KAST OF BOOGKORF



In Aflev. 5 van dit Maandschrift (op blz. 69) geeft de Heer Bijdendijk te Brummen eenige cijfers, waaruit het meerder gebruik van kasten dan van den Gravenhorster boogkorf in een deel van Duitschland, volgt. Zeer ten onrechte m.i. was deze mededeeling niet het uitgangspunt voor zeer gewenschte vergelijkende beschouwingen over de beide vormen van lossen bouw. De meeningen toch zijn zeer verdeeld ; vrienden van den boogkorf (die gelukkig slechte één enkelen vorm heeft) weten evenveel voordeelen van hun systeem op te sommen als de voorstanders van den bouw in kasten (met hare overtalrijke min of meer gewichtige onderlinge verschillen). Wie den eenen vorm mint, vindt dikwerf aan den anderen in 't geheel geen goeds; sommigen zijn welwillend genoeg, om behalve het door hen gebruikte stelsel aan een ander ook nut als overgangsvorm toe te schrijven.

Welk een verlegenheid voor den onbevooroordeelden beginner, tevoren reeds vaste-bouwer of ook wel niet. Toch is voor hem de keus zoo hoogst belangrijk en niet alleen voor hem, maar evenzeer voor de Nederlandsche bijenteelt in haar geheel, want ze is een van de belangrijke faktoren, (1) waarvan een te wachten opbloei afhankelijk zal zijn. Immers zullen in het eindelijk ingetreden overgangstijdperk, tot een zooveel mogelijk rationeele wijze van behandelen, gunstige resultaten of wel teleurstellingen verreikende gevolgen kunnen hebben.

Vandaar de vraag: Wie kan uit eigen ervaring, door geregeld doorgezette vergelijkende proefnemingen verkregen, meehelpen, den bovengestelden tweestrijd te beslechten ? Geen losse, oppervlakkige opmerkingen, slechts onder gelijke omstandigheden verrichte waarnemingen met boogkorf en met kast (met een bepaald systeem, welk dan ook) kunnen dit doel doen bereiken. Het ware zeer te hopen, dat wie hiertoe medewerken kan, zich door deze opwekking aangespoord gevoelde, zijne ondervindingen tot gemeengoed te maken door mededeeling in dit tijdschrift: De Redaktie zal zeker gaarne tot opneming daarvan bereid zijn.

Dr. C. HOITSEMA, Breda, September 1898.

(1) Zeker van nog grooter gewicht is het verkrijgen van de nu niet bestaande zekerheid, dat slechts het met behulp van bijen verkregen product als «honig» in den handel voorkomt; in onderscheiding met op andere wijzen samengestelde surrogaten («kunsthonig»).