Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 100 / 276

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018 van Nederland : status en trends van soorten
    Kleunen, A. van; Roomen, M. van; Winden, E. van; Hornman, M. ; Boele, A. ; Kampichler, C. ; Zoetebier, D. ; Sierdsema, H. ; Turnhout, C. van - \ 2020
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 172) - 72
    In dit rapport wordt verslag gedaan van de bepaling van de statusinformatie van vogels in Nederland voor Annex B van de Vogelrichtlijnrapportage 2013-2018. De rapportage wordt zes-jaarlijks uitgevoerd als verplichting onder de Europese Vogelrichtlijn (Artikel 12). Behalve een algemene rapportage moet ook specifieke informatie over de populatiestatus van alle broedvogels en een set van doortrekkende of overwinterende vogelpopulaties worden ingevuld: populatieschattingen, aantalsontwikkeling, verspreidings(veranderingen), drukfactoren, bedreigingen en beschermingsmaatregelen. In dit rapport worden de werkwijze en resultaten van de Nederlandse Vogelrichtlijnrapportage gegeven voor het Annex B deel: status en trends van soorten, exclusief de onderdelen 6 en 10.---This report describes the determination of the status information on bird species in the Netherlands for the Annex B part of the Birds Directive Report 2013–2018. These reports are prepared every six years under Article 12 of the EU Birds Directive. Besides the General Report, specific information also has to be provided on the population status of all breeding birds and a set of migrating and wintering bird populations: population size and trends, distribution and trend, and pressures, threats and conservation measures. This report explains the methods used and results obtained for the Netherlands Birds Directive Report for the Annex B part: Status and trends of species, excluding sections 6 and 10.
    Monitoring van het voor vogels oogstbare voedselaanbod in de kombergingen van het Pinkegat en Zoutkamperlaag : rapportage tot en met monitoringjaar 2019
    Ens, Bruno J. ; Troost, Karin ; Winden, Erik van; Schekkerman, Hans ; Rappoldt, Kees ; Kessel, Jos van; Nienhuis, Jeroen - \ 2020
    Nijmegen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (Sovon-rapport 2020/25) - 77
    ‘Paaiende vissen zijn een mooi proof of principle’
    Leeuw, Joep de - \ 2019
    Biodiversiteit in de Zuidwestelijke Delta
    Schaminée, J.H.J. ; Janssen, J.A.M. ; Kwak, R. ; Litjens, G.J.J.M. ; Mulder, J.P.M. ; Roels, B. ; Smith, S.R. ; Walles, B. ; Winden, A. van; Winter, H.V. ; Ysebaert, T. - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2942) - 330
    Biodiversiteit in de Zuidwestelijke Delta offers an evidence-based, historic reference for nature in the South-western Delta of the Netherlands, in the period before the Delta Works. It describes the trends over the last century in bird populations, sea mammals, anadrome fishes, marine benthos, vascular plants and plant communities, as well as the major underlying processes. It is concluded that hardly any species has disappeared, whereas quite a number of new species have arrived. However, the new-comers are generalists, while indicators of the estuarine environment are under stress. Important changes are: a decline in estuarine habitat for plants and animals, a large decrease of tidal dynamics, a disappearance of gradients between saline and freshwater environment, and a severe loss of connectivity between the different water bodies. The construction polders over time has caused a direct loss of intertidal habitat. For a sustainable future the availability of sediment and estuarine dynamics are prerequisites.
    Visdieven in het IJsselmeergebied: broedplaatskeuze en broedsucces in een wetland met weinig dynamiek
    Winden, Jan van der; Dirksen, S. ; Doodeman, Debby ; Hogeweg, Niels ; Horssen, Peter van; Kelder, Leon ; Tulp, I.Y.M. ; Poot, Martin - \ 2019
    Limosa 92 (2019)2. - ISSN 0024-3620 - p. 49 - 64.
    Visdieven broeden op kale open pionierbiotopen in visrijke zoete en zoute wateren. De voormalige Zuiderzee bood een ideaal leefgebied voor deze
    vogelsoort dankzij de peilschommelingen, zoutinvloed en omvangrijke vispopulaties als voedselbron. Sinds de afsluiting van de Zuiderzee door de
    Afsluitdijk is een zoetwatersysteem ontstaan met weinig dynamiek en harde oevers. Het natuurbeleid in het IJsselmeer is mede gericht op behoud
    van soorten van dynamische biotopen. De vraag doet zich voor of het mogelijk is om Visdieven duurzaam een plek te geven in dit merengebied. Sinds 1990 is informatie over de ecologie van Visdieven verzameld die goed bruikbaar blijkt te zijn om het beschermingsbeleid van een wetland-systeem
    met een ingedamde dynamiek te evalueren.
    Baby's first bites: a randomized controlled trial to assess the effects of vegetable-exposure and sensitive feeding on vegetable acceptance, eating behavior and weight gain in infants and toddlers
    Veek, S.M.C. van der; Graaf, C. de; Vries, J.H.M. de; Jager, G. ; Vereijken, C.M.J.L. ; Weenen, H. ; Winden, N. van; Vliet, M.S. van; Schultink, J.M. ; Wild, V.W.T. de; Janssen, S. ; Mesman, J. - \ 2019
    BMC Pediatrics 19 (2019)1. - ISSN 1471-2431 - 1 p.
    Complementary feeding - Infant - Responsive feeding - Self-regulation of energy intake - Toddler - Vegetable exposure - Vegetables

    BACKGROUND: The start of complementary feeding in infancy plays an essential role in promoting healthy eating habits. Evidence shows that it is important what infants are offered during this first introduction of solid foods: e.g. starting exclusively with vegetables is more successful for vegetable acceptance than starting with fruits. How infants are introduced to solid foods also matters: if parents are sensitive and responsive to infant cues during feeding, this may promote self-regulation of energy intake and a healthy weight. However, the effectiveness of the what and the how of complementary feeding has never been experimentally tested in the same study. In the current project the what and how (and their combination) are tested in one study to determine their relative importance for fostering vegetable acceptance and self-regulation of energy intake in infants. METHODS: A four-arm randomized controlled trial (Baby's First Bites (BFB)) was designed for 240 first-time Dutch mothers and their infants, 60 per arm. In this trial, we compare the effectiveness of (a) a vegetable-exposure intervention focusing on the what in complementary feeding; (b) a sensitive feeding intervention focusing on the how in complementary feeding, (c) a combined intervention focusing on the what and how in complementary feeding; (d) an attention-control group. All mothers participate in five sessions spread over the first year of eating solid foods (child age 4-16 months). Primary outcomes are vegetable consumption, vegetable liking and self-regulation of energy intake. Secondary outcomes are child eating behaviors, child anthropometrics and maternal feeding behavior. Outcomes are assessed before, during and directly after the interventions (child age 18 months), and when children are 24 and 36 months old. DISCUSSION: The outcomes are expected to assess the impact of the interventions and provide new insights into the mechanisms underlying the development of vegetable acceptance, self-regulation and healthy eating patterns in infants and toddlers, as well as the prevention of overweight. The results may be used to improve current dietary advice given to parents of their young children on complementary feeding. TRIAL REGISTRATION: The trial was retrospectively registered during inclusion of participants at the Netherlands National Trial Register (identifier NTR6572 ) and at ClinicalTrials.gov ( NCT03348176 ). Protocol issue date: 1 April 2018; version number 1.

    Wildsporenonderzoek in de Achterhoek: Na een stortbui vind je niks meer
    Grift, E.A. van der - \ 2019

    Het is wat lastig door de winden regen van de afgelopen dagen, maar toch vinden de studenten Vera en Ellamae op drie plekken in de zandstrook bij Vorden de pootafdrukken van een ree. Elke week komen ze om te onderzoeken hoeveel dieren de provinciale weg oversteken. Ze werken mee aan een groot onderzoek om aanrijdingen met wild terug te dringen.

