Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 25

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: q=Weijters
    Check title to add to marked list
    Barriers to restoration: soil acidity and phosphorus limitation constrain recovery of heathland plant communities after sod cutting
    Vogels, J. ; Weijters, Maaike ; Bobbink, Roland ; Bijlsma, R.J. ; Lamers, Leon P.M. ; Verberk, W.C.E.P. ; Siepel, H. - \ 2020
    Applied Vegetation Science 23 (2020)1. - ISSN 1402-2001 - p. 94 - 106.
    Sod cutting has been used extensively as an effective measure in removing excess N and restoring dwarf shrub dominance in heathlands affected by increased nitrogen deposition. However, recovery of other plant species is often very limited. One barrier is high soil acidity following sod cutting, which results in soil aluminium (Al3+) and ammonium (NH4+) reaching toxic concentrations. Sod‐cutting management also removes most of the major nutrients from the system, so intensified nutrient limitation could be an additional barrier to the recovery of species‐rich communities. Soil phosphorus (P) is of special interest as research indicates sod‐cutting management can shift the system to P limitation.
    Litter quality and the law of the most limiting: Opportunities for restoring nutrient cycles in acidified forest soils
    Desie, Ellen ; Vancampenhout, Karen ; Nyssen, Bart ; Berg, Leon van den; Weijters, Maaike ; Duinen, Gert Jan van; Ouden, Jan den; Meerbeek, Koenraad Van; Muys, Bart - \ 2020
    Science of the Total Environment 699 (2020). - ISSN 0048-9697
    Base cations - C/N ratio - Litter quality - N deposition - Nutrient cycling - Rich litter species

    The adverse effects of soil acidification are extensive and may result in hampered ecosystem functioning. Admixture of tree species with nutrient rich litter has been proposed to restore acidified forest soils and improve forest vitality, productivity and resilience. However, it is common belief that litter effects are insufficiently functional for restoration of poorly buffered sandy soils. Therefore we examined the effect of leaf litter on the forest floor, soil chemistry and soil biota in temperate forest stands along a range of sandy soil types in Belgium, the Netherlands and Germany. Specifically, we address: i) Which tree litter properties contribute most to the mitigation of soil acidification effects and ii) Do rich litter species have the potential to improve the belowground nutrient status of poorly buffered, sandy soils? Our analysis using structural equation modelling shows that litter base cation concentration is the decisive trait for the dominating soil buffering mechanism in forests that are heavily influenced by atmospheric nitrogen (N) deposition. This is in contrast with studies in which leaf litter quality is summarized by C/N ratio. We suggest that the concept of rich litter is context dependent and should consider Liebig's law of the most limiting: if N is not limiting in the ecosystem, litter C/N becomes of low importance, while base cations (calcium, magnesium, potassium) become determining. We further find that on poorly buffered soils, tree species with rich litter induce fast nutrient cycling, sustain higher earthworm biomass and keep topsoil base saturation above a threshold of 30%. Hence, rich litter can trigger a regime shift to the exchange buffer domain in sandy soils. This highlights that admixing tree species with litter rich in base cations is a promising measure to remediate soil properties on acidified sandy soils that receive, or have received, high inputs of N via deposition.

    Steenmeel in droge bossen
    Bloem, J. ; Vries, W. de; Weijters, Maaike ; Jong, J.J. de; Krul, L. - \ 2019
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Infoblad Veldwerkplaats ) - 4 p.
    Op grote schaal treedt op de hogere zandgronden verminderde vitaliteit van bomen en zelfs sterfte van eiken op. Dit komt vooral door droogte en verzuring. Het gebruik van steenmeel in droge bossen zou een oplossing kunnen zijn voor de nadelige effecten van verzuring. In een driejarig OBN-onderzoek is een literatuurstudie gedaan en zijn experimenten uitgevoerd in Het Nationale Park De Hoge Veluwe en in het Mastbos (Breda). In deze veldwerkplaats zijn de resultaten gepresenteerd van dit onderzoek naar het effect van steenmeel op de vitaliteit, groei en vegetatie van eiken, op de bodem- en de bladchemie en op het bodemleven in eikenbossen. Het toepassen van steenmeel lijkt veelbelovend na drie jaar experimenteren, maar meer onderzoek is gewenst. Aan een Plan van Aanpak voor de toediening van steenmeel in de praktijk wordt gewerkt. In het Nationale Park De Hoge Veluwe zijn de experimenten en andere eikenpercelen in de praktijk bekeken en bediscussieerd.
