Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 934

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Inrichting- en beheermaatregelen voor wilde bijen en andere bestuivers in stad, platteland en natuur
    Ottburg, Fabrice ; Dooremalen, Coby van - \ 2020
    Pilot-scale hybrid constructed wetlands for the treatment of cooling tower water prior to its desalination and reuse
    Wagner, Thomas V. ; Wilde, Vinnie de; Willemsen, Bert ; Mutaqin, Muhamad ; Putri, Gita ; Opdam, Julia ; Parsons, John R. ; Rijnaarts, Huub H.M. ; Voogt, Pim de; Langenhoff, Alette A.M. - \ 2020
    Journal of Environmental Management 271 (2020). - ISSN 0301-4797
    Benzotriazole - Biocides - Nitrate - Phosphate - Removal mechanisms - Winter season

    Cooling towers are responsible for a large part of the industrial fresh water withdrawal, and the reuse of cooling tower water (CTW) effluents can strongly lower industrial fresh water footprints. CTW requires desalination prior to being reused, but various CTW components, such as total organic carbon (TOC), conditioning chemicals and total suspended solids (TSS) hamper physico-chemical desalination technologies and need to be removed from the CTW. A cost-efficient and robust pre-treatment is thus required, which can be provided by constructed wetlands (CWs). The present study is the first study that determined the CTW pre-treatment efficiency of hybrid-CWs and the impact of winter season and biocides in the CTW on the pre-treatment efficiency. The most efficient CW flow type and dominant removal mechanisms for CW components hampering physico-chemical desalination were determined. Subsurface flow CWs removed PO43−, TSS and TOC as a result of adsorption and filtration. Vertical subsurface flow CWs (VSSF-CW) excelled in the removal of benzotriazole as a result of aerobic biodegradation. Horizontal subsurface flow CWs (HSSF-CW) allowed the denitrification of NO3 due to their anaerobic conditions. Open water CWs (OW-CWs) did not contribute to the removal of components that hamper physico-chemical desalination technologies, but do provide water storage options and habitat. The biological removal processes in the different CW flow types were negatively impacted by the winter season, but were not impacted by concentrations of the biocides glutaraldehyde and DBNPA that are relevant in practice. For optimal pre-treatment, a hybrid-CW, consisting of an initial VSSF-CW followed by an OW-CW and HSSF-CW is recommended. Future research should focus on integrating the hybrid-CW with a desalination technology, e.g. reverse osmosis, electrodialysis or capacitive ionization, to produce water that meets the requirements for use as cooling water and allow the reuse of CTW in the cooling tower itself.

