Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 100 / 318

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Geert Wiegertjes, hoogleraar Visteelt en Visserij in Wageningen, houdt van karpers en driehoeken
    Wiegertjes, G. ; Veld, M. ter - \ 2018
    animal welfare - animal production - aquaculture - fishes - animal experiments - animal health
    Waardekaarten van: Haisborough, Hammond & Winterton, North Norfolk Sandbanks & Saturn Reef
    Hintzen, N.T. - \ 2017
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C009/17) - 18
    vissen - visserij - waarden - kaarten - natura 2000 - groot-brittannië - kustgebieden - fishes - fisheries - values - maps - natura 2000 - great britain - coastal areas
    Langs de Engelse kust staan een aantal gebieden op de UK Natura 2000 agenda voor sluiting voor de Nederlandse demersale vloot. Wageningen Marine Research bestudeerde in hoeverre de Nederlandse vloot actief was in dit gebied en hoe de voorgenomen te sluiten gebieden overlappen met voor de visserij interessante visgronden. Een grotere opbrengst (factor 3) wordt gehaald uit het North Norfolk Sandbanks & Saturn Reef gebied (dit is één gebied) ten opzichte van het Haisborough, Hammond and Winterton gebied (dit is ook één gebied). Vooral tong word in dit eerste gebied gevangen terwijl scholvangsten groter zijn in het tweede gebied. De voornaamste visgronden die interessant zijn voor de Nederlandse sector zijn niet opgenomen in de voorgenomen te sluiten gebieden, waarbij juist voor de visserij interessante delen van de totale zoekgebieden niet aangemerkt zijn als te sluiten gebied.
    Dieren: waarom heb jij minder medelijden met een vis dan met een varken?
    Bovenkerk, Bernice - \ 2017
    animal welfare - fishes - animal ethics - wild animals

    Niemand vindt het raar dat een vis met kop en al in de supermarkt ligt, terwijl we liever geen varken met kop en al zien liggen. Als vegetariër, is het heel geoorloofd om nog wel vis te eten. Blijkbaar zien wij vissen niet als volwaardige dieren. Onterecht, zegt Bernice Bovenkerk (Wageningen University). Er zijn namelijk steeds meer aanwijzingen dat vissen ontzettend slimme dieren zijn.

    Inspanningsadviezen voor snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJssel-/Markermeer : visseizoen 2017/2018
    Tiën, Nicola ; Hammen, Tessa van der; Vries, Pepijn de; Schram, Edward ; Steenbergen, Josien - \ 2017
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C018/17) - 79
    snoekbaars - baars - rutilus rutilus - abramis brama - vissen - visserij - visstand - ijsselmeer - pike perch - bass - rutilus rutilus - abramis brama - fishes - fisheries - fish stocks - lake ijssel
    Het Ministerie van Economische Zaken wil komen tot wetenschappelijk onderbouwd duurzaam beheer van snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer. Voor alle vier bestanden is de beleidsdoelstelling voor visseizoen 2017/2018 geformuleerd in het document “Toekomstbeeld visstand IJsselmeer/Markermeer – synthesedocument’. Hierin wordt in ieder geval gestreefd naar ‘een evenwichtiger lengte-opbouw van de bestanden met meer grotere exemplaren en een groter aantal jaarklassen’, als ook ‘een toename van de (paai)bestanden’. Voor het behalen van deze beleidsdoelstellingen zijn inspanningsadviezen gevraagd over de staandwantvisserij en de zegenvisserij, gecombineerd voor het IJsselmeer en Markermeer.
    Fish migration river monitoring plan : Monitoring program on the effectiveness of the FMR at Kornwerderzand
    Griffioen, A.B. ; Winter, H.V. - \ 2017
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C012/17A) - 50
    fish migration - fishes - habitats - monitoring - afsluitdijk - wadden sea - lake ijssel - vismigratie - vissen - habitats - monitoring - afsluitdijk - waddenzee - ijsselmeer
    This report drafts a monitoring program aiming at determining and optimizing the effectiveness of restoring fish migration at Kornwerderzand with the ‘Fish Migration River’ (FMR.) For an adaptive management of the operation of the FMR, monitoring and evaluation are key aspects. The main research questions underlying the monitoring program will be outlined. The proposed research and monitoring approach describes which monitoring techniques can be applied, what set-up and schedule of different research components involved.
    Aquaculture Innovation in Vietnam
    Rurangwa, E. ; Baumgartner, U. ; Nguyen, H.M. ; Vis, J.W. van de - \ 2016
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C097/16) - 28
    aquaculture - innovations - tilapia - fishes - shrimps - crabs - vietnam - aquacultuur - innovaties - tilapia - vissen - garnalen - krabben (schaaldieren) - vietnam
    Improving sustainability of striped catfish (Pangasianodon hypophthalmus) farming in the Mekong Delta, Vietnam through recirculation technology
    Nguyen, Nhut - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Verreth, co-promotor(en): Marc Verdegem. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579194 - 180
    fish culture - recirculating aquaculture systems - aquaculture - fishes - nutrients - vietnam - visteelt - recirculatie aquacultuur systemen - aquacultuur - vissen - voedingsstoffen - vietnam

    The aim of this thesis was to document improvements in sustainability indicators of striped catfish (Pangasianodon hypophthalmus, Sauvage, 1878) production through the application of recirculation and waste treatment techniques. To be able to document improvements in sustainability, in each system studied the same set of twenty sustainability indicators were measured. Indicators related to the use of fingerlings, water, diesel oil, electricity, labor, chemicals and antibiotics.

    Also, indicators related to nutrient utilization efficiencies and waste discharge were monitored. In addition, a sampling scheme, allowing to calculate organic matter, nitrogen, phosphorous and chemical oxygen demand mass balances covering a full production cycle and applicable in different production systems, was developed. Overall, from a sustainability point of view, striped catfish culture in ponds compared well to other important aquaculture species.

    Although favorable, it was concluded that water, chemicals and antibiotics use, survival, and the amounts of waste discharged could be further reduced through recirculation and treatment of solid wastes. The realized improvements through RAS technology and waste treatment technology were quantified in lab or pilot scale experiments. Large improvements were realized for water, antibiotic and chemical use, survival, waste discharge and color grade of striped catfish fillets at harvest. In addition, in RAS, utilization efficiencies of nutrients supplied through feeding were improved.

    Solid wastes removed from ponds or RAS could be partially re-used by making compost or producing methane for generating electricity. Another approach tested was the integration of a denitrification reactor in the recirculation system, which allowed to decompose solid waste and reduce nitrogen discharge. Denitrification in RAS did not affect fish growth, nutrient retention efficiencies and the quality of the fish fillets produced, and thus also improved sustainability of striped catfish farming.

    In conclusion, application of recirculation and waste treatment techniques tested in this thesis improved the sustainability for striped catfish culture. The challenge remains to scale up RAS and waste treatment technology for striped catfish to the production volumes handled in outdoor ponds without raising production costs.

    Economic analysis of technological innovations to improve sustainability of pangasius production in Vietnam
    Ngoc, Pham Thi Anh - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Alfons Oude Lansink; Johan Verreth, co-promotor(en): Miranda Meuwissen. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579880 - 141
    fish production - fishes - innovations - economic analysis - sustainability - fish culture - vietnam - visproductie - vissen - innovaties - economische analyse - duurzaamheid (sustainability) - visteelt - vietnam

    In response to increasing concerns about sustainable production, a growing number of European customers expect seafood products to be certified, for example by the Aquaculture Stewardship Council (ASC) certification. Water purification technologies such as Recirculating Aquaculture Systems (RAS) could be a potential solution to reduce waste discharge and to improve water quality in fish ponds as a response to environmental regulations. In order to provide useful insights to consider investments in RAS, the overall objective of this thesis was to perform an economic analysis of technological innovations such as RAS to improve the sustainability of pangasius production in Vietnam.

    This thesis first uses Data Envelopment Analysis to measure input- and output-specific technical and scale inefficiency of pangasius farmers in the traditional system and uses a bootstrap truncated regression to assess the impact of farmers’ demographics and farm characteristics on these technical inefficiencies. Second, the economic feasibility of RAS in pangasius farming is analysed using a capital budgeting approach and stochastic simulation accounting for uncertainty in key parameters. Next, key determinants influencing the adoption of RAS by pangasius farmers are investigated using a choice experiment. Finally, price transmission along the international supply chain of pangasius, from the Vietnamese farm to the Polish retail stage is analysed using a vector autoregressive error correction model framework.

    The results show that inadequate management skills in using capital assets and improper methods for producing fish are the main challenges for enhancing the performance of Vietnamese pangasius production. Location of the farm in a saltwater intrusion area is positively associated with inefficiency of producing fish. The results suggest further that when shifting from the traditional system to RAS, the Net Present Value (NPV) of the investment in RAS is expected to substantially increase, for both medium (1-3 ha) and large (equal or greater than 3 ha) farms. Lack of trust in receiving a price premium, inadequate access to finance and uncertainty about the actual performance of RAS systems are constraints for the adoption of RAS. Finally, our study provides evidence that price signals at the Polish-Vietnamese retail stage were transmitted back to wholesale, export and Vietnamese pangasius farms stages.

    Monitoring en evaluatie Pilot Zandmotor fase 2 : data rapport Visbemonstering najaar 2015
    Hal, R. van; Pennock, I. ; Hoek, R. - \ 2016
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (IMARES rapport C059/16) - 27
    vissen - benthos - bemonsteren - zee-organismen - zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - zuid-holland - fishes - benthos - sampling - marine organisms - sand suppletion - coastal management - nature development - zuid-holland
    Dit rapport beschrijft de vis en epibenthos bemonstering op en rond de Zandmotor in het najaar van 2015. De bemonstering is uitgevoerd van 7 t/m 9 oktober en 19 oktober 2015 vanaf het schip de YE42, gebruikmakend van een 3-meter boomkor voorzien van wekkerkettingen en een net met een maaswijdte van 20mm. Met dit tuig zijn in totaal 68 vistrekken uitgevoerd, met een beviste afstand tussende 491 en540 m, verdeeld over een 9-tal raaien, loodrecht op de voormalige kustlijn. De bemonsteringslocaties zijn op waterdieptes tussen 1,7 en 11,6 m op de raaien geplaatst. Van iedere geslaagde trek zijn de vangsten uitgezocht, en de soorten gedetermineerd en gemeten (lengte en gewicht). De gegevens hiervan zijn opgeslagen in de IMARES database en een overzicht hiervan is weergegeven in dit rapport. De beschrijving van de data is aangevuld met een vergelijking met eerdere jaren ter aanvulling op het tussentijdse evaluatierapport geschreven begin 2015.
    Sababank: onderzoek 2011 -2016
    Bos, O.G. ; Becking, L.E. ; Meesters, H.W.G. - \ 2016
    Wageningen Marine Research - 66
    mariene ecologie - mariene gebieden - zee-organismen - vissen - koralen - biodiversiteit - caribisch gebied - marine ecology - marine areas - marine organisms - fishes - corals - biodiversity - caribbean
    Saba Bank: Research 2011 - 2016
    Bos, O.G. ; Becking, L.E. ; Meesters, H.W.G. - \ 2016
    Wageningen Marine Research - 66
    marine ecology - marine areas - marine organisms - fishes - corals - biodiversity - caribbean - mariene ecologie - mariene gebieden - zee-organismen - vissen - koralen - biodiversiteit - caribisch gebied
    PMR Monitoring natuurcompensatie Voordelta : ontwikkeling vis in de Voordelta na instelling bodembeschermingsgebied ter compensatie van de aanleg Tweede Maasvlakte
    Tulp, Ingrid ; Tien, Nicola ; Damme, Cindy van - \ 2016
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C089/16) - 148
    vissen - monitoring - natuurcompensatie - natuurbeheer - marien milieu - bodembescherming - fishes - monitoring - nature compensation - nature management - marine environment - soil conservation
    In deze rapportage worden de bevindingen gepresenteerd van de bemonsteringen vanaf de T0 (2005-2007) tot na de instelling van het Bodembeschermingsgebied (2009-nu), voor zover mogelijk tot en met de resultaten van voorjaar 2013.
    Microbial interactions in the fish gut
    Giatsis, Christos - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Verreth, co-promotor(en): Marc Verdegem; Detmer Sipkema. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462578777 - 196
    fishes - tilapia - larvae - microbial interactions - intestinal microorganisms - intestines - dynamics - fish feeding - probiotics - fish culture - aquaculture - vissen - tilapia - larven - microbiële interacties - darmmicro-organismen - darmen - dynamica - visvoeding - probiotica - visteelt - aquacultuur

    Aquaculture has realized considerable growth over the past years while the world demand on seafood has been increasing. As aquaculture intensifies, the production sector needs to tackle major bottlenecks such as suboptimal growth and high and unpredictable mortality, especially in larval cultures. Fish-microbe interactions are closely related to overall fish health. To obtain a healthy and resilient microbial community (MC), it is important to understand the underlying mechanisms of microbial colonization in the fish gut.

    The goal of this thesis was to investigate the role of water and feed microbial communities on shaping gut communities during early development of Nile tilapia.

    To determine the contribution of stochasticity to overall variation, we first characterized the spatio-temporal variation in MC composition between individuals reared within the same or in replicate recirculating or active suspension systems (RAS vs. AS). Highly similar MCs developed in the gut when larvae shared the same water and diet. Rearing larvae in replicate production systems resulted in significantly different gut communities indicating that compositional replication of the MCs of an ecosystem is not fully predictable. We found that mainly water MCs, and to a lesser degree feed MCs, were associated with changes in MCs. Thus, we could conclude that steering gut MCs can be possible through water MC management tailored on the specifications of the rearing system in use.

    Next, the possibility of early life steering of gut communities via microbial manipulations of feed MCs was explored. We hypothesized that gut microbial composition is strongly shaped by selective pressures in the gut and by the MCs present in the water. Thus similar MCs should develop between treatments regardless of the dietary treatments. Fish larvae were fed either a control feed or the control feed containing MCs derived from aerobic, methanogenic or denitrifying sludge reactors. We found that gut microbiota shared a much higher number of operational taxonomic units (OTUs) with microbiota in sludge-based feeds than with water, resulting in distinct gut MCs between treatments. Our findings suggest that Nile tilapia gut MC has a certain plasticity, which makes it amenable to interventions through proper feed microbial management.

    Subsequently, we tested the imprinting effect of early exposure to the probiotic Bacillus subtilis on shaping gut MC composition even after the administration of the probiotic discontinues. For this, we constrained the initial contact with microbes from the environment by producing axenic tilapia larvae, which were then exposed to normal husbandry conditions. Early life probiotic exposure affected gut MC composition during B. subtilis administration but also within the first two weeks after its administration stopped, thus indicating that early exposure to the probiotic strain via the water had a sustained impact on gut MC composition.

    Finally, overall conclusions and practical implications of our results for aquaculture production were presented. A meta-analysis was also performed to examine (1) the phylogenetic similarity among gut MCs of the same and different fish species reared in different habitats, fed different diets and at different developmental stages and (2) the factors primarily shaping gut MCs. We showed that the selective pressure responsible in shaping gut MC composition highly depends on the host as gut communities clustered primarily together by host and to a lesser extent reflected differences in habitat and diet. The phylogenetic analysis of gut communities revealed a clear clustering by study thus indicating that manipulation of gut communities is conceivable. Study-to-study variation could be attributed to the methodology used for MC analysis highlighting also the importance of methodological uniformity when comparisons between studies are made.

