Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 1147

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Weg
Check title to add to marked list
De echt duurzame telefoon is nog ver weg
Weijden, R.D. van der - \ 2019

Ook online verschenen als: Smartphones verduurzamen is vrijwel onmogelijk

Verrassend weinig verspild
Timmermans, A.J.M. - \ 2019
Een weg van lange adem...
Vries, J.W. de - \ 2019
Bloemenkrant (2019).
Door het wegvallen van een aantal bestrijdingsmiddelen zijn de problemen met floëem zuigende insecten toegenomen. Het floëem zorgt in de plant voor het transport van de assimilaten.
Op weg naar een kas zonder arbeid...
Vries, J.W. de - \ 2019
Bloemenkrant (2019).
Vorige week schreef ik over de wedstrijd waarbij vijf teams het tegen elkaar op gaan nemen om met behulp van kunstmatige intelligentie Cherry tomaten te gaan telen. Medewerkers uit mijn team aangevuld met twee top tomatentelers zullen de referentie vormen. Inmiddels is men aan het warm lopen en er heerst een gezonde spanning voor de wedstrijd. En dat doen we allemaal voor u immers met de toenemende welvaart in de wereld, worden consumenten steeds kritischer: ze willen jaarrond verse en gezonde producten met een continue, hoge kwaliteit. Dit is goed mogelijk met beschermde teelten, maar de beperkende factor wordt de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel met kennis van het telen van een hoogwaardig product en die alle aspecten van een efficiënte productie met minimale inzet van resources (water, energie, gewasbeschermingsmiddelen) kan overzien.
Genome wide association studies and whole transcriptomic survey decipher the fruit texture regulation in apple towards the selection of novel superior accessions
Guardo, M. Di; Tadiello, A. ; Farneti, B. ; Busatto, N. ; Delledonne, M. ; Guerra, W. ; Letschka, T. ; Lozano, L. ; Velasco, R. ; Weg, E. Van de; Bink, M. ; Costa, F. - \ 2019
Acta Horticulturae 1242 (2019). - ISSN 0567-7572 - p. 441 - 446.
Ethylene - Fruit quality - GWAS - Marker assisted selection - Pedigree based analysis - Texture

Fruit quality is represented by a series of genetically controlled features that change throughout the entire ontogenic life. Among the several quality traits, texture plays a crucial role, impacting both consumers’ appreciation and postharvest performance. In order to decipher its regulation a multidisciplinary approach was employed. Initially, the texture performance was measured with a high resolution phenotyping device, represented by a texture analyzer equipped with an acoustic device. In the first attempt to dissect the fruit texture genetic control, two QTL mapping strategies were used. The first approach employed six bi-parental families linked by a common pedigree scheme, known as pedigree based analysis. The joint analysis of the phenotypic and genotypic data set through a Bayesian statistics identified a series of genomic regions related to both mechanical and acoustic signatures. These regions were further validated with a genome wide association study approach, which considered a much larger phenotypic and genotypic variation. To complement the genetic information, a whole transcriptome analysis was also carried out. To this end, two microarray platforms were designed and used to unravel the functional machinery ongoing during the fruit development and ripening phases, especially with regards to the plant hormone ethylene. In this study, the role of this hormone was dissected applying 1-MCP, a molecule competing with ethylene at receptor level. The combination of these resources provides a valuable source of information, essential to step forward in the comprehension of the genetic and physiological regulation of the fruit texture in apple. This knowledge would enable, in a close future, a more accurate and precise selection of the most favourable and valuable new apple accessions distinguished by a superior fruit quality.

