bijen en de mijten zich niet aan elkaar kunnen aanpassen: de mijten kunnen niet milder worden, en de bijen niet weerbaarder. Jammer. Om die reden zijn wij, maar ook sommige imkers zelf, begonnen met het ‘niet-bestrijden’ van de Varroamijten. Zoals u weet werkt bijen@wur daar al meer dan tien jaar aan. Afgelopen maand zijn twee wetenschappelijke artikelen verschenen over dit werk: het eerste beschrijft en onderbouwt de methode die wij toepassen, het tweede beschrijft een elegante proef van de universiteit Gent waarbij de erfelijke veranderingen (op gen niveau) die ten grondslag liggen aan een van de resistentie-eigenschappen, het niet reproduceren van mijten in het broed, zijn blootgelegd. Beide artikelen zal ik hier introduceren. Allebei zijn het ‘open access’ artikelen, dus iedereen kan ze downloaden en lezen.
    Sterfte in honingbijen laag en zonder éénduidige oorzaak
    Groot, G.A. de - \ 2016

    De overleving van honingbijen in Nederland was zeer hoog in de winter van 2015/2016 (93,5%). De sterfte van volken lijkt niet het gevolg van één enkele oorzaak.

    Winter-APK voor bijen : Helpt u deze winter mee bij het praktijkonderzoek?
    Som de Cerff, B. ; Cornelissen, B. ; Moens, F. - \ 2013
    Bijenhouden 7 (2013)6. - ISSN 1877-9786 - p. 4 - 4.
    professionele bijenhouderij - werkzaamheden - seizoenen - winter - controle - diergezondheid - dierverzorging - onderzoek - samenwerking - commercial beekeeping - manipulations - seasons - winter - control - animal health - care of animals - research - cooperation
    Om de risico’s van een aanrijding bij sneeuw en gladheid te verminderen, laten steeds meer automobilisten bij het monteren van winterbanden ook een wintercontrole uitvoeren. Zou een dergelijke controle voor de winter ook schade aan onze volken in de vorm van wintersterfte kunnen verminderen? Dat zou mooi zijn, want voorgaande jaren haalde 20% van onze volken het eind van de winter niet.
    Mobiele telefonie en de ontwikkeling van honingbijen
    Hoofwijk, H. ; Blacquiere, T. ; Obregon Arzaluz, V. ; Vijver, M. ; Musters, K. ; Brodschneider, R. - \ 2013
    Wageningen : Wageningen UR, Wetenschapswinkel (Rapport / Wageningen UR, Wetenschapswinkel 298) - 35
    honingbijen - honingbijkolonies - doodsoorzaken - mobiele apparaten - telefoons - elektromagnetische straling - navigatie - diergedrag - levenscyclus - monitoring - honey bees - honey bee colonies - causes of death - mobile units - telephones - electromagnetic radiation - navigation - animal behaviour - life cycle - monitoring
    Veel volken van de honingbij overleven tegenwoordig de winter niet. Allerlei mogelijke oorzaken passeren de revue, waaronder de straling van het mobiele telefonie netwerk. Daar is weinig onder- zoek aan gedaan, maar het is bekend dat bijen magnetische en elektromagnetische velden kunnen detecteren en er op kunnen reageren. Het kan dus niet op voorhand worden uitgesloten dat bijen erdoor beïnvloed worden. Doelstelling van het onderzoek is om een relatie te kunnen leggen tussen aan de ene kant de dosis EMV die bijen in hun larvale en pupale stadium ondergaan en aan de andere kant hun ont- wikkeling en enkele kenmerken in hun volwassen leven (levensduur, vliegprestaties en morfolo- gische en fysiologische kenmerken). Ook wordt de ontwikkeling van het bijenvolk door het jaar heen (die een resultante is van de larvale, de pupale en de volwassen ontwikkeling) gemonitord.
    Door zachte winter varroamijten op bijen moeilijker bestreden
    Cornelissen, B. - \ 2012
    Wageningen : s.n.