    Overall, this thesis provided fundamental knowledge on MC composition and development in aquaculture rearing systems. Although the insights generated by this thesis are still premature to fully explain, predict or steer MC composition, and though additional studies are needed, we believe that, in the long run, this approach will facilitate the development of safe and effective methods for manipulating gut microbial composition to promote fish health in aquaculture rearing systems.

    Food from the Sulawesi Sea, the need for integrated sea use planning
    Siahainenia, Audrie J. - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; Johan Verreth, co-promotor(en): Fred de Boer. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462578869 - 180
    mangroves - mangrove forests - fishes - habitats - marine areas - marine environment - fish stocks - environmental management - ecological disturbance - disturbance - sulawesi - mangroves - mangrovebossen - vissen - habitats - mariene gebieden - marien milieu - visstand - milieubeheer - ecologische verstoring - verstoring - celebes

    Mangroves occur in the tropics and subtropics region and an important coastal habitat for the artisanal fisheries along the coast of Indonesia. Around 19% of the total mangrove area in the world is located in Indonesia. Besides providing a barrier against coastal/Delta erosion, mangrove forest plays a significant role as a nursery area for most of the marine communities. Unluckily, 57% of the ±3.2 million ha of the mangroves in Indonesia is currently in degraded, mostly because of human activities (anthropogenic disturbance). The primary sources of anthropogenic disturbances to mangroves are increasing population growth rate and demand for seafood products as an essential protein, especially the wild shrimp, in the world market. These resulted in land-use conversion along estuarine areas not only for settlements and plantations but also for aquaculture ponds. The lack of awareness and understanding of the value and function of mangrove ecosystems contributed to the loss and damage the mangroves area.

    Therefore, my research and field experiment aimed to quantify the effects of human disturbance on mangroves associated trophic cascades in Indonesia estuarine areas. The study was performed in the Berau District, East Kalimantan, Indonesia between 2005 and 2010. Data of mangrove extent from 1990 in the Berau Delta was used as base data with low human disturbance. We also interviewed the artisanal fishermen about their catches, origins, and fishing locations, in relation to the total catch per unit effort (CpUE).

    The results had shown that the total mangroves area in the Berau Delta decreased by 54% between the 1990 and 2009, which led to fragmentation and alteration in the structural complexity of mangroves. The field experiment conducted at three locations with different levels of human disturbances revealed that the species richness was decreased with increased the level of human interference and the marine community tended to be dominated by only a few species. In the highly disturbed areas, the catch of small-scale fishermen tended to be lower. Furthermore, the result from a spatial statistical model indicated that the disturbance of mangrove habitats was influenced the distribution pattern of shrimp. The total CpUE of small-scale fishery in the study area was relatively small, and the area was probably not overexploited.

    As a conclusion, mangroves habitat in the Berau Delta played a significant role in sustaining coastal fisheries. This important ecosystem supports a primary source of marine protein. Mangrove forests can only guarantee these marine resources if the people consciously maintain its viability through a strong management policy.

    Vissen in de nieuw aangelegde hoogwatergeul in de Raaijweide bij Venlo
    Pollux, B.J.A. ; Korosi, A. ; Nagelkerke, L.A.J. ; Pollux, P.M.J. - \ 2016
    Natuurhistorisch Maandblad 105 (2016)5. - ISSN 0028-1107 - p. 100 - 106.
    nature development - river forelands - channels - fish fauna - natural areas - limburg - flood control - aquatic ecology - fishes - natuurontwikkeling - uiterwaarden - kanalen, klein - visfauna - natuurgebieden - limburg - hoogwaterbeheersing - aquatische ecologie - vissen
    De afgelopen decennia is er in toenemende mate aandacht gekomen voor natuurontwikkeling in rivieruiterwaarden. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt het graven van hoogwatergeulen: korte nevenlopen die (bij hoogwater) parallel aan de hoofdstroom met de rivier meestromen en die gedurende de rest van het jaar ook water houden. Zulke geulen worden vaak gekenmerkt door een lagere stroomsnelheid dan de rivier zelf, gevarieerde oevers met ondiepe zandbanken en een rijke oever- en onderwatervegetatie. In dit artikel wordt de visfauna beschreven in een recent aangelegde hoogwatergeul in natuurgebied de Raaijweide bij Venlo.
    Omvang en overleving van schubvis bijvangst in fuikenvisserij nabij kunstwerken
    Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Chen, C. ; Blom, E. ; Schram, E. ; Graaf, M. de; Winter, Hendrik V. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C140/15) - 53
    visserij - bijvangst - vissen - schade - dierenwelzijn - mortaliteit - fisheries - bycatch - fishes - damage - animal welfare - mortality
    Deze rapportage geeft een schatting van de omvang van de bijvangst in de beroepsvisserij nabij kunstwerken op basis van fuikvangsten en diverse interviews. Daarnaast is er een experiment uitgevoerd waarbij er gekeken is naar de overleving van schubvis nadat zij in fuiken hebben gezeten. Hierbij zijn de baars en blankvoorn gebruikt om de overleving te testen in relatie tot de volgende variabelen: aanwezigheid aal: geen (0 stuks), weinig aal (7 stuks) en veel aal (50 stuks), staduur van de fuik: 3, 6 of 9 dagen en dichtheid van vis in een fuik: 60 stuks tegenover 240 stuks.
    Vangst- en inspanningsadviezen over snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJssel-/Markermeer: visseizoen 2016/2017
    Tien, N.S.H. ; Hammen, T. van der - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C019/16) - 75
    visstand - vissen - aquatische ecologie - visserijbeleid - natuurbeheer - ijsselmeer - visvangsten - fish stocks - fishes - aquatic ecology - fishery policy - nature management - lake ijssel - fish catches
    Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) wil komen tot wetenschappelijk onderbouwd duurzaam beheer van snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer. Voor alle vier bestanden is de beleidsdoelstelling voor visseizoen 2016/2017 geformuleerd als “een zekere mate van herstel”. Voor het behalen van deze beleidsdoelstelling zijn inspanningsadviezen gevraagd over de staandwantvisserij en de zegenvisserij, gecombineerd voor het IJsselmeer en Markermeer. Dit rapport bevat een primair en, op verzoek van de opdrachtgever, een alternatief advies. Het primaire advies is beschreven in hoofdstuk 1, het alternatieve advies is uitgewerkt in hoofdstukken 2 tot en met 8. Deze adviezen hebben als doelstelling het voorkomen van verdere achtergang van de visbestanden. Voor de doelstelling ‘een zekere mate van herstel’ worden aanvullende adviezen gegeven. Alle drie adviezen zijn samengebracht in hoofdstuk 9.
    Achtergronddocument Rode Lijst Vissen 2011 : zoutwatervissen; analyse en documentatie in 2011 - 2013 publicatie in 2016
    Tien, N.S.H. ; Heessen, H.J.L. ; Kranenbarg, Jan ; Trapman, B.K. - \ 2016
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C021/16) - 85
    vissen - bemonsteren - zout water - bedreigde soorten - zeevissen - fishes - sampling - saline water - endangered species - marine fishes
    In 2011-2013 heeft IMARES als onderaannemer van RAVON, in opdracht van het toenmalige Ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (het hedendaagse Ministerie van Economische Zaken), meegewerkt aan het uitvoeren van analyses om tot een voorstel te komen voor een nieuwe Rode Lijst Vissen. Deze analyses zijn uitgevoerd op basis van een door de Nederlandse overheid vastgestelde methodiek om de mate waarin soorten bedreigd zijn vast te stellen. Hierbij zijn door IMARES 59 zoutwatervissoorten onderzocht die gevangen worden in de wetenschappelijke bemonsteringsprogramma’s IBTS, BTS en DFS. De wetenschappelijke bemonsteringsprogramma’s van IMARES zijn programma’s waarin jaarlijks volgens een vaste methode met boomkortuigen wordt gevist om gegevens te verzamelen over de toestand van Noordzeevisbestanden. Het voorliggende rapport bevat de beschrijving en uitkomst van de analyses zoals uitgevoerd in 2011 en 2012 door IMARES. De tekst is grotendeels in 2011-2013 geschreven, door IMARES en RAVON. Op basis van deze analyses, en de analyses van RAVON (zoetwatersoorten) en stichting ANEMOON en Ecosub (zoutwatersoorten) is een nieuwe Rode Lijst Vissen opgesteld welke sinds 2016 van kracht is.
    Towards monitoring zoöplankton and small pelagic fish in the Wadden Sea
    Couperus, A.S. ; Jak, R.G. ; Flores, H. ; Gastauer, S. ; Fassler, S.M.M. - \ 2016
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES C094/13) - 56
    zooplankton - fishes - monitoring - acoustics - wadden sea - aquatic ecology - netherlands - zoöplankton - vissen - monitoring - geluidsleer - waddenzee - aquatische ecologie - nederland
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2: evaluatie benthos, vis, vogels en zeezoogdieren 2010 - 2014
    Wijsman, J.W.M. ; Hal, R. van; Jongbloed, R.H. - \ 2015
    IMARES (Rapport / IMARES C125/15) - 109
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - monitoring - benthos - vissen - vogels - zeezoogdieren - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - monitoring - benthos - fishes - birds - marine mammals - zuid-holland
    Dit document beschrijft de resultaten van de tussentijdse evaluatie voor het onderdeel ecologie van monitoring en evaluatieproject Zandmotor. In deze evaluatie zijn de hypothesen getoetst aan de hand van de veldgegevens die zijn verzameld in de periode 2010 tot en met 2014. Deze evaluatie is een opmaat voor de evaluatie die in 2016 zal worden uitgevoerd aan het eind van Fase II van dit project.
    Toestand vis en visserij in de Zoete Rijkswateren: 2014 Deel I: Trends van de visbestanden, vangsten en ecologische kwaliteit ratio's
    Graaf, M. de; Boois, I.J. de; Griffioen, A.B. ; Overzee, H.M.J. van; Tien, N.S.H. ; Tulp, I.Y.M. ; Vries, P. de; Deerenberg, C.M. - \ 2015
    IMARES (Rapport / IMARES C199/15) - 102
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - rivieren - inventarisaties - visserij - visvangsten - vistuig - ijsselmeer - visstand - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - rivers - inventories - fisheries - fish catches - fishing gear - lake ijssel - fish stocks
    Het rapport “Toestand Vis en Visserij in de Zoete Rijkswateren” bestaat uit drie verschillende delen: “Trends”, “Methoden” en “Data”. In dit rapport (Deel I) worden (i) de trends in commercieel benutte vissoorten per VBC gebied, (ii) de trends in Habitatrichtlijnsoorten en (iii) de ecologische kwaliteitsratio’s vis gerapporteerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de gegevens die binnen de verschillende vismonitoringsprogramma’s op de Zoete Rijkswateren worden verzameld. In de rapportage zijn trendanalyses voor de verschillende commercieel benutte vissoorten en Habitatrichtlijn vissoorten gemaakt aan de hand van de beschikbare monitoringsgegevens. De gegevens van deze monitoringsprogramma’s worden gebruikt als indicatoren voor de ontwikkeling van de bestanden van de geanalyseerde soorten over verschillende tijdsperioden.
    Langetermijn opties voor het visserij-advies over schubvis op het IJsselmeer en Markermeer
    Tien, N.S.H. ; Hammen, T. van der - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C163/15) - 22
    visserij - visserijbeleid - vissen - visserijbeheer - ijsselmeer - nederland - fisheries - fishery policy - fishes - fishery management - lake ijssel - netherlands
    IMARES geeft visserij-advies (vangst-/inspanningsadvies) voor de schubvisbestanden snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem op het IJsselmeer en Markermeer. Gezien de lage kwantiteit en kwaliteit van gegevens over de visbestanden en met name de visserij erop, wordt momenteel het advies gebaseerd op een methodiek binnen het ICES-raamwerk, welke is ontwikkeld voor data-gelimiteerde bestanden (‘DLS’). Het ministerie van Economische Zaken (EZ) wil toewerken naar nauwkeuriger advies en wil de relatie tussen beheer en bestandsontwikkelingen kunnen kwantificeren (Kaderbrief 2015). Dit rapport bevat een overzicht van de mogelijkheden en beperkingen voor verbeteringen in de adviezen. Het tijdsgewricht voor deze ontwikkelingen is met name 2017-2019 maar met een doorkijk naar de jaren erna. Dit rapport beschrijft drie aspecten van het advies voor de schubvisbestanden: (1) langetermijn verbeteringen in de toegepaste modellen, (2) beschrijving van hoe de referentieperiode te kiezen in de komende jaren, en (3) beschrijving van mogelijke problemen rond toestaan van verhuur en verkoop van visserijrechten tussen vergunninghouders in de komende jaren.
    Analysemethoden voor de bepaling van authenticiteit in visketens
    Staats, M. ; Roest, J.G. van der; Pustjens, A.M. ; Voorthuijzen, M.M. ; Dijk, J.P. van; Prins, T.W. ; Boerrigter-Eenling, G.R. ; Koot, A.H. ; Pelt-Heerschap, H.M.L. van; Spiegel, M. van der; Ruth, S.M. van; Kok, E.J. - \ 2015
    RIKILT (Rikilt-rapport 015) - 67
    noordzee - vis - vissen - analytische methoden - schol - north sea - fish - fishes - analytical methods - plaice
    Dit rapport beschrijft de resultaten van onderzoek dat is uitgevoerd binnen het project "Analysemethoden voor de bepaling van authenticiteit in visketens". Het project heeft als doel om methoden te ontwikkelen waarmee de authenticiteit (soort, geografische herkomst en productiewijze) van Noordzeevissen kan worden vastgesteld. In dit project is gewerkt aan vier deelprojecten: Ketenanalyse naar vermenging van schol (Pleuronectes platessa) uit de Noordzee met andere vissoorten, ontwikkeling en initiële validatie van een moleculaire barcoding methode om Noordzeevissoorten in gemengde monsters te identificeren, bepaling van de geografische herkomst van schol en productiemethode van tarbot met behulp van isotoopratio's en chemische fingerprint en toepassing van de ontwikkelde analytische methoden in Noordzeevisketens. De resultaten van deze onderzoeken zijn in dit rapport weergegeven.
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren : Deel II: Methoden
    Sluis, M.T. van der; Tien, N.S.H. ; Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Os-Koomen, E. van; Rippen, A.D. ; Wolfshaar, K.E. van de - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C193/15) - 88
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - rivieren - inventarisaties - ijsselmeer - visvangsten - visserij - vistuig - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - rivers - inventories - lake ijssel - fish catches - fisheries - fishing gear
    Het rapport “Toestand Vis en Visserij in de Zoete Rijkswateren” bestaat uit drie delen. Dit rapport (Deel II) is een achtergronddocument waarin de gebruikte monitoringsmethodieken in de verschillende vis-monitoringen in de zoete Rijkswateren in detail worden beschreven. Meer informatie over trends en vangsten is te vinden in rapportages Deel I: Trends visbestanden, vangsten en ecologische kwaliteit ratio’s en Deel III: Data).
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren: 2014 : Deel III: Data
    Boois, I.J. de; Hoek, R. ; Graaf, M. de; Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Lohman, M. ; Os-Koomen, E. van; Westerink, H.J. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C194/15) - 511
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - rivieren - inventarisaties - ijsselmeer - visvangsten - visserij - vistuig - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - rivers - inventories - lake ijssel - fish catches - fisheries - fishing gear
    Dit rapport bevat een overzicht van de gegevens verzameld tijdens de vismonitoringen in de zoete rijkswateren. Het omvat de volgende bemonsteringen: - Open water vismonitoring IJssel- en Markermeer met actieve vistuigen - Oever vismonitoring IJssel- en Markermeer met actieve vistuigen - Vismonitoring in IJssel- en Markermeer met kieuwnetten - Diadrome vis Kornwerderzand Waddenzee op basis van fuikregistraties - Vismonitoring grote rivieren met actieve vistuigen - Vismonitoring zoete rijkswateren op basis van vangstregistratie aalvissers - Diadrome vismonitoring zoete rijkswateren op basis van fuikregistraties (sinds najaar 2012) - Vismonitoring grote rivieren op basis van zalmsteekregistraties - Vismonitoring randmeren met actieve vistuigen - Monitoring glasaal op intreklocaties.
    An exploratory analysis of environmental conditions and trawling on species richness and benthic ecoystem structure in the Frisian Front and Central Oyster Grounds
    Kooten, T. van; Denderen, P.D. van; Glorius, S.T. ; Wal, J.T. van der; Witbaard, R. ; Ruardij, P. ; Lavaleye, M. ; Slijkerman, D.M.E. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES C037/15) - 47
    fisheries - biodiversity - fishes - beam trawling - species richness - species diversity - friesland - visserij - biodiversiteit - vissen - boomkorvisserij - soortenrijkdom - soortendiversiteit - friesland
    European Red List of marine fishes
    Nieto, A. ; Ralph, G.M. ; Comeros-Raynal, M.T. ; Heessen, H.J.L. ; Rijnsdorp, A.D. - \ 2015
    Luxembourg : Publications Office of the European Union - ISBN 9789279454127 - 88
    mariene ecologie - vissen - bedreigde soorten - landen van de europese unie - marine ecology - fishes - endangered species - european union countries
    Starting in 2007 with the launch of the European Red List of Mammals, all vertebrate groups have since been assessed according to the same IUCN Red List methodology; the current Red List for marine fishes is thus filling a gap for the last group of vertebrates that still remained to be assessed. Accordingly, for the first time ever, an assessment of the extinction risk for each and every vertebrate species occurring in the European Union (and in Europe) is now available.
    Baseline assessment of the coral reef fish assemblages of St. Eustatius
    Kuijk, T. van; Graaf, M. de; Nagelkerke, L.A.J. ; Boman, E. ; Debrot, A.O. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C058/15) - 49
    vissen - koraalriffen - aquatische gemeenschappen - aquatische ecologie - mariene parken - sint eustatius - fishes - coral reefs - aquatic communities - aquatic ecology - marine parks - sint eustatius
    In this study we present a fishery independent survey of the finfish populations at depths ranging from 5-30 m in the shallow reef habitats around the island of St. Eustatius.
    Een analyse van de effecten van getijturbines op habitat, vis, vogels en zeezoogdieren bij Kornwerderzand
    Griffioen, A.B. ; Geelhoed, S.C.V. ; Keeken, O.A. van; Winter, H.V. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C031/15) - 59
    waterkracht - getijden - turbines - sluizen - nadelige gevolgen - aquatische ecologie - vissen - afsluitdijk - ijsselmeer - water power - tides - turbines - sluices - adverse effects - aquatic ecology - fishes - afsluitdijk - lake ijssel
    Er zijn plannen om in zes van de tien spuikokers van het spuisluiscomplex van Kornwerderzand in totaal 18 Tocardo getijturbines turbines te installeren. Deze turbines zullen energie winnen uit de sterke stroming die bij het spuien van overtollig water vanuit het IJsselmeer naar de Waddenzee in de spuikokers ontstaat. Deze turbines vormen door potentieel botsingsgevaar en verstoring mogelijk een risico voor vissen, vogels en zeezoogdieren en zouden wellicht een verandering in het habitat teweeg kunnen brengen. De risico’s en belemmeringen voor vissen worden groter ingeschat dan die voor vogels en zeezoogdieren. Sterfte (direct) door de turbines kan zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts optreden door fenomenen als: botsing met de bladen en structuren, drukverschillen, cavitatie, turbulentie en ‘shear stress’. In stroomopwaartse richting vormen de turbines voor de sterkere zwemmers, zalm, zeeforel, zeeprik, rivierprik, fint en houting een risico of belemmering.
    Analyse visgegevens DFS (Demersal Fish Survey) ten behoeve van de compensatiemonitoring Maasvlakte 2
    Tulp, I.Y.M. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C080/15) - 47
    visfauna - vissen - monitoring - natuurcompensatie - zuid-holland - voordelta - fish fauna - fishes - monitoring - nature compensation - zuid-holland - voordelta
    Binnen het monitoringprogramma dat is ingesteld om de compensatie opgave voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte te onderzoeken is er in 2014 geen specifiek visprogramma uitgevoerd. In plaats daarvan is een analyse uitgevoerd van de data uit de lange termijn monitoring in het kader van de Demersal Fish Survey (DFS) met een tweeledig doel: 1. in het jaar waarin er geen vismonitoring plaatsvond, toch een ‘vinger aan de pols’ te houden. 2. om de ontwikkeling van vis in de Voordelta in breder kader te plaatsen: door recente ontwikkelingen in de visstand in de Voordelta te relateren aan lange termijn veranderingen en door de trends in vis in de Voordelta te contrasteren met die in andere gebieden in de Nederlandse zoute wateren.
    Rhyme and reason: plankton changes in the North Sea ecosystem
    Alvarez Fernandez, S. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Han Lindeboom, co-promotor(en): Erik Meesters. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462573321 - 175
    plankton - aquatische ecologie - aquatische ecosystemen - zoöplankton - vissen - biogeografie - noordzee - plankton - aquatic ecology - aquatic ecosystems - zooplankton - fishes - biogeography - north sea

