WAARSCHUWING. Maak geen bijen dood !
De treurige gewoonte, om in den zoogenaamden ‘slachttijd’ de bijen door middel van zwaveldamp te doen stikken, is voor den bijenhouder een zeer verdrietig werk. Den waren ijmker, die liefde voor zijn vlijtige, honiginzamelende diertjes heeft, breekt bijna het hart, wanneer hij zijn lievelingen voor de onvermoeide vlijt en arbeid moet beloonen met de zwavellont.
Het onbarmhartige vermoorden der bijen wordt nog altijd te veel beschouwd als een noodzakelijk kwaad, om den honigvoorraad machtig te worden. Gelukkig echter is de praktische en meer denkende ijmker tot betere inzichten gekomen, en roept ons toe: Maakt geen bijen dood!
Kon men nog enkel de oude, afgeleefde bijen alleen dooden dan was het niet zoo erg. Maar een korf, die bestemd wordt om te slachten, of uit te breken, verkeert gewoonlijk in een goede situatie, en is dus uit den aard der zaak, vooral op dit tijdstip, van veel jong volk voorzien, dat de eigenlijke werkkracht vertegenwoordigt voor het volgend voorjaar; doch het gansche volk moet stikken zonder aanzien des persoons.
Hij, die deze treurige handelwijs even indenkt moet verklaren, dat als iemand zijn werkkracht gaat vermoorden, hij juist niet tot de slimsten kan gerekend worden.
Ja maar, zal men zeggen, waar moet ik met al die bijen blijven? Eilieve! aan de andere korven toevoegen, welke bestemd zijn om te overwinteren! Ja maar, zegt een ander, dat heb ik wel eens gedaan, maar juist die korven elke het vreemde volk opnamen, verloren ook gedurende den winter de meeste bijen. Onder die korven lagen de meeste dooden op de plank.
Hoe dit komt ?! Dit ligt natuurlijk voor de hand. De korf, aan welke de bijen ter inkwartiering worden toegevoegd, bezit zoowel jonge als oude bijen. De bijgevoegde bijen eveneens. Dus komt er een dubbel getal oude bijen in den korf, welke toch gedurende den herfst en den winter, afgeleefd als zij zijn, sterven. Zoodra de koude invalt, en de diertjes hun winterkwartier opzoeken, kruipen de jongste bijen, die het vlugste zijn, op de beste plaats. De meer afgeleefde bijen komen meer aan de buitenzijde van den bijentros te zitten, zoodat de jonge bijen, die bestemd zijn, om in het vroege voorjaar de eerste werkzaamheden te verrichten, door de buitenomzittende andere bijen verwarmd worden. De oudsten zitten het meest buitenom en onderaan, deze afgeleefde bijen sterven gedurende den winter gaandeweg af en vallen dus gemakkelijk naar beneden.
Het is toch bekend, dat onze honigbijen voornamelijk in den druksten tijd, en vooral wanneer zij wascellen moeten bouwen, maar 4 à 6 weken oud worden. De laatstgeboren bijen worden ouder, en zijn bestemd om den eerstvolgenden winter te overleven. De oorzaak ligt daarin, dat deze laatste en jongste bijen den drukken tijd niet hebben meegemaakt, en zich dus niet afgetobd hebben, waardoor zij langer kunnen leven, en dit is ook noodig, om frissche jonge werkkracht te hebben in het voorjaar. Hoe meer bijen in den korf, hoe beter. In den zomer zijn zij dan des te vlijtiger, en in den winter zitten zij des te warmer. Hoe meer natuurlijke warmte de bijen des winters kunnen ontwikkelen, hoe beter komen zij door het koude jaargetijde heen, en hoe grooter de bevolking in den winter is, hoe minder wordt er van den honigvoorraad verteerd, en des te vroeger en sterker ontwikkelt zich het broed. Van zulke korven kan men sterke en vroege zwermen verwachten en ongetwijfeld een goeden honigoogst
Nogmaals roepen wij onzen ijmkerbroeders toe: Maakt geen bijen zonder noodzaak dood!
F. AUG. KELTING.