    Monitoring van het voor vogels oogstbare voedselaanbod in de kombergingen van het Pinkegat en Zoutkamperlaag : rapportage t/m monitoringjaar 2018
    Ens, Bruno J. ; Meer, Jaap van der; Troost, Karin ; Winden, Erik van; Schekkerman, Hans ; Rappoldt, Kees - \ 2019
    Nijmegen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (Sovon-rapport 2019/22) - 82
    Advies over correcties en bijstellingen van Natura 2000-doelen : Achtergronddocument bij het rapport Advies over de Natura 2000 doelensystematiek en Natura 2000-doelen
    Kleunen, A. van; Roomen, M. van; Janssen, J.A.M. ; Kuiters, A.T. ; Winden, E. van; Boele, A. ; Schmidt, A.M. ; Vreeswijk, T. van - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2779C) - 233
    n dit rapport is onderzocht of de Natura 2000-doelen op landelijk en gebiedsniveau gecorrigeerd en/of bijgesteld moeten worden. Enerzijds betreffen het bijstellingen op basis van de veranderingen die hebben plaatsgevonden tussen 2006 en 2015 onder invloed van nieuwe vestiging van soorten of herintroducties, anderzijds betreffen het correcties op basis van voortschrijdend inzicht, nieuwe kennis en verbeterde informatie. Op basis van de actueelste informatie en kennis zijn de Natura 2000-doelen voor de vogelsoorten van de Vogelrichtlijn en habitattypen (Annex I) en soorten (Annex II) van de Habitatrichtlijn geëvalueerd. Advies wordt gegeven over het bijstellen en corrigeren van de Natura 2000-doelen landelijk en op gebiedsniveau.
    Herziening spieringadvisering
    Hammen, T. van der; Winden, J. van der; Kraan, M. ; Tulp, I. - \ 2017
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C101/17) - 65
    Het huidige spieringprotocol voor de openstelling van de visserij op spiering in het IJsselmeer en Markermeer-IJmeer dateert uit 1997 en is herzien in 2007. Het ministerie van LNV heeft aan WMR gevraagd om een advies over de herziening van het huidige afwegingskader (protocol). In 2013 is ook geprobeerd het protocol aan te passen, waarbij is geadviseerd om dit te doen door middel van een ecosysteemmodel (Osmose). Het model bleek niet uitvoerbaar omdat niet alle hiervoor benodigde gegevens en kennis aanwezig was. Om die reden is er nu een meer pragmatische en eenvoudiger aanpak toegepast.
    Impact on bird fauna of a non-native oyster expanding into blue mussel beds in the Dutch Wadden Sea
    Waser, Andreas M. ; Deuzeman, Symen ; Kangeri, Arno K.W. ; Winden, Erik van; Postma, Jelle ; Boer, Peter de; Meer, Jaap van der; Ens, Bruno J. - \ 2016
    Biological Conservation 202 (2016). - ISSN 0006-3207 - p. 39 - 49.
    Crassotrea gigas - Habitat complexity - Mytilus edulis - Oyster reef - Shorebirds - Species distribution

    Intertidal mussel beds are important for intertidal ecosystems, because they feature a high taxonomic diversity and abundance of benthic organisms and are important foraging grounds for many avian species. After the introduction of the Pacific oyster (Crassostrea gigas) into the European Wadden Sea, many mussel beds developed into oyster dominated bivalve beds. Despite the fact that oysters have been colonizing many European intertidal areas for about two decades, their impact on the ecosystem is still poorly understood. Here, we investigated the impact of oysters on the condition of mussels and on the spatial distribution of birds on 18 bivalve beds with different grades of oyster occurrence throughout the Dutch Wadden Sea. Moreover, in comparing bird densities on bivalve beds with densities expected on the total intertidal area, we could detect which species exhibit a preference for the structured habitat. Overall, 50 different bird species were observed on the beds, of which about half regularly frequent intertidal flats. Most of these species showed a preference for bivalve beds. The condition of mussels decreased with the oyster dominance, whereas the majority of bird species was not affected by the oyster occurrence. However, three of the four species that were negatively affected depend on intertidal mussels as food source. Even though the Pacific oyster is a nonnative species, attempts to fight it may do more harm to avian biodiversity than good.

    Real time operational support in young stock rearing
    Ipema, A.H. ; Mol, R.M. de; Hogewerf, P.H. ; Prins, Bram ; Sijbrandij, Fedde ; Winden, R.P.J. ; Hanenberg, M.J.A. ; Jorritsma, R. - \ 2015
    In: Precision Livestock Farming 2015 - Papers Presented at the 7th European Conference on Precision Livestock Farming, ECPLF 2015. - Milan : Precision Livestock Farming '15 - ISBN 9788890975325 - p. 301 - 308.
    The aim of the Dutch Smart Dairy Farming project is to develop decision support models for operational support in farm management. This project started in 2012 and involves collaboration between several institutions and companies in the dairy chain. The project has three focus areas: animal health, fertility and feeding. The objective of the 'animal health' focus area is to optimise young stock rearing as a basis for extending the life of cows. Lowering the annual replacement rate, which is currently about 30%, has a significant positive impact on financial results. The main objectives of this young stock rearing project were to develop state-of-the-art tools which would help the farmer to optimise growth and development of young stock. Milk feeders and water drinkers combined with weighing scales were used for data collection at individual calf level. Daily data about milk intake, milk feeder visits, water intake and body weight were used to build detection models that generate alerts when measured values deviate and indicate a possible health problem. Body weight measurements were also used to determine the growth rate of a calf and to produce an alert if this deviated too much from a desired growth rate. All alerts were translated into messages with work instructions for the farmer. Weekly feedback from the farmer indicated that almost 60% of the messages were correct. It is suggested that the large number of wrong messages (false positives) can be reduced by applying more advanced analysis techniques.
    Application of multivariate analysis of sensor data for the detection of metabolic disorders in dairy cows
    Mol, R.M. de; Troost, Mirjam ; Sterk, A. ; Winden, R. van; Jorritsma, R. ; Sijbrandij, F.D. ; Hennes, N. ; Lankhorst, E.J. ; Hogewerf, P.H. - \ 2015
    In: Precision Livestock Farming 2015 - Papers Presented at the 7th European Conference on Precision Livestock Farming, ECPLF 2015. - Milan : Precision Livestock Farming '15 - ISBN 9788890975325 - p. 341 - 350.
    Klimaatverandering en natuur : een verkenning van risico’s, kansen en aangrijpingspunten voor klimaatadaptatiebeleid
    Braakhekke, W.G. ; Berendse, F. ; Jong, M.J. de; Kreveld, A. ; Winden, A. van - \ 2014
    Bureau Stroming - 120
    klimaatverandering - ecosystemen - flora - fauna - migratie - biodiversiteit - inventarisaties - climatic change - ecosystems - flora - fauna - migration - biodiversity - inventories
    In 2016 zal het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de Nationale Adaptatie Strategie presenteren. Daarin wordt voor verschillende thema’s aangegeven hoe Nederland zich het beste kan voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. In deze rapportage brengen Stroming en Wageningen Universiteit, in opdracht van Kennis voor Klimaat, de belangrijkste risico’s, kansen en kwetsbaarheden rond het thema natuur samen.