    Summary

    The North Sea planktonic system is one of the most studied cases of sudden community changes in the marine environment. Continuous Plankton Recorder (CPR) data provided insight into the long-term trends and seasonal patterns of both phytoplankton and zooplankton and their relationships with hydrographical factors as well as climatological events during the last 50 years. A cold episodic event in the late 1970s and a shift towards a warmer community in the late 1980s have been thoroughly described in the literature. Both events have been related to different environmental factors, such as changes in sea surface temperature and Atlantic water inflow through the northern North Sea. This thesis was aimed to achieve a deeper understanding of long term plankton trends in the North Sea, detect more recent changes in the plankton community, and the environmental drivers behind them. The approach taken throughout this research consisted ofanalyzing extensive long term monitoring data in the open North Sea, the Dutch coastal area and the whole north-eastern North Atlantic.

    Here we described for the first time a change in the plankton community of the North Sea at the end of the 1990s. This change particularly affected the abundance and seasonal patterns of dinoflgellates and the dominant zooplankton group, the shelf-sea copepods (i.e. Temora longicornis, Pseudocalanus elongatus, Paracalanus sp.). Temperature changes and different water mass composition of the North Sea are suggested as main drivers behind this change.

    While looking more in detailed to the plankton trends in the Dutch North Sea waters, we identified an overall C:Chla increase. In coastal waters physiological adaptation to higher light and lower nutrient levels may have enhanced the C:Chlorophyll a, while different processes act in offshore waters. These findings not only indicate the rapidly changing environment in the Dutch coastal zone, but also about the validity of Chlorophyll a as an indicator of phytoplankton biomass trends.

    The detected changes in the planktonic system are not the only pelagic changes in the North Sea. We related the changes in plankton abundance and distribution with reported changes in recruitment of North Sea herring, particularly through the predator-prey relationship of some plankton species with pre-metamorphosis larvae. Even though spawning stock biomass has been high during the last decade, recruitment of North Sea herring has decreased since 2002. There were already indications that the early larval stage could be the critical point of development, with reduced survival and growth rates during the 2000s. The analyses presented here showed the abundance of Pseudocalanus sp. during winter to have a strong relationship with larval distribution and abundance later in herring life cycle, suggesting that predator-prey processes, and potentially starvation of first-feeding larvae, are behind the low recruitment in recent years.

    These changes in the North Sea pelagic ecosystem are not self-contained, but part of an even larger scale process taking place all across the northeastern Atlantic region. In thisthesis we showed how the changes detected in the North Sea, occurred synchronously in different Atlantic regions. This synchronicity suggests common global trends affecting marine ecosystems. We suggest that rising temperature and changes in oceanic circulation are behind this synchronicity, and that local circumstances, or atmospheric patterns with more local influences, such as North Atlantic Oscillation in the North Sea, modulate the responses of marine ecosystems. In the synthesis the main conclusions of each chapter are put in context together and the importance of zooplankton as a link between primary productivity and higher trophic level consumers is discussed. Furthermore, the importance of monitoring and the correct selection of biological and environmental indicators is also discussed.

    The knowledge provided by this doctoral thesis increase our understanding of the processes regulating the plankton community composition in the North Sea (Chapter 1 & 2) and the northeastern Atlantic region (Chapter 4), the potential relationship of plankton community with fish early-stage larvae (Chapter 3) and how environmental changes might affect the relevance of the indicators used to assess the state of the biological system (Chapter 2).