    Toediening van steenmeel: een concept plan van aanpak voor beheerders
    Bloem, Jaap ; Vries, Wim de; Jong, Anjo de; Weijters, Maaike ; Bobbink, Roland - \ 2019
    Effecten van steenmeel op de bodemecologie
    Bloem, Jaap ; Duinen, Gert-Jan van; Weijters, Maaike - \ 2019
    Verzuring van loofbossen op droge zandgronden en herstelmogelijkheden door steenmeeltoediening
    Vries, Wim de; Weijters, Maaike ; Jong, Anjo de; Delft, Bas van; Bloem, Jaap ; Burg, Arnold van den; Duinen, Gert-Jan van; Verbaarschot, Evi ; Bobbink, Roland - \ 2019
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren - 138
    Steenmeel en natuurherstel: een gelukkige relatie of een risicovolle combinatie?
    Diggelen, R. van; Bergsma, Huig ; Bijlsma, R.J. ; Bobbink, Roland ; Burg, A. Van den; Sevink, J. ; Siebel, H.N. ; Siepel, H. ; Vogels, J. ; Vries, W. de; Weijters, Maaike - \ 2019
    Vakblad Natuur Bos Landschap (2019)155. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 23.
    Sinds het midden van de vorige eeuw heeft de Nederlandsenatuur te lijden gehad van overmatige zuur- en stikstofdepositie. Maatregelen om de effecten hiervan te bestrijden, leidden niet altijd tot het gewenste resultaat en hadden soms dermate sterke neveneffecten dat ze eerder ongewenst waren. Sinds kort is steenmeel in beeld als middel dat mogelijk wel de positieve effecten maar niet de neveneffecten heeft. Kennis over de effecten vansteenmeel op gedegradeerde natuur en bos is echter nog lang geen gemeengoed. Op 18 februari 2019 organiseerden de VBNE en het OBN Deskundigen team Droog zandlandschap een discussiedag voor onderzoekers en andere direct betrokkenen rond het onderwerp “Steenmeel als herstelmaatregel” om kennis, inzichten en onzekerheden rond dit thema uit te wisselen en mogelijke richtlijnen te bespreken voor een eventuele toepassing van steenmeel als herstelmaatregel in natuurgebieden.
    Verbetering strooiselafbraak : eerste tussenrapport
    Bloem, J. ; Weijters, M. ; Jong, J.J. de; Groot, G.A. de; Dimmers, W.J. ; Bobbink, R. ; Nyssen, B. - \ 2018
    Wageningen Environmental Research - 20 p.
    Continuous and cumulative acidification and N deposition induce P limitation of the micro-arthropod soil fauna of mineral-poor dry heathlands
    Siepel, Henk ; Vogels, Joost ; Bobbink, Roland ; Bijlsma, Rienk Jan ; Jongejans, Eelke ; Waal, Rein de; Weijters, Maaike - \ 2018
    Soil Biology and Biochemistry 119 (2018). - ISSN 0038-0717 - p. 128 - 134.
