WAT WIJ WILLEN



Wij willen door ons maandschrift medewerken ter bereiking van het doel onzer vereeniging: de Bevordering der Bijenteelt in Nederland. Eerlijk en trouw, met aanwending van alle krachten en door gepaste middelen willen wij dat doen. Niet alleen om de bijenteelt zelve, maar ook en vooral om de groote land- en tuinbouwbelangen, die met de ontwikkeling van de bijenteelt nauw verbonden zijn. Wij wijzen slechts op de belangrijke rol, die de bijen spelen in de bevruchting der cultuurgewassen. Daarom verwacht de vereeniging behalve den steun van beroeps- en liefhebberimkers, ook de medewerking van hen, die land- en tuinbouw een warm hart toedragen. Wat den inhoud van ons maandschrift betreft, willen wij, het ware en goede, van wien of van waar het ook komt, mededeelen en zoo noodig verdedigen. Daarom zullen wij ons niet angstvallig vastklemmen van ééne methode, noch onze kolommen alleen openstellen voor de bespreking en aanprijzing van ééne bijenwoning. Integendeel, voor ieders meening is er plaats in ons maandschrift, zoowel voor den stabiel- als voor den mobielimker. Wij willen geenszins de goede uitkomsten, in den vasten bouw verkregen, verzwijgen, al zullen wij onze oogen niet sluiten voor de fouten en gebreken van den ouderwetschen strookorf. Evenmin zullen wij nalaten plaats in te ruimen voor de bespreking van de voor- en nadeelen van den lossen bouw, hetzij in boogkorven, kasten enz. Alleen is er in ons tijdschrift geen plaats voor strijdartikelen, die verdeeling en verwijdering in plaats van vereeniging beoogen. Wij willen, zoo mogelijk, allen vereenigen, die met ons de bevordering van de bijenteelt in haar meest uitgebreiden omvang voorstaan met woorden of daden.
Wat het buitenland, dat in vele opzichten ons land op het gebied van bijenteelt ver vooruit is, goeds heeft, willen wij overnemen, en onze lezers op de hoogte brengen en houden met hetgeen daar gedaan werd en wordt.
Het gebruik van den honing als genot- en voedingsmiddel willen wij weer in eere trachten te herstellen, door meermalen artikelen te plaatsen, om den kostelijken, zuiveren bloemenhoning aan te prijzen. Maar hierbij veroorlooven wij ons nu reeds, de imkers met ernst aan te raden geen anderen dan reinen, onvervalschten honing te koop aan te bieden, opdat het debiet weer stijge. Wij willen voorlichting en raadgeven wanneer die gevraagd worden, voor zoover ons dat mogelijk is. En hiermede zenden wij het eerste Nederlandsche Tijdschrift voor Bijenteelt de wereld in. Wij rekenen op de welwillendheid van de lezers en op den steun en de medewerking van allen, die rechtstreeks of middelijk belang hebben bij de uitbreiding en de verbetering van de bijenteelt in ons vaderland.