    Rapportage dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB's in rode aal uit Nederlandse binnenwateren
    Leeuwen, S.P.J. van; Dam, G. ten; Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2015
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT rapportage dioxines 2015 ) - 19
    vissen - zoet water - ecotoxicologie - dioxinen - polycyclische koolwaterstoffen - european eels - monitoring - ijsselmeer - waterwegen - maas - rijn - waal - volkerak-zoommeer - ijssel - hollandsch diep - voedselveiligheid - fishes - fresh water - ecotoxicology - dioxins - polycyclic hydrocarbons - european eels - monitoring - lake ijssel - waterways - river meuse - river rhine - river waal - volkerak-zoommeer - river ijssel - hollandsch diep - food safety
    In 2014 zijn in het kader van het monitoringsprogramma "Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij" 17 zoetwaterlocaties in Nederland bemonsterd. Van de gevangen rode alen zijn mengmonsters samengesteld voor de lengteklassen 30-40 cm en >45 cm en geanalyseerd op de aanwezigheid van dioxines, dioxineachtige- en nietdioxineachtige PCB's. De gevonden gehaltes sluiten goed aan bij de resultaten van 2013. Mengmonsters van kleine alen zijn onderzocht op 12 locaties en in 3 gevallen werden één of meerdere normen overschreden. De mengmonsters van grotere alen (>45 cm) voldeden op 9 van de onderzochte locaties niet aan één of meerdere normen. Naast aal uit de gesloten gebieden betrof dat ook aal uit het open gebied Amsterdam-Rijnkanaal bij Diemen. Per 1-1- 2015 behoort het Amsterdam-Rijnkanaal ook tot de gesloten gebieden. Anderzijds waren er ook locaties binnen de gesloten gebieden waar de mengmonsters aal wel voldeden aan de normen. Dit betrof beide locaties van het Volkerak.
    Recreational fisheries in the Netherlands: analyses of the 2012 - 2013 online logbook survey, 2013 online screening survey and 2013 random digit dialing screening survey
    Hammen, T. van der; Graaf, M. de - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C042/15) - 55
    sportvissen - hengelsport - zoetwatervissen - mariene ecologie - visserijbeleid - vissen - monitoring - nederland - game fishes - angling - freshwater fishes - marine ecology - fishery policy - fishes - monitoring - netherlands
    De Nederlandse overheid is verplichtingen opgelegd door de Europese Commissie met betrekking tot het rapporteren van vangsten door recreatieve vissers. Deze regelingen verplichten Nederland tot het verzamelen van gegevens over de omvang van de vangsten in de recreatieve visserij op kabeljauw, aal, haaien en roggen. Sinds 2009 verricht IMARES onderzoek en het wordt uitgevoerd in samenwerking met Sportvisserij Nederland en recreatieve vissers. Dit rapport geeft een overzicht van de vangstschattingen van de meest gevangen zout en zoetwatersoorten uit de logboek survey van 2012-2013.
    Desk-study on habitat quality for the European Sturgeon in the Dutch Rhine and southern North Sea
    Winter, H.V. ; Teal, L.R. ; Wolfshaar, K.E. van de; Griffioen, A.B. ; Houben, B. ; Breve, N.W.P. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C044/15) - 50
    habitats - beoordeling - aquatische ecologie - vissen - steuren - herintroductie van soorten - rijn - habitats - assessment - aquatic ecology - fishes - sturgeons - reintroduction of species - river rhine
    One of the most endangered fish species worldwide is the European sturgeon Acipenser sturio. The River Rhine was home to an important sturgeon population that went locally extinct in the first half of the 20th century. In recent decades, many improvements of the ecological quality of the Rhine have taken place. Because the last remaining wild population of European sturgeon in the Gironde basin is very small and at considerable distance, it appears unlikely that rapid recolonization will take place if the Rhine is suitable again. That is why Stichting ARK, World Wildlife Fund (WWF) and the Dutch Anglers Association (Sportvisserij Nederland) have started a trajectory with the eventual reintroduction of the European sturgeon in the Rhine basin as the ultimate goal.
    Quick scan to assess the prevalence of dermal parasites among coral reef fishes of Bonaire
    Graaf, M. de; Simal, F. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C055/15) - 15
    waterkwaliteit - ecotoxicologie - vissen - caribisch gebied - bonaire - water quality - ecotoxicology - fishes - caribbean - bonaire
    On Bonaire visual surveys were conducted at 17 different sites between 7 and 16 March 2015. The selection of sites was largely based on the water quality study of Slijkerman et al. (2014), resulting in a selection of sites known to vary in water quality (e.g. City-Salt locations versus northern locations). Some sites were added to the ‘quick scan’ as a reference based on assumed good water quality (e.g. east coast with minimal human influence) or as additional sites potential eutrophic sites based on the presence of deep-water cyanobacterial mats. In total 16040 coral reef fish were visually inspected for the presence of dermal parasites.
    Toestand vis en visserij in de Zoete Rijkswateren: 2013 Deel I: Trends van de visbestanden, vangsten en ecologische kwaliteit ratio's
    Graaf, M. de; Boois, I.J. de; Griffioen, A.B. ; Overzee, H.M.J. van; Tien, N.S.H. ; Tulp, I.Y.M. ; Vries, P. de - \ 2015
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C011/15) - 92
    visbestand - zoet water - vissen - monitoring - fishery resources - fresh water - fishes - monitoring
    In de rapportage zijn trendanalyses voor de verschillende commercieel benutte vissoorten en habitatrichtlijn vissoorten gemaakt aan de hand van de beschikbare monitoringsgegevens. Van acht commercieel benutte vissoorten (aal, baars, blankvoorn, brasem, kolblei, snoekbaars, spiering en bot) is waar mogelijk een trendanalyse uitgevoerd. Omdat in de zoete Rijkswateren de visstand wordt beheerd op visstandbeheercommissie (VBC) niveau (behalve aal), zijn de trendanalyses uitgevoerd per VBC gebied.
    Bedwelmen aan boord
    Sikkema, A. ; Vis, J.W. van de; Gerritzen, M.A. - \ 2015
    Resource: nieuwssite voor studenten en medewerkers van Wageningen UR 9 (2015)15. - ISSN 1389-7756 - p. 12 - 13.
    vissen - bedwelmen - slacht - dierenwelzijn - visserij - kweekvis - visteelt - wild gevangen vis - fishes - stunning - slaughter - animal welfare - fisheries - farmed fish - fish culture - wild caught fish
    Wakker Dier voert de laatste weken actie tegen het onverdoofd slachten van vissen. Net als de kippen en varkens moeten de vissen worden verdoofd voor de slacht, vindt de actiegroep. Kan dat? De meeste kweekvis in Nederland wordt al verdoofd aan de slachtlijn, stellen Wageningse onderzoekers, maar de wilde vis uit de Noordzee nog niet. Om ook de schol en haring aan boord van het vissersschip verdoofd te kunnen slachten, is eerst meer onderzoek in het lab en op zee nodig.
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren: 2013. Data
    Boois, I.J. de; Graaf, M. de; Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Kuijs, E. ; Os-Koomen, B. van; Westerink, H.J. ; Wiegerinck, Hanz ; Overzee, H.M.J. van - \ 2014
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C164a/14) - 468
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - lake ijssel - randmeren - rivers - inventories
    De monitoringen in de zoete Rijkswateren zijn opgezet ten behoeve van het monitoren van de visstand en worden tegenwoordig ook uitgevoerd om de ecologische toestand van de zoete Rijkswateren in kaart te kunnen brengen.
    Gevolgen stresshormonen op de stofwisseling (algemene informatie) : wat stress bij vis doet
    Leenstra, S.H. ; Scheerboom, J. - \ 2014
    Aquacultuur 29 (2014)4. - ISSN 1382-2764 - p. 25 - 28.
    aquacultuur - vissen - stressfysiologie - palingteelt - tilapia - aquaculture - fishes - stress physiology - eel culture - tilapia
    Stress bij vissen kreeg in dit vakblad nog niet de aandacht die het verdient. Terwijl viskwekers al lang weten hoe ingrijpend de gevolgen van stress voor de productie kunnen zijn. Bovendien zijn wetenschappers nu in staat stress te meten en kwantificeren. De auteurs vroegen zich af hoe de stofwisseling van vissen door stress kan worden beïnvloed en welke negatieve gevolgen dit heeft.
    Endogene stress : stressoren (deel 3)
    Leenstra, S.H. ; Scheerboom, J. - \ 2014
    Aquacultuur 29 (2014)4. - ISSN 1382-2764 - p. 22 - 23.
    aquacultuur - vissen - stressreactie - stress omstandigheden - aquaculture - fishes - stress response - stress conditions
    Een vishouder dient te weten dat een vis gedurende het leven ontwikkelingen doormaakt, die stress voor het dier betekenen. Hierbij worden - ter afsluiting van vorige bijdragen over stressoren (zie Aquacultuur 2014, nr. 2 en 3) - voorbeelden van endogene stress beschreven.
    Over ongekende gevoeligheden van vissen : vissen en hun stressoren (deel 2)
    Leenstra, S.H. ; Scheerboom, J. - \ 2014
    Aquacultuur 29 (2014)3. - ISSN 1382-2764 - p. 6 - 10.
    vissen - stressfactoren - stressreactie - natuurlijke toxinen - formaldehyde - waterkwaliteit - aquacultuur - fishes - stress factors - stress response - natural toxins - formaldehyde - water quality - aquaculture
    Zoals bekend, streeft een viskweker naar continue groei, optimale voederconversie en een geplande productietijd. Stress verlaagt bij vissen de immunologische weerstand, waardoor ziektes kunnen uitbreken en een lagere productie het gevolg is. Daarom worden stressoren op een kwekerij zo veel mogelijk gemeden. Hiertoe is het allereerst nodig dat een viskweker weet welke stressoren zich op de kwekerij kunnen voordoen en vervolgens hoe gevoelig de vis hiervoor is.
    Gunstige referentiewaarden voor populatieomvang en verspreidingsgebied van soorten van bijlage II, IV en V van de Habitatrichtlijn
    Ottburg, F.G.W.A. ; Swaay, C.A.M. van - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, Wageningen UR (WOt-rapport 124)
    amphibia - lepidoptera - vissen - zoogdieren - ongewervelde dieren - mossen - korstmossen - reptielen - populatiebiologie - habitatrichtlijn - amphibia - lepidoptera - fishes - mammals - invertebrates - mosses - lichens - reptiles - population biology - habitats directive
    This report presents the Favourable Reference Values for population size and range for the species listed in Annexes II, IV and V of the EU Habitats Directive. These reference values are used to assess the conservation status of species as required by Article 17 of the Habitats Directive. They were determined according to a protocol (checklist) and based on scientific information. Where the required scientific information was not readily available, expert judgement was used to fill the gaps. When determining the reference values, experts on each of the species groups were enlisted from the various voluntary conservation organisations, IMARES Wageningen UR (Texel and IJmuiden) and Alterra Wageningen UR. In addition, two extra questions were answered on how these reference values can be maintained or achieved, and the potential influence of climate warming.
    Effect of pile-driving sound on the survival of fish larvae.
    Bolle, L.J. ; Jong, C.A.F. ; Blom, E. ; Wessels, P.W. ; Damme, C.J.G. van; Winter, H.V. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C182/14) - 33
    larven - vissen - geluidshinder - onderwaterakoestiek - offshore - constructie - windmolenpark - nederland - dierenwelzijn - larvae - fishes - noise pollution - underwater acoustics - offshore - construction - wind farms - netherlands - animal welfare
    Er bestaat zorg over de mogelijk schadelijk effecten van onderwatergeluid gegenereerd gedurende het heien bij de aanleg van offshore windparken. Harde impulsgeluiden zoals heigeluid kunnen dodelijke verwondingen veroorzaken bij vissen. Tot voor kort was er weinig bekend over de geluidsniveaus waarbij fysieke schade optreedt. Wij hebben letale effecten van blootstelling aan heigeluid onderzocht in verschillende larvale stadia van drie vissoorten (tong Solea solea, zeebaars Dicentrarchus labrax en haring Clupea harengus). De experimenten zijn uitgevoerd met de ‘larvaebrator’, een apparaat dat ontwikkeld is om larven bloot te kunnen stellen aan heigeluid in het laboratorium.
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren. Deel II: Methoden
    Sluis, M.T. van der; Overzee, H.M.J. van; Tien, N.S.H. ; Graaf, M. de; Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Os-Koomen, E. van; Rippen, A.D. ; Wiegerinck, J.A.M. ; Wolfshaar, K.E. van de - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C175/14) - 83
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - lake ijssel - randmeren - rivers - inventories
    Sinds 2013 worden al deze monitoringprogramma’s jaarlijks in één rapportage gebundeld. Dit rapport bevat de gebruikte methodieken van de verschillende vis-monitoringsprogramma’s in de zoete Rijkswateren
    Waterkwaliteit
    Schram, Edward - \ 2014
    fisheries - aquaculture - water quality - feed intake - pike perch - silurus glanis - eels - fishes - diversity - nitrate - ammonia
    Pilot polderbemonstering
    Keeken, O.A. van; Wolfshaar, K.E. van de; Hoek, R. ; Graaf, M. de - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C161/14) - 22
    aquatische ecologie - vissen - polders - inventarisaties - kaderrichtlijn water - aquatic ecology - fishes - polders - inventories - water framework directive
    Voor het berekenen van het aalbestand in Nederland op basis van onder andere Kaderrichtlijn Water gegevens, is het noodzakelijk aanvullende gegevens te verzamelen over de aanwezigheid van aal in kleine poldersloten. Tijdens polderbemonstering (juni 2014) werden 22 vissoorten gevangen, waarvan de meest voorkomende vissoorten blankvoorn en baars waren. In totaal werden 139 alen gevangen in 33 trekken. De betrokken waterschappen waren: Wetterskip Fryslan, Hoogheemraadschap Rijnland en Waterschap Scheldestromen.
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2: Datarapport groei juveniele vis Zandmotor voorjaar en zomer 2013
    Hal, R. van; Keeken, O.A. van; Meeuwissen, L. - \ 2014
    IJmuiden [etc.] : IMARES / Deltares (Rapport / IMARES C126/14 - 1205045-000-ZKS-0097) - 15
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - monitoring - vissen - benthos - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - monitoring - fishes - benthos - zuid-holland
    Dit rapport beschrijft de data die verzameld zijn tijdens het onderzoek naar juveniele vis en enkele epibenthos soorten in en rond de Zandmotor in het voorjaar en de zomer van 2013. De data is verzameld in 7 dagen verspreid over de periode mei tot en met augustus. De bemonstering is uitgevoerd met een rubberboot met een 2 meter boomkor tuig met maaswijdte van 10 mm en 20mm. Er zijn vistrekken uitgevoerd in de lagune en op 3 plekken rond de Zandmotor. Van iedere vistrek zijn alle vissen per soort gemeten en is al het epibenthos per soort geteld.
    Verspreidingsdynamiek, gedrag en voorkomen van diadrome vis bij Kornwerderzand t.b.v. de VismigratieRivier
    Griffioen, A.B. ; Winter, H.V. ; Keeken, O.A. van; Chen, C. ; Os-Koomen, E. van; Schoenlau, S. ; Zawadowski, T. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C083/14) - 131
    vissen - migratie - vismigratie - sluizen - afsluitdijk - telemetrie - monitoring - fishes - migration - fish migration - sluices - afsluitdijk - telemetry - monitoring
    De sluiting van de 32 km lange Afsluitdijk in 1932 heeft grote gevolgen gehad voor de migratie van vis tussen de Zuiderzee en de aangrenzende rivieren. Waar eerst een natuurlijke overgang bestond van zoet en zout water, is nu een harde scheiding tussen het IJsselmeer en de Waddenzee ontstaan. Jaarlijks bieden zich, afhankelijk van de soort, enkele tientallen tot honderden miljoenen vissen aan bij het spuicomplex bij Kornwerderzand. Deze vissen willen tijdens hun stroomopwaartse migratie het IJsselmeer bereiken richting paai of opgroeigebieden, maar de Afsluitdijk vormt een barrière en veroorzaakt daarmee vertraging en of blokkering tijdens de stroomopwaartse migratie. Om deze reden zijn er plannen om een vispassage of een VismigratieRivier (VMR) te bouwen naast het spuicomplex te Kornwerderzand met als doel om de ecologische barrière, die de Afsluitdijk voor trekvissen vormt, te verzachten. Deze rapportage gaat in op de ruimtelijke verspreidingsdynamiek van kleine vis (driedoornige stekelbaars, spiering, botlarven en glasaal), het zoekgedrag en passagesucces van grotere vis (houting, zeeprik en zeeforel) en de aanwezigheid van diadrome vis buiten de spuikom.
    Dietary carbohydrates and denitrification in recirculating aquaculture systems
    Meriac, A. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Verreth. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570351 - 129
    dieren - vissen - aquacultuur - koolhydraten - denitrificatie - aquacultuur en milieu - feces - vezels - recirculatie aquacultuur systemen - animals - fishes - aquaculture - carbohydrates - denitrification - aquaculture and environment - faeces - fibres - recirculating aquaculture systems

    Due to overfishing of global fish stocks and increasing fish meal prices, plant ingredients are being increasingly used as an alternative source of protein in fish feeds. However, the inclusion of unpurified plant ingredients will also increase the content of fibers in feeds. Fibers are nearly indigestible and will therefore increase solid waste production in aquaculture. This solid waste can be used to as a carbon source for denitrification to control nitrate levels in recirculating aquaculture systems (RAS), thereby reducing both solid and dissolved waste production. Additionally, fibers can change the recovery characteristics and lower the degradability of fecal waste. Therefore, this study investigates how changes in the dietary carbohydrate composition can affect waste production, system performance and denitrification in RAS. Furthermore, ultrasound treatment (to decrease particle size in fecal waste) and enzymatic conditioning (to increase fiber degradability) were tested as possible means to increase the bioavailability of carbon in fecal waste for denitrification.

    Comparing a high fiber (HNSP) and low fiber (LNSP) diet in RAS stocked with rainbow trout confirmed that the fibers in the HNSP diet increase fecal waste production. Although the HNSP diet produced more fecal waste than the LNSP diet, both diets produced the same amount of biodegradable fecal carbon. Since feces removal was higher in RAS using the HNSP diet, the load of degradable organic matter on the biofilters was lower with the HNSP diet than with the LNSP diet. Furthermore, fecal waste produced with the HNSP diet contained larger particles than feces of the LNSP diet, which could also improve the recovery of fecal waste with microscreens. Feces produced with the HNSP diet were also less degradable than feces produced with the LNSP diet. By using fecal waste as an internal carbon source for denitrification, solid and dissolved waste emissions from RAS could be reduced by ~50% for the HNSP diet. However, only approximately half of the supplied cellulose and hemicellulose were degraded in the denitrification reactors, whereas lignin was not degraded at all. Thus, the overall degradability of organic carbon in fecal waste was limited by fibers as hemicellulose, cellulose and lignin. Ultrasound and enzymatic conditioning did not sufficiently increase the degradability of fecal waste. Nonetheless, fibers originating from unpurified plant ingredients may also have beneficial effects on RAS performance by increasing fecal recovery. A more selective choice of feed ingredients could be used to increase the recovery and degradability of fecal waste in RAS.