    Nestelmogelijkheden voor solitaire bijen in bodems van bloemrijke bermen : Een vergelijkend onderzoek tussen ingezaaide en niet-ingezaaide bermen in de gemeente Sint Anthonis
    Sanders, Dianne ; Groot, Arjen de; Goedhart, Paul W. ; Dimmers, Wim J. ; Kats, Ruud van; Scheper, Jeroen A. ; Roessink, Ivo - \ 2020
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 3019) - 35
    Er zijn sterke aanwijzingen dat zowel de aantallen als de soortendiversiteit van bestuivers de laatste decennia sterk achteruit zijn gegaan. Een speerpunt van de Nationale Bijenstrategie is het verbeteren van het leefgebied van wilde bijen en andere bestuivers. De meeste initiatieven om leefgebied voor wilde bijen te creëren, richten zich op het aanleggen van een bloemrijke vegetatie. Belangrijk voor wilde bijen is echter dat naast voldoende voedsel ook voldoende geschikte nestlocaties aanwezig zijn. De bekende bijenhotels helpen daarbij, maar het overgrote deel van de Nederlandse wilde bijensoorten nestelt ondergronds. Nestgelegenheid voor deze bodemnestelende bijen kan o.a. worden gecreëerd door zogenaamde nestelhoopjes of nesteldijkjes vorm te geven, maar dergelijke maatregelen zijn lang niet overal mogelijk. Een voorbeeld zijn de wegbermen, waar relatief makkelijk meer bloemaanbod te genereren is, maar gezien de verkeersveiligheid minder ruimte is voor het creëren van kale bodem of taluds. Onduidelijk is in hoeverre bloemrijke grasstroken, zoals deze wegbermen, al functioneren als nestlocatie voor wilde bijen en hoe deze potentiële functie verder kan worden bevorderd. In het voorliggende onderzoek is die vraag nader onderzocht door gedurende twee jaren in wegbermen met en zonder ingezaaide bloemranden de aanwezigheid van bodemnestelende bijen te inventariseren.
    Klimaatverandering treft gewas-gerelateerde wilde soorten in Nederland
    Treuren, Rob van - \ 2020
    Gebruik en behoud van bronpopulaties van wilde bomen en struiken
    Copini, Paul - \ 2020
    Virussen vóór zijn
    Poel, W.H.M. van der - \ 2020
    Wageningen University & Research
    Door globalisering en verstedelijking kunnen ziekten die van dieren op mensen overgaan, zich sneller verspreiden. Vroege detectie kan levens redden. Daarom sporen Wageningse virologen samen met dierenartsen zo snel mogelijk potentiële ziekteverwekkers op bij wilde dieren en vee. De onderzoekers ontrafelen de genetische opmaak van virussen om de risico’s te bepalen en vaccins te kunnen ontwikkelen. Met vakgenoten wereldwijd wisselen ze expertise uit om nieuwe bedreigingen voor te zijn.
    Hoogste tijd om honingbijen te beschermen
    Blacquiere, T. - \ 2020
    Bijenhouden 14 (2020)1. - ISSN 1877-9786 - p. 4 - 7.
    Er zijn zo’n 360 bijensoorten inheems in Nederland. Niet al die 360 kunnen ook nog werkelijk worden aangetroffen buiten opgeprikte verzamelingen, want vele zijn bedreigd. De honingbij (Apis mellifera) is ook een bedreigde inheemse soort. Veel natuurbeschermers en imkers denken hier anders over, maar het is precies wat de auteurs van een recent artikel betogen, en met goede argumenten. Zij doen bovendien suggesties hoe je wilde honingbijen zou kunnen beschermen. Hier beschrijf ik in grote lijnen de inhoud van het artikel van Requier et al., 2019.
    Risicoanalyse voor introductie van hoog pathogene aviaire influenza in de Nederlandse commerciële pluimveehouderij
    Germeraad, E.A. ; Beerens, N. ; Slaterus, R. ; Elbers, A.R.W. - \ 2020
    Lelystad : Wageningen Bioveterinary Research - 24
    Dit is de vierde risicoanalyse (sinds de start in september 2018) voor de introductie van hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) op Nederlandse commerciële pluimveehouderijen uitgevoerd in januari 2020 door de WOT Besmettelijke Dierziekten, met ondersteuning van de Nederlandse Voedsel en Waren autoriteit (NVWA), Avined en Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland (SOVON). Dit rapport is vervaardigd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het doel van dit rapport is het bundelen van de aanwezige informatie over de aanwezigheid van HPAI in commerciële pluimveebedrijven en wilde vogels, op basis hiervan wordt een kwalitatieve risicoanalyse voor de introductie van HPAI op commerciële pluimveebedrijven uitgevoerd. Dit rapport geeft een overzicht van de HPAI infecties die werden gerapporteerd tussen 1 april 2019 en 20 januari 2020.
    Leven met wilde natuur
    Buscher, Bram - \ 2020

    Wereldwijd komen wilde dieren op veel plekken in het nauw. Hun leefgebied slinkt door oprukkende menselijke bewoning, land- en mijnbouw en industrialisatie. Wageningse wetenschappers doen veldonderzoek naar oplossingen om mens en dier beter samen te leren leven. Ze stellen vast dat we meer natuur kunnen behouden wanneer we afscheid nemen van ongelimiteerde economische groei. Hoe denk jij dat we de natuur het beste kunnen beschermen?

