Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 490

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Vrije
Check title to add to marked list
Process simulation and life cycle assessment of converting autoclaved municipal solid waste into butanol and ethanol as transport fuels
Meng, Fanran ; Ibbett, Roger ; Vrije, Truus de; Metcalf, Pete ; Tucker, Gregory ; McKechnie, Jon - \ 2019
Waste Management 89 (2019). - ISSN 0956-053X - p. 177 - 189.
ABE fermentation - Enzymatic hydrolysis - Life cycle assessment - Municipal solid waste - Waste autoclaving

In 2015/2016, the total municipal solid waste (MSW) collected by local authority in the U.K. was 26 million tonnes and over 57% is still put into landfill or incinerated. MSW is a promising feedstock for bio-butanol production as it has a high lignocellulosic fibre content such as paper, wood, and food waste, about 50 wt% of a typical MSW stream. The study evaluates acetone, butanol, ethanol and hydrogen production from autoclaved municipal solid waste feedstock. Life cycle assessment is undertaken to evaluate the acetone, butanol, ethanol and hydrogen production process, considering cogeneration of heat and power from residual biogenic waste based on experimental data and process modelling. Acetone, butanol, and ethanol product yield can be achieved at 12.2 kg butanol, 1.5 kg ethanol, 5.7 kg acetone, and 0.9 kg hydrogen per tonne MSW. The product yield is relatively low compared to other lignocellulosic feedstocks primarily because of the lower hydrolysis yield (38% for glucose) achieved in this study; however, hydrolysis yields could be improved in future optimisation work. The conversion shows a net primary energy demand of −1.11 MJ/MJ liquid biofuels (butanol and ethanol) and net greenhouse gas emission of −12.57 g CO 2 eq/MJ liquid biofuels, achieving a greenhouse gas reduction of 115% compared to gasoline comparator.

Degradation of free amino acids in liquidfeeding conditions
Krimpen, M.M. van; Wikselaar, P.G. van; Jonge, L.H. de - \ 2019
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research report 1159) - 25
The aim of the current study was to determine the degradation of free amino acids in freshly produced liquid feeds. It can be concluded that the level of degradation of free amino acids in liquid feeds might be limited, provided the conditions applied in the current study.---Het doel van deze studie was na te gaan in welke mate vrije aminozuren gevoelig zijn voor afbraak onder brijvoercondities. Onder de toegepaste condities in dit onderzoek trad er slechts in beperkte mate degradatie van vrije aminozuren in de brijvoeders op.
Internationale overeenstemming nodig voor blijvende toegang tot “Digitale Sequentie Informatie”
Hiemstra, Sipke Joost ; Brink, Martin - \ 2019

Door de vooruitgang in techniek en lagere kosten worden steeds meer genomische data gegenereerd. Deze Digitale Sequentie Informatie (DSI) kan snel worden uitgewisseld tussen onderzoekers, organisaties, landen en databases. Nederlandse stakeholders vinden dat vrije toegang tot DSI niet moet worden beperkt.