    Onderzoek naar inheemse wilde fauna, verslag over 2013
    Tulden, P.W. van - \ 2014
    Lelystad : Central Veterinary Institute (Rapport / Central Veterinairy Institute 14/CVI0014) - 31
    fauna - wild - vogels - vissen - zoogdieren - toxicologie - pathologie - doodsoorzaken - monitoring - fauna - wildlife - birds - fishes - mammals - toxicology - pathology - causes of death - monitoring
    Met betrekking tot een aantal opgedragen Wettelijke Onderzoekstaken (WOT) treedt het Central Veterinairy Institute op als Nationaal Referentie Laboratorium (NRL) voor aangifteplichtige virale, parasitaire, protozoaire en bacteriële ziekten, TSE’s en antimicrobiële resistentie. Dit verslag geeft een overzicht van onderzoek aan de dieren, die opgestuurd zijn naar het CVT. Enkele cijfers: 137 inzendingen in het kader van het wettelijke wilde fauna onderzoek. Maar ook 188 kadavers, 6 levende watervogels en 27 monsters verdacht materiaal. De kadavers zijn te verdelen in 65 roofvogels, 70 watervogels, 13 overige vogels, 26 zoogdieren en 14 vissen. Hier kon van 115 van de 188 kadavers de doodsoorzaak worden achterhaald. De meest vastgestelde doodsoorzaken zijn trauma, vergiftiging, uitputting, afschot en botulisme, afhankelijk van de diercategorie.
    Good memories for details improve fish health
    Wiegertjes, G.F. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen University, Wageningen UR - ISBN 9789461739759 - 20
    vissen - diergezondheid - immunologie - aquacultuur - celbiologie - vaccinatie - fishes - animal health - immunology - aquaculture - cellular biology - vaccination
    Resultaten van het Rijkswaterstaat JAMP 2013 monitoringsprogramma van bot (Platichthys flesus L.). Biologische gegevens
    Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C077/14) - 19
    vissen - visziekten - ecotoxicologie - noordzee - westerschelde - eems-dollard - biologische monitoring - fishes - fish diseases - ecotoxicology - north sea - western scheldt - eems-dollard - biomonitoring
    Inventarisatie in het kader van het Joint Assessment and Monitoring Program van de OSPARCOM. Van monsters van de vissoort bot werden biologische parameters bepaald. Tevens werden in deze botten milieukritische stoffen geanalyseerd. Kustzone Noordwijk, de Westerschelde en de Eems-Dollard werden bemonsterd voor chemisch onderzoek en de Westerschelde en de Eems-Dollard voor visziekten
    Merk-terugvangst experiment rivierprik (Lampetra fluviatilis) bij Kornwerderzand
    Griffioen, A.B. ; Winter, H.V. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C044/14) - 26
    vismigratie - sluizen - vissen - diergedrag - dijken - monitoring - ijsselmeer - fish migration - sluices - fishes - animal behaviour - dykes - monitoring - lake ijssel
    Het doel van dit onderzoek is om de interpretatie van de fuikvangsten die sinds 2001 worden uitgevoerd bij Kornwerderzand te verbeteren. Fuik vangsten zijn altijd een resultante van aanbod van vis en gedrag, met als gevolg dat dezelfde resultaten een verschillend onderliggend patroon in visgedrag en voorkomen van vis kunnen hebben. Voorafgaand aan het onderzoek zijn twee vragen geformuleerd: Worden er in de fuikvangsten terugvangsten gedaan van individuele vissen? Op welke schaal vindt er rondzwem-/zoekgedrag van rivierprik plaats?
    Oplegnotitie bij Beoordelingssystematiek beschermde vissoorten van de Grensmaas
    Deerenberg, C.M. ; Machiels, M.A.M. - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C056/13) - 17
    vissen - aquatische ecologie - natura 2000 - waterkracht - krachtcentrales - nadelige gevolgen - maas - fishes - aquatic ecology - natura 2000 - water power - power stations - adverse effects - river meuse
    In het rapport “Beoordelingssystematiek beschermde vissoorten van de Grensmaas” (IMARES rapport C071/12) zijn een wetenschappelijk onderbouwde beoordelingssystematiek en een daaruit afgeleid toetsingskader gepresenteerd voor de gevolgen van een nieuw te bouwen waterkrachtcentrale (WKC) in de Maas, bij Borgharen. Een WKC veroorzaakt extra sterfte aan jonge Zalmen die naar zee trekken. De voorliggende notitie vormt een korte samenvatting van en een toelichting op de ontwikkelde systematiek en daaruit afgeleid toetsingskader. Om de gevolgen van een verandering in of nabij de Grensmaas te kunnen beoordelen, zijn alle relevante factoren, en hun onderlinge relaties, die de uitbreidingsmogelijkheden voor de trekvispopulaties beïnvloeden, in een toetsingskader opgenomen
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren. Deel III: Data
    Boois, I.J. de; Overzee, H.M.J. van; Graaf, M. de; Keeken, O.A. van; Kuijs, E.K.M. ; Os-Koomen, E. van; Westerink, H.J. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C060/13) - 399
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - lake ijssel - randmeren - rivers - inventories
    Het rapport “Toestand Vis en Visserij in de Zoete Rijkswateren” bestaat uit drie delen. Dit rapport bevat de resultaten van de vismonitoringen in de zoete Rijkswateren. Het omvat de volgende bemonsteringen: - Open water monitoring IJssel- en Markermeer - Oeverbemonstering IJssel- en Markermeer - Bemonstering zeldzame vis IJssel- en Markermeer - Bemonstering diadrome vis Kornwerderzand - Actieve monitoring grote rivieren en delta - Passieve monitoring grote rivieren en delta - Zalmsteekmonitoring grote rivieren De monitoringen in en rond het IJssel- en Markermeer worden gefinancierd door het ministerie van EZ, de monitoringen op de rivieren door Rijkswaterstaat.
    Kenniskring staand want IJsselmeer: vervolg pilot project 2013
    Keeken, O.A. van; Uhlmann, S.S. ; Groot, P.J. ; Groeneveld, K. ; Graaf, M. de - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C042/14) - 22
    vissen - kaderrichtlijn water - aquatische ecologie - ijsselmeer - monitoring - proefprojecten - fishes - water framework directive - aquatic ecology - lake ijssel - monitoring - pilot projects
    Vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW) wordt informatie vereist over de bestandsopbouw van onder andere snoekbaars en baars op het IJsselmeer en het Markermeer. In het IJsselmeer worden de visbestanden jaarlijkst bemonsterd. Deze reguliere bemonstering is echter niet geschikt om karakteristieken van de bestandsopbouw, zoals verhouding maatse en ondermaatse vis, mee te monitoren. Het doel van dit onderzoek is vooral om na te gaan of door het gebruik van staand want met verschillende maaswijdtes beter inzicht kan worden verkregen in de verhouding maatse en ondermaatse snoekbaars en baars.
    Data rapportage najaar 2013 fuik monitoring Kornwerderzand t.b.v. de VismigratieRivier
    Griffioen, A.B. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C034/14) - 37
    dijken - vissen - vismigratie - habitatverbindingszones - afsluitdijk - monitoring - dykes - fishes - fish migration - habitat corridors - afsluitdijk - monitoring
    De “Vismigratierivier Afsluitdijk” is een uniek project om het Nederlandse icoon de Afsluitdijk te vernieuwen. Het project heeft als doel om de ecologische barrière, die de Afsluitdijk voor trekvissen is, te verzachten. De Vismigratierivier (VMR) zorgt er voor dat een brede groep trekvissen, zoals de spiering, houting, aal (paling) en zalm, weer de ruimte krijgt om hun paai-, leef- en opgroeigebieden in het IJsselmeer, de Friese Meren, de Overijsselse Vecht, de IJssel en verder te bereiken. Voordat er een gedetailleerd werkplan voor de uitvoering van de Vismigratierivier bij Kornwerderzand kan worden uitgevoerd, moeten er een aantal cruciale vismigratieprocessen onderzocht worden. Voor dit programma worden zeven fuiken in het voor- en najaar twee keer per week gelicht. Deze monitoring heeft als doel jaarlijkse trends waar te nemen van diadrome vissen.
    Toestand vis en visserij in de Zoete Rijkswateren: 2012 Deel I: Trends van de visbestanden, vangsten en ecologische kwaliteit ratio's
    Graaf, M. de; Overzee, H.M.J. van; Boois, I.J. de; Vries, P. de; Tien, N.S.H. ; Tulp, I. ; Griffioen, A.B. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C058/13) - 52
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - lake ijssel - randmeren - rivers - inventories
    De visstand bemonsteringen die in opdracht van RWS Waterdienst plaatsvinden maken deel uit van een uitgebreider programma: de Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL). In de loop der tijd is uit pragmatische overwegingen de uitvoering en financiering van de visstand bemonsteringen verdeeld over RWS en Min EZ, waarbij grofweg RWS de vismonitoring in de rivieren en delta uitvoert en Min EZ de vismonitoring in het IJsselmeer en Markermeer
    Risk analysis of exotic fish species included in the Dutch Fisheries Act and their hybrids
    Schiphouwer, M.E. ; Kessel, N. van; Matthews, J. ; Leuven, R.S.E.W. ; Koppel, S. ; Kranenbarg, J. ; Haenen, O.L.M. ; Lenders, H.J.R. ; Nagelkerke, L.A.J. ; Velde, G. van der; Crombaghs, B. ; Zollinger, R. - \ 2014
    Nijmegen : Nederlands Expertise Centrum Exoten (Report 2013.068) - 207
    vissen - fauna - verspreiding - risicobeheersing - invasieve exoten - inventarisaties - fishes - fauna - dispersal - risk management - invasive alien species - inventories
    In dit rapport worden de risico’s geanalyseerd van exotische vissoorten die zijn opgenomen in de Visserijwet en hun hybriden. De volgende soorten en één specifieke hybride zijn in de analyse meegenomen: beekridder (Salvelinus alpinus); roofblei (Leuciscus aspius); karper (Cyprinus carpio); Amerikaanse hondsvis (Umbra pygmaea); graskarper (Ctenopharyngodon idella); hybride ‘kruiskarper’ (Cyprinus carpio X Carassius spp.); snoekbaars (Sander lucioperca); giebel (Carassius gibelio) en kleine marene (Coregonus albula). Hoewel zeeforel (Salmo trutta trutta) was opgenomen in de initiële selectie van exotische soorten, is in consensus met experts besloten deze soort als inheems te beschouwen. Op basis van dit rapport worden de volgende maatregelen aanbevolen: - Het uitzetten van exoten, met name karper, giebel, snoekbaars, graskarper en vruchtbare hybriden (kruiskarper), moet gestopt of gereguleerd worden om verdere verspreiding en nieuwe introducties te voorkomen. - Het screenen van nationale en international vistransporten en maatregelen te nemen om de verspreiding van ziekten en andere meeliftende exoten te voorkomen.
    Underwater acoustic characteristics of the OWEZ wind farm operation (T1)
    Haan, D. de; Burggraaf, D. ; Wal, J.T. van der; Hal, R. van - \ 2013
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Report / IMARES Wageningen UR C069/13) - 113
    windmolenpark - geluidshinder - onderwaterakoestiek - fauna - vissen - inventarisaties - noordzee - nadelige gevolgen - wind farms - noise pollution - underwater acoustics - fauna - fishes - inventories - north sea - adverse effects
    In Holland the first two offshore wind farms, the Offshore Wind Farm Egmond aan Zee (OWEZ) and “Prinses Amalia” were built in respectively 2006 and 2007. Beside the main goal of producing electric energy from wind resource the construction of the first wind farm (OWEZ) was also used to demonstrate the impact of such construction to the environment. To demonstrate the impact an extensive Monitoring and Evaluation Program (MEP) was developed to evaluate the effects on benthic organisms, fish, birds and marine mammals. One of the tasks was to measure the underwater noise characteristics before and during the construction and with turbines in operation and to estimate the effects.
    Monitoring en evaluatie pilot Zandmotor fase 2 - Meetplan groei juveniele vis Zandmotor voorjaar en zomer 2013
    Keeken, O.A. van; Wijsman, J.W.M. - \ 2013
    IJmuiden [etc.] : IMARES (Rapport / IMARES C055/13 - 1205045-000-ZKS-0081) - 10
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - monitoring - vissen - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - monitoring - fishes - zuid-holland
    Dit rapport beschrijft het meetplan voor vis op en rond de Zandmotor in het voorjaar en de zomer van 2013. De monsterlocaties zijn de lagune van de Zandmotor, twee referentiegebieden aan de Noordzeekant van de Zandmotor en een referentiegebied aan de zuidkant van de Zandmotor langs de Noordzeekust. Met het monstertuig zal worden gevist op waterdieptes tussen 1,5 en 5 meter.
    Ecologische kwetsbaarheidskaarten voor drijvende en gedispergeerde olie op de Noordzee
    Lange, H.J. de; Lanen, R. van; Boois, I.J. de; Foekema, E.M. ; Asch, M. van; Lahr, J. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2477) - 49
    mariene gebieden - rampen - olieverontreinigingen - zeevogels - vissen - ecotoxicologie - noordzee - marine areas - disasters - oil spills - sea birds - fishes - ecotoxicology - north sea
    Bij calamiteiten op zee kan vrijkomende olie leiden tot ernstige ecologische effecten. De Landelijke Coördinatiecommissie Milieu (LCM) maakt bij de 24/7 advisering voor Rijkswaterstaat Zee en Delta gebruik van ecologische kwetsbaarheidskaarten bij het besluit om detergenten bij een olieverontreiniging in te zetten. De kaarten maken gebruik van verspreidingsgegevens van zeevogels en aanwezigheid van vissen (viseieren en -larven, en paaigebieden) en zijn bedoeld om direct, in het eerste uur na een olieverontreiniging, informatie te geven over wat te verwachten valt aan ecologische kwetsbaarheid op de locatie van het incident. Onderhavig rapport beschrijft de update van deze kaarten voor drijvende olie en het ontwikkelen van vergelijkbare kaarten voor gedispergeerde olie. Oil spills at sea can cause serious ecological effects. The National Coordination Committee on the Environment (LCM) uses ecological vulnerability maps in its 24/7 advice for Rijkswaterstaat Sea and Delta. These maps are used in the decision whether or not to deploy detergents. The maps use monitoring data of seabirds and fish (abundance of fish eggs and larvae and presence of spawning grounds) and are intended to provide information on the ecological vulnerability at the location of the incident. The present report describes the update of these maps for oil slicks, and the development of similar maps for dispersed oil.
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren. Deel II: Methoden
    Overzee, H.M.J. van; Boois, I.J. de; Graaf, M. de; Goudswaard, P.C. ; Keeken, O.A. van; Kuijs, E.K.M. ; Lohman, M. ; Os-Koomen, E. van; Westerink, H.J. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C059/13) - 48
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - monitoring - lake ijssel - randmeren - rivers - inventories
    Het rapport “Toestand Vis en Visserij in de Zoete Rijkswateren” bestaat uit drie delen. Dit rapport (Deel II) is een achtergronddocument waarin de gebruikte monitoringsmethodieken in de verschillende vismonitoringen in de zoete Rijkswateren in detail worden beschreven. Het omvat de volgende bemonsteringen: - Open water monitoring IJssel- en Markermeer - Oeverbemonstering IJssel- en Markermeer - Bemonstering zeldzame vis IJssel- en Markermeer - Overige gegevens van vis in het IJssel-en Markermeer - Bemonstering diadrome vis Kornwerderzand - Actieve monitoring grote rivieren en delta - Passieve monitoring grote rivieren en delta - Zalmsteekmonitoring grote rivieren.
    Tegen de stroom in (interview met Arjan Palstra)
    Ramaker, R. ; Palstra, A.P. - \ 2013
    Resource: weekblad voor Wageningen UR 8 (2013)8. - ISSN 1874-3625 - p. 14 - 15.
    kweekvis - aquacultuur - zwemmen - beweging - viskwekerijen - visvijvers - dierlijke productie - vissen - diergedrag - diergezondheid - farmed fish - aquaculture - swimming - movement - fish farms - fish ponds - animal production - fishes - animal behaviour - animal health
    Vet, gestrest en ongezond. Veel kweekvissen zijn hopeloos uit vorm. Dat is niet alleen slecht voor de vis, maar ook voor de kweker. De oplossing is simpel: vis moet zwemmen.
    Haalbaarheidsstudie wind op zee: vijf potentiele zoekgebeiden binnen de 12-mijlszone vergeleken in relatie tot beschermde natuurwaarden
    Leopold, M.F. ; Scholl, M.M. ; Bemmelen, R.S.A. van; Brasseur, S.M.J.M. ; Cremer, J.S.M. ; Geelhoed, S.C.V. ; Lucke, K. ; Lagerveld, S. ; Winter, H.V. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C132/13) - 71
    windmolens - regionale planning - haalbaarheidsstudies - natuurwaarde - vissen - vogels - chiroptera - fauna - noordzee - voordelta - nederlandse waddeneilanden - windmills - regional planning - feasibility studies - natural value - fishes - birds - chiroptera - fauna - north sea - voordelta - dutch wadden islands
    De Nederlandse overheid, in het bijzonder de Ministers van Economische Zaken (EZ) en van Infrastructuur en Milieu (I&M) onderzoeken de mogelijkheden voor windenergie binnen de 12-mijlszone voor de Nederlandse kust en eventuele problemen die zich hierbij zouden kunnen voordoen, met de functie ‘natuur’. Na een eerste ‘quick scan’ gericht op de hele 12-mijlszone (Leopold et al. 2013a; Ministerie van I&M 2013) zijn een vijftal potentiële zoekgebieden voor windenergie aangewezen: in de Voordelta vóór Schouwen, vóór de Maasvlakte, de Hollandse kust ten zuiden en ten noorden van het Noordzeekanaal en ten noorden van Ameland. Deze vijf gebieden hebben allemaal een aanzienlijke ecologische waarde en overlappen deels (Schouwen, Ameland, Holland-Noord) of zelfs geheel (Maasvlakte) met Natura 2000-gebieden.
    Inspannings- en monitoringsadviezen voor snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer
    Tien, N.S.H. ; Miller, D.C.M. ; Griffioen, A.B. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C202/13) - 39
    visstand - vissen - aquatische ecologie - visserijbeleid - natuurbeheer - ijsselmeer - fish stocks - fishes - aquatic ecology - fishery policy - nature management - lake ijssel
    Het ministerie van Economische Zaken wil voor de bestanden van snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer komen tot wetenschappelijk onderbouwd beheer. In een hieraan voorafgaand rapport (Tien en Miller 2013) zijn potentiële vangstadviezen gegeven voor de vier visbestanden. Op basis van deze informatie is het ministerie van Economische Zaken gekomen tot definitieve vangstadviezen. Met de doelstelling om binnen drie jaar verdere achteruitgang in de bestanden te voorkomen is het advies om drie jaar lang de vangsten terug te brengen naar maximaal 37% voor snoekbaars, 69% voor baars, 12% voor brasem en 53% voor blankvoorn van de vangsten van 2012.
    Hoe werkt een bestandsschatting?
    Quirijns, F.J. - \ 2013
    Stichting ProSea [etc.] - 19
    visbestand - visserij - vissen - visserijbeheer - quota's - kennis - fishery resources - fisheries - fishes - fishery management - quotas - knowledge
    Deze brochure heeft als doel om vissers en andere belanghebbenden in de visserijsector te informeren over hoe de bestandsschatting werkt, oftewel hoe er berekend wordt hoeveel tonnen vis er in zee zitten. Kennis hierover is nodig bij het bediscussiëren en begrijpen van verschillende kanten van het visserijbeheer, zoals quota en een bedrijfssurvey. Daarnaast kan algemeen begrip over de bestandsschatting de communicatie tussen verschillende partijen, zoals vissers, wetenschappers, milieuorganisaties en beleidsmakers, vergemakkelijken.
    Spoorzoeken naar het Gasterense Diepje
    Winter, Erwin - \ 2013
    fishes - fauna - fish migration - sluices - streams - groningen - drenthe - lampetra fluviatilis
    Vangstadviezen voor snoekbaars, baars, blankvoorn en brasem in het IJsselmeer en Markermeer
    Tien, N.S.H. ; Miller, D.C.M. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C142/13) - 37
    vissen - fauna - visbestand - natuurbeleid - ijsselmeer - fishes - fauna - fishery resources - nature conservation policy - lake ijssel
    Vangstadviezen vanuit gegeven benadering hebben als doelstelling het voorkomen van (verdere) achteruitgang van een bestand. Een aantal scenario’s is onderzocht en per bestand worden acht mogelijke vangstadviezen gepresenteerd. De analyses wijzen op een verslechterende staat van de vier bestanden en alle adviezen betreffen vangstreducties. Om tot een definitief vangstadvies te komen moet door de opdrachtgever een drietal keuzes worden gemaakt. In een hierop volgend rapport zullen inspannings- en monitoringsadviezen worden gegeven
    Feed intake and oxygen consumption in fish
    Subramanian, S. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Verreth, co-promotor(en): Johan Schrama; S.J. Kaushik; I. Geurden. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461737571 - 163
    vissen - voeropname - zuurstofconsumptie - energieopname - voer - samenstelling - energiemetabolisme - macronutriënten - visvoeding - visteelt - aquacultuur - voedingsfysiologie - fishes - feed intake - oxygen consumption - energy intake - feeds - composition - energy metabolism - macronutrients - fish feeding - fish culture - aquaculture - nutrition physiology