    Drie tot vier maanden per jaar zitten honingbijen in het donker. Als het winter is, kruipen de werksters en koningin dicht op elkaar om zich als één bijenvolk warm te houden. Het overleven van een winter is nog niet zo eenvoudig. In de afgelopen vier jaar haalde 20 tot 25 procent van de door bijenhouders gehouden bijenvolken het einde van de winter niet. Eén van de boosdoeners is de varroamijt. Bijenhouders behandelen hun volken in de winter tegen deze parasiet als er geen broed aanwezig is. Maar de zachte winter zorgt ervoor dat er nu juist wel broed is. Gevolg: de mijt heeft een plekje om te schuilen
    Door zachte winter varroamijten op bijen moeilijker bestreden
    Cornelissen, B. - \ 2012
    Wageningen : Nature Today
    apidae - honingbijen - winter - varroa - bijenhouderij - broedsel - bijenziekten - apidae - honey bees - winter - varroa - beekeeping - hatch - bee diseases
    Drie tot vier maanden per jaar zitten honingbijen in het donker. Als het winter is, kruipen de werksters en koningin dicht op elkaar om zich als één bijenvolk warm te houden. Het overleven van een winter is nog niet zo eenvoudig. In de afgelopen vier jaar haalde 20 tot 25 procent van de door bijenhouders gehouden bijenvolken het einde van de winter niet. Eén van de boosdoeners is de varroamijt. Bijenhouders behandelen hun volken in de winter tegen deze parasiet als er geen broed aanwezig is. Maar de zachte winter zorgt ervoor dat er nu juist wel broed is. Gevolg: de mijt heeft een plekje om te schuilen
    De honingbij kan blijven zoemen (interview met Tjeerd Blacquière)
    Trommelen, J. ; Blacquière, T. - \ 2011
    De Stentor / Zwolse Courant; Deventer -, Nieuw Kamper -, Sallands - en Zuphens Dagblad; Dagblad Flevoland (2011). - 1 p.
    De Nederlandse imkers steken de hand in eigen boezem. Hun eigen vak- vereniging erkent dat zij zelf veel kunnen doen aan het voorkomen van de massale sterfte die bijenvolken wereldwijd al jaren teistert. door Joep Trommelen Bioloog en bijendeskundige Tjeerd Blacquiere van Wageningen Universiteit weet dat hij niet bij alle imkers populair is. Hij stelt immers dat zij als hobbyisten te weinig aandacht besteden aan de bestrijding van de varroamijt, volgens hem de hoofdoorzaak van de bijensterfte die de bijenwereld al jaren in zijn greep houdt. "Imkers moeten hun volk al begin augustus, vóórdat de winterbijen geboren worden, varroamijtvrij hebben. Dat beseffen ze vaak niet. Als ze dat niet doen, leggen de bijen in de periode van oktober tot april massaal het loodje." En áls imkers al voldoende oog hebben voor de mijt, pakken ze die vaak verkeerd aan, stelt Blacquiere. "De mijt is inmiddels resistent voor de meeste chemische middelen die vroeger werden gebruikt. Er zijn echter voldoende onschadelijke alternatieven: thijmolie, mierezuur en oxaalzuur. Die werken goed, maar je moet ze erg goed doseren omdat ze anders ook de bijen zelf doden. En ook daar wreekt zich het gebrek aan kennis bij de amateur-imkers." Een derde aspect is dat imkers voor hun kasten bijen selecteren die niet per se de sterksten zijn. Ze hebben bijvoorbeeld graag bijen die niet steken, terwijl dat een uitstekende afweer tegen vijanden is. Ook houden ze van bijenvolken die zo laat mogelijk uitzwermen om een nieuw volk te beginnen. Dan hebben ze er immers langer plezier van. "Terwijl dat uitzwermen, als het in een broedloze periode gebeurt, een natuurlijke barrière tegen verspreiding van de varroamijt is", zegt Blacquiere. Veel meer dan de politiek wakker schudden, wil Blacquiere dat de imkers zichzelf professionaliseren. "Een vutter die als hobby gaat imkeren, weet nog niets. De overheid geeft geen onderwijs meer in bijenteelt, dus moeten de imkers elkaar alles zelf leren. Imkers kijken dan vaak naar de cluboudsten, terwijl die vaak van toeten noch