Alpaca beschermt kip tegen roofvogels
Niekerk, Thea van - \ 2019
Hoe zorg je ervoor dat vrije-uitloopkippen
niet worden aangevallen door roofvogels?
Door er een paar alpaca’s bij te zetten. Die
delen hun territorium makkelijk met andere
dieren, maar beschermen het agressief
tegen indringers.
Wat we niet willen weten en ons toch moeten herinneren : toekomstperspectieven voor de Muur van Mussert in Lunteren
During, Roel ; Dam, Rosalie van - \ 2019
Wageningen : Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel (Wageningen University & Research Wetenschapswinkel rapport 349) - ISBN 9789463434164 - 58
In Lunteren is eind jaren 30 door de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) een complex ingericht voor partijbijeenkomsten. Onderdeel van het complex is een muur waar Anton Mussert, leider van de N.S.B. de leden kon toespreken. Door de rol van de N.S.B. tijdens de Tweede Wereldoorlog belichaamt de Muur van Mussert een zwarte bladzijde in onze geschiedenis, namelijk die van de collaboratie met Nazi Duitsland. Nu staat het complex deels overwoekerd door natuur op een recreatieterrein waar tijdelijk buitenlandse arbeiders in zomerhuisjes wonen. Door de Stichting Erfgoed Ede is de vraag opgeworpen of de muur niet een dusdanig belangrijke symbolische waarde heeft, dat hij wellicht ter nagedachtenis of als waarschuwing behouden zou moeten blijven. In dit wetenschapsproject staat daarom de volgende vraag centraal: “Op welke wijze kan het complex rondom de Muur van Mussert worden bewaard, en welke betekenissen kunnen daarbij gevormd worden?” Het project richt zich uitdrukkelijk niet op een formele waardestelling, noch op geschiedkundige analyses, maar is vooral gericht op de toekomstgerichte mogelijkheden om het complex betekenis te geven. Dit project is geen klassiek wetenschappelijk onderzoek dat op basis van literatuur en of interviews tot conclusies komt. Kenmerkend voor een wetenschapswinkelproject is het werken met studenten. Na een voorverkenning en gesprekken met sleutelfiguren en stakeholders is daarom ingezet op het betrekken van studenten. Er is een 3-daags studentenatelier in Lunteren gehouden door studenten van de TU Delft. Hierin is een viertal ontwerpen gemaakt, waarin de studenten een vrije omgang lieten zien met het beladen erfgoed. Ook is er een challenge (prijsvraag) onder studenten uitgeschreven. De prijsuitreiking vond plaats in de Goudsberg. De inzendingen bevatten een breed spectrum aan ideeën om de muur een eigentijdse betekenis en invulling te geven. Ten derde hebben enkele studenten een internationale vergelijking gemaakt met als thema de omgang met beladen erfgoed. Gekeken is onder meer naar het huis van Hitler en het gebouw dat functioneerde als headquarters van de Operatie Rheinward (de Poolse Pogrom) in Lublin. De Muur van Mussert was lokaal en nationaal gedurende dit project onderwerp van debat. Daardoor was er ook grote media-aandacht voor dit project. Daarnaast is een media- en documentenanalyse gemaakt, en waren de onderzoekers actief op verschillende bijeenkomsten en in verschillende netwerken. Door het tonen van tussenresultaten van het studentenonderzoek kwam er in reactie weer bruikbare input ten aanzien van de verscheidenheid van toekomstperspectieven voor de Muur van Mussert. Gedurende dit project hebben zich lokaal en nationaal verschillende ontwikkelingen voltrokken met betrekking tot de Muur. Zo is de Muur in 2018 aangewezen als Rijksmonument. Het onderzoek kende verder beperkte mogelijkheden en had eerder het karakter van actieonderzoek, waarin de onderzoekers deel hebben uitgemaakt van de publieke arena waarin kennis en emoties zijn uitgewisseld en waarin naar een oplossing is toegewerkt, door een diversiteit aan ideeën en visies op de toekomst van de Muur van Mussert te genereren. Het rapport reflecteert deze open werkwijze door het proces van publiek debat in relatie tot onderzoek en ontwerp van alle betrokkenen in het wetenschapswinkelproject te beschrijven.---In the Dutch memory culture on WW2, the discussion on managing and memorializing difficult heritage has long been eluded. Recently in the Netherlands this discussion was ignited by an object, the so called Mussert’s Wall, which is related to the group of perpetrators called the National Socialist Movement (NSB). This wall is part of a rally ground for the NSB and it has been named after Anton Mussert, the leader of the NSB. Recently the Minister of Culture decided to enlist the Wall as a National Monument. This decision ended several years of heavy disputes in politics and in the media, but even more important, it seems to mark a new era in the memory culture. After memorialising hero’s and victims, now the attention becomes focused on the dark pages in history which should not be forgotten. An action research project paved the way to this decision by reviewing the disputes, putting them in an international perspective and by involving many young students in a challenge called “Ideas for the future of Mussert’s Wall”. The results of the project will be described in this report, against the background of a very complicated situation of legal, political and societal conflicts.
Initiatie van herstelprocessen in de Oostrumsche beek via vrije afstroming en het inbrengen van dood hout
Verdonschot, Ralf ; Verdonschot, Piet - \ 2018
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Notitie Zoetwatersystemen, Wageningen Environmental Research ) - ISBN 9789463434003 - 52
Production of butanol and hydrogen by fermentation techniques using steam treated municipal solid wastes : EU BESTF2 MSWBH
Vrije, Truus de; Claassen, Pieternel A.M. - \ 2018
Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Wageningen Food & Biobased Research report 1871) - ISBN 9789463433730 - 11
Evaporation from dry dune vegetation
Voortman, Bernard Ruben - \ 2018
VU University Amsterdam. Promotor(en): J.P.M. Witte; Sjoerd van der Zee, co-promotor(en): Ruud Bartholomeus. - Amsterdam : Vrije Universiteit - ISBN 9789463611299 - 136
Leren uit de ondergrond om rivieren weer te laten slingeren
Candel, J.H.J. ; Quik, C. - \ 2018
Wageningen : Nature Today
Steeds meer rivieren en beken in Nederland worden weer slingerend gemaakt. Het vereist meer kennis over hoe riviersystemen functioneren als ze weer de vrije loop krijgen. Hoe en waar ontstaan bijvoorbeeld rivierbochten als je de oeverbescherming verwijdert? De ondergrond is als een geschiedenisboek. Ze kan inzicht geven in hoe rivieren vroeger functioneerden en hoe ze dat mogelijk weer gaan doen.
Bedrijven gaan samen in gmo-vrije soja
Strijk, Peter ; Timmer, Ruud - \ 2018
Waardering verpachte landbouwgrond : Onderzoek op basis van kadastrale transactiegegevens en een enquête
Kuiper, Paul Peter ; Voskuilen, Martien - \ 2018
Wageningen : Wageningen Economic Research (Wageningen Economic Research nota 2018-042) - 43
De waardering van verpachte landbouwgrond is van belang voor de belastingaangifte in box 3 van deinkomstenbelasting. Voor landbouwgrond uitgegeven via reguliere pacht met een verwachte looptijd van meer dan 20 jaar geldt een normwaardering van 50% van de vrije waarde. De zittende pachters hebben in de periode 2012-2016 de door hun regulier gepachte grond gekocht tegen gemiddeld 71%van de prijs van onverpachte grond. De jaargemiddelden tonen een bandbreedte van 66% tot 75%.Deskundigen schatten het aandeel op gemiddeld 60%.
Weermarkt heeft de wind in de zeilen: De vrije mens laat zich niet natregenen
Holtslag, Bert - \ 2018
Monascus ruber as cell factory for lactic acid production at low pH
Weusthuis, R.A. ; Mars, A.E. ; Springer, J. ; Wolbert, E.J.H. ; Wal, H. van der; Vrije, G.J. de; Levisson, M. ; Leprince, A. ; Houweling-Tan, G.B.N. ; Moers, A.P.H.A. ; Hendriks, S.N.A. ; Mendes, O. ; Griekspoor, Y. ; Werten, M.W.T. ; Schaap, P.J. ; Oost, J. van der; Eggink, G. - \ 2017
PRJEB20852 - ERP023042
A Monascus ruber strain was isolated that was able to grow on mineral medium at high sugar concentrations and 175 g/l lactic acid at pH 2.8.
Burger ziet lager risico buitenlopende kip
Asselt, Mariska van - \ 2017