    In fish, the voluntary feed intake is influenced by dietary, environmental and/or physiological factors. It is well known that under hypoxia the concentration of oxygen in the water (DO) determines the feed intake of fish. However at non-limiting water DO levels (normoxia), several other mechanisms might play a role in feed intake regulation. Under hypoxia feed intake and oxygen consumption are interrelated. In this thesis we proposed the ‘oxystatic’ concept of feed intake regulation, which states that even at normoxia and in the absence of other constraints, the long term (weeks) voluntary feed intake of fish can be constrained by a set-point value of oxygen consumption. Dietary macronutrient composition affects the ‘dietary oxygen demand’ (i.e., amount of O2 consumed per unit of feed). This oxystatic concept implies that fish fed to satiation with diets differing in ‘dietary oxygen demand’ (mg O2/ g or kJ feed) will have a different digestible energy intake but a similar oxygen consumption. The validity of the oxystatic concept was assessed in two species, Nile tilapia and rainbow trout. These fish were fed diets which had large contrasts in nutrient composition (i.e., protein to energy ratio; type of the non-protein energy source (starch vs. fat); amino acid composition) in order to create contrasts in dietary oxygen demand. In all conducted studies with both species, the digestible energy intake was affected by the diet composition. However, in some studies oxygen consumption was similar and in others it differed between the diets, which respectively supports and contradicts the oxystatic concept. In all studies with both species, the digestible energy intake of tilapia and trout was negatively related to dietary oxygen demand and positively related to efficiency of oxygen utilization for energy retention. Furthermore it was observed in tilapia that the within-day variation in feed intake was affected by dietary macronutrient composition. The variation in within-day feed intake was related to pre-feeding oxygen levels. Based on the combined results, it is suggested that even at normoxia voluntary feed intake in fish is limited/determined by oxygen consumption and/or the oxidative metabolism. Overall, the oxystatic concept appears to be valid for certain conditions, but its generic application remains questionable. Yet, the oxystatic concept enables the combination of dietary, environmental and fish factors into one concept. Further it provides a conceptual insight for better understanding of feed intake regulation in fish.

    Botulisme
    Tulden, P.W. van; Haenen, O.L.M. ; Zijderveld, F.G. van - \ 2013
    Aquacultuur 2 (2013). - ISSN 1382-2764 - p. 35 - 39.
    botulisme - bacterieziekten - vissen - clostridium botulinum - bacteriën - toxinen - watervogels - vogels - veterinaire diensten - botulism - bacterial diseases - fishes - clostridium botulinum - bacteria - toxins - waterfowl - birds - veterinary services
    Elke zomer sterven grote hoeveelheden vogels en vissen tijdens aanhoudend warm weer.
    Mitigatie van effecten van uitheemse grondels: kansen voor natuurvriendelijke oevers en uitgekiende kunstwerken
    Kessel, N. van; Kranenbarg, J. ; Dorenbosch, M. ; Bruin, A. de; Nagelkerke, L.A.J. ; Velde, G. van der; Leuven, R.S.E.W. - \ 2013
    Nijmegen : Instituut voor Water en Wetland Research, Radboud Universiteit (Verslagen Milieukunde 436) - 88
    invasieve soorten - gobio gobio - fauna - vissen - habitats - oevervegetatie - aquatische ecologie - invasive species - gobio gobio - fauna - fishes - habitats - riparian vegetation - aquatic ecology
    Het afgelopen decennium zijn de Nederlandse rivieren in hoog tempo gekoloniseerd door vier Ponto-Kaspische grondelsoorten, namelijk de marmergrondel (Proterorhinus semilunaris), zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus), Kesslers grondel (Ponticola kessleri) en Pontische stroomgrondel (Neogobius fluviatilis). Deze uitheemse grondels zijn invasieve vissen met een bodemgebonden levenswijze en kunnen plaatselijk in hoge dichtheden voorkomen. Hoewel de verspreidingpatronen van invasieve grondels in Nederland tot op heden grofweg bekend zijn, bestaat geen duidelijk inzicht in de verspreidingprocessen en dichtheden van de grondels in verschillende watertypen, hun (ecologische) effecten en kansrijke mogelijkheden om ongewenste effecten te beperken.
    Wageningse kopstukken: Marien ecoloog Han Lindeboom : ‘Ik ben pragmaticus, geen idealist’
    Lindeboom, Han - \ 2013
    aquatic ecology - marine mammals - fishes - north sea - reserved areas
    Eggsposed : impact of maternally transferred POPs on fish early life development
    Foekema, E.M. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Tinka Murk. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461736659 - 208
    vissen - persistente organische verontreinigende stoffen - maternale effecten - visseneieren - larven - biologische ontwikkeling - overleving - marien milieu - verontreiniging - ecotoxicologie - fishes - persistent organic pollutants - maternal effects - fish eggs - larvae - biological development - survival - marine environment - pollution - ecotoxicology

    Persistent organic pollutants (POP), with well-known representatives as polychlorinated biphenyls (PCBs), dioxins, and brominated flame retardants as polybrominated diphenyl ethers (PBDEs) and hexabromocyclododecanes (HBCD), are still globally present in the marine environment, This despite the substantial reduction of application and emission that was achieved during the last decades. Apart from their persistency these compounds share low water solubility and a high lipophilicity which make that the highest concentrations in the aquatic environment are found in the organic matrix of sediments and in biota. Dissolved water concentrations are low. Hence, intake of contaminated food items forms the major source for POPs exposure of aquatic organisms, and through biomagnification the highest concentrations can be found in the tissue of top predators. POPs have the potency to cause a variety of toxic effects, among which endocrine disruption and teratogenic effects that especially apply to early life stages. As the early life stages of most fish species develop suspended in the water column, exposure to POPs may be considered relatively low, at least until the larvae start feeding after yolk absorption. However, POPs accumulated in the tissue of the mother are transferred to the eggs. The research presented in this thesis aims at the determination of the impact of such maternally transferred POPs on development and survival of fish early life stages, in order to assess if this exposure route can significantly impact the development of a fish population at current environmental concentrations, especially in combination with high fishing pressure.

    For this purpose a bioassay was developed with the common sole (Solea solea). The advantages for this research of this new bioassay above standard fish early life stage (ELS) tests are that sole is a native West European species that as all flatfishes undergoes an obvious metamorphosis. The test set-up includes this metamorphosis that is thyroid hormone mediated and therefore expected to be easily disrupted by POPs, based on research with amphibians. The prolonged Early Life Stage test (p-ELS) with sole is presented in chapter 2. Early life stages were exposed to a concentration series of the dioxin-like PCB 126 (3,3',4,4',5-pentachlorobiphenyl) in seawater until 4, 8,10 and 15 days post fertilisation (dpf). Subsequently the development of the larvae was registered under further unexposed conditions. The LC50s at the start of the free-feeding stage (12 dpf) ranged between 39 and 83 ng PCB 126/l depending on exposure duration. After the fish had completed the metamorphosis, the LC50 values ranged between 1.7 and 3.7 ng PCB 126/l for the groups exposed for 4, 8 and 10 dpf respectively. Thus exposure for only 4 days, covering only the egg stage, was sufficient to cause adverse effects during a critical developmental phase two weeks later. This study indicates that ELS fish tests that are terminated shortly after the fish becomes free-feeding underestimate the toxic potential of compounds with low acute toxicity such as PCBs. The internal dosages of these larvae at the end of the exposure, determined by means of an in-vitro gene reporter assays as dioxin-equivalent values (TEQ), revealed an internal lethal concentration, ILC50 of 1 ng TEQ/g lipid, which is within the same order of magnitude as TEQ levels found in fish from highly polluted areas. This suggests that larval survival of fish populations at contaminated sites can be affected by persistent compounds that are accumulated by the female fish and passed on to the eggs.

    Based on these first results the p-ELS test procedure was improved to reach a better control performance. The exposure period was terminated when all larvae had hatched (6 dpf), this in order to mimic exposure through maternal transfer as good as possible without exposing parent fish or manipulation the eggs. In a second test (Chapter 3) the eggs were exposed to a concentration series of methyltriclosan (MTCS), a metabolite of triclosan (TCS) that is commonly used as bactericide in a wide variety of human care products. MTCS and TCS are discharged with waste water, bioaccumulate in fish tissue, and are known to have the potency to disrupt the thyroid hormone system. Mortality occurred in the higher treatment levels until 20 dpf. Indications for thyroid hormone disruption were not observed; all surviving larvae completed metamorphoses without problems. Internal effect concentrations, reached in larvae at the end of the exposure (6 dpf), were 5.8 mg/g lipid weight (lw) and 2.1 mg/g lw for ILC50 and ILC10 respectively. These internal effect concentrations are at least 200 times higher than concentrations that due to maternally transfer can be expected in the eggs of highly exposed fish in a field situation. Our results thus do not indicate a high risk from maternally transferred MTCS for fish at the current field concentrations.

    In order to get more insight in the fate of the POPs in the larvae, in Chapter 4 the existing bioaccumulation model OMEGA was adjusted for sole early life stages and validated with experimental data with PCBs. This study revealed, that tissue concentrations of compounds with log Kow>6, peak in the tissues of developing sole at the end of the yolk-sac stage, when lipid reserves are depleted. As a result, just before the larvae become free feeding, the peak tissue concentrations of the pollutants in the larvae exceed that of the adult fish. This also explains at least partly, the delayed effects that were observed in Chapter 2 (and 5).

    Chapter 5 assesses the likelihood that early life development of fish from contaminated areas is affected by maternally transferred POPs. Following the p-ELS test protocol, effects on sole larvae were determined for the dioxin-like PCB 126, the technical PCB-mixture Arochlor 1254, PBDEs and HBCDs, for an artificial mixture of PCBs and PBDEs, and for ‘field mixtures’ extracted from sole collected from the North Sea and in the contaminated Western Scheldt estuary. As was earlier observed with PCB126 and MTCS, exposure to PCBs, PBDEs and the artificial and field mixtures caused mortality that started to occur shortly after the larvae became free-feeding and continued to increase until the onset of metamorphoses. The effects induced by the field mixtures correlated well with the ∑PCB concentrations in the tissue of the exposed larvae. No indications were found for synergistic effects or for substantial contribution of other (unknown) substances in the field mixtures. HBCD did not induce toxic effects. POP levels in sole from Western Scheldt estuary are about 20 times lower than the ILC50, the larval tissue concentration that produced 50% early life stage mortality. Levels in North Sea sole are an order of a magnitude lower.