    Economic feasibility of an innovative, welfare and environmental friendly dairy husbandry system
    Winden, R.P.J. ; Giesen, G.W.J. ; Antonissen, H. ; Bos, A.P. ; Groot Koerkamp, P.W.G. - \ 2014
    ThegoalfortheDutchdairyproductionsectoristoproduceinintegratedsustainable productionsystemsthatinvolveeconomic,environmental,animalwelfareandsocietal aspects.TheKwatrijn dairy cow husbandry system was developed by entrepreneurs, Wageningen UR and farmers. The Kwatrijn concept incorporates integratedsolutions to achieve ahigher levelofanimalwelfare,loweremissions of ammoniaandimprovedintegrationofthebarninthelandscape.The measures include the segregation (keep urine and feces separated directly after excretion) of urine and feces,more spaceper cow,improvedfloorfunctionalityand newbarndesign.This research addresses the question how to segregate feces and urine (design study) and to assess the economic performance of Kwatrijn as compared to a traditional farm (modeling study). Thereflexiveinteractive designapproachwasusedtodesignand evaluate a system thatsegregatesurine andfeces inadairy barn. Design steps included 1) make a functionanalysis, 2) set stakeholderrequirementsforthedairyfarmer,dairycowandtheenvironment based (with literature), 3) identify workingprinciples (with patentsearchandliterature), 4) make complete designs concepts, 5) evaluate concepts (against requirements by experts).AneconomicsimulationmodelinExcelwas developed and usedtoassess theeconomicfeasibilityofaKwatrijndairyfarmwithamilkquotaof1,1 Mkg, and compared against aconventionaldairyfarm. Assumptions regarding herdperformance,variablecostsandfixedcosts were based on Dutch standards, and were included in a sensitivity analysis. The four designs for a urine and feces removing system were: 1) a simple low emitting floor above a slurry pit, with scraper to put urine and feces through trenches (as reference), 2) an advanced concreteprofiledfloorwithslopesthat quickly drain theurinethrough holes intodrainpipesunderneath to transport urine to a storage – an autonomous vehicle scoops up the feces, 3) as 2) but with a a v-shaped floor underneath for the transport of the urine, and 4) a porous top floor that drains off urine with a v-shaped closed floor underneath – an autonomous vehicle scoops and sucks up the feces. The four designs were respectively evaluated with 3.2, 4.1, 4.3, and 4.4 (scale 1-5). Evaluation criteria were soundlevel,technicallifetime,laborrequirements, energy usage, urineremoval efficiency, frictioncoefficientandroughness ofthefloor, ammonia emission. Thenetfarmincomefrom the operation of Kwatrijn wasapproximately€10.000.-lower than for the conventional farm.Thiswas partly caused by higherfixed
    Ecologische gegevens van vogels voor Standaard Gegevensformulieren Vogelrichtlijngebieden
    Kleunen, A. van; Roomen, M. ; Bremer, L. van den; Lemaire, A.J.J. ; Vergeer, J.W. ; Winden, E. van - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 2) - 163
    vogelrichtlijn - habitats - gegevens verzamelen - natura 2000 - nederland - birds directive - habitats - data collection - natura 2000 - netherlands
    In dit rapport wordt verslag gedaan van de ecologische beoordeling van Vogelrichtlijngebieden voor de vogels voor de Standaard Gegevensformulieren. Na een beschrijving van de gevolgde werkwijze om de populatie, behoudsstatus, isolatie en algemene beoordeling te bepalen, worden in tabelvorm per soort voor alle relevante Vogelrichtlijngebieden de beoordelingen gepresenteerd
    Progress Report Open Course Programme Wageningen UR, 2011 : subsidie rapportage Regeling praktijkleren en groene plus, verplichting nr. 140008726
    Hijweege, W.L. ; Dorp, M. van; Voskuil, P. ; Winden, W. van - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Centre for Development Innovation (Report / Centre for Development Innovation Wageningen UR no. CDI-12-013) - 17
    Annually, the Wageningen UR open course programme for mid-career professionals provides some six hundred individuals with the opportunity to update their competencies and insights. EL&I co-finances this course programme with the aim to maintain close linkages with international policy priorities and to support course innovation and development. This report provides an overview of the outputs over 2011 in relation to the commitment number 140008726. Due to a budget reduction in the Netherlands Fellowship Programme total participant numbers were lower compared to previous years. Yet the demand driven programme was highly successful with approximately four hundred and fifty participants from some 23 courses. Individual course developments are indicated, giving specific attention to the four new courses and the annex provides the conclusions of a study exploring new course models and partnership development with our Southern partner organisations.
    Black Terns Chlidonias niger and their dietary problems in Dutch wetlands
    Beintema, A.J. ; Winden, J. van der; Baarspul, T. ; Krijger, J.P. ; Oers, K. van; Keller, M. - \ 2010
    Ardea 98 (2010)3. - ISSN 0373-2266 - p. 365 - 372.
    Black Terns Chlidonias niger have shown a decrease of well over 90% as a breeding bird in The Netherlands during the twentieth century. Two hypotheses have been put forward for this decline: the disappearance of the floating plant Water Soldier Stratiotes aloides, which used to be the favourite nesting substrate of the terns, and a decrease of available insect food for the chicks, notably dragonflies. Both effects are attributed to eutrophication of surface waters. Reproductive bottlenecks vary greatly among areas and habitats. In river landscapes, no signs of food shortage could be found, and loss of nesting substrate has been successfully compensated for by offering artificial nest rafts. Extremely low fledging success in moors and in lowland grasslands is caused by food problems. In this case, artificial rafts are less successful. With decreased insect availability, fish and earthworms have become more important in the chicks' diet, but these are less reliable as a food source. Fledging success greatly depends on the amount of fish in the diet. Also, a minimum amount of fish is always needed to cover the calcium need of the chicks. In north-eastern Poland, there were no problems with either nesting places or food for the chicks.
    Aantalontwikkelingen van wadvogels in de Nederlandse Waddenzee in 1990-2008 : verschillen tussen oost en west (themanummer Waddenzee)
    Ens, B.J. ; Winden, E.A.J. ; Turnhout, C.A.M. van; Roomen, M.W.J. van; Smit, C.J. ; Jansen, J.M. - \ 2010
    Limosa 82 (2010)3/4. - ISSN 0024-3620 - p. 100 - 112.
    vogels - kustgebieden - wadden - waadvogels - birds - coastal areas - tidal flats - waders
    In het begin van de jaren negentig werd de Waddenzee getroffen door de grote schelpdiercrisis. Droogvallende mosselbanken verdwenen bijna allemaal en de kokkelbestanden bereikten een historisch dieptepunt. Sindsdien zijn de schelpdierbestanden op de droogvallende platen beter beschermd en heeft ook herstel plaatsgevonden. Je zou verwachten dat dit doorwerkt in de aantallen wadvogels die de Waddenzee bevolken. Maar is dat ook zo?. Een bijdrage van SOVON en IMARES
    Doortrekkende en overwinterende ganzen in Nederland
    Koffijberg, K. ; Beekman, J. ; Cottaar, F.J.H. ; Ebbinge, B.S. ; Jeugd, H. van der; Nienhuis, J.G. ; Tanger, D. ; Voslamber, B. ; Winden, E. van - \ 2010
    De Levende Natuur 111 (2010)1. - ISSN 0024-1520 - p. 3 - 9.
    ganzen - overwintering - populatie-ecologie - monitoring - zoögeografie - nederland - geese - overwintering - population ecology - monitoring - zoogeography - netherlands
    Nergens anders in Europa vinden we zulke grote aantallen ganzen als in Nederland. Zachte winters en de combinatie van geschikte voedselbronnen en veilige slaapplaatsen maken van Nederland een ideaal winterverblijf. Hoewel ganzen de naam hebben traditioneel te zijn, blijken ze flexibel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Aan de hand van de landelijke ganzentellingen wordt in deze bijdrage getoond hoe de verschillende populaties zich hebben ontwikkeld en wordt er ingegaan op de internationale context waarin dat is gebeurd. Een eerste bijdrage in een themanummer "Ganzen in Nederland en Vlaanderen"
    Evaluatie Opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten. Deelrapport 10. Hebben overwinterende ganzen invloed op de weidevogelstand?
    Kleijn, D. ; Winden, E. van; Goedhart, P.W. ; Teunissen, W. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1771) - 43
    ganzen - biologische mededinging - interacties - populatiedynamica - ecologische verstoring - overwintering - nederland - weidevogels - geese - biological competition - interactions - population dynamics - ecological disturbance - overwintering - netherlands - grassland birds
    Dit rapport richt zich op de vraag of de sterk toegenomen dichtheden ganzen in bepaalde gebieden mede verantwoordelijk kunnen zijn voor de achteruitgang van de weidevogels ter plekke. Gebruik makend van data verzameld in de periode 1990-2005 in het kader van het weidevogelmeetnet en de watervogeltellingen in ganzentelgebieden werd onderzocht in hoeverre gebieden met hoge dichtheden ganzen overlappen met gebieden met hoge dichtheden weidevogels. De effecten van hoge dichtheden overwinterende ganzen op in Nederland broedende weidevogels lijken verwaarloosbaar of positief. Resultaten van onderzoek van SOVON en Alterra
    Evaluatie Opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten. Deelrapport 12. Effecten van grootte, vorm en ligging van ganzenfoerageergebieden op de opvangcapaciteit
    Jeugd, H.P. van der; Nienhuis, J. ; Roodbergen, M. ; Winden, E. van - \ 2008
    Beek-Ubbergen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (SOVON-onderzoeksrapport 2008/21) - 36
    ganzen - overwintering - foerageren - wildbeheer - gebieden - oppervlakte (areaal) - natuurbeheer - geese - overwintering - foraging - wildlife management - areas - acreage - nature management
    Vanaf 2005 zijn in Nederland foerageergebieden aangewezen waarin ganzen worden geconcentreerd teneinde schade aan landbouwgewassen buiten deze gebieden te verminderen. Binnen de foerageergebieden wordt zo veel mogelijk rust en voldoende voedsel aangeboden, buiten deze gebieden worden ganzen verjaagd, al dan niet ondersteund door afschot. De randen van de aangewezen foerageergebieden zijn soms grillig en rafelig, en binnen de aangewezen foerageergebieden kunnen enclaves voorkomen omdat individuele boeren niet meedoen aan de regeling. Dit leidt mogelijk tot een niet optimaal gebruik van de foerageergebieden door ganzen. Daarom is de opvangcapaciteit in relatie tot de grootte, de vorm en de ligging van de foerageergebieden onderzocht.