blazen weten." De Nederlandse Bijenhoudersvereniging is het met bioloog Blacquiere eens, reageert NBV-manager Jeroen Vorstman. In de NVB zijn zesduizend van de ongeveer zevenduizend Nederlandse bijenhouders verenigd. "Wij imkers moeten eerst eens goed naar onszelf kijken", zegt Vorstman. "Maar er is nooit sprake van één hoofdoorzaak. De mijt verzwakt bijen, zodat ze bevattelijk worden voor virussen, maar er is vaak ook te weinig stuifmeel beschikbaar. Vandaar dat wij bijvoorbeeld ook gemeenten manen beter na te denken over de aanplant van bloemen en planten." Vorstman is zelf imker en verhuurt honderd volken aan landbouwers om hun gewassen te bestuiven. "Die volken komen als geen ander in aanraking met bestrijdingsmiddelen. Ze zouden er dan ook eerder last van moeten hebben. En dat is absoluut niet zo! Niet alleen bij mij, ook bij de collega's die ik ken." Blacquiere wil de imkers niet álle schuld geven. "Ze hebben het moeilijker dan vroeger. Er worden nog steeds te veel insecticiden gebruikt. Hoewel niet is aangetoond dat die de bijensterfte veroorzaken, is het omgekeerde ook niet bewezen. En het is best logisch dat er een verband is; insecticiden moeten per slot van rekening insecten doden dus goed voor bijen zullen ze niet zijn." De bioloog bevestigt dat er met name op het platteland steeds minder bloemen bloeien voor bijen. Door de overbemesting, het verdwijnen van echte hooilanden en de opmars van snijmaïs, waar echt niets tussen bloeit. "Imkers in stedelijke gebieden doen het ook beter, daar hebben ze tenminste nog plantsoenen, parkjes en tuinen. Maar veel gemeenten kappen in hun bebouwde kom lindebomen, omdat die in de zomer auto's plakkerig maken, terwijl lindebomen juist erg goed voor bijen zijn." Volgens imker Vorstman neemt de wintersterfte van bijenvolken de laatste jaren enorm toe. "Van deze winter zijn er nog geen cijfers, maar vorig jaar was soms sprake van 30 procent sterfte onder bijenvolken. Wij beschouwen 10 procent als normaal." Imkers lossen de sterfte op door volken te splitsen, zodat ze gaan groeien en de gestorven bijen kunnen vervangen. Maar dat lost slechts een deel van het probleem op, legt Vorstman uit. "De splitsing kan pas eind april, begin mei plaatsvinden. Kersen, pruimen, appels, peren en rode bessen moeten echter veel vroeger worden bestoven. Dat moet bovendien gebeuren in een beperkt aantal vliegdagen met goed weer. Soms is dat maar een dag of vijf in één voorjaar." Vorstman beseft dat de kritiek op de imkers 'een erg gevoelig punt' is in het wereldje. "Maar om het probleem op te lossen, moeten we duidelijker met onze imkers communiceren. Zij moeten wel doen wat hen wordt geadviseerd en dat gebeurt helaas nog te weinig."
    De honingbij kan blijven zoemen (interview met Tjeerd Blacquière)
    Trommelen, J. ; Blacquière, T. - \ 2011
    Eindhovens Dagblad (2011). - 1 p.
    De Nederlandse imkers steken de hand in eigen boezem. Hun eigen vak- vereniging erkent dat zij zelf veel kunnen doen aan het voorkomen van de massale sterfte die bijenvolken wereldwijd al jaren teistert. door Joep Trommelen Bioloog en bijendeskundige Tjeerd Blacquiere van Wageningen Universiteit weet dat hij niet bij alle imkers populair is. Hij stelt immers dat zij als hobbyisten te weinig aandacht besteden aan de bestrijding van de varroamijt, volgens hem de hoofdoorzaak van de bijensterfte die de bijenwereld al jaren in zijn greep houdt. "Imkers moeten hun volk al begin augustus, vóórdat de winterbijen geboren worden, varroamijtvrij hebben. Dat beseffen ze vaak niet. Als ze dat niet doen, leggen de bijen in de periode van oktober tot april massaal het loodje." En áls imkers al voldoende oog hebben voor de mijt, pakken ze die vaak verkeerd aan, stelt Blacquiere. "De mijt is inmiddels resistent voor de meeste chemische middelen die