STOWA homepage STOWA homepage

 Attenderingsbulletin - nummer 4, september 2004

Recente publicaties uit de Hydrotheek

Geďnteresseerd in een publicatie? Vraag 'm aan via de Hydrotheek database of mail naar hydrotheek.library@wur.nl


AFVALWATERSYSTEEM - Algemeen

Dekkers, J.;
Stankoverlast en -bestrijding bij de verlading van ontwaterd slib. (nl) Rapport / STOWA, 2004 09, STOWA, Utrecht, 2004. 77 p
De opslag en het verladen van slib op plaatsen waar zuiveringsslib ontwaterd wordt leidt regelmatig tot geurhinder, zowel op het terrein van de RWZI als daarbuiten. Dit is natuurlijk niet gewenst en daarom is het van belang dat er afdoende maatregelen worden genomen om deze geurhinder te voorkomen. Op veel ontwateringslocaties zijn maatregelen getroffen om deze geurhinder te voorkomen. Een landelijk beeld omtrent de effectiviteit en kosten van deze maatregelen ontbreekt echter. Ook is er geen goed inzicht in hoeveel geuremissie nu werkelijk optreedt tijdens de verlading van zuiveringsslib. Op basis van de ervaringen van verschillende waterbeheerders is een goed beeld van de effectiviteit van verschillende maatregeien voor de bestrijding van geuroverlast verkregen. Bovendien zijn metingen verricht om inzicht in kengetallen voor de emissie van geur tijdens opslag en verlading van slib te verkrijgen. Dit rapport kan de keuze voor maatregelen om geurhinder te voorkomen vergemakkelijken. [HAAFF 32/440(2004-09)]

Symposium "Heeft u een fijne neus voor geuraanpak op uw zuivering?", Planetarium Gaasperplas, Amsterdam, 12 mei 2004. (nl) Nederlandse Vereniging voor Waterbeheer, [s.l.], 2004. 1 dl. (verschillende pagineringen)
Bundeling van voordrachten (tekst/sheets): "Het huidige beleid voor de beoordeling van stank bij waterzuiveringen"; "Geurhinderbepaling met behulp van hedonische waarde"; "Geurbestrijding, hoe kiezen?"; "Optreden en bestrijding van geuroverlast bij de verlading van slib"; "Geurnormering en maatregelen op de rwzi Lelystad, een praktijkcase"; "Geurmaatregelen bij de Heinekenbrouwerij (incl. awzi)"; "Technologische aspecten bij geurbehandeling in lavafilters"; en "Luchtbehandeling bij rwzi's in de praktijk (presentatie handboek luchtbehandeling)". [HAAFF 22/5797]

Stege, C. ter;
Een wereld van waterzuiveringstechnieken : niet-commerciële website telt 100.000 hits in afgelopen jaar : Thema water. (nl)
In: Milieumagazine 14(2003)6 p.21.
Op de website van Interduct, het interfacultaire Delft University Clean Technology institute, staat een database waarin relevante technieken rondom zuiveringstechnieken zijn opgeslagen. Invalshoek is de gebruiker die een probleem heeft met afvalwater.
URL: http://www.interduct.tudelft.nl/proper/welcome.html

AFVALWATERSYSTEEM - Inzameling en transport

Geerse, H.;
Werking en onderhoud van IBA's : praktijkervaringen van Reest en Wieden. (nl)
In: Neerslag 39(2004)3 p.30-33. ill.; tabs.
In de Wolden zijn IBA’s (compactsystemen en helofytenfilters) aangelegd. De systemen zijn aangelegd door de gemeente en worden onderhouden door waterschap Reest en Wieden. In Nederland is nog weinig ervaring met het op grote schaal aanleggen en onderhouden van IBA’s. In dit artikel staan de eerste ervaringen met het onderhoud van IBA’s centraal. Het waterschap heeft ervaren dat na de nodige opstartproblemen het onderhoud goed verloopt. Het aantal storingen is beperkt en de kosten blijven binnen de begroting. Vast staat ook dat een IBA zorg behoeft. Het volstaat niet om een (gecertificeerde) IBA aan te leggen en er maar van uit te gaan dat hij verder goed werkt.
URL: http://www.neerslag-magazine.nl/artikel.asp?key=316

IBA's een Europese zaak?. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.47. ill.; tab.
In Nederland wordt op dit moment hard gewerkt om het in de jaren 90 ingezette lozingenbeleid van de rijksoverheid te implementeren. Dit beleid is gericht op de stroom afvalwater die afkomstig is van niet op de riolering aangesloten huishoudens. In het lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater is vastgelegd dat vanaf 1 januari 2005 het afvalwater door een voorziening voor individuele behandeling van afvalwater (IBA) moet worden geleid.

Korving, H.;
Omgaan met onzekerheid bij het beheer van rioolstelsels. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.15-17. fig.; ill.; tabs.; 1 ref.
Met onderhoud of verbetering van bestaande rioolstelsels zijn grote investeringen (één miljard euro per jaar) gemoeid en de levensduur van de riolering is relatief lang (60 à 80 jaar). Daarom hebben beslissingen omtrent rioleringsbeheer consequenties voor de toekomst. Zij moeten echter vaak gebaseerd worden op onzekere informatie over de toestand en het functioneren van een rioolsysteem. Gevolg hiervan is dat aan onderhouds- en verbeteringsmaatregelen aanzienlijke risico’ s verbonden kunnen zijn. Soms blijken investeringen achteraf onnodig of zelfs overbodig, zoals de vervanging van een rioolstreng die bij opgraven nog in uitstekende staat blijkt te zijn, de bouw van een bergingstank die zo groot is dat hij nooit gevuld raakt of een niet-functionerende sturing van een rioolstelsel.

Korving, J.L.;
Probalistic assesment of the performance of combined sewer systems. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. 324 p
The objective of this thesis is to provide a methodology which accounts for uncertainty and risk in the assessment of sewer performance in order to support the operation and maintenance of sewer systems. [HAAFF 22/5799]

AFVALWATERSYSTEEM - Waterbehandeling

Bentem, A. van;
Van Stonehenge tot MBR, waarin een groot land 'klein' kan zijn : STOWA Studiereis oktober 2003. (nl) Rapport / STOWA, 2003-W-02, STOWA, Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Utrecht, 2004. 68 p
In dit werkrapport wordt eerst in hoofdstuk 2 achtergrondinformatie gegeven over de verschillen tussen Groot-Brittannië en Nederland met betrekking tot de realisatie en bedrijfsvoering van rwzi's. Daarnaast worden in dit hoofdstuk de twee membraansystemen van Zenon en Kubota besproken, met zowel de overeenkomsten als de verschillen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden vervolgens de drie bezochte rwzi's Lowestoft, Porlock en Westbury beschreven. In hoofdstuk 6 wordt het ontwerp van deze MBR's vergeleken met de MBR's die in Nederland worden voorbereid. Vervolgens wordt in de hoofdstukken 7 en 8 ingegaan op de technologische en bouwkundige aspecten. Daarna in de hoofdstukken 9 en 10 worden beheer en onderhoud besproken. De duurzaamheid volgt tenslotte in hoofdstuk 11. Het werkrapport eindigt met in hoofdstuk 12 een samenvatting van en discussie over de in het werkrapport besproken aspecten en met in hoofdstuk 13 een bondig overzicht met conclusies en aanbevelingen. Er is tevens een begrippenlijst bijgevoegd. [HAAFF 32/440(2004-02)]

Blom, J.J.;
Voorbereiding praktijkonderzoek verticaal doorstroomd helofytenfilter. (nl) Royal Haskoning, Enschede, Netherlands, 2003. 49 p
Het doel van het onderzoek is het vergroten, toegankelijk en toepasbaar maken van kennis over de behandeling van oppervlaktewater en rwzi-effluent met infiltrerende helofytenfilters. Het gaat hierbij om: 1. het verzamelen van de bestaande kennis; 2. het aanvullen van de bestaande kennis door gericht onderzoek op bestaande locaties; 3. het evalueren en toepasbaar maken van de bestaande en nieuwe kennis (operationele ervaring). 4. het toepassen van de kennis bij het inrichten van het verticaal doorstroomde helofytenfilter van Leidsche Rijn. Dit wordt gerealiseerd door een programma van eisen en een globale dimensionering op te stellen voor de proefinstallatie. Verder wordt een indruk gegeven van de aard, omvang, realisatie- en exploitatiekosten en realisatietijd van de uiteindelijke ‘full scale’ installatie.
URL: http://www.zuiveringsfilter.nl/images/DSB/Helofyten/1_Eindrapport_fase_1.pdf

Brauns, E.;
Een op software gebaseerde ontwerp en kostprijsschatting omgekeerde osmose installaties, ook voor afvalwaterbehandeling. (nl)
In: Afvalwaterwetenschap 3(2004)2 p.131-151. 21 refs.
Omgekeerde osmose (OO) is een drukgedreven membraan filtratieproces dat toelaat om constituenten tot en met ionen uit water te verwijderen. Het wordt heden toegepast bij de aanmaak en/of behandeling van industrieel proceswater alsmede de conditionering van afvalwaters. In deze publicatie worden parameters zoals osmotische druk, flux en concentratie polarisatie eerst besproken waarna wordt ingegaan op het gebruik van de bestaande OO-ontwerp software.

Burger, M. de; Verhoeven, C.;
Zuiveringsfilter in Leidsche Rijn. (nl)
In: Neerslag 39(2004)3 p.19-23. fig.; ills.
In het watersysteem van de Vinex lokatie Leidsche Rijn wordt een hoge waterkwaliteit nagestreefd. Om dit te bereiken wordt het water in de sloten en plassen in de toekomst schoon gehouden door middel van een verticaaldoorstroomd helofytenfilter. Het is een zandfilter waarin ijzer en calcium wordt bijgemengd om fosfaat te binden. Niet eerder is deze techniek, afkomstig uit de nazuivering van effluent van een rwzi, op grote schaal toegepast. [HAAFF]
URL: http://www.neerslag-magazine.nl/artikel.asp?key=317

Evenblij, H.; Geilvoet, S.; Graaf, J.H.J.M. van der[et al.];
Grote verschillen in filtreerbaarheid slib in pilot-MBR's : vergelijking Beverwijk, Hilversum en Maasbommel. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.34-35. 3 fig..
TU Delft voerde samen met DHV Water onderzoek uit naar filtreerkarakteristieken van actief slib uit membraanbioreactoren. Hiertoe is een methode ontwikkeld die het mogelijk maakt om eenduidig aan slibfiltratie te meten. In combinatie met fysische en chemische slibanalyses levert dit informatie op waarmee het inzicht in de oorzaken van membraanvervuiling wordt vergroot.

Jenné, R.; Smets, I.Y.; Banadda, E.N.[et al.];
Opvolging actief slibsamenstelling met behulp van beeldanalyse: toepassing op licht slibfenomenen. (nl)
In: Afvalwaterwetenschap 3(2004)2 p.79-91. 29 refs.
Een actief slibsysteem voor biologische afvalwaterzuivering heeft vaak te kampen met licht slibproblemen: een onevenwichtige verhouding van het aantal draden en vlokken, met slechte slibbezinking tot gevolg. Een belangrijke stap in de strijd tegen licht slib is de ontwikkeling van een objectief bewakingssysteem voor de actief slibsamenstelling.

Jong, P. de;
Vergaande voorzuivering van afvalwater : haalbaarheidsstudie voor praktijktoepassing. (nl) Rapport / STOWA, 2003-20, STOWA, Utrecht, 2004. 73 p
In het vervolg op eerdere onderzoeken heeft de STOWA besloten om de haalbaarheid van vergaande voorzuivering op praktijkinstallaties te laten onderzoeken. Dit rapport beschrijft de eerste fase van dit onderzoek, waarbij het influent van een aantal rvvzi's wordt onderworpen aan fractionerings- en flocculatietesten. Met de resultaten van deze testen wordt een voorspelling gedaan van het effect van vergaande voorbehandeling op de samenstelling van het afvalwater en de effecten hiervan op de dimensionering en werking van de achterliggende biologische zuivering. Het voornaamste streven daarbij is om het rendement van de voorbezinking door middel van polymeerdosering zo ver te verbeteren dat met het bestaande actief-slibvolume aan de effluenteisen kan worden voldaan, terwijl zonder deze voorbehandeling uitbreiding nodig zou zijn. [HAAFF 32/440(2003-20)]

Kuipers, H.; Wouters, J.; Flameling, A.; Bouma, S.;
Pilotonderzoek op rwzi Franeker met nageschakelde continue zandfiltratie [thema afvalwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.40-42. figs.; ill.; tabs.; 3 refs.
De rwzi Franeker moet worden aangepast om te kunnen voldoen aan de huidige en nieuwe eisen ten aanzien van de parameters zwevend stof, fosfaat en stikstof. Na onderzoek van diverse mogelijkheden in de jaren 2000-2003 is geconcludeerd dat de inzet van continue zandfiltratie het meest geschikt is. Bij pilotonderzoek op de rwzi is aandacht besteed aan een serieschakeling na de nabezinktanks en aan een parallelschakeling na de oxidatiebedden. Onderzoek is uitgevoerd naar de verwijdering van vrij hoge concentraties zwevend stof en fosfaat, in combinatie met stibtofverwijdering door biologische denitrificatie in één processtap. Dit is in Nederland nog niet eerder uitgevoerd. Het onderzoek heeft aangetoond dat ruimschoots aan de toekomstige effluenteisen kan worden voldaan. Mede op basis van dit onderzoek heeft Wetterskip Fryslân besloten de rwzi Franeker aan te passen met een continu denitrificerend zandfilter. In één processtap zal hierbij een vergaande verwijdering van zwevend stof, fosfaat en stikstof plaatsvinden. Die oplossing wordt nu vertaald in een procesontwerp en zal in de nabije toekomst gerealiseerd worden.

Menkveld, W.; Poele, S. te; Boom, J.; Bragt, W. van;
Opwerking van rwzi-effluent via membraanfiltratie: pilot-onderzoek op rwzi Nieuwe Waterweg [thema afvalwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.36-39. figs.; ill.; tabs.; 5 refs.
Door onderzoek op semi-praktijkschaal naar opwerking van effluent van de rwzi Nieuwe Waterweg met verschillende filtratietechnieken zijn de toepasbare procesconfiguraties en de haalbare filtraatkwaliteiten per techniek bepaald. Daarnaast is aangetoond dat tijdens de het onderzoek ontwikkelde meting van de specifieke ultrafiltratieweerstand (SUR) op laboratoriumschaal een goede parameter vormt om de filtreerbaarheid bij ultrafiltratie in de praktijk in te schatten. Hierdoor kan vooraf worden ingeschat of ultrafiltratie van rwzi-effluent technologisch haalbaar is.

Reitsma, B.; Kramer, F.;
Nieuwe ontwerprichtlijnen voor diepe nabezinktanks [thema afvalwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.30-32. figs.; 15 refs.
Bij sommige rioolwaterzuiveringsinstallaties in Nederland is de beschikbare ruimte, zeker voor uitbreidingen, erg krap. Dit daagt uit tot het vinden van creatieve ruimtebesparende oplossingen. Toepassing van nabezinktanks met een hoge hydraulische belasting is één van de mogelijkheden. In de in dit artikel beschreven ontwerpmethodiek is deze mogelijkheid geïntroduceerd door de diepte van nabezinktank als ontwerpparameter te hanteren. Hiermee blijkt het mogelijk de tanks hoger te belasten dan de gebruikelijke 0,7 tot 0,8 kubieke meter per m2 per uur. De diepte zal in dat geval meer moeten zijn dan de meestal gehanteerde twee meter. Globaal kan daarvoor een kantdiepte van meer dan drie meter worden aangehouden.

Rietveld, L.; Kramer, O.; Bosklopper, K.; Dijk, H. van;
Optimale besturing van ontharding [thema drinkwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)8 p.21-23. fig.; ill.; 6 refs.
Ontharding is een dynamisch proces dat door variaties van debiet en kwaliteit continu bijgeregeld moet worden. Daarom is een modelontwikkeld dat verschillende stuurscenario's kan doorrekenen, waarmee het optimale scenario geselecteerd kan worden. Hierbij spelen de deelstroomverhouding, het aantal reactoren in bedrijf en de bedhoogte een belangrijke rol. Het doel van deze modellering is te komen tot een, on-line, optimale besturing waarbij de zuivering integraal bezien wordt.

Roorda, J.; Kramer, J.; Boom, J.; Graaf, J. van der;
Filtratie-eigenschappen van rwzi-effluent tijdens dead-end ultrafiltratie [thema afvalwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.27-29. figs.; 7 refs.
Communaal afvalwater wordt in Nederland de laatste tientallen jaren beter gezuiverd en levert schoner rwzi-effluent op. Daarnaast neemt de vraag naar schoon water steeds meer toe, maar neemt ook de kennis van technieken om dit effluent nog verder te behandelen toe waardoor de kosten daarvan dalen. Gezuiverd afvalwater wordt daardoor steeds vaker beschouwd als een bron voor hergebruik. Membraanfiltratie zal hierin een belangrijke rol spelen. De resultaten van het promotie-onderzoek dat in dit artikel gepresenteerd wordt, gaan in op de toepassing van ultrafiltratie voor vergaande behandeling van afvalwater afkomstig van communale rioolwaterzuiveringsinstallaties. De filtratie-eigenschappen van rwzi-effluent zijn nog onbekend en de mechanismen die een rol spelen in het vervuilen van de membranen (en daarmee het afnemen van de prestaties) onduidelijk. Het doel van het hier gepresenteerde onderzoek was om de filtratie-eigenschappen te bepalen van rwzi-effluent tijdens dead-end ultrafiltratie.

Roorda, J.; Dalen, R. van; Koreman, E.; Wortel, N.;
ANF: doorbraak in de technologie van effluentfiltratie [thema afvalwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.33-35. figs.; ills.; tab.; 6 refs.
De provincie Gelderland probeert grondwateronttrekking voor laagwaardige toepassingen te verminderen. Daarom steunt de provincie een praktijkonderzoek om effluent van rwzi Apeldoorn op te werken tot industriewater met behulp van membraanfiltratie, deels ter vervanging van drink- en grondwater. Dit praktijkonderzoek is uitgevoerd door Waterschap Veluwe in samenwerking met Grontmij. Vanaf oktober 2002 tot augustus 2003 is microfiltratie als techniek onderzocht. Daarna is het onderzoek voortgezet met nanofiltratie tot februari jl.. De grootte van beide installaties is zo gekozen dat ze voorzien zijn van fullscale modules, waardoor opschaling eenvoudig is: de microfiltratieinstallatie produceert drie tot zes kubieke meter per uur en de nanofiltratieinstallatie 0,5 tot één kubieke meter per uur. Binnen het onderzoek zijn nieuwe methoden ontwikkeld om de vervuilingpotentie van het effluent op het membraan te voorspellen. Daarnaast is een nieuw zuiveringsconcept ontwikkeld: ANF. Dit betekent zowel een doorbraak in het praktijkonderzoek als voor de vergaande behandeling van rwzi-effluent. Op dit moment bevindt het onderzoek zich in de laatste fase.

Roorda, J.H.;
Filtration characteristics in dead-end ultrafiltration of wwtp-effluent. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. XII, 248 p
Clean water resources become scarce. Alternative water sources can be wastewater, for which an advanced treatment scheme is requiered. Membrane filtration will play an important role in such treatment schemes. This dissertation focuses on the application of ultrafiltration membranes for advanced treatment of effluent from municipal wastewater treatment plants (wwtp's). The objective was to determine the jet unknown and hardly understood filtration characteristics. Research on pilot-scale was performed at various wwtp's. [HAAFF 22/5791]
URL: http://www.sanitaryengineering.tudelft.nl/research/wastewater/roorda/ceg_roorda_20040419.pdf

Schipper, W.;
Recycling van zuiveringsfosfaat in de fosforindustrie. (nl)
In: Neerslag 39(2004)3 p.2-5. fig.; tab.
Concluderend kan gesteld worden dat recycling van fosfaat uit afvalwaterbehandeling in de fosforindustrie technisch goed mogelijk is, en wel via zijstroomafscheiding in bio-P-installaties. Investeringen hierin zijn vooralsnog relatief hoog en verdienen zichzelf niet altijd terug. Schaalvergroting kan hier een oplossing bieden.
URL: http://www.neerslag-magazine.nl/artikel.asp?key=322

Verhoeven, C.; Burger, M. de; Blom, J.;
Grootschalige proef met helofytenfilter in Leidsche Rijn. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.17-19. afb.
In de Vinex locatie Leidsche Rijn is besloten een verticaal doorstromend helofytenfilter van ongeveer 6,3 hectare aan te leggen. De aanleg is gepland in 2007. Dit verticale type behoeft vooronderzoek (dat ondertussen klaar is) en de volgende stap is de bouw van een proeflocatie, met in totaal 13 proefvlakken.

Voorthuizen, E. van; Zwijnenburg, A.; Wessling, M.;
Membraantechnologie in decentrale afvalwaterverwerking. (nl)
In: Afvalwaterwetenschap 3(2004)2 p.93-102. 9 refs.
In dit artikel zal met name worden gekeken naar de mogelijkheid om nanofiltratie (NF) of omgekeerde osmose (RO) membranen in te zetten voor de nabehandeling van biologisch behandeld zwart water. Het geproduceerde permeaat van de nabehandelingstap kan of worden geloosd of eventueel worden hergebruikt als drinkwater.

AFVALWATERSYSTEEM - Slibbehandeling

Schellekens, M.;
Maatregelen tegen struvietafzetting op waterleidingen : alcyl blijkt goed te werken als preventief middel. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.36-37. 6 fig., 1 tab.
De rwzi Land van Cuijk is in 1987 in gebruik genomen, en gerenoveerd in 2000. Waarmee de zuivering niet langer als een tweetraps actiefslibsysteem plaats vindt, maar via een laagbelast één-slibsoortsysteem met vergaande biologische verwijdering van stikstof en fosfaat. De slibvergisting is gehandhaafd, maar de zeefbandpersen zijn vervangen door één ontwateringscentrifuge. Nu heeft men te kampen met de aanhechting van kristallen binnen de pijpleidingen. Dit artikel geeft de resultaten van de inzet van een antiscaling product, namelijk alcyl A64.