    Evaluatie Opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten. Deelrapport 5. Invloed opvangbeleid op de verspreiding van overwinterende ganzen en smienten binnen Nederland
    Jeugd, H.P. van der; Winden, E. van; Koffijberg, K. - \ 2008
    Beek-Ubbergen : SOVON Vogelonderzoek Nederland (SOVON-onderzoeksrapport 2008/20) - 55 p.
    ganzen - branta - verspreiding - overwintering - wildbeheer - landbouwgrond - beweidingsschade - geese - branta - dispersal - overwintering - wildlife management - agricultural land - browsing damage
    De toenemende schade aan landbouwgewassen die de foeragerende vogels veroorzaken waren aanleiding om nieuw beleid te ontwikkelen ten aanzien van de opvang van de overwinterende populaties. In deze studie wordt onderzocht hoe de populatie overwinterende ganzen en smienten zich heeft ontwikkeld sinds de invoering van het nieuwe beleid en in hoeverre van de aangewezen foerageergebieden en natuurgebieden gebruik wordt gemaakt. Gedurende drie evaluatiewinters bevond 57 tot 60% van de in Nederland overwinterende ganzen en Smienten populaties zich binnen foerageeren natuurgebied. Daarmee is de doelstelling van het beleid vrijwel alle vogels op te vangen nog niet gehaald.
    Malic acid production by Saccharomyces cerevisiae: engineering of pyruvate carbosylation, oxaloacetate reduction and malate export
    Zelle, R.M. ; Hulster, E. de; Winden, W.A. van; Waard, P. de; Dijkema, C. ; Winkler, A.A. ; Geertman, J.M.A. - \ 2008
    Applied and Environmental Microbiology 74 (2008)9. - ISSN 0099-2240 - p. 2766 - 2777.
    metabolic-flux analysis - aspergillus-flavus - chemostat cultures - alcoholic fermentation - carbon metabolism - escherichia-coli - organic-acids - mdh2 isozyme - yeast - glucose
    Malic acid is a potential biomass-derivable "building block" for chemical synthesis. Since wild-type Saccharomyces cerevisiae strains produce only low levels of malate, metabolic engineering is required to achieve efficient malate production with this yeast. A promising pathway for malate production from glucose proceeds via carboxylation of pyruvate, followed by reduction of oxaloacetate to malate. This redox- and ATP-neutral, CO2-fixing pathway has a theoretical maximum yield of 2 mol malate (mol glucose)¿1. A previously engineered glucose-tolerant, C2-independent pyruvate decarboxylase-negative S. cerevisiae strain was used as the platform to evaluate the impact of individual and combined introduction of three genetic modifications: (i) overexpression of the native pyruvate carboxylase encoded by PYC2, (ii) high-level expression of an allele of the MDH3 gene, of which the encoded malate dehydrogenase was retargeted to the cytosol by deletion of the C-terminal peroxisomal targeting sequence, and (iii) functional expression of the Schizosaccharomyces pombe malate transporter gene SpMAE1. While single or double modifications improved malate production, the highest malate yields and titers were obtained with the simultaneous introduction of all three modifications. In glucose-grown batch cultures, the resulting engineered strain produced malate at titers of up to 59 g liter¿1 at a malate yield of 0.42 mol (mol glucose)¿1. Metabolic flux analysis showed that metabolite labeling patterns observed upon nuclear magnetic resonance analyses of cultures grown on 13C-labeled glucose were consistent with the envisaged nonoxidative, fermentative pathway for malate production. The engineered strains still produced substantial amounts of pyruvate, indicating that the pathway efficiency can be further improved
    Trendinformatie en referentiewaarden voor Nederlandse kustvogels
    Aarts, B.G.W. ; Bremer, L. van den; Winden, E.A.J. ; Zoetebier, T.K.G. ; WOT Natuur & Milieu, - \ 2008
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 79) - 108
    vogels - ecologie - natuurbescherming - referentienormen - tendensen - kustgebieden - noordzee - waddenzee - wadden - oosterschelde - westerschelde - grevelingen - voordelta - birds - ecology - nature conservation - reference standards - trends - coastal areas - north sea - wadden sea - tidal flats - eastern scheldt - western scheldt - grevelingen - voordelta
    In dit rapport worden trends en referentiewaarden gepresenteerd voor het voorkomen van een selectie van kenmerkende vogelsoorten in een aantal Natura 2000-gebieden aan de Nederlandse kust. Het betreft de Waddenzee (totaal en delen daarvan), Noordzeekustzone, Voordelta, Oosterschelde, Westerschelde, Grevelingen, evenals het totaal over de laatste drie gebieden. De gegevens worden apart gepresenteerd voor broedvogels en voor niet-broedvogels (wintervogels, watervogels). Het betreft grotendeels soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd voor één of meer Natura 2000-gebieden. De informatie bestaat uit aantallen en trends over een zo lang mogelijke periode (veelal vanaf medio jaren zeventig), een toelichting daarop, en onderbouwde referentiewaarden. In toelichtende teksten wordt per vogelsoort de huidige toestand beschreven, worden de ecologische randvoorwaarden voor het voorkomen van de soort aangegeven en worden de gepresenteerde trends nader verklaard met mogelijke redenen voor toe- of afname.Trefwoorden: Natura 2000, vogels, trends, referenties, Wadden, Delta, Noordzee, kust, natuur, ecologie
    The Effect of Low-Density Broiler Breeder Diets on Performance and Immune Status of their Offspring
    Enting, H. ; Boersma, W.J.A. ; Cornelissen, J.B.W.J. ; Winden, S.C.L. van; Verstegen, M.W.A. ; Aar, P.J. van de - \ 2007
    Poultry Science 86 (2007). - ISSN 0032-5791 - p. 282 - 290.
    low-protein diets - egg weight - feed conversion - age - growth - stress - fat - parameters - mortality - chickens
    Effects of low-density broiler breeder diets on offspring performance and mortality were studied using 2,100 female and 210 male Cobb 500 breeders. Breeder treatments involved 4 experimental groups and a control group with normal density diets (ND, 2,600 kcal of AME/kg during rearing and 2,800 kcal of AME/kg during laying). In treatment 2, nutrient densities were decreased by 12% (LD12) and 11% (LD11) during the rearing and laying periods, respectively, whereas in treatment 3, nutrient densities were decreased by 23% (LD23) and 21% (LD21) during the rearing and laying periods, respectively. The nutrient density in these treatments was decreased through inclusion of palm kernel meal, wheat bran, wheat gluten feed, and sunflower seed meal in the diets. Treatment 4 included diets with the same nutrient densities as in treatment 2 but included oats and sugar beet pulp (LD12OP and LD11OP). In treatment 5, the same low-density diet was given to the breeders as in treatment 2 during the rearing period, but it was followed by a normal density diet during the laying period (LD12-ND). Treatments were applied from 4 to 60 wk of age. On low-density diets, offspring showed an increased 1-d-old weight. As compared with offspring of breeders that received ND, the d 38 live weight of chickens from 29-wk-old breeders fed LD11 was improved. Mortality was reduced in offspring from 60-wk-old parent stock given low-density diets. The IgM titers in 35-d-old offspring from eggs with a lower-than-average weight were reduced when 29-wk-old broiler breeders were fed low-density diets. In offspring from eggs with a higher-than-average weight from 60-wk-old parent stock given LD11 or LD21 diets, IgM titers were higher compared with ND. It was concluded that low-density broiler breeder diets can improve offspring growth rates, reduce mortality, and reduce or increase immune responses, depending on breeder age and egg weight.
