UIT DEN VREEMDE
„De vrije invoer van honing, onder den naam van „levende bijen" uit Nederland naar Duitschland, heeft al seder 1895 plaats gehad, zooals ons nadere onderzoekingen geleerd hebben."
Zoo lezen wij in sommige Duitsche tijdschriften. „Aan strafvervolging stellen de importeurs zich niet bloot; volgens het invoertarief van 24 Mei 1885, No. 37, mogen korven met levende bijen tolvrij ingevoerd worden. Door de handelsverdragen met Oostenrijk en Rusland kan dit tarief niet vóór 1904 gewijzigd worden en daarom roepen wij alle Duitsche imkervereenigingen op, het materiaal te helpen verzamelen voor de wijziging van de handelsverdragen, om aan het groote gevaar, dat ons uit Holland ducht, te ontkomen.
Alleen over het grensstation Nieuweschans werden de volgende wagonladingen „levende bijen" in de maand September ingevoerd: naar Oldenburg 2 wagons, gewicht 11250 Kilo; naar Bisselhövede 3 wagons, gewicht 19574 Kilo; naar Meppen 3 wagons, gewicht 20720 Kilo; te zamen 8 wagons, met een gewicht van 51544 KG. "Alzoo over de 50000 KG. ruwe honing in ééne maand over één grensstation".
Uit Oldendorp schrijft men in hetzelfde tijdschrift, waaraan bovenstaan de Duitsche imkerklacht ontleend is, het volgende: „dat de invoer van levende bijen uit Holland groot is, blijkt hieruit, dat twee Hollandsche handelaren sedert eenige weken geheele scheepsladingen aan de Oost-Friesche grenzen brengen en van daar per wagen naar Bunde. Hier worden de stokken afgezwaveld. Daar echter het transport op deze wijze 8 à 10 dagen duurt en de korven zoolang aan den invloed der zon zijn blootgesteld, hebben de handelaren groote moeite, zooveel leven in de korven te houden, dat zij tolvrij de grenzen over kunnen komen. Den derden October zijn in Bunde 2500 zulke stokken aan de markt gebracht; deze hielden naar schatting in ongeveer 40000 Kilo ruwen honing."
Algemeen verlangt men in Duitschland, dat het van regeeringswege zal verboden worden, tolvrij korven met levende bijen in te voeren, die een grooter gewicht dan 15 KG. hebben. Of zij zulks gedaan zullen krijgen, is voorloopig nog een open vraag, maar het kan ongetwijfeld zijn nut hebben, onze imkers te waarschuwen voor het gevaar, dat ons van de Oostelijke buren dreigt. Wij vertrouwen echter, dat, wanneer het mocht komen tot eene wijziging van het handelsverdrag met Duitschland, zoowel onze Regeering als het Bestuur onzer Vereeniging met alle krachten voor de belangen onzer imkers zullen strijden, opdat voorkomen worde, dat de belangen onzer imkers worden opgeofferd aan die van de Duitsche bijenhouders.
B. WIGMAN.