    RK Kerk Bennekom opent de deuren voor wilde bijen
    Ottburg, F.G.W.A. ; Noordijk, J. ; Roessink, I. - \ 2019
    Wageningen University & Research (Kennisimpuls bestuivers 2018-8) - 14 p.
    Inrichting en beheer voor wilde bijen van Struytse Zeedijk en Vestingwallen Westzijde in gemeente Hellevoetsluis
    Ottburg, F.G.W.A. ; Roessink, I. - \ 2019
    Wageningen : Wageningen University & Research (Kennisimpuls bestuivers 2019-1) - 18 p.
    Natuurinclusieve maatregelen voor wilde bestuivers
    Scheper, J.A. - \ 2019
    Wageningen Environmental Research (Kennisimpuls bestuivers 2019-6) - 9 p.
    Wilde bijen op kano peddels
    Ottburg, F.G.W.A. ; Lammertsma, D.R. - \ 2019
    Wageningen University & Research (Bijenhelpdesk Casus 2019-4) - 9 p.
    Kansen voor wilde bijen in vogelparadijs Avifauna
    Ottburg, F.G.W.A. ; Lammertsma, D.R. - \ 2019
    Wageningen University & Research (Bijenhelpdesk Casus 2019-3) - 12 p.
    Biomassa voor de circulaire economie : Alles wat je wilde weten over biomassa maar nooit durfde te vragen
    Groenestijn, Johan van; Harmsen, Paulien ; Bos, Harriëtte - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Food & Biobased Research (Groene grondstoffen 23) - ISBN 9789463439541 - 100
    biobased economy - biomassa - bio-energie - verwerking - chemische technologie - diervoeding - compost - biobased economy - biomass - bioenergy - processing - chemical technology - animal nutrition - composts
    Nederland en de meeste andere landen willen het gebruik van koolstofhoudende fossiele grondstoffen zoals aardolie, steenkool en aardgas verminderen. De twee belangrijkste motivaties hiervoor zijn de klimaatproblematiek en de eindigheid van de voorraden van deze grondstoffen. Het gebruik van fossiele brandstoffen en kunststoffen die gemaakt zijn uit fossiele grondstoffen verandert het klimaat doordat na verbranding of na biologische afbraak koolstofdioxide vrijkomt dat zich ophoopt in de atmosfeer en daar het broeikaseffect versterkt. Een atmosfeer met een verhoogd gehalte aan koolstofdioxide houdt de warmte beter vast en verhoogt daardoor de temperatuur van de atmosfeer, zoals een broeikas dat doet. Sinds het jaar 1750, het begin van de industriële revolutie, is de koolstofdioxideconcentratie met 48% toegenomen en veel klimatologen gaan er vanuit dat dat de hoofdoorzaak is van de eveneens toegenomen temperatuur op aarde. Volgens hen zal deze temperatuursverhoging leiden tot een stijging van de zeespiegel en extremer weer (stormen, droogte, overstromingen).
    Mogen vieze schoonmaakdoekjes bij de gewone was?
    Zwietering, Marcel - \ 2019
    Een burger is geen nobele wilde: een pleidooi voor productieve conflicten in een polycentrische samenleving
    Duineveld, Martijn - \ 2019
    Garnalenkweek zet muizenstapjes richting duurzaamheid
    Wiegertjes, Geert - \ 2019
    garnaal

    Belgen zijn verzot op garnalen, en dat is duidelijk te merken aan de winkelrekken. Die bieden de consument een ruim aanbod, van de eigen noordzeegarnaal tot diverse tropische variëteiten. Die laatste worden steeds vaker gekweekt in plaats van op zee gevangen. Op zich een goede zaak, want vele garnalenpopulaties zijn overbevist. Alleen moet er dan wel werk gemaakt worden van duurzame kweekmethodes.

    Ooit gold de garnaal als eten voor arme mensen in de kuststreek. Maar zodra het grote publiek de smaak van garnalen te pakken kreeg, is de vraag alleen maar blijven stijgen. Net als het aanbod trouwens, uitgebreid met een gamma aan tropische garnalen uit Azië of Latijns-Amerika. Die tropische garnalen worden steeds vaker gekweekt in plaats van op zee gevangen. Hoewel de kweek in aquacultuur op commerciële schaal relatief nieuw is, groeit de sector sterk, aangedreven door onze niet te stillen zin in garnalen.

    Anno 2019 komt zo’n 55 procent van alle tropische garnalen uit kweekvijvers, een percentage dat alleen maar zal toenemen, want de vangst op zee stagneert al meer dan een decennium. De populaties wilde garnalen in vele tropische zeeën zijn overbevist, wat maakt dat aquacultuur in deze zeker een duurzaam alternatief kan bieden.

