AMERIKAANSCHE BIJENKISTEN
Vervolg van blz. 221.(mei 1899)
Maar de kunst was, om die raampjes niet alleen geheel gevuld te krijgen, maar ook om ze behoorlijk gelijkmatig door de bijen te doen afwerken. Er mocht niet hier en daar een holte zijn en dan weer een uitsteeksel, wat niet alleen leelijk, maar ook lastig in de behandeling zou zijn.
Daarom wordt elke rij van 4 raampjes van de naastliggende rij van 4 raampjes gescheiden door een tusschenschot, dat de bijen wel toelaat om in elk raampje te komen en daar te werken, maar ze kunnen de raat niet verder uitwerken, dan tot die tusschenschotten, en men verkrijgt honig in een marktwaardigen vorm, een delicatesse, die met delicatesseprijzen betaald wordt. Ik zei vroeger reeds, dat de koningin ongaarne over de dikke bovenlatten der ramen zich begeeft, maar het zou zonde en jammer zijn, wanneer zij in een ontoerekenbaar oogenblik toch naar boven ging, en daar eieren begon te leggen in raat, die alleen bestemd is om honig voor de liefhebbers te bevatten.
Cocons en larven kunnen daarin niet geduld worden, en om de koningin eens voor al den toegang tot die bovenverdieping af te snijden, plaatst men tusschen broednest en bovenverdieping een zinken plaat met gaatjes, juist groot genoeg om de werkbijen door te laten, maar de koningin kan er niet door.
Maar, zal men zeggen, hoe krijgt men de bijen weer uit die bovenverdieping. Worden ze dan afgezwaveld ? Dat kostte enkele jaren geleden nog heel wat overleg en geduld; thans doet men het, door een avond te voren de bovenverdieping even op te lichten en tusschen het broednest met koningin en de bovenverdieping een planken tusschenschot te leggen, dat een uitlaat bevat voor de bijen.
De bijen in de bovenverdieping kunnen door dezen uitlaat wel naar beneden komen, maar ze kunnen niet weer terug, en gewoonlijk vindt men dan ook den volgenden morgen de bovenverdieping bevrijd van bijen en heeft men den honig maar voor het grijpen. Ook waar men een volle bovenverdieping heeft, waaruit de honig geslingerd moet worden, kan dat tusschenschot den avond te voren worden aangebracht en men heeft dan geen bijen van de raten te schudden, af te rooken of af te vegen.
Nu zou men kunnen zeggen — maar om zulk een kist te maken, moet een heidenswerk zijn. Toegegeven, maar de fabrieken in Amerika, de concurrentie en de billijke prijzen van het ruwe hout, hebben gemaakt, dat in Amerika zulke kisten, alles geheel zuiver op maat gesneden, worden geleverd voor een prijs, waarvoor men hier te lande ternauwernood het hout kan koopen. Men heeft in Amerika getracht den beschreven vorm van bijenwoning te maken van stroo, doch moest het opgeven. Van hout kon het goedkooper, van hout kon het veel duurzamer en door hout te gebruiken meende men alles meer juist op maat te kunnen krijgen en te houden, dan door de woningen van stroo te maken.
Maar is hout, zelfs van 2¼ cm. dikte, niet te koud in den winter? De fabrikanten zijn ook daaraan tegemoet gekomen. Zij leveren eene extra bedekking voor den winter van dun hout. Dit is feitelijk niets anders dan een kist, die rondom de eigenlijke bijenwoning gaat en de tusschen liggende holte wordt aangevuld met kaf, stroo, blad, enz.
Ook bestaan er kisten voor zomer en winter met dubbelen wand, en is de tusschen liggende ruimte dan ook aangevuld, maar — eerstens zijn zulke kisten duurder en, wat nog zwaarder weegt, ze zijn veel logger en daardoor moeilijker en tijdroovender in de behandeling, en vooral in den zomer, in den warmen en drukken tijd wenscht de ymker zoo weinig mogelijk tijd te verliezen en met de minst mogelijke inspanning den meest mogelijken arbeid te verrichten. Daarmede veroordeelde de Amerikaan logge kisten met dubbele wanden voor den zomer. Voor den winter heeft hij er wat anders op gevonden.
Zoodra September October in het land is, gaat de Jankee ymker zijn kisten alle na, en zorgt, dat elke woning voldoende bevolkt is, voldoende gedekseld voedsel heeft van goede kwaliteit en velen hechten er aan, den winter in te gaan met koninginnen niet ouder dan 2 jaar. De deksel wordt afgelicht en een tweede verdieping boven op de eerste, die de bijen en den wintervoorraad bevat, gezet.
Maar die tweede verdieping is van onder gesloten met zaklinnen, zoodat er feitelijk op de bijen zelve een bak geplaatst wordt met een bodem van zaklinnen en die bak wordt gevuld, voor een centimeter of tien, met kaf, droog blad, stroo, turfmolm, mos en daarboven op komt het desnoods ietwat opgelicht deksel. Het gevolg is, dat de bijen naar boven warm zijn toegedekt, maar ze hebben toch naar boven gelegenheid voor uitwaseming, en vocht komt op die manier niet in de woning der bijen zelve, wat wel het geval zou zijn, indien het houten deksel dadelijk boven de bijen zelve geplaatst werd, en de uitwaseming geen uitweg kon vinden. Ik zelf gebruik voor die bedekking in de bovenkist fijn turfmolm, dat later dienst doet in mijn kippenhok.