Burgers hebben ten opzichte van boeren en dierenartsen een tegenovergesteld beeld van gezondheidsrisico’s van vrije uitloop voor pluimvee. Waar boeren en dierenartsen meer gezondheidsrisico’s zien bij systemen met vrije uitloop, schatten burgers in dat de risico’s bij die systemen juist lager zijn.

De economische waarde van de IJsselmeervisserij : Notitie met betrekking tot de waarde van vergunningen en merken
Zaalmink, Wim ; Janssens, Bas ; Prins, Henri - \ 2017
Wageningen : Wageningen Economic Research (Wageningen Economic Research nota 2017-124) - 23
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Stichting Transitie IJsselmeer (STIJ) onderzoeken hoe de beroepsvisserij op het IJsselmeer in de toekomst duurzaam kan worden ingericht. Voor een eventuele herinrichting zijn diverse scenario’s mogelijk zoals bijvoorbeeld herverdeling van vergunningen en merkjes, totale inname en vervolgens (gedeeltelijke) uitgifte. Inzicht in de waarde van vergunningen met de daarbij behorende rechten is noodzakelijk om de kosten van de herinrichting goed in te kunnen schatten. Het ministerie van LNV heeft Wageningen Economic Research gevraagd inzicht te geven in de economische waarde van de IJsselmeervisserij. Op het IJsselmeer zijn 34 visserijbedrijven actief met in totaal 59 visserijondernemers. De bedrijven hebben gezamenlijk 77 vergunningen in gebruik. De besomming van de IJsselmeervisserij bedraagt gemiddeld voor de periode 2013-2016 3,6 miljoen euro. Deze besomming bestond in 2016 naar schatting voor 46% uit aal, 27% uit snoekbaars, 1% uit baars, 3% uit brasem, 2% uit blankvoorn, 1% uit pootvis en 20% uit wolhandkrab. Gemiddeld zorgen de grote fuiken voor het grootste deel van de omzet (40%), gevolgd door staande netten (32%), schietfuiken (14%) en hoekwant (10%). In de nota ‘Economische waarde IJsselmeervisserij; notitie met achtergrondinformatie over de vaststelling van de waarde van vergunningen en merken bij verschillende scenario’s’ (Nota 2017 – 085) staat de achterliggende methodiek uitgelegd voor de berekening van de vrije marktwaarde van visrechten.
'Vrije markt kan Afrika niet voeden'
Koning, Niek ; Bulte, Erwin ; Ruben, Ruerd - \ 2017