Passende Beoordeling mosselzaadvisserij zuidwestelijke Delta 2019 - 2022
Capelle, Jacob J. - \ 2019
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C020/19) - 48
Voorliggende Passende Beoordeling (PB) heeft betrekking op mosselzaadvisserij in de Deltawateren voor de periode (2019-2022) en bestrijkt de Natura 2000 gebieden Oosterschelde (118), Westerschelde (122), Vlakte van de Raan (163) en Voordelta (113). Mosselzaadvisserij in deze gebieden vindt, zeker in vergelijk met de Waddenzee, maar sporadisch plaats. In verband met het vaak weer snel verdwijnen van de ontstane mosselzaadbanken als gevolg van predatie en/of stormen heeft Producenten Organisatie van de Nederlandse Mosselcultuur er belang bij om bij bevisbare bestanden mosselzaad in de Deltawateren zo spoedig mogelijk met de visserij te kunnen starten. Om reden daarvan vraagt de PO een vergunning aan in de vorm van een meerjarige raamvergunning op grond waarvan bij een eventuele visserij snel kan worden gestart met vissen. De vergunning wordt aangevraagd voor de periode 2018-2022. Omdat negatieve effecten op voorhand niet uitgesloten kunnen worden, dient voor een vergunningaanvraag een Passende Beoordeling (PB) te worden opgesteld. In voorliggend document wordt hierin voorzien. Onderwerp van de PB is a) de vraag wat effecten (kunnen) zijn van de activiteit op de natuurlijke kenmerken van het gebied zoals deze verwoord zijn in de aanwijzingsbesluiten voor deze gebieden en de daarin geformuleerdeinstandhoudingsdoelstellingen en b) in hoeverre deze effecten als een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied kunnen worden gezien. Het is bij voorbaat niet te voorspellen wanneer, waar en op welke schaal er in de Deltawateren mosselzaadbanken gevonden zullen worden die voor een eventuele visserij in aanmerking komen. Hierop wordt geanticipeerd door het formuleren van algemene voorwaarden waaraan de mosselzaadvisserij moet voldoen, om te garanderen dat deze niet leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de betreffende N2000 gebieden. In het eerste deel van de PB worden mogelijke effecten van mosselzaadvisserij op de relevante natuurwaarden geïdentificeerd, waarna voor deze effecten is geanalyseerd of dit het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen in de weg zou kunnen staan. Uit de analyse wordt geconcludeerd dat met inachtneming van de eveneens in deze PB geformuleerde algemene voorwaarden waaraan de visserij moet voldoen ten aanzien van de relevante habitats, habitatsoorten en vogelsoorten, als significant te beoordelen negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen activiteit redelijkerwijs zijn uit te sluiten. Dit geldt zowel voor de Natura 2000-instandhoudingdoelen van habitattypen en soorten als voor aan de orde zijnde verbeteropgaven.
25 jaar Artemis: op weg naar de meest duurzame gewasbescherming ter wereld
Kogel, Willem Jan de - \ 2019
Wildsporenonderzoek in de Achterhoek: Na een stortbui vind je niks meer
Grift, Edgar van der - \ 2019

Het is wat lastig door de winden regen van de afgelopen dagen, maar toch vinden de studenten Vera en Ellamae op drie plekken in de zandstrook bij Vorden de pootafdrukken van een ree. Elke week komen ze om te onderzoeken hoeveel dieren de provinciale weg oversteken. Ze werken mee aan een groot onderzoek om aanrijdingen met wild terug te dringen.

Het is wat lastig door de winden regen van de afgelopen dagen, maar toch vinden de studenten Vera en Ellamae op drie plekken in de zandstrook bij Vorden de pootafdrukken van een ree. Elke week komen ze om te onderzoeken hoeveel dieren de provinciale weg oversteken. Ze werken mee aan een groot onderzoek om aanrijdingen met wild terug te dringen.