WATERWEREN - Algemeen

Barends, F.K.N.;
The muskrat (Ondatra zibethicus): expansion and control in the Netherlands. (en)
In: Lutra 45(2002)2 p.97-104. afb., 29 refs., summary (en,nl).
Een overzicht van de verspreiding en bestrijding van de muskusrat in Nederland. [HAAFF]

Bockarjova, M.; Steenge, A.E.; Veen, A. van der;
Dijkdoorbraak bij Capelle treft gehele Nederlandse economie. (nl)
In: Land + water 44(2004)5 p.28-29. Ill.
Dit 4e en laatste artikel over het onderzoeksproject naar de gevolgen van overstromingen bij een fictieve dijkdoorbraak bij Capelle aan den IJssel zet de economische gevolgen ervan op een rij. Gekeken is naar de directe en indirecte schade en naar de mogelijke aanpassingen in de economische structuur om productieverlies in Zuid-Holland op te vangen. [HAAFF]

Jong, M. de;
Origin and prediction of seiches in Rotterdam harbour basins. (en) Report / Faculty of Civil Engineering and Geosciences, no. 04-2, Communications on hydraulic and geotechnical engineering, Delft University of Technology, Department of Civil Engineering and Geosciences, Delft, 2004. XIV, 116 p
This thesis focuses on the harbour oscillations that occasionally occur in certain basins of the Port of Rotterdam. Such standing waves, called seiches, need to be taken into account in this harbour area for the design of water protection works (such as dykes) and for the closure management of a movable storm surge barrier, located along the Rotterdam Waterway, which can become susceptible to seiches under specific conditions. Previous studies and experiences indicated that the seiches that occur in the Port of Rotterdam have an atmospheric origin. A literature review indicated that the atmospheric generating mechanisms that were known from other ports do not apply to the Port of Rotterdam. Therefore, this study has been conducted with the main aim to identify the origin of the seiches that occur in this harbour and to eventually arrive at a prediction system for significant seiche episodes. [HAAFF 22/5788]

Jonkman, S.N.; Asselman, N.E.M.;
Dijkdoorbraak bij Capelle zou meer dan 70.000 slachtoffers eisen. (nl)
In: Land + water 44(2004)4 p.28-29. 3 afb.
In het kader van het project 'Gevolgen van overstromingen' is via een fictieve casus van een dijkdoorbraak bij Capelle aan den IJssel onderzoek gedaan naar het mogelijke aantal slachtoffers en naar de problematiek van evacuatie. [HAAFF]

Klijn, F.; Buuren, M. van; Rooij, S.A.M. van;
Flood-risk management strategied for an uncertain future : living with Rhine River floods in The Netherlands?. (en)
In: Ambio 33(2004)3 p.141-147. 7 fig., 20 refs.
Social pressure on alluvial plains and deltas is large, both from an economie point of view and from a nature consevation point of view. Gradually, flood risks increase with economic development, because the expected damage increases, and with higher dikes, because the flooding depth increases. For The Netherlands, one of the most densely populated deltas in the world, altemative resilience strategies have been elaborated and assessed for their hydraulic functioning and 'sustainability criteria'..

Kok, M.;
Ruimte voor risico vraagt maatschappelijk debat. ( nl)
In: ConcepTueel 13(2004)1 3 p. ills.
Bijdrage aan het symposium 'Ruimte voor risco's', 19 februari 2004, Universiteit Twente. De auteur vraagt: Is er nu iets mis met de infrastructuur, of moeten we maar gewoon accepteren dat we af en toe wateroverlast hebben, we regelmatig in de file staan, etc.?.
URL: http://www.concept.utwente.nl/index.php?id=290

Leenes, J.;
NOAH: hulp in tijden van hoog water. (nl)
In: Het waterschap 89(2004)10 p.14-17. ills.
De directe aanleiding voor het project NOAH was de wens om de toenemende onrust bij stijgende waterstanden te reduceren. De afgelopen jaren zag je dat, hoe hoger het water komt, hoe onprofessioneler mensen gaan werken. De juiste informatie op het juiste moment op de juiste plaats kan dat voorkomen. Dat is wat NOAH beoogt.
URL: http://www.noah-interreg.net (website)

WATERWEREN - Primaire waterkeringen - Algemeen

Hopkins, L.;
Changing estuaries, changing views. (en) Erasmus University, Rotterdam, 2004. 54 p
De hydromorfologische, ecologische en socio-economische effecten van de traditionele vormen van waterbeheer in met name het estuarium worden beschreven, en vergeleken met een opkomende, nieuwe benadering, waarbij de aandacht veel meer gericht is op de morphologische en ecologische dynamiek van het watersysteem in het estuarium. [HAAFF 22/5795]
URL: http://www.wnf.nl/wnf/website/media/pdf/news/Changing%20estuaries.pdf

Veen, N.J. van;
Veel variatie mogelijk met geotextiele zandelementen : in 't werk. (nl)
In: Land + water 44(2004)6/7 p.30-31. Ill.; Tab.
4 toepassingen in de praktijk met verschillende elementen in de recente waterbouwhistorie laten de voor- en nadelen van geotextiele zandelementen zien. [HAAFF]

De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland : voorschrift toetsen op veiligheid voor de tweede toetsronde 2001-2006 (VTV). (nl) DWW, 2004-009, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. 462 p
Om een landelijk eenduidig beeld te krijgen van de veiligheid tegen overstromen als gevolg van hoog buitenwater en om die veiligheid tegen overstromen in de toekomst te kunnen waarborgen is in artikel 9 van de Wet (in Appendix A) opgenomen dat vijfjaarlijks verslag wordt gedaan over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkeringen. Om dit landelijk eenduidige beeld te verkrijgen is in dit voorschrift aangegeven: • hoe te handelen bij het toetsen op veiligheid, waarbij dit voorschrift een uniforme maatstaf is voor de beoordeling van de kwaliteit van de keringen die dienen ter bescherming tegen overstroming van het dijkringgebied als geheel; • hoe de resultaten van de toetsing gepresenteerd worden in de rapportages van de beheerders aan Gedeputeerde Staten; • hoe de resultaten van de toetsing gepresenteerd worden in de rapportages van Gedeputeerde Staten aan de minister van Verkeer en Waterstaat. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

WATERWEREN - Primaire waterkeringen - Planvorming

Jansen, P.L.M.;
Rijkswaterstaat schetst voorontwerp spuisluis Afsluitdijk : programma van eisen laat ruimte alternatieve ontwerpen (1) [dossier waterbouw]. (nl)
In: Land + water 44(2004)5 p.24-25. Ill.
Om het waterpeil van het IJsselmeer in de toekomst in de hand te houden bereidt Rijkswaterstaat de bouw voor van een spuisluis in de Afsluitdijk. Naast de functionele eisen spelen ook zaken als landschappelijke inpassing een belangrijke rol bij het voorontwerp. [HAAFF]

Schaik, E.A.M. van;
Wikken en wegen bij juiste bouwmethode voor spuisluis [Afsluitdijk (3)]. (nl)
In: Land + water 44(2004)8 p.22-23. Ill.
Voor de nieuwe spuisluis in de Afsluitdijk onderzocht Rijkswaterstaat de voor- en nadelen van het bouwen in de as of aan de IJsselmeerzijde van de dijk. Ook werd onderzoek verricht naar verschillende varianten van hefschuiven voor de sluis.

Vrijburcht, A.;
Nieuwe spuisluis Afsluitdijk spaart Waddenzee en voert voldoende af (2). (nl)
In: Land + water 44(2004)6/7 p.24-25. Ill.
Beschrijving van het hydraulisch ontwerp van de nieuwe spuisluis in de Afsluitdijk. [HAAFF]

WATERWEREN - Prim. waterk. - Uitvoering, beheer en onderhoud

Bekledingen. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.251-353. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

Beoordeling van de veiligheid. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.49-71. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

Dijken en dammen. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.113-187. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

Dijkringgebieden en primaire waterkeringen. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.39-47. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

Duinen. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.189-226. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

Frissel, J.Y.; Hazebroek, E.;
Graslandbeheer en erosiebestendigheid van primaire waterkeringen van Texel. (nl) Alterra-rapport, 872, Alterra, Wageningen, 2004. 69 p
Dit rapport beschrijft een testcase voor de vegetatie, productie en erosiebestendigheid op de primaire waterkering van Texel. Om adequaat in te kunnen spelen op de grenzen van het gangbare, traditionele en toekomstige dijkgraslandbeheer is in dit experiment gewerkt met drie bemestingsniveau’s: 0, 50 en 125 kg N/ha/jaar, en drie verschillende uitgangssituaties. Van 1997 tot 2003 is de erosiebestendigheid en de natuurwaarde gevolgd door middel van bodemparameters en vegetatiesamenstelling.. [HAAFF 32/476(872) 1e ex] [HAAFF 32/476(872) 2e ex] [LEI R1231-872]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport872.pdf

Handboek dijkbewaking : een samenverking van Waterschap Groot Salland, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Rivierenland, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Veluwe, Waterschap Peel en Maasvallei, Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, Waterschap Vallei & Eem, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Roer en Overmaas. (nl) Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, Gorinchem, 2004. 87 p [HAAFF 22/5792]

Hazebroek, E.;
Beoordeling erosiebestendigheid dijkgrasland Friese kust: Waddenzeedijk Terschelling. (nl) Alterra-rapport, 1002, Alterra, Wageningen, 2004. 44 p
Ter ondersteuning van het integraal beleid voor het behoud en beheer van waterkeringen is onderzoek verricht naar de actuele erosiebestendigheid van de grasmat van de Waddenzeekust van Terschelling. [HAAFF 32/476(1002) 1e ex] [HAAFF 32/476(1002) 2e ex] [ECLNV NL 02 / 1002]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport1002.pdf

Post, L.;
Landmeten neemt een nieuwe vlucht. (nl)
In: Neerslag 39(2004)3 p.11-14. figs.; ills.
Waterschap Rijn en IJssel is verantwoordelijk voor het waterbeheer in een deel van het oosten van ons land. Speerpunt van het waterschap is ‘Waterbeheer, Veilig en op Maat’. Een onderdeel van het beheer is de hoogwaterbeveiliging, waarin de 140 kilometer rivierdijken de hoofdrol spelen. Met het inmeten van de dijken met een helikopter laat het Waterschap zien, dat zij de inzet van moderne hulpmiddelen bij het eeuwenoude dijkenbeheer niet schuwt.
URL: http://www.neerslag-magazine.nl/artikel.asp?key=320

Waterkerende kunstwerken. (nl)
In: De veiligheid van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, [Den Haag], 2004. p.227-249.
Het betreft: sluizen, stormvloedkeringen, kadewanden, gemalen, duikers etc. Constructies buiten de primaire waterkering liggen, zoals kribben, pieren, golfbrekers en andere kustverdedigingswerken, worden alleen in de toetsing betrokken als deze van invloed zijn op belastingen of op de stabiliteit van de kering. [HAAFF 22/5649(3)]
URL: http://www.waterkeren.nl/toetsen/downloads/vtv/VTV2004.pdf

WATERWEREN - Niet-primaire waterkeringen

Berg, P. van den; Hemert, H. van; Wentholt, L.R.;
Het korte-termijn droogteonderzoek veenkaden in retrospectief. (nl) STOWA rapport, 2004-08, STOWA, Utrecht, 2004. 7 p
Naar aanleiding van de gebeurtenissen te Wilnis en Terbregge heeft op 2 september 2003 een deskundigen-overleg plaats gevonden, geïnitieerd door de Unie van Waterschappen. Op dit overleg is de STOWA gevraagd om voor de sector een aantal urgente onderzoeksvragen op te pakken, waarbij de vraagstelling zich toespitste op de volgende 5 vragen: • In welke gebieden bevinden zich kaden die kwetsbaar zijn voor verdroging? • Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij de visuele inspectie van (veen-) kaden? • Welke technische hulpmiddelen kunnen de kade-inspectie ondersteunen? • Welke noodmaatregelen kunnen worden genomen? • Hoe lang dienen de veenkaden met verhoogde waakzaamheid te worden geïnspecteerd? Dit rapport bevat een concluderende samenvatting van belangrijke resultaten.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/publicaties/mID_4787_cID_3774_Het%20korte-termijn%20droogte-onderzoek%20veenkaden%20in%20retrospectief.pdf

Calle, E.O.F.; Meer, M.T. van der;
Beslissingsondersteuning inspectie verdroogde boezemkaden. (nl) STOWA rapport, 2004-06, STOWA, Utrecht, 2004. versie 1. 52 p
De recente periode met extreme droogte heeft geleid tot grote problemen met boezemkaden. Met der-gelijke condities is tot op heden geen rekening gehouden. Over de mechanismen die tijdens of na een periode van extreme droogte kunnen optreden, is nog weinig bekend. Dit betekent dat de waterschappen bijzonder alert moeten zijn. Concreet leidt dit tot: * verkennende inspecties om zicht te krijgen op de aard en omvang van de droogte-effecten; * inspecties naar aanleiding van schademeldingen van omwonenden, passanten, etc.; * verhoogde waakzaamheid in verband met het grote beschermde belang achter de kaden; * verscherpte inspecties op (bekende) kwetsbare kadevakken. Voor de bepaling van de urgentie en intensiteit van inspecties, als ook voor een eerste beoordeling van inspectieresultaten, is inzicht nodig in de mechanismen die kunnen optreden als gevolg van extre-me droogte (en hiermee samenhangend in de factoren die bepalend zijn voor de kwetsbaarheid van de kaden). Daarnaast is er behoefte aan een methodische aanpak waarmee snel een overzicht wordt verkregen in de beschikbaarheid en relevantie van gebiedservaring en informatie.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/publicaties/mID_4787_cID_3774_beslissingondersteuning%20inspectie%20verdroogde%20boezemkaden.pdf

Dekker, J.; Bruijn, H.T.J. de;
Onderzoekers ontrafelen raadsel van Wilnis : afschuiven ringdijk werpt licht op droogteprobleem (1) [dossier waterbouw]. (nl)
In: Land + water 44(2004)5 p.22-23. Ill.
Dit 1e artikel over de dijkdoorbraak van Wilnis gaat in op de 1e fase: van brainstormsessie tot het vinden van de locatie van het glijvlak.

Dekker, J.; Bruijn, H.T.J. de;
Onderzoekers ontrafelen raadsel van Wilnis (2). ( nl)
In: Land + water 44(2004)6/7 p.26-27. Ill.
Beschrijving van de opeenvolging van gebeurtenissen rond de kadeverschuiving in Wilnis, zoals onderzoekers die hebben kunnen reconstrueren. [HAAFF]

Hemert, H. van; Wentholt, L.R.;
Stabiliteit van veenkaden: de stand van zaken. ( nl) STOWA rapport, 2004-07, STOWA, Utrecht, 2004. versie 1. 5 p
De eindresultaten van het STOWA – veenkade onderzoek worden dit voorjaar verwacht. Vooruitlopend op deze eindresultaten wil de STOWA op dit moment al enkele algemene aanbevelingen doen betreffende maatregelen die genomen kunnen worden ter voorbereiding op een volgende droogte periode. De belangrijkste aanbeveling betreft het verkrijgen van inzicht in (de variatie in) het evenwicht tussen het gewicht van het veenpakket en de grondwaterdruk inde zandondergrond. Dit zgn. opdrijf-potentieel vormt een belangrijke indicatie van de kwetsbaarheid van veenkaden voor verdroging en daarmee het gevaar voor het optreden van een belangrijke schakel bij het bezwijken van de veenkade bij droogte: opdrijven.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/publicaties/mID_4787_cID_3774_stabiliteit%20van%20veenkaden%20-%20de%20stand%20van%20zaken.pdf

Heuer, L.A.;
Handreiking regionale keringen en gebruikersfuncties. (nl) STOWA, 2000 29, STOWA, Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Utrecht, Netherlands, 2000. [162] p
Het doel van deze handreiking is om beheerders een instrument te bieden om adequaat in te spelen op bovengenoemde maatschappelijke ontwikkelingen. Vergunning- en ontheffingverlening spelen hierbij een belangrijke rol. De handreiking geeft een stappenplan, gebaseerd op een aantal standaardformulieren, waarmee alle elementen die een rol spelen bij vergunning- en ontheffingverlening aan de orde komen. Zo wordt de kans verkleind dat bijvoorbeeld belangen niet bij de besluitvorming betrokken worden of dat besluitvorming niet vastgelegd wordt. Kwaliteitsborging staat centraal in de handreiking. [HAAFF 32/440(2000-29)]

Hogezand, R. van; Hoes, O.; Strijker, J.;
Werknormen voor regionale wateroverlast worden duur betaald! : Hollands Noorderkwartier berekent kosten van versterking boezemkaden èn verbetering waterhuishouding in polders. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.38-39. 3 fig., tab.
Hollands Noorderkwartier heeft (in samenwerking met de provincie) het totale beheersgebied getoetst aan de normen voor het verwerken van regionale wateroverlast. Voor tien procent van de peilvlakken geldt, dat ze niet voldoen aan de norm. Daarvoor is een oplossing gezocht, waarvan de kosten 280 miljoen zullen bedragen. Vervolgens is met behulp van een risicoanalyse de kostenefficiency van de maatregel berekend. [HAAFF]

Joosten, R.; Strijker, J.; Broersma, L.; Eikelenboom, H.;
Hollands Noorderkwartier werkt aan normering boezemkaden : normen voor wateroverlast in polders als richtlijn. (nl)
In: H twee O 37(2004)13 p.38-40. figs.; tabs.
De provincies staan samen met de waterbeheerders voor de opgave om een beschermingsniveau vast te stellen voor de boezemkaden. Boezemkaden worden veelal genormeerd per kadering. In Noord-Holland is gezocht naar een normering die aansluit bij de normering voor wateroverlast in polders. De voorgestelde normering wordt op dit moment bestuurlijk getoetst en heeft daarom nog de status van werknormering. [HAAFF]

WATERSYSTEEM - Algemeen

Buuren, M. van;
Sloop de dijken : gewaagde oplossing voor toekomstig waterbeheer. (nl)
In: Topos : periodiek Lab. Ruimtelijke Planvorming 14(2004)2 p.26-28. afb., samenvatting (en).
Een uiteenzetting over de nieuwe aanpak voor de strijd tegen water: de rivierverruimende maatregelen. Achtergronden bij de planologische kernbeslissing ruimte voor de rivier. [HUCHT]

Duinhoven, G. van;
Ruimte voor de rivier, hoe zat dat ook al weer? ; lonkend rivierenland moet bestuurders uitdagen. (nl)
In: Vakblad natuur bos landschap 1(2004)6/7 p.2-6. 1 krt.
Achtergronden bij de totstandkoming van de planologische kernbeslissing ruimte voor de rivier. Met daarnaast de visie van Staatsbosbeheer op dit plan, zoals dat neergelegd is in het rapport "Lonkend rivierenland". [HAAFF]

HarmoniQuA : Harmonising Quality Assurance in model based catchment and river basin management 2002-2005. (website) (en) Wageningen University, Information Technology Group, Wageningen, 2004.
HarmoniQuA forms part of the CATCHMOD cluster of projects; supporting the implementation of the WFD. It aims to provide a user friendly guidance and QA framework for use in model based river management. It will prompt users with the appropriate 'next step' in the modelling process and provide an audit trail to check previous decisions. The approach targets management at catchment and river basin scales with the overall goal of improving the quality of modelling and therefore enhancing the confidence of all stakeholders in them. HarmoniQuA attempts to serve several types of users in a series of water management domains, in jobs of varying complexity and application. Users working on a specific job will only be confronted with guidance relevant to them in their present context. The website also provides access to the State-of-the-Art Report on Quality Assurance in modelling related to river basin management.
URL: http://harmoniqua.wau.nl (website)

Herwijnen, M. van; Goosen, H.; Asselt, H. van; Oosterhuis, F.;
Biedt 'Ruimte voor Water' ook ruimte voor natuur?. (nl)
In: H twee O 37(2004)8 p.28-31. 3 refs., 2 tab.
Landelijke beleidsmakers zien mogelijkheden in de combinatie van water- en natuurdoelstellingen. Inmiddels is ook al in een aanzienlijk aantal praktijkprojecten ervaring opgedaan met deze functiestapeling. Voor de Natuurbalans 2003 werd aan de hand van acht voorbeeldprojecten onderzocht welke factoren doorslaggevend zijn voor het succesvol realiseren van de natuurdoelen. De conclusie luidt dat met name 'robuuste' natuur goed gecombineerd kan worden, dat veiligheid een argument is dat belanghebbende burgers overtuigt, dat een goed juridisch en bestuurlijk kader en een integrale streekbenadering van groot belang zijn én dat voorgaande punten met name in het rivierengebied inmiddels gerealiseerd zijn. [HAAFF]

Instrumentarium WaterSysteemRapportage. (website) (nl) Rijkswaterstaat, Rijswijk, 2003.
iWSR is het standaard hulpmiddel bij het opstellen van WaterSysteemRapportages op ieder niveau. Er wordt nu ook hard gewerkt om iWSR ook geschikt te maken voor de Kader Richtlijn Water (KRW). Op de downloadpagina staat de iWSR 1.2 software (april 2004)en de algemene en installatie handleiding. Verder op de site: de achtergrond, een helpdesk, voorbeeld, cursusdata en een nieuwsbrief.
URL: http://www.mx-groep.nl/rwsr/ (website)

Kiers, A.; Bruins, G.; Wolf, I. de;
Eerste evaluatie van maatregelen uit een waterplan : Wierden betrekt ook landelijk gebied in plan. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.42-43. ills.
Gemeente Wierden, waterschap Regge en Dinkel, WMO (thans Vitens) hebben, ondersteund door het adviesbureau DHV, voor de zomer van 2002 het Waterplan Wierden afgerond. Het onderscheidt zich van andere waterplannen doordat zowel het stedelijk als het landelijk gebied in het waterplan zijn meegenomen én het waterplan is uitgewerkt tot concrete maatregelen, trekkersrollen en kosten. Inmiddels is het Waterplan Wierden anderhalfjaar richtinggevend voor de waterprojecten van de gemeente. Voorzover bekend is Wierden de eerste gemeente, die op basis van een concreet maatregelenpakket een voortgangsevaluatie van het waterplan heeft uitgevoerd. [HAAFF]

Kuiper, R.;
Milieu en natuureffecten Nota Ruimte. (nl) RIVM-rapport, nr. 711931009, RIVM, Bilthoven, Netherlands, 2004. 96 p beleidssamenvatting (15 p.).
De Nota Ruimte beoogt de verstedelijking te bundelen rondom de grotere steden. Hierdoor kunnen de gewenste stedelijke en groene woonmilieu’s ontstaan, terwijl tegelijkertijd de aantasting van natuur en landschap beperkt blijft en voorzieningen bereikbaar blijven. De nota biedt echter geen garanties om ervoor te zorgen dat provincies en gemeenten milieu en natuur goed in hun ruimtelijk beleid laten doorwerken. Dit blijkt uit de evaluatie van de Nota Ruimte, die het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP-RIVM) heeft verricht op verzoek van het ministerie van VROM. [HAAFF 39/340(2004-01)] [HAAFF 39/340(2004-01)SS)] [HUCHT BM 978] [DLGGRO MIL ALG 42] [LEI R1133-2004/0009] [LEI R1133-2004/009(S)]
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711931009.pdf

Leenen, J.; Blind, M.; Giessen, A. van der; Groenendijk, P.[et al.];
Kennisintegratie via (inter)nationale samenwerking : 'Standaard Raamwerk' maakt koppeling rekenmodellen mogelijk. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.38-39. ill.
Maatschappelijke afwegingen in het waterbeleid en -beheer zijn veelomvattend. Ze vragen om steeds meer samenwerking tussen diverse organisaties, ook voor uitwisseling van informatie. Zes Nederlandse kennisinstituten (Alterra, TNO, RIVM, Rijkswaterstaat, STOWA en WL/Delft Hydraulics) hebben daarom gezamenlijk het 'Standaard Raamwerk' ontwikkeld: een soort van infrastructuur voor ICT die het mogelijk maakt om verschillende rekenmodellen en bijbehorende gegevens aan elkaar te koppelen tot een samenhangend modelinstrumentarium voor integrale analyses van water en milieu. Zo kan de kennis van verschillende kennisinstellingen optimaal worden benut. Met enkele veel toegepaste modellen is de praktische bruikbaarheid van het raamwerk inmiddels aangetoond. Het is intussen overgenomen op Europese schaal. Uiteindelijk moet het leiden tot een moderne IT-architectuur die het beleid en beheer op watergebied op een snelle, flexibele en geharmoniseerde wijze ondersteunt. [HAAFF]