vroeger werden gebruikt. Er zijn echter voldoende onschadelijke alternatieven: thijmolie, mierezuur en oxaalzuur. Die werken goed, maar je moet ze erg goed doseren omdat ze anders ook de bijen zelf doden. En ook daar wreekt zich het gebrek aan kennis bij de amateur-imkers." Een derde aspect is dat imkers voor hun kasten bijen selecteren die niet per se de sterksten zijn. Ze hebben bijvoorbeeld graag bijen die niet steken, terwijl dat een uitstekende afweer tegen vijanden is. Ook houden ze van bijenvolken die zo laat mogelijk uitzwermen om een nieuw volk te beginnen. Dan hebben ze er immers langer plezier van. "Terwijl dat uitzwermen, als het in een broedloze periode gebeurt, een natuurlijke barrière tegen verspreiding van de varroamijt is", zegt Blacquiere. Veel meer dan de politiek wakker schudden, wil Blacquiere dat de imkers zichzelf professionaliseren. "Een vutter die als hobby gaat imkeren, weet nog niets. De overheid geeft geen onderwijs meer in bijenteelt, dus moeten de imkers elkaar alles zelf leren. Imkers kijken dan vaak naar de cluboudsten, terwijl die vaak van toeten noch blazen weten." De Nederlandse Bijenhoudersvereniging is het met bioloog Blacquiere eens, reageert NBV-manager Jeroen Vorstman. In de NVB zijn zesduizend van de ongeveer zevenduizend Nederlandse bijenhouders verenigd. "Wij imkers moeten eerst eens goed naar onszelf kijken", zegt Vorstman. "Maar er is nooit sprake van één hoofdoorzaak. De mijt verzwakt bijen, zodat ze bevattelijk worden voor virussen, maar er is vaak ook te weinig stuifmeel beschikbaar. Vandaar dat wij bijvoorbeeld ook gemeenten manen beter na te denken over de aanplant van bloemen en planten." Vorstman is zelf imker en verhuurt honderd volken aan landbouwers om hun gewassen te bestuiven. "Die volken komen als geen ander in aanraking met bestrijdingsmiddelen. Ze zouden er dan ook eerder last van moeten hebben. En dat is absoluut niet zo! Niet alleen bij mij, ook bij de collega's die ik ken." Blacquiere wil de imkers niet álle schuld geven. "Ze hebben het moeilijker dan vroeger. Er worden nog steeds te veel insecticiden gebruikt. Hoewel niet is aangetoond dat die de bijensterfte veroorzaken, is het omgekeerde ook niet bewezen. En het is best logisch dat er een verband is; insecticiden moeten per slot van rekening insecten doden dus goed voor bijen zullen ze niet zijn." De bioloog bevestigt dat er met name op het platteland steeds minder bloemen bloeien voor bijen. Door de overbemesting, het verdwijnen van echte hooilanden en de opmars van snijmaïs, waar echt niets tussen bloeit. "Imkers in stedelijke gebieden doen het ook beter, daar hebben ze tenminste nog plantsoenen, parkjes en tuinen. Maar veel gemeenten kappen in hun bebouwde kom lindebomen, omdat die in de zomer auto's plakkerig maken, terwijl lindebomen juist erg goed voor bijen zijn." Volgens imker Vorstman neemt de wintersterfte van bijenvolken de laatste jaren enorm toe. "Van deze winter zijn er nog geen cijfers, maar vorig jaar was soms sprake van 30 procent sterfte onder bijenvolken. Wij beschouwen 10 procent als normaal." Imkers lossen de sterfte op door volken te splitsen, zodat ze gaan groeien en de gestorven bijen kunnen vervangen. Maar dat lost slechts een deel van het probleem op, legt Vorstman uit. "De splitsing kan pas eind april, begin mei plaatsvinden. Kersen, pruimen, appels, peren en rode bessen moeten echter veel vroeger worden bestoven. Dat moet bovendien gebeuren in een beperkt aantal vliegdagen met goed weer. Soms is dat maar een dag of vijf in één voorjaar." Vorstman beseft dat de kritiek op de imkers 'een erg gevoelig punt' is in het wereldje. "Maar om het probleem op te lossen, moeten we duidelijker met onze imkers communiceren. Zij moeten wel doen wat hen wordt geadviseerd en dat gebeurt helaas nog te weinig."