    Allometry - Minerals - Mites - N:P ratio - Springtails - Stoichiometry
    Phosphorus content of mineral-poor sandy soils is steadily decreasing due to leaching caused by continuous and cumulative acidification and N deposition. Sod-cutting as a traditional restoration measure for heathland vegetation appears to increase P limitation, as most of the P present is in the organic matter being removed by sod-cutting. Mineral weathering, the natural inorganic source of P, becomes limiting or has even ceased as a result of the depletion of minerals. Previous investigations indicate a P limitation of the macrofauna under these circumstances. If this also holds for the soil fauna, hampering of decomposition may occur. To test experimentally whether soil fauna is indeed limited by the amount of P in the system, we set up an experiment in sod-cut heathland in which we added P or Ca (as Dolokal), resulting in: P + Ca+, P + Ca-, P-Ca+ and P-Ca- (control) treatments and an extra reference block in the original grass encroached heathland vegetation. The Ca treatment was added because liming is used to recover from acidification effects, but as a side effect Ca may also bind P. Three growing seasons after the addition of P and Ca, we found a significant increase in herbivores and predators among the soil fauna, with herbivore numbers higher in the P+/Ca-plots than in the P+/Ca + plots, indicating a lower availability of P in the presence of added Ca. Predators increased in all P+ plots. Fungivorous browsers responded negatively to the treatment after three growing seasons, both to P and to Ca addition. Phoretic species responded rapidly either to fewer numbers (when these are fungivorous browsers) or to greater numbers (when these are herbivorous browsers) to P addition. P addition induced also an allometric effect, via the medium-sized species increasing in greater numbers than both the larger and smaller species.
    Na het zuur geen zoet? : Bodemverzuring in droog zandlandschap blijvend probleem
    Bobbink, Roland ; Bergsma, Huig ; Ouden, J. den; Weijters, Maaike - \ 2017
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde (2017)2. - ISSN 0169-6300 - p. 60 - 69.
    Dit artikel vat de huidige stand van de kennis samen over de gevolgen van hoge stikstofdepositie op de bodem van het droog zandlandschap en beschrijft mogelijke of nog te ontwikkelen herstelmaatregelen.
    Daarvoor worden eerst de processen van bodembuffering en -verzuring beschreven, aangezien begrip daarvan essentieel is om tot duurzaam herstel van kenmerkende biodiversiteit te komen
    Beheeroptimalisatie Zuid-Limburgse hellingschraallanden : effecten van gefaseerde begrazing op bodem, vegetatie en fauna
    Nijssen, Marijn ; Bobbink, Roland ; Geertsma, Marten ; Scherpenisse, Miriam ; Huiskes, Rik ; Kuper, Jan ; Smits, Nina ; Bohnen-Verbaarschot, Evi ; Verbeek, Peter ; Versluijs, Remco ; Wallis de Vries, Michiel ; Weijters, Maaike ; Wouters, Bart - \ 2016
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Rapport / Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren nr. OBN-209-HE) - 183
    Monitoring van effecten van evenwichtsbemesting op de grondwaterkwaliteit van het Natura 2000-gebied Boetelerveld
    Kuiters, A.T. ; Corporaal, A. ; Weijters, M.J. ; Bobbink, R. - \ 2016
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2772) - 72
    bemesting - grondwaterkwaliteit - natura 2000 - habitats - stikstof - fertilizer application - groundwater quality - natura 2000 - habitats - nitrogen
    In het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) worden in en rondom het Natura 2000-gebied Boetelerveld maatregelen genomen om de effecten van een overmaat aan stikstof te mitigeren. Daarnaast vinden brongerichte maatregelen plaats. Een van de maatregelen is evenwichtsbemesting. Gedurende twee jaar is gekeken naar de uitspoeling van nutriënten in enkele agrarische percelen grenzend aan de oostzijde van het gebied, waar in 2014 is gestart met evenwichtsbemesting. Daarbij is gekeken naar de chemische samenstelling van het grondwater (150-200 cm) en naar veranderingen in de chemische samenstelling van het bodemwater onder de bewortelingszone (50 cm) van percelen met reguliere bemesting en van percelen waar evenwichtsbemesting is toegepast. Daarmee kan een beeld worden gekregen van wat op de langere termijn het effect van evenwichtsbemesting zal zijn op de kwaliteit van het grondwater (150-200 cm). Ook is gekeken naar de huidige kwaliteit van de habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen en is een vergelijking gemaakt met de situatie in 2004.