Maaskant, J.;
Informatieanalyse waterbeheer : beleidsmonitor water. (nl) RIVM rapport, 500799001, RIVM, Bilthoven, Netherlands, 2003. 112 p
De beleidsmonitor water (BMW), een initiatief van Verkeer en Waterstaat, MNP en RIVM, voorziet onder meer in een analyse van de informatievoorziening van de bestaande rapportages over het waterbeleid, waaronder Water in Beeld, in relatie tot de gewenste VBTB rapportage (Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording)..
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500799001.pdf

Milieubalans 2004 : het Nederlandse milieu verklaard. (nl)
In: RIVM, Bilthoven, 2004.
Op basis van de Wet milieubeheer brengt het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM jaarlijks een Milieubalans uit. Daarin wordt de ontwikkeling in de toestand van het milieu en de effectiviteit van het gevoerde beleid beschreven. Milieubalans 2004 is de tiende die wordt uitgebracht. In het proces van beleidsvoorbereiding tot beleidsverantwoording (VBTB) staan bij de verantwoording de volgende vragen centraal: Worden de doelen gehaald?, Wat is de bijdrage van het beleid daaraan?, Wat heeft het gekost? en Had het goedkoper gekund. Achtereenvolgens komen aan bod: klimaatverandering; verzuring en grootschalige luchtverontreiniging; milieukwaliteit in het landelijk gebied; kwaliteit van de leefomgeving; De bijlagen geven de cijfermatige onderbouwing van de analyse in de tekst. [HAAFF 39/298(MB04)]
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/MB2004totaal.pdf

Milieucompendium 2004 : milieu in cijfers. (nl)
In: RIVM , Bilthoven, 2004.
Het milieucompendium bevat milieugegevens, zoals die verzameld worden door het CBS en het Milieu- en Natuurplanbureau. De gegevens in het boek vormen een selectie van wat op de website beschikbaar is (respectievelijk 90 indicatoren tegenover 450 op de website). [HAAFF 4/133]
URL: http://www.rivm.nl/milieuennatuurcompendium/nl/

Mineralen beter geregeld : evaluatie van de werking van de Meststoffenwet 1998-2003.(nl) RIVM rapport, 500031001, RIVM, Bilthoven, 2004. 170 p
In de Meststoffenwet is vastgelegd, dat LNV tweejaarlijks verslag doet van de werking van de wet. De uitvoering is bij het Milieu- en Natuurplanbureau gelegd. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd met een groot aantal partners. [HAAFF 39/340(2004-02)] [ECLNV NL 18 / 2004/april] [LEI R1133-500031001]
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500031001.pdf

Het nationaal bestuursakkoord water. (nl) Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Den Haag, Netherlands, 2003. 24 p
URL: http://www.nederlandleeftmetwater.nl/downloads/pdf/bijl_4_nbw_nlmw.doc (Word document)

Ontwerp derde waterhuishoudingsplan Gelderland 2005-2009. Dl. I: Het beleid. (nl) Provincie Gelderland, [Arnhem], 2004. 88 p 2 krt.
Het Waterhuishoudingsplan (WHP-3) schetst de mogelijkheden om de kansen van water voor mens en natuur in Gelderland goed te benutten. Ook staan er maatregelen in tegen overstroming van grote rivieren en maatregelen om wateroverlast na hevige regenval te voorkomen. Gedeputeerde Staten (dagelijks bestuur) stelden dit plan 29 juni in ontwerp vast. [HAAFF 22/5806(1)]
URL: http://www.gelderland.nl/whp3/WHP3_deel_1.pdf

Ontwerp derde waterhuishoudingsplan Gelderland 2005-2009. Dl. II: Uitvoeringsprogramma. (nl) Provincie Gelderland, [Arnhem], 2004. 44 p
Het Waterhuishoudingsplan (WHP-3) schetst de mogelijkheden om de kansen van water voor mens en natuur in Gelderland goed te benutten. Ook staan er maatregelen in tegen overstroming van grote rivieren en maatregelen om wateroverlast na hevige regenval te voorkomen. Gedeputeerde Staten (dagelijks bestuur) stelden dit plan 29 juni in ontwerp vast. [HAAFF 22/5806(2)]
URL: http://www.gelderland.nl/omgevingsplannen/ONTWERP%20WHP%20deel%20II.pdf

Ontwerp derde waterhuishoudingsplan Gelderland 2005-2009. Dl. III: Bijlagen. (nl) Provincie Gelderland, [Arnhem], 2004. 36 p
Het Waterhuishoudingsplan (WHP-3) schetst de mogelijkheden om de kansen van water voor mens en natuur in Gelderland goed te benutten. Ook staan er maatregelen in tegen overstroming van grote rivieren en maatregelen om wateroverlast na hevige regenval te voorkomen. Gedeputeerde Staten (dagelijks bestuur) stelden dit plan 29 juni in ontwerp vast. [HAAFF 22/5806(3)]
URL: http://www.gelderland.nl/omgevingsplannen/ONTWERP%20WHP%20deel%20III.pdf

Onze Maas : ruimte voor de rivier én voor ontwikkeling in Limburg. (nl) Provincie Limburg, Maastricht, Netherlands, 2004. 24 p
URL: http://www.limburg.nl/upload/pdf/OnzeMaas_RuimteVoorDeRivierEnVoorOntwikkelingInLimburg.pdf

Peeters, R.; Steenstra, M.;
De regie zoek in de sturingsdriehoek? : een onderzoek naar de effectiviteit van sturing door de provincie in het regionaal waterbeleid. (nl) [s.n], [s.l.], Netherlands, 2004. 125 p [HUCHT SN 04-04]

Reinhard, S.; Bakel, J. van; Gaaff, A.; Bommel, K. van;
Waarderen van water in een regionaal watersysteem. (nl) Rapport / LEI, Domein 4, Ruimte en economie, . 4.04.03, LEI, Den Haag, 2004. 87 p
Dit rapport betreft het ontwikkelen van een methode om water in een regionaal watersysteem te kunnen waarderen. De economische context van de waardebepaling van water is beschreven, waarbij de kenmerken van water als economisch goed een rol spelen. Op basis hiervan is een kader voor de waardebepaling geformuleerd, ontleend aan de welvaartstheorie. De waarde van water kan alleen voor een specifieke situatie worden bepaald. Hiertoe wordt een casestudy uitgewerkt. In het casestudygebied wordt een maatregel doorgerekend om de piekafvoer te reduceren door het water langer bovenstrooms vast te houden. Een economische analyse van de afweging tussen vermeden schade benedenstrooms en kosten bovenstrooms is uitgewerkt. De veranderingen ten gevolge van de maatregel in het casestudygebied zijn gewaardeerd. De resultaten van de casestudy tonen aan dat het ontwikkelde raamwerk geschikt is om water te waarderen in een regionaal watersysteem.. [LEEUW P0641,4.04.03] [LEI L32-4.04.03(A)] [ECLNV NL 03 / 4.04.03]
URL: http://www.lei.wageningen-ur.nl/publicaties/PDF/2004/4_xxx/4_04_03.pdf

Smits, F.J.C.; Hemker, C.J.;
Koppeling Duflow - MicroFem. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.7-20. 9 fig., 12 refs.
In dit artikel wordt een methode beschreven om de stromingsmodellen Duflow (voor oppervlaktewater) en MicroFem (voor grondwater) aan elkaar te koppelen. [HAAFF]

Vogelzang, T.A.; Enserink, B.; Bavel, M.A.H.J. van; Dicke, W.M.; Kamps, D.P.; Puister, L.F.;
Geld als water : een onderzoek naar de strategische beleidsruimte van het Ministerie van LNV voor het combineren van natuur- en waterinvesteringen. (nl) Rapport / LEI, Domein 3, Natuurlijke hulpbronnen en milieu, . 3.04.04, LEI, Den Haag, 2004. 56 p
In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de strategische beleidsruimte van het Ministerie van LNV voor het inbrengen van haar belangen in en het zoeken van strategische partners betreffende de reservering van ruimte voor natuurontwikkeling in andere beleidsarena's. Het gaat daarbij primair om de arena van het waterbeleid. Het onderzoek is opgehangen aan een tweetal concrete beleidsprojecten die momenteel in uitvoering zijn, te weten het Nationaal Bestuursakkoord Water en het project Ruimte voor de Rivier. Daarvoor is in eerste instantie het bestuurlijke en politieke krachtenveld rond deze projecten in kaart gebracht en worden de kansen en bedreigingen die beide projecten voor het Ministerie van LNV inhouden beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op een aantal thema's en beleidsvel-den die voor natuur- en waterinvesteringen van belang zijn, waarna de mogelijke strategieën voor het Ministerie van LNV om te interveniëren in het gecombineerde natuur- en waterveld geanalyseerd worden. Het rapport sluit af met een aantal conclusies en aanbevelingen. [LEEUW P0641,3.04.04] [LEI L32-3.04.04(A)] [ECLNV NL 03 / 3.04.04]
URL: http://www.lei.dlo.nl/publicaties/PDF/2004/3_xxx/3_04_04.pdf

Vranken, L.; Satijn, B.;
Leren 'leven met water' : Acht voor Ruimte. (nl)
In: Civiele techniek 59(2004)2 p.34-35. 3 afb.
In het Nationaal Bestuursakkoord Water is door provincies, gemeenten, waterschappen en het rijk de intentie uitgesproken om beschikbare kennis te delen en keninisontwikkeling te bevorderen. Daartoe is een programmabureau opgezet (met een budget van 45,7 miljoen te besteden in zes jaar), middels de Stichting Leven met Water i.o., dat zijn plaats vindt binnen CUR. [NIEUWL]
URL: http://www.kennisruimte.nl/ (website)

Water in beeld 2004 : voortgangsrapportage over het waterbeheer in Nederland. (nl)
CIW, Den Haag, 2004. [HAAFF 22/178(3V)]

WATERSYSTEEM - Grondwater

Berendrecht, W.L.; Gehrels, J.C.; Geer, F.C. van; Heemink, A.W.;
Een niet-lineair tijdreeksmodel voor grondwaterstandsfluctuaties in gedraineerde gebieden. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.21-35. 11 fig., 12 refs., 3 tab.
Bij de toepassing van tijdreeksanalyse op grondwaterreeksen wordt de respons van grondwater op neerslagoverschot over het algemeen lineair verondersteld. In gedraineerde gebieden is deze aanname echter niet meer te rechtvaardigen. [HAAFF]

Biesheuvel, A.; Baalen, S. van; Doornbos, A.;
Voorspelling ontwikkeling grondwaterkwaliteit van winning Archemerberg [thema drinkwater]. (nl)
In: H twee O 37(2004)8 p.24-27. figs.; tabs.; 6 refs.
De nitraat- en nikkelgehalten in het opgepompte grondwater bij de drinkwaterwinning Archemerberg nemen de laatste jaren toe. Omdat Vitens de winning wil blijven inzetten, is inzicht in de verdere ontwikkeling noodzakelijk. In dit artikel wordt het onderzoek hiernaar toegelicht, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van de concentraties nitraat, nikkel en ijzer in de komende 25 jaar. [HAAFF]

Boer, H.C. de; Hoving, I.E.; Remmelink, G.J.;
Reductie van nitraatuitspoeling uit grasland op droge zandgronden = Reduction of nitrate leaching from grassland on drought-sensitive sandy soils. (nl,en) PraktijkRapport, Rundvee, . 42, Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek, Lelystad, 2004. 35 p [IAHLD SERIES 42] [ZODIAC MAG NN39230,42]

Bolt, F.J.E. van der; Jacobs, C.M.J.; Kuikman, P.J.;
Reductie van lachgasemissie door ontwikkeling van "Best management practices": Beperking van lachgasemissie door water- en peilbeheer en bij beregening : eindrapport voor Reductieplan overige broeikasgassen Landbouw Cluster 1. (nl) Alterra-rapport, 560.6, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 54 p
In het kader van het Reductie Plan Overige Broeikasgassen (ROB Landbouw) zijn de mogelijkheden voor het verminderen van de emissie van lachgas (N2O) uit als gevolg van water- en peilbeheer en beregening bestudeerd. In de periode tussen augustus 2000 en juli 2003 zijn door middel van proeven effecten van een aantal ingrepen in water- en peilbeheer en met betrekking tot beregening op de veranderingen in de N2O-emissie onderzocht. In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Het blijkt moeilijk de effecten van waterbeheer op de emissie van lachgas te meten. De emissie verloopt via kort durende maar hoge pieken. Uit incidentele metingen kan de jaarlijkse emissie niet goed worden geschat. Modellen kunnen worden gebruikt om de variatie in de tijd te analyseren. Daartoe moeten wel de hydrologisch relevante variabelen worden gemeten. Een integrale analyse van de effectiviteit van de maatregelen samen met die van maatregelen uit andere ROB-projecten is nodig om interacties tussen maatregelen en risico’s van afwenteling naar andere emissies (zoals methaan, ammoniak en nitraat) te kwantificeren. Verhogen van de oppervlaktewaterpeilen in veengebieden is de meest perspectiefvolle maatregel. Dit effect wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat de mineralisatie van veen afneemt bij minder diepe waterstanden. [HAAFF 32/476(560.6) 1e ex.] [HAAFF 32/476(560.6) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 560.6]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport560.6.pdf

Bouma, J.H.; Weeda, R.;
Actief grondwaterbeheer voorkomt droogstand houten paalfunderingen. (nl)
In: Land + water 44(2004)5 p.30-31. Ill.
De gemeente Dordrecht heeft metingen uitgevoerd naar het effect van de aanleg van een drainage-infiltratiesysteem in een woonwijk. Het systeem maakt het mogelijk de grondwaterstanden naar wens te verlagen of te verhogen. Geconcludeerd wordt dat paalrot aan houten funderingen hiermee is te voorkomen. [HAAFF]

Dam, J.C. van; Rooij, G.H. de; Heinen, M.[et al.];
Concepts and dimensionality in modeling unsaturated water flow and solute transport. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress, challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 1. 11 fig., 106 refs., 7 tab.
The main focus of this paper is the use of Richards' equation for soil water flow and on solute-spreading mechanisms in one or more dimensions. Model integration or model coupling of water flow and solute transport models is increasingly used to address complex environmental problems. In the final part of the paper we present a SWOT (Strengths, Weaknesses, Opportunities and Threats) analysis pertaining to these approaches. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/01_van_dam.pdf

Delft, S.P.J. van; Holtland, J.; Runhaar, J.; Streefkerk, J.;
Verdroging natuurgebieden in kaart gebracht. (nl)
In: H twee O 37(2004)13 p.13-15. figs.; ill.; 16 refs.
Alterra ontwikkelde een methode waarbij de mate van verdroging bepaald wordt door vergelijking van de actuele situatie met een niet verdroogde referentie. Het instituut maakt hierbij gebruik van zowel bestaande gegevens als veldwaarnemingen in boorgaten en aan oppervlaktewater. Staatsbosbeheer ontwikkelde een methode die voor natte en vochtige standplaatsen meer gedetailleerde informatie over het grondwaterstandsverloop afleidt uit vegetatiekarteringen. Combinatie van deze methoden geeft een goed inzicht in de mate van verdroging in een natuurgebied. De toelichting gebeurt aan de hand van een verdrogingskartering (186 ha) van Beekvliet in de Achterhoek. [HAAFF]

Dijk, T.A. van; Loon, T.S. van;
Dossier nitraat : de nitraatuitspoeling uit droge zandgronden, een overzicht. (nl) Rapport / Nutrienten Management Instituut, 921.03-II, NMI, Wageningen, Netherlands, 2003. 52 p
URL: http://www.nmi-agro.nl/_public/project/nitraat/DossierNitraat.pdf

Feddes, R.A.; Rooij, G.H. de; Dam, J.C. van;
Unsaturated-zone modeling : progress, challenges and applications, papers for the Frontis workshop on unsaturated-zone modeling, progress, challenges and applications, Wageningen, The Netherlands 3 - 5 October 2004. (en) Frontis, Wageningen, 2004.
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/index.html

Feddes, R.A.; Raats, P.A.C.;
Parameterizing the soil - water - plant root system. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress, challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 4. 11 fig., refs.
Root water uptake is described from the local scale, to the field scale and to the regional and global scales. The local macroscopic model can be incorporated in Soil-Plant-Atmosphere Continuum (SPAC) numerical models, like the SWAP, HYSWASOR, HYDRUS, ENVIRO-GRO and FUSSIM models. These SPAC models in turn can be used for upscaling, first to the field scale and from there to the regional and global scales. As Global Climate Models (GCMs) show a strong sensitivity to continental evaporation, closer root water-uptake modeling might improve soil vegetation control instead of uncontrolled continental evaporation. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/04_feddes.pdf

Geelen, L.; Haan, M. de; Raterman, B.;
Vergelijking van de ecologische modellen ECOMOD en NICHE-duinen. (nl) Waterleidingbedrijf Amsterdam, Vogelenzang, 2004. 26 p
Sinds 1989 wordt er bij Waterleidingbedrijf Amsterdam ecohydrologisch onderzoek uitgevoerd om waterwinning en natuurbeheer in de Amsterdamse Waterleidingduinen optimaal te integreren. Voor dit project heeft Waterleidingbedrijf Amsterdam eigen hydrologische en ecologische modellen ontwikkeld. Het hydro-ecologische voorspelmodel ECOMOD is een model met fuzzy beslisregels gebaseerd op expert judgement. Voorspellingen worden gedaan op het niveau standplaatsfactoren van ecotopen. Vanaf 1994 is bij Kiwa gewerkt aan de ontwikkeling van het hydro-ecologische effectvoorspellingsmodel NICHE-duinen. Het model berekent de effecten van hydrologische ingrepen op de standplaats. Daarna worden de standplaatskenmerken vertaald naar potentiële vegetatietypen. Het in 1999 gestarte project heeft als doel een sterkte zwakte analyse te geven voor beide modellen en tot aanbevelingen te komen voor de meest geschikte methode voor ecologische effectvoorspelling. . Dit rapport verslaat de vergelijkende modelstudie. [HAAFF 44/500]

Gosen, A.M.; Schouwenaars, J.M.;
Simulation of groundwater fluctuations and water stress in newly formed sphagnum layers after rewetting. (en)
In: Päivänen, J.[ed.];
Proceedings of the 12th international peat congress. Finnish Peatland Society, Tampere, 2004. p.365-371. 6 refs.
In the Fochteloerveen bog relict in the north of the Netherlands, rewetting has started several decades ago. Model simulations were used to evaluate the impact of different physical site conditions on groundwater table fluctuations and water stress conditions in Sphagnum layers. [NIEUWL]

Groenendijk, P.; Eertwegh, G.A.P.H. van den;
Drainage-water travel times as a key factor for surface water contamination. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress, challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 5. 13 fig., 64 refs., 5 tab.
The interrelationships between soil, subsoil and surface waters make it unrealistic to treat the saturated and unsaturated zones and the discharge to surface waters separately. A formulation for upscaling the groundwater flow field is presented which yields the average vertical flux as a key factor for describing the travel time implicitly. Analytical solutions are given for the upscaled description for the transport. The analytical approach, which includes the main properties of the soil system as well as the drainage system, proves to be useful for the prediction of solute concentrations in exfiltrating groundwater.. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/05_groenendijk.pdf

Gruijter, J.J. de; Horst, J.B.F. van der; Heuvelink, G.B.M.; Knotters, M.; Hoogland, T.;
Grondwater opnieuw op de kaart : methodiek voor de actualisering van grondwaterstandsinformatie en perceelsclassificatie naar uitspoelingsgevoeligheid voor nitraat. (en) Alterra-rapport, 915, Alterra, Wageningen, 2004. 70 p
Dit rapport beschrijft en motiveert de methodiek voor actualisatie van grondwaterstandsinformatie en perceelsclassificatie naar uitspoelingsgevoeligheid zoals die vanaf eind 2003 door Alterra wordt toegepast. Eerst wordt via 'gerichte opname', tijdreeksanalyse en regressieanalyse de klimaatsrepresentatieve GxG bepaald op de locaties van een verdicht meetnet, en wordt gebiedsdekkende hulpinformatie verzameld vanuit het AHN en andere bronnen. Vervolgens vindt, gebruik makend van deze gegevens en hun onderlinge correlaties, geostatistische simulatie plaats van een groot aantal (300) gebiedsdekkende GxG velden. Tenslotte worden de percelen op basis van deze simulaties geclassificeerd m.b.v. een door de gebruiker te kiezen GxG criterium, een oppervlaktecriterium, en een kanscriterium. Dit laatste bepaalt de kans op misclassificaties. [HAAFF 32/476(915) 1e ex] [HAAFF 32/476(915) 2e ex] [ECLNV NL 02 / 915]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport915.pdf

Heijkers, J.;
Estimating water balance components at various spatial and temporal scales [aquapodium promovendus]. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.67-73. 25 refs.
Aquapodium biedt promovendi de gelegenheid tussentijds hun bevindingen te publiceren. Joost Heijkers is de eerste in de rij. [HAAFF]

Holshof, G.; Willems, J.;
Invloed eerder opstallen en verlagen stikstofbemesting op de hoeveelheid minerale-N in de bodem en de nitraatconcentratie in bovenste grondwater = The influence of earlier indoor confinement of livestock and the reduction of nitrogen fertilisation on the amount of mineral N in the soil and the nitrate concentration in the uppermost groundwater. (nl) PraktijkRapport, Rundvee, . 44, Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek, Lelystad, 2004. 51 p [IAHLD SERIES 44] [ZODIAC MAG NN39230,44]

Hoogland, T.; Hoogerwerf, M.R.; Kekem, A.J. van;
Actualisatie grondwaterdynamiek Waterschap De Dommel. (nl) Alterra-rapport, 1008, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 44 p
Omdat de provinciale kartering van de grondwaterdynamiek (Gd) volgens het waterschap de Dommel vooral in de beekdalen te droog gekarteerde waarden liet zien, zijn in opdracht van het waterschap geactualiseerde ruimtelijke bestanden gemaakt van de gemiddelde hoogste, voorjaars- en laagste grondwaterstand (GHG, GVG en GLG) en van de grondwatertrap (Gt). Als basisinformatie zijn hierbij aanvullende incidentele metingen en tijdreeksen van grondwaterstanden gebruikt. Door toepassing van technieken uit de tijdreeksmodellering en regressietechnieken is een uniforme set puntschattingen van GHG, GVG en GLG verkregen. Deze gegevens zijn, gewogen naar kwaliteit, gebruikt om relaties met recent verzamelde hoogtegegevens (het AHN) te leggen. Door gebiedsdekkende toepassing van deze relaties en een statistische foutencorrectie zijn gedetaileerde ruimtelijke bestanden verkregen met de resolutie van het AHN waarin GHG, GVG en GLG en hun voorspelfout worden weergegeven. De geactualiseerde Gd-kaart geeft vooral in de beekdalen een natter beeld dan de provinciale kartering en levert een grotere nauwkeurigheid in de gekarteerde grondwaterdynamiek. [HAAFF 32/476(1008) 1e ex] [HAAFF 32/476(1008) 2e ex] [ECLNV NL 02 / 1008]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport1008.pdf

Knotters, M.; Jansen, P.C.;
Drempel-nietlineariteit in ondiepe grondwaterregimes : modellering van hoogfrequente reeksen met TARSO, DR, KALMAX, KALTFN, SSD en SWAP. (nl) Alterra-rapport, 981, Alterra, Wageningen, 2004. 56 p
In natuurgebieden met ondiepe grondwaterregimes worden hoge grondwaterstanden afgetopt door oppervlakkige afvoer naar greppels en terreindepressies. Hierdoor is de relatie tussen het neerslagoverschot en de grondwaterstand niet-lineair. Tevens reageren grondwaterstanden in deze regimes zeer snel op veranderingen in het neerslagoverschot. Via intensieve metingen (eens per uur) zijn modellen toegepast om de relatie tussen waterstand en neerslag te analyseren. [HAAFF 1e ex.] [HAAFF 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 981]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport981.pdf

