Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 77 / 77

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Kruiden voor landbouwhuisdieren
    Groot, M.J. - \ 2019
    Wageningen : Groen Kennisnet
    animal welfare - animal production - goats - turkeys - rabbits - dairy cattle - poultry - sheep - pigs - veal calves - animal nutrition - animal health
    Ontstaan ‘haanburger’ is vergelijkbaar met kalfsvlees
    Heeres-van der Tol, J.J. - \ 2017
    Wageningen : Livestock Stories blog, Wageningen University & Research
    animal welfare - animal production - dairy cattle - veal calves - animal housing - animal behaviour - animal health - animal nutrition
    Van kalf tot koe, maar hoe? Wat komt daar allemaal bij kijken?
    Heeres-van der Tol, J.J. - \ 2017
    Wageningen : Livestock Stories blog, Wageningen University & Research
    animal welfare - animal production - dairy cattle - veal calves - animal housing - animal behaviour - animal health - animal nutrition
    Alternatieve vloeren voor vleeskalveren
    Heeres-van der Tol, Jetta ; Wolthuis, Maaike ; Bokma, Sjoerd ; Smits, Dolf ; Stockhofe, Norbert ; Vermeij, Izak ; Reenen, Kees van - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1056) - 103
    dierenwelzijn - dierlijke productie - vleeskalveren - huisvesting - diergedrag - diergezondheid - animal welfare - animal production - veal calves - housing - animal behaviour - animal health
    Gezonde Vleeskalveren: Het belang van een goede start : Lesmateriaal & informatie voor docenten
    Kluivers-Poodt, M. - \ 2016
    Wageningen : Wageningen Livestock Research - 4
    vleeskalveren - dierenwelzijn - diergezondheid - lesmaterialen - veal calves - animal welfare - animal health - teaching materials
    Gezonde vleeskalveren : Het belang van een goede start
    Kluivers-Poodt, M. - \ 2016
    Wageningen : Wageningen Livestock Research - 2
    vleeskalveren - dierenwelzijn - diergezondheid - lesmaterialen - veal calves - animal welfare - animal health - teaching materials
    Vleeskalveren komen van melkveebedrijven. Vanaf een leeftijd van twee
    weken gaan ze naar het vleeskalverbedrijf, waar ze in ongeveer 6 tot 7
    maanden worden opgefokt voor de kalfsvleesproductie. Stierkalveren die
    op het melkveebedrijf al goed groeien en op gewicht komen, presteren ook
    in de mestperiode beter en hebben minder medicijnen en antibiotica nodig.
    Gezonde vleeskalveren - Een sterk kalf: belang van een goede opfok op het melkveebedrijf : Kennisclip
    Ruis, M.A.W. - \ 2016
    Dierenwelzijnsweb
    dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - antibiotica - vleeskalveren - rundvee - animal welfare - animal production - animal health - antibiotics - veal calves - cattle
    Stierkalveren die op het melkveebedrijf al goed groeien en op gewicht komen presteren ook in de mestperiode beter en hebben minder medicijnen en antibiotica nodig. Bij opzet van minder vitale nuchtere kalveren op het vleeskalverbedrijf is de uitval circa 2 procent hoger, en het kost €20 tot €30 per kalf extra aan arbeid en medicijnen.

    Factoren in de kalveropfok die bijdragen aan de weerstand en gezondheid van vleeskalveren zijn: een hygiënische, tochtvrije huisvesting, voldoende biest van goede kwaliteit, goede kwaliteit melk en het vrij zijn van ziektes. Deze factoren geven een sterker vleeskalf, waardoor de kans op problemen in de mestfase vermindert.

    In opdracht van Wageningen UR Livestock Research en het Ontwikkelcentrum, project 'Naar gezonde kalveren en kippen' (BO-20-011-032). Meer informatie over diergezondheid en dierenwelzijn: www.dierenwelzijnsweb.nl
    Gezonde vleeskalveren : een warm welkom: belang van een goede opvang : Kennisclip
    Ruis, M.A.W. - \ 2016
    Dierenwelzijnsweb
    dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - antibiotica - vleeskalveren - rundvee - animal welfare - animal production - animal health - antibiotics - veal calves - cattle
    Vleeskalveren komen van melkveebedrijven, vanaf een leeftijd van twee weken. Ze komen vaak eerst bij elkaar op een verzamelplaats en gaan van daar naar het vleeskalverbedrijf. Ongeveer de helft van de kalveren komt van Nederlandse melkveebedrijven, de rest komt uit het buitenland, vooral Duitsland en Oost-Europa.

    Een optimale opvang bevordert een goede start op het vleeskalverbedrijf. Hiervoor is het van belang de kalveren rustig op te vangen in een verwarmde stal, individuele aandacht en zorg te bieden, en lauw water met elektrolytenmix te verstrekken om een tekort aan vocht en lichaamszouten aan te vullen.

    In opdracht van Wageningen UR Livestock Research en het Ontwikkelcentrum, project 'Naar gezonde kalveren en kippen' (BO- 20-011-032). Meer informatie over diergezondheid en dierenwelzijn: www.dierenwelzijnsweb.nl
    Gezonde vleeskalveren - Goede opstart: infectiedruk en weerstand in balans : Kennisclip
    Ruis, M.A.W. - \ 2016
    Dierenwelzijnsweb
    dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - antibiotica - vleeskalveren - rundvee - animal welfare - animal production - animal health - antibiotics - veal calves - cattle
    In de vleeskalverhouderij komen gezondheidsproblemen - met name luchtwegproblemen - vooral in de eerste 3 weken voor. In deze periode zijn de dieren individueel gehuisvest om ze goed te kunnen controleren. Er is regelmatig contact met de dierenarts.

    De gezondheid van vleeskalveren wordt bepaald door de balans tussen infectiedruk en weerstand tegen ziektes. Infectiedruk in de vleeskalverhouderij wordt voor een groot deel bepaald door ziekteverwekkers die de kalveren meenemen van het melkveebedrijf. Verminderen van stress en optimaliseren van voeding en klimaat hebben een positieve invloed op de weerstand van de dieren.

    In opdracht van Wageningen UR Livestock Research en het Ontwikkelcentrum, project 'Naar gezonde kalveren en kippen' (BO 20-011-032). Meer informatie over diergezondheid en dierenwelzijn: www.dierenwelzijnsweb.nl
    Gezonde vleeskalveren : optimale groei: verbeteringen in voer : Kennisclip
    Ruis, M.A.W. - \ 2016
    Dierenwelzijnsweb
    dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - antibiotica - vleeskalveren - rundvee - animal welfare - animal production - animal health - antibiotics - veal calves - cattle
    Traditioneel werd aan vleeskalveren alleen kalvermelk gevoerd. Nu wordt vanaf opzet op het vleeskalverbedrijf naast kalvermelk ook ruw- en krachtvoer verstrekt. Rosé kalveren gaan na een week of 6-7 melkvoeding volledig over op ruw- en krachtvoer.

    Voldoende ruwvoer komt tegemoet aan de natuurlijke kauwbehoefte van kalveren. Hoe vezelrijker het rantsoen, hoe meer ‘pensprik’, en hoe beter de vertering. Een blankvleeskalf van 6 maanden beschikt bij voorkeur dagelijks over 2 kg krachtvoer, 1 kg ruwvoer en 2 kg droge stof kalvermelk. Nieuw onderzoek richt zich op het verbeteren van weerstand en vitaliteit van kalveren via de voeding.
    In opdracht van Wageningen UR Livestock Research en het Ontwikkelcentrum, project 'Naar gezonde kalveren en kippen' (BO-20-011-032). Meer informatie over diergezondheid en dierenwelzijn: www.dierenwelzijnsweb.nl
    Critical ethical issues in USA animal production : executive summary
    Hoste, R. ; Oosterkamp, E.B. - \ 2016
    LEI Wageningen UR (Factsheet / LEI Wageningen UR VR2015-137) - 2
    animal welfare - animal ethics - animal husbandry - legislation - european union - usa - eu regulations - animal production - animal housing - dairy cattle - pigs - veal calves - beef cattle - broilers - dierenwelzijn - dierethiek - dierhouderij - wetgeving - europese unie - vs - eu regelingen - dierlijke productie - huisvesting, dieren - melkvee - varkens - vleeskalveren - vleesvee - vleeskuikens
    In 2014, the non-governmental organisation Wakker Dier in the Netherlands criticised ING for financing animal farms outside the European Union (EU). The NGO expressed its concern that local regulation would not sufficiently guarantee animal welfare standards up to the level guaranteed under EU regulations. Early 2015, LEI Wageningen UR was requested to identify potential detrimental activities in the United States of America (USA) animal husbandry sector due to gaps between EU and USA legislation and local animal welfare standards applied in the USA. Activities covered by ING clients in the USA and thus in scope of this research involve pigs, layers, broilers, veal calves, dairy cows and beef cows. The aim of this report is to provide a qualified comparison of animal welfare standards in the USA and the EU and to identify animal welfare and other potential ethical issues within animal farming in the USA and to identify critical issues on which ING is advised to take a strategic position.
    A field trial on the effects of algae addition to calf feed. Project T2014
    Elissen, H.J.H. ; Berg, W. van den; Kootstra, A.M.J. - \ 2015
    Lelystad : Wageningen UR, PPO/Acrres (Rapport / PPO-AGV 662) - 41
    calves - calf feeding - feed formulation - feeds - veal calves - liveweight - animal health - feed conversion - algae - kalveren - kalvervoeding - voersamenstelling - voer - vleeskalveren - levend gewicht - diergezondheid - voederconversie - algen
    This report describes a field trial that took place between 1 July and 2 October 2015 at a Dutch rose veal farm in which a group of 30 calves was fed with formula milk of which 2% of the dry matter was substituted with concentrated freshwater algae. The control group consisted of 25 calves. The farm owners collected the data, which were statistically analyzed and reported at ACRRES. During the trial the following parameters were monitored: calf weight, amounts of formula milk, water, solid feeds, feed additions and medication, deviations in manure structure, and disease incidence. Individual calf weights were determined at arrival and four weighing dates. The main conclusion of this field trial is that the addition of algae to the formula milk of rose veal calves during a period of 44 to 51 days did not have a statistically significant effect on calf weight increase up to 13 weeks after the start of the trial.
    Progress report validation of parameters to determine unconsciousness during slaughter of veal calves
    Gerritzen, M.A. ; Verhoeven, H.A. ; Hindle, V.A. - \ 2015
    Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rwport 405) - 28
    animal welfare - animal production - veal calves - animal health - slaughter - dierenwelzijn - dierlijke productie - vleeskalveren - diergezondheid - slacht
    Replacing lactose from calf milk replacers : effects on digestion and post-absorptive metabolism
    Gilbert, M.S. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Wouter Hendriks, co-promotor(en): Walter Gerrits; Henk Schols. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576032 - 171
    vleeskalveren - lactose - kunstmelk - polysacchariden - glucose - fructose - glycerol - zetmeelvertering - metabolisme - fermentatie - kalvervoeding - diervoeding - voedingsfysiologie - veal calves - lactose - filled milk - polysaccharides - glucose - fructose - glycerol - starch digestion - metabolism - fermentation - calf feeding - animal nutrition - nutrition physiology

    Summary PhD thesis Myrthe S. Gilbert

    Replacing lactose from calf milk replacers – Effects on digestion and post-absorptive metabolism

    Veal calves are fed milk replacer (MR) and solid feed. The largest part of the energy provided to veal calves originates from the MR. Calf MR contains 40 to 50% lactose, originating from whey, a by-product from cheese production. High and strongly fluctuating dairy prices are a major economic incentive to replace lactose from the calf MR by alternative energy sources. The objective of this thesis was to study the effects of replacing lactose from calf MR on nutrient digestion and fermentation and post-absorptive metabolism.