    Regionale biologische landbouw; Deel 9 : Hoe de molens draaien
    Stobbelaar, D.J. - \ 2007
    Ekoland 27 (2007)3. - ISSN 0926-9142 - p. 31 - 33.
    biologische landbouw - molens - graanmolens - handel - organic farming - mills - flour mills - trade
    Reportage over een aantal molens in Nederland. Zij malen (biologisch) graan en verkopen meel en kunnen daarbij een belangrijke intermediaire rol spelen tussen regionale aanbieders en kopers. Beschrijving van molen 'De Vlijt' in Wageningen, 'De Vier Winden' in Vragender (Achterhoek) en 'De Hoop' in Oud-Zevenaar
    Populatieomvang van ganzen en Smienten en verspreiding binnen Nederland : ontwikkeling in populatieomvang op relevant flyway niveau en verdeling over Nederland, met name binnen en buiten opvanggebieden - Seizoen 2005/2006
    Bommel, F.P.J. van; Ebbinge, B.S. ; Kwak, R.G.M. ; Jeugd, H.J. ; Winden, E. van; Roomen, M. - \ 2006
    Wageningen : Alterra - 92
    vogels - ganzen - populatiedynamica - inventarisaties - agrarisch natuurbeheer - birds - geese - population dynamics - inventories - agri-environment schemes
    Het Beleidskader Faunabeheer richt zich op de opvang van ganzen en Smienten in foerageergebieden. Met behulp van flankerende verjaging worden de beleidskadersoorten geconcentreerd in foerageergebieden. Ter evaluatie van het opvangbeleid is gekeken of er een negatieve invloed bestaat op de aantallen overwinteraars, en daarnaast of deze te concentreren zijn in foerageergebieden. Uitspraken over de internationale aantalsontwikkeling zijn gezien de onvolledigheid van IWC gegevens niet mogelijk. Landelijke trends van Smient, Kolgans en Grauwe gans zijn respectievelijk; stabiel, matige toename en sterke toename. In het seizoen 2005/2006 werd 44% van de ganzen en 13% van de Smienten opgevangen, daarnaast verbleven achtereenvolgens nog eens 20% en 45% in natuurgebieden. Hoewel het percentage overwinteraars dat zich binnen de foerageergebieden bevond hoger was dan in het voorgaande seizoen, is het verschil niet significant. Onderzoek van Alterra met SOVON
    Fast fuelling but light flight in Broad-billed Sandpipers Limicola falcinellus: Stopover ecology at a final take-off site in spring (Sivash, Ukraine)
    Verkuil, Y. ; Have, T.M. van der; Winden, J. van der; Keijl, G.O. ; Ruiters, P.S. ; Koolhaas, A. ; Dekinga, A. ; Chernichko, I.I. - \ 2006
    Ibis 148 (2006)2. - ISSN 0019-1019 - p. 211 - 220.
    northward migrating waders - optimal fat loads - western sandpipers - wadden sea - semipalmated sandpipers - body condition - calidris - birds - mass - populations
    We studied phenology, staging time and refuelling in Broad-billed Sandpipers Limicola falcinellus stopping over during spring migration in the Sivash (Black Sea, Ukraine) in May 1991¿94. In the study area, peak staging numbers of 2000¿2500 individuals occurred in the third week of May. In May 1993, 460 birds were marked with a yellow dye and 126 of these were colour-ringed. Before 28 May no departure of birds dyed yellow could be detected; by 3 June all birds had departed. Colour-ringed adults in mid May 1993 staged for a minimum of 8.2 days. After the observed departure of large flocks (24 May and later) the staging time of colour-ringed birds decreased significantly with body mass at the time of capture. Of birds mist-netted in 1991¿94, 99.3% were in full summer plumage and 89% were adults. In second-year birds, fuel deposition rate (measured between individuals) was 0.44 g/day. In adults caught from early May to 24 May, overall fuel deposition rate was 1.04 g/day (3.4% of lean body mass). Mean adult body mass in early May was 34.8 g, increasing to 45.5 g after 24 May. Estimated body mass at departure was 51 g. Departure body mass and flight range estimates suggest that although birds refuelled quickly, fuel loads are only just sufficient for an unbroken flight to Scandinavia and the Kola Peninsula. We suggest that Broad-billed Sandpipers use the Sivash as a crucial final take-off stopover site, and that they follow a 'jumping' migration strategy, performed under narrow time constraints.
    Trends van benthivore watervogels in de Nederlandse Waddenzee 1975-2002: grote verschillen tussen schelpdiereneters en wormeneters
    Roomen, M.W.J. van; Turnhout, C. van; Winden, E. van; Koks, B. ; Goedhart, P.W. ; Leopold, M.F. ; Smit, C. - \ 2005
    Limosa 78 (2005)1. - ISSN 0024-3620 - p. 21 - 38.
    vogels - populatie-ecologie - schaal- en schelpdierenvisserij - wadden - birds - population ecology - shellfish fisheries - tidal flats
    Onlangs werden de effecten van grootschalige schelpdiervisserij op het ecosysteem onderzocht. Uit één van de rapporten blijkt, dat de samenstelling en het sediment en als gevolg daarvan de bodemfauna zijn veranderd, mede door toedoen van de schelpdiervisserij. Van diverse voorkomende vogels, zoals: Bergeend, Eider, Scholekster, Kluut, Bontbekplevier, Zilverplevier, KanoetDrieteenstrandloper, Bonte Standloper, Rosse Grutto, Wulp, Zwarte Ruiter, Tureluur, Groenpootruiter, Steenloper, Kokmeeuw, Stormmeeuw en Zilvermeeuw wordt hun ontwikkeling de afgelopen decennia kort geschetst
    Kwaliteitseisen aan foerageergebieden van purperreigers in veeweiden
    Krijgsveld, K.L. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Bergh, L.M.J. van den; Winden, J. van der - \ 2004
    Culemborg : Waardenburgh (Rapport / Bureau Waardenburg nr. 03-242) - 60
    ardea purpurea - bescherming - foerageren - voedingsgedrag - predatie - voedselkwaliteit - graslanden - nederland - veenweiden - ardea purpurea - protection - foraging - feeding behaviour - predation - food quality - grasslands - netherlands - peat grasslands
    Hoewel de kwaliteit van het moeras een beperkende factor is, wordt het belangrijkste foerageergebied in Nederland in de huidige situatie gevormd door het veenweidegebied, waaronder een zeer aanzienlijk deel regulier agrarisch gebied. De kwaliteit van het veenweidegebied als foerageergebied is afgenomen, waarbij de volgende factoren als belangrijkste knelpunten worden genoemd: afname van het oppervlak veenweidegebied (o.a. infrastructurele inrichting), ongunstige waterhuishouding (o.a. tegennatuurlijk waterpeil), afname van het aantal sloten en dwarssloten (dempen), isolatie tussen polders en hoofdwatersystemen waardoor vismigratie belemmerd wordt, en de toegenomen verstoring onder andere door recreatie in het buitengebied. Over de aard en omvang van deze knelpunten zijn nauwelijks kwantitatieve gegevens beschikbaar
    Changes in the feed intake, pH and osmolality of rumen fluid, and the position of the abomasum of eight dairy cows during a diet-induced left displacement of the abomasum
    Winden, S.C.L. van; Brattinga, C.R. ; Muller, K.E. ; Schonewille, J.T. ; Noordhuizen, J.P.T.M. ; Beynen, A.C. - \ 2004
    Veterinary Record 154 (2004)16. - ISSN 0042-4900 - p. 501 - 504.
    metabolic-disorders - risk-factors - cattle - parturition - milk
    During the last six weeks of the dry period, eight Holstein-Friesian cows were fed a restricted amount of grass silage; after calving, a mixture of maize silage and concentrates was offered in a feeding regimen designed to induce a displacement of the abomasum. In the first month after calving, the cows were monitored for the following variables: feed intake and composition, milk production, the position of the abomasum, and the pH and osmolality of the rumen contents. In five of the eight cows, a left displacement of the abomasum occurred between four and 21 days after calving in the absence of other diseases. The displacement was temporary, lasting between five and 36 consecutive hours and one or two days in two of the cows (floaters), and for three or more days in the other three. Before these three cows developed the displacement, their abomasum was 4.3 to 7.9 cm higher, its contents had a higher mean osmolality (+19.2 mosmol/kg), and the ratio of roughage to concentrates in their feed was lower (-0-87) than in the three cows that did not develop clinical signs of a displaced abomasum. There were no significant differences in these variables between the floaters and the healthy cows
    In hoeverre kan de aanwijzing van foerageergebieden voor ganzen en smienten het functioneren van vogelrichtlijngebieden schaden?