Koopmans, G.F.; Chardon, W.J.; Oenema, O.; Riemsdijk, W.H. van;
Uitmijnen biedt perspectief om uitspoeling van fosfaat uit zwaar bemeste landbouwgronden te verminderen. ( nl)
In: H twee O 37(2004)12 p.15-18. 3 afb., 15 refs.
Het fosfaatgehalte van landbouwgronden in gebieden met intensieve veehouderij is vaak hoog, omdat gedurende lange tijd hoeveelheden dierlijke mest werden toegediend die de afvoer van fosfaat met het gewas in ruime mate overschreden. De ophoping van fosfaat in de bodem kan leiden tot grotere verliezen van fosfaat naar het grond- en oppervlaktewater én eutrofiëring. De bijdrage van uitspoeling uit landbouwgronden aan de totale fosfaatbelasting van het Nederlandse oppervlaktewater werd recentelijk geschat op 44 procent. Daarom zijn maatregelen noodzakelijk om deze fosfaatuitspoeling te verminderen. Uitmijnen, het onttrekken van fosfaat aan de grond door middel van het oogsten en afvoeren van een gewas zonder fosfaatbemesting, biedt perspectief om het risico op fosfaatuitspoeling uit landbouwgronden met een te hoog fosfaatgehalte te verminderen. [HAAFF]

Louw, P.G.B. de; Stuurman, R.J.; Meij, J.L. van der;
Rare reeks. 1. Dagelijkse fluctuatie van de freatische grondwaterstand. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.64-67. 2 fig., 5 refs.
Dagelijkse veranderingen in waterstand: dit artikel wil duidelijkheid brengen in de werkelijkheid achter waargenomen metingen. [HAAFF]

Menenti, M.; Jia, L.; Bastiaanssen, W.G.M.;
Energy and water flow through the soil-vegetation-atmosphere system: the fiction of measurements and the reality of models. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress,challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 7. 6 fig., 40 refs.
This paper summarizes basic concepts and definitions in models of the SVA system and then emphasizes inconsistencies between model variables and observations for the soil, vegetation and atmosphere elements. This is done first in a qualitative sense, then analytically for the observations of the radiometric temperature of vegetation canopies. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/07_menenti.pdf

Pachepsky, Y.A.; Smettem, K.R.J.; Vanderborght, J.; Wösten, J.H.M.;
Reality and fiction of models and data in soil hydrology. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress,challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 8. 13 fig., refs.
The objective of this paper is to contribute to the ongoing discussion on strengths, weaknesses, opportunities and trends of existing modeling approaches in soil hydrology. We present a comprehensive case study of using integrated data to build a model of groundwater pollution for a watershed, and use this case study to illustrate current opportunities and problems related to quantifying soil variability with remote sensing, geophysical methods and topographic information. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/08_pachepsky.pdf

Post, V.E.A.;
De oorsprong van het brakke en zoute grondwater in het Nederlandse kustgebied. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.51-61. 5 fig., 18 refs.
Deze bijdrage behandelt de herkomst en ouderdom van het zoute grondwater, en is als zodanig een onderdeel van het proefschrift van de auteur (Vrije Universiteit Amsterdam, 2004). [HAAFF]

Rovdan, E.;
Water flow and solute transport in the Korenburgerveen site. (en)
In: Ignar, S.[ed.];
Measurement techniques and data assessment in wetlands hydrology. Warsaw Agricultural University Press, Warsaw, 2003. p.103-115. 2 fig., 19 refs.
This paper describes the results of investigation of water flow and tracer transport to estimate the effect of different water management scenarios, climatic conditions and restoration measure. The SWAP model was used in this study. [NIEUWL]

Rozemeijer, J.C.; Broers, H.P.;
Temporele variatie bij grondwaterkwaliteitsmonitoring. 2. Modelresultaten. (nl)
In: Stromingen 10(2004)2 p.37-50. 11 fig., 12 refs.
Doelstelling van het beschreven onderzoek is het inzicht vergroten van de invloed van meteorologische omstandigheden op de grondwaterkwaliteit, om uiteindelijk praktische afwegingen door meetnetontwerpers te kunnen onderbouwen (meetpunten, meetfrequentie, meetdiepte, filterlengte). [HAAFF]

Rus, J.; Bakker, M.; Velde, J. van der; Straathof, N.;
Randzone Fochteloërveen klaar voor aangepast waterbeheer. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.28-31. figs.; ills.; 5 refs.
Om het Fochteloërveen tegen verdroging te beschermen zal aan de Friese zijde een hydrologische bufferzone worden ingericht. Om te komen tot een optimale begrenzing en inrichting is enige tijd geleden waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat de randzone zodanig ingericht kan worden, dat meerdere waterfuncties en belangen hierbij voordeel hebben. Behalve buffering van het grondwatersysteem gaat het om mogelijkheden voor het opvangen van afvoerpieken, extra natuurontwikkeling, waterconservering en een duurzame voeding van het bekenstelsel. Plannen hiertoe zijn opgenomen in de gebiedsvisie van het ROM-deelgebied Fochteloërveen (terrein van Natuurmonumenten) en zijn bijna uitvoeringsgereed. Met het herinrichtingsplan is inmiddels begonnen. Verwacht wordt dat medio 2005 de schop de grond in kan. [HAAFF]

Schipper, P.N.M.; Snieders, T.; Loch, J.P.G.;
Slechte grondwaterkwaliteit Maasvlakte : puntbronnen of een diffuse bron?. (nl)
In: Bodem 14(2004)3 p.94-96. 4 fig., 7 refs.
In de jaren '80 zijn op de Maasvlakte afvalstortdepots aangelegd, te weten de C2- en C3-deponie en de Slufter. Uit monitoring blijkt dat het grondwater sterk verhoogde concentraties aan diverse sporenelementen bevat. De hypothese is dat dit niet door de aanwezigheid van de depots komt, maar door geochemische processen die verband houden met het bouwrijp maken van de Maasvlakte. Op basis van specifiek onderzoek wordt deze hypothese onderschreven. [HAAFF]

Schoumans, O.F.; Berg, R. van den; Beusen, A.H.W.; Born, G.J. van den; Renaud, L.; Roelsma, J.; Groenendijk, P.;
Quick scan van de milieukundige effecten van een aantal voorstellen voor gebruiksnormen : rapportage in het kader van de Evaluatie Meststoffenwet 2004. (nl) Alterra-rapport, 730.6, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 69 p
Door de veroordeling van het Europese Hof van de wijze waarop Nederland de Nitraatrichtlijn heeft geïmplementeerd in de Mestwetgeving heeft ertoe geleid dat vanaf 2006 een nieuw stelsel van gebruiksnormen zal worden ingevoerd. Om de rijksoverheid inzicht te geven wat de gevolgen zijn van verschillende niveaus in stikstof- en fosfaatgebruiksnormen op de nutriëntenemissies naar het grond- en oppervlaktewater vanuit landbouwgronden is in het kader van de evaluatie van de Meststoffenwet 2004 een quick scan naar deze gevolgen voor het milieu uitgevoerd (ex ante evaluatie milieu). Hiervoor is het nutriënteninstrumentarium STONE ingezet. [HAAFF 32/476(730.6) 1e ex.] [HAAFF 32/476(730.6) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 730.6]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport730.6.pdf

Smit, A.; Zwart, K.; Kleef, J. van;
Stikstofstromen op de kernbedrijven Vredepeel en Meterik : de grondwaterkwaliteit gemeten. (nl) Telen met toekomst / Alterra, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Plant Research International, DLV Adviesgroep nv, OV0403, Plant Research International, Wageningen, Netherlands, 2004. 32 p [PLANT-BZ MAG NN38074,OV0403]
URL: http://library.wur.nl/wasp/bestanden/LUWPUBRD_00328200_A502_001.pdf

Spijker, J.H.; Vries, E.A. de; Teunissen, M.B.; Niemeijer, C.M.;
De chemie tussen gemeenten en onkruid : een inventarisatie van het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen van gemeenten in de provincie Utrecht. (nl) Alterra-rapport, 898, Alterra, Wageningen, 2004. 75 p
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door gemeenten vormt een belangrijke bron van diffuse verontreiniging naar het milieu. Hierbij zijn met name de kwaliteit van het grond- en het oppervlaktewater aan de orde. In deze rapportage wordt het huidige en toekomstige gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bij het onderhoud van openbaar groen, verhardingen, sportvelden en begraafplaatsen door gemeenten in de provincie Utrecht beschreven. Tevens wordt geëvalueerd of het uitkomen van het handboek ‘Onkruid vergaat wel’, effect heeft gehad op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door gemeenten. [HAAFF 32/476(898) 1e ex] [HAAFF 32/476(898) 2e ex] [ECLNV NL 02 / 898] [IAHL boeken 632.95(492.83) DE]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport898.pdf

Tuinen, E. van; Beekhuizen, F.; Smits, F.;
Waterhuishoudkundige maatregelen bij extreme bodemdaling. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.34-37. 5 afb., 7 refs., 3 tab.
Door zoutwinning treedt nabij Veendam extreme komvormige bodemdaling op. Dit heeft grote gevolgen voor de waterhuishouding. De prognoses voor de bodemdaling als gevolg van zoutwinning, ten opzichte van 1993, bedragen in het centrum van het dalingsgebied 65 cm in 2025 en, mocht er daarna verder worden gewonnen, 115 cm in 2050. In het onderzoeksgebied treedt tevens bodemdaling als gevolg van aardgaswinning op. Zowel de ongelijkmatige daling van het maaiveld op zich als de gelijktijdig optredende ongelijkmatige daling van watergangen en kunstwerken heeft sterke invloed op de drooglegging en de wateraan- en afvoersituatie. Met de inzet van GIS, een droogleggingsmodule en SOBEK-modellen blijkt het goed mogelijk om een waterhuishoudkundig ontwerp op te stellen waarmee de waterhuishouding ook in de toekomst aan de daaraan gestelde eisen voldoet. [HAAFF]

Vanclooster, M.; Boesten, J.J.T.I.; Tiktak, A.; Kroes, J.G.[et al.];
On the use of unsaturated flow and transport models in nutrient and pesticide management. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress, challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 11. 152 refs., 1 tab.
In this paper, we show how flow and transport models are introduced in the nutrient and pesticide management decision-making process. Examples are given of the use of flow and transport models in (i) field-scale nutrient and pesticide management; (ii) the identification and evaluation of fertilization and pesticide application practices supporting the implementation of regional-scale environmental management plans; and (iii) the registration of plant-protection products. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/11_vanclooster.pdf

Velthof, G.L.;
Achtergronddocument bij enkele vragen van de evaluatie Meststoffenwet 2004. (nl) Alterra-rapport, 730.2, Alterra, Wageningen, 2004. 79 p
In de evaluatie van de Meststoffenwet 2004 wordt verslag uitgebracht aan het kabinet, Tweede Kamer en andere belanghebbenden van de werking van de Meststoffenwet sinds de invoering hierin van het mineralenaangiftesysteem (MINAS) in 1998 en de mestafzetovereenkomst in 2001. In het onderhavige rapport zijn enkele notities uit het deelproject Milieu van de evaluatie weergegeven. Het betreft vier studies: i) de aanvoer van effectieve organische stof naar landbouwgronden in de periode 1995-2002, ii) factoren die van invloed zijn op het realiseren van milieukwaliteitsdoelstellingen in grond- en oppervlaktewater, iii) de GHG-grens van uitspoelingsgevoelige gronden en iv) de bodem- en Gt-kartering van de bedrijven die deelnemen aan de projecten van Koeien en Kansen en Telen met Toekomst.. [HAAFF 32/476(730.2) 1e ex] [HAAFF 32/476(730.2) 2e ex ] [LEI R1231-730.2]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport730.2.pdf

Velthof, G.L.; Beek, C.L. van; Brouwer, F.; Burgers, S.L.G.E.; Fraters, B.; Groenendijk, P.; Hack-ten Broeke, M.J.D.; Kekem, A.J. van; Oosterom, H.P.; Schoumans, O.F.; Vries, F. de; Willems, W.J.; Zwart, K.B.;
Denitrificatie in de zone tussen bouwvoor en het bovenste grondwater in zandgronden. (nl) Alterra-rapport, 730.1, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 91 p
Er zijn grote variaties in de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater van uitspoelings-gevoelige zandgronden geconstateerd. Deze variaties worden waarschijnlijk veroorzaakt door denitrificatie. In het kader van de evaluatie van de Meststoffenwet 2004 zijn studies uitgevoerd om kwantitatief inzicht te krijgen in de denitrificatie in de bodemlaag tussen de onderkant van de bouwvoor en het bovenste grondwater. De resultaten geven aan dat veenlagen en/of moerige lagen leiden tot lagere nitraatconcentraties in het bovenste grondwater. Andere bodem-eigenschappen zoals het voorkomen van klei- en leemlagen en de uitspoeling van organische stof uit de bouwvoor hebben geen duidelijk effect op denitrificatie. Geconcludeerd wordt dat de aanwezigheid van veenlagen of moerige lagen in zandgronden een extra criterium zou kunnen zijn om uitspoelingsgevoelige gronden te differentiëren. Dit geldt met name voor grondwatertrap VI. In veel zandgronden heeft afbraak van veen plaatsgevonden, zodat een bodemkartering nodig is om het areaal uitspoelingsgevoelige zandgronden met veenlagen te bepalen.. [HAAFF 32/476(730.1) 1e ex] [HAAFF 32/476(730.1) 2e ex] [LEI R1231-730.1]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport730.1.pdf

Verslag grondwaterzorg 2003 gemeente Amsterdam / DWR. (nl)
DWR, Amsterdam, 2004. [HAAFF 22/5262]

Visser, A.; Bierkens, M.F.P.; Stuurman, R.J.;
Hydroline biedt kijkje in de toekomst : grondwaterstand- en bodemvochtvoorspellingen voor de komende dagen. (nl)
In: InFormatie. Editie grondwater en bodem (2004)15 p.4-7. 5 fig.
Presentatie van eerste resultaten van het NITG pilot project hydroline. De proefopstelling bestaat uit een automatische grondwaterstandmeter, vijf bodemvochtsensoren; voor het model zijn de regenwaarnemingen van het KNMI van belang. [HAAFF]
URL: http://www.nitg.tno.nl/ned/pubrels/infor_matie/0504.pdf

WATERSYSTEEM - Oppervlaktewater

Bak, A.; Schouten, P.;
Eutrofiëring en blauwalgen: stimulering van driehoeksmosselen in het Volkerak-Zoommeer. (nl)
In: H twee O 37(2004)9 p.19-22. figs.; ills.; 12 refs.
Sinds 1994 treden grote eutrofiëringsproblemen op in het Volkerak-Zoommeer in de vorm van drijflagen van blauwalgen in de (na)zomer. In opdracht van de waterbeheerder, Rijkswaterstaat directie Zeeland, heeft Bureau Waardenburg in samenwerking met TNO-MEP onderzocht hoe de filterende werking van driehoeksmosselen ingezet kan worden om de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer te verbeteren. Van 2001 tot 2003 zijn twee deelonderzoeken uitgevoerd (zie ook H2O nr. 7). Dit artikel gaat in op het deelonderzoek dat zich richtte op het stimuleren van de ontwikkeling van driehoeksmosselen door het storten van natuurlijk substraat in het Volkerakmeer. [HAAFF]

Bak, A.;
Waterzuivering door driekhoeksmosselen (Dreissena polymorpha) in het Volkerak-Zoommeer : het stimuleren van de ontwikkeling van driehoeksmosselen door het storten van natuurlijk substraat. (nl) Rapport / Waardenburg, nr. 03-231, Bureau Waardenburg, Culemborg, 2004. 68, [33] p 2 krt.
Sinds 1994 is er sprake van grote eutrofiëringsproblemen in het Volkerak-Zoommeer. Deze problemen doen zich met name voor in de zomer en het najaar wanneer er dikke drijflagen van blauwalgen aanwezig zijn. De waterbeheerder van het Volkerak-Zoommeer, Rijkswaterstaat directie Zeeland, probeert met diverse maatregelen de eutrofiëringsproblemen terug te dringen. Hierbij worden zowel biologische methoden (bijv. rietaanplant) als technische methoden (bijv. doorspoeling) beschouwd. Het in deze rapportage beschreven project richt zich op de inzet van driehoeksmosselen voor waterzuivering als één van de biologische maatregelen die een positief effect zouden kunnen hebben op de waterkwaliteit. Centraal staat de vraag of de filterende werking van driehoeksmosselen kan bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit doordat algen en deeltjesgebonden nutriënten uit het water gefilterd worden. [HAAFF 22/3602(03-231)]

Bakel, P.J.T. van;
Werkt vasthouden?. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.19-21. fig.; 9 refs.
Aan de bekende trits vasthouden-bergen-afvoeren van de Commissie WB21, bedoeld als voorkeursstrategie om piekafvoeren te reduceren, zitten meer haken en ogen dan bij de opstelling is bedacht. Kan water vasthouden juist leiden tot hogere piekafvoeren? En waar houdt vasthouden op en begint bergen? Ook is de veronderstelde meekoppeling met verdrogingsbestrijding wellicht lang niet altijd en overal aan de orde. [HAAFF]

Bakel, P.J.T. van; Walvoort, D.J.J.; Akkermans, L.M.W.; Kroes, J.G.;
Metamodellen : doe meer met minder. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.20-22. 2 fig., 5 refs.
Metamodellen zijn in feite modellen van modellen: een vereenvoudigde representatie van een complex model. Dit complexe model vormt het uitgangspunt voor de afleiding van het metamodel. Dit artikel geeft een toelichting aan de hand van fosfaatbelasting van oppervlaktewater. Tevens worden de mogelijkheden en de beperkingen besproken. [HAAFF]

Boomen, R. van den; Icke, J.; Talsma, M.; Hennepe, E. ter ;
Tewor, een uniform toetsingsinstrument voor het waterkwaliteitsspoor. (nl)
In: H twee O 37(2004)9 p.29-31. figs.; ills.; 6 refs.
Het toetsen van de effecten van lozingen uit het rioolstelsel en de inschatting van de effectiviteit van maatregelen vormen twee van de aspecten van de invulling van wat in de Kaderrichtlijn Water menselijke beïnvloeding van de waterkwaliteit wordt genoemd. Al meer dan tien jaar bestaat daarvoor het toetsingsmodel Tewor. Het werd in 1997 geactualiseerd. Recent is dit instrument opnieuw vernieuwd, waardoor het toepassingbereik is vergroot: nu voor zowel stilstaande als stromende wateren. Bovendien is Tewor onafhankelijk gemaakt van het simulatiemodel, waardoor het zowel onder Sobek als onder Duflow gelijke resultaten oplevert.

Bos, L.;
Boer en water op Texel : ruimte voor landbouw en water op Texel. (nl) CLM, 596 - 2003, CLM, Utrecht, 2003. 64 p
URL: http://www.clm.nl/publicaties/data/596.pdf

Bouwhuis, H.; Wagemaker, F.; Wondergem, P.; Wal, B. van der;
Handreiking ecologische effecten van hydromorfologische belastingen : beoordeling van belang in kader van KRW. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.40-41. 2 tab.
Ingrepen in de hydromorfologie hebben doorgaans grote invloed op de aard en ecologische toestand van waterlichamen. In de risico-analyse dienen deze ingrepen gescreend en beoordeeld te worden op hun bijdrage aan het niet kunnen bereiken van de doelstellingen kaderrichtlijn water. Dit vraagt specifieke kennis over het waterbeheer. Als hulpmiddel is daartoe een handreiking opgesteld; dit is een nadere uitwerking van de CRM-methode (Coördinatie-bureau voor de Rijn en Maas). [HAAFF]

Broseliske, G.H.; Verkerk, J.M.;
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). (nl)
In: Afvalwaterwetenschap 3(2004)2 p.103-130. 24 refs.
De Kaderrichtlijn Water (KRW) zal de komende jaren een grote invloed hebben op het waterbeheer binnen Europa. De KRW stelt een kader waarbinnen facetten van het waterbeheer integraal bekeken moeten worden. Dit geldt zowel voor oppervlaktewateren als voor grondwater. Typisch aspect is de stroomgebiedbenadering.