    In Chapter 2 and 3, four starch products (SP) were evaluated for replacing lactose. The four SP differed in size and branching, and consequently required different ratios of starch-degrading enzymes for their complete hydrolysis to glucose. Gelatinized starch required α-amylase and (iso)maltase; maltodextrin required (iso)maltase and α-amylase; maltodextrin with α-1,6-branching required isomaltase, maltase and α-amylase and maltose required maltase. In Chapter 2, adaptation to these SP was assessed during 14 weeks, using a within-animal titration study. Forty male Holstein-Friesian calves (n = 8 per treatment) were assigned to either a lactose control MR or one of four titration strategies, each testing the stepwise exchange of lactose for one of the SP. For control calves, fecal dry matter (DM) content and fecal pH did not change over time. The response in fecal DM content and fecal pH in time did not differ between SP treatments and decreased linearly with 0.57% and 0.32 per week, respectively, where one week corresponded to an increase in SP inclusion of 3%. This indicates that the capacity for starch digestion was already exceeded at low inclusion levels, resulting in SP fermentation. All SP required maltase to achieve complete hydrolysis to glucose and it was, therefore, suggested that maltase is the rate-limiting enzyme in starch digestion in milk-fed calves.

    Following the titration, a fixed inclusion level of 18% of the SP in the MR was applied. Effects on starch-degrading enzyme activity, nutrient disappearance, SP fermentation and jugular glucose appearance were measured (Chapter 3). Lactase activity in the brush border was high in the proximal small intestine of all calves, resulting in a high apparent ileal disappearance of lactose (≥ 99% of intake). Maltase and isomaltase activities in the brush border were not increased for any of the SP treatments. Luminal α-amylase activity was lower in the proximal small intestine but greater in the distal small intestine of SP-fed calves compared to control calves. This amylase activity in the distal small intestine of SP-fed calves might have been of microbial origin. Apparent SP disappearance did not differ between SP treatments. The difference between apparent ileal (62%) and total tract (99%) SP disappearance indicated substantial SP fermentation in the large intestine (37% of intake). In addition, total tract SP fermentation was quantified using fecal 13C excretion which originated from the naturally 13C-enriched corn SP. Total tract SP fermentation averaged 89% of intake, regardless of SP treatment. MR leaking into the reticulorumen was measured as the recovery of Cr in the reticulorumen at slaughter after feeding MR pulse-dosed with Cr 4h prior to slaughter. MR leaking into the reticulorumen averaged 11% for SP-fed calves. By difference, this leaves 41% of the SP intake fermented in the small intestine. This coincided with increased fecal nitrogen (N) and DM losses for SP-fed calves. However, apparent total tract crude fat disappearance tended to increase when replacing lactose with SP. The substantial SP fermentation indicates that only 10% of the SP intake was enzymatically hydrolyzed and absorbed as glucose. This was in agreement with the marginal increase in 13C enrichment in peripheral plasma glucose after feeding naturally 13C-enriched gelatinized starch and maltose, compared to a clear increase after feeding naturally 13C-enriched lactose to control calves. It was concluded that fermentation, rather than enzymatic digestion, is the main reason for small intestinal starch disappearance in milk-fed calves. The expected decrease in growth performance with such extensive SP fermentation is partially compensated by the greater crude fat digestion and possibly by a reduced urinary glucose excretion when replacing lactose with SP.

    Glucose, fructose and glycerol do not require enzymatic hydrolysis and can be absorbed directly from the small intestine. However, these lactose replacers might differentially affect glucose and insulin metabolism and with that energy partitioning. The effects of partly replacing lactose with glucose, fructose or glycerol on energy and N partitioning and glucose homeostasis and insulin sensitivity were, therefore, studied in Chapter 4 and 5. Forty male Holstein-Friesian calves either received a lactose control MR or a MR in which one third of the lactose was replaced with glucose, fructose or glycerol (n = 10 per treatment). Energy and N retention were not affected by MR composition. Fructose absorption from the small intestine was incomplete resulting in fructose fermentation. This resulted in fecal losses of DM, energy and N and the lowest numerical energy and N retention for fructose-fed calves. Postprandial plasma concentrations of glucose exceeded the renal threshold for glucose in glucose-fed calves and control calves, which resulted in urinary glucose excretion. Glycerol was likely excreted with the urine of glycerol-fed calves. Oxidation of glucose, fructose and glycerol was quantified by feeding a single dose of [U-13C]glucose, [U-13C]fructose or [U-13C]glycerol with the MR and subsequently measuring 13CO2 production. Oxidation of lactose replacers did not differ between lactose replacers and averaged 72% of intake. However, the time at which the maximum rate of oxidation was reached was delayed for fructose-fed compared to glucose-fed and glycerol-fed calves, indicating that fructose was converted into other substrates before being oxidized. Conversion of fructose and glycerol into glucose was confirmed by an increase in 13C enrichment of peripheral plasma glucose after feeding [U-13C]fructose and [U-13C]glycerol, respectively. Insulin sensitivity did not differ between MR treatments, but was already low at the start of the experiment at 15 weeks of age and remained low throughout the experiment. It was concluded that glucose and glycerol can replace one third of the lactose from the calf MR, but that inclusion of fructose should be lower to prevent incomplete absorption from the small intestine.

    In literature and the studies in this thesis, high inter-individual variation in growth performance was found in veal calves. The experiment described in Chapter 6 was, therefore, designed to assess the predictability of later life growth performance by charactering calves in early life. In addition, it was examined whether the ability of calves to cope with MR in which lactose is partially replaced by alternative energy sources can be predicted. From 2 to 11 weeks of age, male Holstein-Friesian calves were fed a lactose control MR and solid feed according to a practical feeding scheme and were characterized individually using targeted challenges related to feeding motivation, digestion, post-absorptive metabolism, immunology, behavior and stress. Based on the results in Chapter 4, a combination of glucose, fructose and glycerol in a 2:1:2 ratio was used to replace half of the lactose from the MR (GFG). From 11 to 27 weeks of age, calves received a lactose control MR or the GFG MR (n = 65 per treatment). Growth performance from 11 to 27 weeks of age tended to be lower for GFG-fed than for control calves (-25 g/d). Measurements in early life explained 12% of the variation in growth performance in later life. However, this was mainly related to variation in solid feed refusals. When growth performance was adjusted to equal solid feed intake, only 4% of the variation in standardized growth performance in later life, reflecting feed efficiency, could be explained by early life measurements. This indicates that > 95% of the variation in feed efficiency in later life could not be explained by early life characterization. It is hypothesized that variation in health status explains substantial variation in feed efficiency in veal calves. Significant relations between fasting plasma glucose concentrations, fecal dry matter and fecal pH in early life and feed efficiency in later life depended on MR composition. These measurements are, therefore, potential tools for screening calves in early life on their ability to cope with a MR in which half of the lactose is replaced by glucose, fructose and glycerol (in a 2:1:2 ratio).

    The studies reported in this thesis demonstrate that glycerol, glucose and a combination of glucose, fructose and glycerol in a 2:1:2 ratio are promising lactose replacers. The effects of replacing lactose by other carbohydrate or energy sources described in this thesis are required to evaluate the potential of lactose replacers for inclusion in calf milk replacers and provide input for feed evaluation for calves and ruminants.

    Methaanproductie bij witvleeskalveren
    Gerrits, W.J.J. ; Dijkstra, J. ; Bannink, A. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport 813) - 15
    vleeskalveren - methaan - emissie - kunstmelk - diervoedering - nederland - veal calves - methane - emission - filled milk - animal feeding - netherlands
    De methaanemissie uit (deels) met kunstmelk gevoerde Nederlandse witvleeskalveren is veel lager dan de door IPCC gehanteerde defaultwaarden aangeven. Aanbevolen wordt om de methaanconversiefactor, Ym (de fractie van de bruto energieopname met voer die emitteert als methaanenergie) meer dan te halveren. Tevens wordt aanbevolen om de jaarlijkse methaanemissie door witvleeskalveren vast te stellen met een aparte waarde van 0,003 voor de gevoerde kunstmelk en een waarde van 0,055 voor gevoerde ruw- en krachtvoeders, uitgaande van de jaarlijkse rantsoenberekeningen volgens gestandaardiseerde methode door het CBS.
    Knelpunten bestrijding mond- en klauwzeer en klassieke varkenspest
    Bergevoet, R.H.M. ; Bondt, N. ; Asseldonk, Marcel van - \ 2014
    Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI report 2014-022) - ISBN 9789086156818 - 37
    mond- en klauwzeer - klassieke varkenspest - huisvesting, dieren - biggen - overschotten - dierenwelzijn - varkens - vleeskalveren - melkvee - schapen - geiten - ziektebestrijding - diergezondheid - dierlijke productie - dierziekten - foot and mouth disease - classical swine fever - animal housing - piglets - surpluses - animal welfare - pigs - veal calves - dairy cattle - sheep - goats - disease control - animal health - animal production - animal diseases
    Dit onderzoek inventariseert de belangrijkste knelpunten tijdens de uitbraakfase van Mond- en klauwzeer en Klassieke Varkenspest die voortkomen uit de geldende regelgeving en/of uit de structuur van veehouderijsectoren, en beschrijft de mogelijke oplossingsrichtingen.
    Stalboekje vleeskalveren : handboek voor natuurlijke diergezondheidzorg met kruiden en andere natuurproducten
    Groot, M.J. ; Asseldonk, T. van - \ 2014
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR - 128
    vleeskalveren - diergezondheid - dierziektepreventie - rundveehouderij - geneeskrachtige kruiden - medicinale planten - biologische landbouw - dierenwelzijn - veal calves - animal health - animal disease prevention - cattle husbandry - herbal drugs - medicinal plants - organic farming - animal welfare
    In dit boekje worden handvaten gegeven om met natuurlijke middelen de gezondheid en de weerstand van de dieren te bevorderen en zo ziektes te voorkomen. Tevens kunnen middelen worden ingezet om de ernst van de ziekte te reduceren. Doel is tevens om de dierenartsen te informeren over de mogelijkheden van natuurproducten en de wetenschappelijke onderbouwing hiervan inzichtelijk te maken.
    Hazards and adverse effects for the assessment of animal welfare on farm and during transport: A preliminary table for bulls, veal calves and slaughter pigs
    Visser, E.K. ; Ouweltjes, W. ; Spoolder, H.A.M. - \ 2014
    Wageningen : WUR Livestock Research - 50
    animal welfare - animal production - beef cattle - veal calves - pigs - animal housing - transport - dierenwelzijn - dierlijke productie - vleesvee - vleeskalveren - varkens - huisvesting, dieren - transport
    Kruiscontaminatie van antibiotica : onderzoek naar de aanwezigheid van antibioticaresiduen in mest van vleesvarkens en vleeskalveren en op pluimveebedrijven
    Zuidema, T. ; Stolker, A.A.M. ; Ginkel, L.A. van - \ 2014
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT rapport 2014.015) - 47
    antibioticumresiduen - plattelandsomgeving - mest - drinkwater - blootstelling - besmetting - varkens - vleeskuikens - vleeskalveren - pluimvee - rundvee - antibiotic residues - rural environment - manures - drinking water - exposure - contamination - pigs - broilers - veal calves - poultry - cattle
    Dit onderzoek heeft tot doel een eerste indicatie te krijgen over het voorkomen van antibioticaresiduen in dieren en hun directe omgeving. Het gaat daarbij met name om de onbedoelde blootstelling als gevolg van kruiscontaminatie. Hiertoe is een onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antibioticaresiduen in mestmonsters van vleesvarkens, vleeskalveren en vleeskuikens. Bij vleeskuikens is ook onderzoek gedaan in omgevingsmonsters (blootstelling vanuit de omgeving) en in watermonsters (blootstelling van dieren via water).
    Food for rumination : developing novel feeding strategies to improve the welfare of veal calves
    Webb, L.E. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Imke de Boer, co-promotor(en): Eddy Bokkers; Kees van Reenen. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570955 - 250
    vleeskalveren - kalvervoeding - voer - kunstmelk - concentraten - ruwvoer (roughage) - abnormaal gedrag - herkauwen - voedingsvoorkeuren - dierenwelzijn - diergezondheid - veal calves - calf feeding - feeds - filled milk - concentrates - roughage - abnormal behaviour - rumination - feeding preferences - animal welfare - animal health

    Summary of thesis entitled: “Food for Rumination – Developing novel feeding strategies to improve the welfare of veal calves”, Laura Webb

    Veal calves are typically fed high levels of milk replacer supplemented with solid feed, which tends to contain a relatively small roughage component. Feeding strategies used in veal production have been associated with welfare issues, including the development of abnormal oral behaviours (AOB) and poor gastrointestinal health. AOB include tongue playing, excessive oral manipulation of the environment, grazing of the coat of other calves, and sham chewing, and are thought to develop in calves when chewing activity (i.e. eating and rumination) is not adequately stimulated. Common gastrointestinal health issues include poor rumen development and lesions in the abomasum.

