DE BIJEN IN APRIL.
In deze maand begint het fokken in den korf sterker, daardoor is nog meer honig noodig dan in de vorige maand. Bij goed weer wordt versche honing en pollen ingedragen.
De vlieggaten, in het vorige najaar nauwer gemaakt, worden na al naar het weer milder wordt, weer langzaam aan grooter gemaakt. Nauwkeurig blijve men toezien of zich roofbijen vertoonen.
Imkers, die in hun stal meel hebben gevoederd, zullen bemerken, dat de bijen dit laten staan en de voorkeur geven aan het eerste stuifmeel, dat zich in de komende bloemen vertoont. Men moet opletten of er onder de korven uitgetrokken broed ligt. Dan is er bij 't volk gebrek aan honig; het kan ook zijn, dat er watergebrek is. De imker mag niet te lang wachten om die armen te helpen.
In deze maand moeten ook de korven worden gevoerd, al hebben zij nog voorraad genoeg. Men noemt dat in sommige streken “aanzetten”. Men weet wel dat men later dien toegedienden honig dubbel betaald krijgt. Van zeer rijke honigstokken ontdekselt men een gedeelte van een of meer tafels. Dit is een maatregel om meer broed te doen aanzetten.
Ga nauwkeurig na of er geen moederlooze korven bij zijn. Keert men de korven telkens eens om, zoo bespeurt men, dat ze sterk in volk komen; het broednest breidt zich steeds uit. Bij voldoenden warmtegraad beginnen sommige stokken al aan te bouwen.
Het is ook tijd om bij de ronde korven de tafels een weinig op te snoeien. De beschimmelde punten of randen worden weggenomen, de oude moederwiegen afgesneden. Sommigen kunnen er vreemd op insnijden en nemen veel meer van de tafels weg dan volstrekt noodig is.
Deze maand kan nog goed worden gebruikt om de korven klaar te maken, waarin de zwermen moeten komen. Wie naar den lossen bouw imkeren, maken raampjes met voorbouw gereed.
T.C. HOOTSEN.