Burg, G. van den;
Morsingen binnenwateren : jaaroverzicht 2001 / Werkgroep Olie- en ChemicalienBestrijding (WOCB). ( nl)
Rijkswaterstaat, Haarlem, [2003]. [HAAFF 22/3299]

Claassen, T.; Thannhauser-Douwma, M.;
Waterkwaliteitsverbetering en natuurontwikkeling in De Deelen. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.18-22. figs.; ills.; tab.; 5 refs.
Het beheer van en waterkwaliteitsonderzoek in laagveenmoerasgebieden in Friesland kregen de afgelopen decennia veel aandacht vanwege de bijzondere natuurwaarden én vanwege de problemen in die gebieden, zoals eutrofiëring, verdroging en belasting met microverontreinigingen. Dat geldt ook voor De Deelen. Dit artikel geeft een overzicht van het waterkwaliteitsonderzoek in het licht van genoemde problemen en genomen herstelmaatregelen. [HAAFF]

Dignum, M.; Hofstra, J.; Wal, B. van der;
Fosfaatstatus van Loosdrechtse Plassen als monitoringsinstrument voor herstel. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.26-28. 3 fig., 7 refs.
De Universiteit van Amsterdam en het Centrum voor Limnologie in Nieuwersluis ontwikkelen een nieuwe methode voor het bepalen van de beschikbaarheid van fosfaat voor fytoplankton in meren waar de concentratie al zeer laag is. De techniek is in 2001 met succes toegepast in de Loosdrechtse Plassen. De toepassing werpt nieuw licht op de voedingstoestand in het meer, en daarmee is het mogelijk de effecten van herstelmaatregelen op de ontwikkeling van individuele fytoplanktonsoorten te kunnen volgen. In 2003 is daarom de methodiek opnieuw toegepast. [HAAFF]

Diuron in de Limburgse beken in de jaren 2001 en 2002. (nl) Waterschap Roer en Overmaas, Sittard , 2004. 49 bl
Het diurononderzoek heeft de volgende doelen: * Het achterhalen van de vrachten diuron die uit binnenlandse en buitenlandse bronnen op Limburgs “grondgebied” in de Maas terechtkomen; * Het globaal lokaliseren van de bronnen/brongebieden vandiuron; * Het volgen van de effecten van het gevoerde beleid met betrekking tot diuron. En als daarachter liggend doel: Het tot nul verminderen van de diuronbelasting van het oppervlaktewater in Limburg en de benedenstrooms gelegenoppervlaktewateren. [HAAFF 22/5793]
URL: http://library.wur.nl/ebooks/1722483.pdf

Dommering, A.; Otte, A.;
Ecologische niveaus regionale wateren 2002 ten behoeve van Water in Beeld 2004. (nl) Royal Haskoning, 's-Hertogenbosch, 2003. 18, [9] p
Jaarlijks geeft CIW in de Water in Beeld (WIB) rapportage de toestand van de Nederlandse oppervlaktewateren weer. Hierin is ook een paragraaf over de ecologische toestand van regionale wateren opgenomen. In dit rapport staat beschreven hoe de gegevens bij de regionale waterbeheerders zijn opgevraagd, hoe deze verwerkt zijn en welke conclusies hieruit getrokken kunnen worden. Ook wordt een aantal aanbevelingen gedaan over hoe tot de rapportage in komende jaren verder geoptimaliseerd kan worden. [HAAFF 22/5803]

Fellinger, M.; Streefkerk, J.;
Europese Kaderrichtlijn Water is ook van belang voor terreinbeheerders!. (nl)
In: Vakblad natuur bos landschap 1(2004)6/7 p.7-10.
Waterbeheerders zijn druk doende om de Europese Kaderrichtlijn Water in te voeren. Althans, de richtlijn bestaat al, maar er moet nu ook daadwerkelijk iets gaan veranderen. Zoals ook uit andere richtlijnen blijkt, dat 'Brussel' het serieus meent. Ook terreinbeheerders zullen hun aandeel moeten leveren. Dit artikel geeft de hoofdlijnen weer. Het geeft ook de visie van zowel IPO als de Unie van Waterschappen op de EKW. [HAAFF]

Geelen, T.H.L.; Thannhauser-Douwma, M.;
Overzicht van waterkwaliteitsonderzoek in De Deelen in de periode 1987-2003. (nl) Wetterskip Fryslân, Leeuwarden, 2003. 1 dl. (verschillende pagineringen)
Het beheer van en waterkwaliteitsonderzoek in laagveenmoerasgebieden in Friesland hebben de afgelopen decennia veel aandacht gekregen, enerzijds vanwege de bijzondere (natuur)waarden en de daarbij aansluitende functietoekenning van die gebieden, anderzijds vanwege de problemen, zoals eutrofiëring, verdroging en belasting met microverontreinigingen, waarmee deze gebieden te kampen hebben. Dat geldt ook voor De Deelen. Dit rapport geeft een beknopt overzicht van het verrichte waterkwaliteitsonderzoek in het licht van genoemde milieuthema's en genomen herstelmaatregelen. [HAAFF 22/3535(2003-9)]

Gewässergüte Deutsch - Niederländischer Grenzgewässer = Waterkwaliteit Duits - Nederlandse grenswateren Nordrhein-Westfalen Limburg 2000-2001. (nl)
Waterschap Roer en Overmaas, Sittard, 2004. [HAAFF 22/2613] [HAAFF DISK 382]
URL: http://library.wur.nl/ebooks/83339_2000-2001.pdf

Hal, M. van; Lürling, M.;
' Duikers in de mist' : wetenschappelijk onderzoek naar de mate van doorzicht rondom onderwaterhuis 'Aquavilla' in een diepe duikplas. (nl) Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR, 195, Wetenschapswinkel Wageningen UR, Wageningen, 2004. 110 p
Veiligheid staat bij Duikteam De Kaaiman hoog in het vaandel. Duiken in troebel water kan gevaarlijk zijn en is dus ongewenst. Ook verhoogt helder water het duikgenot. In het meer de Berendonck bij Wijchen, de vaste duikstek van De Kaaiman, ligt op een diepte van 17 meter een onderwaterhuis. Vooral rondom dit huis is sprake van slecht zicht. Waardoor komt dit en wat is er aan te doen?. [HAAFF 22/5778]
URL: http://www.wur.nl/wewi/195.pdf

Hoekstra, J.R.; Bos, L.;
Planologische consequenties en planschade bij waterberging in het landelijk gebied. (nl) CLM, 583 - 2003, CLM, Utrecht, 2003. 35 p
URL: http://www.clm.nl/publicaties/data/583.pdf

Hoogenboezem, W.; Wagenvoort, A.J.; Blaauboer, K.;
The occurrence of toxic cyanobacteria : in some Dutch surface waters used for the production of drinking water. (en) RIWA, Nieuwegein, 2004. 52 p
A short survey of the history of cyanotoxin research is given as an introduction to the present study. The possible occurrence of cyanobacteria containing cyanotoxins in surface waters used for drinking water production in the Netherlands initiated this RIWA-study. Water samples (135) collected at various locations near drinking water utilities were fortnightly taken in the period May - September 2000. Based on the phytoplankton composition 71 of these samples were analysed for the present of microcystin, and 40 samples were analysed for the presence of anatoxin. [HAAFF 22/5798]
URL: http://www.riwa.org/pdf.php?pdf=012cyanotox.pdf

Jaarverslag waterkwantiteit en waterkwaliteit 2003 / Waterschap De Dommel. (nl)
Waterschap De Dommel, Boxtel, 2004. [HAAFF 22/5607]

Jurgens, E.;
Nutriëntenretentie in oppervlaktewater. (nl) [s.n.], [s.l.], 2003. 92 bl
Doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een (aanzet tot een) methode voor het schatten van retentiefactoren op het niveau van een watergang en op het niveau van een gebied, gerelateerd aan gebiedskenmerken. Dit werd beperkt tot landbouw- en natuurgebieden waar kleine watersystemen als sloten en beken voorkwamen. Aanleiding hiervoor was dat gebruikers van het Waternood instrumentarium van Stowa geen ondersteuning hadden bij het schatten van retentiefactoren voor de module waterkwaliteit. De opzet van dit onderzoek bestond uit twee onderdelen. Allereerst is door middel van literatuuronderzoek ingegaan op de achtergrond van nutriëntenretentie en zijn reeds bepaalde retentiefactoren verzameld. Het tweede gedeelte bestond uit veldmetingen om de retentie in watergangen te bepalen, uitgevoerd in de lente in Dalmsholte (waterschap Groot Salland) en in de zomer in de Vierakkerse Laak en de Eefse Beek (waterschap Rijn en IJssel). Vervolgens is nagegaan wat de mogelijkheden en de problemen zijn bij het bepalen van een retentiefactor op gebiedsniveau. [HAAFF 20/287(2003-024)]

Kamps, D.; Enserink, B.; Slinger, J.;
Participatie bij langetermijnvisie Schelde: lessen voor de Kaderrrichtlijn Water. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.22-24. ill.; 5 refs.
Actieve betrokkenheid van belanghebbenden bij de totstandkoming van de plannen is een vereiste van de Kaderrichtlijn Water, met als doel 'een gevoel van' gedeelde verantwoordelijkheid voor de implementatie. Het actief betrekken van het publiek en belanghebbenden bij het waterbeleid vraagt om goede procesbegeleiding, tijd en energie. De langetermijnvisie voor het Schelde-estuarium wordt in dit artikel gepresenteerd als een goed voorbeeld van participatief rivierbeheer binnen de Europese Unie. De afwezigheid van een aantal partijen betekende echter dat een aantal onderwerpen niet aan bod kon komen en door opgelegde beperkingen qua tijd en randvoorwaarden kwamen zelfs zaken als de waterkwaliteit, waarvoor de deskundigheid wel aanwezig was, niet op de agenda. Wat is van deze ervaring te leren voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water?. [HAAFF]

Keijts, B.;
Met het water naar Brussel : interview. (nl)
In: Land + water 44(2004)6/7 p.14-15.
In het kader van harmonisatie van het waterbeleid is de Europese Kaderrichtlijn Water tot stand gekomen en sinds december 2000 van kracht. Stowa's onderzoekscoördinator Bas van der Wal geeft aan wat er in Nederland nog voor de richtlijn moet gebeuren en dringt aan op haast en daden, want in 2015 moeten de lidstaten een goede waterkwaliteit behaald hebben.

Keijts, B.;
Van te veel poep krijgen zwemmers diarree. (nl)
In: Land + water 44(2004)8 p.12-13.
N.a.v. de berichten van de ANWB, als zou de waterkwaliteit van zwemplaatsen voor de kust van Scheveningen en Katwijk slecht zijn, stelt een watermicrobiologe van RIVM in een interview dat zwemplaatsen in de nabijheid van effluentlozingen of riooloverstorten om moeilijkheden vragen.

Kemmers, R.H.; Sival, F.P.;
Gevolgen van waterberging voor de natuur. (nl)
In: H twee O 37(2004)8 p.32-35. 2 fig., 13 refs., 2 tab.
Of waterberging te combineren is met natuur is niet zo makkelijk te beantwoorden. Om meer inzicht te krijsen in de gevolgen zijn de huidige praktijksituaties, waarbij regelmatig overstroming plaatsvindt, zeer nuttig, Maar ook experimenten geven veel inzicht in de gevolgen. De centrale vraag bij waterberging is wat het effect is op de groeicondities voor de doelvegetatie bepaald door de terreinbeheerder en provincies, beleidsmatig vastgesteld in de Ecologische Hoofdstructuur. Dit artikel beschrijft de ervaringen van langdurige overstroming door bevloeiing en een laboratoriumexperiment waarin bevloeiing werd gesimuleerd om meer inzicht te krijsen in de bodemprocessen. [HAAFF]

Knol, W.C.; Vermaat, J.; Griffioen, C.; Talsma, M.;
Mogelijke schade door waterberging op landbouwgrond. (nl)
In: H twee O 37(2004)8 p.36-38. ills.; tab.; 5 refs.
De implementatie van 'Waterbeheer 21e eeuw' richt zich momenteel vooral op de kwantitatieve aspecten van waterberging. Waar, wanneer, hoeveel en hoelang kan water worden geborgen? Aan de kwalitatieve effecten hiervan op gewassen, vee en productie-omstandigheden is tot nu toe nog weinig aandacht besteed. Vanuit de landbouw is aangedrongen op onderzoek naar de effecten van waterberging. In opdracht van de STOWA is binnen het regionale watersysteem verkend of waterberging op korte of langere termijn grote risico’s met zich mee brengt voor de landbouw. Feiten en ficties zijn zo goed mogelijk in beeld gebracht. De studie is uitgevoerd door Alterra, Plant Research International en Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) Lelystad. De resultaten zijn door het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Centrum voor Landbouw en Milieu in een kennistabel bijeengebracht. [HAAFF]

Lucassen, E.C.H.E.T.; Smolders, A.J.P.; Crommenacker, J. van de; Roelofs, J.G.M.;
Effects of stagnating sulphate-rich groundwater on the mobility of phosphate in freshwater wetlands: a field experiment. (en)
In: Archiv fuer Hydrobiologie 160(2004)1 p.117-131. 41 refs.
Water tables in the Netherlands have been greatly lowered in recent decades, largely in order to favour agricultural activities. Drought and increased nitrate (NO3-) leaching from agricultural land lead to oxidation of iron-sulphide (FeSx) in the subsoil, resulting in increased sulphate (SO42-) concentrations in the groundwater. In addition, increased atmospheric sulphur (S) deposition and leaching of SO42- from agricultural land have increased SO42- concentrations in the groundwater. Attempts to retain groundwater in desiccated wetlands by simply damming drainage ditches have resulted in greatly increased retention times of the water, die-back of the original vegetation and massive development of algae and lemnids in summer. In order to determine whether stagnation of SO42--rich groundwater plays an important role in eutrophication, nine bottomless enclosures were placed in the sediment of an open water body to block the supply of groundwater. Na2SO4 was added to three enclosures twice a year to simulate a minimised input of SO42--rich groundwater. In addition NaCl was added to three enclosures, while three enclosures were left untreated. (Pore) water quality and vegetation development were compared with those at seepage-fed sites outside the enclosures.
URL: http://dx.doi.org/10.1127/0003-9136/2004/0160-0117 (alleen toegankelijk voor Wageningen UR)

Lucassen, W.;
De Europese Kaderrichtlijn Water: het proces in Brussel [special Europese Kaderrichtlijn Water (EKRW)]. (nl)
In: Het waterschap 89(2004)10 [special] p.14-17. fig.; ills.
Dat het voor Nederland extra tijd en inspanning kost om nationale regelgeving in Europese regelgeving om te zetten, gaat in het geval van de Kaderrichtlijn niet op; dat zegt de Adjunctdirecteur Internationaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Meijer, F.; Jaarsma, M.; Loeve, R.; Droogers, P.;
Vasthouden van water met regelbare stuwen. (nl)
In: H twee O 37(2004)12 p.22-25. figs.; tab.
In gebieden met weinig mogelijkheden tot bergen zal het water vooral in de bodem vastgehouden moeten worden. Voor twee locaties in Flevoland is geanalyseerd wat de effecten zijn van het vasthouden van water met behulp van regelbare stuwen. Het blijkt dat de totale afvoer niet vermindert, maar dat piekafvoeren wel kunnen worden verminderd. Meer natschade of minder droogteschade treedt nauwelijks op. De resultaten tonen aan dat het oplossen van de wateropgave deels mogelijk is met de inzet van regelbare stuwen. [HAAFF]

Merkelbach, R.C.M.; Smidt, R.A.;
Emissie van bestrijdingsmiddelen naar oppervlaktewater in het beheersgebied van Waterschap Hunze en Aa's : achtergrondberekeningen en monitoringresultaten in het kader van de evaluatie Lozingsbesluit open teelt en veehouderij. (nl) Alterra-rapport, 980, Alterra, Wageningen, 2004. 53 p
In opdracht van Waterschap Hunze en Aa zijn de monitoringsresultaten over de periode 1998 t/m 2003 geinterpreteerd in het kader van de evaluatie van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV). De resultaten zijn vergeleken met modelberekeningen voor de jaren 2000 en 2002. Gebruikmakend van omzetcijfers uit 2000 en 2002 zijn een tweetal emissiescenario’s doorgerekend, die kortweg zijn genoemd: 0% LOTV en 90% LOTV. Voor beide jaren zijn alleen de twee belangrijkste emissieroutes gekwantificeerd: drift en laterale uitspoeling. Het rapport beschrijft de synthese van de meetuitkomsten in het licht van de modelberekeningen voor de belangrijkste werkzame stoffen. [HAAFF 32/476(980) 1e ex] [HAAFF 32/476(980) 2e ex] [ECLNV NL 02 / 980] [IAHL boeken 556.535.8 MERK]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport980.pdf

Mill, G. van; Matla, E.;
Invloed glastuinbouw op kwaliteit oppervlaktewater blijft beperkt. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.23-25. 2 fig., 3 refs.
In Noord-Brabant is via het project "tuinbouw en waterkwaliteit" onderzocht, hoe het oppervlaktewater in de onderzoeksgebieden (Heusden en Asten) verontreinigd wordt door de lokale (glas)tuinbouw en boomkwekerij. Het project werd uitgevoerd door Waterschappen De Maaskant, Aa, de GTD, Z LTO, en is financieel ondersteund door Nadere Uitwerking Brabant-Limburg (NUBL). [HAAFF]

Molen, D.T. van der;
Referenties en maatlatten voor rivieren ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water. (nl) STOWA rapport, 2003 W06, STOWA, Utrecht, 2003. 179 p
Dit rapport beschrijft de werkzaamheden van tientallen experts op het gebied van de aquatische ecologie. Deze experts hebben in opdracht van de werkgroep Doelstellingen Oppervlaktewater, één van de werkgroepen die de implementatie van de KRW voorbereid, de ecologische referenties beschreven van ruim 40 natuurlijke watertypen. Dit rapport bevat de beschrijving van een eerste tranche natuurlijke rivieren.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/themadownloads/mID_4890_cID_3880_ref-maatlat%20rivieren.PDF (versie 2 juli 2004)

Pieters, H.;
Biologische monitoring zoete rijkswateren: bioaccumulatie in aal en driehoeksmosselen : een evaluatie van 10 jaar monitoren (1992-2002). (nl) RIZA rapport, 2003.013, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA, [s.l.], 2003. 82 p
In 1992 is het biologische meetnet zoete rijkswateren van start gegaan. Onderdeel daarvan is het meten van interne concentraties van stoffen in organismen. Deze bioaccumulatiemetingen geven inzicht in de beschikbaarheid en mogelijke risico's van stoffen in de voedselketens. De metingen zijn verricht in driehoeksmosselen, die een bepaalde periode op een onderzoekslocatie zijn uitgehangen, en in aal, die op de onderzoekslocatie zelf is bemonsterd. De organismen zijn geanalyseerd op de metalen, kwik en cadmium, polychloorbifenylen (PCB's) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB's). Gegevens van driehoeksmosselen zijn één keer per vier jaar in verschillende watersystemen bepaald. In aal is jaarlijks op alle locaties gemeten. [HAAFF]
URL: http://www.riza.nl/publicaties/riza_rapporten/pdf_rapport/rr_2003_013.pdf

Pollux, B.J.A.; Pollux, P.M.J.;
Vis- en vogelsterfte door blauwalgen in de Romeinenweerd. (nl)
In: Natuurhistorisch maandblad 93(2004)6 p.207-209. 3 fig., 9 refs., 2 tab., samenvatting (en).
Gedurende zonnige en warme zomers kunnen, vooral in ondiepe, stilstaande en voedselrijke wateren, algenplagen ontstaan. Wateren die geplaagd worden door een blauwalgenbloei worden vaak gekenmerkt door een typische groene waterkleur, in het water zwevende algenbolletjes, blauw schuim op het water, blauwe aanslag op de oevers, een drijflaag (verhoogde concentratie van cellen aan wateroppervlakte) die zich kan ophopen aan de oevers, stank en eventueel diersterfte. In dit artikel beschrijven we het verloop van de vis- en vogelsterfte ten gevolge van een blauwalgenbloei in een van de overstromingsplassen in de Romeinenweerd. [HAAFF]

Pragmatische implementatie Europese Kaderrichtlijn Water in Nederland : van beelden naar betekenis. (nl) [Projectgroep Implementatie Kaderrichtlijn Water], [Lelystad], 2004. 25 p
In de notitie geeft de regering haar ambities aan over de toekomstige implementatie van de KRW. Sinds 2000 is de KRW als Europese richtlijn van kracht. Deze richtlijn eist van de Europese lidstaten dat zij de kwaliteit van hun oppervlaktewater op orde brengen. Dit moet gebeuren op stroomgebiedsniveau, dus in samenwerking met onze buurlanden bovenstrooms gelegen aan de Schelde, Maas, Rijn en Eems. Voor de Nederlandse regering is het van wezenlijk belang dat uitgegaan wordt van een pragmatisch en haalbaar ambitieniveau. Door onze geografische ligging als ‘afvoerputje van Europa’ is het voor ons land bijna onmogelijk aan de hoogste standaarden te voldoen. Het staat buiten twijfel dat de uitvoering van de KRW in Nederland een zware opgave is.
URL: http://www.kaderrichtlijnwater.nl/import/AAAMBI4.DOC (Word document)

Rampenbeheersingsstrategie overstromingen Rijn en Maas : reacties op het advies van de Commissie Noodoverloopgebieden. (nl) Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Den Haag, 2003. 32 p
In dit Kabinetsstandpunt Rampenbeheersingsstrategie overstromingen Rijn en Maas geeft het Kabinet aan, welke strategie zij wil volgen om te anticiperen op mogelijke overstromingen van Rijn en Maas en welke vervolgacties ondernomen dienen te worden om deze strategie te kunnen uitvoeren. [HAAFF 22/5790] [RLG 4wa 03-27] [ECLNV B2 / 705] [LEI BR 1763] [HAAFF Tx Rapport nr. T-737 ] [DLGGRO WAT ALG 84]
URL: http://www.minvenw.nl/dgw/projecten/noodoverloop/uploads/kabinetsstandpunt.pdf

Recirculeren van spoelwater : gevolgen voor de microbiologische kwaliteit van consumptiegewassen. (nl) Commissie Integraal Waterbeheer, [Den Haag], 2003. 88 p
Het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) en het Besluit glastuinbouw bevatten voorschriften die onder andere ten doel hebben een beperking van de emissies van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten naar oppervlaktewater te bewerkstelligen. In beide besluiten zijn eisen opgenomen voor het hergebruik van spoelwater, dat vrijkomt bij het spoelen en wassen van consumptiegewassen. De gevolgen van deze hergebruikverplichting op de microbiologische productkwaliteit zijn onvoldoende bekend. Aan de Commissie Integraal Waterbeheer is gevraagd om landelijke aanbevelingen op te stellen voor de wijze van omgang met de recirculatieverplichting voor de primaire sector. [HAAFF 22/3230(2003-3)]
URL: http://www.ciw.nl/documenten/wg4/Recirculeren_van_spoelwater.pdf

Referenties en maatlatten voor meren ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water. (nl) STOWA rapport, 2003 W05, STOWA, Utrecht, 2003. 173 p
In dit rapport zijn de KRW watertypen aan de Natuurdoeltypen gekoppeld en zijn relevante delen van de tekst van het Handboek Natuurdoeltypen en het daaraan ten grondslag liggende Aquatische Supplement overgenomen. Deze algemene beschrijvingisaangevuld met specifieke informatie voor de abiotiek en relevante biologische kwaliteitselementen. Vervolgens zijn hieruit indicatoren afgeleid, gekwantificeerd en geschaald in een aantal deelmaatlatten. Tenslotte zijn de deelmaatlatten gecombineerdtoteen maatlat per biologisch kwaliteitselement. Het rapport bevat derhalve een kwantitatieve beschrijving van de biologische kwaliteitselementen voor de referentietoestand van de natuurlijke typen meren en een bijbehorende maatlat in 5 klassen. Daarnaastiseen kwantitatieve invulling gegeven voor algemene fysisch-chemische en hydromorfologische kwaliteitselementen voor de referentietoestand.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/themadownloads/mID_4890_cID_3880_Ref-maatlatten%20meren.PDF (versie 2 juli 2004)

Referenties en maatlatten voor overgangs- en kustwateren ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water. (nl) STOWA rapport, 2003 W07, STOWA, Utrecht, 2003. 73 p
Dit rapport beschrijft de werkzaamheden van tientallen experts op het gebied van de aquatische ecologie. Deze experts hebben in opdracht van de werkgroep Doelstellingen Oppervlaktewater, één van de werkgroepen die de implementatie van de KRW voorbereid, de ecologische referenties beschreven van ruim 40 natuurlijke watertypen. Dit rapport bevat de beschrijving van een eerste tranche natuurlijke overgangs- en kustwateren.
URL: http://www.stowa.nl/uploads/themadownloads/mID_4890_cID_3880_Ref-Maatlat%20O&Kwateren%20juli%202004.pdf (versie 2 juli 2004)

Rienks, W.A.; Gerritsen, A.L.; Meulenkamp, W.H.H.; Ottburg, F.G.W.A.; Schouwenberg, E.P.A.G.; Akker, J.J.H. van den; Hendriks, R.F.A.;
Veenweidegebied in Fryslân : de effecten van vier peilstrategieën. (nl) Alterra-rapport, 989, Alterra, Wageningen, 2004. 56 p Bijl. (130 p.).
De gevolgen van diverse polderpeilen zijn beoordeeld op: 1) bodemdaling en grondwaterstand; 2) waterkwantiteit; 3) waterkwaliteit; 4) uitstoot broeikasgassen 5) landschap, cultuurhistorie, archeologische waarden; 6) natuur; 7) visstand; 8) landbouw en grondwaterstand; 9) recreatie; 10) kosten en baten. [HAAFF 1e ex] [HAAFF 1e ex] [HAAFF 2e ex] [HAAFF 2e ex] [ECLNV NL 02 / 989] [ECLNV NL 02 / 989 bijl.]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport989.pdf

Roelevink, A.; Arts, M.; Torfs, P.J.J.F.; Kabout, J.;
Reductie van hoogwatergolf door regionale waterberging : voorstel provincie Gelderland om instroom IJssel met kwart te verminderen. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.48-49. figs.
De provincie Gelderland heeft voorgesteld om de zijdelingse toestromen richting de IJssel te reduceren met 25 procent door realisatie van regionale waterberging. Dit met het oog op de verwachting dat de maatgevende afvoer op de IJssel zal oplopen als gevolg van toenemende hoeveelheden neerslag. Door lokale of regionale waterberging moet de hoogwatergolf op de IJssel worden ontlast. Maar wat is de invloed van de zijrivieren op de IJssel? Aan de Universiteit van Wageningen is onderzoek verricht samen met Royal Haskoning, RIZA en de waterschappen Veluwe en Rijn en IJssel naar de mogelijkheden van reductie van de hoogwatergolf op de IJssel voor het traject Arnhem-Zwolle. Hierbij zijn maatregelen onderzocht die gericht zijn op de zijrivieren. Het onderzoek is daarmee ook relevant in het kader van de discussie rondom de zogeheten blauwe knooppunten, de belangrijkste uitwisselingspunten tussen het hoofd- en regionaal watersysteem. [HAAFF]

Ruiter, H.; Rijs, G.; Jacobs-Reitsma, W.F.; Leenen, I.;
Campylobacter in zwemwater en mogelijke emissiebronnen. (nl)
In: H twee O 37(2004)12 p.19-21. tabs.; 5 refs.
Campylobacter vormt samen met Salmonella en Shigella één van de belangrijkste bacteriële ziekteverwekkers van het maagdarmkanaal bij de mens. De bacterie Campylobacter komt voor bij eenden, meeuwen, kippen en kalkoenen, maar is ook aanwezig in koeien, varkens en schapen. Al deze dieren zijn drager, maar worden er zelf niet ziek van. Infecties met Campylobacter leiden in Nederland jaarlijks tot circa honderdduizend gevallen van maagdarmstoornissen en enkele duizenden gevallen van reactieve artritis (spierontsteking). De infectieuze dosis is laag en de besmetting vindt doorgaans plaats via de fecaal-orale route. Uit een inventariserend onderzoek blijkt dat naast de algemeen bekende besmettingsroute via voedsel (voornamelijk pluimveevlees) ook verontreinigd zwemwater een besmettingsbron kan vormen.

