Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 11 / 11

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: q=Vrijhoef
    Check title to add to marked list
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2017
    Lukács, S. ; Blokland, P.W. ; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Fraters, D. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2019
    Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2019-0025) - 111
    n Nederland mogen agrarische bedrijven die aan specifieke randvoorwaarden voldoen, meer dierlijke mest op hun land gebruiken dan in de algemene norm van de Nitraatrichtlijn is voorgeschreven. Deze verruiming wordt derogatie genoemd. Het RIVM en WageningenEconomic Research monitoren de gevolgen van deze derogatie voor de waterkwaliteit op driehonderd bedrijven. Dit rapport beschrijft de monitoringsresultaten voor derogatiebedrijven in het jaar 2017 en de trend vanaf 2006. Op basis van deze resultaten concluderen we dat de derogatie geen negatieve effecten heeft op de waterkwaliteit.
    Agricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2017
    Lukács, S. ; Blokland, P.W. ; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Fraters, D. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2019
    Bilthoven : National Institute for Public Health and the Environment (RIVM report 2019-0026) - 119
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2017 In Nederland mogen agrarische bedrijven die aan specifieke randvoorwaarden voldoen, meer dierlijke mest op hun land gebruiken dan in de algemene norm van de Nitraatrichtlijn is voorgeschreven. Deze verruiming wordt derogatie genoemd. Het RIVM en Wageningen Economic Research monitoren de gevolgen van deze derogatie voor de waterkwaliteit op driehonderd bedrijven. Dit rapport beschrijft de monitoringsresultaten voor derogatiebedrijven in het jaar 2017 en de trend vanaf 2006. Op basis van deze resultaten concluderen we dat de derogatie geen negatieve effecten heeft op de waterkwaliteit. Bedrijfsvoering In 2017 hebben derogatiebedrijven gemiddeld 245 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. Een derogatiebedrijf mag 230 of 250 kilogram stikstof per hectare uit graasdiermest gebruiken, afhankelijk van de bodemsoort en regio. Door verbeteringen in de bedrijfsvoering in de afgelopen jaren wordt meer stikstof uit mest gebruikt voor de aanwas, en dus productie, van gewassen: de indicator ‘stikstofbodemoverschot’ is daardoor sinds 2006 met 20 procent gedaald. Een dalend stikstofbodemoverschot houdt in dat stikstof efficiënter wordt gebruikt. Hierdoor kan er minder nitraat met regenwater wegzakken naar diepere lagen in de bodem en in het grondwater terechtkomen. Grondwaterkwaliteit Bij derogatiebedrijven is daardoor sinds 2006 minder of evenveel nitraat in het grondwater terechtgekomen. Sinds 2015 ligt de gemiddelde nitraatconcentratie van derogatiebedrijven in alle regio’s onder de EU-norm van 50 milligram per liter. Dit geldt voor gemiddelden per regio. Op bedrijfsniveau wordt de nitraatnorm soms nog wel overschreden, maar gemiddeld genomen voldoen steeds meer derogatiebedrijven de laatste jaren aan deze norm. De hoogste nitraatconcentraties zijn in 2017 aangetroffen in de Lössregio (38 milligram per liter) en in het zuidelijk en oostelijk deel van de Zandregio (31 milligram per liter). In deze regio’s komen drogere gronden voor, waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan wegzakken naar het grondwater. De monitoring wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV).
    Agricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2015
    Hooijboer, A.E.J. ; Koeijer, T.J. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, L.J.M. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2017
    Bilthoven : National Institute for Public Health and the Environment (RIVM report 2017-0039) - 119
    Het Nederlandse mestbeleid is er op gericht de schadelijke milieueffecten van de landbouw te beperken. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik, die onder meer zijn vastgelegd in de Europese Nitraatrichtlijn. Die schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Bedrijven met ten minste 80 procent grasland mogen onder bepaalde voorwaarden meer mest gebruiken, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen (derogatie). Op deze bedrijven is in de periode 2006 tot en met 2016 de uitspoeling van nitraat uit de mest naar het grondwater gedaald of gelijk gebleven. In 2015 ligt op derogatiebedrijven de concentratie gemiddeld in alle regio’s onder de EU-norm van 50 milligram nitraat per liter. Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het RIVM en Wageningen Economic Research. Zij volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en zij rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage is de situatie in 2015 beschreven en de ontwikkeling tussen 2006 en 2016 (trend).