    The aim of this thesis was to develop novel feeding strategies to improve the welfare of veal calves, i.e. to minimise the development of AOB and gastrointestinal health disorders as well as maximise chewing activity.

    The EU legislation stipulates a minimum of 250 g of `fibrous feed' for 20 week-old calves, but this amount does not seem supported by previous research in terms of it optimising calf welfare. In addition, it does not specify what fibrous feed refers to in terms of source and particle length of roughage. Developing novel feeding strategies for calves necessitates a better understanding of how different roughage characteristics might affect behaviour and gastrointestinal health, and this is what was investigated in Chapter 2. Because none of the single roughage sources investigated were able to improve both behaviour and health, it is likely that a combination of roughage sources would be optimal. For example, an appropriate diet choice may include a combination of roughage sources that facilitate good ruminal papillae development (e.g. maize silage), minimise plaque formation, and encourage both rumen muscularisation and rumination (e.g. straw). This chapter also suggested that hay, as a roughage source with both high levels of structure and high levels of fermentable fibre, could achieve both objectives of encouraging rumination and rumen development. Hay, however, is not used in veal production due to its high iron content that would lead to darker meat colour, which is less preferred by consumers.

    In Chapter 3, different amounts of a solid feed mixture were fed to calves and behaviour was monitored. The results showed that calves fed no solid feed on top of their milk replacer still displayed a rumination-like behaviour, which was in previous literature referred to as `sham chewing'. This result gives an indication as to the importance of rumination in calves. Moreover, this chapter failed to find a straightforward linear relationship between amount of solid feed provided and level of AOB displayed. Certain amounts of solid feed were found to initially stimulate chewing activity to a high level, but later, as calves grew older and more experienced with roughage, failed to stimulate chewing above the level displayed by calves fed no solid feed. Providing such an amount of roughage seemed to be more detrimental in terms of behaviour than providing an amount that results in a constant level of chewing activity throughout the fattening period.

    In order to develop animal-friendly feeding strategies, it is important to know what the animals would choose when given free choice. Therefore, in Chapter 4, the feed preferences of calves for milk replacer, concentrate, hay, straw and maize silage were investigated. This study showed that at 6 months, calves selected on average approximately 1250 g dry matter (DM) milk replacer, 1000 g DM roughage and 2000 g DM concentrate. Although all calves with free choice showed high levels of chewing activity and subsequently low levels of AOB, large individual differences existed in intake levels and feed preferences. Moreover, outcomes were dependent on the variable used to assess preferences: i.e. intake (in g DM relative to metabolic body weight), duration of feeding, or number of visits to each diet component. On average, however, calves showed a preference for milk replacer, concentrate and hay, over straw and maize silage.

    In contrast to free choice testing, as was used in Chapter 4, double demand operant conditioning gives an indication as to the strength of a preference. In Chapter 5, different methods to analyse data collected from double demand operant conditioning studies were investigated. Due to the dependence level between the two resources presented simultaneously, i.e. at any given time the test animal can only work for one resource, it would seem that proportions of rewards achieved for one resource over the total number of rewards achieved for both resources would be an adequate dependent variable in this type of analysis.

    In Chapter 6 the statistical method developed in Chapter 5 was used to assess the preference of calves for long and chopped hay and straw, and their preference for hay versus straw. Two to five month-old calves learned the double demand operant task and were motivated to work for roughage on top of a high energy diet of milk replacer and concentrate. They showed a preference for long over chopped hay, but not for long over chopped straw, and showed a strong preference for hay over straw.
    In Chapter 7 it was investigated whether temperament might affect learning of a double demand operant task in calves. Studies in horses and voles previously found that certain individuals seemed unable to learn certain tasks. If one could find out why, individual training programs could be designed and non-learners would not be removed from studies, potentially avoiding biases in data due to only certain temperament profiles making it through the learning criteria. Chapter 7 gave some indication that temperament may affect learning in calves, and it is the first study in calves to do so. However, due to the low number of animals used, further research is necessary to confirm which temperamental traits affect learning ability in calves.

    Relationships between tongue playing and: 1) hypothesised measures of chronic stress, and 2) hypothesised temperamental traits were investigated in Chapter 8. Large individual differences in the performance of tongue playing in calves subjected to similar husbandry conditions were found. This suggests that although tongue playing might well be a warning sign for chronic stress, and hence poor welfare, individual variation in the propensity to tongue play in response to stressful conditions exists. This could be due to differences in temperament. In contrast to what theoretical papers suggest, calves that showed more tongue playing showed characteristics of a reactive coping style. This result is, however, consistent with previous experimental papers on calves and other species.

    Results from Chapters 2 to 8 were combined into the design of the experiment described in Chapter 9. In this chapter, various feeding strategies (i.e. different amounts of solid feed combined with different concentrate to roughage ratios, different types of ad libitum choice diets, and feeding milk replacer via an open bucket or automated milk dispenser[AMD]) were applied and the effect on behaviour was recorded. Rumination was mainly affected by roughage provision, regardless of concentrate provision. Therefore, increasing solid feed provision without increasing the roughage content would most likely have little effect on rumination, although it would probably increase eating time to a certain extent. Because of the timing of tongue playing and oral manipulation of the environment (found in both Chapters 3 and 9), we suggest that the first of these two AOB is related to chewing activity in general, whereas the second may be more related to anticipation of an upcoming meal and positive reinforcement of feeding behaviours following an unsatisfactory meal. Calves provided ad libitum access to long straw in racks showed high levels of chewing activity and low levels of AOB relative to calves that did not have access to a straw rack but otherwise received the same diet. Six-month-old calves with ad libitum access to straw, maize silage and concentrate (but a restricted milk replacer allowance of 1050 g DM/d) consumed on average approximately 900 g DM/d roughage and 2300 g DM concentrate at 6 months of age. Feeding milk replacer via an AMD seemed to have little impact on behaviour, although it led to lower levels of tongue playing at 15 wk relative to bucket-fed calves.

    In Chapter 10, I first reflect on possible underlying mechanisms of AOB and on the best methods to assess animal preferences. AOB seem to develop in veal calves due to a number of factors, starting with the thwarting of chewing activity, of which rumination at least is most likely a behavioural need. Other factors involved in the development of AOB include chronic stress resulting from the thwarting of chewing activity, anticipation of an upcoming meal, and positive reinforcement of feeding behaviours following a meal that was unsatisfactory. Of great importance is the understanding of individual variation in the propensity to develop AOB, because stereotypic behaviours in sub-optimal environments have been linked to improvements in welfare (relative to non-stereotyping animals). Ruminants seem to be able to select a diet that maximises their comfort. Developing feeding strategies to improve veal calf welfare, therefore, requires the assessment of calf feed preferences. Choice tests and cross point analysis of double demand functions are two possible methods for the assessment of animal preferences, and both these methods include drawbacks and benefits. In contrast to choice tests, double demand offers a setting that closer mimics the complexity of natural environments by imposing a cost on access to resources and enables quantification of the strength of preferences. However, this procedure requires appropriate statistical methods, which take into account the dependence structure between the two simultaneously available resources. Finally, practical implications of the research presented in this thesis are described in Chapter 10. The development of novel feeding strategies to improve the welfare of veal calves is challenged by individual differences in feed preferences, chewing efficiency, and behavioural response to chronic stress caused by inadequate feeding. The latter is demonstrated by only certain calves developing AOB when chewing activity is not stimulated enough by the feeding strategy, whilst others do not develop such behaviours. This complicates the evaluation of the effects of feeding strategy on veal calf behaviour. However, based on the results of this thesis and previous research it seems that young calves should first receive a diet that optimises rumen development, before receiving coarser roughages that stimulate chewing activity, rumen muscularisation, and minimise plaque and hairball prevalence in the rumen. Adequate amounts of roughage and concentrate at 6 months of age seem to be 1000 and 2000-3000 g DM, based on voluntary intake.

    Advies voor aanpassing in de Regeling ammoniak en veehouderij
    Groenestein, C.M. ; Bokma, S. ; Ogink, N.W.M. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 778) - 25
    landbouw en milieu - veehouderij - emissiereductie - luchtverontreiniging - vleeskalveren - regelingen - ammoniakemissie - agriculture and environment - livestock farming - emission reduction - air pollution - veal calves - regulations - ammonia emission
    Dit rapport geeft advies over de aanpassing van de emissiefactor voor vleeskalveren in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Dit wordt gedaan aan de hand van ontwikkelingen in de vleeskalverhouderij sinds de invoering van de huidige emissiefactor in 1998 en nieuwe inzichten over de vorming en de vervluchtiging van ammoniak
    Kalversector onder de hamer
    Ouweltjes, Wijbrand - \ 2014
    cattle husbandry - calves - veal calves - meat production - agricultural policy - animal welfare - transport of animals - animal health - animal production
    Nutrient utilization, dietary preferences, and gastrointestinal development in veal calves : interactions between solid feed and milk replacer
    Berends, H. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Wouter Hendriks, co-promotor(en): Walter Gerrits; Joost van den Borne. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570436 - 239
    dieren - koeien - vleeskalveren - diervoeding - voedingsstoffen - groei - ontwikkeling - diervoedering - vaste voeding - melk - animals - cows - veal calves - animal nutrition - nutrients - growth - development - animal feeding - solid feeding - milk

    Solid feeds (SF), comprising roughages and concentrates, represent an increasingly important source of nutrients for veal calves. From a welfare and economic perspective, there is a strong incentive to replace a considerable portion of the milk replacer (MR) by SF in the diet. However, interactions between MR and SF complicate the prediction of the nutritional value of these ration components, and adverse effects on health may occur when combining MR and SF. To investigate these interactions, various combinations of MR, concentrates, and roughages were tested in a series of large-scale studies.

    When provided with unrestricted access to MR, concentrates, maize silage, hay, and straw over a 6-month period, calves markedly changed their preferences over time, and individual differences appeared very large. However, the ratio between digestible crude protein and digestible energy in the diet of choice appeared remarkably constant between calves. Another set of studies aimed at defining age-related changes in utilization efficiency of SF. It was demonstrated that stimulating early rumen development (before 12 wk of age) improves the nutritional value of each kg of SF in later life. In another study, it was shown that the nutritional value of SF increases with age. This effect is likely related to improved fermentation of fibrous SF. Increasing SF intake lead to an increase in the passage rates of concentrates and straw through the rumen.

