Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 55

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Onderzoek naar een kennisbasis voor natuurgedreven landbouw
    Dijk, J. van; Veer, G. van der; Woestenburg, M. ; Stoop, J. ; Wijdeven, M. ; Veluw, K. van; Schrijver, R. ; Akker, J. van den; Woudenberg, E. van; Kerkhoven, D. ; Slot, M. - \ 2020
    WINK - 52
    Terug naar de basis
    Willems, Arno ; Schreppers, Harrie ; Jans, Rino ; Klingen, Simon ; Ouden, J. den; Schoonderwoerd, Henny ; Wijdeven, Sander ; Staak, Erik van der - \ 2016
    Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)127. - ISSN 1572-7610 - p. 40 - 41.
    bosbeheer - houtachtige planten - duurzaamheid (sustainability) - bosgronden - bodemuitputting - bosecologie - voedingsstoffenbalans - verzuring - bodemverdichting - mechanisatie - forest administration - woody plants - sustainability - forest soils - soil exhaustion - forest ecology - nutrient balance - acidification - soil compaction - mechanization
    Als bosbeheerders gaan we er prat op dat we het begrip duurzaamheid hebben uitgevonden. Dat is inderdaad iets om trots op te zijn en bewijst dat we als sector gewend zijn ver vooruit te kijken en te denken. Het is echter de vraag of we onze bossen nog wel volgens de principes van duurzaamheid beheren. Met name over de mogelijke uitputting van de bodem en de invloed van de exploitatie op de bodem bestaan veel vragen waarvan de antwoorden niet voor het oprapen liggen. Op 17 mei 2016 ging de Studiekring van de KNBV terug naar de basis: de bosbodem.
    Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging: van bosbouw naar bosbeheer
    Mohren, G.M.J. ; Wijdeven, Sander - \ 2016
    Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)127. - ISSN 1572-7610 - p. 26 - 28.
    forestry - forest administration - professional associations - nature conservation - nature conservation policy - experiential value - natural value - timber production - urban areas - extension - woodlands - bosbouw - bosbeheer - beroepsverenigingen - natuurbescherming - natuurbeleid - belevingswaarde - natuurwaarde - houtproductie - stedelijke gebieden - voorlichting - bosgebieden
    Bos en bosbeheer veranderen continu. Met de ontwikkeling van de productiegerichte bosbouw van vijftig jaar geleden naar een bosbeheer gericht op meervoudige functievervulling in een dichtbevolkte samenleving veranderde ook de rol van de beheerder. Dit vraagt om andere kennis en vaardigheden van de beroepsgroep en andere organisatievormen van onderwijs en onderzoek. De Koninklijke Nederlandse Bosbouw Vereniging (KNBV) fungeert sinds de oprichting in 1910 als vakvereniging door en voor mensen uit de sector, volledig draaiend op vrijwilligers. De veranderingen in de sector en het werkveld vragen ook om een andere rol van de beroepsvereniging.
    Common carp have two subclasses of bonyfish specific antibody IgZ showing differential expression in response to infection
    Ryo, S. ; Wijdeven, R.H.M. ; Tyagi, A. ; Hermsen, G.J. ; Kono, T. ; Karunasagar, I. ; Rombout, J.H.W.M. ; Sakai, H. ; Verburg-van Kemenade, B.M.L. ; Savan, R. - \ 2010
    Developmental and Comparative Immunology 34 (2010)11. - ISSN 0145-305X - p. 1183 - 1190.
    immunoglobulin heavy-chain - phylogenetically primitive vertebrate - paralichthys-olivaceus igd - constant-region genes - cyprinus-carpio - atlantic salmon - japanese flounder - channel catfish - trypanoplasma-borreli - sequence-analysis
    Immunoglobulin heavy chains identified in bony fish are broadly classified into three classes namely IgM, IgD and IgZ. The most recently described isotype is IgZ, a teleosts-fish specific isotype that shows variations in gene structure across teleosts. In this study we have identified two IgZ subclasses in common carp. IgZ1 is a four constant heavy chain domains containing antibody isolated across teleosts and IgZ2 is a two constant domains containing heavy chain chimera with a µ1 and ¿4 domain. Sequence analyses suggest that these subtypes are expressed from two separate genomic loci. Expression analyses show that IgZ1 is more abundant in systemic organs and IgZ2 chimera is preferentially expressed at mucosal sites. The basal expression level of IgM in fish is much higher than of the other isotypes. We show that IgZ1 expression in systemic and mucosal organs is responsive to blood parasites, while mucosal parasite infection induces IgM and IgZ2 gene expression. This report is the first to show differential expression of the IgZ variants in response to pathogens and suggests that the IgZ subtypes in carps may have mutually exclusive humoral functions
    Dood hout
    Wijdeven, S. ; Moraal, L.G. ; Veerkamp, M.T. - \ 2010
    In: Bosecologie en bosbeheer / Mohren, F. Den Ouden, J., Muys, B., Den Haag : ACCO - ISBN 9789033477829 - p. 425 - 436.