    Controle over het leven van een kweekgarnaal

    Garnalen kweken biedt wel degelijk voordelen in vergelijking met garnalen vangen op zee. “Kwaliteitscontrole en traceerbaarheid zijn er daar twee van”, zegt professor Geert Wiegertjes, hoofd van de onderzoeksgroep Aquacultuur en Visserij van Wageningen Universiteit. “Over garnalen die op zee gevangen werden, weet je nagenoeg niets. Hoe en in welke omstandigheden heeft dat dier geleefd? Wat zit er precies in die garnaal? Dat is anders voor gekweekte garnalen, want daar heeft men een perfect overzicht van geboorte tot eindproduct. Dat geeft dan ook een beter beeld van hoe gezond een garnaal precies is.”

    De mate van duurzaamheid hangt af van hoe de kweek plaatsvindt. “Als je in een ecosysteem op zee dieren vangt, en de populaties de kans geeft zich te herstellen, dan is daar niet veel mis mee”, verduidelijk professor Wiegertjes.

    “Alleen is er wel zoiets als een maximum aan garnalen (of andere zeedieren) dat je op een duurzame manier kan vangen. Als er meer gevist wordt, zullen populaties zich niet herstellen. Dat maximum hangt onder andere af van de snelheid waarmee een soort zich voortplant en de gezondheid van het ecosysteem in kwestie. Maar globaal genomen is dat maximum al een tijdje bereikt. Toch kan je niet zwart op wit stellen dat kweek op zich duurzamer is. Aquacultuur kan net zo goed destructief voor het milieu zijn. Het kappen van mangrovebossen voor garnalenkweek is een goed voorbeeld van een foute aanpak."

    Explosieve groei ten koste van het milieu

    De kweek van garnalen – zowel in zoet als zout water – kent een lange traditie in Azië, maar het was pas in de jaren zeventig dat aquacultuur doorbrak op commerciële schaal en uitgroeide tot een belangrijke economische sector. Het kweken van garnalen en vis in aquacultuur werd door overheden en ontwikkelingsorganisaties gestimuleerd als middel tegen armoede. Aquacultuur bleek een relatief goedkope en eenvoudige manier om huishoudens een bron van voedsel en inkomsten te bieden.

    Aan de opmars van de garnalenkweek hing echter een hoog prijskaartje, meer bepaald voor het milieu. Vooral in Azië heeft de explosieve groei van de oppervlakte aan kweekvijvers stevig ingehakt op de mangrovebossen in de kustregio’s. De garnalenkweek zou in maar liefst 40 procent van de gevallen rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van mangrovebossen. Net die mangrovebossen zijn enorm waardevolle ecosystemen op de grens van land en zee. Het verdwijnen ervan heeft negatieve effecten op de rest van het maritieme milieu. Voor heel wat vissen en andere zeedieren zijn mangrovebossen essentieel als paaiplaatsen waar ze paren en eieren leggen.

    Mangrovebossen werken bovendien als een soort filter die slib vanop het land vasthouden en op die manier water zuiveren. Daarnaast vormen de bossen een soort buffer die kustregio’s beschermt tegen erosie, stormen en overstromingen.

    De intensivering van de kweek betekent dat men veel meer garnalen op kleine oppervlaktes houdt. Die hoge densiteit maakt garnalen gevoelig voor ziektes, wat leidt tot overmatig antibioticagebruik in de kweek. Uitwerpselen van garnalen, onverteerd voer, chemicaliën en antibioticaresiduen verzamelen zich op de bodem van kweekvijvers. Vaak kuisen kwekers dit slib wel uit, maar wordt het gedumpt zodat de toxische mix alsnog in het water terecht komt.

    Stapjes richting duurzamere kweek

    Gelukkig groeit het besef dat een andere aanpak nodig is. De onderzoeksgroep Aquacultuur en Visserij van Wageningen Universiteit heeft onderzoeksprogramma’s over aquacultuur lopen in verschillende Aziatische landen. “Voor kleinere telers is ecologische intensivering een optie”, zegt professor Wielertjes. “Tropische garnalen eten van nature plankton, niet het voer dat telers hen geven. Door de gezondheid van vijvers te verbeteren, komt er meer plankton in het water en zal de garnaal sneller groeien. Die ecologische intensivering is voor kleinere telers een eenvoudige manier om op duurzame manier hun productie te verhogen.”