    Compared to the feeding of MR alone, nitrogen (N) economy of veal calves can be improved by feeding a low-protein SF, creating a N shortage in the rumen. Urea-N, likely originating from the MR, was demonstrated to recycle back into the rumen for microbial protein production. In a subsequent study, it appeared that the feeding of a high-protein SF improved ruminal degradation of fibrous SF relative to a low-protein SF at equal protein intake, balanced via the MR. Urea recycling was demonstrated to be unable to completely compensate a N shortage in the rumen. An important interaction between MR and SF can be the influence of SF on the proportion of MR flowing in the rumen, where it is fermented and potentially causes health problems. The current standard to measure this so-called ‘ruminal drinking’ is the Co recovery method, which requires sacrificing the calves. Several non-terminal methods to quantify ruminal drinking were evaluated in three consecutive experiments. From a meta-analysis of Co recovery data, it was shown that on average 17% of the MR fed flows into the rumen instead of the abomasum. No associations with SF or MR intake related variables were found. Potential adverse effects of replacing MR by SF include abomasal damage, particularly in the pyloric area. This generally increases with the intake of SF, particularly in the presence of sharp, abrasive particles, and more so with a 20:80 than with a 50:50 mixture of roughage:concentrate. Results indicated that early rumen development can offer some protection in later life.

    In conclusion, when taking interactions between MR and SF into account, it appeared possible to replace a considerable portion of MR by SF without compromising calf performance and health.