    Introducing tree interactions in wind damage simulations
    Schelhaas, M.J. ; Kramer, K. ; Peltola, H. ; Werf, D.C. van der; Wijdeven, S.M.J. - \ 2007
    Ecological Modelling 207 (2007)2-4. - ISSN 0304-3800 - p. 197 - 209.
    pinus-pinaster ait. - forest stands - scots pine - mechanical stability - tunnel measurements - drag relationships - field-measurements - individual-tree - norway spruce - models
    Wind throw is an important risk factor in forest management in North-western Europe. In recent years, mechanistic models have been developed to estimate critical wind speeds needed to break or uproot the average tree of a forest stand. Based on these models, we developed a wind damage module for the individual tree model ForGEM (Forest Genetics, Ecology and Management). For a given wind speed this module assesses the forces on each individual tree, based on the tree dimensions, and support and sheltering provided by other trees. Due to this individual approach, irregular stands can also be assessed. The module is demonstrated on Douglas fir stands (Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco) of different densities in the Netherlands. Patterns of damage are explained, both in freshly exposed stands as well as in sheltered stands. Wind speeds needed to cause damage approximated those of known wind throw events. The wind damage module proved to be very sensitive to simulated tree heights and diameters. Furthermore, the newly introduced support mechanism played an important role in the stability of trees and stands. Lower individual tree stability in dense stands was clearly compensated for by the support of other trees.
    Ecosysteembeheer; beheer is een experiment en voorschriften zijn hypotheses - aanzet tot een discussie
    Wijdeven, S.M.J. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1431) - 45
    bosecologie - biodiversiteit - begrippen - forest ecology - biodiversity - concepts
    De samenleving stelt steeds meer eisen aan het Nederlandse bos. De vraag is of binnen de complexe en veranderende omgeving dit `nieuwe¿ bos effectief (adequaat en evalueerbaar inzetten van maatregelen om doelen te bereiken) beheerd kan worden? In dit rapport worden enkele internationale benaderingen geschetst onder de noemer Ecosysteembeheer, Adaptief beheer en Model Forests, als aanzet tot een discussie. In deze benaderingen staan dynamiek, onzekerheid en adaptatie centraal. Beheermaatregelen zijn in deze context experimenten en voorschriften zijn hypothesen, om het ecosysteem beter te begrijpen en effectiever te beheren. Monitoring en evaluatie zijn hierbij cruciaal. Mede naar aanleiding van dit gedachtengoed kan in Nederland effectiever beheerd worden door: (a) gerichter samenwerken, (b) gerichter en diverser experimenteren en evalueren en (c) gerichter resultaten bundelen en communiceren.
    Factsheets dood hout in het bosbeheer
    Wijdeven, S.M.J. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1430) - 30
    dode bomen - bosbomen - bosbedrijfsvoering - bosinventarisaties - dead trees - forest trees - forest management - forest inventories
    Dood hout is een van de speerpunten in het natuurgerichte bosbeheer en –beleid. De aanwezigheid van dood hout, in kwantiteit, samenstelling en de variatie en dynamiek daarin, is onderwerp van verschillende analyses geweest in enkele gerelateerde projecten. In deze rapportage worden de belangrijkste resultaten hiervan samengevat in de vorm van factsheets
    Geïntegreerd bosbeheer; het onderzoek van 2002-2005
    Raffe, J.K. van; Jong, J.J. de; Olsthoorn, A.F.M. ; Oosterbaan, A. ; Wijdeven, S.M.J. - \ 2006
    Wageningen : Alterra - 56
    natuurbescherming - bosbeheer - bosbouw - bosbescherming - geïntegreerd bosbeheer - nature conservation - forest administration - forestry - protection of forests - integrated forest management
    Over geïntegreerd bosbeheer, wat het inhoudt en wat er bij komt kijken.