    Beintema, A.J. ; Winden, E. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1238) - 49
    vogels - ganzen - foerageren - richtlijnen (directives) - wildbescherming - wildbeheer - nederland - birds - geese - foraging - directives - wildlife conservation - wildlife management - netherlands
    De aanwijzing van foerageergebieden voor ganzen en smienten kan consequenties hebben voor het functioneren van Vogelrichtlijngebieden die zijn aangewezen op grond van het voorkomen van ganzen en smienten, als in en rond die Vogelrichtlijngebieden onvoldoende opvang wordt gerealiseerd. Het kan dan zijn dat vogels op grond waarvan het Vogelrichtlijngebied is aangewezen of begrensd, uit de omgeving verjaagd gaan worden (Voor telgegevens is gebruik gemaakt van de database van SOVON, m.u.v. de gegevens van Zeeland)
    Langjarige trends in aantallen wadvogels, in relatie tot de kokkelvisserij en het gevoerde beleid in deze; eindverslag EVA II (evaluatie schelpdiervisserij tweede fase) deelproject C2
    Leopold, M.F. ; Smit, C.J. ; Goedhart, P.W. ; Roomen, M.W.J. van; Winden, A.J. van; Turnhout, C. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (SOVON-onderzoeksrapport 2004/07) - 165
    vogels - populatiedynamica - schaal- en schelpdierenvisserij - cardiidae - beleid - milieueffect - voedingsgedrag - nederland - waddenzee - birds - population dynamics - shellfish fisheries - cardiidae - policy - environmental impact - feeding behaviour - netherlands - wadden sea
    Dit rapport beschrijft een analyse van de resultaten van circa 30 jaar hoogwater-vogeltellingen in de Waddenzee, tegen de achtergrond van de mechanische kokkelvisserij in dit gebied en het gevoerde beleid in deze, met name het sluiten van grote gebieden voor deze visserij in 1993. Deze maatregel heeft niet het gewenste effect gehad. De aantallen van de schelpdieretende soorten (Scholekster, Kanoet, Eidereend en Zilvermeeuw) zijn teruggelopen, die van de Scholekster nog het hardst in de gesloten gebieden (maar die van Kanoeten het hardst in de open gebieden). Hier staat een algemene toename van wormen-etende soorten wadvogels tegenover, die het sterkst is geweest in de open en gemengde gebieden. Meer succes lijken de meer recente, aanvullende gebiedssluitingen van 1998 te hebben gehad. Hierbij werden vooral rijke delen van het wad, waar zich mosselbanken begonnen te ontwikkelen, gesloten. Juist deze rijke delen bleken voor allerlei wadvogels, (schelpdier-eters, wormen-eters en ook vogels met een meer gemengd dieet) van groot belang en hier werden merendeels positieve ontwikkelingen in de aantallen gevonden.
    Serum separation and structure of depletion- and bridging-flocculated emulsions: a comparison
    Blijdenstein, T.B.J. ; Winden, A.J.M. van; Vliet, T. van; Aken, G.A. van - \ 2004
    Colloids and Surfaces. A: Physicochemical and Engineering Aspects 245 (2004)1-3. - ISSN 0927-7757 - p. 41 - 48.
    in-water emulsions - protein-stabilized emulsion - beta-lactoglobulin - polysaccharide - suspensions - carrageenan - interfaces - polymers - behavior - rheology
    Stability against demixing, rheology and microstructure of emulsions that were flocculated by depletion or bridging were compared. Flocculation by depletion and bridging was induced by addition of the polysaccharide carboxy-methylcellulose (CMC) to emulsions that were stabilised by ß-lactoglobulin (ß-lg) at pH 6.7 and 3.0, respectively. Depletion-flocculated emulsions generally have a lower initial demixing rates than bridging-flocculated emulsions, but after long times they are compressed to a higher oil content by gravity. Differences in the initial demixing rate are shown to be caused by differences in porosity between the gels. In bridging-flocculated emulsions, large irreversible flocs are formed by flow during mixing, resulting in larger permeability than in depletion-flocculated emulsions. Rheological measurements showed that bridging-flocculated emulsions could withstand larger stresses than depletion-flocculated emulsions. Greater network strength and a lower probability of rearrangements explain why bridging-flocculation systems can retain more water at longer times. Keywords: Emulsions; Depletion; Bridging; Structure; Serum separation
    Left displacement of the abomasum in dairy cattle: recent developments in epidemiological and etiological aspects
    Winden, S.C.L. van; Kuiper, R. - \ 2003
    Veterinary Research 34 (2003)1. - ISSN 0928-4249 - p. 47 - 56.
    test day milk - risk-factors - holstein cows - postpartum disorders - genetic-parameters - health disorders - bovine abomasum - energy-balance - motility - herds
    The research with respect to displacement of the abomasum (DA) in dairy cattle is reviewed. Evaluated articles describe epidemiological and experimental studies. The occurrence is elevated with regard to breed, gender, age, concurrent diseases, environmental aspects and production levels as contributing factors and emphasis is placed on the effects of nutrition and metabolism. Reviewing the experimental work, distinction is made between the research into gas production in the abomasum and hypomotility of the abomasum, since both represent presumed pathways in the development of DA. Although the different fields of research have positive contributions to the understanding of the pathogenesis of DA, contradictions in the different studies are present. This is partly due to extrapolation of results from sheep to cows, or because of a low number of cows in the experiments. Finally, general suggestions are made for further research in the field of the pathogenesis of DA.
    Moerasvogels op peil; moerasvogels houden is moerassen behouden
    Arts, G.H.P. ; Belgers, D. ; Huiskes, R. ; Lammertsma, D.R. ; Kwak, R.G.M. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Schotman, A.G.M. ; Beemster, N. ; Winden, J. van der; Krijgsveld, K. - \ 2003
    Wageningen : Alterra - 12
    watervogels - vogels - habitats - moerassen - wetlands - waterfowl - birds - habitats - marshes - wetlands
    In het kader van het onderzoek aan Moerasvogels heeft Alterra met partners een serie van 6 rapporten uitgebracht onder de titel "moerasvogels op peil". Veel moerasvogelpopulaties staan onder druk
    Habitat use and diet selection of northward migrating waders in the Sivash (Ukraine): the use of brine shrimp Artemia salina in a variably saline lagoon complex.
    Verkuil, Y. ; Have, T.M. van der; Winden, J. van der; Chernichko, I.I. - \ 2003
    Ardea 91 (2003)1. - ISSN 0373-2266 - p. 71 - 83.
    dunlins calidris-alpina - wadden sea - functional-response - foraging behavior - banc-darguin - mono-lake - prey - food - shorebird - mudflats
    Wader species migrating through the Sivash (Ukraine) use hypersaline and brackish lagoons. We studied the use of the two habitat types, and focused on the profitability of Brine Shrimp Artemia salina, prey species in hypersaline lagoons for Dunlins Calidris alpina, Curlew Sandpipers Calidris ferruginea and Broad-billed Sandpipers Limicola falcinellus (although the latter was abundant in the brackish habitat only). Colour-marked Dunlins restricted feeding to the lagoon type in which they were initially captured. Dunlins and Curlew Sandpipers fed in areas where Brine Shrimps were of average size (0.23-0.34 mg AFDM). Artemia intake may be restricted by the visual foraging mode, as during rain and twilight pecking rates decreased to 45.9-76.8% of values measured during dry periods in full daylight. Feeding activities were higher in hypersaline than in brackish lagoon (84.6 and 69.0%, respectively). Broad-billed Sandpipers feeding on Artemia had longer handling times (0.87 s prey(-1)) than Dunlins and Curlew Sandpipers (0.58 and 0.54 s prey(-1)), which performed surface tension transport (STT) of prey in their pointed, thin bills. There were no differences in body mass increases in Dunlins in hypersaline and brackish lagoons. In Broad-billed Sandpipers, catching results suggest an increase in body mass in the brackish lagoon only. Supported by intake rate-based calculations of potential mass gain rates, we conclude that Brine Shrimp can form a profitable prey for Dunlins and for Curlew Sandpipers, but apparently not for Broad-billed Sandpipers.