High-quality, genome-wide SNP genotypic data for pedigreed germplasm of the diploid outbreeding species apple, peach, and sweet cherry through a common workflow
Vanderzande, Stijn ; Howard, Nicholas P. ; Cai, Lichun ; Silva Linge, Cassia Da; Antanaviciute, Laima ; Bink, Marco C.A.M. ; Kruisselbrink, Johannes W. ; Bassil, Nahla ; Gasic, Ksenija ; Iezzoni, Amy ; Weg, Eric Van de; Peace, Cameron - \ 2019
PLoS ONE 14 (2019)6. - ISSN 1932-6203

High-quality genotypic data is a requirement for many genetic analyses. For any crop, errors in genotype calls, phasing of markers, linkage maps, pedigree records, and unnoticed variation in ploidy levels can lead to spurious marker-locus-trait associations and incorrect origin assignment of alleles to individuals. High-throughput genotyping requires automated scoring, as manual inspection of thousands of scored loci is too time-consuming. However, automated SNP scoring can result in errors that should be corrected to ensure recorded genotypic data are accurate and thereby ensure confidence in downstream genetic analyses. To enable quick identification of errors in a large genotypic data set, we have developed a comprehensive workflow. This multiple-step workflow is based on inheritance principles and on removal of markers and individuals that do not follow these principles, as demonstrated here for apple, peach, and sweet cherry. Genotypic data was obtained on pedigreed germplasm using 6-9K SNP arrays for each crop and a subset of well-performing SNPs was created using ASSIsT. Use of correct (and corrected) pedigree records readily identified violations of simple inheritance principles in the genotypic data, streamlined with FlexQTL software. Retained SNPs were grouped into haploblocks to increase the information content of single alleles and reduce computational power needed in downstream genetic analyses. Haploblock borders were defined by recombination locations detected in ancestral generations of cultivars and selections. Another round of inheritance-checking was conducted, for haploblock alleles (i.e., haplotypes). High-quality genotypic data sets were created using this workflow for pedigreed collections representing the U.S. breeding germplasm of apple, peach, and sweet cherry evaluated within the RosBREED project. These data sets contain 3855, 4005, and 1617 SNPs spread over 932, 103, and 196 haploblocks in apple, peach, and sweet cherry, respectively. The highly curated phased SNP and haplotype data sets, as well as the raw iScan data, of germplasm in the apple, peach, and sweet cherry Crop Reference Sets is available through the Genome Database for Rosaceae.

Luizen blijven weg uit bieten tussen gerst
Apeldoorn, Dirk van; Rijk, Joost - \ 2019
Mest en metropolen : een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen
Wolf, Pieter de; Verstand, Daan ; Poppe, Krijn ; Vellinga, Theun - \ 2019
Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten 791) - 38
In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een efficiënt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutriënten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen geïdentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.
Onderzoeksresultaten maken weg vrij voor recirculatie in cymbidium. Probleem natriumgevoeligheid minder groot dan telers dachten
Kromwijk, Arca - \ 2019
Alstroemeria wordt onderworpen aan fossielvrij en emissieloos teeltconcept. Telers en onderzoekers op weg naar Teelt van de Toekomst
Garcia Victoria, Nieves ; Hendriks, Stefan - \ 2019
Handige handleiding voor opvangen en hergebruiken water teeltwisseling
Ruijven, Jim van - \ 2019

Drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelten en spoelwater van filters. Voor deze waterstromen geldt sinds 2018 een wettelijke zuiveringsplicht. Duidelijk. Maar hoe zit dat met waterstromen die tijdens de teeltwisseling ontstaan? Want ook via deze weg kunnen er ongewenste stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Die emissies zijn vaak onnodig, meent onderzoeker Jim van Ruijven. “Wanneer telers dit water netjes opvangen, kan het vaak goed worden hergebruikt. Vanuit de praktijk en theorie hebben we ‘best practices’ verzameld die als concrete handvatten kunnen dienen.”

Apple whole genome sequences : recent advances and new prospects
Peace, Cameron P. ; Bianco, Luca ; Troggio, Michela ; Weg, Eric van de; Howard, Nicholas P. ; Cornille, Amandine ; Durel, Charles Eric ; Myles, Sean ; Migicovsky, Zoë ; Schaffer, Robert J. ; Costes, Evelyne ; Fazio, Gennaro ; Yamane, Hisayo ; Nocker, Steve van; Gottschalk, Chris ; Costa, Fabrizio ; Chagné, David ; Zhang, Xinzhong ; Patocchi, Andrea ; Gardiner, Susan E. ; Hardner, Craig ; Kumar, Satish ; Laurens, Francois ; Bucher, Etienne ; Main, Dorrie ; Jung, Sook ; Vanderzande, Stijn - \ 2019
Horticulture Research 6 (2019)1. - ISSN 2052-7276