Afrikaanse overheden moeten ingrijpen in de economie om dreigende honger te voorkomen, stelt de Wageningse landbouweconoom Niek Koning in een nieuw boek. Hij pleit voor voedselbuffers. Andere economen hebben daar minder vertrouwen in.

Monascus ruber as cell factory for lactic acid production at low pH
Weusthuis, Ruud A. ; Mars, Astrid E. ; Springer, Jan ; Wolbert, Emil J.H. ; Wal, Hetty van der; Vrije, Truus G. de; Levisson, Mark ; Leprince, Audrey ; Houweling-Tan, Bwee ; Moers, Antoine ; Hendriks, Sjon N.A. ; Mendes, Odette ; Griekspoor, Yvonne ; Werten, Marc W.T. ; Schaap, Peter J. ; Oost, John van der; Eggink, Gerrit - \ 2017
Metabolic Engineering 42 (2017). - ISSN 1096-7176 - p. 66 - 73.
Evolutionary engineering - Genetic engineering - Lactic acid production at low pH - Monascus ruber - Strain isolation
A Monascus ruber strain was isolated that was able to grow on mineral medium at high sugar concentrations and 175 g/l lactic acid at pH 2.8. Its genome and transcriptomes were sequenced and annotated. Genes encoding lactate dehydrogenase (LDH) were introduced to accomplish lactic acid production and two genes encoding pyruvate decarboxylase (PDC) were knocked out to subdue ethanol formation. The strain preferred lactic acid to glucose as carbon source, which hampered glucose consumption and therefore also lactic acid production. Lactic acid consumption was stopped by knocking out 4 cytochrome-dependent LDH (CLDH) genes, and evolutionary engineering was used to increase the glucose consumption rate. Application of this strain in a fed-batch fermentation resulted in a maximum lactic acid titer of 190 g/l at pH 3.8 and 129 g/l at pH 2.8, respectively 1.7 and 2.2 times higher than reported in literature before. Yield and productivity were on par with the best strains described in literature for lactic acid production at low pH.
Het is waar maar het klopt niet
Turnhout, Esther ; Metze, Tamara - \ 2017

Hoogleraar aan de Universiteit Wageningen Esther Turnhout schrijft in haar essay Integere relaties in het dossier ‘De beroepstrots van academici’ dat dit ideaal ‘is gebaseerd op een strikte scheiding tussen enerzijds de productie van kennis in het domein van de wetenschap en anderzijds het gebruik van die kennis door beleid, politiek en andere maatschappelijke en private actoren’. Ze wijst erop dat dit ideaal van de wetenschap als autonoom en zelfregulerend ’veelvuldig is bekritiseerd’. Bijvoorbeeld door de Amerikaanse hoogleraar Daniel Sarewitz die betoogt dat ‘juist die autonomie van de wetenschap ervoor heeft gezorgd dat de wetenschap de relatie met de maatschappij uit het oog is verloren’. Sarewitz schrijft: ‘Afgeschermd van elke verantwoordingsplicht behalve die aan zichzelf, begint het “vrije spel van vrije intellectuelen” meer te lijken op een vrijbrief voor onverschilligheid en onverantwoordelijkheid. De tragische ironie is hier dat de geblokkeerde verbeelding van mainstream wetenschap een gevolg is van precies die autonomie waarvan wetenschappers zeggen dat het de kern is van hun succes.’ Elders schrijft hij zelfs: ‘De wetenschap is niet zelfreinigend, ze is zelfdestructief.’