    Treedt er stuwing op tijdens nachtelijke seizoenstrek van vogels over de Afsluitdijk? Veldonderzoek naar hoogteverdelingen en horizontale gradiënten
    Poot, M.J.M. ; Winden, J. van der; Schekkerman, H. ; Lieshout, S.M.J. van; Dirksen, S. - \ 2002
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 02-005) - 75 p.
    ecologie - fauna - ornithologie - vogeltrek - Afsluitdijk - IJsselmeer - fauna
    Deelstudie ornithologie MER interprovinciaal windpark Afsluitdijk; vogelgegevens ten behoeve van Vogelrichtlijnbeoordeling
    Dirksen, S. ; Spaans, A. ; Winden, J. van der - \ 2001
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-074) - 17 p.
    broedvogels - ecologie - fauna - ornithologie - watervogels - windmolenpark - Friesland - Noord-Holland - Afsluitdijk - Waddenzee - IJsselmeer - fauna
    Deelstudie ornithologie MER interprovinciaal windpark Afsluitdijk; aanvullende rapportage: beoordeling effecten drie alternatieven uit ontwerpronde voorjaar 2001
    Dirksen, S. ; Spaans, A. ; Winden, J. van der - \ 2001
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-059) - 32 p.
    broedvogels - ecologie - fauna - ornithologie - trekvogels - watervogels - windmolenpark - Friesland - Noord-Holland - Afsluitdijk - Waddenzee - IJsselmeer - fauna
    Effect van mist op vogelvlieggedrag bij het windpark Eemmeerdijk; zijn er aanwijzingen voor verhoogde aanvaringsrisico's?
    Poot, M.J.M. ; Tulp, I. ; Schekkerman, H. ; Bergh, L.J.M. van den; Winden, J. van der - \ 2001
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 01-072)
    ecologie - natuurbescherming - ornithologie - vogelbescherming - watervogels - windmolenpark - Flevoland
    Quick scan: mogelijke effecten op vogels van het Multi Megawatt Testpark in de Wieringermeer
    Poot, M.J.M. ; Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der - \ 2000
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 00-015) - 26 p.
    The effects of offshore windfarms on birds
    Winden, J. van der; Schekkerman, H. ; Tulp, I. ; Dirksen, S. - \ 2000
    In: Technische Eingriffe in marine Lebensräume; Workshop des Budesamtes für Naturschutz, Internationale Naturschutzakademie Insel Vilm, 27.-29. Oktober 1999. Bonn (Germany), BfN, 2000. BfN-Skripten 29 / Merck, T., von Nordheim, H., - p. 126 - 135.
    Nocturnal flight altitudes of waders flying to and from high tide roosts
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Dirksen, S. - \ 1999
    Bulletin / Wader Study Group 90 (1999). - ISSN 0260-3799 - p. 7 - 7.
    Deelstudie Ornithologie MER Interprovinciaal Windpark Afsluitdijk; aanvullende notitie: beoordeling effecten alternatief CH & Partners
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der - \ 1999
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 99.92) - 13 p.
    Deelstudie Ornithologie MER Interprovinciaal Windpark Afsluitdijk; aanvullende notitie: effecten van vier alternatieven
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der - \ 1999
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 99.57) - 21 p.
    Heischrale graslanden op het infanterieschietkamp Harskamp - branden als natuurbeheersmaatregel
    Haveman, R. ; Dijk, W. van; Winden, P.A.M. van - \ 1999
    Stratiotes 18 (1999). - ISSN 0928-2297 - p. 3 - 9.
    Nocturnal collision risks of local wintering birds with wind turbines in wetlands
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Dirksen, S. - \ 1999
    Bremer Beiträge für Naturkunde und Naturschutz Band 4 (1999). - p. 33 - 38.
    Deelstudie Ornithologie MER Interprovinciaal Windpark Afsluitdijk
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Tulp, I. ; Verboom, B. ; Lensink, R. ; Jonkers, D.A. ; Haterd, R.J.W. van der; Dirksen, S. - \ 1999
    Unknown Publisher - 218 p.
    Nachtelijke vliegbewegingen van zee-eenden bij het windpark Tuno Knob in de Oostzee
    Tulp, I. ; Schekkerman, H. ; Larsen, J.K. ; Winden, J. van der; Haterd, R.J.W. van de; Horssen, P. van; Dirksen, S. ; Spaans, A.L. - \ 1999
    Unknown Publisher - 85 p.
    Nachtelijke vliegbewegingen van duikeenden, ganzen en lepelaars in en rond Pampushaven
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Bergh, L.M.J. van den; Tulp, I. ; Dirksen, S. - \ 1998
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 98.030) - 49 p.
    Vogelhinder door windturbines. Landelijk onderzoekprogrammma, deel 4: nachtelijke vliegbewegingen en vlieghoogtes van vogels langs de Afsluitdijk
    Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Lensink, R. ; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. - \ 1998
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 98.015)
    Vogelhinder door windturbines. Landelijk onderzoekprogramma, deel 5: nachtelijke vliegpatronen en vlieghoogtes van getijdentrek van steltlopers langs de Friese Waddenkust
    Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. - \ 1998
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 98.066) - 55 p.
    Slaaptrek van zwarte sterns en visdieven in de omgeving van de windturbine op de sluizen van Den Oever
    Dirksen, S. ; Schekkerman, H. ; Winden, J. van der; Poot, M.J.M. ; Lensink, R. ; Bergh, L.M.J. van den; Spaans, A.L. - \ 1998
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 98.057) - 39 p.
    Nocturnal collision risks of birds with wind turbines in tidal and semi-offshore areas
    Dirksen, S. ; Winden, J. van der; Spaans, A.L. - \ 1998
    In: Wind energy and landscape / Ratto, C.F., Solari, G., Rotterdam : Balkema - p. 99 - 108.
    Nachtelijke vliegpatronen en vlieghoogtes van duikeenden in het IJsselmeergebied
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Bergh, L.M.J. van den - \ 1998
    Limosa 71 (1998)2. - ISSN 0024-3620 - p. 57 - 68.
    zwemmen - zoölogie - migratie - invasie - aythya - flevoland - swimming - zoology - migration - invasion - aythya - flevoland
    Windturbines en vogels: hoe hiermee om te gaan?
    Spaans, A.L. ; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. ; Winden, J. van der - \ 1998
    De Levende Natuur 99 (1998)3. - ISSN 0024-1520 - p. 115 - 121.
    dieren - populatiedichtheid - populatie-ecologie - mortaliteit - populatiegroei - vogels - energie - nuttig gebruik - windenergie - motoren - wind - animals - population density - population ecology - mortality - population growth - birds - energy - utilization - wind power - engines - wind
    Nachtelijke aanvaringskansen van vogels met windturbines in getijden- en semi-offshore gebieden
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Dirksen, S. - \ 1997
    In: Conferentieboek Nederlandse Duurzame Energieconferentie, Ede, 17-18 november 1997 Duurzame Energie Federatie - p. 212 - 213.
    Vogelhinder door windturbines. Landelijk onderzoekprogramma, deel 3: nachtelijke vlieghoogtemetingen van getijdentrek in het Deltagebied
    Winden, J. van der; Spaans, A.L. ; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. - \ 1997
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 97.27) - 73 p.
    Vogelhinder door windturbines; landelijk onderzoekprogramma. Deel 2: Nachtelijke vlieghoogtemetingen van duikeenden in het IJsselmeergebied
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Bergh, L.M.J. van den - \ 1996
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 96.18) - 68 p.
    Nachtelijke trek en vlieghoogtes van steltlopers in het voorjaar over de noordelijke havendam van IJmuiden
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der - \ 1996
    Sula 10 (1996)4. - p. 129 - 142.
    Nachtelijke vliegbewegingen van duikeenden bij het windpark Lely in het IJsselmeer
    Winden, J. van der; Dirksen, S. ; Bergh, L.M.J. van den; Spaans, A.L. - \ 1996
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 96.34)
    Nachtelijke vliegbewegingen van watervogels rond het Oosterscheldebekken
    Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. - \ 1996
    Sterna 41 (1996)1. - ISSN 0039-1247 - p. 2 - 8.