    Fosfaattoevoeging heide
    Vogels, J. ; Weijters, M. ; Bijlsma, R.J. ; Waal, R.W. de; Bobbink, R. ; Siepel, H. - \ 2016
    Driebergen : Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren - 114
    GLOBIO-Aquatic, a global model of human impact on the biodiversity of inland aquatic ecosystems
    Janse, J.H. ; Kuiper, J.J. ; Weijters, M.J. ; Westerbeek, E.P. ; Jeuken, M.H.J.L. ; Bakkenes, M. ; Alkemade, R. ; Mooij, W.M. ; Verhoeven, J.T.A. - \ 2015
    Environmental Science & Policy 48 (2015). - ISSN 1462-9011 - p. 99 - 114.
    Catchment - Cyanobacteria - Eutrophication - Hydrological disturbance - Lakes - Land use change - Rivers - Scenario analysis - Wetlands

    Biodiversity in freshwater ecosystems - rivers, lakes and wetlands - is undergoing rapid global decline. Major drivers are land use change, eutrophication, hydrological disturbance, climate change, overexploitation and invasive species. We developed a global model for assessing the dominant human impacts on inland aquatic biodiversity. The system consists of a biodiversity model, named GLOBIO-Aquatic, that is embedded in the IMAGE model framework, i.e. linked to models for demography, economy, land use changes, climate change, nutrient emissions, a global hydrological model and a global map of water bodies. The biodiversity model is based on a recompilation of existing data, thereby scaling-up from local/regional case-studies to global trends. We compared species composition in impacted lakes, rivers and wetlands to that in comparable undisturbed systems. We focussed on broad categories of human-induced pressures that are relevant at the global scale. The drivers currently included are catchment land use changes and nutrient loading affecting water quality, and hydrological disturbance and climate change affecting water quantity. The resulting relative mean abundance of original species is used as indicator for biodiversity intactness. For lakes, we used dominance of harmful algal blooms as an additional indicator. The results show that there is a significant negative relation between biodiversity intactness and these stressors in all types of freshwater ecosystems. In heavily used catchments, standing water bodies would lose about 80% of their biodiversity intactness and running waters about 70%, while severe hydrological disturbance would result in losses of about 80% in running waters and more than 50% in floodplain wetlands. As an illustration, an analysis using the OECD 'baseline scenario' shows a considerable decline of the biodiversity intactness in still existing water bodies in 2000, especially in temperate and subtropical regions, and a further decline especially in tropical regions in 2050. Historical loss of wetland areas is not yet included in these results. The model may inform policy makers at the global level in what regions aquatic biodiversity will be affected most and by what causes, and allows for scenario analysis to evaluate policy options.

    Uitbreiding en herstel van Zuid-Limburgse hellingschraallanden. Eindrapportage 2e fase O + BN onderzoek
    Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Bobbink, R. ; Kuiters, A.T. ; Verbaarschot, E. ; Versluijs, R. ; Kuper, J. ; Floor-Zwart, W. ; Huiskes, H.P.J. ; Remke, E. ; Siepel, H. - \ 2013
    Driebergen : Bosschap (2013/OBN177-HE ) - 167
    graslanden - plantengemeenschappen - herstel - natuurgebieden - herstelbeheer - natura 2000 - zuid-limburg - grasslands - plant communities - rehabilitation - natural areas - restoration management - natura 2000 - zuid-limburg
    In het kader van Natura 2000 worden in Europees perspectief zeldzame soorten en zeldzame vegetatietypen in Nederland beschermd. In dit rapport staan de Zuid-Limburgse kalkgraslanden (H6210) en heischrale graslanden (H6230) centraal. Bijna alle nog bestaande hellingschraallanden in Nederland liggen binnen de als Natura2000 aangewezen gebieden. Beide habitattypen zijn prioritair en de opgave in deze gebieden bestaat uit uitbreiding van het oppervlak en verbetering van de kwaliteit. Uit de 1e fase van het O+BN onderzoek aan de Zuid-Limburgse hellingschraallanden is gebleken dat veel karakteristieke planten- en diersoorten binnen de huidige natuurreservaten nog steeds achteruitgaan. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de verhoogde beschikbaarheid van stikstof.