In 2010, a major scientific milestone was achieved for tree fruit crops: publication of the first draft whole genome sequence (WGS) for apple (Malus domestica). This WGS, v1.0, was valuable as the initial reference for sequence information, fine mapping, gene discovery, variant discovery, and tool development. A new, high quality apple WGS, GDDH13 v1.1, was released in 2017 and now serves as the reference genome for apple. Over the past decade, these apple WGSs have had an enormous impact on our understanding of apple biological functioning, trait physiology and inheritance, leading to practical applications for improving this highly valued crop. Causal gene identities for phenotypes of fundamental and practical interest can today be discovered much more rapidly. Genome-wide polymorphisms at high genetic resolution are screened efficiently over hundreds to thousands of individuals with new insights into genetic relationships and pedigrees. High-density genetic maps are constructed efficiently and quantitative trait loci for valuable traits are readily associated with positional candidate genes and/or converted into diagnostic tests for breeders. We understand the species, geographical, and genomic origins of domesticated apple more precisely, as well as its relationship to wild relatives. The WGS has turbo-charged application of these classical research steps to crop improvement and drives innovative methods to achieve more durable, environmentally sound, productive, and consumer-desirable apple production. This review includes examples of basic and practical breakthroughs and challenges in using the apple WGSs. Recommendations for “what’s next” focus on necessary upgrades to the genome sequence data pool, as well as for use of the data, to reach new frontiers in genomics-based scientific understanding of apple.

WUR-onderzoek legt belangrijkste uitdagingen bloot in bedrijfsvoering boeren en tuinders - Regelgeving zit veerkracht boer in de weg
Meuwissen, Miranda ; Slijper, Thomas - \ 2019
Two large-effect QTLs, Ma and Ma3, determine genetic potential for acidity in apple fruit : breeding insights from a multi-family study
Verma, S. ; Evans, K. ; Guan, Y. ; Luby, J.J. ; Rosyara, U.R. ; Howard, N.P. ; Bassil, N. ; Bink, M.C.A.M. ; Weg, W.E. van de; Peace, C.P. - \ 2019
Tree Genetics and Genomes 15 (2019)2. - ISSN 1614-2942
FlexQTL™ - Malic acid - Malus × domestica - Pedigree-Based Analysis - RosBREED

Acidity is a critical component of the apple fruit consumption experience. In previous biparental family studies, two large-effect acidity QTLs were reported using freshly harvested fruit. Objectives of this study were to determine the number and location of QTLs for acidity variation in a large apple breeding program and ascertain the quantitative effects and breeding relevance of QTL allelic combinations at harvest and after commercially relevant periods of cold storage. Pedigree-connected germplasm of 16 full-sib families representing nine important breeding parents, genotyped for the 8K SNP array, was assessed for titratable acidity at harvest and after 10- and 20-week storage treatments, for three successive seasons. Using pedigree-based QTL mapping software, FlexQTL™, evidence was found for only two QTLs, on linkage groups 16 (the reported Ma locus) and LG 8 (here called Ma3) that jointly explained 66 ± 5% of the phenotypic variation. An additive allele dosage model for the two QTLs effectively explained most acidity variation, with an average of + 1.8 mg/L at harvest per high-acidity allele. The more high-acidity alleles, the faster the depletion with storage, with all combinations appearing to eventually converge to a common baseline. All parent cultivars and selections had one or two of the four possible high-acidity alleles. Each QTL had a rare second high-acidity allele with stronger or reduced effect. Diagnostic SNP markers were identified for QTL alleles derived from distinct sources. Combined QTL effects highlighted utility of the DNA-based information in new cultivar development for targeting desired fruit acidity levels before or after storage.