Turnhout stelt dat ‘deze overmoed niet alleen binnen de wetenschap wordt gecultiveerd en in stand wordt gehouden. De maatschappij verlangt van wetenschappers dat ze problemen oplossen. (…) De financiering van onderzoek is in belangrijke mate gebaseerd op het principe van maatschappelijke impact. Zo houden wetenschap en samenleving elkaar gevangen in een onhoudbaar verhaal waarin feiten en waarden van elkaar te scheiden zijn en waarin wetenschappelijke kennis eenduidig kan worden vertaald in oplossingen. (…) Dit onhoudbare verhaal voedt steeds weer zowel de hoogmoed van de wetenschap als de verwachtingen van de maatschappij. Het leidt ook steeds tot teleurstelling bij de maatschappij over de niet ingeloste beloftes die zijn gedaan, en bij de wetenschap over de manier waarop maatschappelijke actoren in plaats van de feiten, interpretaties en opties van wetenschappers over te nemen hun eigen interpretaties verbinden aan kennis.’

Ondertussen wordt in de wetenschappelijke praktijk gewerkt aan nieuwe vormen van onderzoek die proberen los te breken uit dit ‘onhoudbare verhaal’. In hoeverre ziet het werk van wetenschappelijk onderzoeker Tamara Metze van de Universiteit Wageningen er anders uit dan dat van een traditioneel onderzoeker? ‘Ik laat me in mijn onderzoek uitvoerig informeren door zogenaamde communities of practice’, vertelt ze. ‘Dat betekent dat organisaties en mensen die betrokken zijn bij een bepaald probleem reflecteren op hun werk en op hun praktijken. Neem het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Dat loopt er in de vaccinatiediscussie tegenaan dat het niet meer als de onbetwiste expert wordt gezien. De mededeling “Onderzoek toont aan dat je kinderen moet laten vaccineren” blijkt niet meer genoeg te zijn. Door breed te kijken in het hele veld onderzoeken we wat de rol is van emoties in zo’n discussie. We zoeken naar oplossingen, proberen ze ook uit, waarvan we dan direct weer verder leren. Het is transdisciplinair, meteen relevant en leerzaam.’

Metze baseert zich op de verschillende rollen die de politicoloog Roger Pielke onderscheidt voor de wetenschapper. Ten eerste is er de traditionele wetenschapper die afstandelijk is en min of meer als scheidsrechter functioneert. Hij of zij doet fundamenteel onderzoek in een nauwkeurig afgebakende discipline. Maar daarnaast zijn er ook rollen die aan de uiteindelijke ontvangers van het onderzoek meer keuzes geven. Zo eindigt veel beleidsonderzoek met verschillende scenario’s. Beleidsmakers kunnen dan kiezen of ze inzetten op een laag, midden of hoog scenario. Dan heb je als derde rol van de wetenschapper de issue-advocate die echt een normatief standpunt inneemt. Denk aan Albert Jan Kruiter die over zichzelf inderdaad zegt dat hij ‘rete-normatief’ is (‘ik gá voor die kwetsbare groep’). Dat kan volgens Metze nog steeds best onafhankelijk onderzoek zijn, als je maar duidelijk maakt vanuit welk normatief uitgangspunt je bent begonnen. Ten slotte heb je als vierde rol de kennismakelaar die met allerlei verschillende belanghebbenden praat en die kennis vervolgens probeert te integreren. Die laatste rol neemt Metze veelal in.

Seeing Heritage through the Lens of Landscape – New Approaches in Landscape Archaeology Based on the Fusion of Heritage and Landscape
Fairclough, G. ; Pedroli, G.B.M. ; Dabaut, Niels - \ 2016
In: Landscape Archaeology Conference 2014 proceedings. - Amsterdam : Vrije Universiteit Amsterdam - ISBN 9789082529609 - 10 p.
This paper explains the genesis of the Seeing heritage through the lenses of landscape session organised at the LAC 2014 conference by the CHeriScape network. It introduces seven papers presented at the conferences (and summarises three others), contextualising them in the symbiotic relationship between landscape and heritage within modern European society, and draws from them, under the general themes used in the CHeriScape network, a series of common threads and conclusions that contribute to CHeriScape’s agenda. The discourse is located within the frame of three recent European policy documents, the European Landscape Convention, the Faro Convention on the Value of Cultural Heritage for Society and the ESF/COST Science Policy Briefing on landscape. The conclusions form part of the process of increasing the social relevance of landscape archaeology and its potential contribution to the grand challenges commonly identified in current policy-making debates.
Waarden, waardigheid en hackserij
Meulen, B.M.J. van der - \ 2016
Markt & Mededinging 3 (2016). - ISSN 1387-6236 - p. 99 - 101.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.