    Die kleinere telers richten zich evenwel meestal op de lokale markt. Het zijn dan ook niet hun garnalen, maar wel die van de grote producenten die we doorgaans in onze winkelrekken vinden. Ook daar lijkt een omslag naar meer duurzame kweekmethodes ingezet, deels uit eigenbelang. De explosieve, ongecontroleerde groei van intensieve garnalenkweek in Azië, maar ook in Latijns-Amerika zorgde voor heel wat ziektes, vaak met desastreuze gevolgen voor de sector. Vooral virale ziektes richtten ware ravages aan. Thailand bijvoorbeeld, na China het land met de hoogste productie gekweekte garnalen, werd in 2011 getroffen door een nieuwe infectie, het early morality syndrome, dat de opbrengst van de sector met 40 procent deed dalen.

    Daarom dat de industrie kijkt naar kweeksystemen die meer controle over de keten bieden. “Met recirculatiesystemen kan dat”, weet professor Wiegertjes. “Natuurlijk blijft het de vraag of het een goed idee is om garnalen in een dergelijke dichtheid te kweken. Maar dergelijke systemen recycleren hun water, en gaan efficiënter om met energie. Ook is er meer controle over de afvalstromen, de mest van de garnalen, zeg maar. Garnalen geteeld in een dergelijk systeem kan je gerust een stuk duurzamer noemen."

    Garnalen op een plantaardig dieet

    Hergebruik van water is maar een voorbeeld van nieuwe methodes die de ecologische voetafdruk van de garnalenkweek kunnen verminderen. Ook op vlak van voeding valt er vooruitgang te boeken. Nu krijgen garnalen vaak nog vismeel voorgeschoteld, maar gezien de precaire toestand van vele visbestanden en de groei van aquacultuur is die praktijk niet houdbaar. Daarom dat men zoekt naar plantaardige alternatieven.

    Sojameel is een optie, maar dat bevat een aantal chemische stoffen zoals saponinen die de spijsvertering van sojameel bemoeilijken. Nieuwe bewerkingstechnieken slagen er echter steeds beter in om deze stoffen uit soja te filteren, zodat garnalen voer op basis van soja beter verteren. Ook algen en insecten zijn mogelijke alternatieven voor vismeel, al ligt de kostprijs nog te hoog.

    Naast waterverbruik en voer kan de druk van ziektes en plagen anders aangepakt worden. Vaak zijn het vogels die zieke exemplaren oppikken uit kweekvijvers en zo pathogenen verspreiden via hun uitwerpselen. Het kweken van garnalen in overdekte vijvers of in serres kan dit voorkomen. Verder helpt een minder hoge densiteit van garnalen de gezondheid van een kweeksysteem, net als polycultuur, waarbij garnalen kweekvijvers delen met vissoorten zoals de tilapia of de bandeng. In Thailand – een koploper op vlak van het verduurzamen van aquacultuur – lopen kleinschalige projecten waarbij mangrovebossen hersteld worden om tegelijk de waterkwaliteit van de kweekvijvers te verbeteren.

    Garnalenkweek in België

    Ook bij ons wordt er geëxperimenteerd met de kweek van tropische garnalen. In België kweekt het bedrijf Crevetec tropische garnalen en ontwikkelt tegelijk nieuwe kweekmethodes en voer voor een meer duurzame kweek. Maar aan het kweken van noordzeegarnalen heeft zich echter tot nu toe nog niemand gewaagd, want het blijft veel eenvoudiger ze op zee te vissen. Wel voerde het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) een onderzoek uit naar het potentieel van de kweek. Een geheel nieuw terrein, want het kweken van noordzeegarnalen in aquacultuur lijkt in niets op dat van tropische garnalen, waarvoor wel al heel wat expertise bestaat.