    Dood hout en biodiversiteit
    Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Moraal, L.G. ; Veerkamp, M.T. ; Bijlsma, R.J. ; Wijdeven, S.M.J. - \ 2006
    Vakblad Natuur Bos Landschap 3 (2006)5. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 23.
    dood hout - bosecologie - schimmels - bosbedrijfsvoering - dead wood - forest ecology - fungi - forest management
    Dood hout is essentieel voor een duurzaam bosecosysteem. Dat erkennen bosbeheerders en beleidsmakers al sinds de jaren tachtig. Het heeft dan ook geleid tot een aangepast beheer en het instellen van subsidieregelingen voor dood hout. Maar ligt er daardoor nu ook echt meer dood hout in het bos en zijn er meer soorten op aanwezig?
    Zelfregulerende bossen; een modelstudie naar effecten van "niets doen" en actief beheer op ontwikkelingen in bosstructuur
    Schelhaas, M.J. ; Wijdeven, S.M.J. ; Werf, B.W. van der - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1270) - 43
    bosbedrijfsvoering - bosbouwkundige handelingen - houtteelt - biodiversiteit - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - bossen - modellen - forest management - forestry practices - silviculture - biodiversity - stand development - stand structure - forests - models
    In deze modelstudie worden de effecten van `niets doen¿ en actief beheer onderzocht op de bosontwikkeling en structuurvariatie. Hiervoor is een model verder ontwikkeld en zijn koppelingen gelegd met monitoringsdatabestanden en analyse- en visualisatietechnieken. Simulatieresultaten dienen voorzichtig geïnterpreteerd te worden door beperkingen in het model. Enkele mogelijke hypotheses die uit de simulaties naar voren komen zijn onder ander dat de variatie fluctueert in de tijd, dat op middellange termijn er een grotere structuurvariatie tot stand komt bij beheer dan bij `niets doen¿ en dat bijvoorbeeld het effect van storm de verschillende beheerscenario¿s kan overtreffen
    Forest reserves as a reference for forest ecosystem management
    Wijdeven, S.M.J. - \ 2005
    In: Forests in the balance: linking tradition and technology; abstracts. - [S.l.] : CFA - p. 275 - 275.
    Back to the 90s: retrospective analyses as a tool to demonstrate past natural regeneration dynamics and predict developments
    Wijdeven, S.M.J. ; Koelewijn, H.P. - \ 2005
    In: Forests in the balance: linking tradition and technology; abstracts. - [S.l.] : CFA - p. 26 - 26.
    Volume calculations of coarse woody debris; evaluation of coarse woody debris volume calculations and consequences for coarse woody debris volume estimates in forest reserves
    Wijdeven, S.M.J. ; Vaessen, O.H.B. ; Hees, A.F.M. van; Olsthoorn, A.F.M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1257) - 50
    volumebepaling - dood hout - modellen - beschermde bossen - volume determination - dead wood - models - reserved forests
    Dead wood is recognized as one of the key indicators for sustainable forest management and biodiversity. Accurate assessments of dead wood volume are thus necessary. In this study New volume models were designed based on actual volume measurements of coarse woody debris. The New generic model accurately estimated volumes for all encountered tree parts (whole trees, stems, branches), is based on diameter and length only, and thus generally applicable for most studies. Therefore this New generic dbh-based coarse woody debris volume model was selected as the most appropriate one. Consequences for coarse woody debris volume estimates of forest reserves vary. Total dead wood volume can even be much larger when fine woody debris, dead wood attached to living trees and tree stumps are included.
    Dood hout en biodiversiteit; een literatuurstudie naar het voorkomen van dood hout in de Nederlandse bossen en het belang ervan voor de duurzame instandhouding van geleedpotigen, paddenstoelen en mossen
    Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Wijdeven, S.M.J. ; Moraal, L.G. ; Veerkamp, M.T. ; Bijlsma, R.J. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1320) - 158
    dood hout - bossen - biodiversiteit - bosbedrijfsvoering - schimmels - geleedpotigen - mossen - monitoring - dead wood - forests - biodiversity - forest management - fungi - arthropods - mosses - monitoring
    Door praktijk en beleid wordt het belang van dood hout voor de biodiversiteit van het bos onderkend. Dit heeft geleid tot stimulering van de aanwezigheid van dood hout in het bos. De norm is gesteld op drie dode bomen van 30 cm doorsnede (of meer) per ha. De vraag is of deze maatregelen afdoende zijn en of ze op de juiste manier inspelen op de behoeften van verschillende groepen organismen. Om deze vraag te beantwoorden wordt in dit rapport verslag gedaan van een inventarisatie van de hoeveelheid en kwaliteit dood hout in de Nederlandse bossen en van de relatie van geleedpotigen, paddenstoelen en mossen met dood hout. De resultaten geven handreikingen voor een gedifferentieerd dood-houtbeheer en laten zien, dat aanscherpen van het stimuleringsbeleid wenselijk is om steun te bieden aan zeldzame groepen.