Some thoughts on how to use markers in tetraploid rose breeding
Smulders, M.J.M. ; Weg, W.E. van de; Bourke, P.M. ; Voorrips, R.E. ; Arens, P. ; Maliepaard, C. - \ 2019
Acta Horticulturae 1232 (2019). - ISSN 0567-7572 - p. 1 - 6.
DNA-informed breeding - Genotyping - Rosa hybrida - Rose - SNP

Thanks to recent advances in high-throughput genotyping tools and software for genetic analyses, it is now possible to perform QTL mapping and genome-wide association analysis in tetraploid roses and to establish the effect of favorable SNP marker haplotype(s) (“plus-alleles”). The challenge is how to use these tools and technologies for rose breeding in a cost-effective way. At least four points need to be addressed: (1) which steps of the breeding process may benefit from marker information; (2) what is the value of the identified plus-alleles for the trait; (3) where in the breeding germplasm do these plus-alleles occur, and (4) how can plants carrying these plus-alleles be selected efficiently. Here we discuss for which purposes markers may be applied.

Black spot partial resistance in diploid roses : QTL discovery and linkage map creation
Yan, M. ; Byrne, D.H. ; Klein, P.E. ; Weg, W.E. van de; Yang, J. ; Cai, L. - \ 2019
Acta Horticulturae 1232 (2019). - ISSN 0567-7572 - p. 135 - 141.
Consensus map - Genotyping-by-sequencing - Phenotyping - QTL - SNP

Black spot disease (Diplocarpon rosae) is the most important leaf disease of garden roses in warm humid areas. Although partial resistance to black spot has been shown to be moderately heritable, the responsible quantitative trait loci (QTL) remain unidentified. Because of the interspecific nature and high heterozygosity in commercial roses, as well as the relatively small research input compared to row crops, the genomic resources available for rose are limited. To effectively identify markers associated with QTL controlling black spot resistance, abundant markers across the genome and careful phenotyping are required. Fifteen inter-related diploid rose populations with black spot resistant cultivar R. wichuraiana ‘Basye’s Thornless’ in the genetic background were assessed based on the percent of total foliage covered with lesions in June, October and November of 2016 in College Station. Broad sense heritability was estimated at 0.51 which indicates black spot partial resistance is a moderately heritable trait. Genotyping-by-sequencing technology was used to generate SNP markers for linkage map construction. Previous anchor SSR markers were used to designate the linkage group number. The final consensus map used for black spot QTL detection contained 791 SNP covering 430 cM with the biggest gap being 6.6 cM on LG4. One major black spot QTL was discovered on LG3 explaining ~13% of the total phenotypic variance (equaling approximately 26% of the genetic variation) using pedigree-based analysis among all fifteen populations.

Elucidating the genetic background of the early-flowering transgenic genetic stock T1190 with a high-density SNP array
Luo, Feixiong ; Weg, Eric van de; Vanderzande, Stijn ; Norelli, John L. ; Flachowsky, Henryk ; Hanke, Viola ; Peace, Cameron - \ 2019
Molecular Breeding 39 (2019)2. - ISSN 1380-3743
BpMADS4 - Malus × domestica - Pedigree reconstruction - Short juvenility - Trueness-to-type

Apple trees have a long juvenile period, which makes apple genetic improvement via breeding costly and time-consuming. Transgenic genetic stocks carrying the early-flowering gene BpMADS4 have been used to reduce the juvenility of apple from five or more years to less than 10 months. One such genetic stock, T1190, has been used widely in breeding and research. It was reported to be a seedling of ‘Pinova’ but the other parent was unknown. Not knowing the alleles that this unknown parent contributed to T1190 brings uncertainties to breeding programs and research studies. In this study, the full pedigree of the genetic stock T1190 was reconstructed using an apple 20K SNP array and a panel of 530 reference cultivars and breeding selections. T1190 was determined to be an offspring of ‘Pinova’ and ‘Idared’. The full pedigree of T1190 was used to deduce the mosaic ancestor composition of the transgene-hosting chromosome. Such knowledge is useful to ensure breeding programs and research studies achieve their expected objectives.

Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.