    In tegenstelling tot sommige tropische soorten zoals de tijgergarnaal lijdt de noordzeegarnaal niet onder overbevissing. De populatie is gezond, hoewel er niet veel natuurlijke slikken en schorren – de paaiplaatsen van de garnaal – overblijven aan de kust. Het helpt dat garnalen een erg korte levenscyclus hebben en dat dat populaties zich makkelijk herstellen. Daarom dat de EU geen quota voor garnalen oplegt. De soort mag vrij bevist worden, en naar schatting 15 tot 55 procent van het garnalenbestand in de gehele Noordzee wordt bovengehaald.

    Vraag naar levende noordzeegarnalen

    Om ecologische redenen hoeft het dus niet, de kweek van noordzeegarnalen. Het onderzoek naar de mogelijkheid van garnalen in aquacultuur kwam er in de eerste plaats vanuit een economische logica, laat Daan Delbare, hoofd van de Onderzoeksgroep Aquacultuur bij ILVO via mail weten. “Er is vraag naar grote, levende noordzeegarnalen. Culinair bieden die meer mogelijkheden dan gekookte garnalen. Men kan ze immers bakken of frituren, of zelfs rauw serveren.”

    “Alleen voldoet de visserij vandaag niet aan die vraag”, aldus Delbare. “Grote garnalen maken slechts 2 procent uit van de vangst. Levende garnalen worden enkel uit de laatste sleep van een vangst gehaald, iets wat manueel dient te gebeuren. Men moet de garnaal van vangst tot klant in leven houden en dat is een enorm arbeidsintensief proces.”

    Het lijkt dus mogelijk om noordzeegarnalen te telen in aquacultuur, al zijn er nog wat obstakels. “Een groot probleem is het kannibalisme onder de noordzeegarnaal. Die is eigenlijk een omnivoor, maar met een voorkeur voor dierlijke voeding, zoals wormen en onvolgroeide zeedieren. Maar ook kleinere soortgenoten staan op het menu, en dat is lastig voor telers. Ook aan de precieze samenstelling van een optimaal dieet voor de noordzeegarnalen moet nog gesleuteld worden."

    Duidelijke labels voor duurzame garnalen

    De kweek van noordzeegarnalen is dus nog niet voor morgen. “Maar tropische garnalen worden wel steeds meer in aquacultuur geteeld. De laatste vijf jaar is de productie met zo’n 20 procent gestegen, terwijl de vangst op zee stagneert. Hoewel de mistoestanden in de sector zeker nog niet verdwenen zijn, lijkt de trend naar een meer ecologisch verantwoorde kweek ingezet”, aldus professor Wiegertjes. “Produceren enkel om maar zoveel mogelijk te produceren, daar is men ook in Azië van af aan het stappen. In de gehele sector vinden meer duurzame teeltmethodes ingang zoals recirculatiesystemen die water zuiveren en hergebruiken.”

    Voor consumenten die duurzame keuzes willen maken bieden labels een houvast. Voor vangst op zee is er het Maritime Stewardship Council label (MSC), en naar analogie werd er in 2012 ook een Aquaculture Stewardship Council label (ASC) in het leven geroepen. Een goede zaak, vindt Wiegertjes. “In Nederland bijvoorbeeld is er een supermarktketen die enkel nog aquacultuurproducten met dat label aanbiedt. Dat soort keuzes maakt een groot verschil. Er is een maatschappelijke tendens die duurzaamheid belangrijk vindt en daar meer voor wil betalen. Alleen zet zich dat nog niet altijd door in koopgedrag. Maar ik denk wel dat deze trend aan belang zal winnen in de toekomst."

    Wilde koffieplanten verdwijnen, en daarmee straks ook ons bakje troost
    Anten, Niels - \ 2019

    Het zijn niet de bonen waarmee wij koffie zetten, maar de wilde soorten zijn wel belangrijk voor het behoud ervan. Maar nooit eerder was de situatie van wilde koffiesoorten penibeler.

    De Wilde Ruimte met Anna
    Wamelink, Wieger - \ 2019

    Wat moeten kolonisten eten in de ruimte? Dat is de vraag waarmee Wieger Wamelink van de Universiteit Wageningen zich bezighoudt. Hij kweekt aardappelen op maangrond en maakt groente geschikt voor groei buiten de aarde.

    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.