DISTELS



Dis-te-re-wiet!


Wel drommels, vink, Leeft gij nog ? Ik dacht, dat gij er het hachie bij ingeschoten had en gij met uwe redeneering en al uit de lucht gegrepen of-te-wel verwijderd waart. In alle geval gij zit er leelijk tusschen, en ik ben bang, dat gij nog al een veertje zult moeten achterlaten. Al waart, gij zoo voorzichtig om van de staafjes en raampjes af te blijven (zie blz. 116, nov. 1898, 'Distels') toch hebt gij er u mee vastgewerkt, want gij moest toch weten dat Vader Dzierzon met staafjes, Dathe e.a. met raampjes werkten, ten minste, al wist gij het niet, toch moest gij zulks gezegd hebben. Dit is eene kwaje noot, Vink!

Haddet gij nu nog maar gezwegen van die systemen. Ziet dat is wat al te erg. Ik geloof werkelijk, dat de poes met uw verstand gespeeld heeft en nu nog komen dis-te-re-wieten.

Hoor eens, waarde lezer, wanneer iemand u zei; vertel eens alles wat gij van bijenteelt weet, en gij meent, dat gij een alwetende baas zijt, en gij denkt al de tegensprekers wel den mond te kunnen snoeren, dan vertelt gij lichtelijk niet alleen wat gij weet, maar misschien nog meer. Hoe meer gij vertelt zoo grooter dunk de toehoorders van u zullen krijgen. Dit alles is goed en wel, maar nu moet gij op den duur kunnen volhouden, en dan gaat het dikwijls door dun en dik, raakt het niet dan bonst het toch, zoodat vele der toehoorders de kluts kwijt raken. Buiten dat gij zelf aan het dwalen komt, brengt gij uwe hoorders aan het dolen. Verkeerd als zulks is van u, gevaarlijk is het voor de anderen. Dit zij gezegd, zonder eenige toespeling op wien ook, maar alleen hoe in het algemeen het kan verkeeren. Nu…....

Ja maar Vink, zoo komt gij er niet uit. Nu .…. adrem, d.w.z ter zake, want ik zou het mijne er toch gaarne van hebben, dat uw dom vinkenverstand u eene poets zou gespeeld hebben, ziet dat kan iedereen wel gebeuren, alhoewel den domsten het eerst, doch nu geen tweemaal op de hoedanigheid van uw verstand terug. Vooruit!

Wat is een systeem? Vink! Lettende op het verzoek van vele lezers, ons door de geachte redactie meegedeeld, moet ik u hierop antwoorden, dat het vreemde woord "systeem" volgens van Dale's Woordenboek der Nederl. Taal, in goed Nederlandsch stelsel genoemd wordt. Stelsel is een ontwerp, hetwelk men maakt, alsmede de middelen, die men kiest om in iets te slagen.
„Zoover ik weet, zegt Mr. P. Bijdendijk blz.153 (jan. 1899, 'Statistiek') zijn er echter maar twee systemen {stelsels} van bijenhouden en wel de vaste of losse bouw. Er zijn echter veel vormen, waarin de losse bouw toegepast wordt, enz."
Generisch of-te-wel in het algemeen zijn twee systemen, twee stelsels, d. i. twee manieren, twee vormen, waarop, waarmee men imkert nml. de vaste en losse bouw.

Maar wat verhindert, dat er specifiek of voor het soort, of de manier van imkeren ook nog stelsels of systemen zijn, volgens de welke men met den lossen bouw werkt. Dat er verschillende systemen of stelsels zijn in den lossen bouw is algemeen aangenomen, en wil de lezer er zich van overtuigen, hij neme dan de reeds verschenen nummers van ons maandschrift. Op blz. 57 (juli 1898 'Leert voor alles theorie, enz.') vinden wij in dien zin in een artikel van den Hr. Begemann: 't Is niet afhankelijk van systemen, waaraan te allen tijd iets schort; op blz 107 (okt. 'Kast of boogkorf'), gebruikt Dr. G. Hoitsema in diezelfde beteekenis het woord "systeem" evenals de Hr. H. Stassen op blz. 137 (dec. 'Op reis').