    Genetic analysis of inheritance of partial resistance to Fusarium oxysporum in Asiatic hybrids of lily using RAPD markers
    Straathof, Th.P. ; Tuyl, J.M. van; Dekker, B. ; Winden, M.J.M. van; Sandbrink, J.M. - \ 1996
    Acta Horticulturae 414 (1996). - ISSN 0567-7572 - p. 209 - 218.
    Linkage of RAPD markers with loci involved in partial resistance to Fusarium in Asiatic hybrid lilies was investigated. Variation in resistance was found in two greenhouse tests using scale bulblets of 150 descendants of a backcross population. The progeny did not show a clear Mendelian segregation in Fusarium resistance. Three out of 213 RAPD markers were significantly (p < 0.005) linked to Fusarium resistance explaining approximately 24 percent of the total phenotypic variance of the resistance. The construction of a genetic map with all RAPD markers was hampered because of different segregation types due to the dominant marker system and the low number of descendants evaluated per RAPD marker. Genomic regions, where Fusarium resistance loci were calculated to be linked to markers, were constructed. The use of RAPD markers for selection of quantitative traits and construction of linkage maps is discussed.
    Nachtelijke trek en vlieghoogtes van steltlopers over de noordeiijke havendam van IJmuiden, voorjaar 1995
    Dirksen, S. ; Spaans, A.L. ; Winden, J. van der - \ 1995
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 95.26) - 33 p.
    Vogelhinder door windturbines - Landelijk onderzoekprogramma, deel 1: verkennend onderzoek naar nachtelijke vliegbewegingen in getijdegebieden
    Spaans, A.L. ; Winden, J. van der; Bergh, L.M.J. van den; Dirksen, S. - \ 1995
    Culemborg : Bureau Waardenburg (Rapport 95.43.) - 35 p.
    Effects of hydroxy-dioxins on thyroid hormone binding to transthyretin and thyroid hormone type 1 deiodinase activity in vitro and in vivo.
    Lans, M. ; Winden, P. de; Safe, S. ; Brouwer, A. - \ 1993
    Human and Experimental Toxicology 12 (1993). - ISSN 0960-3271 - p. 68 - 68.
    Different effects of 2,3,7,8-tetrachloridibenzo-p-dioxin and Aroclor 1254 on thyroxine metabolism and transport.
    Lans, M.C. ; Brouwer, I. ; Winden, P. de; Brouwer, A. - \ 1993
    Organohalogen Compounds 13 (1993). - ISSN 1026-4892 - p. 137 - 140.
    Verslag van een studiereis maar Spanje van 25 oktober tot 1 november 1986
    Ammerlaan, J.C.J. ; Gonggrijp, H.A. ; Winden, C.M.M. van - \ 1987
    Naaldwijk : Proefstation voor Tuinbouw onder Glas (Intern verslag / Proefstation voor Tuinbouw onder Glas 11) - 28
    Studiereis naar het Institut für Technik in Gartenbau und Landwirtschaft en het Institut fũr Gemüsebau van de Universiteit te Hannover : 31 oktober - 2 november 1984
    Bakker, J.C. ; Koning, A.N.M. de; Nederhoff, E.M. ; Winden, C.M.M. van - \ 1985
    Naaldwijk : Proefstation voor Tuinbouw onder Glas (Intern verslag / Proefstation voor Tuinbouw onder Glas 16) - 16
    De ontwikkeling van de kassenbouw in het algemeen en in het Westland in het bijzonder : een literatuurstudie
    Winden, W.A. van - \ 1985
    Naaldwijk : Proefstation voor Tuinbouw onder Glas - 12
    westland - westland
    Studiereis Roemenië en Hongarije van 4 tot en met 15 mei 1981
    Ammerlaan, J.C.J. ; Bus, H. ; Jacobs, J.M. ; Winden, C.M.M. van - \ 1982
    Naaldwijk : Proefstation voor Tuinbouw onder Glas - 47
    Onderzoek naar het gasverbruik op glastuinbouwbedrijven : het verbruik in de stooktomatenteelt van 4 jan. tot 5 mei 1981 : verzamelde gegevens
    Rijssel, E. van; Winden, C.M.M. van; Oprel, L. - \ 1981
    Aalsmeer : Proefstation voor de Bloemisterij [etc.] - 17
    economie - energie - energiebeleid - solanum lycopersicum - nederland - probleemanalyse - tomaten - glastuinbouw - economics - energy - energy policy - solanum lycopersicum - netherlands - problem analysis - tomatoes - greenhouse horticulture
    Verslag van de excursie van bedrijfsvoorlichters naar Zuid-Zweden en Denemarken van 14 - 23 juni 1978
    Winden, C.M.M. van - \ 1978
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 27
    Tijdstip van zaaien en plantdichtheid bij prei onder glas in het voorjaar
    Ruiter, D. de; Winden, C.M.M. van - \ 1976
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    Rassenonderzoek Chinese kool (voorjaar 1976)
    Winden, C.M.M. van - \ 1976
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 2
    Rassenproef bij spinazie onder glas
    Ruiter, D. de; v Winden, C.M.M. - \ 1976
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Plantafstandenproef bij stoksperziebonen
    Ruiter, D. de; Winden, C.M.M. van - \ 1975
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 7
    Plantafstanden en aantal gesteltakken bij aubergine (1974)
    Ruiter, D. de; Winden, C.M.M. van - \ 1975
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Gewasdichtheidsproef bij aubergines herfst 1974
    Ruiter, D. de; Winden, C.M.M. van - \ 1975
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 6
    Plantafstandenproef bij andijvie (voorjaar 1974)
    Ruiter, D. de; Winden, C.M.M. van - \ 1975
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    De chemische samenstelling van de neerslag te Wageningen (augustus '73 t/m/ juli '75)
    Steenvoorden, J.H.A.M. ; Oosterom, H.P. - \ 1975
    Wageningen : I.C.W. (Nota / Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding no. 882) - 11
    neerslag - chemische eigenschappen - zuurgraad - zure regen - veluwe - gelderland - precipitation - chemical properties - acidity - acid rain - veluwe - gelderland
    Door de overheersende invloed van westelijke winden in Nederland wordt de chemische samenstelling in belangrijke mate mee bepaald door die van het zeewater. De sterk toegenomen menselijke aktiviteiten in de afgelopen decennia heeft de luchtverontreiniging sterk doen toenemen. Verwacht kan worden dat dit eveneens in de chemische samenstelling van de neerslag tot uiting komt.
    Rassenvergelijking bij bleekselderij (1974)
    Ruiter, D. de; v Winden, C.M.M. - \ 1974
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 4
    Teeltonderzoek bij voorjaarsprei onder glas (1974)
    Ruiter, D. de; v Winden, C.M.M. - \ 1974
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    Recipe for ferric salts of ethylenediaminetetraacetic acid : short communication
    Steiner, A.A. ; Winden, H. van - \ 1969
    Wageningen : [s.n.] (Publication / Plant physiological research centre no. 105) - 2
    hydrocultuur - ijzer - voedingsfilmsysteem - voedingsstoffen - plantenvoeding - hydroponics - iron - nutrient film techniques - nutrients - plant nutrition
    Vergelijking Organo en Paardemest als broeimateriaal
    Winden, W.P. van - \ 1965
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 2
    Ogenmeloen aan touwtjes en op de grond
    Govers, A. ; Winden, W.P. van - \ 1964
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    Broeimateriaal bij platglaskomkommers
    Winden, W.P. van - \ 1964
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Vruchtontwikkeling bij komkommers
    Winden, W.P. van - \ 1964
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Slarassen in de middelvroege herfstteelt, 1963
    Winden, W.P. van - \ 1964
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 7
    Nieuwe komkommerrassen onder platglas
    Winden, W.P. van - \ 1964
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    Broeimestmaterialen bij platglaskomkommers, 1961
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 4
    Zaaitijden bij vollegrondandijvie, 1962
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Groeibevordering bij winterkomkommers, 1961 - 1962
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 5
    Zaaidata bij ogenmeloen
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 3
    Grondverwarming bij komkommers onder platglas, 1961
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 4
    Verslag cultuurproef ogenmeloenen, 1961
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 4
    Bodemverwarming en luchttemperatuur bij herfstkomkommers, 1961
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 4
    Invloed van de belichting van slaplanten gedurende acht dagen na opkomst op de verdere ontwikkeling, 1960 -1961
    Winden, W.P. van - \ 1963
    Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 6
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.