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2015
    Hooijboer, A.E.J. ; Koeijer, T. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, L.J.M. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2017
    Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2017-0038) - 115
    Het Nederlandse mestbeleid probeert de schadelijke milieueffecten van de landbouw te beperken. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik, die onder meer zijn vastgelegd in de Europese Nitraatrichtlijn. Die schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Bedrijven met ten minste 80 procent grasland mogen onder bepaalde voorwaarden meer mest gebruiken, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen (derogatie). Op deze bedrijven is in de periode 2006 tot en met 2016 de uitspoeling van nitraat uit de mest naar het grondwater gedaald of gelijk gebleven. In 2015 ligt op derogatiebedrijven de concentratie gemiddeld in alle regio’s onder de EU-norm van 50 milligram nitraat per liter. Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het RIVM en Wageningen Economic Research. Zij volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en zij rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage is de situatie in 2015 beschreven en de ontwikkeling tussen 2006 en 2016 (trend).
    Agricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2014
    Lukács, S. ; Koeijer, T.J. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, Leo ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2016
    Bilthoven : RIVM (RIVM report 2016-0070) - 116
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland: toestand (2012-2014) en trend (1992-2014)
    Fraters, B. ; Hooijboer, A.E.J. ; Vrijhoef, A. ; Claessens, J. ; Kotte, M.C. ; Rijs, G.B.J. ; Denneman, A.I.M. ; Bruggen, C. van; Daatselaar, C.H.G. ; Begeman, H.A.L. ; Bosma, J.N. - \ 2016
    Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2016-0076) - 191
    oppervlaktewaterkwaliteit - grondwaterkwaliteit - mestbeleid - landbouw en milieu - nitraat - eutrofiëring - bemesting - monitoring - waterverontreiniging - surface water quality - groundwater quality - manure policy - agriculture and environment - nitrate - eutrophication - fertilizer application - monitoring - water pollution
    Stikstof en fosfaat zijn essentiële stoffen in mest die landbouwbedrijven gebruiken om de productie te bevorderen. Teveel stikstof en fosfaat is echter schadelijk. Het verschil tussen de aan- en afvoer van stikstof naar en van landbouwbedrijven in Nederland, het zogeheten stikstofoverschot, is tussen 1992 en 2014 gehalveerd. Het fosfaatoverschot is nagenoeg verdwenen. De nitraatconcentraties in het water op landbouwbedrijven zijn gedaald en de kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd. Ten opzichte van de vorige monitoringronde (2008-2011) zijn de verbeteringen in de waterkwaliteit echter beperkt. De nutriëntenconcentraties zullen naar verwachting wel blijven dalen, maar de gewenste situatie zal in het grondwater niet overal worden bereikt. Ook zal de kwaliteit van het oppervlaktewater veelal onvoldoende blijven. Dit blijkt uit een inventarisatie van de grond­ en oppervlaktewaterkwaliteit en de landbouwpraktijk.
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2014
    Lukács, S. ; Koeijer, T.J. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, L.J.M. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2016
    Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2016-0052) - 118
    dierlijke meststoffen - graslanden - nitraten - grondwaterkwaliteit - monitoring - eu regelingen - mest - waterkwaliteit - landbouwbedrijven - animal manures - grasslands - nitrates - groundwater quality - monitoring - eu regulations - manures - water quality - farms
    De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Landbouwbedrijven in Nederland met ten minste 70 procent grasland mochten onder bepaalde voorwaarden van deze norm afwijken en in 2013 250 kilogram per hectare gebruiken (derogatie). Nederland is verplicht om op 300 bedrijven die derogatie inzetten de bedrijfsvoering en waterkwaliteit te meten en deze resultaten jaarlijks aan de EU te rapporteren. LEI Wageningen UR en het RIVM stellen jaarlijks deze rapportage op. Dit rapport beschrijft de situatie in 2013 en de trends voor de periode tussen 2006 en 2014. Uit de resultaten blijkt dat de nitraatconcentratie in het grondwater in deze periode, afhankelijk van de regio, is gedaald of gelijk is gebleven.