    Chapter 6 describes a risk assessment for toxicant induced larval survival for European eel (Anguilla anguilla). Eels are considered sensitive for the effect of POPs that can accumulate to high levels in their lipid rich tissue. During spawning migration without feeding high lipophilic dioxin-like POPs in the eel’s tissue were estimated to increase 1.33 or 2 fold, due to weight loss. As no toxicity data are available for eel larvae, the critical egg concentrations for larval survival was estimated from a sensitivity distribution based on literature data of other species. It was assumed that eel larvae belong to the 5% or 1% most sensitive teleost fish species. Given concentrations of dioxin-like pollutants as reported for European eel, and following the worst case scenarios with respect to sensitivity of the larvae and bio amplification during migration, it can be expected that larvae of eel from highly contaminated locations in The Netherlands and Belgium will experience more than 50% mortality due to maternally transferred dioxin-like toxicants.

    Chapter 7 explores the potential impact of (toxicant induced) early life stage mortality on the population development of sole by application of a simple age structured matrix model. The model is used to explore the population response to a combination of (toxicant induced) larval mortality and fishing-related mortality of mature fish. The results indicate that the impact of larval mortality that occurs before metamorphosis is very low, even in population subject to high fishing pressure. This is the result of the combination of a high fecundity and the fact that the larval mortality occurs before the moment when the number of recruits is limited by the carrying capacity of the nursery areas. When colonising the nursery areas the, until than pelagic sole larvae metamorphose into flatfishes with a benthic life style. The individuals hence concentrate from the three dimensional pelagic environment to a two dimensional benthic environment, which caused density dependent mortality. This concentration of early life stages is typical for flatfish. Mortality that occurs after the nursery areas are populated will have a more pronounced impact on population development. The results further imply that population development of pelagic fish species that do not concentrate in nursery areas, and species with low fecundity is more vulnerable for disturbance through mortality of early life stages.

    Chapter 8 synthesises and discusses the outcome of the research. It is stressed that short term fish tests, often covering only the embryonic development, will underestimate the real risk of lipophilic substances. Toxicity of these substances will peak after yolk sac absorption when these tests have already been ended. When the characteristics of the test substance are known this risk is predictable with for instance the ELS-OMEGA model. However, especially when mixtures of unknown composition (effluents, sediment extracts) are being tested one must realise that the contribution of lipophilic substances may be underestimated in test that are terminated before, or too soon after the fish larvae are free feeding.

    The absence of effects on metamorphosis in our P-ELS test is explained by the prediction of the ELS-OMEGA model that the POPs concentrations in the larvae, had reached too low concentrations at the moment of metamorphoses to disrupt the thyroid hormone system. This was due to passive excretion (for substances with log Kow<6) and growth dilution.

    It must be realised that the experimental set-up that was followed to mimic the effects of maternally transferred POPs does not include potential effects of maternally transferred metabolites of these POPs that can be formed by the parent fish and that are often more toxic than the mother compounds. Also effects of the mother’s condition on the quality of the eggs and epigenetic effects were not included. This implies that the results of the tests as performed in some cases might underestimate the actual effects of these substances.

    The species most vulnerable to the effects of maternally transferred POPs share a high exposure, low fecundity and the absence of density dependent mortality of early life stages. According to these criteria sharks and especially the Greenland shark (Somniosus microcephalus) that is highly exposed to POPs can be considered as highly vulnerable. It is therefore recommended to investigate the actual sensitivity of this species, in order to get more insight in the potential vulnerability of the populations.

    Contaminanten in vis en schaaldieren uit de Noordzee
    Leeuwen, S.P.J. van; Roest, J.G. van der; Lee, M.K. van der; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (Rapport / RIKILT 2013.011)
    vissen - ecotoxicologie - chemische samenstelling - chemische analyse - noordzee - visserij - fishes - ecotoxicology - chemical composition - chemical analysis - north sea - fisheries
    Het Productschap Vis verzorgt de hygiënecode voor de visafslagen. In deze code moeten mogelijke risico’s van chemische contaminanten in Noordzeevis opgenomen worden, en hoe deze gecontroleerd kunnen worden (HACCP plan). Als basis voor deze hygiënecode is in de huidige studie een evaluatie uitgevoerd van contaminanten in vis en garnalen uit de Noordzee om in kaart te brengen in hoeverre gehalten van contaminanten de van toepassing zijnde productnormen zullen overstijgen. Wanneer dit optreedt, dan mag het product niet verhandeld worden. Hiervoor zijn gehalten van contaminanten in Noordzeevis en garnalen geëvalueerd op basis van monitoringsgegevens uit de periode 2004-2011 die verkregen zijn uit een jaarlijks monitoringsprogramma uitgevoerd door RIKILT
    DFS visgegevens Oosterschelde
    Boois, I.J. de; Asch, M. van - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C118/13) - 68
    vissen - visfauna - monitoring - oosterschelde - fishes - fish fauna - monitoring - eastern scheldt
    Demersal Fish Survey (DFS) wordt al sinds 1970 uitgevoerd in o.a. de Oosterschelde. Behalve schol en tong worden vele andere soorten geregistreerd. Dit rapport is gemaakt in opdracht van Sportvisserij Zuidwest Nederland en heeft als doel een beeld te schetsen van de visfauna die gevangen is in de Oosterschelde via de DFS. Gekeken is zowel naar aantallen, lengte en gewicht
    Bodybuilders met schubben (interview met A. Palstra)
    Palstra, A.P. - \ 2013
    Visionair : het vakblad van sportvisserij Nederland (2013)28. - ISSN 1569-7533 - p. 4 - 7.
    vissen - danio rerio - europese zalm - zwemmen - dierfysiologie - weerstand - stress - kweekvis - fishes - danio rerio - atlantic salmon - swimming - animal physiology - resistance - stress - farmed fish
    Een getrainde vis is een fitte vis, kan een adagium worden in het visonderzoek. Want vissen die genoeg zwemmen groeien harder, zijn minder stressgevoelig en beter bestand tegen ziekten. Hoe dat precies werkt wordt langzaam duidelijk.
    Transmission and control of Fish-borne Zoonotic Trematodes in aquaculture
    Boerlage, A.S. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Mart de Jong; Johan Verreth, co-promotor(en): Lisette Graat. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461736284 - 150
    trematoda - karper - vissen - zoönosen - ziekteoverdracht - ziektebestrijding - ziektemodellen - viskwekerijen - visteelt - aquacultuur - parasitologie - trematoda - carp - fishes - zoonoses - disease transmission - disease control - disease models - fish farms - fish culture - aquaculture - parasitology

    Fish-borne Zoonotic Trematodes (FZTs) affect the health of millions of humans worldwide. For persistence, the life cycle of FZTs depends on aquatic snails, fish, and definitive hosts like humans, pigs or chickens. Definitive hosts can become infected by eating raw or undercooked fish. Integrated Agriculture Aquaculture (IAA) systems improve the livelihood of small scale farmers, but may enhance transmission of FZTs because all types of hosts and all transmission routes can be present on a single farm. This thesiscombines experiments, statistical analyses and mathematical modelling to gain insight into transmission mechanisms of FZTs to fish in aquaculture and to use this insight to compare and discuss control measures against FZTs. Currently, medication of humans is the main strategy to control FZTs. Modelling indicated that this does not lead to elimination of FZTs because both humans and definitive hosts other than humans will maintain the life cycle of FZTs independently. Treatment of (a part of) these host types may eliminate FZTs, e.g. treating all humans and 54% of definitive hosts other than humans. Aquaculture may provide opportunities for control of FZTs by adapting management measures. Experiments showed that smaller fish get more often and more heavily infected with FZTs than larger fish; common carp (Cyprinus carpio) of more than 50 g rarely acquire new infections. Once carp are infected, FZTs persist for at least 27 weeks, implying that harvestable fish still contain FZTs and, therefore, are a risk to human health. In most IAA systems, fish are kept FZT free until 0.5 g before being stocked into a fish pond where they are very likely to be exposed to FZTs. Stocking fish at more than 25 g, or at more than 14 g in combination with treating all humans with anthelmintics, may lead to elimination of FZTs. Also, control of snails by either decreasing density or increasing mortality of snails may lead to elimination of FZTs in aquaculture. Farmers and policy makers should evaluate which combination of control measures is attractive to them.