    Effect mijt mogelijk groter door bijengif
    Blacquiere, Tjeerd - \ 2011
    Imkers klagen al jaren over bovenmatige bijensterfte. Na elke winter legt bijna een kwart van de volken het loodje. Wat is de oorzaak? Het oppervlaktewater in Noord- en Zuid-Holland is op sommige plaatsen vergeven van imidacloprid, een bijengif. In vier verhalen de ins en outs van het probleem. Vandaag: Effect varroamijt mogelijk groter door imidacloprid De honingbij, een uiterst nuttig insect. Sinds jaar en dag door zowel kwekers als imkers op handen gedragen vanwege de rol bij de bestuiving van gewassen en de productie van honing. Al vele winters sterft zo’n kwart van de volken. Over de oorzaken is men het niet eens. Wetenschappers van naam vliegen elkaar hierover in de haren. Wie heeft gelijk? De Bijenstichting, GroenLinks en de Partij voor de Dieren (PvdD) willen actie. ..... Wetenschapper Tjeerd Blacquiere van Plant Research International (PRI, onderdeel van de Wageningse Universiteit, zei onlangs in het tv-programma Zembla dat hij zich geen zorgen maakt over de nieuwe generatie pesticiden in land- en tuinbouw. Al geeft hij toe - hij houdt zelf ook bijen - dat hij die samenhang met bijensterfte niet heeft onderzocht. Opponent Jeroen van der Sluijs van de Universiteit Utrecht ziet, gesteund door de toxicoloog Henk Tennekes en tal van onderzoekers in het buitenland, juist wél samenhang tussen het toenemende gifgebruik - zaadbehandeling en verstuiving - en bijensterfte. Hij wijst op het verbod van imidacloprid in Noord-Italië enkele jaren geleden en de sterk teruggelopen sterfte daar. Om die reden wil Van der Sluijs, ook gasthoogleraar in Versailles, gericht onderzoek naar dat verband
    Varroabestrijding en Amitraz
    Steen, J.J.M. van der - \ 2010
    Bijenhouden 1 (2010)12. - ISSN 1877-9786 - p. 3 - 3.
    bijenziekten - honingbijen - amitraz - winter - mortaliteit - varroa destructor - bee diseases - honey bees - amitraz - winter - mortality - varroa destructor
    Dat de varraomijt bestreden moet worden is voor iedere imker duidelijk. Niet bestrijden leidt tot zwakke volken en wintersterfte. Onderzoeken van PRI Bijen@wur en vele buitenlandse onderzoeksinstellingen komen, als het gaat over wintersterfte, altijd hetzelfde uit: de varroamijt is oorzaak nummer één
    Aalsteren tegen varroa
    Cornelissen, B. - \ 2007
    Nieuwsbrief PPO Bijen 4 (2007). - p. 1 - 7.
    Inleiding Dit jaar begon de lente erg vroeg. De bijen hebben er optimaal van geprofiteerd en veel bijensterfte is er dan ook niet gemeld. Dit betekent dat zelfs door varroa zwakke volken die normaal aan het eind van de winter ook aan het eind van hun latijn zijn, nog een kans hadden zich te ontwikkelen. Maar niet te vroeg gejuicht, want wie niet op past ziet de volken in het begin van de zomer alsnog instorten. Varroabestrijding in het voorjaar biedt een oplossing.
    Uitwerking van de resultaten van de enquetes april, juli en oktober 2006 en maart 2007, gehouden voor de evaluatie van de wintersterfte 2006-2007 en de resultaten van de diagnose van bijenziekte van ingezonden monsters
    Steen, J.J.M. van der - \ 2007
    [Wageningen] : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bijen - 25
    apidae - bijenziekten - varroa - doodsoorzaken - apidae - bee diseases - varroa - causes of death
    De enquêteresultaten laten zien dat de manier van imkeren effect heeft op wintersterfte. Varroabestrijding is hierbij heel belangrijk. Een varroabestrijding gedurende het gehele seizoen, zodat er relatief gezonde winterbijen geboren worden, helpt. Dit blijkt uit het gunstige effect van de varroabehandelingen in de zomer en het verwijderen van darrenraat in het voorjaar, op de grootte van de volken en, zeker zo belangrijk, op de sterfte in de daarop volgende winter. Varroabestrijding nadat de winterbijen geboren zijn na september, zijn heeft geen effect meer op de wintersterfte, het verschil is in de zomer gemaakt
    Varroa bestrijden: Nu is de tijd!
    Cornelissen, B. - \ 2006
    Wageningen : PPO bijen
    apidae - bijenhouderij - bijenziekten - varroa - apidae - beekeeping - bee diseases - varroa
    Het gebruik van oxaalzuur voor de bestrijding van Varroa raakt al aardig ingeburgerd in de Nederlandse imkerij. Toch worden de mogelijkheden ervan nog niet optimaal benut. Oxaalzuur werkt optimaal in broedloze volken. En die hebben we niet alleen in de winter. Ook in het voorjaar (maart – mei) als de Nederlandse imker aan de slag gaat met zwermverhindering bestaan er mogelijkheden oxaalzuur eenvoudig toe te passen
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.