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2013
    Koeijer, T.J. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, L.J.M. ; Daatselaar, C.H.G. ; Hooijboer, A.E.J. - \ 2015
    Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - 104
    dierlijke meststoffen - graslanden - nitraten - grondwaterkwaliteit - monitoring - eu regelingen - animal manures - grasslands - nitrates - groundwater quality - monitoring - eu regulations
    De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Landbouwbedrijven in Nederland met ten minste 70 procent grasland mochten onder bepaalde voorwaarden van deze norm afwijken en in 2013 250 kilogram per hectare gebruiken (derogatie). Nederland is verplicht om op 300 bedrijven die derogatie inzetten de bedrijfsvoering en waterkwaliteit te meten en deze resultaten jaarlijks aan de EU te rapporteren. LEI Wageningen UR en het RIVM stellen jaarlijks deze rapportage op. Dit rapport beschrijft de situatie in 2013 en de trends voor de periode tussen 2006 en 2014. Uit de resultaten blijkt dat de nitraatconcentratie in het grondwater in deze periode, afhankelijk van de regio, is gedaald of gelijk is gebleven.
    Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland, periode 1992-2010
    Baumann, R.A. ; Hooijboer, A.E.J. ; Vrijhoef, A. ; Fraters, B. ; Kotte, M. ; Daatselaar, C.H.G. ; Olsthoorn, C.S.M. ; Bosma, J.N. - \ 2012
    RIVM
    landbouw - graslanden - bemesting - dierlijke meststoffen - stikstof - eu regelingen - monitoring - agriculture - grasslands - fertilizer application - animal manures - nitrogen - eu regulations - monitoring
    Het stikstofoverschot in de Nederlandse landbouw is tussen 1992 en 2010 met bijna 50 procent afgenomen. Dit is een gevolg van maatregelen die vanwege de Europese Nitraatrichtlijn in de Nederlandse landbouw zijn genomen, zoals minder mest gebruiken gedurende een kortere tijd van het jaar. Dit blijkt uit een inventarisatie van de ontwikkelingen in de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en de landbouwpraktijk. De rapportage hiervan is een vierjaarlijkse Europese verplichting.
    The Effectiveness of Chronic Care Management for Heart Failure: Meta-Regression Analyses to Explain the Heterogeneity in Outcomes
    Drewes, H.W. ; Steuten, L.M. ; Lemmens, L.C. ; Baan, C.A. ; Boshuizen, H.C. ; Elissen, A.M. ; Lemmens, K.M. ; Meeuwissen, J.A. ; Vrijhoef, H.J. - \ 2012
    Health Services Research 47 (2012)5. - ISSN 0017-9124 - p. 1926 - 1959.
    home-based intervention - quality-of-life - randomized controlled-trial - chronic illness care - acute hospital-care - disease-management - clinical-outcomes - elderly-patients - older patients - telephone intervention
    Objective To support decision making on how to best redesign chronic care by studying the heterogeneity in effectiveness across chronic care management evaluations for heart failure. Data Sources Reviews and primary studies that evaluated chronic care management interventions. Study Design A systematic review including meta-regression analyses to investigate three potential sources of heterogeneity in effectiveness: study quality, length of follow-up, and number of chronic care model components. Principal Findings Our meta-analysis showed that chronic care management reduces mortality by a mean of 18 percent (95 percent CI: 0.72–0.94) and hospitalization by a mean of 18 percent (95 percent CI: 0.76–0.93) and improves quality of life by 7.14 points (95 percent CI: -9.55 to -4.72) on the Minnesota Living with Heart Failure questionnaire. We could not explain the considerable differences in hospitalization and quality of life across the studies. Conclusion Chronic care management significantly reduces mortality. Positive effects on hospitalization and quality of life were shown, however, with substantial heterogeneity in effectiveness. This heterogeneity is not explained by study quality, length of follow-up, or the number of chronic care model components. More attention to the development and implementation of chronic care management is needed to support informed decision making on how to best redesign chronic care
    Ontwikkeling van een "on-line" meetsysteem voor drogestofgehalte bij de productie van voorgebakken frites : voortgangsrapportage september 1999
    Vrijhoef, L.A. ; Kreft, F.I.N.G. ; Uitslag, H. ; Eijck, P.C.M. van - \ 1999
    Wageningen : Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek ATO-DLO - 22
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.