In het voorjaar zijn dan de bijen droog gebleven, maar de bovenlaag van het turfmolm is vochtig ; de uitwaseming der bijen. Ten overvloede legt men onder het zaklinnen, boven op de ramen met raten, een paar vierkante latjes van ongeveer 2 c.m. dikte. Dit houdt het zaklinnen van de ramen af en geeft doorgang van de bijen over de warme bijenmassa heen van de eene raat naar de andere, zoodat ze niet naar den kouden onder- of zijkant behoeven te gaan, om bij den honigvoorraad te komen. Anderen maken gaten door de raten zelve en verschaffen den bijen op die wijze een doorgang?
En als de bijen nu van boven toegedekt zijn op de beschreven wijze, worden alle kisten dicht nevens elkaar gezet en van achteren en van ter zijde, niet van voren, toegedekt en ingepakt met blad, aarde of wat naar voor de hand ligt; nog een afdak er over en ze zijn voor den winter geborgen. Men kan er dan 's winters wel niet zoo gemakkelijk bij als 's zomers, maar goed ingewinterd, behoeft dat ook niet, hoe rustiger ze 's winters zitten, des te beter,
's Zomers, wanneer de ymker zijn tijd best gebruiken kan, heeft hij echter zijn bijen in woningen, die hij gemakkelijk hanteeren kan. Zij weegt zonder bodem geen 7 kilo. Het vlieggat blijft den geheelen winter geopend over een hoogte van ongeveer 1.c.m. Bij scherpen wind of sneeuw, wordt die opening beschermd door er een plankje voor te plaatsen.
Maar, zal men vragen, hoe kan ik met mijn bijen reizen e.a trekken, wanneer de ramen met raten los in de kist hangen? Wel, — door ze vast te zetten. Daarvoor gebruikt men een raam, ter dikte van ongeveer 2 c.m., en juist passende op de kist. Daardoor hebben de bijen bij het vervoer een ruimte van meer dan 2 c.m. tusschen de ramen met raten en het gaas, e.a overmatige warmte bij het vervoer kan naar boven ontsnappen. De onderkant van dit raam, heeft op elk der smalle zijden een latje en wanneer dit raam op de kist geplaatst wordt, gaan die 2 latjes in de kist en drukken zij de ramen, die de raten bevatten vast op hun steunpunten. Door het gaasraam met 4 spijkers op de kist te bevestigen, zitten de raten dan onwrikbaar vast.
Den ingang der kist sluit men eveneens met een streepje gaas af, of men plaatst ook onder den benedenkant der kisten een raam van gaas. Het mag iets meer aan tijd vorderen om op deze wijze in te pakken voor het vervoer, maar men kan dan ook volop lucht geven en kist en raten blijven bij het vervoer den natuurlijken stand behouden. Doordien de raten meer lang dan diep zijd en de metaaldraad nog meer stevigheid geeft, behoeft men voor breken der raten niet te vreezen, en is meerdere bescherming overbodig.
Een enkel woord over de slingermachine. In Amerika gebruiken de groote ymkers (die van 500 tot 1000 en meer volken houden) slingermachines, die door waterkracht of stoom worden gedreven, overigens door handkracht. Zij kunnen daarin tot 8 raten tegelijk uitslingeren, in de meeste slingermachines moeten de raten, wanneer ze aan ééne zijde uitgeslingerd zijn uit de machine genomen worden en omgekeerd er weer in geplaatst, ten einde ze ook aan den anderen kant uitgeslingerd te krijgen.
Door een bijzondere inrichting is men thans met die machines in staat zonder de raten er uit te nemen, ze toch aan beide zijden uitgeslingerd te krijgen. Waar men veel uit te slingeren heeft, spaart dit beduidend aan tijd en arbeid.
De Amerikanen maken thans een kunstraat, die werkelijk een wonder is van afwerking. Zij is dun, licht van kleur tot doorschijnend ja doorzichtig toe, taai en goedkoop.
Ziehier wat de fabrikant daaromtrent zegt:
"Al onze kunstraat is gemaakt van heldere, zuivere bijenwas. Door een bijzondere bewerking halen wij alle onzuiverheid er uit, zonder dat de wasgeur er af gaat. Door onze nieuwe machines, maken wij thans kunstraat, die het vroeger door ons geleverde, ver in de schaduw stelt. In 1898 verkochten wij dan ook tweemaal zooveel als in 1897 en driemaal zooveel als in 1896."
Zij leveren kunstwas in dunne platen, het is den gebruiker niet te doen om veel was te ontvangen voor zijn geld, maar om een groote oppervlakte van was te krijgen met cellen afdruk. Maar vooral, waar de Amerikanen zich toeleggen op het in den handel brengen van honig in de raat, daar was het voor hen zaak om de bijen tegemoet te komen, door ze direct cellen afdrukken te geven in den dunst mogelijken vorm, want, anders zouden de liefhebbers dat spoedig proeven en om nu op dikke wasplaten te kauwen, dat doet men niet voor zijn pleizier. De Amerikanen noemen dat „fischbone", = vischgraat.
De bovenbedoelde vierkante raampjes van de bovenverdieping worden namelijk aan eene zijde der bovenkant, in het midden voorzien van een stukje zeer dunne kunstraat, dat als wegwijzer dient voor de bijen om het geheele raampje te vullen. De was wordt onder geweldige drukking tot platen gevormd en die hooge drukking drijft alle luchtcellen, die er anders in mochten blijven, uit. De lange platen gaan dan tusschen cylinders door, die er den bijen celbodem indrukken, komt de plaat daaruit, dan wordt ze, weer door machines, in repen van de verlangde lengte en breedte gesneden en op elkaar gestapeld, met dun papier tusschen elke 2 platen, ook al weer door machines.
F. DE HAAN.