DE BIJENMARKT
Aan den straatweg van Utrecht naar Arnhem ligt op een half uur afstands van Veenendaal een buurt, de Klomp, bestaande uit eenige flinke huizen, waaronder een logement. Daar wordt eenmaal per jaar, bijenmarkt gehouden. Gedeeltelijk wordt die markt ook gehouden op tien minuten vandaar, aan den straatweg naar Veenendaal. Ge behoeft niet lang te zoeken, een groot ijzeren uithangbord, waarop een bijenkorf is geschilderd, zegt u, waar ge moet zijn. Wanneer de bijen afgezwermd zijn, worden ze aan de Klomp ter markt gebracht. Men kan er van alles vinden, korven met oude koninginnen, of met jonge, met veel en weinig werk of volk, enz. De markt wordt steeds gehouden in de eerste helft van Juli, dus als de boekweit flink begint te bloeien.
Misschien zal menigeen vragen, hoe kon daar op zulk een nietig plaatsje een bijenmarkt ontstaan, als ik wel heb de eenige in ons land ja zelfs in geheel Europa?
Reeds voor eeuwen was de bijenteelt een hoofdtak van bestaan (en is dat lang gebleven) voor de Veluwe, de Geldersche vallei en de diluviale gronden langs de Utrechtsche heuvelrij. Nu ligt de Klomp ongeveer als centrum aan een hoofdweg, terwijl de omgeving steeds rijk is geweest aan boekweitvelden.
Volgens sommigen moeten imkers uit Brabant veel hebben bijgedragen tot het ontstaan van deze markt, welke zelfs koopers lokte uit Drenthe en Friesland. Deze Brabantsche imkers kwamen met hun korven naar “het Overbergsche” (Geld. vallei enz.) om aan de boekweitvelden honig op te zamelen.
Zij moeten al meer en meer den handel in 't leven hebben geroepen. Spoedig legden zij zich geheel op het fokken toe en zijn steeds de grootste aanvoerders van bijen geweest. Alleen wanneer zij niet genoeg konden bedingen, bleven sommigen nog wel na afloop van de markt aan de boekweit staan. In sommige jaren werden 5 à 6000 korven aangevoerd. Verleden jaar nog pl.m. 1000 korven.
De fokkers, die bijen aanvoeren aan de Klomp, staan in 't voorjaar het meest in het land van Maas en Waal.
Nog altijd heeten bij de imkers in onze omstreken korven van een bepaalden vorm en grootte “Brabanders”. De bijenmarkt is voor vele bijenhouders, die niet willen overwinteren en fokken of niet genoeg kunnen fokken, een groot gemak.
De markten zijn in de laatste jaren in een paar dagen afgeloopen. Vroeger duurden ze 8 à 10 dagen.
Mag ik even uw aandacht vragen voor een marktdag uit den bloeitijd, wanneer die stille buurt weerklonk van een ongewone handelsdrukte? Reeds bij het krieken van den morgen komen tal van wagens beladen met korven, die vlug worden gelost. In een weiland bij het logement zijn de eenvoudige veldstallen; er ligt wat stroo op den grond, terwijl schuinstaande takkebossen de korven tegen regenslag moeten beschutten.
Vele van die stallen staan achter elkaar. De doeken zijn van de korven afgenomen en hoe hooger de zon stijgt, hoe drukker de vlucht der bijen wordt, die bij duizenden boven de stallen gonzend rondzwaaien. Sommigen beginnen reeds rustig te winnen, als hebben ze voor altijd hun tenten hier opgeslagen. Er komen steeds meer kijkers en koopers, allen gewapend met een kaper, wat wel noodig is, want het gedurig omkeeren der korven maakt de bijen onrustig en de stank van jenever enz., die sommige koopers bij zich hebben, maakt de beestjes prikkelbaar. Het bieden en handelen heeft er plaats als op iedere andere markt, meestal onder het gebruik van een glaasje.