    Beleidsvarianten voor de toekenning toeslagen in de kalversector, 2014-2019 : gevolgen van vier beleidsvarianten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor een gemiddeld kalverbedrijf in Nederland
    Bondt, N. ; Jager, J.H. - \ 2014
    Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI 14-027) - 15
    kalveren - kalverproductie - gemeenschappelijk landbouwbeleid - rundveehouderij - landbouwbeleid - vleeskalveren - eu regelingen - melkveehouderij - ondersteunende maatregelen - calves - calf production - cap - cattle husbandry - agricultural policy - veal calves - eu regulations - dairy farming - support measures
    In deze nota wordt een analyse gemaakt van de veranderingen in de omvang van de toeslagen uit de eerste pijler van het GLB voor Nederlandse vleeskalverbedrijven tussen 2014 en 2019, die het gevolg zijn van de overgang van het historisch naar het regionaal model. Daarvoor gebruiken we in deze studie vier beleidsvarianten: de Nederlandse variant wordt vergeleken met de voorgenomen varianten waarvan op dit moment verwacht wordt dat ze in Frankrijk (twee alternatieven) en Vlaanderen zullen worden toegepast.
    Assessing welfare of veal calves on farms : measures of behaviour and respiratory disorders and potential ways for welfare improvement
    Leruste, H. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Bas Kemp, co-promotor(en): Eddy Bokkers; B.J. Lensink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9782954777207 - 142
    dierenwelzijn - vleeskalveren - diergedrag - dierhouderij - ademhalingsziekten - animal welfare - veal calves - animal behaviour - animal husbandry - respiratory diseases
    Vleeskalveren zijn jonge runderen die geslacht worden op een leeftijd van maximaal 8 maanden. Vleeskalveren worden gehouden om mals en lichtroze vlees te produceren. Hiertoe worden ze op gespecialiseerde bedrijven gehouden waar ze gevoerd worden met hoofdzakelijk kunstmelk en vast voer (i.e. krachtvoer, maïssilage, stro). In de Europese Unie (EU), minimumnormen voor welzijn en huisvestingcondities voor vleeskalveren zijn gereguleerd via de EU richtlijnen. Deze minimumnormen garanderen niet noodzakelijkerwijze dat het welzijnsniveau van de kalveren altijd optimaal is, aangezien huisvesting- en managementcondities tussen bedrijven kunnen verschillen. Burgers willen geïnformeerd worden over het werkelijke welzijnsniveau van dieren op boerderijen en daardoor ook een noodzaak voor een wetenschappelijk onderbouwde welzijnsmaatlat. De EU heeft van 2004 to 2009 een onderzoeksproject gefinancierd genaamd Welfare Quality® met als doelstelling “het ontwikkelen van een gestandaardiseerd dierenwelzijnsmonitor” en “het identificeren van praktische oplossingen voor het verbeteren van dierenwelzijn”. Dit proefschrift heeft bijgedragen aan het ontwerpen van een welzijnsmonitor op bedrijfsniveau voor vleeskalveren met als specifieke doelstelling de kwaliteit van de verschillende waarnemingen te toetsen betreffende hun validiteit, betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid. Verder is voor elke waarneming gekeken naar specifieke risicofactoren voor een verlaagd dierenwelzijn op in totaal 174 kalverbedrijven in de drie belangrijkste vleeskalverproductielanden in Europa (Frankrijk, Nederland en Italië).
    Vleeskalf fit aan de start
    Reenen, C.G. van - \ 2014
    V-focus 2014 (2014)1. - ISSN 1574-1575 - p. 19 - 19.
    rundveehouderij - kalveren - diergezondheid - huisvesting van kalveren - vleeskalveren - kalverproductie - dierenwelzijn - veevervoer - cattle husbandry - calves - animal health - calf housing - veal calves - calf production - animal welfare - transport of animals
    'De diergezondheid en de weerstand van het kalf hebben momenteel bij ons de hoogste prioriteit', aldus Jacques de Groot, hoofd R&D van kalverhouderij-integratie VanDrie Group. 'We moeten het antwoord vinden op de vraag hoe we het kalf, dat we op een leeftijd van zo’n veertien dagen binnenkrijgen, naar een zo hoog mogelijk gezondheidsniveau tillen.'
    Acceptatie Dierenwelzijnsmonitor : bijscholingsactiviteit 1 'Meten Dierenwelzijn'
    Pompe, Vincent - \ 2013
    animal welfare - veal calves - cattle - animal production - measurement - monitoring - quality - stockmen - acceptability
    Bedrijfsgebonden dierziekten
    Antonis, A.F.G. - \ 2012
    Lelystad : Central Veterinary Institute - 46
    kalveren - kalverziekten - vleeskalveren - rundveeziekten - diagnostiek - diergezondheid - calves - calf diseases - veal calves - cattle diseases - diagnostics - animal health
    Het diergezondheidsbeleid, zoals vastgelegd in de Nationale Agenda Diergezondheid (NAD), stelt de veehouder in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn dieren. Hoewel de meeste veehouders op professionele wijze omgaan met de gezondheidszorg van hun dieren, is er sprake van een aantal bedrijfsgebonden gezondheidsproblemen dat in grote mate voorkomt in de huidige veehouderij. Als gevolg van deze bedrijfsgebonden aandoeningen kan een hoog antibioticumgebruik ontstaan, met het gevaar van antibioticumresistenties. Voor de bedrijfsgebonden dierziekten die een zoönotische karakter hebben, kan de gezondheid van de veehouder en het deel van de (beroeps)bevolking dat met de dieren in aanraking komt een belangrijke extra reden voor aandacht zijn. Daarnaast wordt het welzijn van dieren in aanzienlijke mate geschaad door sommige bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen. De doelstellingen van de NAD om bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen zoveel mogelijk terug te dringen raakt derhalve aan de politieke agenda op het gebied van dierwelzijn, preventie van zoönosen en vermindering van antibioticumgebruik en -resistentie. Het terugdringen van bedrijfsgebonden aandoeningen is daarmee een onlosmakelijk onderdeel van het werken aan een duurzame veehouderij.
    Beschrijving van de alternatieve vloeren in fase 2 van het vleeskalverenproject
    Livestock Research, - \ 2012
    Livestock Research
    rundveehouderij - vleeskalveren - huisvesting van kalveren - vloeren - dierenwelzijn - roostervloeren - matten - cattle husbandry - veal calves - calf housing - floors - animal welfare - grid floors - mats
    Beschrijving van 2 alternatieve vloeren: de bolle roostermat met luchtkamers en de bolle, massief rubberen duo-roostermat met bijbehorende roostervloeren
    Vereenvoudiging van het Welfare Quality protocol voor vleeskalveren
    Reenen, C.G. van; Vereijken, P.F.G. ; Buist, W.G. ; Thissen, J.T.N.M. ; Engel, B. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 536) - 49
    rundveehouderij - vleesproductie - vleeskalveren - dierenwelzijn - protocollen - beoordeling - nederland - frankrijk - italië - dierlijke productie - cattle husbandry - meat production - veal calves - animal welfare - protocols - assessment - netherlands - france - italy - animal production
    This report describes research into possibilities to simplify the Welfare Quality® assessment protocol for veal calves.
    Effecten herverdeling soms fors
    Jongeneel, R.A. - \ 2012
    Kennis Online 9 (2012)maart. - p. 9 - 9.
    gemeenschappelijk landbouwbeleid - financieel landbouwbeleid - subsidies - reductie - herverdeling - vleeskalveren - fabrieksaardappelen - cap - agricultural financial policy - subsidies - reduction - redistribution - veal calves - starch potatoes
    De vleeskalversector en zetmeelaardappelboeren zijn het meest gevoelig voor de voorgestelde veranderingen in het systeem van toeslagen van het GLB. Ze lopen het risico tienduizenden euro’s per bedrijf per jaar minder te ontvangen, een ongekende achteruitgang.
    Concurrentiemonitor blank kalfsvlees
    Bakker, T. ; Baltussen, W.H.M. ; Doorneweert, R.B. - \ 2012
    Den Haag : LEI (LEI-rapport : Onderzoeksveld Markt & ketens ) - ISBN 9789086155668
    rundveehouderij - kalveren - vleesvee - kalfsvlees - sectorale analyse - overheidsbeleid - sociaal-economische positie - marktconcurrentie - vleeskalveren - cattle husbandry - calves - beef cattle - veal - sectoral analysis - government policy - socioeconomic status - market competition - veal calves
    In het kader van de jaarlijkse concurrentiemonitor heeft het LEI een studie gedaan naar de concurrentiekracht van de Nederlandse kalfsvleessector. Deze sector staat al sinds lang bekend om haar hoge kwaliteit en de belangrijke exportpositie. In dit rapport wordt de huidige internationale positie van de Nederlandse sector verder uitgediept. Daarnaast zijn aan de hand van een Porteranalyse de belangrijkste succesfactoren in kaart gebracht, te weten: de economische orde, het netwerk, de (thuis)markt en factorvoordelen. Ook het overheidsbeleid met betrekking tot de kalversector wordt belicht.
    Houtverbranding - Zonnepanelen - Frequentieregelaars - Hoogfrequente TL
    Ellen, H.H. ; Verstappen-Boerekamp, J.A.M. ; Kasper, G.J. - \ 2010
    Wageningen UR Livestock Research
    vleeskalveren - rundvee - rundveehouderij - zonne-energie - elektriciteit - hout - branders - verbranden - kachels - verwarming - biobased economy - veal calves - cattle - cattle husbandry - solar energy - electricity - wood - burners - burning - stoves - heating - biobased economy
    Maatschap Klopman is een modern vleeskalverenbedrijf voor witvleesproductie met 1168 dierplaatsen. Bij de ontwikkeling is ingezet op groei, duurzaamheid, lage exploitatiekosten, efficiency en dierenwelzijn. Er is een landschapsplan gemaakt om het bedrijf optimaal in de omgeving in te passen. De kalveren hebben vloerverwarming en ruim 10% meer ruimte dan wettelijk noodzakelijk is. In de ‘keuken’ wordt het voer geheel automatisch samengesteld en het doseren van de melk geschiedt geheel automatisch.
    Zonnecollectoren
    Ellen, H.H. ; Verstappen-Boerekamp, J.A.M. ; Timmerman, M. - \ 2010
    Wageningen UR Livestock Research
    zonnecollectoren - warmwatersystemen - energiebronnen - zonne-energie - vleeskalveren - huisvesting van kalveren - energieproductie in de landbouw - solar collectors - hot water systems - energy sources - solar energy - veal calves - calf housing - agricultural energy production
    Folder van Vleeskalverhouderij Verwoert te Opheusden over warmwaterproductie via zonnecollectoren.
    Werksessies 17 november 2010
    Eijk, Onno van - \ 2010
    cattle husbandry - animal welfare - calves - sustainability - innovations - design - animal production - beef cattle - animal housing - veal calves
    Verkenning van milieuemissies en verbruiken van schaarse hulpbronnen in de sectoren: konijnen, vleeskalveren, eenden en kalkoenen = Exploring environmental emissions and depletion of resources of rabbit, veal calf, duck, and turkey production chains in The Netherlands
    Vries, J.W. de; Radersma, S. ; Winkel, A. ; Buisonjé, F.E. de - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 383) - 27
    dierhouderij - konijnen - kalveren - vleeskalveren - vleesvee - eenden - kalkoenen - ontwerp - emissie - energiegebruik - watergebruik - kwantitatieve analyse - kwalitatieve analyse - animal husbandry - rabbits - calves - veal calves - beef cattle - ducks - turkeys - design - emission - energy consumption - water use - quantitative analysis - qualitative analysis
    For new design concepts of rabbit, veal calf, duck and turkey production systems insight is needed in environmental emissions and the use of resources of current production systems. In this study, several environmental emissions and uses of resources were quantified and qualified where possible.
    Monitor voor welzijn nadert voltooiing
    Stevens, R. - \ 2010
    Boerderij 96 (2010)4. - ISSN 0006-5617 - p. 34 - 35.
    dierenwelzijn - monitoren - vleeskalveren - huisvesting van kalveren - rundveehouderij - animal welfare - monitors - veal calves - calf housing - cattle husbandry
    De welzijnsmonitor voor vleeskalveren is bijna af. Daarmee is het welzijn te bepalen van het dier. Nog niet duidelijk is hoe het systeem in de praktijk gaat werken.
    Welzijnsmonitor vleeskalveren : ontwikkeling handleiding met studenten
    Hendriksen, E.W.J. ; Brandt, H. van den; Reenen, C.G. van - \ 2010
    dierenwelzijn - vleeskalveren - monitoren - animal welfare - veal calves - monitors
    Poster met informatie over het KIGO project 'Welzijnsmonitor Vleeskalveren'. Door verschillende groepen Van Hall Larenstein studenten is beeldmateriaal verzameld en gerubriceerd ten behoeve van een trainingsprotocol voor inspecteurs.
    Compartment height in cattle transport vehicles
    Lambooij, E. ; Reimert, H.G.M. ; Werf, J.T.N. van der; Hindle, V.A. - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 407) - 17
    veevervoer - rundvee - vleeskalveren - ruimtebehoeften - dierenwelzijn - diergedrag - transport of animals - cattle - veal calves - space requirements - animal welfare - animal behaviour
    Space requirements for the height of the compartment ceiling in transport vehicles for cattle were examined to determine standing comfort. Adult dairy cattle displayed more explorative behavior when the ceiling was set at 20 cm above the withers. Rosé veal calves displayed more explorative behavior, moved and pushed more. The combination of sufficient height - (40 cm space between shoulder and ceiling) - floor space and rest, feeding and watering with familiar animals may result in quiet and fit animals during (long duration) transport.
    Onderwijsmateriaal welzijnsmonitor vleeskalveren : handleiding
    Borrel, M. ; Heutinck, L.F.M. ; Reenen, C.G. van; Wolthuis-Fillerup, M. - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research - 86
    dierenwelzijn - vleeskalveren - monitoren - diergezondheid - diergedrag - protocollen - animal welfare - veal calves - monitors - animal health - animal behaviour - protocols
    Dit rapport geeft een beeld van hoe een beschrijving van een welzijnsprotocol voor vleeskalveren er uit zou kunnen zien. De Welzijnsmonitor Vleeskalveren maakt een inschatting van het welzijnsniveau van vleeskalveren op individuele bedrijven. Dit gebeurt met metingen aan de dieren zelf.
    Welzijnsmonitor vleeskalveren
    Hendriksen, I. - \ 2010
    dierenwelzijn - vleeskalveren - monitoren - protocollen - animal welfare - veal calves - monitors - protocols
    In het Europese project Welfare Quality wordt een systematiek ontwikkelend waarmee het welzijn van vleeskalveren kwaliteit beoordeeld kan worden. Aan de hand hiervan wordt door studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein en van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden 2 multimediaproducten ontwikkeld.
    Report on restraining and neck cutting or stunning and neck cutting in pink veal calves
    Lambooij, B. ; Werf, J.T.N. van der; Reimert, H.G.M. ; Hindle, V.A. - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 398) - 17
    rundveehouderij - vleeskalveren - dierenwelzijn - slacht - bedwelmen - elektrisch verdoven - hartritme - hersenen - cattle husbandry - veal calves - animal welfare - slaughter - stunning - electronarcosis - cardiac rhythm - brain
    Neural and physiological assessment of welfare during restraining and rotation, after neck cutting, neck cutting followed by captive bolt stunning and electrical stunning followed by neck cutting in pink veal calves.
    Inter-observer and test-retest reliability of on-farm behavioural observations in veal calves
    Bokkers, E.A.M. ; Leruste, H. ; Heutinck, L.F.M. ; Wolthuis-Fillerup, M. ; Werf, J.T.N. van der; Lensink, B.J. ; Reenen, C.G. van - \ 2009
    Animal Welfare 18 (2009)4. - ISSN 0962-7286 - p. 381 - 390.
    vleeskalveren - vleesvee - dierlijke productie - diergedrag - dierenwelzijn - meting - monitoring - tests - veal calves - beef cattle - animal production - animal behaviour - animal welfare - measurement - monitoring - tests - housed dairy calves - space allowance - play-behavior - humans - cattle - fear - situations - responses - welfare - pigs
    The objective of this study was to investigate inter-observer and test-retest reliability of different behavioural observations to be used in an on-farm, animal welfare monitoring system for veal calves. Twenty-three veal calf farms, varying in size, housing system, feeding regime and age of the calves were visited twice with two observers, simultaneously. Behavioural tests were conducted in eight pens per farm, measuring the response of calves to: a human entering the barn; a novel object; a passive, unfamiliar person; disturbance in the pen and an active approach by an unfamiliar and a familiar person. Furthermore, behaviour was recorded 20 min before and 20 min after feeding in eight other pens per farm. For all behavioural tests, inter-observer reliability was very high. Farm effects and test-retest reliabilities were high and significant for all behavioural tests, except for the test measuring response to disturbance in the pen. Although the active approach test with the familiar person was reliable, it was not feasible in practice due to the availability of the farmer. Since the active approach test with the unfamiliar person gave similar results, this test was recommended for an on-farm animal welfare monitoring system. For most behavioural elements recorded around feeding, farms differed significantly and inter-observer and test-retest reliabilities were high as well as being significant. The behavioural tests with entering the barn, novel object and unfamiliar person, and the behavioural observations before and after feeding were feasible and distinctive and reliable enough to be performed on-farm. These methods are promising tools to use as a monitor of animal welfare in veal calves
    Welzijn kalf objectief vastgesteld [speciale uitgave dier&welzijn]
    Reenen, C.G. van - \ 2009
    V-focus 6 (2009)5. - ISSN 1574-1575 - p. 28 - 29.
    kalveren - dierenwelzijn - monitoring - vleeskalveren - vleesvee - calves - animal welfare - monitoring - veal calves - beef cattle
    Het welzijn van vleeskalveren wordt vooral gebaseerd op hokmaten en rantsoen. Wat het dier zelf als welzijn ervaart is tot nu toe moeilijk in te schatten. De Welzijnsmonitor moet daarin verandering brengen: deze moet op wetenschappelijke gronden het welzijn vaststellen. Op dit moment wordt de monitor ontwikkeld. In 2010 moet deze beschikbaar zijn
    Ontkoppeling slachtpremies: gevolgen voor de vleeskalversector
    Bondt, N. - \ 2008
    Agri-monitor 2008 (2008)december. - ISSN 1383-6455 - 2
    slachtpremies - kalverproductie - vleeskalveren - slaughter premiums - calf production - veal calves
    In de Health Check van het Europese Landbouwbeleid stuurt de Europese Commissie aan op verdergaande ontkoppeling. De Nederlandse overheid is in beginsel van plan om de kalverslachtpremie in 2010 te ontkoppelen. Of ontkoppeling zal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de productie is sterk afhankelijk van de externe omstandigheden, de voorwaarden die zullen worden gesteld en de reactie van de kalverintegraties.
    Welzijnsmonitor: alle koppels zijn opgezet
    Heutinck, L.F.M. - \ 2008
    De kalverhouder 28 (2008)6. - ISSN 1389-3386 - p. 35 - 35.
    rundveehouderij - kalveren - vleeskalveren - dierenwelzijn - monitoring - diergedrag - groepsgrootte - cattle husbandry - calves - veal calves - animal welfare - monitoring - animal behaviour - group size
    In september 2007 is voor de Welzijnsmonitor het onderzoek met de eerste koppel vleeskalveren begonnen. Begin juli 2008 is de laatste koppel opgezet en in het onderzoek ingestroomd, waarmee het beoogde aantal van 150 koppels is gerealiseerd. Tijd voor een tussenbalans
    Emissiereductie door kelderluchtbehandeling in een vleeskalverstal; proof of principle : [CFD modelberekeningen en pilot in een afdeling van een kalverhouderij] = Emission reduction by slurry pit air separation in a veal calf house; proof of principle
    Smits, M.C.J. ; Campen, J.B. ; Huis in 't Veld, J.W.H. - \ 2008
    Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group 179) - 49
    rundvee - rundveehouderij - kalveren - vleeskalveren - ammoniak - emissie - ventilatie - huisvesting van koeien - computationele vloeistofdynamica - cattle - cattle husbandry - calves - veal calves - ammonia - emission - ventilation - cow housing - computational fluid dynamics
    A proof of principle study was performed on emission reduction by slurry pit air separation in a veal calf house. By scrubbing the separated pit air, ammonia emission may be reduced by 30 – 45%
    Niet alleen de wetenschap bepaalt wat welzijn is
    Noorduyn, L. - \ 2008
    Syscope Magazine 2008 (2008)18. - p. 20 - 21.
    dierhouderij - dierenwelzijn - kalveren - vleeskalveren - monitoring - animal husbandry - animal welfare - calves - veal calves - monitoring
    Alle stakeholders staan achter de gevonden parameters om het welzijn van vleeskalveren te meten. Dat is de tussenstand op weg naar een welzijnsmonitor. Met zo’n monitor kunnen kalverbedrijven zich onderscheiden op het gebied van welzijn.
    Gevolgen ontkoppeling slachtpremies voor de vleeskalversector
    Bondt, N. ; Backus, G.B.C. ; Bolhuis, J. ; Bont, C.J.A.M. de; Bunte, F.H.J. ; Prins, H. ; Wisman, J.H. - \ 2008
    Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI-rapport : Werkveld internationaal beleid 2008-046) - 84
    kalfsvlees - vleeskalveren - slachtdieren - slachtpremies - vleesproductie - kalverproductie - bedrijfsresultaten in de landbouw - landbouwprijzen - veal - veal calves - meat animals - slaughter premiums - meat production - calf production - farm results - agricultural prices
    Dit rapport geeft de mogelijke gevolgen aan van ontkoppeling van de slachtpremie voor de kalfs- en vleessector in Nederland. Of ontkoppeling zal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de productie is sterk afhankelijk van de externe omstandigheden, de voorwaarden die zullen worden gesteld en de reactie van de kalverintegraties
    Kalveren aan de monitor
    Reenen, C.G. van - \ 2008
    V-focus 5 (2008)2. - ISSN 1574-1575 - p. 38 - 39.
    vleeskalveren - huisvesting van kalveren - afmetingen - dierenwelzijn - monitoren - veal calves - calf housing - dimensions - animal welfare - monitors
    De vleeskalverhouderij heeft al jaren te maken met hokafmetingen om het welzijn van de dieren te bevorderen. Maar een welzijnsmonitor geeft meer inzicht in wat het dier zelf ervaart. Op dit moment testen zo'n 150 vleeskalverbedrijven een uitgebreide proefversie van de monitor. In 2010 moet de definitieve versie beschikbaar komen
    Meet welzijn aan dier zelf
    Blokhuis, H.J. - \ 2008
    V-focus 5 (2008)2. - ISSN 1574-1575 - p. 6 - 7.
    dierhouderij - dierenwelzijn - standaardisering - meetsystemen - dierlijke productie - varkens - melkvee - vleeskalveren - pluimvee - hennen - vleeskuikens - animal husbandry - animal welfare - standardization - measurement systems - animal production - pigs - dairy cattle - veal calves - poultry - hens - broilers
    Vanaf 2009 is er een methode om het welzijn van dieren te meten met een standaardaanpak. Een groot Europees onderzoeksproject moet ervoor zorgen dat er dan een werkbare meetlat ligt. Aan de ontwikkeling werken veel instellingen mee uit verschillende landen
    Kalfsvleesproductie bestand tegen verandering Europees premiebeleid?
    Bont, C.J.A.M. de; Bolhuis, J. - \ 2007
    Agri-monitor 2007 (2007)december. - ISSN 1383-6455 - 2
    landbouwbeleid - eu regelingen - rundveehouderij - vleeskalveren - kalfsvlees - slachtpremies - overheidsbestedingen - verandering - agricultural policy - eu regulations - cattle husbandry - veal calves - veal - slaughter premiums - public expenditure - change
    Of de ontkoppeling van de slachtpremie in de kalfvleessector tot een vermindering van de productie zal leiden, is afhankelijk van de voorwaarden waaronder de ontkoppeling plaats vindt. Een belangrijke voorwaarde is het gelijktijdig ontkoppelen in de gehele EU, zodat er geen concurrentienadelen ontstaan.
    Welzijnsmonitor hulpmiddel voor bedrijfsvoering.
    Heutinck, L.F.M. - \ 2007
    De kalverhouder 27 (2007)4. - ISSN 1389-3386 - p. 22 - 23.
    dierenwelzijn - diergezondheid - kalveren - vleeskalveren - rundveehouderij - agrarische bedrijfsvoering - diergedrag - dierpathologie - monitoren - onderzoek - animal welfare - animal health - calves - veal calves - cattle husbandry - farm management - animal behaviour - animal pathology - monitors - research
    Sinds enkele jaren werken onderzoekers van de Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen UR aan het ontwikkelen van een welzijnsmonitor voor de vleeskalverhouderij. De monitor moet een hulpmiddel worden om de bedrijfsvoering op kalverbedrijven verder te verbeteren
    De ontwikkeling van een welzijnsmonitor voor vleeskalveren
    Reenen, Kees van - \ 2007
    animal welfare - cattle - veal calves - monitoring - animal behaviour - animal health - animal diseases - animal pathology
    Vleeskalveren en herziening van het premiebeleid
    Bont, C.J.A.M. de; Bolhuis, J. ; Bondt, N. ; Leeuwen, M.G.A. van; Wisman, J.H. - \ 2007
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Domein 6, Beleid ) - ISBN 9789086151806 - 67
    landbouwbeleid - vleeskalveren - slachtpremies - overheidsbestedingen - vee- en vleesindustrie - verandering - nederland - agricultural policy - veal calves - slaughter premiums - public expenditure - meat and livestock industry - change - netherlands
    Vleeskalveren en herziening van het premiebeleid geeft de mogelijke gevolgen aan van ontkoppeling van de slachtpremie voor de kalfsvleessector in Nederland. Het rapport geeft een beeld van de sector en de productieketen in Nederland en van de positie van Nederland op de Europese markt. Geconcludeerd wordt dat ontkoppeling kan leiden tot een vermindering van de productie met 5 tot 15%, terwijl het ongeveer gelijk blijven van de productie niet kan worden uitgesloten. De voorwaarden van ontkoppeling zijn hierbij belangrijk, zoals een gelijktijdige ontkoppeling in Frankrijk en de liberalisering van het zuivelbeleid.
    Natuurlijk gedrag van melkvee en vleeskalveren : advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake natuurlijk gedrag van melkvee en vleeskalveren
    Beerda, B. ; Reenen, C.G. van; Hopster, H. - \ 2006
    Den Haag : Raad voor Dierenaangelegenheden (Advies RDA 2006/04) - 60
    melkvee - vleeskalveren - diergedrag - dierenwelzijn - rundveeteelt - huisvesting van rundvee - adviescommissies - nederland - kennis - kennismanagement - dierlijke productie - diergezondheid - dierethiek - dairy cattle - veal calves - animal behaviour - animal welfare - cattle farming - cattle housing - advisory committees - netherlands - knowledge - knowledge management - animal production - animal health - animal ethics
    Gelet op de mogelijkheid dat in dat kader huisvestingssystemen aangepast moeten worden is door de Directie Landbouw van het Ministerie van LNV de vraag gesteld welke belemmeringen er voor de runderen in de Nederlandse rundveehouderij bestaan om natuurlijk gedrag zoveel mogelijk uit te kunnen voeren en hoe deze belemmeringen opgelost kunnen worden binnen een tijdsbestek van 20 jaar. De Raad is van mening dat in de hedendaagse rundveehouderij natuurlijk gedrag niet volledig tot uitdrukking kan komen. De Raad voor Dierenaangelegenheden geeft in dit advies aan welke verbeteringen aangebracht en gerealiseerd kunnen worden binnen het gevraagde tijdsbestek
    Nutrient synchrony in preruminant calves
    Borne, J.J.G.C. van den - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Martin Verstegen, co-promotor(en): Walter Gerrits. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085045243 - 197
    vleeskalveren - diermodellen - kalvervoeding - voedingsstoffenbeschikbaarheid - tijd - eiwitmetabolisme - energiemetabolisme - aminozuren - glucose - synchronisatie - groei - mestresultaten - veal calves - animal models - calf feeding - nutrient availability - time - protein metabolism - energy metabolism - amino acids - glucose - synchronization - growth - fattening performance
    In animal nutrition, the nutrient composition of the daily feed supply is composed to match the nutrient requirements for the desired performance. The time of nutrient availability within a day is usually considered not to affect the fate of nutrients. The aim of this thesis was to evaluate effects of the time of nutrient availability within a day (i.e. nutrient synchrony) on the protein and energy metabolism in preruminant calves. Two types of nutrient synchrony were studied: (1) synchrony between total nutrient supply and requirements within a day, and (2) synchrony between protein and carbohydrate availability. The studies were mainly conducted in heavy preruminant calves, because those animals have a very low efficiency of protein utilization for growth compared with other farm animals, such as pigs and lambs, allowing a large potential for improvement. Increasing the feeding frequency increased the efficiency of protein utilization in preruminant calves. This was however not detected when short-term measurements of amino acid metabolism (12 h urea production and oral leucine oxidation) were considered. Dietary carbohydrates were almost completely oxidized, unaffected by feeding level, in heavy preruminant calves. Glucose homeostasis improved with increasing feeding frequency. In pigs, an asynchronous availability of glucose and amino acids within a day reduced protein utilization but did not affect fat retention. In preruminant calves, however, an asynchronous availability of glucose and amino acids did not decrease the efficiency of protein utilization but substantially increased fat retention. Separating the intake of protein and lactose over meals inhibited postprandial plasma insulin responses, but increased glucose excretion in urine. Intramuscular fat content and oxidative enzyme activity increased with decreasing nutrient synchrony in an oxidative muscle in calves. Oxidative enzyme activity is not an appropriate indicator of whole-body heat production in growing calves.
    Rumen development in veal (preruminant) calves
    Suárez, B.J. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Seerp Tamminga, co-promotor(en): Walter Gerrits; Jan Dijkstra. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085045366 - 174
    vleeskalveren - pensontwikkeling - pensfermentatie - concentraten - ruwvoer (roughage) - voer - samenstelling - koolhydraten - enzymactiviteit - mestresultaten - kalvervoeding - veal calves - rumen development - rumen fermentation - concentrates - roughage - feeds - composition - carbohydrates - enzyme activity - fattening performance - calf feeding
    Historically, veal calves were fed until slaughter weight with only milk replacer and, in absence of solid feed the physiological development of the forestomachs was limited. In 1997, a new EU legislation stipulated that a minimum amount of solid feed (fiber) has to be provided for the welfare of the calves (solid feed supply reduce abnormal oral behaviors in veal calves; Van Putten, 1982; Veissier et al., 1998); however, no specifications were made about the type and source of feed.