    Een reactie op het artikel van Jaap Kuper: Nieuwe bospakketten van Programma Beheer, ingewikkeld, onlogisch en wéér niet effectief
    Wijdeven, S.M.J. - \ 2005
    Vakblad Natuur Bos Landschap 2 (2005)9. - ISSN 1572-7610 - p. 27 - 28.
    Country report - The Netherlands
    Vodde, F. ; Wijdeven, S.M.J. ; Mohren, G.M.J. - \ 2005
    In: COST Action E27 - Protected Forest Areas in Europe - Analysis and Harmonisation (PROFOR): Reports of Signatory States / Latham, J., Frank, G., Fahy, O., Kirby, K., Miller, H., Stiven, R., Vienna : BFW - ISBN 9783901347580 - p. 243 - 261.
    Development of a monitoring system
    Wijdeven, S.M.J. ; Meer, P.J. van der; Chiew, F.C.Y. ; Mohamad, M. ; San, S.T.K. ; Dibor, L. - \ 2005
    In: Ramin technical report / van der Meer, P.J., Chiew, F.C.Y., Hillegers, P.J.M., Pearce, K.G., Wageningen (Netherlands) / Kuchin (Malaysia) : Alterra / Forest Dept Sarawak / Sarawak Forestry Corporation - p. 185 - 211.
    Dead wood in European beech (Fagus sylvatica) forest reserves
    Christensen, M. ; Hahn, K. ; Mountford, E.P. ; Ódor, P. ; Standovár, T. ; Rozenbergar, D. ; Diaci, J. ; Wijdeven, S.M.J. ; Meyer, P. ; Winter, S. ; Vrska, T. - \ 2005
    Forest Ecology and Management 210 (2005)1-3. - ISSN 0378-1127 - p. 267 - 282.
    picea-abies forest - dynamics - debris - fontainebleau - ecology - france - sweden - trees - management - bryophyte
    Data were analysed on the volume of dead wood in 86 beech forest reserves, covering most of the range of European beech forests. The mean volume was 130 m3/ha and the variation among reserves was high, ranging from almost nil to 550 m3/ha. The volume depended significantly on forest type, age since reserve establishment and volume of living wood. More dead wood was found in montane (rather than lowland/submontane) reserves, longer-established reserves (time since designation) and reserves with higher volumes of living wood. On average, fallen dead wood contributed more to the total dead wood volume than standing dead wood. The percentage of dead wood that was standing was almost twice as high in montane than in lowland/submontane forest reserves (45% versus 25%). The volume of dead wood at selected sites changed considerably over time. The fluctuations were significantly higher in lowland/submontane than montane reserves, possibly connected with differences in the disturbance regimes and especially damage caused by windstorms. In NW Europe, the blow down of formerly managed, even-aged stands led to extraordinary high volumes of dead wood shortly after reserve establishment. The implications for forest management and biodiversity conservation are discussed. An increase in dead wood volumes must be carried out in accordance with the local/regional forest type and disturbance regime. Thus, in order to fulfil the requirements of as many wood-depending organisms as possible, it is important to preserve not only larger amounts of dead wood, but also dead wood of different types and dimensions as well as securing a long-term continuity of dead wood.
    Natuurlijke verjonging, welke soorten kun je verwachten en hoe is de kwaliteit?
    Wijdeven, S.M.J. - \ 2005
    In: De erfenis van een stimuleringsproject; 10 jaar geïntegreerd bosbeheer Gelderland / Claessens, B., [S.l.] : Projectteam Geïntegreerd Bosbeheer - p. 15 - 17.
    bosbedrijfsvoering - vegetatiebeheer - soortendiversiteit - natuurlijke verjonging - gelderland - forest management - vegetation management - species diversity - natural regeneration - gelderland
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.