Met moeite kunt ge u een weg banen door die groepen menschen en al die wagens. De gelagkamer biedt u bonte groepen van staande en zittende mannen, kloek en gebruind, echte zonen der Veluwe. Hier zijn er bezig de koopsom te betalen, daar andere die fluisterend onderhandelen, ginder een paar die elkaar schreeuwend in de handen slaan, terwijl achter in 't vertrek eenigen hun middagmaal uit den reiszak halen, roggebrood met spek en boekweitkoeken, die de vrouw zeker ‘s morgens al heel in de vroegte heeft gebakken. In de hoeken der kamer liggen stapels bijendoeken. Het geheele vertrek is in dichten rook gehuld.
Nog steeds komen wagens met boeren uit vele oorden van de Veluwe. Wie geslaagd is in den koop, laadt zoo spoedig mogelijk op en vertrekt. Er zijn ook kooplui, die de markt van het begin tot het einde bijwonen. Zij koopen en verkoopen en drijven de markt soms omhoog.
Soms reizen ze de wagens, die aanvoeren tegemoet, koopen onderweg, om aan de Klomp een goeden slag te slaan.
Onder de getrouwe bezoekers zijn ook handelaars in honig en was uit Amersfoort. Zij hebben goed gevulde geldbuidels en schieten geld voor aan de arme boeren, die ook gaarne wat koopen, om aan de boekweit wat mee te verdienen. Als er in Augustus “gedreven” wordt, dan brengen deze imkers hun honig en was naar de handelaars en wordt er afgerekend.
Uit den naasten omtrek komen sommige liefhebbers, die 3 à 4 “immen” willen hebben. Drie of meer beste uitzoeken mag niet; wie koopt kan nemen waar hij wil, doch dan drie of vier korven naast elkaar.
De bijenhandel heeft ook zijn “kunstgrepen.” In welken handel zijn die niet? Meestal beteekent “kunstgreep” hetzelfde als bedrog. Menige koopman in bijen zorgt dat zijn volkje wat “toont.” 's Morgens vroeg wat honig over het werk, dan komt er meer leven in en blijven de bijen niet zoo boven in den kop. Er zijn enkele gevallen bekend, dat later bleek, dat de korf zijn gewicht had gekregen door een steen, die boven in was gepakt en bij het koopen natuurlijk niet zichtbaar was door werk en bijen.
‘s Avonds wordt het wat rustiger. Dan schuiven velen om de groote tafel, en de ouden vertellen uit hun imkersleven, van goede en slechte tijden, van bijzondere gevallen, die zij ondervonden hebben in hun stal, van middelen om het rooven te bestrijden, om “het kwaad kreupel” tegen te gaan, enz. En sommigen knippen geheimzinnig met het oog, als willen ze zeggen, voor al die dingen heb ik ook een middel, maar dat zeg ik niemand. Toch leert hier menig imker wat, dat hij in praktijk kan brengen en beginnende imkers kunnen zoo aan de markt aardig wat kennis opdoen.
De bijenmarkt heeft haar gouden tijdperk gehad, haar bloeitijd is voorbij. De markt ging kwijnen, toen de bijenteelt verliep en van de imkers, wier grootvader en overgrootvader reeds aan de Klomp kwamen, en die nooit een jaar zouden overslaan, zijn reeds velen gestorven.
We hopen, dat deze markt weer zal gaan bloeien, de teekenen zijn gunstig! In 't vorige jaar liepen de prijzen uiteen van f 2 tot f 3,25 per korf.
Dit jaar besteedde men van f 1,75 tot f 3.00.
De geheele aanvoer bedroeg pl.m. 1400 korven, voor het grootste gedeelte van slechte qualiteit. Aan de markt moest gevoederd worden, wilde men de stokken in het leven behouden! Alles ten gevolge van het hoogst ongunstige weder!
T.C. Hootsen.