Schoumans, O.F.; Renaud, L.; Oosterom, H.P.; Groenendijk, P.;
Lot van het fosfaatoverschot. (nl) Alterra-rapport, 730.5, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 45 p
Teneinde inzicht te verschaffen in het lot van het fosfaatoverschot en de factoren die de fosfaatbelasting van het oppervlaktewater beïnvloeden, is een analyse uitgevoerd op de uitkomsten van modelberekeningen met het STONE-instrumentarium. Dit instrumentarium wordt voor beleidsevaluaties ingezet om op landelijke schaal berekeningen uit te voeren van het effect van het mestbeleid op de landbouwemissies naar het grond- en oppervlaktewater. De in deze studie uitgevoerde analyse heeft betrekking op de rekenperiode 1986-2000. Ruwweg 95% van het fosfaatoverschot hoopt zich in de bovengrond van landbouwgronden op, waarvan 85% in minerale vorm en 15% in organische vorm. De netto fosfaataanvoer via kwel bedraagt ca. 3%. Totaal spoelt ongeveer 8% van het netto fosfaatoverschot uit naar het oppervlaktewater. Dit komt gemiddeld overeen met 4% van de totale fosfaatgift. Deze waarden zijn gemiddelden voor het landbouwareaal in Nederland. De variatie tussen specifieke combinaties van grondsoort en gewas is echter groot. De organische fosfaatuitspoeling voor verschillende bodem-gewascombinaties wordt sterk bepaald door het weerjaar en de lokale hydrologische omstandigheden met het bijbehorende ontwateringspatroon. Voor de minerale fosfaatuitspoeling blijkt ook de mate van fosfaatverzadiging van de bovengrond nog een belangrijke factor te zijn. De bijdrage van de minerale fosfaatuitspoeling aan de totale fosfaatbelasting van het oppervlaktewater varieert tussen de 35 en 85%. [HAAFF 32/476(730.5) 1e ex.] [HAAFF 32/476(730.5) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 730.5]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport730.5.pdf

Tijsen, R.J.;
Zinkemissie uit zinken dakgoten : een praktijkonderzoek in Amsterdam Noord. (nl) DWR, Amsterdam, 2003. 22, [10] bl 1 CD-ROM.
De bemonstering van regenwater heeft plaatsgevonden in de periode van 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2002. De proefopstelling was opgebouwd aan de Heggerankweg in Amsterdam-Noord. Deze locatie is gekozen omdat hier gebruik kon worden gemaakt van twee identieke woonblokken met eenzelfde zinken dakgoot en de mogelijkheid een dakgoot bij één van de woonblokken te bekleden met EPDM-folie. De daken zijn gedekt met (ongeglazuurde) dakpannen. De woonblokken staan naast elkaar waardoor de dakgoten gelijk op de wind georiënteerd zijn. [HAAFF 22/5796] [HAAFF DISK 397]

Twisk, W.; Mulder, J.W.; Horst, K. van der; Minkelis, J. van de;
Een kwart eeuw waterkwaliteitsbeheer in Zuid-Holland zuid : rapportage van Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden over het bewaken en verbeteren van het oppervlaktewater. (nl) Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden, Dordrecht, 2004. 108 p Samenvatting (23 p.) + 1 CD-ROM.
Het rapport bestaat uit drie delen. Het hoofdrapport ‘Waterkwaliteit en waterkwaliteitsbeheer’ beschrijft in algemene termen de inspanningen van Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden om helder en schoon oppervlaktewater te krijgen en te houden. Ook komen in dit deel de ontwikkeling van de waterkwaliteit en de toekomstvisie aan de orde. Deel 2 gaat dieper in op het zuiveringsbeheer, met aandacht voor zuiveringstechnieken, de ontwikkelingen in wet- en regelgeving, en de resultaten van het zuiveringsbeheer. Ten slotte in deel 3, met een uiteenzetting van het verlenen en handhaven van vergunningen. Ook andere instrumenten voor het beheersen en voorkomen van lozingen komen aan de orde. [HAAFF 22/5808] [HAAFF DISK 403]

Uitvoerbaarheidstoets nieuwe EU-Zwemwaterrichtlijn. (nl) Unie van Waterschappen, Den Haag, 2003. 47 p
In oktober 2002 heeft de Europese Commissie een voorstel voor de nieuwe EU-zwemwaterrichtlijn gepubliceerd. De waterschappen hebben een belangrijke taak bij de uitvoering van de huidige en toekomstige zwemwaterrichtlijn. De Unie van Waterschappen heeft een uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd ten aanzien van het voorstel voor de nieuwe EU–Zwemwaterrichtlijn (oktober 2002). De resultaten van deze uitvoerbaarheidstoets zijn in dit rapport opgenomen. In het onderzoek is gekeken naar de huidige wettelijke taken van de waterschappen; de uitvoerbaarheid van de huidige richtlijn; de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de nieuwe richtlijn; en de financiële en personele consequenties voor de waterschappen. Tot slot worden oplossingsrichtingen geschetst om te komen tot een betere uitvoerbaarheid.
URL: http://www.uvw.nl/content/TRIBAL_tsShop/files/93_zwemwater.pdf

Vos, J.A. de;
Effecten van peilbeheer in de polders Zegveld en Oud-Kamerik op de nat- en droogteschade in de landbouw. (nl) Alterra-rapport, 987, Alterra, Wageningen, Netherlands, 2004. 77 p
Voor een toekomstgericht melkveebedrijf in het veenweidegebied is met het nieuwe Waterpas-BBPR-model berekend wat de bedrijfeconomische gevolgen zijn van een oppervlaktewaterpeilverhoging. Modelresultaten voor hydrologie en graslandgebruik komen goed overeen met meetgegevens en praktijkgegevens voor het proefbedrijf Zegveld. Opvallend is dat een gemiddelde infiltratie vanuit het oppervlaktewater van 140 mm/jaar wordt berekend, wat wordt bevestigd door eerdere experimenten. Bij een slootwaterpeilverhoging van 60 naar 40 cm –mv neemt volgens het Waterpas-BBPR-model het netto bedrijfsresultaat af met 222 euro/ha/jaar. De HELP-tabel (Brouwer-Huinink-versie) geeft 186 euro/ha/jaar opbrengstderving en benadert daarmee financieel gezien de modelberekeningen redelijk. Echter bij vergelijking met melkveebedrijven op kleigrond blijkt de HELP-tabel minder opbrengstderving te berekenen dan het Waterpas-BBPR-model. De resultaten van het integrale Waterpas-BBPR-model laten zien dat een analyse op bedrijfsschaal noodzakelijk is en dat meer transparante, realistische resultaten worden verkregen dan met de HELP-systematiek. [HAAFF 32/476(987) 1e ex.] [HAAFF 32/476(987) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 987]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport987.pdf

Vries, P. de;
De Kaderrichtlijn Water [special Europese Kaderrichtlijn Water (EKRW)]. (nl)
In: Het waterschap 89(2004)10 [special] p.8-9. ill.
De richtlijn is er op gericht om in 2015 een goede ecologische en een goede chemische toestand in het oppervlaktewater te bereiken. In het grondwater moet in 2015 sprake zijn van een goede chemische en een goede kwantitatieve toestand. De Kaderrichtlijn stelt ook doelstellingen voor de zogenoemde beschermde gebieden. Dit zijn gebieden die nu reeds beschermd worden door Europese wetgeving (bijvoorbeeld gebieden voor onttrekking drinkwater, schelpdierwater, zwemwaterlocaties en Vogel- en Habitatrichtlijngebieden).

Water in cijfers 2003 : achtergrondinformatie over het waterbeheer in Nederland. (nl)
CIW, Den Haag, 2004.
Water in Cijfers 2004 bevat een groot aantal actuele gegevens over het waterbeheer in Nederland. Die gegevens betreffen vooral de stand van zaken en de kwaliteit van de watersystemen, zowel van de rijkswateren als van de regionale wateren. Onder de kwaliteit van watersystemen wordt niet alleen de chemische kwaliteit verstaan (zware metalen, nitraten, fosfaten, pesticiden en dergelijke), maar ook de biologische kwaliteit en de stand van zaken met betrekking tot de inrichting van de watersystemen. [HAAFF 22/178(3VA-2004)]
URL: http://www.waterincijfers.nl/wic2003/

Weber, A.; Smit, M.G.D.;
Waterzuivering door driehoeksmosselen (Dreissena polymorpha) in het Volkerak-Zoommeer: de inzet van een mosselfilter in de Steenbergse Vliet. (nl) TNO-rapport, R 2004/051, TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie, Apeldoorn, 2004. 118 p
Driehoeksmosselen (Dreissena polymorpha) filteren gesuspendeerde deeltjes uit het water. De onverteerbare deeltjes worden verwerkt tot feces die worden uitgestoten om vervolgens te bezinken. Bij ongeschikt voedsel worden pseudofeces geproduceerd die evenals de feces bezinken. Op deze manier zorgen Driehoeksmosselen voor een netto verwijdering van deeltjes uit de waterkolom. Hoewel onderzoek naar de rol van de Driehoeksmossel in het waterkwaliteitsbeheer nog altijd in volle gang is, zijn er tot op heden geen mogelijkheden onderzocht om Driehoeksmosselen in te zetten in een technisch waterfilter ter bestrijding van eutrofiëring in het Volkerak-Zoommeer. Door een dergelijk filter te installeren in de riviertjes die water toevoeren naar het VolkerakZoommeer zou de belasting met nutriënten van dit systeem gereduceerd kunnen worden. Om de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken en om het effect van een dergelijk filter op de waterkwaliteit te bepalen is door TNO een driejarig onderzoeksprogramma uitgevoerd. [HAAFF 22/5805 ]

Willems, D.;
Biologische monitoring zoete rijkswateren: monitoring biologische kwaliteitselementen volgens de KRW : optimalisatie biologisch monitoringsprogramma: uitwerking voor de toestand- en trendmonitoring. (nl) RIZA rapport, 2004.006, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, RIZA Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling, Lelystad, 2004. 68 p
Het rapport beschrijft de uitwerking van de monitoringeisen van Europese Kaderrichtlijn Water en de betekenis voor het biologische monitoring programma van het RIZA (het MWTL-programma). Het rapport is begin 2004 afgerond; onderhand zijn verdere stappen gezet in het traject van de implementatie van de KRW zodat sommige zaken in het rapport weer enigszins ingehaald zijn (b .v. de toewijzing van waterlichamen). Dit doet niet af aan de waarde van de inhoi van het rapport : het rapport geeft een goed beeld op welke wijze RWS de monitorir in wil gaan vullen. Het is niet bedoeld als blauwdruk maar als voorbeeld voor uitwerking om uiteindelijk een geharmoniseerd monitoringprogramma in alle watere in Nederland te krijgen. [HAAFF 22/2532(2004.006)]
URL: http://www.riza.nl/publicaties/riza_rapporten/pdf_rapport/rr_2004_006.pdf

Winden, A. van; Overmars, W.; Braakhekke, W.;
Storing water near the source : natuurlijke waterberging in de middelgebergten in het stroomgebied van Maas en Rijn : minder wateroverlast bij hoog water, meer water in droge tijden. (en) Stroming, Nijmegen, Netherlands, 2004. 16 p
Much can be done in the lower areas of the catchment, but what prospects are there for water storage upstream, closer to the source? In a separate monograph, Bergen bij de Bron (2003) [Storing Water near the Source] the authors tried to find an answer to these questions based on their own research in various catchment areas, but especially in those of the Rhine and the Meuse carried out in 2001 and 2002. However, visits to other catchments revealed that the principles can be applied even there. Their research focussed on the following five questions: 1 what are the main principles for Storing Water near the Source, 2 what measures are involved, 3 where can these measures be taken, 4 does 'Storing Water near the Source' produce the desired results, and 5 how to finance and realise it? This abridged version is a brief discussion on these aspects; more details can be found in the main report. [HAAFF 22/5785]
URL: http://www.arknature.org/ark-plannen/beek/str-berging/bergen%20kort.pdf

Wolters, H.; Hebbink, A.; Stegge, C. aan de;
Dubbele berging: mogelijk, gewenst? : mogelijkheden van gebruik van bergingsgebieden voor zowel hoofd- als regionaal systeem. (nl) RIZA rapport, 2004.007, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, RIZA Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling , Lelystad, 2004. 58 p
Begin 2003 is uit een inventarisatie van het RIZA gebleken dat er sprake is van overlap tussen ruimteclaims voor berging vanuit het hoofdsysteem en het regionaal systeem (RIZA werkdocument 2003.037X). In onderliggende rapportage zijn de mogelijkheden onderzocht voor het gebruik van bergingsgebieden voor water vanuit zowel het hoofdsysteem als het regionaal systeem. Uit de verkenning blijkt dat er vanuit hydrologisch oogpunt geen bezwaren zijn tegen het combineren van berging vanuit zowel het hoofdsysteem als het regionaal systeem. Het lijkt wenselijk om het combineren na te streven, omdat daarmee in totaal met een kleinere ruimteclaim kan worden volstaan dan wanneer de bergingsruimte voor beide systemen gescheiden wordt gezocht en ingericht. [HAAFF 22/2532(2004.007)]
URL: http://www.riza.nl/publicaties/riza_rapporten/pdf_rapport/rr_2004_007.pdf

Zwart, D. de;
Ecological effects of pesticide use in the Netherlands : modeled and observed effects in the field ditch. ( en) RIVM report, 500002003/2003, RIVM, Bilthoven, Netherlands, 2003. 50 p
Dit rapport behandelt een nieuwe methode voor het berekenen van het ecologische risico in kavelsloten dat wordt veroorzaakt door het gebruik van een groot aantal bestrijdingsmiddelen (261) in Nederland voor het jaar 1998. De gehele berekening is terug te voeren op een GIS-kaart van het agrarisch landgebruik, waarbij 51 verschillende teelten worden onderscheiden.
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500002003.pdf

WATERSYSTEEM - Waterbodem

Alma, C.;
Grote schoonmaak Groningse wateren. (nl)
In: Noorderbreedte 28(2004)2 p.26-29. ills.
Verslag van de aanpak, planning en voortgang van een groot baggerproject in de stad Groningen, de verwijdering van 380.000 kubieke meter vervuild baggerslib en puin uit de stadswateren van Groningen in de periode 2001-2006. Op de bodem van deze wateren bevindt zich een keur aan historische verontreinigingen, van kwik en asbest tot grof vuil en een enkel explosief, wat voor de nodige complicaties en vertraging zorgt bij de uitvoering. Ook woonschepen vormen een obstakel. [HAAFF]
URL: http://www.noorderbreedte.nl/artikel/04-2-4.htm

Bolwidt, L.; Alphen, J. van;
Studie geeft Rijkswaterstaat grip op zandbalans Rijn. (nl)
In: Land + water 44(2004)8 p.24-25. 4 afb.
Om meer inzicht te krijgen in de bodemdynamiek van de Rijntakken heeft RIZA onderzoek gedaan naar zand- en slibtransporten.

Bos, S.C.; Westerhof, J.T.E.; Vries, P. de[et al.];
Bellenschermen bij precisiebaggerwerk. (nl)
In: Neerslag 39(2004)3 p.25-29. ills.
Eind augustus 2003 woedde er een grote brand bij Vredestein Banden B.V. in Enschede. De ruimte waar de grondstoffen voor de bandenproductie lagen opgeslagen, ging in vlammen op. Vlak naast het Twenthekanaal. Om de brand te kunnen blussen zijn ondermeer crashtenders van de vliegbasis Twente ingezet. Het bluswater is voor een groot deel uit het Twenthekanaal gehaald en is daar ook voor een deel weer in teruggestroomd. Het water, dat terugstroomde bevatte echter ook verontreinigingen, die dus ook in het Twenthekanaal terecht zijn gekomen. Hierdoor is een verontreiniging ontstaan van het water, de zwevende delen en de waterbodem. Rijkswaterstaat heeft als beheerder van het kanaal aangeven dat de ontstane verontreiniging van het Twenthekanaal als gevolg van de brand zo snel mogelijk moest worden opgeruimd. Een klus, die op het eerste oog niet al te ingewikkeld lijkt, maar toch zeer complex is geweest. Het gaat niet om hele grote hoeveelheden bagger, maar wel om een heel nauwkeurige methode van uitvoer en beheersing tijdens de baggerwerkzaamheden. Kunnen aannemers op de cm nauwkeurig baggeren? En hoe houd je de situatie in een kanaal beheersbaar tijdens de baggerwerkzaamheden? In dit artikel willen we kort ingaan op deze twee vragen.
URL: http://www.neerslag-magazine.nl/artikel.asp?key=319

Cornelissen, G.; Kamerling, G.E.;
Ecotoxicologische risico's en water-bodem-normen : wat anders?!. (nl) AKWA-rapport, nr. 03-006, AKWA, Utrecht, 2003. 2 dl. in 1 bd. (226 p.) [HAAFF 22/4903(03.006)]

Grinten, E. van der;
Dynamic species interactions in phototrophic biofilms. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. 149 p
This thesis focuses on the microalgal communities colonizing the dynamic floodplain sediments of the River Rhine and explores the mechanisms that determine their species composition. This thesis aims to: describe selective effects of environmental variables on consortia of benthic algal species in periodically disturbed sediments, analyze selection of species in synthetic consortia composed of isolates of benthic microalgae, and *explore the collective effect of environmental variables, biotic interactions between different species, and periodic habitat disturbance on species composition. [HAAFF 20/288]

Haas, E.M. de;
Persistence of benthic invertebrates in polluted sediments. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. 135 p
This thesis aims to explain the persistence of benthic invertebrate species in polluted sediments. The objectives of the present thesis are: (1) To analyze the responses of two different model species to combinations of food quality and sediment-bound toxicants in laboratory bioassays. (2) To analyze the impact of biotic interactions on the performance of these model species in polluted sediments. (3) To compare the persistence of invertebrate species in polluted sediments in the field with responses of a model species under defined and natural conditions. [HAAFF 39/1021]

Klis, H. van der;
Omgaan met onzekerheid in riviermorfologische modellen. (nl)
In: Asselt, M. van[red.];
Niet bang voor onzekerheid. Voorstudies en achtergronden / RMNO, V.01, Lemma, Utrecht, 2003. p.87-104. 15 refs.
Bespreking van de hoofdlijnen uit het proefschrift van de auteur (Delft, 2003). Waarbij uitgelegd wordt hoe het onderwerp past binnen het kader van maatschappelijke discussies en beleidsvraagstukken. [HAAFF]
URL: http://www.rmno.nl/pdf/onzekerheid%20drukklaar%20hr.pdf

Kool, A.; Ruiter, H.R.G. de; Leendertse, P.C.;
Monitoring van bestrijdingsmiddelen in Zeeland. ( nl) [Pesticide monitoring in the province of Zeeland] CLM, 555-2003, CLM, Utrecht, 2003. 56 p
URL: http://www.clm.nl/publicaties/data/555.pdf

WATERSYSTEEM - Ecologie

Bartholomeus, R.; Dongen, R. van; Louw, P. de;
Onderzoek naar kwelafhankelijke vegetatie in beekdal het Merkske. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.27-30. figs.; ills.; tab.; 5 refs.
Op regionale schaal is het vaak bekend of kwel in een beekdal optreedt of niet. Voor de kwelafhankelijke vegetatie is het echter van belang dat kwelwater ook daadwerkelijk in de wortelzone terecht komt of dit gebeurt hangt af van een groot aantal lokale factoren die in het veld moeten worden onderzocht. Eén van de meest zinvolle metingen is de bepaling van de bodem-pH op verschillende diepten. Dit geeft op eenvoudige wijze een goed beeld van de invloed van kwel in de wortelzone. [HAAFF]

Boudewijn, T.J.; Dam, E.M. van; Ridder, R.P. de;
Sliedrechtse Biesbosch op de schop!. (nl)
In: De levende natuur 105(2004)3 p.87-92. 6 fig., 9 refs., samenvatting (en).
Met de afsluiting van het Haringvliet is de getijslag, de drijvende kracht van het zoetwatergetijdengebied, in de achterliggende Biesbosch sterk verminderd; deze bedraagt momenteel nog 0,55 m. Tegelijkertijd, nam als gevolg van de hoge rivierstanden in 1993 en 1995 de vraag naar klei toe ten behoeve van dijkverzwaring. De combinatie van kleiwinning met natuurontwikkeling bood de mogelijkheid om in de Sliedrechtse Biesbosch nieuw zoetwatergetijdengebied te realiseren. . [HAAFF]

Boudewijn, T.J.;
Verontreinigingen in Maasuiterwaarden: blootstelling en belasting van dassen = Pollution in the floodplains of the Meuse: exposure and contamination of badgers = Pollutions dans le lit majeur de la Meuse: exposition et pollution interne de blaireaux. (nl) Reports of the project: 'Ecological rehabilitation of the river Meuse', no. 38, Bureau Waardenburg, Culemborg , 2003. 153, [27] p
Gedurende 3 jaar is onderzoek gedaan aan de effecten van verontreiniging in Maasuiterwaarden op Dassen. Onderliggende vraagstelling was in hoeverre de huidige mate van verontreiniging in het winterbed van de Maas een beperking vormt voor natuurontwikkeling en op welke wijze hier eventueel rekening mee gehouden kan worden in beheer en inrichting. Als indicator is hiervoor de Das gekozen omdat bekend is dat deze soort in potentie een zeer groot risico loopt. Het onderzoek is gestart in 2001 met een literatuurstudie. Op basis van deze studie is het vervolgonderzoek ingezet dat in dit rapport wordt beschreven. Hiermee is een goede basis gelegd voor afstemming van beheer en inrichting op risico's voor doorvergirtiging voor (hogere) organismen in het winterbed van de Maas. [HAAFF 22/2731(M38)]

Coops, H.; Vulink, J.T.; Nes, E.H. van;
Managed water levels and the expansion of emergent vegetation along a lakeshore. (en)
In: Limnologica 34(2004)1/2 p.57-64. 21 refs.
Water-level fluctuations may be used to promote the expansion of emergent vegetation along lakeshores. The authors present the case of the lake Volkerak-Zoommeer in the Netherlands, a freshwater lake created in 1987 after the enclosure of an estuary. Using an experimental area in which the water level could be manipulated, it was shown that partial summer drawdown of the shoreline created suitable conditions for germination and growth of tall emergent species (in particular Phragmites australis). Plant survival and growth depended on subsequent water-level fluctuations and grazing by waterbirds. Based on the experiment and empincai data, a model was developed to predict the effects of the water-level regime on potential reed bed development. The model was applied for four hydrological scenarios that have been considered for the water-level management of the lake.