Het schijnt echter, Mr P.B. (P. Bijdendijk), dat gij den armen distelvink eens gaarne aan de veeren waart. Bewijzen kan ik U, waarde Heer, dat niemand minder dan u zelf, in eigen persoon in den lossen bouw systemen of stelsels aanneemt. Dit is meer dan ik weet, zult u zeggen, en gij zoudt eene knappe vink zijn, als gij mij dit wilt bewijzen. In een artikel of bijdrage op Blz.100 (okt. 'Vervoer van bijen') zegt gij: Toen ik….... daarvoor eene keuze moest doen tusschen de twee door mij bestudeerde (ik hadde liever gezien gedurend een aantal jaren gebruikte en geprobeerde) stelsels van mobielbouw heb ik.... besloten .. . voor een ander deel de methode (dit vreemd woord is ook al erg synoniem of van dezelfde beteekenis als systeem en stelsel) van Von Berlepsch aan te nemen."

"Mij dunkt"? zoo zegt Mr. P. B. het dom vinkenverstand heeft hem een poets gespeeld". En mij dunkt, Mr. P. B., dat uw verstand bij het schrijven van uwe laatste bijdrage op inspectie was in Hannover, en gij hier geraakt zijt van den dijk in de sloot. Moet gij nu niet eerlijk toegeven, dat gij vroeger meer verteld hebt, dan gij weet. Op Blz.108 erkent gij stelsels of systemen bij den lossen bouw, en op Blz.153 (jan 'Statistiek') zegt gij: "Zoover ik weet, zijn er echter maar twee systemen enz." dat noem ik eene redeneering laten hout snijden! Neen! Beste Heer, dat noem ik spelen met het weerhaantje.

Wel is waar, erkent gij op Blz.153, dat er vele vormen zijn, waarin de losse bouw wordt toegepast, maar het heele boeltje is schermen met woorden van gelijke beteekenis, waarmee men eenvoudige menschen wel eens snappen kan, maar leg dan den vink ook eerst wat zout op den staart. Wat mij echter verwondert, geachte lezer is, dat de Hr. B., na zulk eene letterjacht over het woord "systeem", zegt, dat alle door mij "ten onrechte(?) genoemde systemen alle kasten zijn".

Het is wel van geen zakelijk belang, maar wanneer ik mij, Mr. B. met uwe vondigheid spits maak, dan zeg ik "het zijn geen kasten maar KISTEN," zooals op Blz.60 (juli 'Iets over lossen bouw') de Hr. v. d. Braak, op Blz.135 (dec. 'Op reis') de Hr. Stassen ze noemt. Want gespitsvondigd, zeg ik, kasten, dat is iets waarin men kleeren hangt, linnen bergt, brood bewaart, van daar kleerkast, linnen- of broodkast. Gij kunt het nu noemen zooais u verkiest," kast met "t" of zonder "t", ook kist; 't is mij om het even, en de bijenteelt niets bevorderend of benadeelend en daarom "Basta", genoeg over dit woord en ieder zijn meug en wil. Pas op vink, met dit woord, gij moet ook denken waarvan die kasten gemaakt zijn.
Nu! al zijn zij gemaakt van kwik, zooals de Heer Stassen er een schrijft gezien te hebben te Betzdorf (zie Blz.137,12 regel, dec. 'Op reis'), wijl dit alles niets ter zake doet: Basta!

Dat is allemaal goed en wel, vink, maar gij hebt u toch vergaloppeerd bij het opsommen op Blz.117 (nov. 'Distels') van al die vormen. Rondborstig bekend, ja, lezer, al die systemen komen niet in Hannover voor, dit weet wel een ieder, maar is dat zoo erg? Als de Hr. P. B. zoo met de klompen door het systeem Gravenhorst draaft, mag ik dan ook niet eens eventjes op de klompen? Een vink op klompen, is een "niemals dagewesen" iets. Een nieuwigheid ziet toch een ieder wel eens graag. Ik geef dan ook in dit punt gaarne toe en bij, zelfs zoover als de Hr. P. B. meent noodig te zijn om zich te helpen, maar eerst al de macht en kracht van mijn verstand bij elkander tot het maken van een goed onderscheid, want wij moeten terstond weer aan het cijferen.
(Wordt vervolgd.)

H. DISTELVINK