    Rumen development is triggered by the production of VFA resulting from fermentation ofOMin the rumen (Flatt et al., 1958). Butyrate, and to a lesser extent propionate stimulate the development of the rumen mucosa; mostly because of their use as energy sources by the rumen epithelium (Sander et al., 1959; Tamate et al., 1962). In rearing calves, information on rumen fermentation of different sources of dietary carbohydrates is relatively well documented (Davis and Drackley, 1998; Lesmeister and Heinrichs, 2004) but only a few experiments have been conducted in veal calves.

    Based on earlier research (Blokhuis et al., 2000) it was hypothesized that stimulating early rumen development in veal calves would be beneficial to their subsequent performance and health. Therefore in vivo experiments were designed to establish the effects of stimulating an early rumen development in veal calves, aiming to optimize nutrient utilization from rumen fermentation and to prevent health problems in the lower gastrointestinal tract (e.g. ulcers in abomasum). In addition the potential interactions of feeding solid feed with a milk replacer based diet were investigated. Finally but not least, the development and evaluation (comparison) of techniques for estimating fermentation characteristics of different substrates, to facilitate the choice of feed ingredient for veal calves diets was also carried out. 

    Chapter 2:This study was conducted to evaluate the effects of concentrate intake, differing in carbohydrates composition in addition to a milk replacer, on growth performance and rumen fermentation characteristics in veal calves. Accordingly, 160 Holstein Friesian x Dutch Friesian male calves, were fed with one of the following treatments: 1) milk replacer control (CONTROL), 2) pectin-based concentrate (PECTIN), 3) neutral detergent fiber (NDF) based concentrate, 4) starch-based concentrate (STARCH) and 5) mixed concentrate (MIXED) (equal amounts of concentrates of treatments 2, 3, and 4). Concentrate diets were provided in addition to a commercial milk replacer Results: Calves showed an ADG varying between 0.70 and 0.78 kg/d, with a rumen fermentation in concentrates fed calves characterized by a low pH (4.9 - 5.2), relatively low VFA concentrations between 100 and 121 mmol/L and high concentrations of reducing sugars (33-66 g/kg DM). Calves fed the CONTROL diet had higher lactate concentration (21mmol/L) than concentrate fed calves (between 5 and 11 mmol/L). Results indicated that the carbohydrate source can influence intake, growth rate and rumen fermentation in young veal calves.

    Chapter 3:This experiment aimed to gain an insight into the effects of age (calves were euthanized either at the end of 8 or 12 weeks of age) and concentrate supplementation, differing in carbohydrates composition, on rumen development in young veal calves. Moreover, some selected plasma metabolites as predictors of rumen development were evaluated. Diets treatments correspond to those described in Chapter 2. Results: Feeding concentrates differing in carbohydrate composition to veal calves promoted rumen development compared with calves fed milk replacer only. In most calves, a poorly developed rumen mucosa was observed. Coalescing rumen papillae with embedded hair, feed particles and cell debris were found in all calves fed concentrate diets. Calves fed concentrates had significantly heavier rumens than calves fed CONTROL. Although the variation in carbohydrate composition caused variation in rumen development, the latter was generally small. In the dorsal location of the rumen, calves fed concentrate diets showed an increased ratio of mucosa to serosa length (RMSL) than calves fed CONTROL. Mucosa thickness (MCT) and muscle thickness (MST) were bigger in the ventral and in the dorsal locations of the rumen, respectively.