Coops, H.; Sollie, S.; Portielje, R.;
Lagere nutriëntentgehalten in meren en plassen door natuurlijker peilbeheer?. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.25-27. fig.; ill.; 5 refs.
Een natuurlijker peildynamiek in meren en plassen kan mogelijk bijdragen aan de verlaging van nutriëntengehaltes. Dit is het effect van verhoogde retentie als gevolg van de ontwikkeling van de vegetatie. Peilbeheer vormt hiermee een potentiële stuurknop om waterbeheersdoelstellingen te halen. Dit is vooral aan de orde nu bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water maatregelen moeten worden opgesteld om de 'goede ecologische toestand' te bereiken. Om peilbeheer als instrument effectief in te zetten is meer inzicht nodig in de biogeochemie van meren en plassen, in het bijzonder van oeverzones. [HAAFF]

Deneer, J.W.; Berg, F. van den; Brink, P.J. van den; Brock, T.C.M.;
Atmosferische depositie van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijke risico's voor waterleven. (nl) Alterra-rapport, 934, Alterra, Wageningen, 2004. 68 p
Scenarioberekeningen geven aan dat de atmosferische depositie van gewasbeschermingsmiddelen in 2001 zodanig hoog was dat ook op ver van de toepassing verwijderde locaties effecten op waterleven niet zijn uit te sluiten. Meer dan de helft van de depositie kwam in 2001 voor rekening van een vijftal stoffen. De toxische belasting werd in 2001 voor een groot deel bepaald door stoffen die op dat moment in Nederland geen toelating meer hadden als gewasbeschermingsmiddel.. [HAAFF 32/476(934) 1e ex.] [HAAFF 32/476(934) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 934] [IAHL boeken 632.9 ATMO]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport934.pdf

Duinen, G.J. van; Brock, A.M.T.; Kuper, J.T.[et al.];
Do raised bog restoration measures rehabilitate aquatic fauna diversity? : a comparative study between pristine, degraded, and rewetted raised bogs. (en)
In: Päivänen, J.[ed.];
Proceedings of the 12th international peat congress. Finnish Peatland Society, Tampere, 2004. p.399-405. 16 refs., samenvatting (en).
To study whether raised bog restoration measures rehabilitate fauna diversity, we compared invertebrate species assemblages between pristine, degraded, and rewetted raised bogs. [NIEUWL]

Geurts van Kessel, A.J.M.; Kater, B.J.; Prins, T.C.;
Veranderende draagkracht van de Oosterschelde voor kokkels : rapportage van thema's 2 en 3 uit het 'lange termijn onderzoeksprogramma voedselreservering Oosterschelde', in het kader van de tweede evaluatie van het Nederlands schelpdiervisserijbeleid, EVA II. (nl) Rapport / RIKZ, 2003.043, RIVO rapport, C062/03, Rijksinstituut voor Kust en Zee, Middelburg, 2003. 128 p
Effecten van veranderingen in hydrodynamiek en morfologie door de Deltawerken op de habitatgeschiktheid voor kokkels. Rapportage uit het lange termijn onderzoeksprogramma voedselreservering Oosterschelde, in het kader van de tweede evaluatie Nederlands schelpdiervisserijbeleid (EVA II). [ZODIAC Boeken ZM20-2003-05/1] [ZODIAC CD-Rom ZM20-2003-05/2] [ECLNV NL RIKZ / 2003.043] [HAAFF 22/3180(2003.043)] [HAAFF DISK 386] [HAAFF Tx Rapport nr. Trwd-264]
URL: http://www.eva2.nl/rapporten_nw/pdf/1071068160.pdf

Herwijnen, M. van;
Succes- en faalfactoren van natuurontwikkeling in en langs het water. (nl) IVM, Amsterdam, 2003. 79 p
Het doel van deze studie was te achterhalen welke factoren kunnen leiden tot het al dan niet realiseren van gestelde natuurdoelstellingen in watergerelateerde projecten. De geselecteerde projecten betroffen inrichtingsprojecten die, naast een doelstelling voor de waterkwantiteit, het verbeteren van de natuurkwaliteit als een belangrijke doelstelling hebben.
URL: http://www.falw.vu.nl/images_upload/7FAF36B8-F180-4021-9C111915C8C43957.pdf

Hoek, D. van der; Mierlo, A.J.E.M. van; Groenendael, J.M. van;
Nutrient limitation and nutrient-driven shifts in plant species composition in a species-rich fen meadow. (en)
In: Journal of vegetation science 15(2004)3 p.389-396. 36 refs.
Question: The authros studied the development and persistence of the effects of nutrient pulses on biomass production and species composition in a fen meadow. Location: Nature reserve, central Netherlands, 5 m a.s.l. Methods: Single pulse fertilization with N and P in a factorial design on an undrained central and a drained margin site in a species-rich fen meadow (Cirsio dissecti-Molinietum). Biomass production and species composition were monitored during four years.
URL: http://www.bioone.org/pdfserv/i1100-9233-015-03-0389.pdf (alleen toegankelijk voor Wageningen UR)

Huwae, P.; Rappé, G.; Buizer, B.;
Waterpissebedden : een determineertabel voor de zoet-, brak- en zoutwaterpissebedden van Nederland en België. (nl) Wetenschappelijke mededeling KNNV, 226, KNNV Uitgeverij, Utrecht, 2003. 55 p [SBB U 994/5D] [HAAFF T 840A,226]

Jonker, M.T.O.;
Black magic in the aquatic environment. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. 254 p [NIEUWL 39/88] [UB MAG NN08200,3594] [UB MAG NN08201,3594] [UB MAG NN08202,3594]
URL: http://www.gcw.nl/dissertations/3594/dis3594.pdf

Knoben, R.; Aarts, T.; Klinge, M.; Talsma, M.;
Piscaria, het landelijke visdatabestand voor regionaal gebruik : hulp voor waterbeheerders bij gebruik nieuwe standaard voor het bemonsteren van de visstand. (nl)
In: H twee O 37(2004)16 p.36-37. 3 afb.
Om waterbeheerders te ondersteunen bij het hanteren van de standaard voor het bemonsteren van vis (zoals beschreven in het handboek visstandbemonstering) is "piscaria" ontwikkeld. Een landelijk databestand dat zijn basis en voeding vindt in het regionale gebruik van satellietversies. Alle gegevens uit de regio's worden hierin bijeen gebracht. Het beheer ligt bij de OVB. Inmiddels wordt gewerkt aan een directe koppeling met de Limodata Neerlandica. [HAAFF]

Odé, B.; Beringen, R.;
Floristisch meetnet oevers zoete rijkswateren; uitwerking tweede ronde Rijntakken : (Bovenrijn/Waal, Nederrijn, IJssel, Zoetwatergetijderivieren, Benedenrivieren Noordrand). (nl) RIZA nota, nr. 2004.008, FLORON-rapport, 31, Biologische monotoring zoete rijkswateren, BM 04.03, Stichting FLORON, Leiden, 2004. VI, 54, [62] p [HAAFF 22/2532(2004.008)]
URL: http://www.riza.nl/publicaties/riza_rapporten/pdf_rapport/rr_2004_008.pdf

Pollux, B.J.A.; Korosi, A.; Verberk, W.C.E.P.[et al.];
Voortplanting, groei en migratie van vissen in de Everlose beek. (nl)
In: Natuurhistorisch maandblad 93(2004)1 p.1-8. 6 fig., 17 refs., samenvatting (en).
De afgelopen 15 jaar zijn verschillende studies verricht naar het voorkomen van vissoorten in Limburgse beken. Er is echter weinig bekend over de ecologie en populatiedynamica van de vissen. Voor de laaglandbeken in het noordelijke en zuidelijke Peelgebied geldt, dat de visstand wordt belemmerd door de aanwezigheid van stuwen. Nader onderzoek is in dit verband verricht aan één van deze beken, de Everlose Beek. [HAAFF]

Smits, J.; Postema, J.; Hulsegge, W.;
Monitoring van waterplanten en perifyton in het IJsselmeergebied 2003 : randmeren. (nl) RDIJ-rapport, 2003-16, Afdeling PAM, Rijkswaterstaat directie IJsselmeergebied, [s.l.], 2004. 47, [126] p
In de periode van 24 juni t/m 5 augustus 2003 is door de afdeling PAM (Meet- en Informatiedienst) van Rijkswaterstaat Directie IJsselmeergebied in het kader van het project Regionaal Kwaliteits Meetnet de watervegetatie in kaart gebracht van de Randmeren van Flevoland en de Noordoostpolder. De gekarteerde meren (met tussen haakjes het laatst gekarteerde jaar vóór 2003) zijn van oost naar west: Zwarte Meer (2000), Vossemeer (2000), Drontermeer (2001), Veluwemeer (2001), Wolderwijd/Nuldernauw (2001), Nijkerkernauw/Eemmeer (2000), en het Gooimeer (2000). [ECLNV B3/675] [HAAFF 32/251(2003-16)]

Vreugdenhil, S.J.;
Flood tolerance of softwood and hardwood seedlings : influence of flooding on presence of hardwood and softwood seedlings in floodplains along the rivers Waal and IJssel. (en) [s.n.], [s.l.], 2004. 43, 25, 14 p [HAAFF Arb/Scrip S2016]

Wagenvoort, A.J.; Ketelaars, H.A.M.;
Eutrofiëring, is het tij te keren? : limnologie van het spaarbekken De Lange Vlieter in 2003. (nl) Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch, Werkendam, Netherlands, 2004. 140 p
Sinds eind 2001 wordt Maaswater in het bekken De Lange Vlieter (onderdeel van het Waterproductiebedrijf Heel) ingenomen om er, via oeverfiltratie, drinkwater van te produceren. De verwachting is dat dit voedselarme (oligotrofe) systeem door de aanvoer van voedingsstoffen voor algen (fosfaat, nitraat en silicaat) uit de voedselrijke Maas binnen enkele jaren zal veranderen in een voedselrijk (eutroof) systeem. [HAAFF 22/5802]

Well, E.; Kloen, H.;
Natuurvriendelijk slootbeheer : eindrapportage. ( nl) CLM, 598-2004, CLM, Culemborg, 2004. 27 p
URL: http://www.clm.nl/publicaties/data/598.pdf

Witte, J.P.M.; Meuleman, A.F.M.; Schaaf, S. van der; Raterman, B.;
Eco-hydrology and biodiversity. (en)
In: Feddes, R.A.[ed.];
Papers for the Frontis Workshop on Unsaturated-Zone Modeling: progress, challenges and applications Wageningen, 3-5 October 2004. Wageningen UR Frontis series, 6, Frontis, Wageningen, 2004. p.chapt. 10. 15 fig., 13 refs., 3 tab.
In this chapter we will discus the problems encountered by researchers who study the demands that plant species make on their environment. We shall argue why ecohydrologists often use indicator values of plant species for site factors related to water management (e.g. moisture regime, nutrient richness, acidity) and demonstrate how these indicator values can be applied successfully to the eco-hydrological modeling of biodiversity. [HAAFF www]
URL: http://library.wur.nl/frontis/unsaturated/10_witte.pdf

Wolfstein, K.; Ibelings, B.; Bruning, K.; Laane, W.;
Risico's van cyanotoxines voor het aquatisch ecosysteem. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.23-26. figs.; 6 refs.
Cyanobacteriën horen bij de natuurlijke soortensamenstelling van fytoplankton. Maar in de laatste jaren traden steeds vaker bloeien van (toxische) cyanobacteriën op. Gelijkertijd werd massale vis- en vogelsterfte gerapporteerd in het IJsselmeer, het Volkerak-Zoommeer en de Oostvaardersplassen. Deze incidenten riepen de vraag op of een samenhang bestaat tussen de sterfte en de bloei van cyanobacteriën. Wat zijn de risico's van door cyanobacteriën geproduceerde toxines voor het aquatisch ecosysteem? Voor het eerst is in Nederland meerjarig onderzoek uitgevoerd aan verschillende onderdelen van de voedselketen (fytoplankton, zooplankton, mosselen en vis) in het veld en in het laboratorium om deze vragen te beantwoorden. De resultaten leiden tot de conclusie dat cyanotoxines overal in de voedselketen te vinden zijn en negatieve effecten kunnen veroorzaken in de verschillende organismen. Toch blijkt het lastig vis- en vogelsterfte direct te koppelen aan een bloei van toxische cyanobacteriën, want een verband tussen concentratie van de toxines en de geobserveerde effecten werd niet gevonden. [HAAFF]

Wortel, L.; Mars, H. de; Glopper, A. de;
De Tangkoel, restant van een oude Maasmeander. 2. Ecohydrologische herstelmogelijkheden. (nl)
In: Natuurhistorisch maandblad 93(2004)9 p.264-270. 8 fig., 6 refs., samenvatting (en).
Niet ver van natuurgebieden als Dubbroek en Koelbroek ligt nog een ander ecologisch waardevol gebiedje in een oude Maasmeanden de Tangkoel, een verdroogd en geëutrofieerd stukje natuur met toch nog interessante botanische waarden nabij Hout-Blerick. Om deze bijzondere waarden te behouden en te ontwikkelen werd in opdracht van het Waterschap Peel en Maasvallei een herstelplan voor het gebied opgesteld. [HAAFF]

WATERSYSTEEM - Ruimtelijke ordening

Boutkan, J.P.;
De Roombeek terug in de stad. (nl)
In: Groen 60(2004)5 p.30-31. 1 krt.
In de door de vuurwerkramp getroffen wijk Roombeek kan één van de blauwe aders worden teruggebracht in de stad. Het herstellen van de Roombeek is een groots project die wordt uitgevoerd in samenwerking met het Waterschap Regge en Dinkel. De lengte van de Roombeek in Enschede is 11 km, hiervan is 40% nieuw. Het definitieve tracé wordt zomer 2004 vastgesteld. [HAAFF UB]

Brand, P. van den;
Waterclaims regionaal oplossen [thema de Nota Ruimte besproken]. (nl)
In: ROM 22(2004)5 p.20-22. 1 afb.
De Nota Ruimte bevestigt de noodzaak van meer ruimte voor water in ons land. In de geest van het nieuwe ruimtebeleid is de uitvoering een puur decentrale aangelegenheid, in de praktijk gaat de aanleg van waterbergingslocaties mondjesmaat. Situaties waarin provincies en gemeenten zich actief opstellen zijn eerder uitzondering dan regel. 'Alles moet gebeuren op basis van vrijwilligheid'. [HAAFF]

Broekhuis, G.J.; Wolbrink, J.;
De watertoets leeft, maar werkt hij ook? : projectdossier ontwikkeling landgoed Otelaar Barneveld. (nl)
In: ROM 22(2004)5 p.38-43. 4 afb.
Evaluatie van de watertoets bij de ontwikkeling van het nieuwe landgoed "Otelaar". De evaluatie richt zich op het overleg tussen gemeente, projectontwikkelaar en het waterschap. [HAAFF]

Franken, R.; Kragt, F.; Kuiper, R.;
Creëren van meer ruimte voor water komt wellicht onvoldoende van de grond : RIVM beoordeelt Nota Ruimte. (nl)
In: H twee O 37(2004)11 p.4-5. fig.
Het RIVM heeft in opdracht van het Ministerie van VROM de maatregelen uit de Nota Ruimte beoordeeld. Voor een select aantal wateronderwerpen is het resultaat van deze 'evaluatie' opgenomen. De effecten blijken voorlopig nog onduidelijk te blijven, omdat de uitwerking meer dan in het verleden afhankelijk is van provincies en gemeenten en het beleid alleen op hoofdlijnen is weergegeven en in de komende jaren concreet moet worden uitgewerkt. Vooral aan het creëren van meer ruimte voor water in het rivierengebied moet nog veel gebeuren. Zonder een meer integrale ruimtelijke aanpak, kaderstelling en financiële ondersteuning van het Rijk komt het vrijmaken van extra ruimte voor water waarschijnlijk onvoldoende van de grond vanwege de ruimtelijke consequenties, de verwevenheid van verschillende beleidsterreinen (inclusief de Europese context) en de hoge kosten die hiermee gemoeid zijn. [HAAFF]
URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711931009.pdf

Gaast, J.W.J. van der; Bakel, P.J.T. van; Massop, H.Th.L. ;
Waterkansen in het SGR2 : evaluatie van de wateropgaven in relatie tot de netto-EHS. (nl) Alterra-rapport, 558-1, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte, Wageningen, 2003. 29 p
In het Structuurschema Groene Ruimte 2 (SGR2) is een belangrijke plaats ingeruimd voor water; voor 8 landschapsregio’s en 17 deelstroomgebieden worden waterdoelstellingen en bijbehorende ruimteclaims gespecificeerd. Het ministerie van LNV heeft Alterra verzocht deze beleidskeuzes nader te onderbouwen en uit te werken naar aard, ligging en consequenties. In een landsdekkende analyse zijn hiertoe gegevens en bestaande kennis volgens een transparant en verifieerbaar protocol samengebracht. Doel hiervan was om een globaal landsdekkend beeld te krijgen van de kansrijkdom van ingrepen in het watersysteem ter realisering van beleidsthema’s als vasthouden, bergen, beekherstel en waterconservering. In aanvulling op dit onderzoek is in opdracht van Staatsbosbeheer onderzocht wat de fysieke geschiktheid is voor water vasthouden en vernatten in en rond de netto-EHS.. [RLG 4wa 03-05] [IAHL boeken 556.5 GAAS] [HAAFF 32/476(558.1)]
URL: http://www.alterra.wur.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport558.1.pdf

Kwaadsteniet, P. de; Dijkstra, L.; Koopmans, M.; Schreuders, R.;
Streefbeelden voor de stadswateren in Zwolle. (nl)
In: H twee O 37(2004)9 p.23-25. ills.; tab.
Stadswateren zijn belangrijk voor Zwolle. In het centrum zijn de eeuwenoude grachten niet weg te denken elementen. Ze geven identiteit aan de stad en worden hooggewaardeerd. Maar dit geldt niet voor alle wateren in de stad. De wateren in de nieuwbouwwijken van Zwolle vanaf halverwege de vorige eeuw zijn vooreen deel eenvormig en uitwisselbaar. Ook heeft een deel nog (te) weinig relatie met hun omgeving en valt er (te) weinig te beleven. Het Waterpact Zwolle heeft de afgelopen twee jaar hard gewerkt om de stadswateren een impuls te geven. [HAAFF]

Nieuwenhuijze, L. van;
Water, natuur en ruimtelijke ordening van het landelijk gebied. (nl)
In: Duinhoven, G. van[red.];
State-of-the-art in land- en watermanagement. Larenstein, Velp, 2003. p.23-27.
Visie vanuit het adviesbureau H+N+S op de ruimteclaim die water heeft op de inrichting van het landelijk gebied. Met concrete voorbeelden van Deventer landstad, waterberging Noordoostpolder en stedelijke uitbreding bij de uiterwaarden van Arnhem. [HAAFF]

Nieuwkamer, R.L.J.;
De blauwe, groene en agrarische kosten en baten van de Deltametropool-bijdragen aan de MKBA Deltametropool. (nl) Witteveen+Bos, Rotterdam, 2003. 32, [36] p
Ten behoeve van de kengetallen kosten-batenanalyse (KKBA) voor verstedelijking in de Deltametropool, die mede ter onderbouwing voor de Nota Ruimte dient, zijn in dit rapport de water-, ecologische, landschappelijke en agrarische effecten in beeld gebracht en waar mogelijk gemonetariseerd. Voor de Deltametropool zijn vier verstedelijkingsaltematieven onderscheiden (5de Nota, Instraling, Uitstraling en Spreiding) die zijn samengesteld uit verschillende combinaties van 38 woningbouwlocaties. Omdat de in dit rapport beschouwde effecten afhankelijk zijn van de specifieke geohydrologische en landschappelijke situatie op een locatie, zijn in deze studie eerst de effecten per locatie bepaald om vervolgens te worden samengevoegd tot de effecten van de vier verstedelijkingsaltematieven. Vier relevante watereffecten konden daadwerkelijk gemonetariseerd worden. Daarnaast is het verlies aan open ruimte gekwantificeerd. [HAAFF 22/5789]

Postma, R.;
Lonkend rivierenland, klaar voor de toekomst : maatregelen van Staatsbosbeheer voor een veilig en aantrekkelijk rivierengebied. (nl) Staatsbosbeheer, Driebergen, 2003. 31 p [HAAFF 22/5807]

Sipkema, J.J.;
Behoud platteland particulier betaald? : onderzoek naar de kansen en randvoorwaarden voor particuliere financiering van groene diensten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden: Landschapsplan Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. (nl) [s.n.], [s.l.], 2004. 44 p
De vraag die in dit onderzoek centraal staat is als volgt: Welke kansen zijn er voor particuliere financiering van groene diensten in de Alblasserwaard- Vijfheerenlanden die passen bij het ondernemerschap van de agrariërs en aan welke randvoorwaarden dient de groene dienst te voldoen wil het betrokken particuliere bedrijf tot financiering overgaan? Om een antwoord te krijgen op deze hoofdvraag zijn de volgende drie onderzoeksvragen beantwoord: 1. Wat houden groene diensten precies in?; 2. Welke groene diensten zijn er in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden te benoemen?; en 3. Welke kansen zijn er om de groene diensten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden te financieren vanuit de particuliere markt?. [IAHL verslagen MSC-LWM 2004-2]
URL: http://www.landschapsplan.nl/definitief_rapport.PDF

Wee, T.H. van;
Gewest Kop van Noord-Holland : geohydrologisch onderzoek Kolhorn. (nl) Witteveen+Bos, Almere, Netherlands, 2003. 1 dl. (verschillende pagineringen)
Het gemeentebestuur van Niedorp heeft het voornemen in de nabijheid van Kolhorn een waterrecreatief knooppunt te realiseren. Hiertoe dient een deel van de Groetpolder en/of de Waardpolder onder water te worden gezet. De hoofddoelstelling is het versterken van de plattelandseconomie met o.a. een bevordering van de recreatie. De recreatie vormt de (financiële) basis voor het initiatief. De nevendoelstellingen zijn het vergroten van de berging in de boezem en het bevorderen van de natuurontwikkeling. Naar aanleiding hiervan is in opdracht van het Gewest Kop van Noord-Holland een verkennend hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van het verkennend onderzoek is het indicatief in beeld brengen van de hydrologische effecten van zes inrichtingsvarianten van de plas. Deze zijn op hoofdlijnen doorvertaald naar de consequenties voor de waterkwaliteit, de landbouw, de bebouwing, de boezemkade en het boezemstelstel. Tevens is de haalbaarheid van de verschillende varianten onderzocht en zijn inrichtingsmaatregelen geïnventariseerd om eventuele neqatieve effecten van de aanleg te voorkomen. Bij het inrichten van de plas liggen tevens kansen en mogelijkheden voor de recreatie. [HAAFF 22/5800]

WATERKETEN - Algemeen

Havekes, H.J.M.;
Uitkomst algemeen overleg IBO bekostiging regionaal waterbeheer. (nl)
In: Tijdschrift voor omgevingsrecht 4(2004)4 p.140-142.
Naar aanleiding van het algemeen overleg tussen kabinet en Vaste Kamercommissie op 30 juni, geeft de auteur een tweede toelichting op de stand van zaken rond financiering van watersysteem- en waterketenbeheer. [HAAFF leeuw]

WATERKETEN - Drinkwater, industriewater en andere toepassingen

Dullemont, Y.; Visser, A.; Schijven, J.; Hijnen, W.;
Eliminatiecapaciteit van langzame zandfiltratie voor micro-organismen bepaald met doseerproeven. (nl)
In: H twee O 37(2004)13 p.22-24. fig.; ills.; tabs.; 3 refs.
De huidige verplichte kwantitatieve microbiologische risicoanalyse voor drinkwaterbedrijven vereist meer kennis over de verwijdering van pathogene micro-organismen in het zuiveringsproces. Langzame zandfiltratie vervult als laatste barrière van de zuivering hierbij een belangrijke rol. Met metingen in de praktijk werd nuttige informatie verzameld over de verwijdering van bacteriën en sporen, maar voor virussen en protozoa, zoals Cryptosporidium was dat niet mogelijk. Bovendien ontbreekt kennis over de invloed van diverse procesfactoren. Zoals blijkt uit het hier beschreven onderzoek, kan deze informatie worden verkregen door het doseren van micro-organismen aan een proefinstallatie met langzame zandfilters en aan een laboratoriumopstelling met kolommen gevuld met zand afkomstig uit werkende filters.