    Telemetry study on migration of river lamprey and silver eel in the Hunze and Aa catchment basin
    Winter, H.V. ; Griffioen, A.B. ; Keeken, O.A. van; Schollema, P.P. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C012/13) - 26
    lampetra fluviatilis - visstand - aquatische ecologie - waterlopen - waterstand - vissen - vismigratie - drenthe - lampetra fluviatilis - fish stocks - aquatic ecology - streams - water level - fishes - fish migration - drenthe
    Rivierprik (Lampetra fluviatilis) is een belangrijke indicatorsoort voor zowel water (kaderrichtlijn) als natuur (habitatrichtlijn). De Drentsche Aa herbergt een van de weinige locaties (Gasterensche Diep) in Nederland waar het paaien van rivierprik is bewezen. Eén van de gestelde doelen voor de Drentsche Aa is om de populatie rivierprikken uit te breiden. Om dit te bereiken is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de knelpunten die zich voordoen voor rivierprik. Een van de mogelijke knelpunten zou kunnen zijn dat er dode bomen in het Gasterensche Diep zijn gelegd om de waterstanden in de beek te verhogen. Tijdens de winter van 2009-2010 en 2011-2012 is met behulp van VEMCO telemetrie technieken het succes van de stroomopwaarste migratie van 53 rivierprikken onderzocht
    Windenergie binnen 12 mijl in relatie tot ecologie
    Leopold, M.F. ; Dijkman, E.M. ; Winter, H.V. ; Lensink, R. ; Scholl, M.M. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C034b/13) - 87
    windenergie - windmolens - mariene gebieden - zeevogels - vissen - zeezoogdieren - habitats - natuurwaarde - noordzee - voordelta - wind power - windmills - marine areas - sea birds - fishes - marine mammals - habitats - natural value - north sea - voordelta
    Binnen de 12-mijlszone komen diverse biota in relatief hoge dichtheden voor. Toch is er diversiteit binnen deze zone, met de hoogste natuurwaarden op relatief geringe afstand tot de kust (
    Onderzoek naar vismigratie en voedsel voor schelpdieren in Green Deal Biodiversiteit Oosterschelde
    Kamermans, P. ; Winter, H.V. ; Schellekens, T. - \ 2013
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C022/13) - 34
    vismigratie - wateraanvoer - volkerak-zoommeer - vissen - zoet water - zout water - schaaldieren - aquatische ecologie - oosterschelde - fish migration - water advance - volkerak-zoommeer - fishes - fresh water - saline water - shellfish - aquatic ecology - eastern scheldt
    Voor het project Green Deal Oosterschelde zijn door IMARES werkzaamheden verricht om tot een onderbouwde probleembeschrijving en een geschikte proefinlaat te komen. Het onderzoek heeft zich gericht op mogelijkheden voor migratie van trekvissen bij een toevoer van extra zoet water (en hiermee nutriënten) vanuit het Volkerak-Zoommeer naar de Kom van de Oosterschelde. Daarnaast heeft het onderzoek zich gericht op verklaringen voor verminderde productie van schelpdieren in de Kom van de Oosterschelde. Gedurende het project werd duidelijk dat er nog veel aanvullende vragen en onduidelijkheden zijn. Daarom is geen definitieve locatie voor de proefinlaat is gekozen. Dientengevolge is geen monitoringsprogramma ontwikkeld en is geen onderbouwing geleverd voor vergunningverlening. In plaats daarvan is een onderzoeksplan opgesteld.
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2 - Data rapport vis- en epibenthosbemostering najaar 2012
    Hal, R. van - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C005/13) - 25
    vissen - benthos - aquatische ecologie - monitoring - noordzee - zandsuppletie - fishes - benthos - aquatic ecology - monitoring - north sea - sand suppletion
    Tussen maart en oktober 2011 hebben Rijkswaterstaat en de Provincie Zuid-Holland voor de kust ten zuiden van Kijkduin een schiereiland aangelegd. De Zandmotor, 128 hectare groot, in de vorm van een haak. Dit rapport beschrijft data verzameld tijdens de vis- en epibenthosbemonstering op en rond de Zandmotor in de late zomer van 2012. De bemonstering vond plaats via een driemeter boomkor en een net met een maaswijdte van 20 mm. Met dit tuig zijn in totaal 81 vistrekken uitgevoerd. Van iedere geslaagde trek zijn de vangsten uitgezocht, gedetermineerd en gemeten. De gegevens zijn opgeslagen in de IMARES database en in dit rapport weergegeven.
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2 - Meetplan visbemonstering najaar 2012
    Hal, R. van; Wijsman, J.W.M. - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C135/12) - 15
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - monitoring - vissen - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - monitoring - fishes - zuid-holland
    Dit rapport beschrijft het meetplan voor de vis en epibenthosbemonstering op en rond de zandmotor in de late zomer van 2012.
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2: meetrapportage monstername benthos, vis en strand najaar 2011
    Boon, A.R. ; Wijsman, J.W.M. - \ 2012
    Yerseke : IMARES / Deltares (Rapport / IMARES C049/12)
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - benthos - vissen - stranden - oevers - monitoring - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - benthos - fishes - beaches - shores - monitoring - zuid-holland
    Dit document beschrijft de werkzaamheden die in het najaar van 2011 zijn uitgevoerd ten behoeve van de monstername van sediment, benthos, vis in de vooroever en de lagune, en van sediment en bodemgebonden fauna van het strand ter plaatse van de Zandmotor.
    EU schrapt EUS van vis van lijst van aangifteplichtige visziekten
    Haeren, O. ; Mahabir, G. ; Engelsma, M.Y. - \ 2012
    Aquacultuur 27 (2012)6. - ISSN 1382-2764 - p. 28 - 30.
    visziekten - vissen - kweekvis - eu regelingen - fish diseases - fishes - farmed fish - eu regulations
    Op 25 oktober 2012 verscheen in het Publicatieblad van de Europese Unie een richtlijn (2012/31/EU), waarin vermeld staat, dat de EU heeft besloten, per 1 januari 2013 de ziekte EUS niet langer op de lijst van aangifteplichtige visziekten te houden, gekoppeld aan de richtlijn 2006/88/EG.
    MEMO: Effecten van spieringvisserij op instandhoudingsdoelen Natura 2000 - gebied IJsselmeer
    Deerenberg, C.M. ; Geelhoed, S.C.V. - \ 2012
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C023/12) - 19
    vissen - watervogels - predator prooi verhoudingen - broedvogels - visserijbeheer - natura 2000 - ijsselmeer - fishes - waterfowl - predator prey relationships - breeding birds - fishery management - natura 2000 - lake ijssel
    Het IJsselmeer is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbwet) aangewezen als Natura 2000-gebied, waarvoor instandhoudingsdoelen o.a. voor een aantal visetende vogelsoorten is geformuleerd. Het gaat daarbij om de instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels aalscholver en visdief en niet-broedvogels fuut, aalscholver, nonnetje, grote zaagbek, dwergmeeuw en zwarte stern (Minister van LNV, 2009). Omdat niet op voorhand uitgesloten kan worden dat de spieringvisserij significante effecten heeft op de doelstellingen voor visetende watervogels in het Natura 2000-gebied, is de spieringvisserij in het voorjaar vergunningplichtig.
    Habitat suitability rules for the shallow coastal zone in The Netherlands
    Wolfshaar, K.E. van de; Glorius, S.T. ; Sluis, M.T. van der - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C064/12) - 65
    geologische sedimentatie - kustgebieden - aquatische ecologie - vissen - zandsuppletie - habitats - geological sedimentation - coastal areas - aquatic ecology - fishes - sand suppletion - habitats
    Sand nourishment is an essential part of the long term flood defense strategy of the Dutch coast. A distinction can be made between beach nourishments and underwater nourishments. This report concerns underwater nourishments. Nourishments have ecological consequences that differ between species living in the shallow coastal zone. An additional complication is that the ecosystem in this shallow zone is not well studied because it is too shallow to use a ship, and too deep to walk. Hence, knowledge on abiotic and biotic conditions in which species live is scarce. However, some studies were done in the shallow zone and knowledge on the use of the shallow zone by fish is recently developed in the projects Zandmotor and Building with Nature HK3.8 Smart Nourishments.
    Monitoring- and Evaluation Program Near Shore Wind farm (MEP-NSW): Fish community
    Hal, R. van; Couperus, A.S. ; Fassler, S.M.M. ; Gastauer, S. ; Griffioen, B. ; Hintzen, N.T. ; Teal, L.R. ; Keeken, O.A. van; Winter, H.V. - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C059/12) - 161
    windenergie - windmolens - noordzee - vissen - aquatische ecologie - nadelige gevolgen - wind power - windmills - north sea - fishes - aquatic ecology - adverse effects
    In 2006, the first Dutch offshore wind farm was built 10-18 km from the shore of Egmond aan Zee by a joint venture of Nuon and Shell Windenergy. A Monitoring and Evaluation Program accompanied the plans for the construction and exploitation of this farm. The program contained plans for the monitoring and evaluation of potential ecological consequences in the Dutch coastal zone related to the wind farm and was divided in six topics, of which the topics on fish are presented in this report. Potential ecological consequences for fish were hypothesized to be linked to the introduction of new habitat, i.e. the monopiles and the scour protection surrounding them, disturbance by the operation of the wind farm (e.g. noise) and the exclusion of fisheries in the wind farm and its surrounding safety zone. To monitor and evaluate these hypothesized effects, five sub-projects performed focussing on different parts of the fish community, their spatial and temporal distribution and their behavioural aspects.
    Developing an interactive Tool for evaluating sand nourishment strategies along the Holland coast in perspective of benthos, fish nursery and dune quality
    Baptist, M.J. ; Wolfshaar, K.E. van de; Huisman, B.J.A. ; Groot, A.V. de; Boer, W. de; Ye, Q. - \ 2012
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C083/12) - 38
    kustbeheer - zandsuppletie - versterking - duinen - nadelige gevolgen - geologische sedimentatie - vissen - aquatische ecologie - noordzee - coastal management - sand suppletion - reinforcement - dunes - adverse effects - geological sedimentation - fishes - aquatic ecology - north sea
    Sand nourishments can affect the coastal ecosystem in various ways. Direct effects are the burial of benthic species under a layer of sand. In the direct vicinity, suffocation of benthos can occur due to the settling of a plume of suspended sediment particles. A plume of fine particles may also increase turbidity and thereby affect primary production and the foraging success of filter-feeding benthos and fish. Indirect effects are habitat change, such as altered morphology and sedimentology. It was tested by investigating whether it is possible to optimise nourishment configuration, location and timing, to: - minimise the impact on benthos, - increase nursery area and/or quality, and - enhance dune quality.
    Habitat- en systeemgeschiktheid van beeksystemen voor beekvissen
    Verdonschot, R.C.M. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2012
    Driebergen : Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur (Rapport / [DKI] nr. 2013/OBN168-BE) - 77
    habitats - waterlopen - zoetwatervissen - vissen - zoetwaterecologie - nederland - habitats - streams - freshwater fishes - fishes - freshwater ecology - netherlands
    In het kader van Natura 2000 zijn voor beekdalen instandhoudingsdoelen geformuleerd voor verschillende beekvissen zoals kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad, rivierprik en bittervoorn. De Rode Lijst bevat eveneens veel beekvissen, waaronder de beekprik, barbeel, sneep, elrits en kwabaal. Vissen zijn een belangrijke indicator voor de kwaliteit van aquatische ecosystemen. Daarom richtte dit onderzoek zich op het vertalen van deze indicatorrol naar concrete habitat- en systeemeisen, zodat waterbeheerders hierbij bij de planning en uitvoering van beekherstelmaatregelen rekening kunnen houden.
    Verspreiding van de Bittervoorn langs de Maas in Noord-Limburg: Incidaties voor een regionale metapopulatiestructuur.
    Pollux, B.J.A. ; Korosi, A. ; Pollux, P.M.J. - \ 2012
    Natuurhistorisch Maandblad 101 (2012). - ISSN 0028-1107 - p. 116 - 121.
    vissen - plassen - uiterwaarden - inventarisaties - noord-limburg - fishes - ponds - river forelands - inventories - noord-limburg
    In dit artikel wordt de verspreiding van de Bittervoorn (Rhodeus sericeus amarus Bloch 1782) in 15 uiterwaardplassen langs de Maas in Noord-Limburg beschreven. Deze werden gedurende de jaren 2010 en 2011 vijfmaal bemonsterd. De Bittervoorn is in tien van de 15 plassen aangetroffen. In negen ervan zijn tijdens schepnetbemonsteringen ook grote zoetwatermosselen opgeschept, wat doet vermoeden dat deze algemeen in de uiterwaarden voorkomen. De aanwezigheid van zoetwatermosselen is, door de unieke paarsymbiose tussen beide soorten, een voorwaarde voor succesvolle voortplanting van de Bittervoorn. Op basis van vangsten van kleine pas uit het ei gekomen vissen blijkt dat de Bittervoorn zich in 2011 in vijf uiterwaardplassen heeft voortgeplant. Tot slot wordt inzichtelijk gemaakt dat de Bittervoornpopulaties in de uiterwaarden een aantal kenmerken vertonen die karakteristiek zijn voor een metapopulatie.
    Carp mucus and its role in mucosal defense
    Marel, M.C. van der - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Huub Savelkoul; D. Steinhagen, co-promotor(en): Jan Rombout. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461734273 - 183
    karper - cyprinus - slijm - verdedigingsmechanismen - vissen - immunologie - glycoproteïnen - carp - cyprinus - mucus - defence mechanisms - fishes - immunology - glycoproteins
    Editorial: Welfare of farmed fish in present and future production systems
    Kiessling, A. ; Vis, J.W. van de; Flik, G. ; Mackenzie, S. - \ 2012
    Fish Physiology and Biochemistry 38 (2012)1. - ISSN 0920-1742 - p. 1 - 3.
    dierenwelzijn - dierlijke productie - vissen - kweekvis - animal welfare - animal production - fishes - farmed fish
    Heeft de Zandmotor een aantrekkende werking op Futen in de Hollandse kustzone?
    Bemmelen, R.S.A. van; Geelhoed, S.C.V. - \ 2012
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C105/12) - 19
    bescherming - kustgebieden - zandsuppletie - eilanden - vogels - vissen - habitats - mariene gebieden - zuid-holland - protection - coastal areas - sand suppletion - islands - birds - fishes - habitats - marine areas - zuid-holland
    Voor de kust van Zuid-Holland heeft een megasuppletie plaatsgevonden waarmee de kustveiligheid voor de lange termijn wordt gecombineerd met de realisatie van ruimte voor natuur en recreatie: De Zandmotor. Voor (zee)vogels in de kustzone zijn twee hypotheses uit het Uitvoeringsprogramma van belang:"als gevolg van het positieve effect van de Zandmotor op benthos en jonge vis heeft het een positief effect op zeevogels die foerageren op schelpdieren en vis in de ondiepe kustzone" en "de lagune zal leiden tot een toename van steltlopers en zeevogels in het gebied". Voor het testen van deze hypotheses zijn verspreidingsgegevens nodig van benthos- en visetende zeevogels over een groot gebied dat de Zandmotor omvat. De Fuut is een ideale soort voor deze studie, waar het de viseters betreft.
    Seeing the water for the fish: building on perspectives of Lake Victoria
    Downing, A.S. - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Wolf Mooij; Marten Scheffer, co-promotor(en): Egbert van Nes. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461733672 - 187
    waterkwaliteit - victoriameer - vissen - voedselwebben - aquatische ecosystemen - rivierbaars - groei - voortplanting - water quality - lake victoria - fishes - food webs - aquatic ecosystems - perch - growth - reproduction

    Over the past century, Lake Victoria, in East Africa, has been stage to the most dramatic social, economical and ecological changes: it saw a hundreds-rich diversity of fish species collapse; an introduced predator (Nile perch) invade and become the product of a valuable international fish export trade – a trade that invited an insurge of migrants to work on the lake’s shores.

    Since the 1990s, there has been an increase in dependence on the lake’s resources – including Nile perch and the other commercial fishes of the lake – and a decrease in the predictability and reliability of these resources.

    We here use a variety of ecological models to explore how changes in fishing and water quality influence changes in the lake’s food webs and Nile perch stocks. We describe the lake in its social-ecological perspective, and define the makers and breakers of the system’s resilience and recommend holistic and adaptive management policies.

    Minder stress geeft betere kwaliteit vis
    Bracke, M.B.M. ; Lambooij, E. ; Vis, J.W. van de - \ 2012
    V-focus 9 (2012)5a. - ISSN 1574-1575 - p. 27 - 29.
    vissen - kweekvis - dierenwelzijn - visserijbeleid - vleeskwaliteit - fishes - farmed fish - animal welfare - fishery policy - meat quality
    Inmiddels weten we meer over pijn en stress bij vissen. Het inzicht dat vissen pijn en stress kunnen ervaren, was reden voor de Europese en Nederlandse overheid om in te zetten op het vinden van manieren om kweekvissen te verdoven voor de slacht. Het welzijnsonderzoek heeft zich inmiddels verbreed naar de zeevisserij, het transport en de houderijomstandigheden. Minder stress en beter dierenwelzijn kan leiden tot een betere vleeskwaliteit en kansen voor de betrokken bedrijven
    Contaminanten in schubvis : onderzoek naar dioxines, PCB's en zware metalen in shubvis
    Lee, M.K. van der; Leeuwen, S.P.J. van; Nieuwenhuizen-Hoek, M. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2012
    Wageningen [etc.] : RIKILT [etc.] (Rapport / RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid 2012.011) - 16
    vissen - dioxinen - zware metalen - binnenwateren - bioaccumulatie - waterverontreiniging - aquatische ecologie - monitoring - fishes - dioxins - heavy metals - inland waters - bioaccumulation - water pollution - aquatic ecology - monitoring
    Voor het in kaart brengen van de vervuiling van schubvis met dioxines, dioxineachtige PCB's en niet dioxineachtige PCB's en zware metalen zijn op 10 locaties in Nederland brasem, voorn en snoekbaars bemonsterd en geanalyseerd. De resultaten laten zien dat de gehalten dioxines voor alle soorten onder de geldende Europese norm liggen. Hetzelfde geldt voor de gehalten aan zware metalen. Brasem gevangen in de Nieuwe Maas bij Pernis was het meest gecontamineerd en benadert de norm
    Abundance patterns of six fish species in the shallow coastal zone in The Netherlands
    Glorius, S.T. ; Wolfshaar, K.E. van de; Tulp, I.Y.M. - \ 2012
    Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C101/12) - 12
    kustgebieden - bescherming - versterking - zand - aanvulling - aquatische ecologie - vissen - coastal areas - protection - reinforcement - sand - recharge - aquatic ecology - fishes
    Sand nourishment is an essential part of the long term flood defense strategy of the Dutch coast. A distinction can be made between beach nourishments and underwater nourishments. This report concerns underwater nourishments. Nourishments have ecological consequences that differ between species living in the shallow coastal zone. The objective of the study is to derive abundance patterns based on habitat suitability models for a number of selected fish species that live in the shallow coastal zone. Abundance patterns form the basis for an assessment of the effects of nourishments.
    Beoordelingssystematiek beschermde vissoorten van de Grensmaas
    Deerenberg, C.M. ; Machiels, M.A.M. ; Kooten, T. van; Sluis, M.T. van der; Paijmans, A.J. - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES UR C071/12) - 64
    vissen - aquatische ecologie - natura 2000 - waterkracht - krachtcentrales - nadelige gevolgen - maas - fishes - aquatic ecology - natura 2000 - water power - power stations - adverse effects - river meuse
    Waterkrachtcentrale Borgharen B.V. heeft het voornemen een waterkrachtcentrale (WKC) aan te leggen en in werking te hebben nabij Natura 2000-gebied Grensmaas en heeft daartoe een vergunning aangevraagd in het kader van de Natuurbeschermingswet. De Raad van State heeft de bij de vergunningverlening gehanteerde visschadenorm ontoereikend verklaard en de verleende vergunning vernietigd. Voor het gebied Grensmaas geldt voor de drie soorten rivierprik, zalm en rivierdonderpad behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied. Bovendien is de (landelijke) staat van instandhouding matig ongunstig voor de rivierdonderpad en de rivierprik en zeer ongunstig voor de zalm. In dit rapport wordt een wetenschappelijk onderbouwde beoordelingssystematiek gepresenteerd, die rekening houdt met de matig tot zeer ongunstige staat van instandhouding en de geldende verbeterdoelstelling voor deze drie soorten.
    Bemonsteringsplan de Zandmotor : werkplan maart 2012
    Keeken, O.A. van - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR nr. : C066.12) - 12
    kustgebieden - bescherming - zandsuppletie - geologische sedimentatie - aquatische ecologie - vissen - monitoring - zuid-holland - coastal areas - protection - sand suppletion - geological sedimentation - aquatic ecology - fishes - monitoring - zuid-holland
    Tussen maart 2011 en oktober 2011 hebben Rijkswaterstaat en de provincie Zuid Holland bij Kijkduin een schiereiland in de vorm van een haak aangelegd, de Zandmotor. Het schiereiland steekt één kilometer ver in zee en is langs de strandkant twee kilometer breed. Bij aanleg was de oppervlakte 128 hectare. De Zandmotor is een pilotproject en de ontwikkeling van de Zandmotor zal worden gevolgd, zowel de verspreiding van het zand, als ontwikkelingen in flora en fauna rond de Zandmotor. Door wind, golven en stroming verspreidt het zand van de Zandmotor zich langs de kust tussen Hoek van Holland en Scheveningen, waardoor dit deel van kust op “natuurlijke wijze” aan zal groeien.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.