    Herstellen van akkers als onderdeel van een intact heidelandschap : de koppeling tussen arme heidegebieden en rijkere gronden
    Vogels, J. ; Jansman, H.A.H. ; Bobbink, R. ; Weijters, M. ; Verbaarschot, E. ; Den, P. ten; Versluijs, R. ; Waasdorp, S. - \ 2013
    Driebergen : Bosschap (Rapport OBN 179-DZ) - 179
    ecologisch herstel - heidegebieden - natuurgebieden - velden - bouwland - natuurwaarde - ecological restoration - heathlands - natural areas - fields - arable land - natural value
    De heidegebieden in Nederland herbergen een groot aantal habitattypen die in Europees opzicht erg waardevol zijn. Voorbeelden zijn droge en vochtige heide (H4030 en H4010), zandverstuivingen (H2330) en zwakgebufferde vennen (H3130). Deze heidegebieden liggen temidden van intensief gebruikt agrarisch gebied. Rechtstreeks gevolg hiervan lijkt dat karakteristieke faunasoorten van heidelandschappen nog steeds achteruit gaan in verspreiding. Een groeiend aantal beheerders experimenteert tegenwoordig met tijdelijke beakkering van kleine perceeltjes in of direct grenzend aan heideterreinen, met als doel de aan het heidelandschap verbonden diersoorten een grotere overlevingskans te geven. Daarnaast bestaan er bij beheerders vragen over het gewenste beheer van bestaande (extensieve) landbouwpercelen en wildakkers ten behoeve van de versterking van de natuurwaarden in nabij gelegen heidegebieden
    Tussenrapport 2e fase O+BN hellingschraallanden onderzoek, resultaten 2e jaar, mei 2011-mei 2012
    Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Kuper, J. ; Loeb, R. ; Huiskes, H.P.J. ; Dimmers, W.J. ; Bobbink, R. ; Siepel, H. - \ 2012
    Nijmegen : Stichting Bargerveen - 51 p.
    Tussenrapport 2e fase O+BN hellingschraallanden onderzoek, resultaten 1e jaar, mei 2010-mei 2011
    Noordwijk, C.G.E. ; Weijters, M.J. ; Smits, N.A.C. ; Kuper, J. ; Loeb, R. ; Huiskes, H.P.J. ; Dimmers, W.J. ; Bobbink, R. ; Siepel, H. - \ 2011
    Nijmegen : Stichting Bargerveen (rapport 2011.072 ) - 75 p.
    GLOBIO-aquatic, a global model for the assessment of aquatic biodiversity
    Janse, J.H. ; Alkemade, R. ; Biemans, H. ; Drecht, G. van; Weijters, M.J. ; Westerbeek, P. - \ 2009
    Branden als EGM-maatregel
    Bobbink, R. ; Weijters, M.J. ; Nijssen, M. ; Vogels, J. ; Haveman, R. ; Kuiters, A.T. - \ 2009
    Ede : Directie Kennis, Ministerie LNV (Rapport / DK nr. 2009/dk117-O) - 111
    heidegebieden - herstel - gecontroleerd branden - nederland - ecologisch herstel - natura 2000 - heathlands - rehabilitation - controlled burning - netherlands - ecological restoration - natura 2000
    Periodiek branden is een traditionele gebruiks- of beheermethode die in het verleden op meerdere plaatsen werd toegepast. Dit gebeurde met name in heideterreinen en soms in duingraslanden, om de vegetatie te verjongen en de opslag van struiken en bomen tegen te gaan. geleidelijk is de beheersmethode uit het zicht verdwenen. In dit rapport zijn de ervaringen met periodiek branden en de kennis die er in binnenland en buitenland is over de effecten op de beschikbaarheid van nutriënten, vegetatie en fauna op een rij gezet. Het rapport geeft aan in welke situaties branden een aantrekkelijke effectgerichte maatregel kan zijn. In dit onderzoek (in het kader van OBN) werkten samen: Stichting Bargerveen, Bware en Alterra
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.