    At 8 weeks, calves fed concentrate diets had higher plasma acetate concentrations than calves on the CONTROL treatment. However, at 12 weeks, only NDF fed calves showed significantly higher plasma acetate concentrations. For plasma BHBA concentration no differences were observed among treatments at 12 weeks. Results from a principal component analysis indicated that veal calves, in addition to rumen volatile fatty acids (VFA) concentrations, other factors are likely to affect rumen development.  

    Chapter 4:This experiment was designed based on the results obtained in experiment 1 (Chapter 2 and 3) where in concentrate-fed veal calves a rumen environment, characterized by a sub clinical acidosis (pH< 5.2), relatively low VFA concentrations (100-120 mmol/L) and a rumen mucosa characterized by poorly shaped papillae with feed and cell debris embedded between them (referred as plaque formation) were observed. Feeding only roughage to young calves generally does not promote rapid papillae development (Nocek and Kesler, 1980); however, roughage consumption and its inherent coarseness stimulate the development of the rumen wall (Tamate et al., 1962) and rumination (Hodgson, 1971) and the healthiness of the rumen mucosa (Haskins et al., 1969). Information concerning the effects of roughage intake on veal calves performance and rumen development is scarce (Blokhuis et al., 2000; Cozzi et al., 2002). Therefore, it was hypothesized that adding small amount of roughage to a concentrate diet will improve and stimulates the development of the rumen wall, without having negative effects on calf's performance. Sixty four male Holstein Friesian x Dutch Friesian veal calves (46 kg ± 3.0 kg), were fed on of the following diets: 1) C100= concentrate only, 2) C70-S30= concentrate (70%) with straw (30%), 3) C70-G30= concentrate (70%) with dried grass (30%), 4) C70-G15-S15= concentrate (70%) with dried grass (15%) and straw (15%), 5) C70-CS30= concentrate (70%) with corn silage (30%), 6) C40-CS60= concentrate (40%) with corn silage (60%), 7) C70-CS30-AL= concentrate (70%) with corn silage (30%) ad libitum, 8) C70-G15-S15-AL= concentrate (70%) with dried grass (15%) and straw (15%) ad libitum. All dietary treatments were provided in addition to a commercial milk replacer. Concentrate was provided as pellets and roughage was chopped. Results: Roughage and intake level affects rumen fermentation and rumen development of veal calves. Substitution of part of the concentrate by roughage did not affect DMI and ADG, but among roughage sources feeding straw reduced DMI and ADG. The addition of roughage did not affect rumen pH (pH >5.3). Rumen fermentation was characterized by high total volatile fatty acids (VFA) and reducing sugars (RS) concentrations. Cobalt recovery, as an indication of milk leakage was found in the rumen, varying between 20.5 and 34.9 %, but it was not affected by dietary treatments. Roughage addition decreased the incidence of plaque formation and the incidence of calves with poorly developed rumen mucosa. However, morphometric parameters of the rumen wall were hardly influenced by the type and level of roughage. Results indicated that in veal calves, the addition of roughage to concentrate diets did not affect growth performance and positively influenced the macroscopic appearance of the rumen wall.

    Chapter 5:Several methodologies have been developed to characterize feedstuffs in terms of digestibility and degradability, comprising in vivo , in situ and in vitro methods.

    The gas production technique (GPT) provides gas production profiles that give an indication of the fermentative characteristics of the feed. The objective of this experiment was to estimate fermentation kinetic parameters of various solid feeds supplied to veal calves using the GPT, and to study the effect of adaptation of the rumen microflora to these solid feeds on their subsequent fermentation patterns. Thus, from the in vivo experiment described in Chapter 2 and 3; three out of five dietary treatments were selected as inoculum sources: pectin ( PECTIN ), neutral detergent fiber ( NDF ), and starch ( STARCH ). Sugar beet pulp ( SBP ), sugar beet pectin ( SBPec) , native corn starch ( NCS ), soy bean hulls ( SBH ) and crystalline cellulose ( AVICEL) were selected as substrates. For the second in vitro experiment, three out of eight dietary treatments (from the in vivo experiment described in Chapter 4) were selected as inocula. The selected diet treatments were: C100= concentrate only, C70-S30 = concentrate (70%) with straw (30%) and C70-CS30 = concentrate (70%) with corn silage (30%). For this gas production experiment, straw ( STRAW ), soy bean hulls ( SBH ), native corn starch ( NCS ) and sugar beet pectin ( SBPec ) were chosen as in vitro substrates.

    For both in vivo experiments, cumulative gas production was measured over time (72 h) as an indicator of the kinetics of fermentation. Fermentation end-products, including volatile fatty acids and ammonia, and organic matter loss, were also measured. Results : In both experiments significant differences between the inoculum sources, in terms of both fermentation kinetics characteristics and end-products of fermentation were observed. Similarly, significant effects were also observed for substrate compositions. Differences between the fermentation characteristics of NCS, SBPec and SBH, were consistent for both experiments. The total VFA production was not different among these substrates in both experiments. Finally, for both experiments, there was a significant inocula and substrate interaction which may indicate differences in the microbial activity occurring between the calves. Therefore, it was concluded that rumen inoculum from adapted animals should be used to obtain a more accurate assessment of feed ingredients in veal calf diets.

