DIAGONAALKAST MET "DOORBLADERBARE RAMEN"
Op het artikel van den heer Dr. C. HOITSEMA, "Kast of Boogkorf," in het Octobernummer, is noch in het no. van Nov. noch in dat van Dec. eenig antwoord verschenen. En dit ligt m. i. voor de hand. Hoe weinigen toch zullen er in ons land, dat immers — waarom het te verbloemen! - zeer achterlijk is in de mobiel-bijenteelt, dus in 't kort in de bijenteelt, hoe weinigen toch zullen in ons land eigen ervaring hebben van beide stelsels: kast- of boogkorf. Laat staan dus: vergelijkende proefnemingen hebben genomen! Ik ken zulk een Nederlandsche witte raaf niet!
Wel heeft mijn vriend Veenhuizen te Sappemeer nu beide huiven in gebruik, doch zeker nog veel te kort om hieruit juiste gevolgtrekkingen te mogen maken. Wellicht zijn er meer Nederlandsche imkers die eenige ervaring op dit gebied hebben, doch nog eens, of er één is, die op jarenlange nauwgezette vergelijkende studie kan wijzen, betwijfel ik ten sterkste.
Maar . . . twee vragen:
l. is het wel zoo strikt noodzakelijk dat men juist practische ervaring heeft, om over zekere zaak deskundig te kunnen oordeelen?
2. zoo ja, heeft men dan in sommige andere landen, die ons ver in bijenhouderij vooruit zijn, niet die practische deskundigheid?
Wat de eerste vraag betreft, antwoord ik beslist, dat in vele, ja in de meeste gevallen de hooggeroemde practische ervaring eenvoudig niets dan sleur blijkt te zijn. Anders ware de wereld toch veel verder vooruit! Eilieve, hoe vaak bleek het niet dat een leek verrassende uitvindingen deed, alleen wijl hij vrij was van "de practische sleur".
Dat die leek dan eigenlijk maar een leek, doch in waarheid een onbevooroordeeld deskundige was, is duidelijk. En ik beweer dan ook, dat men door kritische lezing van bijenlectuur wel vrij goed de betrekkelijk beste soort bijenhuif kan leeren kennen! Ja! zelf wel evengoed als anderen dit deden, verbeteringen kan aanbrengen. Ook ligt er veel waars in het rijmpje van den heer Begemann op bladz. 57 (juli 1898 'Leert voor alles enz.). Mits — ik herhaal dit met nadruk — de ervaring geen sleur is. En ..... het systeem den toets der wetenschap kon doorstaan. Ik zeg met opzet der wetenschap. Want de moderne bijenteelt, is, of juister moet zijn: wetenschappelijk. Evengoed als den nieuwe landbouw enz
En hoever bijv. de stabielbouw staat van wetenschap . . , kan geen vaste bouwimker zeker bevroeden!
Op de tweede vraag, die eigenlijk één is met de eerste, kan ik zonder groot bezwaar toestemmend antwoorden. Waar om maar een treffend voorbeeld te noemen, reeds 20 jaargangen van een internationaal bijentijdschrift werd uitgegeven en gelezen, kan men zeker met meer recht op deskundige practische ervaringen wijzen! En hier kan men dus den heer H, en anderen allicht een vrij bevredigend antwoord geven op zijn hoogst belangrijke vraag. Ik voor mij was ook zeer verlegen met de keuze van een systeem. Na lang en ijverig zoeken en zelfdenken ben ik eindelijk vrij wel bevredigd.
Het systeem, dat mij het beste aller bestaande schijnt, staat als titel hierboven. Het is uitgevonden (en in Europa waar dit kan en Amerika door patenten beschermd tegen namaak) door den heer Karel de Kesel.
Ziehier, wat een der redacteuren van "L'abeille et sa culture" er over schrijft:
"Van de hand van den heer Karel de Kesel, eerelid onzer vereeniging, is een brochure van 72 Blz. verschenen, waarin hij een volledige beschrijving geeft van de schuinstaande en doorblaarbare kasten, waarvan hij de uitvinder is, en waarvan dit tijdschrift 't vorige jaar een korte beschrijving gaf. De Kesel heeft de onderdeelen zijner huif voortdurend verbeterd en controleert zelf het werk der arbeiders op zijne fabriek; dit is zeker een der reden van zijn welslagen. De uitvinder geeft ons de resultaten van twee jaren met zijn systeem en verzoekt, allen, die zijn stelsel gebruiken, hem hunne waarnemingen te berichten. Hij geeft verder de beschrijving van een ramentang en een stelsel van voedering, gebrevetteerd en toepasselijk op alle mobielhuiven. Hij eindigt zijn werk met eene studie over de verbetering der bijenrassen door kruising en selectie (teeltkeus.)
Deze brochure is het vademecum (de wegwijzer) voor allen, die de nieuwe Keselkast gebruiken. Zij wordt verkocht voor 25 cts. door den schrijver te Halanzy, maar is gratis verkrijgbaar voor elken kooper van een kast.
Welnu, ik heb deze brochure gelezen en herlezen en veel en goed over de Keselkast nagedacht en ..... als ik hier tegenoverstel, wat de voorstanders van den Gravenhorster korf aanvoeren ten gunste van dit stelsel, geef ik de voorkeur aan de Keselkast.
Om niet te uitvoerig te worden en tevens de verwachte discussie over deze belangrijke zaak reeds van te voren zoo zuiver mogelijk te stellen, geef ik over beide stelsels de volgende stellingen:
a. Stroowanden zijn geen minder goede geleiders dan dubbele, àl of niet opgevulde houtwanden. [Tusschen twee haakjes: men maakt immers ook reeds Gravenhorster huiven van hout!]
b. Stroo is met het oog op de mindere duurzaamheid niet zoo heel veel goedkooper dan hout.
c. Het vervaardigen van een boogkorf met boograampjes is niet gemakkelijker dan het timmeren van een kast met vierkante ramen.
d. Door den schuinen stand van de Keselkast, zoodat de bijen er in huizen als onder een spitstoeloopend dak wordt de warmte hierin al even goed bewaard als in een boogkorf. [Kasten met plat dak zijn m. i. dan ook al vrij slechte bijenwoningen door het meerdere warmteverlies.]
e. De in- en uitneming der raampjes in een boogkorf is omslachtiger en minder zuiver ook dan bij een Keselkast; vooral het doorbladeren bij dit stelsel geeft gemakkelijker een inzicht in het broednest dan bij een boogkorf.
f. Het gemis van een onderwand bij een boogkorf keur ik beslist af . De voordeelen hiervan heeft de Keselkast echter wél door de ondergleuf waardoor doode bijen en wasplaatjes meest door de eigen zwaarte uit de kast worden verwijderd.
g. Het geheel vaststaan der ramen in de Keselkast, gevoegd bij de mogelijkheid de kast plat te zetten; maken ze al minstens even geschikt voor het reizen als de Gravenhorster.
h. Doordat men de ramen in een Keselkast alle standen kan doen innemen, kan men ze geheel vol doen bouwen en worden ze hierdoor zelfs beter bestand tegen het schokken op de reis dan de boograampjes.
Ziet, dat is voorloopig genoeg. Mogen vele zich opgewekt gevoelen, met mij over de gegeven 8 stellingen van gedachten te wisselen.
H. GROUSTRA, Siddelburen Jan.1899.
N.B. Ik ben tevens gaarne bereid, op aanvragen met ingesloten postzegel, nadere inlichtingen omtrent de Keselkast te verstrekken.