Gijsbertsen, A.;
Inventarisatie UF-installaties in Nederland : state-of-the-art. (nl) KIWA, BTO 2004-016, KIWA, Nieuwegein, 2004. 103 p
Dit rapport geeft een overzicht van de ultrafiltratie-installaties (UF) in beheer bij waterleidingbedrijven. In de afzonderlijke inventarisaties wordt ingegaan op: het ontwerp van de installatie; de procesvoering; reiniging; waterkwaliteit; en integriteit van de membranen. [HAAFF 22/2502(2004.016) ]

Juhász, M.; Balemans, M.; Jansen, C.;
Beter inzicht in putverstopping door flowmetingen èn hoogfrequente stijghoogtemetingen. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.29-31. 3 fig., 2 refs..
Bij de inrichting van waterproductiebedrijf Heel in 2001 zijn voor het eerst drukopnemers geplaatst bij pompputten. De gedachte hierachter is om met hoogfrequente metingen het proces van putverstopping beter inzichtelijk te maken.

Mons, M.;
Samenvatting informatie geneesmiddelen. (nl) KIWA, BTO 2004.004, KIWA, Water Research, Nieuwegein, Netherlands, 2004. 45 p
Eind 2003 is een aantal documenten verschenen op het gebied van geneesmiddelen. In dit rapport zijn de gegevens gebundeld en wordt op basis van de onderzoeksresultaten een voorstel gedaan voor een monitoringsprogramma voor geneesmiddelen voor de drinkwatersector. [HAAFF 22/2502(2004.004)]

Ramaker, T.; Lelij, B. van der;
Leefstijlen in de drinkwatersector : bestaat de gemiddelde consument?. (nl)
In: H twee O 37(2004)10 p.32-35. ill.; figs.
In het project ‘Toekomstverkenningen voor de drinkwatersector' zijn vier toekomstbeelden geschetst(zie H2O nr. 20 uit 2003). Consumentenwensen spelen daarin een cruciale rol en oefenen ook invloed uit op de toekomstige ontwikkeling van waterleidingbedrijven. Door individualisering lopen de consumentenwensen steeds sterker uiteen. Keuzevrijheden nemen toe en consumenten krijgen steeds meer autonomie. Wil een waterleidingbedrijf inspelen op de wensen van de klanten, dan moet het die wensen kennen en weten hoe de communicatie met hen het beste kan verlopen. De in dit artikel uitgewerkte leefstijlenbenadering biedt hiervoor handvatten.

Ramaker, A.B.;
Wat betekenen toekomstbeelden voor waterbedrijven? : verslag regiobijeenkomsten de Kartonnen Doos. (nl) KIWA, BTO 2004.015, KIWA N.V., Water Research, Nieuwegein, 2004. 46 p
In het project De Kartonnen Doos zijn op basis van trendverkenningen vier 'Jules Verne-achtige' toekomstbeelden voor het jaar 2020 geschetst. De toekomstbeelden verschillen sterk in (1) de mate van technologie ontwikkeling en implementatie en (2) de burgerschapsstijl. Het toetsen van (strategische) vragen heeft in de periode van oktober 2003 tot maart 2004 plaatsgevonden in regiobijeenkomsten. Hierin zijn de toekomstbeelden 'vertaald' in effecten op de drinkwatersector om vervolgens een succesvolle toekomstgerichte bedrijfsstrategie te bepalen. Het resultaat van de toetsing is op hoofdlijnen in dit rapport beschreven. [HAAFF 22/2502(2004.015)]

Stege, C. ter;
Het begint al bij de locatiekeuze : RIZA gaat website maken voor waterbeheer op duurzame bedrijventerreinen : Thema water. (nl)
In: Milieumagazine 14(2003)6 p.23.
RIZA heeft kennis en ervaring gebundeld in een praktijkdocument rondom duurzaam waterbeheer op bedrijventerreinen.
URL: http://www.steunpunt.wateremissies.nl/thema/duurzaam_ondernemen/Praktijkdoc_Water_en_Duurzame_Bedrijventerreinen.pdf (het complete praktijkdocument)

Visser, A.; Hijnen, W.; Dullemont, Y.; Medema, G.J.;
Langzame zandfilters als effectieve barrières voor microorganismen. (nl)
In: H twee O 37(2004)12 p.26-28. figs.; tabs.; 19 refs.
Vanaf het ontstaan van Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) en Waterleidingbedrijf Amsterdam (WLB) is langzame zandfiltratie voor deze bedrijven een belangrijk proces om de microbiologisch veiligheid van het drinkwater te garanderen. Langzame zandfiltratie is van oudsher een zeer robuust zuiveringsonderdeel. Toch blijkt de huidig aanwezige kennis over de verwijdering van micro-organismen, nodig voor een kwantitatieve microbiologische risicoanalyse, te beperkt. Na de invoering van het nieuwe Waterleidingbesluit in 200l is een analyse vereist. Een studie van bestaande resultaten van routinemetingen en aanvullende metingen in grote volumes heeft de kennis over de praktijkfilters vergroot. Deze kennis, aangevuld met de resultaten van een proeffilteronderzoek, vormt een belangrijke bouwsteen voor de kwantitateive microbiologische risicoanalyse van de betrokken waterleidingbedrijven.

Wakker, J.; Castenmiller, E.; Beckers, R.; Stuyfzand, P.;
Aquifer storage & recovery in Limburg technisch haalbaar. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.19-22. 5 fig., 12 refs.
Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) heeft onlangs een ruim twee jaar durend experiment afgerond met een nieuwe ASR put op de winplaats Herten. ASR (Aquifer storage and recovery) is een drinkwaterbeheertechniek, waarbij drinkwater in tijden van productieoverschot wordt opgeslagen in de ondergrond, en in tijden van productietekort aan het grondwaterreservoir wordt onttrokken. ASR levert financiële voordelen door verlaging van de piekfactor in de zuivering en vergroot de leveringszekerheid.

WATERKETEN - Stedelijk waterbeheer

Bos, R.; Koelman, A.; Moll, B.; Lute, J.;
Heroverweging maatregelen in het rioolstelsel van Castricum na monitoring van de overstorten. (nl)
In: H twee O 37(2004)13 p.19-21. fig.; ills.
De huidige gemeente Castricum is ontstaan uit een fusie tussen de oorspronkelijke gemeenten Castricum en Limmen/Akersloot. Laatstgenoemde voldeed als één van de eerste gemeenten in de regio aan de basisinspanning. Het bergbezinkbassin in Limmen blijkt in de praktijk nauwelijks extern over te storten. De kern Castricum bestaat, op een paar kleinere onderbemalingen na, uit één groot gemengd stelsel. Het basisrioleringsplan geeft aan dat de gemeente na de bouw van zes randvoorzieningen zal voldoen aan de basisinspanning.

Kraker, J. de; Wolf, I. de; Augustijn, D.;
Helofytenfilter als alternatief voor een bergbezinkbassin. (nl)
In: H twee O 37(2004)9 p.26-28. fig.; ill.; tabs.; 5 refs.
In Winterswijk loopt het door de Europese Unie gesubsidieerde project Winterwater, dat een reductie van de stedelijke belasting op het milieu ten doel heeft, onder andere door het verminderen van ongezuiverde lozingen op oppervlaktewater. Als innovatief onderdeel van de ontvangen LIFE-subsidie is voorgesteld een helofytenfilter te plaatsen achter een (gemende) riooloverstort. Deze ligt aan de rand van Winterswijk en komt terecht in de Boven Slinge, een watergang met een zogenaamde HEN-functie (Hoogste Ecologische Niveau). Om het overstortvolume te reduceren wordt gewoonlijk een bergbezinkbassin aangelegd als randvoorziening. In deze studie is onderzocht of een helofytenfilter een geschikt alternatief vormt voor zo'n bergbezinkbassin. [HAAFF]

Lanooy, E.; Jansen, O.;
Ruimteclaim voor water nu moeilijk te bepalen : Assen wil duidelijkheid over werknormen en hydraulische belasting van watergangen. (nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.44-46. ills.
Waterschappen weten momenteel niet goed hoe groot de werkelijke ruimteclaim is van water in stedelijk gebied. In het Nationaal Bestuursakkoord Water is aangegeven dat de waterschappen de ruimteclaim voor het stedelijk gebied moeten bepalen. De gemeenten moeten die vervolgens meenemen in het gemeentelijk waterplan dat zij voor 2006 moeten vaststellen. De gemeente Assen probeert samen met de waterschappen inde omgeving zo'n waterplan op te stellen. Maar zij lopen tegen de vraag aan welke normering toegepast moet worden: het Nationaal Bestuursakkoord Water gaat uit van de normering voor oppervlaktewater van 1:100 jaar dat land overstroomt, terwijl voor riolering in het stedelijk gebied tot nu toe wordt uitgegaan van een norm dat eens in de twee jaar water op straat mag blijven staan omdat de riool het water niet kan verwerken.

WATERKETEN - Hemelwater

Bleeker, A.; Duyzer, J.; Horst, K. van der; Teunissen, R. ;
Belasting van het oppervlaktewater door atmosferische depositie. (nl)
In: H twee O 37(2004)17 p.26-28. 3 fig., 7 refs.
Atmosferische depositie is een belangrijke bron van verontreiniging. TNO onderzocht samen met RIZA hoe deze depositie ten behoeve van regionale waterkwaliteitsbeheerders kan worden geschat. De ontwikkelde methode is voor het eerst toegepast in het kader van een onderzoek voor ZHEW, waarbij voor een aantal stoffen de belasting van het oppervlaktewater is bepaald. [HAAFF]

Boogaard, F.C.; Wentink, R.;
Grootschalig wadi-systeem functioneert goed : Thema water. (nl)
In: Milieumagazine 14(2003)6 p.14-15. Graf.; Summary (nl).
Grootschalige toepassing van wadi's in stedelijk waterbeheer is kansrijk. In de Enschedese wijk Ruwenbos heeft de oudste wadi van Nederland zich bewezen als methode om hemelwater op een andere manier af te voeren dan via het gewone riool. De resultaten van drie jaar monitoring zijn positief, zowel hydraulisch, sociaal als milieutechnisch.

Bruin, A.T.H.;
Verandering in neerslagkarakteristieken in Nederland gedurende de periode 1901-2001. (nl) Technical report / Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, TR-246, KNMI, De Bilt, 2002. 42 p [METEO Hdb 4 04.KNMI.TR-246] [HAAFF 22/2506(246)]
URL: http://www.knmi.nl/onderzk/applied/kd/nl/publicaties/KNMI_TR246.doc (Word document)

Goedhart, P.C.; Foekema, E.M.; Collombon, M.T.;
De toxiciteit van afspoelend regenwater en de rol van metalen hierin. (nl) TNO-rapport, R2003/035, TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie, Apeldoorn, Netherlands, 2003. 16 bl
De kwaliteit van het water dat in een wadi wordt opgevangen staat vaak onder invloed van luchtverontreiniging, afspoeling uit dakgoten, leidingwerk en straatvuil. Dit zou kunnen leiden tot toxiciteit van het in de wadi's verzamelde regenwater. Het doel van dit project is: 1. Te onderzoeken of er sprake is van toxische effecten van water dat wordt opgevangen in een aantal wadi's; 2. De invloed van in het monster aanwezige metalen op eventueel gevonden toxische effecten vast te stellen. Hiertoe is een reeks monsters onderzocht op toxische effecten voor een bacterie (Vibrio fischeri), de watervlo (Daphnia magna) en een zoetwateralg (Chlorella vulgaris). [HAAFF 39/789(2003-35) ]
URL: http://www.mep.tno.nl/rapporten/PDF/Ra2003-035.pdf

Hell, A. van; Meijer, E.; Veling, E.;
Risico op grondwateroverlast door infiltratie in beeld gebracht. (nl)
In: H twee O 37(2004)13 p.16-18. figs.; 3 refs.
In het kader van nieuw beleid op het gebied van duurzaam waterbeheer zijn de afgelopen jaren veel gemeenten overgegaan tot het in de bodem infiltreren van regenwater dat afstroomt van schone verharde oppervlakken. In de meeste gevallen betreft het goed doorlatende bodems met lage grondwaterstanden, waar nauwelijks problemen ontstaan. Maar ook in gebieden die (periodiek) een hogere grondwaterstand kennen, worden infiltratievoorzieningen aangelegd. Daar kan door infiltratie wel grondwateroverlast ontstaan. In dit artikel wordt een rekenmodel gepresenteerd waarmee op eenvoudige wijze een goede inschatting wordt gemaakt van de te verwachten stijgingen. Met de berekende stijgingen is de kans op grondwateroverlast te bepalen. Locaties die in eerste instantie te risicovol lijken voor infiltratie, kunnen met het model eenvoudig beoordeeld worden. [HAAFF]

Jantowski, B.;
Een kwantitatieve analyse van erosieremmende maatregelen volgens de Erosieverordening 2003 met behulp van LISEM 2.154. (nl) Waterschap Roer en Overmaas , Sittard, 2004. 119 p
Vanuit de Provincie Limburg en het Waterschap Roer en Overmaas is de vraag gekomen om onderzoek te doen naar de kwantitatieve effecten van landgebruik en landbewerking op bodemerosie. Naar aanleiding van de Erosieverordening 2003 en debijbehorende berdijfserosieplannen, is voor deze stageopdracht een analyse uitgevoerd van het verminderd effect van erosieremmende maatregelen op de waterafvoer en het bodemverlies op perceelsniveau. Dit is gedaan aan de hand van een aantal simulaties inLISEM 2.154 met behulp van theoretische percelen die gemaakt zijn in PCRaster.
URL: http://library.wur.nl/ebooks/1722481.pdf
URL: http://library.wur.nl/ebooks/1722481_bijlage.pdf (bijlagen)

Saris, F.J.A.; Leuven, R.S.E.W.; Vriend, M.C. de;
Water werkt!. (nl)
In: De levende natuur 105(2004)4 p.121-125. 2 fig., 10 refs.
Op de stuwwal tussen Nijmegen en de Duitse grens is een succesvol praktijkvoorbeeld van vernieuwend waterbeheer te zien. De gemeente Ubbergen koos voor beperkte afvoer van water via het rioolstelsel. In totaal is bijna 2,9 km aan waterlopen aangelegd; tevens is gebruik gemaakt van helofytenfilters. [HAAFF]

DIVERSEN

Duurzaamheidsjaarverslag 2003 / Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden. (nl)
Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden, Dordrecht, 2004. [HAAFF 31/641]

Gerbens-Leenes, P.W.; Schilstra, A.J.;
An historic perspective on the vulnerability of the Netherlands to environmental change : life in a cut-away. (en)
In: Päivänen, J.[ed.];
Proceedings of the 12th international peat congress. Finnish Peatland Society, Tampere, 2004. p.545-550. 11 refs., summary.
This study aims to assess environmental changes caused by peat mining in the Netherlands in the Late Middle Ages (1350-1550) and consequences for today's society in the light of climate change. [NIEUWL]

Jaarverslag 2003 / Hoogheemraadschap van Schieland. (nl)
Hoogheemraadschap van Schieland, Rotterdam, 2004. [HAAFF 31/53]

Jaarverslag 2003 / InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster. (nl)
InnovatieNetwerk, Den Haag, 2004. [HAAFF 31/20]
URL: http://www.agro.nl/innovatienetwerk/doc/Jaarverslag2003.pdf

Jaarverslag 2003 / Nederlandse Waterschapsbank NV. (nl)
NWB, Den Haag, 2004. [HAAFF 31/651]

Jaarverslag 2003 / Stichting RIONED. (nl)
RIONED, Ede, 2004.

Jaarverslag 2003 / Stichting Toegepast Waterbeheer (STOWA). (nl)
STOWA rapport, 2003-14, STOWA, Utrecht, 2004. [HAAFF 31/602 ]

Jaarverslag 2003 / Waterschap Goeree-Overflakkee. (nl)
Waterschap Goeree-Overflakkee, Middelharnis, 2004. [HAAFF 31/654]

Lohuizen, K. van;
Afvalwaterzuivering in Nederland vóór de Pasveersloot van 1954. (nl) NVA, Rijswijk, 2004.
URL: http://www.nva.net/historischonderzoek/

Mulder, J.R.; Keunen, L.J.; Zwart, A.J.M.;
In de ban van de Betuwse dijken. Dl. 5: Malburgen : een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem. (nl) Alterra-rapport, 405, Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte, Wageningen, 2004. 162 p [HAAFF 32/476(405) 1e ex.] [HAAFF 32/476(405) 2e ex.] [ECLNV NL 02 / 405] [SBB O 42/0] [IAHL boeken 627.517(492.823) MULD]
URL: http://www.alterra.nl/Internet////Modules/pub/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport405.pdf

Nederlandse Hydrologische Vereniging
Homepage van de Nederlandse Hydrologische Vereniging . (nl) Website.
De NHV ofwel de Nederlandse Hydrologische Vereniging is een vereniging waarbij ca.800 leden zijn aangesloten die in hun werk of studie in aanraking komen met hydrologie in de ruime betekenis van het woord. De vereniging bevordert de uitoefening van de hydrologische wetenschap door het uitgeven van het hydrologisch vaktijdschrift 'Stromingen'. Via de website kan men zich aanmelden als lid. Leden van de vereniging ontvangen het tijdschrift Stromingen alsmede nieuwsberichten via de emailservice. Via de website wordt informatie verstrekt met betrekking tot congressen, lezingen, interessante links, software etc. Door middel van de e-mail ledenlijst kunnen de leden gemakkelijk contact met elkaar opnemen!
URL: http://www.nhvsite.info/ (website)

Neve, R. de;
Vijfenzeventig jaar deskundig in weg en water, 1927-2002 : Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Wegbouwkundige Dienst, Rijkswegenbouwlaboratorium. (nl) Rijkswaterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft, Netherlands, 2002. 179 p [HAAFF 25/782]

Progress report 2003 / Centre for Ecological and Evolutionary Studies (CEES), University of Groningen. (en)
University of Groningen, Haren, 2004. [HAAFF 31/809]

Rooy, P.T.J.C. van;
Waterketen en waterbeheer op de schop. (nl)
In: Openbaar bestuur 14(2004)5 p.22-25. 6 refs.
In 1993 werden we door zeer hoog water in Rijn, Waal, IJssel en Maas verrast. Een jaar later werden uit voorzorg 220.000 mensen in Gelderland geëvacueerd. Sindsdien is het raak met te veel, te weinig of te vies water. Ook buiten Nederland volgen waterrampen elkaar snel op. Klimaatsveranderingen, intensiever ruimtegebruik en het inklemmen van water tussen dijken en dammen liggen eraan ten grondslag. Het kabinet wil de waterketen en het waterbeheer aanpakken, maar houden de voorstellen echt een vooruitgang in? Binnenkort is het laatste woord aan het parlement. [HAAFF]

Schaafsma, R.;
Cultuurhistorie van de beken op de Zuid-Veluwe: voor hen die scheppend werk doen. (nl) Waterschap Vallei & Eem, Leusden, 2003. 24 p [HAAFF 3/670]
URL: http://www.wve.nl/Uploadedfiles/Cultuurhistorie-Zuid-Veluwse-beken.pdf

Schrevel, A.;
Sustainable water management: lessons learned in the Netherlands. (en) Alterra, Wageningen, 2004.
URL: http://www.riza.nl/actualiteiten/berichten/sustainable_management.pdf

Steen, P.J.M. van; Pellenbarg, P.H.;
The Netherlands in maps : water management in the Netherlands: introduction to the 2004 maps. (en) [PAUL J.M. VAN STEEN PIET H. PELLENBARG]
In: Tijdschrift voor economische en sociale geografie 95(2004)1 p.127–130. fig.; 9 refs.
The first map of this year’s series of five maps summarises ‘past, present and some future’ of water control in The Netherlands. [HAAFF]
URL: http://dx.doi.org/10.1111/j.0040-747X.2004.00299.x (alleen toegankelijk voor Wageningen UR)

Trietsch, E.; Gras, B.; Kooiman, J.W.;
TRIZ: inventief oplossen van (water)problemen. ( nl)
In: H twee O 37(2004)14/15 p.32-33. figs.; 2 refs.
Voor het bedenken van technische innovaties en het oplossen van technische problemen wordt meestal ‘brainstorming’ gebruikt of wordt getracht oplossingen te genereren via 'trial-and-error', vaak met gering succes. Hoe kan dit efficiënter? Voor het systematisch oplossen van technische problemen is een methodiek beschikbaar, genaamd TRIZ; het Russische acroniem voor 'de theorie van het inventief oplossen van problemen'.

Winkels, H.; Kenter, A.;
Productbeschrijvingen van RWS-projecten voor het natte beheer en onderhoud Rijkswateren : programmaboekje Stuurboord 2004. (nl) Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, [Lelystad], 2004. 135 p
De projecten die in dit boekje beschreven worden vormen samen het programma 2004. Hiervoor zijn de projecten in een vijftal thema's onderverdeeld. Thema a: studies gericht op kostenbesparing op beheer, onderhoud en ontwikkeling; Thema b: studies gericht op Water(bodem)kwaliteit, Kaderrichtlijn water en Herstel en Inrichting; Thema c: studies gericht op publieksgerichtheid en communicatie van en bij RWS; Thema d: studies naar waterbouwkundige innovaties; en Thema e: coördinatie van het programma door Hoofdkantoor. [HAAFF 22/5709(2004)]