    Chapter 6 (General discussion) focused in four points: a) Factors influencing rumen development in rearing and veal calves; b) The importance of ruminal drinking in veal calves fed solids feeds; c) Effects of feeding strategies on ruminal pH and buffering capacity of rumen contents in veal calves; d) comparative analysis of the results obtained from the GPT (results presented in Chapter 5) and the PDE activities (results presented in Chapter 2 and 4).
    Welzijnsmonitoring van twee groepshuisvestingssystemen voor witvleeskalveren met behulp van de TGI-200
    Bokkers, E.A.M. - \ 2005
    wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789067549745 - 13
    vleeskalveren - huisvesting van kalveren - groepsgrootte - dierenwelzijn - meting - monitoring - behoeftenbepaling - groepshuisvesting - dierenbescherming - veal calves - calf housing - group size - animal welfare - measurement - monitoring - needs assessment - group housing - animal protection
    Report sensory analyses veal
    Veldman, M. ; Schelvis-Smit, A.A.M. - \ 2005
    IJmuiden : RIVO (Report / RIVO-Netherlands Institute for Fisheries Research no. C033/05) - 15
    panelen - smaakpanels - vlees - slachtdieren - kalfsvlees - vleeskalveren - panelgegevens - panels - taste panels - meat - meat animals - veal - veal calves - panel data
    On behalf of a client of Animal Sciences Group, different varieties of veal were analyzed by both instrumental and sensory analyses. The sensory evaluation was performed with a sensory analytical panel in the period of 13th of May and 31st of May, 2005. The three varieties of veal were: young bull, pink veal and white veal. The sensory descriptive analyses show that the three groups Young bulls, pink veal and white veal, differ significantly in red colour for the raw meat as well as the baked meat. The taste of the white veal group is of lower intensity for the attributes ‘blood’ and ‘watery’ than for the young bull and the pink veal. The young bull baked meat is juicier at the end of chewing compared with white veal. For the other texture attributes there are no significant differences between the three product groups. A possible explanation of low texture differences between groups can be that the individual samples show much variation on these attributes.
    De gehalten aan stikstof, fosfor en kalium in blanke vleeskalveren
    Kemme, P.A. ; Diepen, J.T.M. van; Togt, P.L. van der; Jongbloed, A.W. - \ 2004
    Lelystad : ID - Voeding (Rapport / Animal Sciences Group 04/0005643)
    rundveehouderij - vleeskalveren - vleesproductie - stikstof - fosfor - mineralenboekhouding - chemische analyse - cattle husbandry - veal calves - meat production - nitrogen - phosphorus - nutrient accounting system - chemical analysis
    Door ECLNV is gevraagd om de hoeveelheden en gehalten aan N, P en K in blanke vleeskalveren, die onder praktijkomstandigheden worden gevoerd en gehouden gedurende de opfok en op het eindgewicht vast te stellen.Voor dit doel zijn in totaal 22 blanke vleeskalveren afkomstig uit een proef van Van der Togt en Gerrits (1998) nader chemisch onderzocht. In dit rapport zijn de resultaten van deze studie weergegeven.
    Onderzoek naar de ammoniak- en geuremissie van stallen LXI : stal voor vleeskalveren (witvlees productie)
    Beurskens, A.G.C. ; Hol, J.M.G. - \ 2004
    onbekend : Agrotechnology & Food Sciences Group (Rapport / Wageningen UR, Agrotechnology & Food Innovations 220) - ISBN 9789067548038 - 52
    rundveehouderij - vleeskalveren - vleesproductie - huisvesting van kalveren - emissie - stankemissie - ammoniak - ammoniakemissie - luchtkwaliteit - cattle husbandry - veal calves - meat production - calf housing - emission - odour emission - ammonia - ammonia emission - air quality
    De Nederlandse overheid heeft tot doel gesteld dat de emissie van ammoniak t.o.v. het niveau van 2000 (157 kton) in 2010 tot 100 kton gedaald moet zijn. De bijdrage van de landbouw aan de NH3 emissie moet dan gedaald zijn tot 86%. Om deze emissiereductie te kunnen realiseren is o.a. de invoering van emissiebeperkende staltechnieken en -systemen noodzakelijk. De landbouwsector is tevens een belangrijke bron van geurhinder in Nederland. Ter ondersteuning van de regelgeving voor geurhinder door de veehouderij voert A&F geuremissiemetingen uit aan stalsystemen waar ook NH3 gemeten wordt. In dit kader, en ter onderbouwing van de resultaten van een eerdere emissiemeting in 1995 en 1996, werd onderzoek verricht naar de ammoniak- en geuremissie van een stal voor vleeskalveren (witvlees productie). Het betrof hier een stal met traditionele huisvesting, houten roosters en mestopvang onder de roosters. Het rantsoen bestond voornamelijk uit melk. In de bedrijfsvoering waren geen ammoniakemissiereducerende handelingen opgenomen.
    Slachtprocedure belangrijk voor malsheid rosékalfsvlees
    Delen, J. van - \ 2004
    Praktijkkompas. Rundvee 18 (2004)2. - ISSN 1570-8586 - p. 9 - 9.
    kalfsvlees - malsheid - slacht - vleeskalveren - veal - tenderness - slaughter - veal calves
    Tegen de verwachting in is het vlees van jonge, lichte rosékalveren niet malser dan van oudere, zwaardere rosékalveren. Door de slachtprocedure was het vlees van alle kalveren taai. Dit blijkt uit een proef met 150 rosékalveren op de Waiboerhoeve in Lelystad
    Orienterend onderzoek naar het gedrag van vleeskalveren op verschillende vloeren : standaard houten roostervloer, houten roostervloer met brede balken en houten roostervloer met rubber toplaag en luchtkamers vergeleken
    Lauwere, C. de; Schouten, W.G.P. ; Smits, D. ; Stefanowska, J. - \ 2004
    Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations (Rapport / Agrotechnology & Food Innovations 238) - ISBN 9789067548298 - 22
    vleeskalveren - huisvesting, dieren - roostervloeren - rubber - diergedrag - dierenwelzijn - veal calves - animal housing - grid floors - rubber - animal behaviour - animal welfare
    Vleeskalveren en Hervorming Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
    Bont, C.J.A.M. de; Bondt, N. ; Bolhuis, J. ; Helming, J.F.M. ; Wisman, J.H. - \ 2003
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Domein 6, Beleid ) - ISBN 9789052428123 - 45
    agrarische economie - gemeenschappelijk landbouwbeleid - economisch beleid - europese unie - vleeskalveren - rundvee - kalfsvlees - nederland - economische verandering - agricultural economics - cap - economic policy - european union - veal calves - cattle - veal - netherlands - economic change
    Dit rapport geeft de mogelijke gevolgen voor de vleeskalverhouderijsector weer van de voorstellen van de Europese Commissie voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in januari 2003. Het gaat hierbij vooral om de gevolgen van enkele specifieke aspecten van deze voorstellen, namelijk de ontkoppeling van de slachtpremies van de feitelijke productie, de beperking van de overdracht van premies en de voorwaarden voor het ontvangen van premies. De gevolgen voor de markt en de bedrijfstak worden geanalyseerd in kwantitatieve zin en kwalitatief.
    Samenhang tussen voerintensiteit, slachtleeftijd, karkasgewicht en vleeskwaliteit bij rosékalveren
    Delen, J. van; Heeres, J.J. ; Kranen, R.W. - \ 2003
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 20
    vleeskwaliteit - karkasgewicht - slachtdieren - diervoedering - kalveren - vleeskalveren - meat quality - carcass weight - meat animals - animal feeding - calves - veal calves
    Op het proefbedrijf Vleesvee van de Waiboerhoeve in Lelystad is in 2001-2002 een proef uitgevoerd waarin de samenhang tussen slachtleeftijd, karkasgewicht, vleeskwaliteit en de technische prestaties van rosékalveren is onderzocht. Bij de proef waren 150 zwartbonte stierkalveren betrokken
    Perspectief van eiwitrijke krachtvoedergewassen voor rosékalveren: een deskstudie = Prospects for protein-rich crops as concentrates substitutes for pink veal calves: a desk study
    Gotink, G.J. - \ 2003
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 33 p.
    vleeskalveren - gewassen - eiwitconcentraten - erwten - lupinen - tuinbonen - teelt - voedingswaarde - mineraalovermaat - agrarische economie - kalvervoeding - diervoeding - veal calves - crops - protein concentrates - peas - lupins - faba beans - cultivation - nutritive value - mineral excess - agricultural economics - calf feeding - animal nutrition
    Bij de wijziging van de Meststoffenwet (september 2000) hebben rosékalveren eigen forfaitaire N-normen gekregen. Als vervolg hierop zullen naar verwachting rosé vleeskalverbedrijven met een verfijnde mineralenaangifte worden geconfronteerd. Via managementmaatregelen kan de kalverhouder het mineralenoverschot proberen te beperken. Een van deze maatregelen is de voeding. Een mogelijkheid is de aanvoer van mineralen van buiten het bedrijf zo veel mogelijk te beperken door op het eigen bedrijf eiwitrijke voedergewassen te telen als vervanging van eiwit uit mengvoer. In deze deskstudie is het perspectief van erwten, lupinen en veldbonen (Vicia faba L.) als krachtvoederteelt op het rosékalverbedrijf teelttechnisch, voedertechnisch, economisch en mineralentechnisch bestudeerd. Een deskstudie heeft aangetoond dat de eigen teelt van eiwitrijke krachtvoedergewassen als vervanger van eiwitrijk krachtvoer geen oplossing is voor het verlagen van het mineralenoverschot op het rosékalverbedrijf. Dit is toe te schrijven aan te lage drogestofopbrengsten van de eiwitrijke teelten
    Vloer beinvloedt het gedrag en welzijn : IMAG onderzoekt vloeren in vleeskalverenstallen
    Stefanowska, J. ; Schouten, W.G.P. ; Smits, D. - \ 2003
    De kalverhouder 23 (2003)3. - ISSN 1389-3386 - p. 16 - 17.
    kalverproductie - kalveren - vleeskalveren - vleesproductie - huisvesting van kalveren - vloeren - dierenwelzijn - agrarische bedrijfsvoering - bedrijfsvergelijking in de landbouw - calf production - calves - veal calves - meat production - calf housing - floors - animal welfare - farm management - farm comparisons
    Het IMAG heeft een vergelijkend onderzoek gedaan naar de tijdsbesteding van vleeskalveren op een rubberen en op een houten vloer in de loop van de productiecyclus en naar de glij-incidenten en gedragingen van kalveren op beide vloeren
    Sensorische analyse van kalfsvlees
    Schelvis-Smit, A.A.M. ; Veldman, M. - \ 2003
    IJmuiden : RIVO (RIVO rapport C050/03) - 6
    sensorische evaluatie - kalveren - vleesvee - kalfsvlees - voersamenstelling - sensorische wetenschappen - panelgegevens - vleeskalveren - slachtdieren - sensory evaluation - calves - beef cattle - veal - feed formulation - sensory sciences - panel data - veal calves - meat animals
    Navobi BV, een producent van vleeskalveren (onderdeel van de VanDrie groep), heeft in samenwerking met het ID Lelystad een project ingediend bij SENTER: “Effect van voersamenstelling op karkassamenstelling en vleeskwaliteit van kalveren”. Een onderdeel binnen dit project is sensorisch onderzoek door een analytisch sensorisch panel. De sensorische analyse is door het RIVO panel uitgevoerd in de periode 15 mei 2003 tot en met 17 juni 2003. Resultaten zijn in betreffend rapport uitgewerkt.
    Natte bijproducten, vitamine E-verstrekking en slachtleeftijd bij rosekalveren
    Plomp, M. ; Heeres-van der Tol, J.J. ; Eikelenboom, G. - \ 2002
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (PraktijkRapport. Rundvee, paarden, schapen, geiten / Praktijkonderzoek Veehouderij 5) - 28
    vleeskalveren - kalveren - voedingsrantsoenen - bijproducten - brijvoedering - vitaminetoevoegingen - voedersupplementen - slacht - leeftijd - vleeskwaliteit - diervoeding - veal calves - calves - feed rations - byproducts - wet feeding - vitamin supplements - feed supplements - slaughter - age - meat quality - animal nutrition
    In dit rapport, waarin twee proeven zijn beschreven, wordt met name ingegaan op de houderijaspecten slachtleeftijd, het verstrekken van vitamine E en het aandeel natte bijproducten in het rantsoen.
    Ruwvoerverstrekking en watergift bij witvleeskalveren
    Ruis-Heutinck, L.F.M. ; Reenen, C.G. van; Heeres-van der Tol, J.J. - \ 2002
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (PraktijkRapport. Rundvee, paarden, schapen, geiten / Praktijkonderzoek Veehouderij 2) - 28
    vleeskalveren - kalveren - ruwvoer (roughage) - kalvervoeding - drinkwater - melk - groei - karkaskwaliteit - vleeskwaliteit - diergedrag - abnormaal gedrag - diergezondheid - dierpathologie - dierenwelzijn - veal calves - calves - roughage - calf feeding - drinking water - milk - growth - carcass quality - meat quality - animal behaviour - abnormal behaviour - animal health - animal pathology - animal welfare
    In dit eerste PraktijkRapport vindt u de resultaten van vier jaar onderzoek naar het effect van het verstrekken van ruwvoer op het gedrag van witvleeskalveren, hun diergezondheid en technische prestaties en de kwaliteit van kalfsvlees. Daarnaast is nagegaan in hoeverre het kalf, wanneer het ruwvoer krijgt, nog behoefte heeft aan extra water boven de waterverstrekking via de melk
    Perspectiefvolle houderijsystemen van rosevlees tot jong rundvlees
    Heeres-van der Tol, J.J. - \ 2001
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (Rapport / Praktijkonderzoek Veehouderij 214) - 20
    vleeskalveren - vleesvee - kalfsvlees - vleesproductie - intensieve dierhouderij - slachtpremies - slachtgewicht - economische haalbaarheid - huisvesting van kalveren - regelingen - kalverproductie - toekomst - Nederland - veal calves - beef cattle - veal - meat production - intensive husbandry - slaughter premiums - slaughter weight - economic viability - calf housing - regulations - calf production - future - Netherlands
    Veel vleesveehouders zijn omgeschakeld naar de productie van rosévlees. Bij dit productiesysteem worden overwegend zwartbonte stierkalveren met een intensief rantsoen van krachtvoer, bijproducten en snijmaos gemest en op een leeftijd van circa 35 weken geslacht (karkasgewicht circa 185 kg).
    Goede start kalf noodzaak voor minder medicijngebruik
    Heeres-van der Tol, J. - \ 2001
    Rundvee praktijkonderzoek 14 (2001)5. - ISSN 1569-805X - p. 30 - 31.
    diervoedering - kalvervoeding - kalveren - voer - veevoeding - veevoeder - ruwvoer (forage) - ruwvoer (roughage) - dierenwelzijn - diergezondheid - diergedrag - vleeskalveren - kalfsvlees - vlees - vleeskwaliteit - kwaliteit - rundvleeskwaliteit - vleeseigenschappen - malsheid - animal feeding - calf feeding - calves - feeds - livestock feeding - fodder - forage - roughage - animal welfare - animal health - animal behaviour - veal calves - veal - meat - meat quality - quality - beef quality - meat characteristics - tenderness
    Antibioticagebruik in de veehouderij wordt door de buitenwereld kritisch gevolgd.
    Kalveren kiezen tussen hardhout en kunststof
    Stefanowska, J. ; Swierstra, D. ; Smits, D. - \ 2001
    Veehouderij Techniek 4 (2001)4. - ISSN 1387-3105 - p. 12 - 13.
    vleeskalveren - slachtdieren - rundvee - vloeren - vloertypen - kunststoffen - hardhout - diergedrag - huisvesting, dieren - groepshuisvesting - veal calves - meat animals - cattle - floors - floor type - plastics - hardwoods - animal behaviour - animal housing - group housing
    Het effect van de vloer op het gedrag van kalveren werd met een proef onderzocht. De hardhouten vloer had de voorkeur van de kalveren
    Wateropname door witvleeskalveren kan hoog oplopen
    Ruis-Heutinck, L. ; Reenen, K. van - \ 2000
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 13 (2000)6. - ISSN 1386-8470 - p. 28 - 30.
    vleeskalveren - drinken - wateropname (mens en dier) - rundvleeskwaliteit - dierenwelzijn - prestatieniveau - veal calves - drinking - water intake - beef quality - animal welfare - performance
    Wat is het effect van het verstrekken van drinkwater (naast ruwvoer en kalvermelk) aan witvleeskalveren op welzijn, vleeskwaliteit en technische resultaten? In dit artikel staan de resultaten ten aanzien van groei en voeropname, gezondheid, slachtkwaliteit en vleeskleur.
    Literatuuronderzoek betreffende de morfologische en histologische veranderingen bij met anabolica behandelde vrouwelijke mestkalveren en mestvarkens
    Groot, M.J. ; Hartog, J.M.P. den - \ 1987
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 87.32) - 20
    vleeskalveren - varkens - anabolen - literatuuroverzichten - dieranatomie - histologie - veal calves - pigs - anabolics - literature reviews - animal anatomy - histology
    Voor de kalvermesterij worden voornamelijk stierkalveren gebruikt. Het is dus niet verwonderlijk dat, wat betreft de histologische detectiemethoden, de meeste aandacht is besteed aan de mannelijke dieren.
    Koper in levers van Nederlandse mestkalveren
    Teeuwen, J.J.M.H. ; Vos, G. - \ 1986
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 86.52) - 12
    vleeskalveren - koper - lever - monsters - kalfsvlees - melkpoederproducten - veal calves - copper - liver - samples - veal - dried milk products
    Naar aanleiding van een in 1983/1984 door het RIKILT uitgevoerd onderzoek werd een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de kopergehalten in levers van mestkalveren. In verband met een mogelijke interactie werden tevens de ijzer - , zink- en mangaangehalten in kalfslevers bepaald. Daarnaast werden levers van pas geboren kalveren en kunstmelkpoeders van 26 verschillende fabrikanten onderzocht.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.